Zoekresultaten 10411-10420 van de 48190 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:148 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-300/AL/OV
- Datum publicatie: 27-07-2022
- Datum uitspraak: 20-06-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:148
Voorzittersbeslissing over klacht tegen advocaat in hoedanigheid van faillissementscurator. Het stond verweerder vrij om een kantoorgenote namens hem als curator werkzaamheden richting klager te laten verrichten. Indien die kantoorgenote al heeft verzuimd om zich als advocaat richting klager te presenteren in haar communicatie, dan kan dat niet verweerder nog niet worden aangerekend. Dat verweerder onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van de door zijn kantoorgenote bij klager opgevraagde stukken, die door klager als vertrouwelijk zijn toegestuurd, is de voorzitter niet gebleken. Evenmin is gebleken dat verweerder zelf, of zijn kantoorgenote namens hem, vertrouwelijkheid van de stukken heeft toegezegd. Verweerder heeft met zijn handelwijze niet het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Klachten kennelijk ongegrond. (klacht tegen kantoorgenote 22-301).
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:146 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-284/AL/NN
- Datum publicatie: 27-07-2022
- Datum uitspraak: 20-06-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:146
Voorzittersbeslissing. Het bedrijf van klaagster heeft buiten rechte erfgename X geadviseerd over een nalatenschap. In de daaropvolgende procedure tussen de erfgenamen is X door een advocaat bijgestaan, de andere erfgenamen door verweerder. Verweerder heeft in zijn processtuk de door X opgevoerde kosten van klaagster buiten rechte bestreden in stevige bewoordingen door de werkzaamheden van klaagster als broddelwerk te kwalificeren. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder daarmee de mening van zijn cliënten verwoord dat bovendien is gebeurd in de beslotenheid van een procedure. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3292
- Datum publicatie: 26-07-2022
- Datum uitspraak: 26-07-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:108
Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster is de executeur en afwikkelingsbewindvoerder namens de erfgenamen in de nalatenschap van patiënte. De verpleegkundige heeft vlak voor het overlijden van patiënte bij haar thuiszorg geleverd. Door of namens de verpleegkundige is twee keer een vrijwel identieke factuur gestuurd. Het bedrag is dubbel betaald namens patiënte en klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij een valse kopiefactuur heeft opgemaakt en dat zij op onbehoorlijke wijze heeft gecommuniceerd inzake het terugvragen van het bedrag van de teveel betaalde factuur. Het college oordeelt dat klaagster met het voeren van deze tuchtrechtprocedure de wil van patiënte vertegenwoordigt. Tijdens de tuchtrechtprocedure is voorts gebleken dat de verpleegkundige een periode van bijna acht maanden niet ingeschreven stond in het BIG-register. In de periode dat zij de zorg leverde en de facturen over deze zorg verstuurde, stond zij niet ingeschreven in het BIG-register. Hoezeer laakbaar ook, is de verpleegkundige ten aanzien van haar handelen of nalaten in deze periode niet aan het tuchtrecht onderworpen. Het eerste klachtonderdeel is niet-ontvankelijk. Het college oordeelt verder dat de toonzetting van de reactie van de verpleegkundige niet voldoen aan de zorgvuldigheidsnormen. Zij stelt zich niet toetsbaar op en toont geen zelfinzicht. Klacht deels gegrond, berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:116 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-1004/DH/DH
- Datum publicatie: 26-07-2022
- Datum uitspraak: 25-07-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:116
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:117 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-149/DH/RO
- Datum publicatie: 26-07-2022
- Datum uitspraak: 25-07-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:117
Deels gegrond verzet. Klacht betreft feitenonderzoek door advocaat. Verzet gegrond voor wat betreft het niet handelen in overeenstemming met het voor verweerder geldende onderzoeksprotocol: verweerder heeft onder meer nagelaten interviews op te nemen. Ook heeft verweerder klager te laat geïnformeerd over zijn rechter. Verzet voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:114 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-376/DH/RO
- Datum publicatie: 26-07-2022
- Datum uitspraak: 25-07-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:114
Klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Niet gebleken is dat de juridische bijstand aan klager als zodanig inhoudelijk onder de maat was. Wel heeft verweerder klager onvoldoende (schriftelijk) geïnformeerd. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:115 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-181/DH/DH
- Datum publicatie: 26-07-2022
- Datum uitspraak: 25-07-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:115
Verweerster heeft zonder aankondiging aan of overleg met klaagster de behandeling van een strafzaak van een cliënt van klaagster overgenomen. Zij heeft daarmee niet gestreefd naar een tussen advocaten van belang zijnde verhouding die berust op welwillendheid en onderling vertrouwen. Verweerster heeft zich daarnaast in de klachtzaak, die volgde op de onbehoorlijk verlopen overname van een cliënt, onnodig grievend uitgelaten over klaagster. Dit alles is niet zoals het een advocaat betaamt. In aanmerking genomen dat verweerster nog niet eerder met de tuchtrechter in aanraking is gekomen, acht de raad het opleggen van de maatregel van een waarschuwing passend.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:141 Raad van Discipline Amsterdam 22-462/A/NH
- Datum publicatie: 25-07-2022
- Datum uitspraak: 18-07-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:141
Voorzittersbeslissing. Betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk. Klager klaagt over het besteden van overheidsgelden. Dat betreft een algemeen belang en geen rechtstreeks eigen belang. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Het stond verweerder vrij namens zijn cliënt een kortgeding tegen klager te starten.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:145 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-227/AL/NN/D
- Datum publicatie: 25-07-2022
- Datum uitspraak: 11-07-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:145
De deken verwijt verweerster in een arbitrage zaak vele procedures te hebben gevoerd waarvan de negatieve afloop bij voorbaat vaststond. Ten gevolge daarvan hebben zowel haar cliënten als de wederpartij extreem hoge kosten moeten maken terwijl daar geen enkel redelijk belang mee gediend werd. Verweerster heeft zeven wrakingsverzoeken ingediend bij het scheidsgerecht en twee procedures gevoerd bij de rechtbank met als doel de werkzaamheden van de arbiters te doen beëindigen. Verweerster heeft aangevoerd dat zij wel moest wraken om in een procedure tot vernietiging van het arbitrale vonnis niet het risico te lopen dat haar bij een mogelijk beroep op partijdigheid van de arbiters, rechtsverwerking zou worden tegengeworpen. Naar het oordeel van de raad had verweerster kunnen volstaan met een enkel wrakingsverzoek om dat risico te vermijden. De raad is met de deken van oordeel dat verweerster met alle genoemde procedures niet die doelmatige behandeling van de zaak heeft nagestreefd die van een behoorlijk advocaat mag worden verwacht. Zij heeft de gerechtvaardigde belangen van haar wederpartij uit het oog verloren. Haar verantwoordelijkheid als advocaat in het algemeen brengt met zich mee dat zij optreedt met een zekere mate van beleid, tact, professionele distantie en de nodige terughoudendheid waar het verdedigen van belangen van de cliënten raakt aan de positie en rechten van anderen. Dit geldt in het bijzonder in familie gerelateerde zaken. Gedragsregel 16 schrijft voor dat cliënten schriftelijk worden geïnformeerd over belangrijke informatie en afspraken. Daaronder wordt verstaan dat een advocaat zijn cliënten genoegzaam en tijdig informeert, waarschuwt en duidelijkheid verschaft omtrent de kansen en risico’s en de kosten van zijn optreden. De deken heeft verweerster de expliciete opdracht gegeven haar cliënten in deze arbitrage zaak schriftelijk te informeren over de goede en kwade kansen van (strategische) keuzes. Vaststaat dat verweerster dat niet heeft gedaan. Dit onderdeel van het dekenbezwaar is gegrond. Voorts verwijt de deken verweerster terecht dat zij gehandeld heeft in strijd met Gedragsregel 8 door in een in haar opdracht en onder haar verantwoordelijkheid opgesteld beslagrekest een kort geding uitspraak niet te vermelden. Vaststaat dat het beslagverlof niet zondermeer zou zijn verleend indien dit wel vermeld was. Het openbaar belang bij een goede rechtspleging verzet zich ertegen dat een advocaat een rechter verstoken laat van informatie waarvan de advocaat weet of moet weten dat deze wezenlijk is voor de oordeelsvorming van de rechter. Tot slot verwijt de deken verweerster dat zij de arbiters ongepast heeft benaderd en onder druk gezet door te dreigen met een wraking “als zij hun gedrag niet veranderen”. Dit is onbetamelijk en in strijd met de advocateneed waarmee eerbied voor de rechtelijke autoriteiten wordt beloofd. Arbiters mogen daarmee gelijk worden gesteld. De raad deelt het oordeel van de deken. Het dekenbezwaar is gegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:140 Raad van Discipline Amsterdam 21-1014/A/A/D 21-1015/A/A/D
- Datum publicatie: 25-07-2022
- Datum uitspraak: 25-07-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:140
Raadsbeslissing. Dekenbezwaar tegen verweerders die als advocaten een feitenonderzoek hebben verricht en bijbehorend rapport hebben opgesteld is gegrond. Uit de stukken kan worden afgeleid dat het van meet af aan de bedoeling was om het rapport met derden te delen om verantwoording af te leggen over, dan wel inzicht te geven in, de gang van zaken rondom de geadviseerde truststructuur. De context waarin en het moment waarop de opdracht aan verweerders is gegeven om feitenonderzoek te verrichten en hun onderzoeksbevindingen in een rapport vast te leggen wijzen daarop. Met dit – kenbare – doel van het rapport staat vast dat het rapport was opgesteld (mede) ten behoeve van extern gebruik. Uit de gang van zaken in combinatie met de inhoud van een aantal vertrouwelijke stukken die de deken in zijn dekenbezwaar heeft opgesomd, leidt de raad af dat verweerders wisten, althans – voor verweerder 2 – dat hij had moeten weten, dat het de bedoeling was om het rapport met in ieder geval de AFM te delen. Het rapport voldoet niet aan de eisen die moeten worden gesteld aan een rapport van een onafhankelijk advocaat-onderzoeker dat bestemd is voor extern gebruik. Verder zijn verweerders bij het verrichten van het onderzoek onzorgvuldig te werk gegaan door vooraf geen transparante afspraken te maken over de wijze waarop het onderzoek zou plaatsvinden. Hierdoor is onvoldoende gewaarborgd dat het onderzoek dat verweerders verrichtten ook een onafhankelijk onderzoek zou zijn. Ook hebben verweerders niet voldaan aan hetgeen van onafhankelijk onderzoekers mag worden verwacht. Door ondanks hun betrokkenheid bij kwesties over de advisering van de truststructuur toch ook onderzoek naar die truststructuur voor kantoor B. te verrichten en dit extern als onafhankelijk onderzoek te presenteren, hebben verweerders niet gehandeld zoals dat behoorlijk handelende advocaten betaamt. Waarschuwing voor verweerders.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1041
- Pagina: 1042
- Pagina: 1043
- ...
- Pagina: 4819
- Volgende pagina zoekresultaten