Zoekresultaten 14361-14370 van de 48172 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-088b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Uit de door beklaagde overgelegde stukken blijkt dat voor de behandeling van klager van essentieel belang is dat hij zijn medicatie gebruikt. Ook is daarin te lezen dat het medicatiegebruik en de dosering van zijn medicatie onderwerp van gesprek is geweest tussen klager en zijn behandelaren. In de afgelopen jaren heeft beklaagde klager gemotiveerd om de medicatie (te blijven) in te nemen. Die rol past binnen de functie van beklaagde. Klager heeft niet onderbouwd, en het dossier biedt ook geen aanwijzingen, dat beklaagde buiten de taken van zijn functie is getreden, zodat van laster of een persoonlijk offensief geen sprake is. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-116b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt beklaagde dat er meer urinecontroles zijn afgenomen dan het afgesproken aantal van twaalf per jaar. Het College stelt vast dat er – zoals klager heeft aangegeven – in totaal veertien urinecontroles hebben plaatsgevonden over periode van 16 maanden. Het College is van oordeel dat er niet meer dan twaalf urinecontroles in een jaar tijd zijn afgenomen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-089

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het College komt op basis van de stukken en het ter zitting besprokene tot het oordeel dat beklaagde in zijn behandelbeleid heeft gehandeld overeenkomstig de instructies van de orthopeed en het ‘Fysiotherapeutenprotocol na artroscopische hechting van het bovenste deel van het labrum, Schoudernetwerken Nederland’ (hierna Protocol). Daarbij heeft hij de instructies van de orthopeed - zoals behoort - leidend laten zijn. Beklaagde heeft klaagsters pijn onderkend en heeft getracht door training en mobilisatie – dit alles binnen de kaders van de orthopeed en het Protocol – de pijn juist te doen verminderen. Al met al heeft beklaagde de pijn (en de frustraties) en de wijze hoe daarmee diende te worden omgegaan in voldoende mate met klaagster besproken. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-120

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde had zich, gelet op zijn bevindingen, ervan moeten vergewissen dat klager daadwerkelijk binnen de door hem bepaalde (korte) termijn door een uroloog zou worden beoordeeld. Dat geldt temeer nu beklaagde ter zitting heeft verklaard dat de gevonden afwijking ‘indrukwekkend’ was en dat je dit als huisarts niet vaak meemaakt. Beklaagde heeft echter geen contact opgenomen met het ziekenhuis waarnaar klager is verwezen, hij heeft geen brief aan de eigen huisarts van klager gestuurd en hij heeft evenmin met klager afgesproken dat hij contact met hem moest opnemen indien niet binnen veertien dagen een afspraak kon worden gemaakt. Beklaagde heeft daarmee nagelaten in dit geval na verwijzing een vangnet te creëren. Daarvan valt hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het College is voorts van oordeel dat beklaagde in de nazorg aan klager is tekortgeschoten. Tussen partijen bestond een langdurige arts-patiëntrelatie. Als uitgangspunt geldt dat beklaagde - ook ten aanzien van klager als consultatief patiënt - de zorg van een goed hulpverlener in acht dient te nemen. Daaronder valt ook het bieden van voldoende (adequate) nazorg. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 062/2020

    Een van de klachten die klaagster heeft ingediend betreffende de zorg voor haar man in verband met TIA-achtige verschijnselen bekend onder de nummers 60/2020, 61/2020, 62/2020, 64/2020, 93/2020, 94/2020 en 95/2020 . Het verwijt is, samengevat, dat de neurologische verschijnselen niet serieus genoeg zijn genomen. Geen tekortkomingen in de zorg. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:6 Accountantskamer Zwolle 20/771 en 20/772 Wtra AK

    Klacht tegen twee accountants. Accountant 1 stond verkoper van een onderneming als adviseur bij in een verkooptraject. Accountant 2 was samenstellend accountant van de onderneming. Nieuwe behandeling klacht na vernietiging gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring klacht en terugverwijzing door het CBb. Klacht tegen accountant 1 is gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond; oplegging maatregel van berisping. Klacht tegen accountant 2 is ongegrond. Accountant 1 heeft als gemachtigde van de verkoper de koper er niet op heeft gewezen dat de daadwerkelijk in 2013 gerealiseerde omzet zonder de verschuivingen van 2014 naar december 2013 aanzienlijk lager zou zijn geweest dan tot dan toe was gecommuniceerd. Alhoewel het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid zich ertegen verzette dat accountant 1 dat uit eigen beweging aan koper communiceerde zonder toestemming van verkoper daartoe, had hij zich wel moeten realiseren dat sprake was een bedreiging voor zijn integriteit (red flag) doordat hij in verband werd gebracht met het niet-integere handelen van de verkoper. De Accountantskamer is van oordeel dat accountant 1 door de bedreiging voor zijn integriteit niet te onderkennen, geen toereikende maatregel te nemen en deze evenmin vast te leggen, heeft gehandeld in strijd met artikel 7 van de VGBA en daarmee met het fundamentele beginsel van integriteit. Accountant 2 heeft jaarrekeningtechnisch juist gehandeld door de wijze van verwerking van de in 2013 gerealiseerde omzet van de onderneming. Hij heeft gehandeld in overeenstemming met Standaard 4410.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 064/2020

    Klacht tegen huisarts betreffende consult dat is uitgevoerd door zijn derde jaars AIOS. In dat stadium opleiding is AIOS bekwaam om zelfstandig consulten te doen. Klacht tegen beklaagde kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:33 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/366051 / KL RK 20-20

    Klagers verwijten de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de totstandkoming van het testament van erflater. In tegenstelling tot zijn eigen advies om een arts in te schakelen, heeft de notaris het testament gepasseerd zonder dat een VIA-arts de wilsbekwaamheid van erflater heeft beoordeeld. Dit had wel gemoeten gezien de aard en het stadium van de ziekte van erflater Ook is het testament gepasseerd zonder de wettelijk noodzakelijke getuigen. Klagers stellen dat er voldoende grond is om het testament nietig te verklaren. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. De notaris kon en mocht concluderen dat erflater voldoende in staat was om zijn wil te bepalen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:7 Accountantskamer Zwolle 20/777 Wtra AK

    Betrokkene heeft in een echtscheidingsprocedure voor één van de echtelieden als partijadviseur een waardeanalyse gemaakt van aandelen in een besloten vennootschap. Volgens klager heeft hij de waarde van een deelneming vastgesteld zonder zelf onderzoek te verrichten en onterecht aan goodwill een waarde toegekend. Ook heeft betrokkene volgens klager geen rekenkundige onderbouwing gegeven hoewel klager daarom heeft gevraagd en onvoldoende oog gehad voor de belangen van klager. Voor de beoordeling van de handelwijze van betrokkene in zijn rol als zogeheten partij-accountant is de jurisprudentie die ziet op accountants die in hun zakelijke betrekkingen zelf deelnemen aan het rechtsverkeer, van overeenkomstige toepassing. Het is eveneens vaste rechtspraak van de Accountantskamer dat een accountant gegevens mag verzamelen ter onderbouwing van een partijstandpunt om daarmee het belang van die partij te dienen, mits de accountant zich daarbij houdt aan het fundamentele beginsel van objectiviteit. Verder geldt volgens vaste jurisprudentie van de Accountantskamer dat het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid met zich brengt dat conclusies die in een schriftelijk eindproduct van een accountant zijn opgenomen van een deugdelijke grondslag dienen te zijn voorzien en geldt dat in versterkte mate indien een dergelijke rapportage bedoeld is om in een gerechtelijke procedure, die is gericht op waarheidsvinding, ter ondersteuning van een partijstandpunt over te leggen. Beoordeeld tegen deze achtergrond zijn de klachtonderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:10 Accountantskamer Zwolle 20/1235 Wtra AK

    Klacht tegen accountant over de uitvoering van de dienstverlening: adviesgesprekken – onder meer over de aangiften - waarom werd gevraagd werden niet gevoerd, klager kreeg geen kopieën van de boekhouding en suppletie-aangiften zijn niet ingediend. Alle klachtonderdelen zijn gemotiveerd betwist en klager heeft ze niet onderbouwd. Klacht ongegrond.