Zoekresultaten 1331-1340 van de 3036 resultaten

  • ECLI:NL:TNORDHA:2017:6 Kamer voor het notariaat Den Haag 16-56

    Klaagster verwijt de notaris dat zij weigert om de resterende verkoopopbrengst naar klaagster over te maken.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2017:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 16-27

    Klager verwijt de notaris dat hij zonder rechtsgeldige titel de akte van levering van 28 januari 2015 heeft gepasseerd. De notaris heeft niet gehandeld zoals dat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam notaris mag worden verwacht.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2017:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2016/83

    Mondelinge uitspraak. Wrakingsverzoek van klagers gericht aan zowel de leden die een beslissing hebben genomen in een andere zaak van klager als ‘de kamer voor het ressort ’s-Hertogenbosch in zijn algemeen’. De kamer gaat hieraan voorbij, omdat klagers niet nader hebben geconcretiseerd of en tegen welk lid of welke leden van de onderhavige kamer het verzoek tot wraking is gericht. Klacht m.b.t. verkapte dienstweigering ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2017:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2016/51

    Contante betaling. Notaris verkeerde in de veronderstelling dat deel koopsom giraal was betaald. Mede gelet op de hoogte van de betaling had het op de weg van de notaris gelegen onderzoek te doen naar hoe en wanneer deze betaling is verricht. De enkele omstandigheid dat een dergelijk groot bedrag contant wordt betaald vraagt om een uitleg en derhalve nader onderzoek door de notaris naar de herkomst van het geld. Daar de notaris heeft verzuimd te onderzoeken hoe en wanneer de betaling is verricht, heeft hij daarmee het risico genomen dat hij heeft verzuimd de herkomst van het geld te onderzoeken. De notaris heeft daarmee in strijd gehandeld met artikel 3 Wwft.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2017:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/3, 4, 5, 6 en 7 Wraking

    Verzoek tot wraking afgewezen. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter - met wie een lid van de kamer voor het notariaat in dit verband gelijk kan worden gesteld - is uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een van partijen een vooringenomenheid koestert, althans dat bij die partij daarover bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Uit de stellingen van verzoeker volgt dat een aantal procedurebeslissingen van de plaatsvervangend voorzitter de aanleiding is geweest voor dit wrakingsverzoek. Procedurebeslissingen zijn beslissingen die een (plaatsvervangend) voorzitter van de kamer neemt in verband met de voortgang van de behandeling van een klacht of de behandeling van meerdere klachten tegelijk. Volgens vaste jurisprudentie leveren procedurebeslissingen in het algemeen geen grond voor wraking op. Dit is slechts anders indien een dergelijke beslissing zo onbegrijpelijk is dat daardoor de schijn van vooringenomenheid wordt gewekt. Daarvan is in het onderhavige geval op geen enkele wijze gebleken.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2017:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 613583/NT 16-56

    De kamer acht het onbegrijpelijk en ontoelaatbaar dat de notaris tot de onderhavige dienstverlening en het verlijden van de onderhavige akte is overgegaan. Een notaris behoort zich bewust te zijn van zijn bijzondere positie in het rechtsverkeer, die onder meer meebrengt dat hij in de vorm van authentieke akten documenten in het leven kan roepen die zonder rechterlijke toetsing ten uitvoer kunnen worden gelegd, ook jegens derden zoals cessionarissen. Dat is een zware verantwoordelijkheid, want hiermee kunnen mensen onder druk worden gezet terwijl een notaris zich er ook bewust van moet zijn dat sommigen hem zullen willen misbruiken voor een opzetje. De enkele overhandiging van een document als het onderhavige met het verzoek om notariële dienstverlening ertoe behoort te leiden, dat een notaris onmiddellijk en in feite zelfs zonder nadere vragen te hoeven stellen een dergelijke cliënt de deur wijst en zijn diensten weigert, terwijl het voorts tenminste de vraag is of de notaris dan niet onverwijld een melding van een ongebruikelijke transactie bij de FIU dient te verrichten. Schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van een maand.

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:6 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 2016/108

    Het is bijzonder laakbaar dat cruciale namen en/of voorwaarden zijn toegevoegd of gewijzigd in volmachten en dat daaruit voortvloeiende akten voor de notaris zijn verleden zonder dat hij zich er van heeft verzekerd dat deze toevoeging of wijziging in overeenstemming is met de wil van alle partijen. Daarmee heeft de notaris een kerntaak van het notariaat veronachtzaamd. Ook de in dit geval daarmee samenhangende omstandigheid dat anderen dan de eigen medewerkers actief meewerken op het kantoor van de notaris is niet toelaatbaar. Dat daarbij niet gebleken is van een samenspannen of samenwerken met [ C ] en diens activiteiten maakt dat niet anders. De kamer ziet in het geheel van de omstandigheden aanleiding om over te gaan tot het opleggen van de tuchtmaatregel van de schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van een maand.

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/307902 KL RK 16-96

    Notaris had in deze zaak (nader) dienen te onderzoeken of ten tijde van het passeren van de akte al dan niet aan de voorwaarden van het voorkeursrecht voldaan was. Maatregel berisping noodzakelijk. Mede gezien aanzienlijke gevolgen van bedoelde nalatigheid. Dit wordt des te meer verwijtbaar geoordeeld nu de notaris de naleving van het voorkeursrecht bij akte gegarandeerd heeft.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2017:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2016/24

    Hebben personen die de erflater als versterferfgenaam stilzwijgend heeft onterfd maar aan wie wel een geldbedrag is gelegateerd, recht op een uittreksel van het testament dat naast het legaat óók de erfstellingen omvat? Ingevolge artikel 49 lid 1 Wna geeft de notaris afschriften dan wel uittreksels af aan degenen die een recht ontlenen aan de akte. Ingevolge artikel 49 lid 2 Wna wordt onder “degene die een recht ontleent aan een akte” begrepen “degene die door een uiterste wilsbeschikking een erfrechtelijke aanspraak heeft verloren”. Dat is hier het geval. Klager is door het testament immers niet langer versterferfgenaam. Daarbij geldt de restrictie “doch slechts ten aanzien van het desbetreffende onderdeel van die wilsbeschikking”. Vervolgens is de vraag of het uittreksel ook de erfstellingen omvat. In de literatuur zijn de meningen hierover verdeeld. Sommige schrijvers beantwoorden deze vraag bevestigend, zoals de hiervoor door klager aangehaalde auteur (pagina’s 218-219 van De Notariswet, auteur J.C.H. Melis, bewerkt door B.C.M. Waaijer). Daar staat tegenover dat andere schrijvers deze vraag voor de onterfde erfgenaam ontkennend beantwoorden, in welk verband de kamer verwijst naar Asser/Perrick, 4, 2013/424. De kamer maakt daarbij de kanttekening dat niet duidelijk is of deze zienswijze ook geldt voor een onterfde erfgenaam die wél een legaat krijgt. Nu in de literatuur verschillend wordt gedacht over de vraag of het uittreksel ook de erfstellingen omvat, kan niet worden gezegd dat de notaris op dit punt tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Het klachtonderdeel dat betrekking heeft op de voorbereiding van de notaris op het gesprek met klager is gegrond. Van een notaris mag worden verwacht dat hij de eerder door klager toegezonden brief voor de aanvang van het gesprek met klager had gelezen. Geen maatregel. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2017:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2016/19

    Klacht ongegrond.