Zoekresultaten 14231-14240 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-888/DB/OB

    De klacht heeft betrekking op een declaratiegeschil, ter zake waarvan de tuchtrechter niet bevoegd is. Van excessief declareren is niet gebleken. Verweerster kan enkel verantwoordelijk worden gehouden voor haar eigen handelen. Dat niet mr. T maar verweerster zelf de klachtbehandeling ter hand heeft genomen is niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-889/DB/OB

    Advocaat in hoedanigheid van deken. Geen sprake van bewust onjuist informeren van de tuchtrechter met als doel deze te misleiden. Partijdigheid bij het onderzoek naar de klacht niet gebleken. Deken mag het standpunt innemen dat er sprake is van misbruik van klachtrecht door klager. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:12 Accountantskamer Zwolle 20/1276 en 20/1278 Wtra AK

    Klacht tegen twee accountants van een kantoor. De klachten zien op de dienstverlening, die niet juist zou zijn: aanschaf van dure boekhoudprogramma’s die geen beter inzicht geven, een aantal jaarrekeningen is niet besproken, aangiften zijn niet tijdig ingediend en misbruik van retentierecht en machtspositie. Een aantal klachten ziet op de declaraties. Zo zou onvoldoende inzicht zijn gegeven in de declaraties, de tarieven zouden zonder medeweten van klaagsters zijn verhoogd, en is niet gereageerd op klachten daarover. Klachten tegen de ene accountant, die contactpersoon was, ongegrond: de gedragingen zijn niet tuchtrechtelijk verwijtbaar en/of niet onderbouwd. De klacht tegen de andere accountant is ook ongegrond: anders dan klaagsters stellen heeft hij wel op hun klacht over de declaraties gereageerd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:19 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-893/DB/OB

    Het staat een advocaat vrij om bij gebreke van een tijdig antwoord rechtsmaatregelen aan te kondigen. Daarnaast stond het verweerder vrij om klager mede te delen dat zijn cliënte overweegt zich te wenden tot Nederlandse autoriteiten.om een melding van mogelijke fraude te doen. Dat verweerder zijn status als advocaat heeft gebruikt voor afpersing door een fraudemelding in het vooruitzicht te stellen indien klager niet tot betaling van het door zijn cliënte gevorderde bedrag zou overgaan, is uit de aan de raad overgelegde stukken niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-929/DB/OB

    Het stond advocaat van de wederpartij vrij om in overleg met haar cliënte de rechtbank te verzoeken het faillissement van klaagster uit te spreken. Ten tijde van de faillissementsaanvraag sprake van een (deels) onbetwist vorderingsrecht van de cliënte van verweerster op klaagster en er was sprake van pluraliteit van schuldeisers. Verweerster heeft gehandeld binnen de grens die haar als advocaat van de wederpartij vrijstond. Het verweer dat sprake was van een “nepovereenkomst” is pas geruime tijd na de faillissementsaanvraag gevoerd en, wat hiervan ook moge zijn, op het moment van die faillissementsaanvraag niet bij verweerster bekend. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19203

    Specialist ouderengeneeskunde wordt verweten dat hij de afspraak om tot palliatieve sedatie over te gaan, niet is nagekomen waardoor hij patiënte middeleeuws heeft laten sterven en de medicatie als “zo nodig” en niet als “nodig” heeft voorgeschreven, waardoor er veel te veel misverstanden zijn ontstaan. College: persoonlijk handelen verweerder staat centraal. Verweerder heeft met klager afgesproken dat hij een palliatieve behandeling zou inzetten. Het lijkt erop dat klager deze afspraak heeft geïnterpreteerd als palliatieve sedatie. De frequentie en de dosering van de medicatie was in de dagen voor het overlijden zo laag dat de morfine niet “vast” kon worden gegeven. De medicatie volgens het bijspuitschema kwam bovenop de medicatie uit het pompje. Verweerder heeft ten behoeve van de verzorging en verpleging voldoende duidelijk omschreven wanneer en in welke mate aan patiënte medicatie kon en mocht worden toegediend. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:21 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-700/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder en diens kantoorgenote mr. M, treden tezamen op als advocaat voor klagers ex-partner. Klager klaagt over diverse aspecten van verweerders optreden. Nu niet is gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden, verklaart de voorzitter de klachtonderdelen 1, 2, 3 en 5 kennelijk ongegrond. Klachtonderdeel 4 ziet op het verwijt dat verweerder de vrouw bijstaat op basis van een toevoeging. Dit klachtonderdeel is kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang van klager bij dit klachtonderdeel.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/72 en 73

    Klager verwijt de notaris en de kandidaat-notaris (kort gezegd) dat zij met betrekking tot moeders nalatenschap onzorgvuldig hebben gehandeld bij het opstellen van de verklaring van erfrecht, de boedelbeschrijving en de akte houdende vaststelling van de geldvorderingen. De klacht tegen de notaris en de kandidaat-notaris valt uiteen in een aantal onderdelen. De kamer heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard en de uitbreiding van de klacht bij repliek niet ontvankelijk verklaard. Een aantal verwijten van klager (ten aanzien van onder meer de informatieverstrekking, het onderzoek naar de wilsbekwaamheid en de onafhankelijke wilsvorming van vader (die erfgenaam en executeur is in moeders nalatenschap) en de mededelingen over de boedelbeschrijving) acht de kamer te voorbarig. Verder is het de kamer niet gebleken dat de notaris en de kandidaat-notaris door hun communicatie voor (een verdere escalatie van de) verstoorde familieverhoudingen hebben gezorgd noch dat zij tussen 8 november 2019 en 3 december 2019 onterecht niets van zich hebben laten horen. Ten slotte is de kamer van oordeel dat de notaris zich ten aanzien van de door klager opgevraagde volmacht terecht op haar geheimhoudingsplicht jegens klager beroept

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/48

    Het BFT verwijt de notaris dat hij voor de derde keer niet heeft voldaan aan de verplichting om voldoende opleidingspunten te behalen, ondanks de door het BFT geboden herstelmogelijkheden. Hiermee heeft de notaris in strijd gehandeld met artikel 2 Verordening bevordering vakbekwaamheid juncto artikel 5 Reglement bevordering vakbekwaamheid. De kamer heeft de klacht gegrond verklaard. De kamer heeft ten aanzien van een eventueel op te leggen maatregel overwogen dat bij beslissing van het hof Amsterdam in een andere klachtzaak aan de notaris de maatregel van ontzetting uit het ambt is opgelegd, als gevolg waarvan de notaris zijn notariële werkzaamheden zal moeten staken. Uit de betreffende beslissing van het hof blijkt dat het hof het structurele tekort aan opleidingspunten van de notaris - hoewel deze klacht in de zaak bij het hof niet aan de orde was - heeft meegewogen bij het opleggen van de maatregel van ontzetting uit het ambt. De kamer is daarom van oordeel dat het opleggen van een maatregel in deze klachtprocedure geen toegevoegde waarde heeft. Aan de notaris is om die reden geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:19 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200252W

    Wrakingsverzoek. Als uitgangspunt geldt dat de enkele omstandigheid dat een rechter al eerder bemoeienis heeft gehad met een zaak van dezelfde partij onvoldoende is om, objectief gezien, de vrees voor partijdigheid te rechtvaardigen (zie HR 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4004). Bijkomende omstandigheden op grond waarvan deze vrees kan worden aangenomen, zijn in dit geval niet gesteld. Het wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond verklaard.