Zoekresultaten 21031-21040 van de 48312 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:170 Raad van Discipline Amsterdam 18-201/A/NN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:96 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-401/DB/OB

    Klacht deels niet-ontvankelijk wegens verstrijken termijn art. 46g en deels kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder in zijn hoedanigheid van beschermingsbewindvoerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:171 Raad van Discipline Amsterdam 18-178/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:95 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-438 DB /OB

    Grenzen van de aan verweerster, in haar hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid, niet overschreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen T2018/01

    Een klacht over de wijze van communiceren ten tijde van een tandartsbehandeling. Het college kan de feiten niet vaststellen nu de verklaringen partijen tegenover elkaar staan. Wel kan worden vastgesteld dat de communicatie stroef en met wederzijdse spanning is verlopen. De behandeling had beter gekund. Dit is echter onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. De klacht wordt in al haar onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-372/DB/LI

    Niet gebleken dat advocaat-cliënt relatie tot stand is gekomen. Vertrouwen in advocatuur niet geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:234 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.539

    Klacht tegen anesthesioloog. Klager is door een neuroloog verwezen naar verweerster voor een wortelblokkadebehandeling. Bij deze ingreep loopt klager een dwarslaesie op. Klager verwijt verweerster dat zij hem onvoldoende heeft ingelicht over de risico’s van de wortelblokkadebehandeling, dat zij onvoldoende onderzoek heeft verricht voorafgaand aan de behandeling en dat zij na de wortelblokkadebehandeling niet heeft ingegrepen en op geen enkel moment contact heeft opgenomen met het ziekenhuis om te horen hoe het met klager ging. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de anesthesioloog uiterlijk tijdens het tweede contactmoment na de ingreep nader onderzoek had moeten verrichten, dat zij het verpleegkundig personeel, in deze ongebruikelijke situatie, niet toereikend heeft geïnstrueerd en heeft nagelaten het verloop en de contactmomenten in het dossier vast te leggen en verklaart daarmee het derde klachtonderdeel gegrond. A an de anesthesioloog wordt de maatregel van berisping opgelegd en publicatie van de beslissing wordt gelast. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing, verklaart alleen het deel van de klacht gegrond dat betrekking heeft op het nalaten van het doen van onderzoek bij het tweede contactmoment en legt aan de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:235 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.051

    Klacht tegen psychiater die als hoofdbehandelaar is opgetreden voor klaagster, die een veelvoud van psychiatrische aandoeningen heeft. De klacht is gedeeltelijk gegrond verklaard door het RTG met oplegging van de maatregel van waarschuwing. De psychiater komt tegen de gedeeltelijke gegrondverklaring en de maatregel in beroep. Concreet verwijt de klaagster de psychiater dat zij onvoldoende alert is geweest en heeft ingegrepen, toen de sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV) in de behandeling van de patiënte de professionele distantie niet meer in acht nam. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt, anders dat het RTG, dat de psychiater als hoofdbehandelaar voldoende heeft gestuurd, maar door het gebrek aan informatie door de SPV niet een compleet en correct beeld heeft gehad van de situatie. Dit is de SPV aan te rekenen – in een beslissing van het RTG is hem een berisping voor dit verwijt opgelegd - . De psychiater mocht onder de omstandigheden afgaan op de informatie die zij van de patiënte en de SPV kreeg. De gegrondverklaarde onderdelen worden alsnog ongegrond verklaard; de maatregel vervalt.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-014a(1)

    Klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen tegen de psychiater die betrekking hebben op zijn zoon (patiënt). De curator is – nu patiënt door de ondercuratelestelling in beginsel onbekwaam is om rechtshandelingen te verrichten – de geëigende persoon om namens patiënt klachten in te dienen, dan wel om patiënt toestemming te verlenen om dit zelf te doen. Klager is dus geen rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 lid 1 onder a van de Wet BIG. Klager is voor het overige wel ontvankelijk omdat deze betrekking hebben op het handelen van de psychiater jegens klager zelf. Het is juist dat de psychiater het contact over de behandeling van patiënt via de curator heeft laten lopen. Klager deels niet-ontvankelijk, klacht voor het overige afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:168 Raad van Discipline Amsterdam 18-102/A/NH

    Ongegrond verzet.