Zoekresultaten 21-30 van de 1251 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8762

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. De praktijk van verweerster is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klager. Klager verwijt verweerster dat zij een preventieassistente de diepte van de tandvleespockets heeft laten opmeten, dat zij niet althans onvoldoende zorgvuldig, tandsteen verwijderd en dat zij diverse laesies heeft gemist. Het opmeten van de PPS-score door de preventieassistente onder verantwoordelijkheid van de tandarts is niet ongebruikelijk en ook niet verwijtbaar. De laatste tandsteenreiniging is mogelijk niet optimaal uitgevoerd, maar dit is onvoldoende ernstig voor een tuchtrechtelijk verwijt. Op het beeldmateriaal zijn geen zo vergevorderde cariëslaesies te zien dat verweerster die had moeten behandelen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:119 Raad van Discipline Amsterdam 26-432/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij treft geen doel. Voor zover de klacht (ook) is ingediend door de advocaat van klaagster, is de klacht (grotendeels) kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtsreeks eigen belang.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025-8740

    Kennelijke ongegronde klacht. Klager, patiënt van verweerster (KNO-arts) klaagt over de operatie waarbij zijn keelamandelen (tonsillen) zijn verwijderd. Klager verwijt verweerster dat zij voorafgaand aan de tonsillectomie onvoldoende onderzoek deed en zich niet vergewiste van ’informed consent’, de onjuiste operatie koos, niet in het belang van klager handelde en klager onvoldoende serieus nam.College: Na voldoende onderzoek, de hernieuwde verwijzing en nieuwe informatie stelde verweerster de tonsillectomie voor. Verweerster voerde overleg met de huisarts van klager, had oog voor de klachten en de achterliggende problematiek van klager en noteerde deze helder. De time out procedure is een checkmoment.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:117 Raad van Discipline Amsterdam 26-252/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder mocht zonder nader onderzoek uitgaan van de juistheid van de van zijn cliënte verkregen informatie. De door verweerder gebruikte term ‘leugenaar’ kwalificeert in de context van het geschil niet als onnodig grievend.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:65 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-428/DB/OV/W

    Wraking

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:106 Raad van Discipline Amsterdam 25-709/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening en excessief declareren. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur geschaad door te handelen in strijd met de in de advocatuur belangrijke kernwaarden deskundigheid en (financiële) integriteit. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. In dat verband rekent de raad het verweerder zwaar aan dat hij op geen enkel moment schriftelijk aan klager heeft bevestigd welk risico er kleeft aan de processtrategie om de verklaring van klager te wijzigen, terwijl er al een andersluidende verklaring van klager in het strafdossier zat. Door deze processtrategie wordt de in zedenzaken zo belangrijke betrouwbaarheid van (de verklaring van) de verdachte, klager, aangetast. Verder rekent de raad het verweerder zwaar aan dat hij excessief voor de verrichte werkzaamheden heeft gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang en dat hij klager voorafgaand aan zijn werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de totale kosten. Ook het niet maandelijks verstrekken van overzichten, zoals door het kantoor van verweerder toegezegd, en de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties, waardoor ook ter zitting onduidelijkheid bestond over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties klager heeft betaald, is ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8506

    Klacht tegen (cosmetisch) arts gegrond. Doorhaling en onmiddellijke schorsing. Informed consent: kans op complicatie faciale parese (gezichtsverlamming) had moeten worden genoemd. Bij cosmetische ingrepen geldt een verzwaarde informatieplicht. De dossiervoering is onder de maat, de arts had patiënte na de operatie moeten zien, de arts heeft zijn eigen kunnen overschat, de diagnostiek na de operatie was onvoldoende, de inrichting van de zorg in de kliniek was onvoldoende: de operatiekamer voldeed niet voor een dergelijk lange ingreep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2984

    Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, hierna patiënte, was in april 2022 opgenomen in het ziekenhuis vanwege ondervoeding door slikproblemen en aldaar is een neusmaagsonde geplaatst. Patiënte kreeg als thuismedicatie macrogol voorgeschreven. Na ontslag bleef patiënte last houden van de sonde en ondervond zij meerdere klachten, zoals misselijkheid, braken en het uitspugen van de sonde. In mei 2023 kreeg patiënte een PEG-J sonde. Klager vindt – kort gezegd – dat de huisarts in de zorg omtrent de voorgeschreven medicatie, de sonde(voeding) en de klachten van patiënte tekort is geschoten. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:141 Hof van Discipline 's Gravenhage 250274

    Verweerder heeft de opdracht tot het bijstaan van klager in een cassatieprocedure aanvaard. In de opdrachtbevestiging die aan klager is gestuurd, zijn de argumenten die de gemachtigde van klager naar voren gebracht wilde zien, niet opgenomen. Verweerder heeft vervolgens zonder overleg met klager of zijn gemachtigde een cassatieschriftuur ingediend bij de Hoge Raad. Ook daarin zijn de door gemachtigde van klager voorgestane argumenten niet opgenomen. Verweerder heeft verklaard dat hij dit telefonisch met klager heeft afgestemd, echter een schriftelijke bevestiging hiervan ontbreekt. Het hof is van oordeel dat het van essentieel belang is dat een advocaat belangrijke afspraken met de client schriftelijk vastlegt. In de -zeer korte- opdrachtbevestiging staan geen afspraken over de aanpak van de zaak. Indien verweerder de argumenten die klager, bij monde van zijn gemachtigde, niet aan de Hoge Raad had willen voorleggen, dan past dat enerzijds bij de vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt, maar geldt anderzijds dat verweerder daarover bij aanvaarding van de opdracht of nadien duidelijk had moeten zijn. Verweerder heeft op geen enkel moment, tijdens de aanvaarding van de opdracht noch daarna toen hij er achter kwam dat hij de argumenten die gemachtigde van klager niet wilde gebruiken, gecommuniceerd dat hij niet bereid was om deze argumenten in rechte naar voren te brengen. Verweerder heeft evenmin gevraagd of klager dan nog wel wilde dat hij in de cassatieprocedure voor hem zou optreden. Als verweerder telefonisch met klager heeft besproken dat hij de argumenten van de gemachtigde van klager niet zou opnemen, dan had verweerder dit schriftelijk moeten vastleggen. Dat heeft verweerder niet gedaan. Het verwijt van klager dat verweerder zijn werkzaamheden heeft verricht zónder acht te slaan op de specifieke wensen van klager, wordt versterkt doordat verweerder de cassatieschriftuur heeft ingediend zonder het concept aan klager voor te leggen. Als hij dat had gedaan, dan had klager -of zijn gemachtigde- gezien dat daarin niet stond wat de gemachtigde namens klager had gevraagd. Het argument van verweerder dat hij dominus litis is, maakt niet dat hij zonder meer zonder overleg met zijn client mag handelen. Als verweerder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid als advocaat bepaalde argumenten niet naar voren had willen brengen, dan had hij dit moeten communiceren en in het meest verstrekkende geval de opdracht terug moeten geven. Verweerder heeft niet juist gehandeld door de opdracht aan te nemen en vervolgens -zonder communicatie met de client- zijn eigen gang te gaan bij de uitvoering van die opdracht. Hij heeft hierbij de wensen die namens zijn waren geuit genegeerd. Dat is een taakopvatting die niet bij de advocatuur past. Gezien de aard en de ernst van de in hoger beroep gegrond verklaarde klachtonderdelen, ziet het hof aanleiding de maatregel te verzwaren en over te gaan tot de oplegging van een berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:84 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2819

    Gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klaagster (in vervolg op een grotere operatie om haar gezicht te vervrouwelijken, een facial feminization surgery) een liplift uitgevoerd. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat zij het medisch dossier niet goed heeft bijgehouden, bij de liplift te veel weefsel heeft verwijderd en een daaropvolgende ingreep niet goed met klaagster heeft afgestemd en vervolgens is afgeweken van het afgesproken operatieplan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor wat betreft de dossiervoering en het zonder voorafgaand overleg gebruiken van vicryl-hechtdraad gegrond verklaard en de kaakchirurg een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart ook de klacht dat de kaakchirurg bij de liplift te veel weefsel heeft verwijderd gegrond en legt de kaakchirurg een berisping op.