ECLI:NL:TDIVTC:2025:40 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/42
| ECLI: | ECLI:NL:TDIVTC:2025:40 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-11-2025 |
| Datum publicatie: | 04-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | 2024/42 |
| Onderwerp: | Honden |
| Beslissingen: | Ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Hond. Dierenarts wordt verweten dat hij voorafgaande aan een herniaoperatie bij een hond niets heeft gedaan met de op de tevoren gemaakte scans geconstateerde afwijkingen aan de nieren en dat hij het advies van een radioloog om nader echografisch onderzoek te doen niet heeft opgevolgd. Daardoor is beginnend nierfalen niet opgemerkt en heeft de hond een (kostbare) operatie ondergaan, terwijl hij 10 weken later geëuthanaseerd moest worden. [Klacht ongegrond]. |
HET VETERINAIR TUCHTCOLLEGE
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Uitspraak in de zaak van
mw. [naam klaagster] en dhr. [naam klager], klagers,
dierenarts dhr. drs. [naam beklaagde], beklaagde.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. DE PROCEDURE
Het college heeft kennisgenomen van het klaagschrift, het verweerschrift, de repliek en de dupliek. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 mei 2025. Klagers zijn verschenen. Beklaagde is eveneens verschenen, tezamen met gemachtigde mw. mr. L. van Zuijlen. Het college heeft na de zitting over de zaak beraadslaagd en uitspraak bepaald.
2. DE KLACHT
Beklaagde wordt verweten dat hij voorafgaande aan een herniaoperatie bij de hond van klagers niets heeft gedaan met de op de tevoren gemaakte scans geconstateerde afwijkingen aan de nieren en dat hij het advies van de radioloog om nader echografisch onderzoek te doen niet heeft opgevolgd. Daardoor is beginnend nierfalen niet opgemerkt en heeft de hond een (kostbare) operatie ondergaan, terwijl hij 10 weken later geëuthanaseerd moest worden wegens nierfalen.
3. DE VOORGESCHIEDENIS
3.1. Het gaat in deze zaak om de hond van klagers met de naam [naam hond] (hierna de hond), een Border Collie (reu), die 11 jaar oud was ten tijde van de gebeurtenissen die tot de onderhavige procedure hebben geleid. De hond kampte met rugklachten c.q. een hernia.
3.2. Op 13 november 2023 zijn op telefonisch verzoek van klaagster, zelf dierenarts, aan haar prijsopgaves gedaan voor een MRI en/of een CT-scan in het kader van een uit te voeren hernia-operatie.
3.3. Op 16 november 2023 heeft beklaagde de hond onderzocht en heeft de hond onder narcose een MRI en een CT-scan ondergaan. De CT en MRI-scan zijn door een extern radioloog beoordeeld. In haar verslag van 18 november 2023 heeft zij opgemerkt dat beide nieren vage mineralisaties vertonen, er kleine mineralisaties ter hoogte van en in de aorta te zien zijn en dat de rechter pancreaslob verdikt toont met gering vervaagd vet daaromheen. Het advies van de radioloog luidt als volgt: “Echografisch onderzoek van het abdomen zou aanvullende informatie kunnen geven wat betreft de pancreas, nieren en aorta.” Op 20 november 2023 heeft beklaagde dit verslag gemaild aan klagers.
3.4. Op 22 november 2023 heeft beklaagde telefonisch met klaagster het verslag van de radioloog besproken. Beklaagde heeft in dat gesprek ook de mineralisaties in de nieren ter sprake gebracht en daarbij aangegeven dat nader onderzoek in zijn visie op dat moment niet nodig was, omdat er geen verdere aanwijzingen waren voor nierklachten. In overleg met klaagster is afgezien van nader echografisch onderzoek.
3.5. Later op 22 november 2023 heeft klaagster telefonisch aan de kliniek gemeld dat de hond het uitschreeuwde van de pijn. Ze heeft de hond zelf een injectie gegeven tegen de pijn. De hernia-operatie werd ingepland voor de dag erna.
3.6. Op 23 november 2023 heeft beklaagde de hond geopereerd aan een lage rug hernia waarbij pedicle screws zijn geplaatst. De operatie is goed verlopen en de hond is dezelfde dag uit de kliniek ontslagen.
3.7. Op 4 december 2023 is de hond op nacontrole geweest. Op 11 december 2023 is klaagster met de hond naar het spreekuur gekomen, omdat hij apathisch was, pijn had en had gebraakt. Beklaagde heeft de hond onderzocht en een bloedonderzoek gedaan. Ook is een CT-scan gemaakt, waaruit bleek dat de nieren normaal van grootte waren. De hond is opgenomen geweest tot en met 13 december 2023. Op 14 december 2023 is nog telefonisch contact over de hond geweest, maar de hond is na de laatst genoemde opname niet meer op de praktijk geweest.
3.8. Enkele maanden later, op 20 februari 2024, hebben klagers aan beklaagde laten weten dat zij de hond op 1 februari 2024 hebben moeten laten inslapen, omdat één van de nieren zo goed als verdwenen was en de andere nier nog maar voor 25% werkte. Ook zijn er volgens klagers meerdere onverklaarbare structuren in de buik van de hond gevonden. Klagers menen dat deze ontdekt hadden kunnen worden, omdat er een MRI en een CT-scan zijn gemaakt voorafgaande aan de herniaoperatie.
3.9. Op 27 februari 2024 heeft een telefonisch gesprek plaatsgevonden tussen klager en beklaagde. Vervolgens is beklaagde via de rechtsbijstandsverzekeraar van klagers aansprakelijk gesteld voor de schade. Dit is afgewezen. Hierna hebben klagers de onderhavige klacht ingediend.
4. HET VERWEER
Beklaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op dat verweer zal hierna, voor zover nodig, worden ingegaan.
5. DE BEOORDELING
Vooraf
5.1. In het geding is de vraag of beklaagde is tekortgeschoten in de zorg die hij als dierenarts had behoren te betrachten ten opzichte van de hond van klagers, met betrekking tot welk dier zijn hulp was ingeroepen, een en ander als bedoeld in artikel 8.15 juncto artikel 4.2 van de Wet dieren.
5.2. Bij de beoordeling van de klacht geldt als uitgangspunt dat de in het veterinair tuchtrecht te toetsen zorgvuldigheidsnorm niet zo streng is dat alleen de meest optimale diergeneeskundige zorg voldoet. De maatstaf is dus niet of het diergeneeskundig handelen van de dierenarts beter had gekund, maar of hij in de specifieke omstandigheden van het geval als redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot is opgetreden.
5.3. Vooraf wordt tevens opgemerkt dat het vaste tuchtrechtspraak is dat, wanneer partijen elkaar tegenspreken over bepaalde feiten en op grond van de beschikbare gegevens door het college niet kan worden vastgesteld van welke lezing moet worden uitgegaan, de klacht met betrekking tot het desbetreffende onderdeel niet gegrond kan worden bevonden. Dit berust niet op de opvatting dat het woord van klagers minder geloof verdient dan dat van beklaagde, maar op het uitgangspunt dat het oordeel omtrent de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid van het veterinair handelen of nalaten waarover is geklaagd, zijn grondslag behoort te vinden in feiten en omstandigheden die door het college als vaststaand kunnen worden aangenomen. Een tuchtmaatregel kan slechts op zodanige feiten en omstandigheden worden gebaseerd.
Inhoudelijk
5.4. Het college stelt voorop dat de klacht het in de visie van klagers nalatig handelen van beklaagde voorafgaande aan de herniaoperatie van 23 november 2023 betreft. Voorafgaande aan die operatie zijn een MRI en een CT-scan gemaakt, die door beklaagde ter beoordeling zijn voorgelegd aan een radioloog en vastgelegd in een rapport dat op 20 november 2023 is gemaild aan klagers. Het college stelt vast dat de conclusie van de radioloog niet is dat er niet geopereerd zou mogen worden zonder nader echografisch onderzoek. Er staat enkel dat echografisch onderzoek van het abdomen aanvullende informatie zou kunnen bieden betreffende de pancreas, nieren en aorta. Dit was een overweging die door de radioloog aan de behandelend dierenarts is meegegeven. Beklaagde heeft toegelicht dat mineralisaties vaker gezien worden door specialisten en geen reden zijn om gelijk alarm te slaan. Gelet op het lichamelijk onderzoek en de afwezigheid van klachten met betrekking tot drinken of plassen, heeft beklaagde geoordeeld dat nader echografisch onderzoek niet nodig was. Het college kan de afweging van beklaagde hierin volgen.
5.5. Twee dagen na het versturen van het rapport van de radioloog aan klagers, te weten op 22 november 2023, is dit rapport door beklaagde met klaagster besproken. Ter zitting heeft beklaagde toegelicht dat de uitkomsten ervan regel voor regel met klaagster zijn doorgenomen, waarbij hij, ondanks dat klaagster eveneens dierenarts is, het advies heeft toegelicht als ware zij een leek. Ook de nieren zijn nadrukkelijk besproken. Dit is door klaagster niet weersproken.
Het college kan zich voorstellen dat als beklaagde voorstelt geen nader onderzoek te doen, dit overtuigend kan overkomen. Dit gaat echter naar het oordeel van het college niet zover dat niet meer gesproken kan worden van een in overleg genomen beslissing. Hierbij weegt het college mee dat klaagster zelf dierenarts is en daarmee geen leek, dat zij het rapport twee dagen ervoor al had ontvangen en dit bijvoorbeeld had kunnen voorleggen aan haar collega’s, maar ook dat van haar als dierenarts mocht worden verwacht dat, indien zij twijfels had, zij deze geuit had tijdens de toelichting door beklaagde. Dit heeft zij niet gedaan. Het college concludeert dat de keuze van beklaagde om geen echografisch onderzoek voorafgaande aan de operatie te verrichten begrijpelijk en aanvaardbaar was en ook in gezamenlijk overleg is genomen.
5.6. Uit de van de zijde van klagers ingediende stukken blijkt niet dat er voorafgaande aan de hernia-operatie al sprake was van (beginnend) nierfalen. Evenmin blijkt uit deze stukken welke onderzoeken nadien zijn verricht door andere dierenartsen van de praktijk waar klaagster werkte en wat hun bevindingen waren. De stelling dat op enig moment een van de nieren van de hond zo goed als verdwenen was en de andere maar voor 25% werkte, is niet met nadere stukken of radiologisch beeldmateriaal onderbouwd en voor het college niet verifieerbaar. Bovendien heeft beklaagde postoperatief, op 11 december 2023, een CT-scan gemaakt, op basis waarvan op dat moment een normale grootte van de nieren is vastgesteld. Het is het college ook niet duidelijk geworden of en zo ja welke behandelingen de hond heeft gekregen in die andere praktijk. Door het college is op basis van de door klagers ingediende stukken niet te achterhalen wat precies tot de uiteindelijke keuze tot euthanasie heeft geleid.
5.7. Op grond van het voorgaande wordt de klacht ongegrond verklaard.
6. DE BESLISSING
Het college:
verklaart de klacht ongegrond.
Aldus vastgesteld te ’s-Gravenhage door mr. A.J. Kromhout, voorzitter, en door de leden drs. M. Lockhorst, drs. B.J.A. Langhorst Mak, drs. A.C.M. van Heuven- van Kats en drs. M.J. Wisse en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025.