Zoekresultaten 1001-1010 van de 47942 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:53 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2847
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:53
Klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster is begin 2022 vanwege pijn en een zwelling in de rechterborst verwezen naar de afdeling radiologie van een ziekenhuis. Na verergering van de klachten is zij nogmaals naar de afdeling radiologie en later naar de mammapoli chirurgie verwezen. Er zijn meerdere echo-onderzoeken uitgevoerd en herhaaldelijk drainages verricht. Steeds werd uitgegaan van galactocèles. Klaagster is door de chirurg doorverwezen naar de plastisch chirurg ter verwijdering van deze galactocèles. Uiteindelijk bleek zij een zeldzame vorm van een agressieve borstkanker te hebben. Zij is in 2025 overleden. De plastisch chirurg wordt onder meer verweten dat in de differentiaaldiagnose ‘mammacarcinoom’ had moeten worden vermeld en dat hij de operatie onjuist heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart deze klachtonderdelen gegrond en legt de plastisch chirurg een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing voor zover daarbij de bedoelde klachtonderdelen gegrond zijn verklaard en aan de plastisch chirurg een waarschuwing is opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:69 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-410/AL/MN
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:69
ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:35 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767922 / DW RK 25/137 HE/WdJ
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:35
De gerechtsdeurwaarder is niet voldoende zorgvuldig en nauwgezet in zijn dienstverlening geweest en heeft klaagster niet bijtijds geïnformeerd dat zij onvoldoende bewijs had aangeleverd om haar vordering te onderbouwen bij de kantonrechter. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:60 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2911
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:60
Klacht tegen een tandarts. Klaagster is ontevreden over de behandeling van de tandarts. Zij maakt de tandarts verschillende verwijten over de behandeling van de loszittende kroon op een implantaat in het gebit van klaagster en over nalatigheden bij het bijhouden van het dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht volledig gegrond en legt aan de tandarts de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b) alsnog ongegrond, verwerpt het beroep voor het overige en verstaat dat de maatregel van waarschuwing gehandhaafd blijft.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:76 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-187/AL/OB/W
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:76
Wrakingszaak. De wrakingskamer verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2871
- Datum publicatie: 26-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:54
Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager bij E.. Per 21 juni 2023 heeft klager zich ziekgemeld. De bedrijfsarts i.o, werkzaam bij F., heeft klager in zijn ziekteverzuimperiode begeleid. Klager verwijt de bedrijfsarts i.o, in meerdere klachtonderdelen, dat zij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing. Het incidenteel beroep van de bedrijfsarts i.o. slaagt, in die zin dat het Centraal Tuchtcollege klager alsnog niet-ontvankelijk verklaart in klachtonderdeel j (het niet melden van PTSS als beroepsziekte).
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8875
- Datum publicatie: 25-03-2026
- Datum uitspraak: 25-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:60
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke maatregel: De beroepsbeoefenaar, arts, heeft de bijzondere voorwaarden die het CTG deze beroepsbeoefenaar eerder had opgelegd, niet nageleefd. De beroepsbeoefenaar heeft - hoewel hij al niet meer in het BIG-register ingeschreven stond als bedrijfsarts, maar als arts - onduidelijkheid hierover laten bestaan. Ook heeft hij onder andere onduidelijkheid laten bestaan over het werken onder supervisie en de IGJ niet tijdig en onvoldoende geïnformeerd. De IGJ heeft het college verzocht om een tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde maatregel. De beroepsbeoefenaar erkent dat hij de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd en vraagt een tweede kans.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:80 Hof van Discipline 's Gravenhage 250125
- Datum publicatie: 25-03-2026
- Datum uitspraak: 20-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:80
Het hof stelt voorop dat artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet een vervaltermijn van openbare orde bevat, die ambtshalve door de tuchtrechter wordt toegepast.Voor het indienen van een klacht geldt een vervaltermijn van drie jaar vanaf het moment dat de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft. De vraag moet worden beantwoord op welk moment de vervaltermijn is aangevangen. Het hof stelt vast dat de datum van ontvangst van de klacht door de deken buiten de klachttermijn ligt en dat de klacht te laat is ingediend.Het hof ziet geen aanleiding om op grond van artikel 46g lid 2 Advocatenwet uit te gaan van een verlenging van de klachttermijn omdat klaagster pas op een later moment dan het einde van de driejaarstermijn bekend is geworden met de onjuistheid van het handelen van de verweerster. De klacht is niet tijdig ingediend en daarom niet-ontvankelijk. Aan een inhoudelijke behandeling komt het hof niet toe.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:81 Hof van Discipline 's Gravenhage 240375
- Datum publicatie: 25-03-2026
- Datum uitspraak: 20-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:81
Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familierechterlijk geschil. Klager verwijt verweerster dat zij zich onnodig grievend over hem heeft uitgelaten. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard, ook het hof komt tot de conclusie dat verweerster de grenzen van het betamelijke in deze familierechtelijke kwestie niet heeft overschreden. Vanwege haar partijdige positie als advocaat van de ex-echtgenote van klager stond het verweerster vrij om in het familierechtelijke geschil het onderzoeksrapport Onmacht in het hoger beroep over te leggen nu zij daarbij voldoende heeft toegelicht dat het doel van het rapport was om het namens haar cliënte ingenomen standpunt over ouderverstoting te onderbouwen. Het hof acht van belang dat verweerster heeft uiteengezet welke overeenkomsten haar cliënte ziet tussen de in het onderzoeksrapport vermelde situatie en de familierechtelijke kwestie over de kinderen van partijen, dat zij heeft toegelicht wat uit dat rapport relevant was voor de zaak van haar cliënte en dat haar cliënte daarmee op geen enkele manier wilde insinueren dat klager ook zoiets zou kunnen doen of dat het leven van de kinderen in gevaar is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:82 Hof van Discipline 's Gravenhage 240196
- Datum publicatie: 25-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:82
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat verweerder zich in een krantenartikel onnodig grievend heeft uitgelaten over klager, die op dat moment een publieke functie bekleedde, zonder dat dit enig redelijk doel diende en waarmee de belangen van klager onnodig zijn geschaad. Verweerder heeft hiermee in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. Hoewel het beroep van klager tegen een ander klachtonderdeel slaagt, legt ook het hof de maatregel van berisping op. Het laakbare gedrag van verweerder acht het hof daartoe zelfstandig dragend.