Zoekresultaten 1301-1310 van de 3036 resultaten

  • ECLI:NL:TNORAMS:2017:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 615225/NT 16-62 615227/NT 16-63

    Klacht ongegrond. Geen sprake van schending notariële zorgplicht van de notaris die als veilingnotaris optrad en volgens klagers haar diensten had moeten weigeren. Geen sprake van door klagers gestelde (schijn van) partijdigheid.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2017:11 Kamer voor het notariaat Amsterdam 615147 / NT RK 16/60

    Een notaris kan niet per definitie worden aangemerkt als partijadviseur door het enkele feit dat vennootschap partij was bij de door haar gepasseerde akte. Op de notaris rustte, dan ook niet de verplichting om aan belanghebbenden tijdig kenbaar te maken dat zij in die hoedanigheid zou optreden.De enkele omstandigheid dat een advocaat, werkzaam op het kantoor van de notaris, is opgetreden voor een van partijen is onvoldoende om aan te nemen dat daarmee ook de notaris als partijadviseur is opgetreden voor die partij. Uit de brief van de notaris aan de gemachtigde van klaagster volgt dat de aandeelhoudersovereenkomst in overweging is genomen en dat de notaris er op heeft gewezen dat in het onderhavige geval sprake is van een aandelenoverdracht aan een zogeheten ‘Affiliate’ waardoor het aan klaagster toekomende ‘right of first refusal’ en de ‘tag-along provisions’ niet van toepassing zijn. Op basis van de aan de notaris kenbare feiten was er onvoldoende aanleiding tot twijfel dat de rechten van klaagster een beletsel vormden voor de aandelenoverdracht. De notaris heeft dan ook op goede gronden kunnen komen tot het verlenen van ministerie.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2017:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 620311/NT 16-82 O

    Het eerste klachtonderdeel is gegrond. De notaris had ook de afwikkeling van het samenlevingscontract moeten betrekken bij de afwikkeling van de verkoop en levering van de woning. Klager bestrijdt dat hij door de notaris op haar kantoor zou zijn uitgenodigd. Zijn advocate heeft klager in een e-mailbericht laten weten dat zij niet door de notaris te woord is gestaan en ook geen medewerker van het kantoor haar uitvoerig uitleg heeft gegeven. Aangezien de notaris geen schriftelijke bevestiging heeft kunnen overleggen van een gesprek dat zij of een van haar medewerkers met de advocate van klager heeft gevoerd, wordt ook het tweede klachtonderdeel gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2017:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 616731/NT 16-70 Th

    Klacht ongegrond. Van een belangenverstrengeling is de kamer niet gebleken. Voor zover klager met het weigeren van inzage in de onderliggende documenten bedoelt het niet verstrekken van de NAW-gegevens van de medewerkster van de notaris die als gevolmachtigde van de andere partij bij het passeren van de leveringsakte aanwezig was, oordeelt de kamer dat de notaris terecht deze gegevens niet heeft verstrekt, omdat dit in strijd zou zijn met de privacy van deze medewerkster. De kamer merkt op dat het te doen gebruikelijk is dat medewerkers van een notariskantoor als gevolmachtigde van een partij bij de akte optreden.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2017:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 616293/NT 16-66 TH

    Klaagster stelt – samengevat – dat de kandidaat-notaris niet aan zijn zorgplicht heeft voldaan door het nalaten van het zetten van zijn handtekening onder de notarisverklaring in het afschrift van de hypotheekakte. Het is gebruikelijk dat de notaris na het passeren van de hypotheekakte een zogenaamde notarisverklaring aan de hypotheekhouder zendt, waarin hij verklaart over - kort gezegd – de door hem verrichte werkzaamheden. Dat gebeurt aan de hand van een standaardtekst, die wordt geplaatst onderaan een door de notaris afgegeven afschrift van de hypotheekakte. De inhoud moet worden gezien als een schriftelijke bevestiging van het hebben voldaan aan de zorgplicht die de notaris ten aanzien van het passeren van de hypotheekakte heeft. In het onderhavige geval heeft de kandidaat-notaris vergeten deze notarisverklaring te ondertekenen. Dat is echter naar het oordeel van de kamer niet een zodanige fout, dat deze tuchtrechtelijk laakbaar moet worden geacht. Het zetten van de handtekening onder de notarisverklaring is immers geen vereiste voor het geldig tot stand komen van een hypotheekrecht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden KL RK 16-127

    In het onderhavige geval bestond onder meer gezien de hoge leeftijd van erflaatster en de onderbewindstelling van haar vermogen, aanleiding om de geestesgesteldheid van erflaatster extra zorgvuldig te onderzoeken. Blijkens het verweer van de notaris heeft zij dit gedaan door met erflaatster twee lange gesprekken met een maand ertussen te voeren. Tevens deed zij dit door tijdens het tweede gesprek twee medewerkers van kantoor als getuigen te laten optreden, deze bij het gesprek met erflaatster te betrekken en naar hun oordeel te vragen, nadat erflaatster nog een keer in eigen woorden had verteld welke wijziging zij in haar testament wilde aanbrengen. De notaris heeft naar het oordeel van de kamer voldoende kunnen onderbouwen hoe zij vervolgens tot de overtuiging is gekomen dat erflaatster haar wil kon bepalen.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2017:9 Kamer voor het notariaat Den Haag 16-69

    De klacht bestaat – samengevat – uit de volgende onderdelen: 1. de notaris is niet onafhankelijk geweest in haar taak als notaris; 2. de notaris is niet correct en volledig geweest in haar informatieverstrekking aan klagers als erfgenamen; 3. de notaris is niet bereid geweest om in te gaan op de voor klagers zo belangrijke vraag omtrent haar (vermoedelijke) betrokkenheid bij het onderzoek met betrekking tot het al dan niet wilsbekwaam verklaren van erflaatster ten gunste van de volmacht van haar cliënt [C]; 4. de notaris heeft geen antwoord willen geven op de vraag of er sprake was van een (vriendschappelijke) relatie met haar cliënte [B]; 5. de notaris heeft zich in de procedure ten onrechte voorgedaan als een functionaris die uiterste termijnen bepaalt, selectief omgaat omtrent de rechten en plichten en ook doet voorkomen alsof de wet bepaald heeft dat een verklaring van erfrecht voor een ieder verplicht is; 6. de notaris heeft geweigerd een standpunt in te nemen over, dan wel haar conclusies te trekken waar het de waarschuwingen betreft over haar cliënten [B] en [C]; 7. de notaris heeft klagers op het verkeerde been gezet waar het concreet gaat om het wel of niet tot stand komen van de verklaring van erfrecht.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2017:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2016/123 SHE/2016/124

    Verzoek tot wraking van twee notarisleden, die in dezelfde gemeente gevestigd zijn als de kandidaat-notaris die om ontheffing van maximale waarnemingstermijn heeft gevraagd ex art. 29, lid 4, Wna. Wettelijk kader van dergelijk verzoek. Hoewel de wrakingskamer geen aanleiding heeft om te twijfelen aan de persoonlijke instelling van de twee notarisleden en aangenomen wordt dat zij, zoals zij hebben gesteld, als ondernemer (voor een belangrijk deel) een ander marktsegment bedienen dan de kandidaat-notaris, gaat de wrakingskamer er vanuit dat beide kantoren zich richten op cliënten uit dezelfde gemeente en regio. De kandidaat-notaris heeft onweersproken gesteld dat zijn kantoor een grote speler is op de aanbodmarkt voor notariële diensten in de betreffende regio, zodat geenszins kan worden uitgesloten dat de kandidaat-notaris en de notarisleden in “dezelfde vijver vissen”. De wrakingskamer acht de door de kandidaat-notaris geuite vrees dat de eigen (commerciële) belangen van de notarisleden enige rol zouden kunnen spelen bij de beoordeling van zijn ontheffingsverzoek dan ook objectief gerechtvaardigd, waarbij mede in aanmerking wordt genomen dat hij onweersproken heeft gesteld dat de notarisleden eerder een afwijzende beslissing hebben gegeven naar aanleiding zijn vorige soortgelijke verzoek. Nu iedere schijn van partijdigheid of vooringenomenheid dient te worden vermeden, worden de verzoeken tot wraking toegewezen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:10 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden KL RK 16 - 143

    Gezien de omstandigheden was naar het oordeel van de kamer extra voorzichtigheid van de zijde van de notaris geboden. Een belangrijk aspect van deze voorzichtigheid is het nemen van voldoende tijd om na te gaan of een cliënt consistent is in zijn tegenover de notaris geuite wens. Op de vraag van de kamer aan de notaris tijdens de mondelinge behandeling van de klacht om welke reden het levenstestament nog op dezelfde dag is herroepen, heeft de notaris geantwoord dat dit de uitdrukkelijke wens van [A] was en dat het bovendien een eenvoudige handeling betrof. De kamer is van oordeel dat de wens van [A] en de relatieve eenvoud van het intrekken van een volmacht gelet op de hierboven vermelde omstandigheden niet zwaarwegend genoeg waren om nog dezelfde dag tot intrekking van de volmacht over te gaan.

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:9 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden KL RK 16-144 en KL RK 16-145

    De rectificatieakte had als doel om het aantal in de ruilakte vermelde centiare tuingrond in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Van een rectificatieakte vanwege een fout van de notaris die moest worden rechtgezet, was daarmee geen sprake. De omstandigheid dat de feitelijke situatie bij de uitmeting een andere bleek te zijn dan in de akten was opgenomen, is de notaris niet aan te rekenen. Het is in het notariaat gebruikelijk om verrichte werkzaamheden in rekening te brengen, ondanks dat deze niet hebben geresulteerd in een gepasseerde akte. De keuze van partijen om de akte uiteindelijk niet te tekenen, doet niet af aan het feit dat de notaris tijd heeft besteed aan het opstellen van een conceptakte.