Zoekresultaten 1091-1100 van de 5929 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8641

    Kennelijk ongegronde klacht van klager tegen een anios bedrijfsgeneeskunde. Klager verwijt de arts onder meer dat zij niet bevoegd was om te oordelen over zijn ziekte in relatie tot het werk, niet onpartijdig en oppervlakkig heeft gehandeld, onvoldoende over haar titel heeft geïnformeerd en de gezondheid van klager niet vooropgesteld heeft. Het college stelt vast dat verweerster als anios bedrijfsgeneeskunde onder een voldoende geborgde supervisieconstructie werkzaam was met een geregistreerd bedrijfsarts als eindverantwoordelijke. Verder blijkt uit het medisch dossier dat verweerster uitvoerig onderzoek heeft verricht en zorgvuldig opbouwende adviezen heeft gegeven met aandacht voor de beperkingen van klager. Daarnaast heeft verweerster zich steeds als arts voorgesteld en ondertekend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:78 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-122/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civielrechtelijk geschil. Klager 1 is kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. De klacht van klagers 2 en 3 is kennelijk ongegrond. Geen sprake van een pressiemiddel of het bewust verschaffen van onjuiste informatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:77 Raad van Discipline Amsterdam 26-233/A/RO/W 26-248/A/DH/W 26-249/A/RO/W

    Wrakingsbeslissing in drie zaken kennelijk niet-ontvankelijk en kennelijk ongegrond met misbruikbepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:72 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-078/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht grotendeels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Klacht over het versturen van brieven door verweerders kantoorgenoot kan hem niet worden aangerekend. Klacht in zoverre kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:79 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-123/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens strijd met de beginselen van een behoorlijke tuchtprocesorde.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:73 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-084/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:105 Hof van Discipline 's Gravenhage 250376

    Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Het is vaste jurisprudentie van het hof dat bezwaren over (de uitvoering van) het dekenonderzoek en/of de dekenvisie door een klager dienen te worden ingebracht in de procedure bij de raad van discipline die de klacht behandelt waarop het dekenonderzoek en het dekenstandpunt betrekking hebben. Dat is de geëigende route en niet, zoals klaagster heeft gedaan, een klacht indienen over verweerster. Daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9752

    Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:106 Hof van Discipline 's Gravenhage 250311D

    De deken heeft een dekenbezwaar ingediend tegen verweerster. De raad heeft bij tussenbeslissing een vooronderzoek gelast. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond en legt aan verweerster de maatregel van schrapping op. In hoger beroep oordeelt het hof dat de resultaten van het vooronderzoek deels niet als juist kunnen worden aanvaard, omdat deze niet berusten op een deugdelijke grondslag. Een deel van bevindingen van het vooronderzoek zijn slechts summier vastgelegd en een deel in het geheel niet. Van verweerster kan niet worden verlangd bevindingen die summier zijn onderbouwd met bewijs en bevindingen die in het geheel niet zijn vastgelegd te weerleggen. Het hof komt tot het oordeel dat het dossierbeheer en de dossieradministratie van verweerster tekortschieten en dat er tekortkomingen zijn ten aanzien van de waarneming, de naamgeving, de klachtenregeling en de privacyverklaring. Mede gelet op het tuchtrechtelijke verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9255

    Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.