Zoekresultaten 631-640 van de 3034 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:50 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/379889 KL RK 20-139

    De kamer overweegt dat de notaris bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflater niet de zorgvuldigheid en voortvarendheid heeft betracht die zowel de wet- en regelgeving als de maatschappij van haar eisen. Hierdoor is het vertrouwen aangetast dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen. De kamer acht aannemelijk dat de door de notaris aangedragen omstandigheden impact hebben gehad op (de kantoororganisatie van) de notaris. Dit neemt echter niet weg dat dit niet ten koste mag gaan van de cliënten en de dienstverlening van het kantoor. Bovendien was reeds in 2018 sprake van de door de notaris aangedragen omstandigheden die voor vertraging in de afwikkeling zorgden. Toch duurde het nog tot september 2020 voordat de notaris wezenlijke veranderingen in haar kantoororganisatie doorvoerde.Daar komt nog bij dat uit het dossierverloop en de proceshouding van de notaris het de kamer niet is gebleken dat de notaris voldoende zelfinzicht heeft en de klachtwaardigheid van haar (gebrek aan) handelen inziet. De notaris heeft weliswaar zowel aan klagers als aan de kamer meerdere malen haar excuses aangeboden, maar heeft hierbij onvoldoende blijk gegeven van verantwoordelijkheidsgevoel. Er volgden na de excuses immers geen verbeteringen in het handelen van de notaris. De notaris heeft meerdere malen de kans gekregen om de door haar gemaakte fouten te herstellen, maar de notaris heeft deze kansen onvoldoende aangegrepen.De kamer verklaart de klacht gegrond en legt de notaris de maatregel van schorsing in het ambt voor de duur van twaalf weken op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:51 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/382695 KL RK 21-9

    Klaagster maakt terecht bezwaar tegen de tussentijdse wijziging van het medewerkerstarief, omdat dit zonder vooraankondiging was verhoogd. De factuur/berekening van het erfdeel van klaagster is op dit punt dan ook door de notaris gecorrigeerd. De notaris heeft ter zitting bovendien aannemelijk gemaakt dat de doorberekening van de tussentijdse tariefwijziging op een vergissing berustte, in die zin dat de verhoging volgende notaris terecht was maar dat deze niet zonder meer kon worden gehanteerd in de al lopende afwikkeling, en dat deze vergissing onmiddellijk na ontdekking is gecorrigeerd. De kamer ziet daarom ook op dit punt geen aanleiding voor een tuchtrechtelijk verwijt, te meer daar het tarief dat de notaris voor het overige in rekening heeft gebracht marktconform en niet exorbitant voorkomt.Ook overige klachtonderdelen over de afwikkeling van de nalatenschap treffen al met al geen doel.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:52 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/384589 KL RK 21-32

    De klacht is gedeeltelijk gegrond. De notaris heeft onduidelijkheid laten ontstaan over zijn rol bij de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater. Het was onduidelijk of de notaris zelf dingen mededeelde of dat deed namens de erfgenaam. De maatregel is een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:53 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/386280 KL RK 21-54 C/05/386281 KL RK 21-55

    De klacht is ongegrond. Gelet op het (gemotiveerde) verschil van mening tussen klaagster en de verkoper over het al dan niet gegronde beroep op de opschortende voorwaarde in de koopovereenkomst en de omstandigheid dat de notaris de waarborgsom blijkens de koopovereenkomst voor koper en verkoper gezamenlijk houdt, valt de notaris tuchtrechtelijk geen verwijt te maken van het niet op eerste verzoek van klaagster terug betalen van de waarborgsom.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:54 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/386222 KL RK 21-51

    Klaagster klaagt terecht dat de notaris haar benoeming tot executeur niet heeft aanvaard. Gelet op de inhoud van het testament en de wil van erflaatster had de notaris een andere invulling moeten geven aan de aan haar toebedeelde rol als toezichthouder.De tweede klacht is ook gegrond. De notaris had de leveringsakte niet mogen passeren zonder nader onderzoek te doen naar het grote verschil tussen de WOZ-waarde en de verkoopprijs. Klachtonderdeel 3 ongegrond en klachtonderdeel 4 is gegrond. De maatregel is een berisping.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:55 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/385856 KL RK 21-49

    De klacht is gedeeltelijk gegrond. Eerst na voldoende indringend doorvragen had de notaris zich een afgewogen oordeel kunnen vormen over de vraag of hij zijn ministerie kon verlenen. Om zich ervan te vergewissen of hij ministerie moest verlenen of weigeren, moest de notaris immers over voldoende informatie beschikken. Door het kennelijk onvoldoende doorvragen bij [Y] heeft de notaris zichzelf in de positie gebracht dat hij meewerkte aan een rechtshandeling waarvan hij onvoldoende kon beoordelen of die medewerking gerechtvaardigd was. De klacht is in zoverre gegrond. De notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:52 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/367804 KL RK 20-35

    Klaagster verwijt de oud-notaris garantiegelden, bestemd voor de stichting [F.] ten onrechte naar de bankrekening van [L.] te hebben overgemaakt. Klaagster heeft rekeningafschriften overgelegd waaruit blijkt dat de oud-notaris garantiegelden heeft overgemaakt aan [L.], in plaats van aan de stichting [F.] zelf. Het verwijt dat klaagster de oud-notaris maakt is daarom naar het oordeel van de kamer terecht. Klaagster kan in haar klacht worden ontvangen omdat zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij eerst in mei 2020 over de rekeningafschriften waarop de klacht gebaseerd is kon beschikken. Deze informatie moet daarom naar het oordeel van de kamer worden aangemerkt als een “redelijkerwijs nadien bekend geworden gevolg” in de zin van artikel 99 lid 21 Wna, zodat dit onderdeel van haar klacht - die binnen een jaar na het bij klaagster bekend worden van de rekeningafschriften bij klaagster is ingediend - ontvankelijk is. De notaris heeft door zijn handelen het beroep van de kopers op de garantieregeling feitelijk onmogelijk gemaakt en daarmee het vertrouwen in het notariaat ernstig geschaad. De oud-notaris is inmiddels echter bij wijze van tuchtmaatregel reeds uit zijn ambt ontzet. De hier op te leggen tuchtmaatregel blijft daarom beperkt tot een boete. De kamer acht een boete van € 10.000,00 gepast.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:48 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/383544 / KL RK 21-21

    Rol notaris bij zogenaamde warme grondhandel. Werkwijze notaris moet getoetst aan uitgangspunten zoals deze ten tijde van de transactie, dus eind 2019, geldig waren. In dit geval heeft de notaris niet in strijd met deze uitgangspunten heeft gehandeld. De kamer weegt daarbij mee dat klager voorafgaand aan de levering van de notaris een concept-akte met duidelijke waarschuwende tekst heeft ontvangen en deze conceptakte en waarschuwende tekst is door de kandidaat-notaris met klager op kantoor besproken, voordat klager de volmacht heeft ondertekend waarmee de akte van levering nadien is gepasseerd. Het was de eerste keer dat het kantoor van de notaris een transactie voor klager begeleidde en het was de eerste keer dat klager een speculatieve transactie afsloot, zo blijkt uit de aantekeningen die de kandidaat-notaris van het gesprek met klager gemaakt heeft. De prijsstijging die met de levering aan klager werd gerealiseerd was op zich zelf beschouwd op groede gronden verklaarbaar en tegelijk voor de notaris een gegeven, aangezien hij niet bij de voorafgaande transactie betrokken was. De kamer ziet daarom al met al geen aanknopingspunten de notaris een tuchtrechtelijk verwijt te maken van de wijze waarop de notaris in deze zaak, tegen de achtergrond van de destijds geldende uitgangspunten, invulling heeft gegeven aan zijn onderzoeks- en Belehrungsplicht en destijds geen doorslaggevende redenen heeft gezien zijn dienstverlening in deze zaak te weigeren. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:49 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/382700 / KL RK 21-10

    N otaris wordt berispt omdat hij zijn werkzaamheden in deze zaak heeft beperkt tot het uitvoeren van de opdracht van een schuldeiser van klaagster, te weten het opstellen en laten ondertekenen van een akte schuldbekentenis. De notaris heeft verzuimd in contact te treden met (de gemachtigde van) klaagster en bij die partij de van belang zijnde informatie in te winnen en te geven. Bij gebrek aan een gesprek met (de gemachtigde van) klaagster heeft de notaris niet vernomen dat (de gemachtigde van) klaagster de vorderingen van schuldeiser betwistte. Bijgevolg heeft de notaris (de gemachtigde van) klaagster er dus ook niet op gewezen dat hij met de ondertekening van de volmacht het verweer tegen de vordering prijsgaf. Ook is klaagster door de notaris niet geïnformeerd over de mogelijke gevolgen van executie van de akte van schuldbekentenis en ook niet op de mogelijkheid om juridisch advies in te winnen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:23 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/2

    De klacht van het BFT valt, kort gezegd, uiteen in de volgende klachtonderdelen. Het BFT verwijt de notaris dat hij heeft gehandeld in strijd met de Beleidsregel integere beroepsuitoefening (hierna: de Beleidsregel). Het BFT houdt de notaris mede verantwoordelijk voor de door de kandidaat-notaris gepasseerde akte van oprichting van [Y B.V.]. Deze akte mist authenticiteit. C. De notaris heeft zijn poortwachtersrol onvoldoende vervuld bij twee aandelenoverdrachten. Klachtonderdeel A wordt gegrond verklaard. De kamer is van oordeel dat artikel 1 van de Beleidsregel van toepassing is op de (inhoudelijke) samenwerking tussen de notaris en de uit het ambt ontzette oud-notaris, die als (enige) werknemer werkte voor [Y B.V.]. Zou dat niet het geval zijn, dan zou de werking van deze bepaling kunnen worden ontlopen door een ontzette notaris (telkens) als werknemer van een zelfstandige entiteit, niet zijnde een notariskantoor, samen te laten werken met een notaris. Daarmee zou de bepaling feitelijk nauwelijks tot geen betekenis hebben. Klachtonderdeel B wordt ongegrond verklaard. De kamer is van oordeel dat de notaris in de gegeven omstandigheden geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klachtonderdeel C wordt gegrond verklaard. Wat betreft de maatregeloplegging heeft de kamer overwogen dat - gezien de ernst van de verweten gedragingen en het feit dat een groot deel van de klachtonderdelen gegrond wordt verklaard - de optelsom zou kunnen zijn dat aan de notaris de zwaardere maatregel van berisping wordt opgelegd, maar daarvoor ziet de kamer te weinig grond. De notaris heeft blijk gegeven van inzicht in het verwijtbare van zijn handelen en nalaten ten aanzien van klachtonderdeel C. Hij heeft ook maatregelen getroffen ter verbetering van de naleving van zijn verplichtingen op grond van de Wwft. Zo heeft hij naar eigen zeggen zijn kantoorbeleid verbeterd en aangescherpt. In zijn verweerschrift heeft de notaris uitgebreid toegelicht op welke wijze hij dat heeft gedaan en heeft hij gewezen op een audit van zijn notariskantoor in november 2019, waarbij het kantoor “up to standards” werd bevonden. Daar komt bij dat de aan de notaris gemaakte verwijten betrekking hebben op het handelen/nalaten van de notaris in 2015, 2016 en 2017 en er sinds die tijd binnen het notariaat een behoorlijke ontwikkeling heeft plaatsgevonden in de bewustwording op het gebied van integere beroepsuitoefening en de Wwft. Verder weegt in het voordeel van de notaris mee dat hij een blanco tuchtrechtelijk verleden heeft. Gezien het vorenstaande acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden