Zoekresultaten 20931-20940 van de 48335 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-544

    Verzet tegen voorzittersbeslissing. Tijdens de eerste verzetzitting heeft klager de voorzitter en een lid van de raad gewraakt. Nadat de wrakingskamer het wrakingsverzoek heeft afgewezen is het verzet opnieuw op zitting gepland. Tijdens de tweede verzetzitting heeft klager dezelfde voorzitter van de raad opnieuw gewraakt. Dit (tweede) wrakingsverzoek is niet in behandeling genomen op grond van artikel 2 van het wrakingsprotocol. Het verzet is ongegrond. Van schending van wettelijke en/of verdragsbepalingen (waaronder artikel 6 EVRM) bij de besluitvorming door de voorzitter en het uitspreken van die beslissing is de raad niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:236 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-544

    Voorzittersbeslissing: verweerder heeft als opvolgend advocaat alleen onder voorwaarden willen optreden voor klager in zijn langlopende arbeidsgeschil en heeft zich na verloop van tijd alsnog onttrokken. Klager is naar het oordeel van de voorzitter kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht op grond van de ne bis in idem regel ex artikel 46b Advocatenwet. Het had naar het oordeel van de voorzitter op de weg van klager gelegen om eventuele andersluidende dan wel anders getinte bezwaren tegen de aanpak van en behandeling door verweerder van diens arbeidszaak eerder, en bij voorkeur bij gelegenheid van de eerdere klachten, naar voren te brengen. Van een advocaat als verweerder kan niet worden verwacht dat hij zich steeds opnieuw moet verantwoorden voor in feite dezelfde kwestie. Mogelijk dan misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-331

    Dekenklacht (alleen) jegens verweerder naar aanleiding van bevindingen met betrekking tot gebruik door zijn kantoor van de derdengeldenrekening na een kantoorbezoek. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad in strijd met artikel 6.27 leden 1 en 2 Voda gehandeld door 10 contante uitbetalingen aan cliënten te doen, zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestond. Daarnaast heeft hij in strijd gehandeld met artikel 6.27 lid 3 Voda door 3 contante uitbetalingen boven € 5.000,- te doen zonder voorafgaand overleg met de deken, terwijl hij daarnaast in strijd met gedragsregel 37 het dekenonderzoek heeft gefrustreerd door daarover in strijd met de waarheid te verklaren. Tot slot wordt verweerder als bestuurder van de stichting derdengelden tuchtrechtelijk verweten dat hij in strijd met artikel 6.23 Voda in totaal 28 betalingen niet rechtstreeks naar de belanghebbenden heeft overgemaakt. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:128 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-282/DB/LI

    Voorzitter heeft buiten zitting kunnen oordelen dat niet is gebleken dat verweerster in de processtukken die zij heeft ingediend bij het Regionaal Medisch Tuchtcollege onwaarheden heeft vermeld, noch dat zij zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-176/DB/LI

    Voorzitter heeft buiten zitting kunnen oordelen dat het vertrouwen in de advocatuur niet is geschaad door te weigeren juridische bijstand aan klaagster te verlenen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:175 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180098

    Het hof bepaalt de ingangsdatum van de schorsing die door de raad aan verweerder is opgelegd, nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken (artikel 56 lid 5 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334614 / KL RK 18-30

    Vaststaat dat de boekhouder van het notariskantoor voor een ander doel de gegevens van klager - als oud-werknemer - heeft opgevraagd, namelijk om het adres te verifiëren waarnaar de jaaropgave moest worden gezonden. De kamer is van oordeel dat daarmee onbevoegd inzage is gedaan in het BRP-register en dat dit is gebeurd onder de verantwoordelijkheid van de notaris. De klacht zal dan ook gegrond worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:176 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180099

    Het hof bepaalt de ingangsdatum van de schorsing die door de raad aan verweerder is opgelegd, nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken (artikel 56 lid 5 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334725/KL RK 18-34

    De kamer is van oordeel dat het willens en wetens gebruiken van onjuiste informatie een nieuw element is in het verwijt dat klager de notaris maakt, waarop door de kamer in haar beslissing van 20 juli 2017 dan ook niet is beslist. Om die reden had de voorzitter niet kunnen volstaan dit klachtonderdeel kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren , maar had hij het inhoudelijk moeten beoordelen. De kamer heeft dit klachtonderdeel inhoudelijk beoordeeld en is van oordeel dat het kennelijk ongegrond is, omdat klager onvoldoende heeft aangevoerd om te kunnen vaststellen dat de notaris willens en wetens onjuiste informatie in de successieaangifte heeft opgenomen. Dit oordeel heeft als gevolg dat het verzet op grond van artikel 99 lid 18 Wet op het notarisambt (Wna) ongegrond zal worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:122 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-256/DB/LI 18-257/DB/LI

    Klagers sub 2 en 3 niet-ontvankelijk vanwege ontbreken eigen belang. Klacht tegen de vennootschap niet-ontvankelijk omdat gedrag waarover wordt geklaagd niet aan alle vennoten kan worden toegerekend. Klacht voor zover ingediend door klaagster sub 1 niet-ontvankelijk wegens verstrijken termijn art. 46g Advocatenwet.