We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 601-610 van de 47651 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8971

    Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht. Verweerster is directeur van de instelling waar klaagster gedeeltelijk verblijft. Klaagster verwijt verweerster onder andere dat zij klaagster heeft verplaatst naar een andere locatie van de instelling. Het college stelt vast dat de beslissing van de instelling om klaagster over te plaatsen is genomen na vele gesprekken en dat daarbij naast de belangen van klaagster ook de belangen van de andere cliënten van de instelling en de belangen van de instelling zelf zijn meegewogen. Daarmee gaat het om een beslissing met een organisatorisch en bedrijfsmatig karakter. Weliswaar is de beslissing genomen door verweerster, maar dat heeft zij gedaan in haar rol van directeur van de instelling en niet in haar rol van verpleegkundige. Het college oordeelt dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:74 Raad van Discipline Amsterdam 25-783/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft een ernstige beroepsfout gemaakt door het laten verstrijken van de termijnen voor het indienen van een conclusie van antwoord in twee procedures van klaagster. Verweerster was bovendien onbereikbaar voor klaagster en heeft noch de termijnen voor het indienen van de conclusies van antwoord en het feit dat deze termijnen waren verstreken, noch de door de rechtbank bepaalde data van mondelinge behandelingen, aan klaagster gecommuniceerd. De raad rekent verweerster dit alles zwaar aan, maar heeft bij het bepalen van de hoogte van de maatregel wel rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden in het leven van verweerster en het feit dat zij niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld. Ook is in aanmerking genomen dat verweerster zelf heeft ingezien dat zij niet langer als advocaat kon functioneren en haar verantwoordelijkheid heeft genomen door zich begin 2025 uit te schrijven als advocaat. Alles in aanmerking genomen is een berisping in dit geval passend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:68 Raad van Discipline Amsterdam 25-742/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht is deels gegrond voor wat betreft het verwijt dat verweerder onbevoegd en zonder toestemming of instructie van klager heeft gesproken met een journalist. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. Hierin weegt de raad de -op zichzelf begrijpelijke- belangenafweging van verweerder mee waarin hij heeft geprobeerd om in het belang van zijn cliënt te handelen en de schade te proberen te beperken. Daarnaast weegt de raad mee dat niet is gebleken dat verweerder op enige wijze vertrouwelijke informatie met de journalist zou hebben gedeeld, als ook dat verweerder verder geen tuchtrechtelijk verleden kent.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:95 Hof van Discipline 's Gravenhage 250214

    Klacht tegen eigen advocaat over dienstverlening en ontijdige onttrekking ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:75 Raad van Discipline Amsterdam 25-530/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:69 Raad van Discipline Amsterdam 25-537/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil is ongegrond. Door verweerder is gemotiveerd aangevoerd dat hij met het instellen van het hoger beroep slechts gebruik heeft gemaakt van de bestaande processuele mogelijkheden. Het instellen van hoger beroep was in het voordeel van zijn cliënt nu hiermee de door de rechtbank vastgestelde alimentatieverplichting kon worden uitgesteld. Daarbij zag het hoger beroep op meerdere onderdelen en bestonden er ook voor klaagster afdoende mogelijkheden om in de tussentijd een onderhoudsbijdrage aan te vragen. Er bestond gelet op het voorgaande een gerechtvaardigd belang voor de cliënt van verweerder om hoger beroep in te stellen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder is geen sprake.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:96 Hof van Discipline 's Gravenhage 250207

    Verwijt aan advocaat van de wederpartij dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten. De raad heeft de klacht gegrond verklaard met waarschuwing opgelegd. Het hof volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel. Verweerder heeft de onjuistheid gecorrigeerd (het ging om belaging en niet om mishandeling) en de vermelding had een functioneel karakter.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:63 Raad van Discipline Amsterdam 25-767/A/A 25-769/A/A

    Raadsbeslissing; over en weer ingediende klachten met betrekking tot handelen van verweerders als oud-collega's in een geschil over beëindigingsafspraken en de financiële afwikkeling van een aansluitingsovereenkomst. Het gaat om een geschil van civielrechtelijke aard dat zo nodig ter beoordeling aan de civiele rechter dient te worden voorgelegd. De tuchtrechter gaat niet over dergelijke geschillen, tenzij kan worden vastgesteld dat verweerders met hun handelen het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. Daarvan is de raad niet gebleken. De klachten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:76 Raad van Discipline Amsterdam 26-112/A/A

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder als partijdig advocaat in opdracht van zijn cliënte de procedure starten zoals hij heeft gedaan. Dat sprake is van een schijnprocedure is niet vast te stellen. Verweerder mocht afgaan op de van zijn cliënt verkregen informatie zonder nader onderzoek. Deels kennelijk ongegrond, deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een eigen belang.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:70 Raad van Discipline Amsterdam 26-104/A/DH

    Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht heeft net als de vorige klacht betrekking op hetzelfde feitencomplex: de door klager gewenste bijstand van verweerster. Niet gebleken is dat klager zijn verwijten niet eerder al in de vorige klachtprocedure naar voren had kunnen brengen. Gelet hierop staan de beginselen van een behoorlijk tuchtprocesrecht aan een inhoudelijke beoordeling van deze klacht in de weg.