Zoekresultaten 21251-21260 van de 48269 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/20
- Datum publicatie: 10-07-2018
- Datum uitspraak: 10-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:43
Klacht tegen huisarts, ingediend door dochter van een overleden patiënte. Klaagster verwijt verweerder dat hij nalatig is geweest in de behandeling, door 1) oedeemvorming onvoldoende te behandelen en 2) bij het oproepen van een ambulance de komst van die ambulance niet af te wachten, terwijl de ambulance twee uur op zich heeft laten wachten. Verweerder stelt adequaat te hebben gehandeld, en dat patiënte reguliere consulten bij de cardioloog die enkele dagen tot twee weken later gepland stonden kon afwachten. Het college is van oordeel dat verdieping van de anamnese geïndiceerd was. Documentatie van anamnese, onderzoek en bevindingen was onzorgvuldig en onvolledig. Afwachtend beleid had uitdrukkelijk met patiënte besproken hebben moeten worden, evenals hoe geacteerd zou moeten worden bij wijzigingen in de tijd tot aan het consult bij de cardioloog, en de cardioloog zou van een en ander op de hoogte gesteld hebben moeten worden. Bij het oproepen van de ambulance heeft verweerder onvoldoende zorg gedragen voor een behoorlijke overdracht van patiënte en zich niet vergewist van de tijdige aankomst van de ambulance. Klachten gegrond; oplegging berisping in verband met een samenlopende gegrond bevonden klacht (onder kenmerk G2018/19).
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 640981 / NT 17-89, 640986 / NT 17-90
- Datum publicatie: 10-07-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:13
Het klachtonderdeel van klagers dat [notaris A] hen op de hoogte had moeten stellen van zijn certificaathouderschap in [C] is naar het oordeel van de kamer wel gegrond. Op grond van artikel 17 lid 3 Wna is het de notaris verboden, rechtstreeks of middellijk, te handelen en te beleggen in registergoederen en effecten ter beurze genoteerde en in niet ter beurze genoteerde vennootschappen, tenzij hij redelijkerwijs mag verwachten dat hierdoor zijn onpartijdigheid of onafhankelijkheid niet wordt of kan worden beïnvloed dan wel de eer of het aanzien van het ambt niet wordt of kan worden geschaad. Uit de door de notaris overgelegde bijlage 3 blijkt dat hij aanvankelijk 87.535 certificaten van aandelen (tegen een waarde van € 0,01 nominaal) had verkregen en later - hetgeen ter zitting is gebleken - 20.548 certificaten, waarmee het totaal certificaten op 108.083 kwam, dat wil zeggen een - volgens eigen verklaring van [notaris A] - belang van 2,75%. In zijn e-mail van 14 februari 2017 aan de raadslieden van klagers deelt [notaris A] niet mee dat hij certificaathouder is, terwijl daarin wel (op pagina 2) over certificaten van aandelen en de belangen van certificaathouders wordt gesproken. Omdat certificaten verbonden zijn aan een aandeel in een vennootschap en de waarde hiervan volgen, is in onderhavig geval derhalve sprake van een persoonlijk financieel belang van [notaris A] in [C] en kan redelijkerwijs worden aangenomen dat het vertrouwen in zijn onafhankelijkheid schade lijdt met betrekking tot zijn werkzaamheden voor [C] en klagers. Het standpunt van [notaris A] zoals verwoord in zijn brieven van 4 oktober en 15 november 2017 alsook in zijn verweerschrift dat zijn certificaathoudersschap geen enkele rol speelde bij de transactie van 17 februari 2017 gaat daar aan voorbij. Ook ter zitting heeft [notaris A] er niet blijk van gegeven dat hij zich dit tegenstrijdige belang heeft gerealiseerd. [Notaris A] had zijn positie aan klagers duidelijk kenbaar moeten maken en aan hen de gelegenheid moeten bieden daar al dan niet consequenties aan te verbinden. Hij heeft dit nagelaten. Het verweer van [notaris A] dat een van de certificaathouders niet met zijn personalia in de akte van levering en uitgifte van aandelen wenste te worden vermeld en hij daarom het certificaathoudersregister niet aan klagers maar aan [J] heeft toegezonden, miskent het voorgaande. Op grond van het voorgaande is komen vast te staan dat [notaris A] niet heeft kenbaar gemaakt dat hij een persoonlijk belang had als certificaathouder en lag het op de weg van de notaris klagers daarvan op de hoogte te stellen en niet erop te vertrouwen dat een derde persoon - in casu [J] (zoals de notaris stelt waarvan overigens niet is gebleken dat deze het certificaathoudersregister op 8 februari 2017 heeft ontvangen) - voor verdere doorzending van het register aan klagers zou zorgen. Dit klachtonderdeel is derhalve gegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/08
- Datum publicatie: 10-07-2018
- Datum uitspraak: 10-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:44
Klacht tegen chirurg, ingediend door nabestaanden van overleden patiënt. Patiënt is in 2015 met hevige buikpijn opgenomen. Verweerder hanteert op de dag van opname en de daaropvolgende nacht een afwachtend beleid. De volgende dag, nadat verweerder de dienst heeft overgedragen aan een collega, is de situatie verslechterd en blijkt een operatie noodzakelijk te zijn. Er blijkt sprake te zijn van een forse darmverkleving met dubbele perforatie van de darm en contaminatie van de buik. Een week later overlijdt patiënt aan multi-orgaanfalen bij een sepsis. Verweerder wordt verweten dat hij de juiste diagnose gemist zou hebben, namelijk een acute mesenteriale ischemie (acute doorbloedingsstoornis van het mesenteriale vaatbed). Ook heeft hij onvoldoende rekening gehouden met de cardiale comorbiditeit bij patiënt. Voorts wordt verweerder verweten dat zijn dossiervoering onvolledig is. Het college is van oordeel dat verweerder niet de diagnose acute mesenteriale ischemie heeft gemist nu op grond van de gegevens in het medisch dossier kan worden gesteld dat verweerder voldoende diagnostische maatregelen heeft genomen om deze diagnose onwaarschijnlijk te maken. Evenmin kan gesteld worden dat verweerder meer rekening had moeten houden met de cardiale comorbiditeit bij patiënt nu de cardiale situatie stabiel was op de dag van opname. Wat betreft het verwijt ten aanzien van verweerders dossiervoering is de klacht wel gegrond. Gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:154 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-489/DH/RO/W
- Datum publicatie: 09-07-2018
- Datum uitspraak: 02-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:154
Wraking. Verzoek kennelijk niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen de voorzitter die de voorzittersbeslissing heeft gewezen. Verzoek kennelijk ongegrond voor zover gericht tegen de voorzitter die het door verzoeker tegen die voorzittersbeslissing ingestelde verzet zal behandelen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:148 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-268/DH/DH
- Datum publicatie: 09-07-2018
- Datum uitspraak: 20-06-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:148
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit dienstverlening kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:124 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180018
- Datum publicatie: 09-07-2018
- Datum uitspraak: 22-06-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:124
Klacht dat de advocaat een kopie van het strafdossier dat betrekking heeft op de zaak van zijn cliënte bij welke zaak klaagster eveneens als partij is betrokken, ter beschikking heeft gesteld aan een derde. De raad heeft na onderzoek door de deken geoordeeld dat de advocaat zich tererecht op zijn verschoningsrecht beroept en dat daarom niet kan worden vastgesteld dat de advocaat een kopie van het strafdossier aan een derde heeft verstrekt. Het hof komt tot dezelfde conclusie. Klacht ongegrond. Bekrachtiging.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:149 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-270/DH/DH
- Datum publicatie: 09-07-2018
- Datum uitspraak: 20-06-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:149
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:125 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170340
- Datum publicatie: 09-07-2018
- Datum uitspraak: 22-06-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:125
Dekenbezwaar. Zie ook 170339. Het hoger beroep richt zich uitsluitend tegen de door de raad opgelegde maatregel (schorsing voor de duur van 32 weken, waarvan 16 weken voorwaardelijk). Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarden integriteit en onafhankelijkheid. Verweerder heeft in wezen een schijnprocedure gevoerd waarbij hij de wederpartij en zijn advocaat bewust buiten spel heeft gezet en de rechter op het verkeerde been heeft gezet waardoor niet is onderkend dat het om een schijnprocedure ging. Verweerder heeft zich zo met de belangen van zijn cliënt geïndentificeerd dat hij heeft gehandeld op een wijze die een advocaat onwaardig is. Het hof acht de opgelegde maatregel passend. Bekrachtiging. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:126 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170339
- Datum publicatie: 09-07-2018
- Datum uitspraak: 22-06-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:126
Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Zie ook 170340. Het hoger beroep richt zich uitsluitend tegen de door de raad opgelegde maatregel (schorsing voor de duur van 32 weken, waarvan 16 weken voorwaardelijk). Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarden integriteit en onafhankelijkheid. Verweerder heeft in wezen een schijnprocedure gevoerd waarbij hij de wederpartij en zijn advocaat bewust buiten spel heeft gezet en de rechter op het verkeerde been heeft gezet waardoor niet is onderkend dat het om een schijnprocedure ging. Verweerder heeft zich zo met de belangen van zijn cliënt geïndentificeerd dat hij heeft gehandeld op een wijze die een advocaat onwaardig is. Het hof acht de opgelegde maatregel passend. Bekrachtiging. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-294/DH/DH
- Datum publicatie: 09-07-2018
- Datum uitspraak: 27-06-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:150
Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2125
- Pagina: 2126
- Pagina: 2127
- ...
- Pagina: 4827
- Volgende pagina zoekresultaten