Zoekresultaten 2041-2050 van de 3501 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7507
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 05-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:192
Klager is kennelijk-niet ontvankelijk in zijn klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft in 2015 een artikel gepubliceerd over de ziekte van Morgellon. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager, gediagnosticeerd met de ziekte van Morgellon, verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met deze aandoening. Het college is van oordeel dat klager rechtstreeks belanghebbende is, maar dat het handelen niet valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht. De dermatoloog geeft in het artikel een feitelijke samenvatting van de onder dermatologen heersende visie over de ziekte van Morgellon en de inhoud van het artikel wordt gesteund door wetenschappelijke bevindingen van diverse bronnen. Er is dan ook geen sprake van handelen dat in strijd is met wat van een behoorlijk beroepsbeoefenaar mag worden verwacht.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:114 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-460/DB/OB 25-461/DB/OB
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 05-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:114
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een erfrechtelijk geschil. Niet gebleken waarom het verzetschrift dat verweerder heeft opgesteld en klaagster heeft goedgekeurd onjuist zou zijn. Klaagster heeft vervolgens eenzijdig het contact afgehouden. Het stond verweerder vrij vervolgens zijn werkzaamheden neer te leggen. Niet gebleken dat er een maximumbedrag is afgesproken. Niet gebleken dat verweerder bemiddelingspogingen heeft gefrustreerd. Het stond verweerder vrij om een artikel te schrijven over het onderwerp dat in de verzetprocedure speelde, waarbij is verwezen naar de geanonimiseerde versie van de beschikking in klaagsters zaak. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7537
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 05-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:193
Gegronde klacht tegen een dermatoloog. Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld. Het college is van oordeel dat de klacht gegrond is. Klager is door zijn huisarts doorverwezen wegens het vermoeden van lepra, omdat hij soortgelijke symptomen had als twintig jaar eerder toen bij hem lepra was vastgesteld. Bij het onder die omstandigheden uitsluiten van een diagnose mag verdergaand onderzoek worden verlangd, in het bijzonder omdat uitstel van behandeling voor de patiënt onherstelbare schade kan opleveren. Het is begrijpelijk dat de dermatoloog over onvoldoende ervaring beschikt om de diagnose lepra te kunnen uitsluiten, dan mag worden verwacht dat hij zou overleggen met of verwijzen naar een collega met ervaring in de diagnostiek van lepra. Berisping. Publicatie.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:143 Hof van Discipline 's Gravenhage 250037W
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 01-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:143
Bij het hof is een zaak van verzoekers aanhangig. Deze zaak is op 13 juni 2025 op een zitting van het hof behandeld. Op 6 juli 2025 hebben verzoekers een verzoek tot wraking van de leden van de behandelende kamer ingediend omdat zij vinden dat er tijdens de zitting sprake was van de schijn van partijdigheid. Verzoekers stellen dat zij niet de kans kregen om hun standpunt goed toe te lichten. De feiten en omstandigheden, die verzoekers aanleiding hebben gegeven de leden van het hof te wraken, hebben zich voorgedaan tijdens de zitting van het hof van 13 juni 2025. Verzoekers waren daarmee dus tijdens de zitting al bekend. Gelet op artikel 2.1 van het Wrakingsprotocol dient een wrakingsverzoek gedaan te worden, zodra de verzoeker met die feiten of omstandigheden bekend is. Dat betekent in dit geval meteen ter zitting (in die mogelijkheid voorziet het Wrakingsprotocol ook) óf zo spoedig mogelijk na afloop van die zitting. Dat het op schrift stellen en onderbouwen van de wrakingsgronden enkele dagen kan vergen, valt te billijken. De door verzoekers in dit geval genomen tijd voor het indienen van hun wrakingsverzoek - 23 dagen - is echter niet meer op te vatten als zo spoedig als mogelijk na de zitting. Verzoekers hebben erop gewezen dat zij, omdat zij dakloos zijn, niet de hele tijd over internet beschikken. Daarom konden zij het verzoek niet eerder indienen. Het hof is van oordeel dat in deze omstandigheid geen rechtvaardiging is gelegen voor het ruim drie weken na de zitting indienen van het wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek is dan ook te laat ingediend en zal om die reden niet verder inhoudelijk worden beoordeeld. Het zal kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:115 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-210/DB/ZWB
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:115
Raadsbeslissing. Vast staat dat verweerder in een periode van drie maanden veertien brieven (per post en/of per e-mail) aan klaagster heeft gestuurd. De frequentie, de inhoud en de toonzetting van verweerders correspondentie aan klaagster zijn naar het oordeel van de raad zodanig dreigend van aard, dat de raad goed voorstelbaar acht dat klaagster verweerders correspondentie als intimiderend heeft ervaren. In de brieven van 25 mei 2024 tot en met 25 juli 2024 heeft verweerder klaagster aangeschreven als op te roepen getuige. Of en in hoeverre het handelen van verweerder in strijd komt met het bepaalde in gedragsregel 22 ligt niet ter beoordeling voor, nu klaagster niet over schending van gedragsregel 22 heeft geklaagd. Hoe dan ook past het een advocaat evenwel niet om een potentiële getuige zo onder druk te zetten. Gezien de inhoud van de e-mails van 25 en 30 juli 2024 is klaagster vanaf eind juli 2024 in de verhouding tot verweerder niet meer (alleen) een potentieel op te roepen getuige, maar is zij in de visie van verweerder kennelijk (ook) wederpartij van verweerders cliënten geworden. Verweerder heeft klaagster, nadat hij haar herhaaldelijk een getuigenverhoor in het vooruitzicht had gesteld, in diverse e-mailberichten duidelijk gemaakt dat hij op verschillende vlakken tegen haar zou (kunnen) gaan optreden en welke nadelige consequenties de kwestie voor haar zou (kunnen) hebben. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder daarmee de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid, overschreden. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7538
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 05-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:194
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager verwijt de arts dat zij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld. Het college is van oordeel dat het onderzoek van de arts, mede gezien haar beperkte kennis van de dermatologie, voldoende is geweest. De arts heeft haar bevindingen telefonisch met haar supervisor besproken en heeft het door haar supervisor geadviseerde beleid – terugverwijzen naar de huisarts voor een verwijzing naar een neuroloog – opgevolgd. Daarmee heeft de arts, in haar rol als arts niet in opleiding tot specialist, zorgvuldig gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:116 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-051/DB/LI
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:116
Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:25 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/432062 KL RK 24-21 C/05/432080 KL RK 24-22 C/05/432082 KL RK 24-23
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 18-07-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:25
Klaagster heeft vragen gesteld over de wilsbekwaamheid van haar vader bij het wijzigen van zijn levenstestament. De kamer is van oordeel dat de notaris zich onvoldoende heeft verantwoord over de wijze waarop het levenstestament van de vader van klaagster tot stand is gekomen. Hij heeft onvoldoende concrete informatie verstrekt en zich, door niet te verschijnen op de mondelinge behandeling, onttrokken aan de mogelijkheid voor de kamer om hem hierover te bevragen. De kamer vindt dat de notaris onvoldoende blijk heeft gegeven van een professionele houding zoals die van een notaris in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht. Het tuchtrecht is een onlosmakelijk onderdeel van het uitoefenen van het ambt van notaris en van de notaris mag worden verwacht dat hij zich op professionele en zakelijke wijze verantwoordt over een klacht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7679
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 01-08-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:97
Klacht tegen intensivist kennelijk ongegrond. Het betreft een klacht van nabestaanden van een patiënt die met COVID-19 ARDS was opgenomen op de intensive care. Na verschillende complicaties is de toestand van patiënt steeds verder verslechterd. Uiteindelijk is geconstateerd dat er geen verdere behandelmogelijkheden waren en is de behandeling van patiënt gestaakt. De klacht heeft betrekking op het staken van de behandeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:112 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-332/DB/ZWB
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 05-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:112
Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege misbruik van recht.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 204
- Pagina: 205
- Pagina: 206
- ...
- Pagina: 351
- Volgende pagina zoekresultaten