ECLI:NL:TGZRZWO:2026:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025-8740
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:88 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-06-2026 |
| Datum publicatie: | 17-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025-8740 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijke ongegronde klacht. Klager, patiënt van verweerster (KNO-arts) klaagt over de operatie waarbij zijn keelamandelen (tonsillen) zijn verwijderd. Klager verwijt verweerster dat zij voorafgaand aan de tonsillectomie onvoldoende onderzoek deed en zich niet vergewiste van ’informed consent’, de onjuiste operatie koos, niet in het belang van klager handelde en klager onvoldoende serieus nam.College: Na voldoende onderzoek, de hernieuwde verwijzing en nieuwe informatie stelde verweerster de tonsillectomie voor. Verweerster voerde overleg met de huisarts van klager, had oog voor de klachten en de achterliggende problematiek van klager en noteerde deze helder. De time out procedure is een checkmoment. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ZWOLLE
Beslissing van 17 juni 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen:
C,
KNO-arts,
werkzaam in B,
verweerster,
gemachtigde mr. P Dalhuisen.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager klaagt over de operatie op 27 oktober 2015 waarbij zijn keelamandelen (hierna: tonsillen) zijn verwijderd (hierna: tonsillectomie). Klager meent dat verweerster voor een onjuiste operatie heeft gekozen en niet in het belang van klager heeft gehandeld. Verweerster heeft volgens klager voorafgaand aan de beslissing tot een tonsillectomie onvoldoende onderzoek gedaan en zich niet vergewist of er sprake was van ’informed consent’. Ook zou verweerster klager onvoldoende serieus hebben genomen.
1.2 Verweerster heeft gevraagd om de klacht kennelijk ongegrond te verklaren.
1.3 Het college oordeelt dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat de klacht kennelijk ongegrond is.
2. De procedure
2.1 Dit dossier bevat de volgende stukken:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 22 juli 2025;
- de brief van 11 augustus 2025 van de secretaris aan klager;
- het aanvullend klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 20 augustus 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 14 oktober 2025;
- de repliek, ontvangen op 12 november 2025;
- de dupliek, ontvangen op 2 december 2025;
- het proces-verbaal van het mondeling vooronderzoek, gehouden op
12 februari 2026.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak heeft beoordeeld op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Op 7 januari 2014 wordt klager op de afdeling spoedeisende hulp (hierna: SEH) gezien vanwege slikklachten. Het medisch dossier vermeldt hierover het volgende (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):
“(…) Reden van komst: slikklachten.
(…) patiënt heeft sinds 7 weken toenemende slikklachten, eet nu alleen nog voedsel uit blender, heeft nog wel eetlust, maakt zich veel zorgen. Voelt zich niet serieus genomen door huisarts (…) bekend met recidiverende keelontstekingen en grote amandelen (…)
Lich. onderzoek : (…) goede vitale parameters, (…) tonsillen a vue, (…)
Conclusie: geen acute pathologie.
Beleid: pa(…)tiënt uitleg gegeven dat advies is psychiatrisch hulp te zoeken dit erkent meneer (…) tevens verwijzing KNO voor beoordeling tonsillectomie (…).”
3.2 Op 9 januari 2014 wordt klager voor het eerst door verweerster gezien. Verweerster heeft hierover genoteerd:
“(…) Reden van komst: Slikklachten. Tonsillectomie? (…)
Anamnese: (…)
Onderzoek:
Neus: open en schoon.
Mond/Keel holte: (…) gladdere rustige matig forse tonsillen (…) geen obstructie (…)
Flexibele scopie: (…) niet gezwollen, geen obstructie, geen sluiting stemplooi (…)
Hals: (…)
Conclusie : Geen obstructie door tonsillen.
Beleid: Uitleg. Retour bij acute klachten voor beoordeling tonsillitis. (…)
Retour huisarts voor stress, eetlust vermindering (…)”
3.3 Op 7 maart 2014 bezoekt klager nogmaals de SEH. Hierover is het volgende genoteerd:
“(…) Breedscala aan klachten zonder evidente afwijkingen bij LO [college: lichamelijk onderzoek] (afgezien van wat forse tonsillen) en uitgebreid aanvullend onderzoek (virologie ook al ingezet begin dit jaar via HA). Er bestaat op zijn minst een psychische component. Daarbij ook (alcohol) verslavingsproblematiek.
Beleid: Overleg met (…) [college: plaatsvervanger van huisarts van klager] Patiënt kan maandag een afspraak maken voor spreekuur (…). Aan patiënt nogmaals aangedrongen te stoppen met alcohol (…) Verder nogmaals aan patiënt uitdrukkelijk aangegeven dat het niet de bedoeling is om met deze klachten iedere keer de SEH te bezoeken, maar naar ha (…)”
3.4 Op 13 maart 2014 zag verweerster klager opnieuw poliklinisch. Zij schreef hierover:
“(…) Conclusie: Behoudens grotere tonsillen geen afwijkingen op KNO gebied aangetroffen (…) Geen indicatie om tonsillen te verwijderen; dit zal ook alle andere klachten niet verbeteren.
Beleid : Uitleg. Geen verdere afspraak KNO (…)”
3.5 Op 21 maart 2014, een week na het laatste consult, zag verweerster klager opnieuw op de polikliniek. Hierover heeft verweerster genoteerd:
“C/gehoudens groter tonsillen geen afw op KNO gebied. (…) MI geen zin om tonsillen te verwijderen daar dit alle andere klachten niet verbetert
B/uitleg (…)”
3.6 Op 5 juni 2014 heeft klager verweerster nogmaals poliklinisch bezocht. Verweerster heeft hierover aan de huisarts geschreven:
“(…) Anamnese: Houdt klachten van wisselend pijnlijk gevoel en obstructie in rechterzijde (…) Eten gaat goed, verslikt zich niet. grote slok water is pijnlijk rechts. (…) geen afwijking kunnen vinden op MRI.
Onderzoek : (…) Slijm in de neus links, nu ook verkouden.
Mond/Keelholte: Rodere grotere tonsillen, droger, geen crypten (…) geen andere afwijkingen (…).
Conclusie: Vele klachten bij grote tonsillen. Hier kunnen niet alle klachten mee worden verklaard.
Beleid : Telefonisch overleg met huisarts: traject bij (…) [psychische zorg] wordt ingezet. Veel klachten die waarschijnlijk meer uit bipolaire stoornis voorkomen. Geen indicatie tonsillectomie. Patiënt uitleggen gegven. (…)”
3.7 Op 27 juni 2014 heeft verweerster telefonisch overleg met de huisarts van klager. Hierover heeft verweerster in het medisch dossier genoteerd:
“(…) Telefonsch overleg met HA: traject (…) [psychische zorg] wordt ingezet. Laat zorg via HA niet goed toe. Zoveel klachten die wsch meer uit bipolaire stoornis voorkomen. Geen TE [college: tonsillectomie] doen (…), dan nog meer kans somatisatie/hospitalisatie. Pt gebeld. Geen indicatie TE (…)”
3.8 Op 9 juni 2015, ongeveer een jaar na het laatste consult met verweerster, heeft de huisarts van klager het volgende aan verweerster geschreven:
“(…) Klacht/vraag : Reeds in verleden (…) verzoek tot tonsillectomie , hij heeft ngo steeds recidiverende tonsillitis, ook met gele punten. Nu ook weer gele punten te zien. Dit jaar nog een langere AB kuur gehad 3 weken totaal (…) de leukocyten (…) duidelijk gedaald (…) in het bloed en hij ook een opleving had energetisch gezien. Graag toch uw heroverweging tot tonsillectomie. (…)”
3.9 Op 2 juli 2015 ziet klager verweerster na de verwijzing van zijn huisarts in 2015. Verweerster heeft hierover genoteerd:
“(…) Beloop
Veel slikklachten (…) opgezette klieren overal in hals (…) Geen keelpijn, obstructie bij voedsel of snurken. Dit jaar 3 weken kuur gehad daar er weer gele koppen op tonsillen zaten. De leukocyten daalden hiermee. Bang voor carcinoom (…)
Onderzoek (…) MKH: rustige grotere tonsillen (…)
Conclusie: tonsilhypertrofie
plan: tonsillectomie
doel: geen tonsillitis/apnoe’s meer
Risico's: pijn (absoluut), (…) geen verbetering (…)
alternatief: expectatief, antibiotica
procedure besproken, Pt akkoord. (…)”
3.10 Op 22 september 2015 had verweerster klager telefonisch gesproken. Hierover schreef verweerster in het medisch dossier:
“(…) Klassieke tonsillectomie in hoop dat dit de weerstand van pt verbeterd en minder keelklachten geeft in toekomst. (…)”
Op verzoek van klager heeft verweerster klager op de operatielijst voor tonsillectomie gezet.
3.11 Op 27 oktober 2015 heeft de tonsillectomie zonder bijzonderheden plaatsgevonden. Verweerster heeft in het operatieverslag opgenomen:
“(…) Algehele intubatieanesthesie, nasotracheaal rechts. Na inbrengen van de mondspreider, beet pakken linker tonsil en incisie van de voorste farynxboog. Vrijleggen van de tonsil met het elevatorium en raspatorium tot aan de tongbasis. Uitnemen van de tonsil met de tonsillis. Dezelfde procedure aan de rechter zijde. Haemostase d.m.v. tamponade en bipolaire coagulatie beiderzijds.
Bijzonderheden: Forse tonsillen, geen debris
Postoperatief beleid : over 1 dag ontslag (…)”
De dag daarna is klager met ontslag gegaan.
3.12 Op 29 oktober 2015 kwam klager voor controle bij een collega van verweerster. Deze collega heeft genoteerd:
“(…) Beloop (…)
TC [college: telefonisch consult]: ongerust: keel is rood en dik
b / langskomen
a/ voelt zich redelijk, pijn valt mee, niet ziek
MK; status na TE
b / geruststelling, veel ijswater drinken.”
3.13 Op 4 november 2015 is het volgende genoteerd over een telefonisch consult:
“(…) TC: gaat nu iets beter (…)”
3.14 Op 5 november 2015 is het volgende genoteerd over een telefonisch consult:
“(…) TC: twijfelt of de TE wel goed is geweest voor klachten. (…) Gerustgesteld. Niet nadenken bij slikken. Stuurt foto naar mail (…)”
Verweerster heeft vervolgens geen foto van klager ontvangen en verweerster heeft
klager hierna niet meer gezien of gesproken.
4. De klacht en de reactie van verweerster
4.1 Klager verwijt verweerster dat zij:
a) voorafgaand aan de beslissing tot een tonsillectomie onvoldoende onderzoek heeft
gedaan;
b) voorafgaand aan de tonsillectomie zich niet van ’informed consent’ heeft vergewist;
c) voor een onjuiste behandeling heeft gekozen;
d) klager onvoldoende serieus heeft genomen.
4.2 Verweerster heeft gevraagd om de klacht (kennelijk) ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder voor zover nodig verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of verweerster de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende KNO-arts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen, is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
Klachtonderdelen a) onvoldoende onderzoek voorafgaand aan tonsillectomie en
c) onjuiste behandeling
5.2 Het college ziet aanleiding om deze klachtonderdelen samen te beoordelen. Het college begrijpt dat klager met deze klachtonderdelen stelt dat er volgens hem geen indicatie was voor de tonsillectomieen dat deze onzorgvuldig is uitgevoerd.
5.3 Klager heeft ten aanzien van deze klachtonderdelen aangevoerd dat verweerster voorafgaand aan de tonsillectomie onvoldoende in het medisch dossier heeft gekeken. Volgens klager was er geen sprake van terugkerende ontstekingen. Verweerster had volgens klager moeten begrijpen dat het lichaam van klager een ongezonde reactie vertoonde op het antibioticagebruik van klager. Verweerster had klager naar een diëtist moeten verwijzen om de voedselintolerantie van klager te laten bevestigen. Volgens klager had het verweerster helder moeten zijn dat keelamandelen in een gezond lichaam horen en dat de verwijdering niet had gemogen omdat deze verwijdering niet zou bijdragen aan de gezondheid van klager. Ook zou verweerster volgens klager tot een tonsillectomie hebben besloten omdat zij geen onderzoek meer wilde uitvoeren. Daarnaast heeft verweerster volgens klager de amandelen op onjuiste wijze verwijderd.
5.4 Verweerster heeft toegelicht dat zij meermaals uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de klachten van klager voordat zij een tonsillectomie voorstelde in 2015. Ook is er herhaaldelijk onderzoek gedaan op de SEH en door collega's op andere afdelingen in het ziekenhuis. Er zijn diverse aanvullende onderzoeken verricht zoals een MRI van de hals, een echo van de hals en bloedonderzoek. Verweerster heeft aangegeven te hebben gehandeld conform de richtlijn: Ziekten van adenoïd en tonsillen (ZATT) van de Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied uit 2014 (hierna: de Richtlijn).
5.5 Uit de uitgebreide en heldere aantekeningen in het medisch dossier van onder andere verweerster leidt het college af dat klager vanaf januari 2014 meermaals en uitvoerig door verweerster en door andere zorgverleners is onderzocht. Tot en met 2014 hadden de onderzoeken telkens een vergelijkbare uitkomsten die geen indicatie vormden voor een tonsillectomie. Wat betreft de door klager gestelde terughoudendheid die verweerster in acht had moeten nemen, is het college overtuigend gebleken dat verweerster in 2014 zeker terughoudend is geweest. Zij ging toen niet over tot een tonsillectomie. Pas in 2015, toen de huisarts van klager, klager wederom heeft verwezen naar verweerster, stelde verweerster voor om een tonsillectomie uit te voeren. Dit was mede ingegeven door de opmerking van de huisarts dat er sprake was van meerdere ontstekingen, dat hij gele koppen op tonsillen had geconstateerd en dat er verschillende antibioticakuren waren voorgeschreven vanwege de ontstoken tonsillen. Verweerster heeft de nieuwe informatie zorgvuldig afgewogen alvorens een voorstel te doen voor een tonsillectomie. Haar afwegingen zijn in het medisch dossier genoteerd en deze zijn navolgbaar en goed gedocumenteerd. Verweerster heeft ook uitdrukkelijk met klager besproken dat de ingreep mogelijkerwijs niet alle klachten van klager zou verhelpen. Het college acht het zeer zorgvuldig dat verweerster klager hierop heeft gewezen.
5.6 Het college overweegt verder dat mocht er al sprake zijn van voedselintolerantie bij klager, dit de indicatie voor een tonsillectomie niet zou hebben beïnvloed. De stelling van klager dat er geen sprake was terugkerende ontstekingen maar van een reactie op het antibioticagebruik, vindt geen steun in het medisch dossier. Ook de door klager gestelde onwil van verweerster om geen nader onderzoek te doen, vindt geen steun in de stukken, integendeel. Door de herhaaldelijk door verweerster verrichte onderzoeken en het meer dan gebruikelijk afstemmen met de huisarts van klager en de heldere en uitgebreide verslaglegging daarvan, is het college op geen enkele wijze gebleken van enige onwil bij verweerster. Verweerster heeft laten zien oog te hebben voor de klachten van klager en voor de achterliggende complexe problematiek van klager. Het college ziet ook niet welk onderzoek verweerster nog meer had moeten verrichten die de indicatie voor de tonsillectomie zou hebben kunnen bijstellen. Klachtonderdeel a) is kennelijk ongegrond en klachtonderdeel c) is in zoverre kennelijk ongegrond.
5.7 Voor wat betreft de stelling dat de tonsillen niet op de juiste wijze zouden zijn verwijderd geldt het volgende. Volgens klager hadden de tonsillen moeten worden gepeld. Verweerster heeft aangevoerd dat deze tonsillen ook zijn gepeld zoals gebruikelijk is bij volwassenen. Niet gebleken is dat verweerster de tonsillen op een onjuiste wijze zou hebben verwijderd zodat klachtonderdeel c) ook voor het overige kennelijk ongegrond is.
Klachtonderdeel b) zich niet van’ informed consent’ heeft vergewist
5.8 Klager heeft aangevoerd dat verweerster niet heeft gehandeld in het belang
van klager maar van het ziekenhuis en de farmaceut. Ook heeft verweerster geen andere
mogelijkheden dan de tonsillectomie met klager besproken. Nu klager kort voorafgaand
aan de tonsillectomie narcose werd toegediend, is klager een overlegmoment ontnomen,
aldus klager.
5.9 Verweerster heeft aangegeven dat zij altijd het belang van klager voor ogen heeft gehad, zij meermaals met klager heeft overlegd zowel over de beslissing over het expectatief beleid in 2014 als over de tonsillectomie 2015 en de alternatieven. Verweerster heeft daarbij ook de huisarts van klager bij de beslissing over de tonsillectomie betrokken. Ook heeft klager voldoende tijd gekregen om over de tonsillectomie te beslissen aangezien deze reeds in 2014 al meermaals was besproken en deze pas na maanden na de beslissing heeft plaatsgevonden.
5.10 Op basis van het medisch dossier staat voor het college vast dat klager telkens heeft ingestemd met de door de verweerster voorgestelde behandelingen, zowel in 2014 om af te wachten, als in 2015 om de tonsillectomie te verrichten. Uit het medisch dossier blijkt dat verweerster op 2 juli 2015 het volgende ten aanzien van de tonsillectomie heeft besproken: het plan, het doel, de risico's, waaronder de mogelijkheid van geen verbetering en de alternatieven en de procedure. Hiermee staat vast dat klager uitgebreid is geïnformeerd over de tonsillectomie. Klager heeft vervolgens zijn akkoord hiervoor gegeven. Klager is daarna ook op een wachtlijst geplaatst. Niet is gebleken dat klager daarna zijn twijfels over de tonsillectomie heeft geuit. Bij gebrek aan signalen van klager en gelet op de meerdere gevoerde gesprekken over de tonsillectomie kan worden vastgesteld dat klager uitgebreid en correct is geïnformeerd door verweerster. Er is dan ook wel degelijk een informed consent gegeven door klager toen hij instemde met de ingreep en deze instemming is gegeven op grond van de juiste informatie. Klachtonderdeel b) is in zoverre kennelijk ongegrond.
5.11 Wat betreft de stelling van klager dat hem het laatste overlegmoment met verweerster is ontnomen door het toedienen van narcose, overweegt het college dat niet verweerster maar de anesthesioloog de narcose toedient. Reeds om deze reden is dit klachtonderdeel kennelijk ongegrond.
5.12 Overigens geldt dat, waar klager kennelijk doelt op de time out procedure voorafgaand aan de tonsillectomie, dit moment niet is bedoeld voor overleg over het al dan niet laten doorgaan van de tonsillectomie. Dit betreft het laatste moment voor het operatieteam om na te gaan of dit de juiste patiënt is voor de juiste operatie. De patiënt wordt hierbij actief betrokken. Klachtonderdeel b) is ook kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel d) klager onvoldoende serieus genomen
5.13 Klager heeft aangevoerd dat verweerster hem niet serieus heeft behandeld
en hem als een hypochonder zou hebben behandeld, door klager te verwijzen naar een
psycholoog en door klager een hypochonder te noemen. Verweerster heeft hiertegen ingebracht
dat zij haar patiënten serieus neemt.
5.14 Het college is op basis van de stukken niet gebleken dat verweerster heeft gemeend dat klager een hypochonder zou zijn. Reeds om deze reden is de klacht in zoverre kennelijk ongegrond. Ook is niet gebleken dat verweerster klager heeft verwezen naar een psycholoog. Voor zover klager heeft bedoeld dat verweerster hierover een opmerking zou hebben gemaakt bij het overleg met de huisarts, stelt het college vast dat hieruit blijkt dat verweerster klager zeer serieus heeft genomen. Klachtonderdeel d) is kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.15
Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond
is.
6. De beslissing
Het college verklaart:
- de klacht kennelijk ongegrond;
Deze beslissing is gegeven door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter,
H.M. Kole en M. van Bergeijk, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door F.A.C. Bergervoet, secretaris, en in het openbaar uitgesproken door de voorzitter op 17 juni 2026.
secretaris voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG):
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard, of
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het CTG, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (RTG) te Zwolle. Het beroepschrift moet zijn ontvangen binnen zes weken nadat het RTG de beslissing aan u heeft verstuurd.
Vanwege mogelijke vertraging bij de bezorging van post, kunt u uw beroep ook per e-mail indienen. Dan weet u zeker dat het RTG uw beroep op tijd ontvangt. U stuurt dan binnen die zes weken uw e-mail naar rtgzwolle@minvws.nl. U moet het originele beroepschrift nog wel per post nasturen.
U hoeft bij uw brief of e-mail niet meteen de reden(en) van uw beroep op te geven.
U ontvangt van het CTG bericht over de extra tijd die u krijgt om die redenen later
toe te sturen.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het CTG. U ontvangt
hierover bericht. Als u helemaal of voor een deel gelijk krijgt, ontvangt u het griffierecht
terug.