We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 481-490 van de 47651 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:119 Hof van Discipline 's Gravenhage 250239

    Klager heeft een geschil gehad met zijn zus, die naast hem woont. Het geschil had onder meer betrekking op de eigendom van een stuk grond dat kadastraal behoort tot het perceel van klager, maar ter zake waarvan de zus stelt dat zij door verjaring de eigendom heeft verkregen. Klager heeft een klacht ingediend over de advocaat van zijn zus. Dat is verweerder. De klacht komt erop neer dat verweerder nodeloos heeft geprocedeerd en een deurwaarder op klager heeft afgestuurd, omdat de vraag wie eigenaar was van het betwiste stuk grond volgens klager al was beantwoord. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Klager is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:98 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-047/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Hoewel verweerder klaagster al had verzocht zijn eerder gezonden facturen te betalen voordat de Raad voor Rechtsbijstand de toevoeging formeel had ingetrokken, heeft hij pas incassomaatregelen getroffen nadat de Raad de toevoeging ook daadwerkelijk had ingetrokken. Verweerder had wellicht beter kunnen of moeten wachten met zijn betalingsverzoek totdat de toevoeging was ingetrokken, maar gelet op het feit dat het resultaat in hoger beroep niet meer ter discussie stond en verweerder ook geen incassomaatregelen heeft genomen voordat de intrekking er was en gelet op het door verweerder genoemde verhaalsrisico nu klaagster naar China was vertrokken, is de raad van oordeel dat verweerder in dit geval geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:114 Hof van Discipline 's Gravenhage 250227

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een ondernemingsrechtelijke en erfrechtelijke procedure. De klachten gaan over het in het geheim samenspannen met klaagsters advocaten, het bijdragen aan het overlijden van zijn cliënt, het geheim houden dat een zitting door zou gaan, de wijze waarop verweerder stukken in een kort geding heeft ingediend, liegen, schending van artikel 21 Rv, het doen van onnodig grievende uitlatingen en het overtreden van gedragsregel 15. De raad heeft de klacht in zijn geheel ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:99 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-089/AL/GLD

    Raadsbeslissing. De wederpartij van de cliënten van verweerder was een vaste klant van een kantoorgenoot van verweerder. Verweerder is ondanks die wetenschap verder gegaan dan hij had moeten gaan op grond van de regel dat het een advocaat, behoudens bijzondere omstandigheden, niet is toegestaan om tegen zijn eigen (voormalig) cliënt of die van zijn kantoorgenoten (advocaat of niet) op te treden. Klacht deels gegrond. Maatregel berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:115 Hof van Discipline 's Gravenhage 250419

    Beklag artikel 13. Het hof stelt voorop dat een herhaald verzoek in beginsel wordt afgewezen en dat een daartegen gericht beklag in beginsel ongegrond verklaard zal worden. Dit kan anders zijn als sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Naar het oordeel van het hof heeft klaagster haar stelling dat sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden op grond waarvan alsnog een advocaat voor haar zou moeten worden aangewezen onvoldoende feitelijk onderbouwd. Het herhaalde verzoek is door de deken op juiste gronden afgewezen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:116 Hof van Discipline 's Gravenhage 260002

    Beklag artikel 13 ongegrond. Het hof is van oordeel, overeenkomstig het standpunt van de deken, dat de door klaagster gewenste procedure geen redelijke kans van slagen heeft.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:117 Hof van Discipline 's Gravenhage 250442

    Beklag. De procedure waarvoor klaagster bijstand van een advocaat wenst is een bestuursrechtelijke procedure en in het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. De situatie waarvoor artikel 13 Advocatenwet is geschreven doet zich dan ook niet voor. Reeds om die reden kan het beklag niet slagen. Zoals de deken ook heeft aangegeven, betekent dat niet dat bijstand door een advocaat niet (dringend) gewenst zou zijn, maar dat die rechtsbijstand niet langs de weg van artikel 13 Advocatenwet wordt geboden. De wenselijkheid om over een advocaat te beschikken, is niet het wettelijke criterium om voor toewijzing van een advocaat in aanmerking te komen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8738

    Gegronde klacht van operatie-assistente tegen plastisch chirurg. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij tijdens een operatie tegen haar is uitgevaren en haar daarbij ezel heeft genoemd. Tweede tuchtnorm van toepassing. De uitingen zijn niet alleen gedaan tegen de achtergrond van de arts-patiëntrelatie, maar hebben ook direct invloed op de (sociale) veiligheid van de werkomgeving waarbinnen deze zorg wordt verleend. Geen rechtvaardiging voor het gedrag van de plastisch chirurg. De plastisch chirurg is als operateur ook verantwoordelijk voor een veilige werksfeer. Een veilig werkklimaat is essentieel voor een goede patiëntenzorg. Het college heeft niet de overtuiging gekregen dat de plastisch chirurg in staat is tot een grondige reflectie op zijn gedrag. Berisping met publicatie opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:96 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-815/AL/MN

    Verweerder heeft zich op een onjuiste manier aan de zaak van klager, zijn cliënt, onttrokken. Uit de verklaring van verweerder begrijpt de raad dat verweerder dit heeft gedaan omdat hij gekrenkt was door de e-mail van klager waaruit bleek dat klager het advies van verweerder niet zou opvolgen en toch naar het gesprek zou gaan. De raad leidt daaruit af dat verweerder in de richting van klager te weinig professionele distantie in acht heeft genomen. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gelet de ernst van dit handelen en de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de raad is veroordeeld, wordt volstaan met de oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:22 Accountantskamer Zwolle 25/588 Wtra AK

    Gedeeltelijk gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd. Betrokkene heeft als accountant in business (via zijn vennootschap) werkzaamheden verricht. Die werkzaamheden stonden in verband met een factoringovereenkomst op grond waarvan klaagster financiële middelen ter beschikking stelde aan een factoringmaatschappij. Deze factoringmaatschappij kon daarmee vorderingen van haar klanten op derden kopen en vervolgens incasseren. Betrokkene wordt verweten dat hij de belangen van klaagster heeft geschaad door vorderingen onder de kredietfaciliteit bij klaagster aan te melden hoewel die vorderingen niet steeds aan de gestelde financieringsvoorwaarden voldeden. Ook wordt betrokkene verweten dat hij vorderingen, waarop klaagster een pandrecht heeft, voor de nominale waarde aan klaagster heeft gerapporteerd hoewel die vorderingen aanzienlijk minder waard waren, dat hij voor klaagster een aandelentransactie met een klant van de factoringmaatschappij heeft verzwegen en dat hij de administratie van de factoringmaatschappij niet op orde heeft gebracht. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene eraan heeft meegewerkt dat vorderingen in kleinere bedragen werden opgeknipt waardoor het leek alsof die vorderingen aan de financieringsvoorwaarden voldeden. Ook is betrokkene niet steeds zorgvuldig geweest bij het rapporteren van te financieren vorderingen, omdat die vorderingen niet overgedragen en/of verpand mochten worden. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen integriteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Gelet op de gevolgen die het handelen van betrokkene voor hemzelf en zijn vennootschap heeft, volstaat de Accountantskamer in dit geval met een berisping.