Zoekresultaten 1381-1390 van de 3038 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2016:28 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2016/29

    Beoordeling wilsbekwaamheid bij verlenen volmacht door moeder (82) aan oudste dochter. Klaagster (jongere dochter) had na eerste contact van moeder met notaris telefonisch aan notaris meegedeeld dat moeder dementeerde, dat zij om die reden was opgenomen in een woonzorgcentrum, dat sprake was van zorgindicatie ZZP 5 en dat er tussen de vier dochters geen overeenstemming bestond over de vraag hoe de (financiële) belangen van moeder het beste zouden kunnen worden behartigd. In de gegeven omstandigheden had het op de weg van de notaris gelegen om nader onderzoek te (laten) verrichten naar de wilsbekwaamheid van moeder, bijvoorbeeld door navraag te doen naar het genoemde indicatiebesluit dat had geleid tot plaatsing in het woonzorgcentrum. Opmerking verdient dat niet is gesteld of gebleken dat er bij het verlenen van de volmacht sprake was van tijdsdruk die in de weg zou staan aan dergelijk onderzoek. Naar het oordeel van de kamer had het bovendien op de weg van de notaris gelegen om ervoor te zorgen dat hij moeder onder vier ogen zou spreken om zich er, meer dan hij heeft gedaan, van te vergewissen dat de besproken volmacht in overeenstemming was met haar wil en dat zij daarbij niet werd beïnvloed door anderen en zeker niet door de dochter die haar telkens vergezelde en aan wie de volmacht werd afgegeven. Dit geldt eens te meer nu de notaris wist dat de dochters het onderling niet eens waren over de betreffende volmacht. Nu de notaris geen nader onderzoek heeft verricht en hij moeder niet onder vier ogen heeft gesproken, is de kamer van oordeel dat hij niet de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder met betrekking tot het verlenen van de volmacht. Waarschuwing en besluit tot openbaarmaking van opgelegde maatregel.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2016:29 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2016/38

    Notaris heeft niet gereageerd op aangetekende brief van klager over dossier dat een jaar eerder was gesloten. Van een notaris mag worden verwacht dat hij kennis neemt van de inhoud van de aan hem gerichte correspondentie en daar zo nodig deugdelijk en tijdig op reageert. Dat de notaris de inhoud van de brief enkel voor kennisgeving heeft aangenomen en deze niet heeft beantwoord, acht de kamer in de gegeven (in de beslissing omschreven) omstandigheden van onvoldoende gewicht om dit onderdeel van de klacht gegrond te verklaren.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2016:30 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2016/34 en 35

    Openbare verkoop registergoederen. Hypotheekhoudster verkrijgt toestemming van de voorzieningenrechter om registergoederen zelf onderhands te kopen. Omdat klagers een deel van de door hypotheekhoudster gestelde vordering uitdrukkelijk hebben betwist, hebben zij de notaris vervolgens bij herhaling gevraagd de netto-opbrengst bij een bewaarder te storten totdat duidelijk was of deze opbrengst al dan niet volledig aan de hypotheekhoudster toekwam. Daarna heeft de voorzieningenrechter op verzoek van de hypotheekhoudster een goedkeurende verklaring afgegeven als bedoeld in 3:270 lid 3 BW en zijn de registergoederen aan de hypotheekhoudster geleverd onder verrekening van de koopsom “met de openstaande vordering die koper heeft op de rechthebbende”. Naar het oordeel van de kamer had de notaris niet “blind” mogen afgaan op de goedkeurende verklaring ex 3:270 lid 3 BW maar had hij in de gegeven omstandigheden ernstige redenen moeten hebben om te vermoeden dat de door de voorzieningenrechter afgelegde verklaring onjuist was. Vervolgens had de notaris, overeenkomstig het bepaalde bij 3:270 lid 4 BW, gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om de uitkering aan de hypotheekhoudster op te schorten totdat de in het derde lid van dat artikel aangewezen voorzieningenrechter op vordering van de meest gerede partij of op vordering van de notaris omtrent de uitkering had beslist. Dat de notaris, die immers ook de belangen van (de onderneming van) klagers als eigenaar van het te veilen goed diende te behartigen, daarvoor in de gegeven omstandigheden geen aanleiding heeft gezien, acht de kamer verwijtbaar. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat niet is gesteld of gebleken dat de hypotheekhoudster de koopprijs aan de notaris heeft betaald. De notaris heeft deze verrekend met de door de hypotheekhoudster gestelde vordering. Op grond van 3:270 lid 1 BW is de koper, waaronder ook de executerende hypotheekhoudster die als koper optreedt, echter gehouden de koopprijs te voldoen in handen van de notaris; bij een onderhandse verkoop dient de koopprijs te worden gestort op de derdengeldenrekening van de notaris die de akte heeft verleden. De hypotheekhoudster is de koopprijs immers verschuldigd aan de notaris, die deze koopsom niet ontvangt ten behoeve van de schuldenaar, maar ten behoeve van de gezamenlijke belanghebbenden. De notaris treedt hierbij niet op als vertegenwoordiger van de hypotheekhoudster, maar als openbaar ambtenaar. Daarom is er geen sprake van een “schuld jegens dezelfde wederpartij” zoals voor verrekening vereist op grond van artikel 6:127 BW. Aangezien niet de hypotheekhoudster maar de notaris de opbrengst verdeelt, heeft de hypotheekhoudster, zelfs al treedt hij bij de verkoop zélf op als koper, geen mogelijkheid tot verrekening. Waarschuwing voor zowel de notaris als de kandidaat-notaris die de akte als waarnemer van de notaris heeft gepasseerd. Klachtonderdeel m.b.t. toepassing verleggingsregeling ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:59 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden KL RK 16/71 en KL RK 16/80

    Gelet op de tegenstrijdige verklaringen van klager enerzijds en het gemotiveerde verweer van de notaris anderzijds, acht de kamer het onvoldoende aannemelijk geworden dat de notaris in juli 2006 niet heeft geadviseerd om de partner van klager een testament te laten opstellen. De kamer is met de notaris van oordeel dat het de verantwoordelijkheid van klager en zijn partner was om met de notaris hiervoor een afspraak te maken.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:60 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2016/512 t/m 512g en 16/515

    Beslissingen van de voorzitter van de kamer voor het notariaat tot schorsing van een kandidaat-notaris in diens hoedanigheid van waarnemer van een notarisambt. Beslissingen tot benoeming van een waarnemer. Bekrachtigingsbeslissing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:58 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/301547 / KL RK 16-48

    In de echtscheidingsprocedure van klager heeft de notaris, als bindend adviseur, een conceptafrekening opgesteld. Dit heeft de notaris gedaan zonder klager te raadplegen dan wel in staat te stellen zijn mening kenbaar te maken. In de conceptafrekening heeft de notaris vervolgens, zonder enige motivering het standpunt van een van de partijen gevolgd. Een standpunt waarvan de notaris ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft verklaard dat hij destijds twijfelde aan de juridische deugdelijkheid ervan. Gegeven die twijfel heeft de notaris vervolgens niets gedaan om zijn standpunt te heroverwegen of de afrekening te herzien. De notaris heeft onprofessioneel gehandeld. Verder is gebleken dat de notaris is tekortgeschoten in zijn communicatie met klager en diens advocaat. De kamer legt de notaris een berisping op. Daarbij neemt de kamer het volgende in aanmerking. De notaris heeft de belangen van klager in ernstige mate veronachtzaamd en van de onjuistheid van zijn handelen geen althans onvoldoende blijk heeft gegeven. De notaris heeft niet op een wijze gecommuniceerd en geïnformeerd als van een redelijk handelend en redelijk bekwaam notaris mocht worden verlangd. Tekenend is dat de notaris niet alleen klager en zijn advocaat geen informatie heeft verstrekt, maar in het kader van de klachtbehandelingen ook niet heeft gereageerd op verzoeken van de KNB en op de brief van de kamer om op de klacht te reageren, en dat de notaris ten slotte niet in staat bleek tijdig – hij was een half uur te laat – ter zitting van de kamer te verschijnen.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2016:34 Kamer voor het notariaat Den Haag 16-22

    De notaris wordt verweten dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van de akte van ruiling.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2016:35 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-22 15-51 15-53

    Klager heeft diverse klachten tegen de notarissen inzake de afwikkeling van de nalatenschap van zijn vader.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:54 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/303801 KL RK 16-55

    Levering en lening en kwijtschelding van de schenking van 1992 zijn schriftelijk vastgelegd met de akte van 18 december 1992. Het moge zo zijn dat het resterende deel in 1993 is kwijtgescholden maar van een schriftelijke vastlegging daarvan of enig ander bewijs van die schenking is niet gebleken. Nu niet is komen vast te staan dat de schenking is geëffectueerd voor het resterende gedeelte, kon de notaris daar dan ook niet vanuit gaan.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:55 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/306012 KL RK 16/86

    De octrooirechten waren reeds vervallen op het moment waarop deze door de notaris werden geveild. Naar het oordeel van de kamer had het op de weg van de notaris gelegen om vlak voor het veilen, tenminste op de dag voorafgaande aan de veiling, na te gaan of de octrooien bestonden. Hoe en waar de notaris dat nagaat of tot de slotsom komt dat hij bestaande zaken veilt, behoort tot de verantwoordelijkheid van de notaris. De kamer is dan ook van oordeel dat de notaris klachtwaardig heeft gehandeld met het veilen van niet meer bestaande octrooirechten. De notaris is met de opdracht om te veilen geen beheerder van de te veilen zaken, in dit geval de octrooirechten, geworden. Ook is niet gesteld of gebleken dat hij op andere wijze de taak of de plicht had om te inventariseren welke verplichtingen of aandachtspunten het beheer van octrooirechten met zich bracht.