Zoekresultaten 42031-42040 van de 45118 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0602 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 216/2009
- Datum publicatie: 21-10-2010
- Datum uitspraak: 21-10-2010
- ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0602
Klacht tegen verpleegkundige in thuiszorgsituatie betreffende ophoging zuurstoftoediening. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1079 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 2 - 2010
- Datum publicatie: 20-10-2010
- Datum uitspraak: 06-09-2010
- ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1079
De grenzen van de vrijheid als advocaat van de wederpartij overschreden door, onder verwijzing naar bijlagen waaruit de juistheid van de beschuldiging niet blijkt, de wederpartij te beschuldigen van incest en van het toebrengen van een geslachtsziekte. Grenzen niet overschreden door te stellen dat de wederpartij een lastercampagne tegen haar cliënt voert en niet gebleken dat zij hof van leugenachtige informatie heeft willen voorzien. Klacht gedeeltelijk gegrond; enkele waarschuwing
-
ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0610 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09171
- Datum publicatie: 20-10-2010
- Datum uitspraak: 20-10-2010
- ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0610
Klager klaagt over het niet behandelen van haar (inmiddels overleden) echtgenoot volgens de professionele standaard. Het college is van oordeel dat verweerder bij de gepresenteerde klachten volgens de hematurie-richtlijn een urinecytologie en cystoscopie had moeten laten verrichten. Verweer had, toen hij afweek van deze richtlijn beter moeten motiveren en registreren. Door zowel de onderzoeken niet te laten verrichten als onvoldoende te documenteren waarom van de richtlijn afgeweken wordt, kan verweerder een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De klacht wordt daarom gegrond verklaard en verweerder krijgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1080 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 10 - 2010
- Datum publicatie: 20-10-2010
- Datum uitspraak: 06-09-2010
- ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1080
Verzet gegrond omdat de voorzitter in de voorzittersbeslissing niet alle door klagers naar voren gebrachte klachten heeft besproken. Grenzen van de aan de advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid niet overschreden. Verzet gegrond; klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1081 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 102 - 2009
- Datum publicatie: 20-10-2010
- Datum uitspraak: 06-09-2010
- ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1081
Ondanks diverse rechterlijke uitspraken en een berisping door de raad van discipline herhaling van ernstige en onterechte beschuldigingen aan het adres van klaagster. Voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van twee weken passend en geboden omdat verweerder volhardt in zijn onbetamelijke gedrag Klacht gegrond; voorwaardelijke schorsing 2 weken
-
ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1082 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch R 181 - 2008
- Datum publicatie: 20-10-2010
- Datum uitspraak: 30-08-2010
- ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1082
Binnen proeftijd schuldig maken aan een in artikel 46 bedoelde gedraging en niet naleven van bijzondere voorwaarden gesteld aan het gedeeltelijk voorwaardelijke karakter van de opgelegde maatregel van schorsing. Ambtshalve tenuitvoerlegging voorw. schorsing ex art 48e adv wet
-
ECLI:NL:TNOKBRE:2010:YC0527 Kamer van toezicht Breda Kl 1/2010
- Datum publicatie: 20-10-2010
- Datum uitspraak: 04-10-2010
- ECLI:NL:TNOKBRE:2010:YC0527
In de voorliggende kwestie staat ter beantwoording de vraag of de notaris door gevolg te geven aan het verzoek van [naam] tot haar herinschrijving als directrice van [naam] in het handelsregister, de in artikel 98, lid 1 van de Wet op het notarisambt neergelegde tuchtnorm heeft geschonden. Vastgesteld moet worden dat de notaris zonder meer is uitgegaan van de juistheid van het door [naam] aan haar herinschrijvingsverzoek ten grondslag gelegde veronderstelling, dat haar uitschrijving tegelijkertijd en abusievelijk met de uitschrijving van [naam] als directrice op grond van de levering van de door deze gehouden aandelen aan [naam], had plaatsgevonden. Alvorens aan het verzoek gevolg te geven, had het echter -zeker nu dit verzoek slechts steunde op een aanname van [naam]- op de weg van de notaris gelegen om onderzoek te doen naar de reden of oorzaak van het niet langer ingeschreven zijn van [naam] als directrice. De notaris zou daarbij toen reeds tot de gevolgtrekking moeten zijn gekomen, dat de uitschrijving van [naam] al op 4 juni 2008 had plaatsgevonden op initiatief van klager, dan wel [naam], welke gevolgtrekking hij echter eerst achteraf, na indiening van de klacht, heeft gemaakt
-
ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1077 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 87 - 2009
- Datum publicatie: 20-10-2010
- Datum uitspraak: 06-09-2010
- ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1077
Tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door niet naar behoren mee te werken aan het dekenonderzoek en door de deken te misleiden. Dekenbezwaar gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TNOKBRE:2010:YC0528 Kamer van toezicht Breda Kl 21/2009
- Datum publicatie: 20-10-2010
- Datum uitspraak: 04-10-2010
- ECLI:NL:TNOKBRE:2010:YC0528
Kern van de klacht betreft de vraag of de oud-notaris, toen in zijn hoedanigheid van (waarnemend) kandidaat-notaris, zijn medewerking aan de kwestieuze koopoptie heeft mogen verlenen, zonder onderzoek te doen naar de omstandigheden waaronder deze tot stand was gekomen, alsmede naar de wilsbekwaamheid van [naam]. De door klaagster aangevoerde omstandigheden kunnen echter naar het oordeel van de kamer niet leiden tot de conclusie, dat een dergelijk onderzoek door de oud-notaris zonder meer in de rede lag. Gesteld noch gebleken is en bovendien door de oud-notaris gemotiveerd betwist, dat er voor hem ten tijde van het opmaken van de akte en het passeren daarvan enige concrete aanwijzing bestond die noopte tot een onderzoek. Hetgeen klaagsters daaromtrent en met name ten aanzien van de emotionele en geestelijke gesteldheid van [naam] hebben aangevoerd, is niet dan wel onvoldoende aannemelijk geworden. Klaagsters hebben geen medische verklaringen of stukken ter onderbouwing daarvan overgelegd. Evenmin hoefde de overeengekomen lage koopsom voor de oud-notaris aanleiding te zijn voor een onderzoek als door klaagster gesteld. Die koopsom hoefde bij de notaris geen argwaan te wekken ten aanzien van de zuiverheid van de motieven van de koopoptie. De notaris heeft onweersproken aangevoerd, dat er sprake was van een bijzondere, innige, relatie tussen [naam] en zijn huurders, op grond waarvan niet valt uit te sluiten, dat hij hen met die koopoptie wenste te bevoordelen. [naam] stond dit ook vrij, nu sprake was van een zogeheten art. 1167 BW-boedel. Bovendien was, naar de eigen stelling van klaagsters, sprake van een tussen hen en [naam] bekoelde relatie. Daarnaast is, eveneens uit de eigen stellingen van klaagsters, naar voren is gekomen, dat ten aanzien van het pand sprake was van fors achterstallig onderhoud, door klaagsters begroot op € 80.000. Verder is in de akte een indexering van de koopsom opgenomen. Het feit dat de vordering van de optiegerechtigden tot nakoming van de koopoptie door de voorzieningenrechter op grond van de door klaagsters aangevoerde omstandigheden, waaronder de lage koopsom, is afgewezen, doet aan dit alles niet af. In de eerste plaats heeft die beoordeling plaatsgevonden 10 jaar na dato, hetgeen tot andere beschouwingen kan leiden, dan op het moment van het handelen van de oud-notaris, terwijl die omstandigheden in die procedure alleen ter beoordeling hebben gestaan in het licht van de rechtsverhouding tussen [naam] en de optiegerechtigden. Daarbij stond niet ter beoordeling de rol die de oud-notaris daarbij heeft gehad.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0609 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09215
- Datum publicatie: 20-10-2010
- Datum uitspraak: 20-10-2010
- ECLI:NL:TGZREIN:2010:YG0609
Klagers klagen over het feit dat zij onvoldoende informatie hebben gekregen van verweerder over het optreden van cognitieve achteruitgang na profylactische schedelbestraling en dat de dosering van de gehanteerde bestraling te hoog zou zijn. Het college is van oordeel dat verweerder klagers niet heeft hoeven informeren over eerdergenoemde cognitieve achteruitgang, nu het optreden hiervan niet als bijwerking van de radiotherapie kan worden gezien. Daarnaast heeft verweerder gehandeld volgens de geldende richtlijn qua stralingsdosering en kan hem dus geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De klacht wordt ongegrond verklaard.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 4203
- Pagina: 4204
- Pagina: 4205
- ...
- Pagina: 4512
- Volgende pagina zoekresultaten