Zoekresultaten 1231-1240 van de 3036 resultaten
-
ECLI:NL:TNORDHA:2017:24 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-31
- Datum publicatie: 06-11-2017
- Datum uitspraak: 25-10-2017
- ECLI:NL:TNORDHA:2017:24
Op 29 maart 2015 heeft klaagster de notaris per e-mail bericht dat [G] een oplichter is. Desondanks heeft de notaris toch de akten gepasseerd. De notaris was op de hoogte van frauduleus handelen. Zij heeft de zorgvuldigheidseisen geschonden
-
ECLI:NL:TNORARL:2017:51 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/323758 KL RK 17-100 en C/05/323787 KL RK 17-101
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 18-10-2017
- ECLI:NL:TNORARL:2017:51
De kandidaat-notaris heeft met de brief en het toezenden daarvan aan de andere erfgenamen onvoldoende acht geslagen op de nadrukkelijke wens van klaagster om dit alleen mondeling bij moeder aan de orde te stellen. Het gestelde dat het volgens de kandidaat-notaris om zaken gaat die de nalatenschap betreffen maakt dit niet anders. Het was aan de kandidaat-notaris geweest om dit eerst met klaagster te bepreken. Klaagster had op dat moment haar verzoek nog kunnen intrekken.
-
ECLI:NL:TNORARL:2017:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/322280 KL RK 17-77
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 18-10-2017
- ECLI:NL:TNORARL:2017:44
De notaris heeft ten onrechte nagelaten het nodige te onderzoeken en vast te leggen met betrekking tot koper, verkoper en de gevolmachtigde. De toelichting van de notaris ter zitting dat verkoper hem bekend was brengt daar geen wijziging in. Daarnaast heeft klager terecht gewezen op de poortwachtersrol die de notaris heeft. De hoogte van de koopsom van € 1,= alleen al had moeten leiden tot een volstrekt andere houding en werkwijze.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:33 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/628222 / NT RK 17/42 (Th)
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 19-11-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:33
De kamer rekent de notaris niet alleen het laten ontstaan van een negatieve bewaringspositie zwaar aan, maar ook dat hij het tekort niet terstond heeft aangevuld en kennelijk heeft laten afhangen van een betaling van een declaratie. Voorts blijkt uit het verweer van de notaris dat ook in de maanden juli, augustus en oktober telkens aan het eind van de maand sprake is geweest van een negatieve bewaringspositie, waarvan de notaris naar eigen zeggen steeds niet op de hoogte is geweest. In zoverre kan niet gezegd worden dat sprake is van een incident. Op zichzelf beschouwd zou dit het opleggen van de maatregel van ontzetting uit het ambt kunnen rechtvaardigen. De kamer is evenwel van oordeel dat het opleggen van deze maatregel aan de notaris in het onderhavige geval te ver voert. De kamer acht namelijk aannemelijk dat bedoelde maandelijkse negatieve bewaringsposities vooral veroorzaakt zijn door een onhandige timing in de betalingen. Voorts staat vast dat de negatieve bewaringsposities niet het gevolg zijn van overboekingen te eigen bate en evenmin van excessieve uitgaven. Ook neemt de kamer in ogenschouw de over het algemeen relatief geringe omvang en korte duur van de tekorten en de serieuze maatregelen die de notaris heeft genomen om herhaling te voorkomen, zoals wekelijkse monitoring van de bewaringspositie, controle bij elke kantooruitgave en een stringenter incassobeleid. Het hiervoor overwogene in aanmerking genomen, acht de kamer het passend en geboden dat de notaris wordt opgelegd de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee maanden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:30 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/625950 / NT 17-28 O
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 24-08-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:30
Uit de stukken van het dossier alsmede uit het verhandelde ter zitting is immers gebleken dat met klaagster en verkoper is gesproken over de mogelijkheid dat de notaris het courtagebedrag zou achterhouden, maar dat het niet tot een depotovereenkomst is gekomen omdat verkoper herhaaldelijk weigerde hieraan mee te werken. De notaris heeft ter zitting verklaard dat zij ook geen functie had met betrekking tot de makelaarsovereenkomst tussen opdrachtgever en klaagster. In de algemene voorwaarden van het notariskantoor is niet opgenomen dat de makelaarskosten dienen te worden voldaan uit de nota van afrekening, aldus de notaris. Het is een goed en praktisch gebruik dat de courtage zo betaald wordt maar een mogelijkheid om deze service ten behoeve van de makelaar te bieden als de verkoper dit pertinent weigert heeft zij niet, aldus de notaris. De kamer volgt de notaris in dit standpunt: de koopsom die de koper op de rekening van de notaris stort, komt toe aan de verkoper en de notaris is gehouden de koopsom, met uitzondering van de afdracht aan de hypotheekhouder die noodzakelijk is voor de doorhaling van de hypotheek, door te betalen aan de verkoper. De notaris heeft dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de gehele koopsom aan de verkoper uit te keren.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:31 Kamer voor het notariaat Amsterdam 593218 / NT 15-56 O
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 05-10-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:31
De stellingen van het BFT met betrekking tot het eerste klachtonderdeel staan, als niet betwist, vast. Dit leidt tot de conclusie dat de notaris in strijd heeft gehandeld met artikel 23 Wna jo artikel 2 Administratieverordening en artikel 3 van het Reglement Verslagstaten 2010. Het verweer van de notaris dat hij sinds 2012 niet meer aan het dagelijks bestuur van het notariskantoor deelnam, ontslaat hem niet van zijn eigen verantwoordelijkheid. Het verwijt dat de notarissen niet adequaat hebben gehandeld, treft immers ook hem. De notaris is (mede) verantwoordelijk voor de financiële administratie van het notariskantoor en het had dan ook op zijn weg gelegen om onverwijld maatregelen te treffen, dan wel erop toe te zien dat deze door zijn kantoorgenoten werden genomen, teneinde het liquiditeits- en vermogenstekort terug te dringen. Dit klachtonderdeel is dan ook gegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:32 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/621372 / NT 16-86 O
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 05-10-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:32
Naar ter zitting is gebleken doelt klaagster zowel met het eerste als het tweede klachtonderdeel op de - volgens klaagster – onjuiste conceptleveringsakte(n). Niet in geschil is immers dat de definitieve leveringsakte juist is. Uit die akte blijkt ook dat de notaris zich door beide partijen deugdelijk en voldoende heeft laten inlichten, gelet op de ongebruikelijk uitvoerige considerans en de uitdrukkelijke verwijzing naar de beide vonnissen van de rechtbank Noord-Holland. De kamer acht het standpunt van de notaris betreffende het royement van het hypotheekrecht voorts juist. Aangezien de notaris over een getekende volmacht tot royement van de ex-echtgenote van [A] beschikte kon hij overgaan tot het passeren van de leveringsakte. Van onzorgvuldige bestudering dan wel het onvoldoende verifiëren door de notaris van de betreffende gegevens is de kamer niet gebleken. In het proces dat tot de leveringsakte heeft geleid heeft de notaris dan ook niet verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TNORARL:2017:43 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL?2017/518
- Datum publicatie: 20-10-2017
- Datum uitspraak: 13-10-2017
- ECLI:NL:TNORARL:2017:43
Verzoek tot herziening van een wrakingsbeslissing. Herziening van een uitspraak is een buitengewoon rechtsmiddel. Artikel 515 lid 5 WvSv, welk voorschrift ingevolge artikel 100 Wna op verzoeken tot wraking van leden van de kamer voor het notariaat van overeenkomstige toepassing is, bepaalt dat tegen een beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel openstaat. Dat betekent dat er geen mogelijkheid bestaat om herziening te vragen van een beslissing op een verzoek tot wraking. De kamer is daarom onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot herziening van de beslissing van de wrakingskamer.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2017:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/62
- Datum publicatie: 18-10-2017
- Datum uitspraak: 18-09-2017
- ECLI:NL:TNORSHE:2017:19
Afwikkeling nalatenschap door notaris die als executeur was aangesteld. Na beneficiaire aanvaarding heeft hij zijn werkzaamheden als executeur voortgezet en als zodanig aan de erfgenamen in rekening gebracht. Nu niet is gesteld of gebleken dat de notaris na de beneficiaire aanvaarding in zijn hoedanigheid van executeur een ruimschoots toereikend verklaring heeft afgegeven, is de kamer van oordeel dat aangenomen moet worden dat zijn taak als executeur als gevolg van de beneficiaire aanvaarding is geëindigd. In de gegeven omstandigheden had het vervolgens op zijn weg gelegen om de erfgenamen te informeren over de gewijzigde situatie en (de gevolgen van) art. 4:149, lid 1 onder d en 4:202 BW. Vast staat dat hij dat niet heeft gedaan, als gevolg waarvan onduidelijkheid heeft kunnen ontstaan over de hoedanigheid waarin hij zijn werkzaamheden heeft voortgezet. Bovendien heeft de notaris verzuimd daarover alsnog duidelijkheid te verschaffen toen (de advocaat van) klager dat aan hem vroeg; in zijn mailberichten heeft de notaris achtereenvolgens vermeld dat hij optrad als executeur, als boedelnotaris, als vereffenaar, dan wel als boedelnotaris c.q. zaakwaarnemer, waarbij de kamer mede in aanmerking neemt dat hij een honorarium in rekening heeft gebracht ter grootte van 2/3e deel van het saldo van de nalatenschap. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:27 Kamer voor het notariaat Amsterdam 632883/NT 17-57
- Datum publicatie: 11-10-2017
- Datum uitspraak: 29-08-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:27
De vraag die de kamer dan ook dient te beantwoorden is of herziening kan worden gevraagd van de wrakingsbeslissing. De kamer is van oordeel dat een dergelijk verzoek niet kan worden ontvangen. Aan toepassing van het middel van herziening moeten zware eisen worden gesteld. Een herzieningsverzoek kan slechts leiden tot aantasting van een onherroepelijke einduitspraak op de grond dat op basis van nauwkeurig omschreven feiten of omstandigheden, die dateren van vóór de uitspraak maar daarvoor niet bekend waren of redelijkerwijs bekend konden zijn aan degene die herziening wenst en die het ernstige vermoeden rechtvaardigen dat de tuchtrechter tot een andere eindbeslissing zou zijn gekomen indien zij vóór de uitspraak bij de tuchtrechter bekend zouden zijn geweest. Het herzieningsverzoek kan dan ook geen betrekking hebben op een incidentele beslissing zoals de wrakingsbeslissing. Immers, zelfs indien de vordering tot herziening van de wrakingsbeslissing zou slagen, tast dat de eindbeslissing, die inmiddels onherroepelijk is geworden, niet aan.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 123
- Pagina: 124
- Pagina: 125
- ...
- Pagina: 304
- Volgende pagina zoekresultaten