Zoekresultaten 13781-13790 van de 48283 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-296
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:61
Klaagster verwijt verweerster haar zaak niet goed behandeld te hebben. De raad hanteert bij haar beoordeling van dit verwijt als uitgangspunt dat de tuchtrechter mede tot taak heeft de kwaliteit van de dienstverlening te beoordelen indien daarover wordt geklaagd. Dat gebeurd aan de hand van datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster door diverse brieven te sturen de nodige stappen heeft gezet om te komen tot een oplossing van het conflict tussen klaagster en haar werkgever. Weliswaar had zij die stappen vlotter kunnen nemen en de verwachtingen van klaagster over de mogelijke resultaten duidelijker kunnen sturen, maar alles tezamen leidt dit niet tot de conclusie dat verweerster onzorgvuldig of onprofessioneel heeft gehandeld. Deze klacht is dan ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 202/2020
- Datum publicatie: 29-04-2021
- Datum uitspraak: 29-04-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:53
Klacht tegen de huisarts van klaagster. De huisarts heeft klaagster op 25 november 2019 en 2 december 2019 gezien wegens rugklachten. Daarnaast heeft zij op 26 en 28 november 2019 telefonisch contact gehad met klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar niet direct heeft verwezen naar een neuroloog dan wel niet direct een MRI heeft laten maken. Ten tijde van de visite op 25 november 2019 en de telefonische consulten op 26 en 28 november 2019 waren geen alarmsymptomen die verwijzing noodzakelijk maakten. Het beeld bij de visite op 2 december 2019 was duidelijk veranderd. Klaagster voelde minder in haar benen en de kracht in haar linkerbeen was weg. De huisarts heeft hierop contact gezocht met de neuroloog en de situatie besproken, waarna werd afgesproken dat de neuroloog klaagster binnen drie dagen voor een spoedconsult zou oproepen. De uitvalverschijnselen waren onvoldoende om klaagster nog dezelfde dag door een neuroloog te laten onderzoeken. In overeenstemming met de NHG standaard lumbosacraal radiculair syndroom is een verwijzing naar de neuroloog binnen drie dagen in gang gezet. Het was vervolgens aan de neuroloog om al dan niet over te gaan tot het maken van een MRI-scan. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 203/2020
- Datum publicatie: 29-04-2021
- Datum uitspraak: 29-04-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:54
Klacht tegen huisarts van de huisartsenpost. Klaagster is in de avond gezien door beklaagde (werkzaam voor de huisartsenpost). Het consult vond plaats wegens ernstige rugpijnklachten met uitvalverschijnselen. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar niet direct heeft verwezen naar een neuroloog dan wel niet direct een MRI heeft laten maken. Beklaagde heeft voldoende onderzoek gedaan, waarbij geen aanwijzingen naar voren kwamen die een directe verwijzing naar een neuroloog noodzakelijk maakten, terwijl beklaagde uit de hem beschikbare gegevens afleidde dat klaagster de volgende dag door de neuroloog gezien zou worden en dat een MRI-scan gemaakt zou worden. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/257
- Datum publicatie: 29-04-2021
- Datum uitspraak: 29-04-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:51
Klager heeft een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget. Tegen het afwijzende besluit heeft klager bezwaar gemaakt. Klager dient een klacht in tegen de arts die het bezwaar van klager heeft behandeld met het verwijt dat de arts tijdens de telefonische hoorzitting klager met een gebrek aan empathie heeft bejegend en geen enkele aandacht heeft besteed aan de kern van de aanvraag, namelijk om als volwaardig mens te worden behandeld en te kunnen reizen. Ook houdt de klacht in dat verweer geen duidelijke uiteenzetting heeft gegeven van de redenen waarom de aanvraag werd afgewezen. Het college verklaart de klacht van klager kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/261
- Datum publicatie: 29-04-2021
- Datum uitspraak: 29-04-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:52
Klaagster verwijt verweerder, arbo-arts, dat hij haar niet heeft onderzocht op lichamelijke klachten en dat hij er ten onrechte van uit is gegaan dat zij een conflict had met haar werkgever. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/205
- Datum publicatie: 28-04-2021
- Datum uitspraak: 28-04-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:49
De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder, zonder toestemming van klager, medische stukken betreffende klager heeft toegestuurd naar Achmea, waardoor meerdere mensen (niet-medici, zoals de schadebehandelaar en de jurist) de stukken hebben kunnen inzien. Ook heeft verweerder nagelaten om aanvullende medische informatie over klager te beoordelen. Ten slotte stelt klager dat verweerder onvoldoende informatie had om tot het medisch advies te komen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-1012/DB/OB
- Datum publicatie: 28-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:74
Letselschadezaak. Niet gebleken dat advocaat toezeggingen heeft gedaan dan wel verwachtingen heeft gewekt dat hij een procedure tegen ziekenhuis X aanhangig zou maken dan wel aanhangig had gemaakt. Advocaat heeft ten onrechte nagelaten schriftelijk vast te leggen dat er geen procedure tegen ziekenhuis X zou worden gestart. Misverstand hierover valt hem tuchtrechtelijk aan te rekenen. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, waarschuwing, kostenveroordeling
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:75 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-787/DB/LI
- Datum publicatie: 28-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:75
Ontvankelijkheid. Advocaat heeft facturen op verzoek van zijn cliënt (de cliënt) op naam van een BV, waarvan de cliënt medebestuurder was, gesteld, terwijl de werkzaamheden voor de cliënt in privé waren verricht. Klacht is door de BV ingediend. De tenaamstelling van de factuur op naam van de BV en de verzending daarvan aan haar is gebeurd in opdracht van de cliënt, die, zo is onweersproken gesteld, daartoe als bestuurder van de BV bevoegd was. Dit betekent dat niet kan worden aangenomen dat sprake is van een situatie waarin bij de BV door deze facturen misverstanden (kunnen) zijn ontstaan, laat staan van een situatie waarin daarvan misbruik is of kan zijn gemaakt. De BV heeft ook niet gesteld dat zij aan die facturen gevolgen heeft verbonden, zoals verrekening van btw, die daaraan niet verbonden behoorden te worden. In dit verband overweegt de raad voorts dat op de BV ook geen verplichting rustte om de door de advocaat in rekening gebrachte btw in mindering te brengen op de door de BV verschuldigde btw. De BV had er ook voor kunnen kiezen om de door haar betaalde facturen, inclusief btw, intern door te belasten aan de cliënt. De raad ziet daarom niet in welk belang de BV rechtstreeks is getroffen. Dat op enig moment kennelijk tussen de cliënt en zijn broer, mede bestuurder van de BV, onenigheid is ontstaan, betreft een interne aangelegenheid, die het voorgaande niet anders maakt. Dit onderdeel van de klacht is niet-ontvankelijk. Voor het overige ongegrond. Advocaat hoeft geen opdrachtbevestiging en urenspecificatie aan de BV te verschaffen, nu zij een derde betreft. Het feit dat de BV als derde de declaratie van de advocaat betaalt, maakt dit niet anders..
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-912/DB/LI
- Datum publicatie: 28-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:76
Voorzitter heeft terecht overwogen dat uit de uitspraak van het Hof van Discipline in een eerdere klachtzaak tussen partijen niet valt af te leiden dat verweerder niet voor de broer van klager mag optreden. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-615/DB/LI
- Datum publicatie: 28-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:77
Vast staat dat klaagster in haar hoedanigheid van executeur testamentair gelden van de spaarrekening heeft overgeboekt naar de betaalrekening. Advocaat van de broer van klaagster heeft in een procedure tegen klaagster ingebracht dat geld van de spaarrekening was verdwenen. Hoewel de woordkeuze van verweerder in zijn brief aan de kantonrechter ongelukkig was, kan de raad niet vaststellen dat verweerder de rechter bewust onjuist heeft geïnformeerd met het doel hem te misleiden, wat hem tuchtrechtelijk aan te rekenen zou zijn. Verzet ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1378
- Pagina: 1379
- Pagina: 1380
- ...
- Pagina: 4829
- Volgende pagina zoekresultaten