Zoekresultaten 13661-13670 van de 48314 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.247
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:105
Klacht tegen een huisarts. Klager is twee keer door de (waarnemend) huisarts gezien met buikpijn. Bij een derde contact, dit keer met de HAP, is klager doorgestuurd naar de spoedeisende hulp, waar hij diezelfde dag is geopereerd aan een blindedarmontsteking. Klager verwijt de huisarts dat zij onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan, waardoor een verkeerde, onvolledige diagnose is gesteld, en dat de huisarts heeft nagelaten contact met klager op te nemen naar aanleiding van diens ziekenhuisopname. Het Regionaal Tuchtcollege overweegt dat de huisarts bij het komen van de door haar gestelde diagnose niet onzorgvuldig, en dus niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, heeft gehandeld en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:100 Raad van Discipline Amsterdam 20-677/A/A
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:100
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:106 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.159
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 07-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:106
Klacht tegen psychiater werkzaam in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC). Klager is na een incident voorgeleid bij een rechtbank en na een psychiatrische beoordeling in een PPC geplaatst. Verweerster is werkzaam in het PPC en heeft klager opnieuw beoordeeld en (dwang)medicatie voorgeschreven. De klacht houdt in dat verweerster e en verkeerde of te late diagnose heeft gesteld, verkeerde medicijnen heeft voorgeschreven en onvoldoende informatie heeft gegeven over de behandeling, het risico en eventuele andere mogelijkheden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:310 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-454
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 14-12-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:310
Raadsbeslissing. De raad constateert dat verweerder artikel 7.7, eerste lid onder b, Voda en gedragsregel 25 heeft geschonden doordat hij met zijn cliënte een resultaatgerelateerd honorarium is overeengekomen. Verweerder heeft daarmee in strijd met de kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit gehandeld. De raad rekent dat verweerder zwaar aan. De raad houdt er bij de oplegging van een maatregel rekening mee dat verweerder onvoldoende inzicht heeft getoond in het ontoelaatbare van zijn handelen. In het voordeel van verweerder houdt de raad er rekening mee dat hij niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. De raad is - rekening houdend met alle omstandigheden - van oordeel dat de oplegging van een voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van acht weken passend en geboden noodzakelijk is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:85 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190312 en 190313D
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:85
Dekenbezwaar en klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou in zijn hoedanigheid van bestuurder van klaagster onbevoegd gelden uit het vermogen van klaagster weg hebben gesluisd naar zichzelf, zijn (derdengeldenrekening van zijn) kantoor en naar derden, zonder daarvan een gedegen administratie op te maken of daarover achteraf bij klaagster verantwoording af te leggen. Ook zou verweerder trustdiensten voor klaagster hebben verricht zonder te beschikken over de vereiste vergunning op grond van de Wet toezicht trustkantoren 4 (Wtt). Naar het oordeel van het hof heeft verweerder zichzelf ten koste van de aan hem toevertrouwde belangen bevoordeeld doordat hij gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om aan zichzelf (of de maatschap waarvan hij deel uitmaakte of een medebestuurder die evenzeer profiteerde van onttrekkingen) geldbedragen over te maken, hetzij als leningen die hij naar eigen believen al dan niet kon aflossen, hetzij als betalingen voor diensten die hij naar eigen zeggen heeft verricht of als privé-opnames die hij al dan niet heeft terugbetaald. Verweerder heeft zijn eigen financiële belangen boven die van de aan hem toevertrouwde belangen van klaagster gesteld en zichzelf daarmee verrijkt ten koste van die belangen. Het hof stelt verder vast dat verweerder tot 2015, dus gedurende meerdere jaren, is opgetreden als trustee. Hij heeft daarvoor niet de benodigde vergunning aangevraagd of gekregen, noch komt hij in aanmerking voor een vrijstelling daarvan. Verweerder heeft op zo ernstige wijze in strijd gehandeld met de van een advocaat te vergen integriteit dat enkel de maatregel van schrapping volstaat. Dat betekent dat zijn beroep ongegrond is en het hof de beslissing van de raad zal bekrachtigen. Schrapping. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:84 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-024
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:84
Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:86 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200241
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:86
Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou zonder overleg met klager of de wederpartij een zeer belangrijk document hebben getoond tijdens het getuigenverhoor. Het hof overweegt dat voorafgaand aan het getuigenverhoor wel degelijk overleg over het inbrengen van de Excelsheet tussen verweerder en klager heeft plaatsgevonden, namelijk – in meer algemene zin - ter zake van ‘de verrassingsaanval’. Klagers verwijt dat verweerder het document niet in zijn geheel aan de getuige heeft voorgehouden als gevolg van het feit dat een gedetailleerder vooroverleg door verweerder achterwege is gelaten, valt naar het oordeel van het hof onder een klachtonderdeel dat reeds gegrond is geoordeeld door de raad. Hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:85 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-355
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:85
Raadsbeslissing. Dekenbezwaar. Gelet op de genoemde omstandigheden is de raad van oordeel dat verweerder in de onderhavige zaak wél in strijd met de letter van Regel 15 Gedragsregels 2018 heeft gehandeld, maar niet in strijd met de geest daarvan. De raad is van oordeel dat verweerder dan ook niet onbetamelijk heeft gehandeld zoals bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en dat zijn handelen daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De raad verklaart het dekenbezwaar ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:309 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-024
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:309
Voorzittersbeslissing. Een klacht over de eigen advocaat wordt door de voorzitter kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:86 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-788
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:86
Raadsbeslissing. De raad verklaart het dekenbezwaar over het op een onjuiste wijze aanwenden van de derdengeldrekening (deels) gegrond. De raad ligt een berisping op.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1366
- Pagina: 1367
- Pagina: 1368
- ...
- Pagina: 4832
- Volgende pagina zoekresultaten