Zoekresultaten 43601-43650 van de 47479 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0917 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.300

    Klaagster verwijt de arts dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, omdat hij in een civiele procedure willens en wetens onjuist heeft verklaard omtrent de gezondheidstoestand van de inmiddels overleden echtgenoot van klaagster (meineed). De arts beroept zich op het beginsel van ‘ne bis in idem’ nu hij ten aanzien van zijn medisch handelen reeds tuchtrechtelijk is veroordeeld. Subsidiair stelt de arts zich op het standpunt dat hem geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, nu de klacht geen medisch handelen zijnerzijds betreft. Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk. Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing, ontvangt klaagster in haar klacht. De tweede tuchtrechtnorm omvat tevens een handelen (of nalaten) door een BIG-geregistreerde in die hoedanigheid, in strijd met het openbare algemene belang van een goede individuele gezondheidszorg. Centraal Tuchtcollege wijst de klacht af nu de verweten gedraging, te weten meineed, althans het opzettelijk onjuist verklaren, niet is komen vast te staan.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG0911 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1005

    Klager verwijt de tandarts onjuiste orthodontiebehandeling bij zijn dochter, onjuiste declaraties, geen klachtenregeling te hebben en het bij het aanbrengen van de beugel in rekening brengen van het uitnemen daarvan. Verweerster heeft ondanks herhaald verzoek van het college het dossier van de dochter niet overgelegd en is evenmin ter zitting verschenen. Gedeeltelijk gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0918 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.176

    Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat een na de behandeling bij haar geconstateerde (verzakkings)fractuur in een ruggenwervel, is veroorzaakt door manuele therapie. Klaagster is gediagnosticeerd met osteoporose. De verzakkingsfractuur bevindt zich op het niveau L4. De fysiotherapeut heeft de wervels ter hoogte van T8-10 gemanipuleerd. Het Regionaal College oordeelt dat geen verband is komen vast te staan – en ook niet aannemelijk is geworden – tussen de later geconstateerde inzakkingsfractuur en de behandeling door de fysiotherapeut. De klacht is daarom kennelijk ongegrond. Het Centraal College verwerpt het beroep, nu de behandeling in beroep niet heeft geleid tot de vaststelling van feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel leiden.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG0915 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2010/59

    -

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG0912 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 155/2008

    Klacht tegen neurochirurg. Spondylodese (fixatie) L5-S1. Foutief geplaatste schroeven. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1363 Raad van Discipline Arnhem 10-28

    Verzetschrift (wel tijdig) bevat geen gronden. De aanvulling kwam te laat. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG0916 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen T2010/04

    -

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG0913 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 231/2009

    Klaagster was zwanger van een kind met de aandoening trisomie 18. Zij wilde de zwangerschap uitdragen en is na 41 weken en 6 dagen ingeleid in het ziekenhuis. Gedurende de bevalling was er sprake van een CTG-registratie waaruit bleek dat er sprake was van foetale nood. Het kind is bij de bevalling overleden. Klaagster heeft (o.a.) een klacht ingediend tegen de eerstelijnsverloskundige die haar tijdens de zwangerschap en de bevalling begeleidde. Zij verwijt de verloskundige ondermeer dat het te voeren beleid van non interventie ingeval er sprake was van foetale nood niet met haar is besproken, dat zij onvoldoende begeleid is bij de bevalling en dat zij de baby niet levend in handen heeft kunnen houden. De klacht is gedeeltelijk gegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1364 Raad van Discipline Arnhem 10-37

    Advocaat behandelt klagers vordering op diens eerdere advocaat die de uitkomst vormde van een begrotingsprocedure. Verzet (tegen het oordeel van de voorzitter deels niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond) ongegrond. De incongruentie die de uitkomst van een procedure ex art. 39 Wet tarieven burgerlijke zaken oplevert (door dat die procedure de advocaat wél maar de cliënt niet meteen een titel oplevert) betreft allereerst de relatie tussen klager en diens eerste advocaat. Dat punt was voor of in een snelle en goedkope incasso zoals klagers wenste niet meteen bruikbaar.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0142 Accountantskamer Zwolle 10/1507 Wtra AK

    Klacht jegens accountant wegens niet ontdekken van fraude bij opdrachtgeefster. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de 3-jaarstermijn voor het indienen van een klacht; zulks gebaseerd op het oordeel dat de directeur van opdrachtgeefster, gezien de duur, de omvang en de aard van de verslagleggingsfraude, en zijn intensieve betrokkenheid bij opdrachtgeefster, kennis van een en ander had.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0143 Accountantskamer Zwolle 10/1706 Wtra AK

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1362 Raad van Discipline Arnhem 10-67

    Ongegrond. Mogelijkheden niet onvoldoende onderzocht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1352 Raad van Discipline Amsterdam 10-226U

    Het betreft een verzet na een kennelijk ongegrond bevonden klacht tegen de eigen advocaat, over de kwaliteit van de werkzaamheden van verweerder. De raad is met de voorzitter van mening dat de klachten feitelijke onderbouwing missen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1359 Raad van Discipline Amsterdam 10-298Zut

    Verzetzaak. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van advocaat-lid van raad van discipline. Staat niet onder tuchtrechtelijk toezicht, tenzij sprake is van zodanige verwaarlozing van taken en/of misdragingen dat de advocaat geacht moet worden zich schuldig te hebben gemaakt aan het handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Hiervan is niet gebleken, zodat het verzet ongegrond wordt verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1353 Raad van Discipline Amsterdam 10-227U

    Het betreft een verzet na een kennelijk ongegrond bevonden klacht tegen de eigen advocaat, over de kwaliteit van de werkzaamheden van verweerster. De raad is met de voorzitter van mening dat de klachten feitelijke onderbouwing missen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1360 Raad van Discipline Amsterdam 10-190A

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft een brief rechtstreeks aan klaagster toegezonden, terwijl klaagster werd bijgestaan door advocaat. De brief is op rechtsgevolg gericht, dus verweerder mocht klaagster rechtreeks aanschrijven. Een kopie van die brief is aan de advocaat van klaagster gestuurd. Onderdeel ongegrond. Verweerder heeft de brief aan klaagster per fax gestuurd. Gebleken noch anderszins duidelijk geworden dat verweerder dat heeft gedaan om klaagster te schaden. Correspondentie per fax is voor mededelingen waarvan de ontvangst in verband met het eerdergenoemd rechtsgevolg een normaal en veel gebruikt communicatiemiddel. Onderdeel ongegrond. Verweerder heeft confraternele correspondentie in het geding gebracht. Dat het overleggen van die correspondentie op een misverstand berust, maakt het niet zonder meer niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Onderdeel gegrond zonder maatregel. Producties ten behoeve van een mondelinge behandeling van een kort geding zijn zes dagen voor de zitting aan klaagster toegezonden, maar pas twee dagen daarvoor aangekomen. Omstandigheden van het geval brengen met zich dat onderdeel ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1354 Raad van Discipline Amsterdam 10-297Zut

    Verzetzaak. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van advocaat-lid van raad van discipline. Staat niet onder tuchtrechtelijk toezicht, tenzij sprake is van zodanige verwaarlozing taken en/of misdragingen dat de advocaat geacht moet worden zich schuldig te hebben gemaakt aan het handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Hiervan is niet gebleken, zodat het verzet ongegrond wordt verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1355 Raad van Discipline Amsterdam 10-224U

    Verzetzaak. Klacht tegen eigen advocaat. Het onderschijven van de visie van de vorig advocaat van klaagster is niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder heeft aangegeven het niet zinvol te achten om bij een mediationgesprek aanwezig te zijn en dit met de cliënt besproken. Verweerder heeft daarbij aangegeven dat hij tijdens het mediationgesprek telefonisch bereikbaar zou zijn. Uit het dossier blijkt niet dat klaagster het met deze gang van zaken niet eens was. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1356 Raad van Discipline Amsterdam 10-138A

    Klacht tegen eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerder (in strafzaak) onjuist heeft opgetreden of geadviseerd. Advocaat dient duidelijk met de cliënt te communiceren. Daaronder valt de cliënt tijdig infomeren over een eventuele verhindering om de zitting te kunnen bijwonen, welke proceshouding het best kan worden gekozen of de cliënt antwoorden op gestelde vragen. Verweerder heeft hier aan voldaan. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1350 Raad van Discipline Amsterdam 10-212A 10-213A

    Verzet na twee kennelijk ongegrond bevonden klachten tegen de advocaten van de dochter van klager. Tijdens een bespreking op het kantoor van verweerders heeft klager het strafdossier van zijn dochter meegenomen. Verweerders hebben aangifte gedaan. Klager is aangehouden en er is huiszoeking bij hem verricht. Verweerders hebben de tuchtrechtelijke normen die jegens derden in acht moeten worden genomen niet overschreden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1357 Raad van Discipline Amsterdam 10-228Alk

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Feitelijk onjuiste mededeling over vernietiging van financiële stukken. Verweerder mocht op informatie cliënt afgaan. Onderdeel ongegrond. Verweerder is onnodig grievend/intimiderend geweest. In familiezaken (erfenis) staat meer op het spel dan alleen de financiële kant daarvan. De dreiging van verweerder dat klaagster mogelijk zou worden onterfd als zij niet meewerkt, is in de gegeven omstandigheden disproportioneel. Onderdeel gegrond zonder maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1351 Raad van Discipline Amsterdam 10-230A

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerder zich in een verzoekschrift tot het leggen van conservatoir beslag schuldig te hebben gemaakt aan valsheid in geschrifte. De raad oordeelt dat de gekozen bewoordingen van verweerder wellicht juridisch niet juist waren, maar er is geen tuchtrechtelijke grens overschreden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1358 Raad van Discipline Amsterdam 10-259H

    Verzetzaak. Klacht tegen eigen advocaat. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder over onvoldoende (parate) juridische kennis beschikt om zaak te kunnen aannemen. Een andere visie op het juridische geschil dan de cliënt is niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder is niet verplicht visie van de cliënt te volgen. Verweerder heeft opdacht niet ontijdig naast zich neergelegd. Hij kan aanspraak maken op honorarium voor de tot dat moment verleende diensten. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0534 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW2010.594

    De zaak betreft de inzet van een systeem waarbij kentekens van auto's op de openbare weg worden gescand. Die gegevens worden vergeleken met een database van de gerechtsdeurwaarder. Wanneer een voertuig wordt gescand waarvan bekend is dat de eigenaar een schuld heeft, wordt navraag gedaan of het voertuig nog op naam staat van die eigenaar. Zo ja, dan wordt contact opgenomen met de opdrachtgever met de vraag of beslag (op grond van een aanwezige titel) op het voertuig gerechtsvaardigd is. Zo ja, dan wordt het voertuig in beslag genomen, voorzien van een sticker en een wielklem. De schuldenaar wordt de mogelijkheid geboden de schuld te voldoen en bij niet voldoening wordt het voertuig afgevoerd. (in bewaring genomen). De beroepsorganisatie is van mening dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om de bevoegdheid om in beslag genomen zaken in bewaring te geven zo stelselmatig toe te passen als de gerechtsdeurwaarder doet. Ook het feit dat hij niet altijd beschikt over de titel (die er wel is maar niet in zijn handen) wanneer hij beslag legt in opdracht van een andere gerechtsdeurwaarder staat op gespannen voet met de wet. De Kamer is samengevat van oordeel dat het wettelijke systeem van bewaargeving een individuele toets vergt en het aanbrengen van een wielklem als tussenstadium voor dat onderzoek het oneigenlijk oprekken van een wettelijke bepaling betreft. De klacht wordt gegrond verklaard. Er wordt geen maatregel opgelegd omdat het een proefprocedure betrof.

  • ECLI:NL:RBAMS:2010:YB0535 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW2010.740A

    In een bij de Kameer aanhangige klachtprocedure, verzoekt de KBvG om zich in de procedure te mogen voegen. De Kamer overweegt dat de Gerechtsdeurwaarderswet het incident van voeging niet kent en ziet -omdat in het voorontwerp kaderwet tuchtprocesrecht die mogelijkheid evenmin is opgenomen- geen aanleiding een precedent te scheppen. Het verzoek wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0907 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.316

  • ECLI:NL:TNOKARN:2010:YC0584 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/957

    De Kamer is van oordeel dat er voldoende aanleiding voor de notaris was om het “Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid” te volgen. Dit klachtonderdeel gegrond, overige klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0908 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.045

    Patiënt (klager) in sinds 2007 opgenomen in een Zorgcentrum op basis van artikel 60 van de BOPZ. De aangeklaagde arts is geneesheer-directeur van dit Zorgcentrum. De klacht is ingediend door een bevriende huisarts van de patiënt die de opname wil terugdraaien. De familie van de patiënt verzet zich niet tegen de opname. Onder andere doet de vraag zich voor of de klagende huisarts ontvankelijk is. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt zich deels onbevoegd en voor het overige klager niet-ontvankelijk in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0585 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2009/938

    Klaagster verwijt de notaris dat hij in de akte tot beëindiging van haar geregistreerd partnerschap en in de akte van verdeling niet heeft geregeld dat de voorhuwelijkse schulden van haar partner voor diens rekening zouden blijven. De Kamer stelt voorop dat de notaris niet kan afwijken van de dwingendrechtelijke bepalingen van het huwelijksvermogensrecht. De Kamer overweegt voorts dat de notaris er niettemin wijzer aan had gedaan met zoveel woorden in de akten aan te geven dat de interne verdeling van de schulden daarin niet was opgenomen. In ieder geval had de notaris, volgens de Kamer, daarover schriftelijk of anderszins op een duidelijke wijze met klaagster kunnen communiceren. De Kamer acht het verzuim niet zodanig dat een tuchtrechtelijke maatregel moet worden opgelegd

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0909 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.140

    Klacht: Klaagster heeft chronische hoest- en benauwdheidklachten en wordt door haar huisarts voor hernieuwd onderzoek doorverwezen naar verweerder, longarts. Zij is in totaal vijf keer gezien door deze arts. Klaagster verwijt de arts: 1) ten onrechte advies gegeven te hebben het bed op klossen te zetten, waardoor zij een herseninfarct heeft gekregen; 2) de brief van de huisarts waarin stond dat zij in 2006 een schedeloperatie heeft ondergaan niet goed heeft gelezen; 3) haar een tekening meegegeven te hebben met een Engelse tekst. Klaagster en zoon beheersten deze taal niet goed en informatie was voor hen niet duidelijk; 4) haar privacy geschonden te hebben; 5) haar onheus heeft bejegend en ‘in de kou heeft laten staan’, de arts heeft haar verteld dat zij niet meer terug hoefde te komen. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt de klacht kennelijk ongegrond in al haar onderdelen en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0906 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.260

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0583 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/963

    Nalatenschap. Beoordeling rol en daarbij behorende zorgplicht van de notaris bij de afwikkeling. De Kamer is van oordeel dat de notaris onvoldoende transparant was en is over zijn rol en voorts de belangen van klaagster (één van de erfgenamen) onvoldoende heeft behartigd. Klacht grotendeels gegrond, oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1331 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M67-2010

    Niet komen vast te staan dat verweerder zonder opdracht van klager werkzaamheden heeft verricht. Een advocaat dient te onderzoeken en met zijn cliënt te bespreken of deze in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand (gedragsregel 24) Hiervan is onvoldoende gebleken. Het onder deze omstandigheden toesturen van een declaratie voor verrichte werkzaamheden is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door rechtstreeks met klager te blijven communiceren, ofschoon hij wist dat deze zich tot een andere advocaat had gewend en door die andere advocaat werd bijgestaan. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1338 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch R 35-2010

    Een advocaat dient te alle tijde bedacht te zijn op de situatie dat hij ten opzichte van zijn cliënt niet meer de vrijheid en onafhankelijkheid bezit om deugdelijk te adviseren en representeren. Een belangenverstrengeling door financiële pof persoonlijke relaties, kan de gewenste onafhankelijkheid in gevaar brengen, en kan maken dat de advocaat mede tot partij wordt. Voorts dient een advocaat niet op te treden tegen een wederpartij ten aanzien van wie hij over vertrouwelijke informatie beschikt die hij niet betrokken heeft van zijn cliënt. Indien de echtgenoot van de advocaat belang heeft bij de wijze van adviseren en optreden voor diens cliënt kan de vrijheid en onafhankelijkheid van die advocaat in gevaar komen. gegrond; enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1332 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H75-2010

    Gelet op de aan de advocaat toekomende vrijheid stond het verweerder vrij om zich in de door hem namens zijn cliënten gevoerde procedures te bedienen van de door hem gebezigde bewoordingen. Niet onnodig grievend. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1345 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch R 68 -2010

    Een kantoorgenoot/advocaat mag er op vertrouwen dat een cliënt ermee akkoord gaat dat hij diens belangen behartigt, indien die cliënt zich steeds rechtstreeks tot hem heeft gewend en deze nimmer heeft laten blijken niet akkoord te gaan met diens dienstverlening. Aan een advocaat komt voor het te voeren beleid een grote mate van vrijheid toe.Een tuchtrechtelijke maatregel is pas geïndiceerd indien een advocaat bij de behandeling van een zaak kennelijk onjuist optreedt of adviseert en de belangen van de cliënt daardoor zijn geschaad dan wel kunnen worden geschaad. klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1339 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M95-2010

    Gelet op de door de advocaat gebezigde termen als “sans prejudice”en “regeling in der minne” dient het aanbod tot nakoming te worden gekwalificeerd als een schikkingsvoorstel. Het staat een advocaat op grond van gedragsregel 13 niet vrij, om zonder toestemming van de advocaat van de wederpartij, in een processtuk melding te maken van een door hem geformuleerd schikkingsvoorstel. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1333 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M72-2010

    Verrekening is eerst toegestaan indien de cliënt daarmee uitdrukkelijk heeft ingestemd. Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door ten onrechte een bedrag van € 4.400,00 ter zake griffierecht in rekening te brengen en dit eerst anderhalf jaar later te crediteren. Derdengelden dienen zo spoedig mogelijk aan de rechthebbende te worden overgemaakt. Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zulks na te laten. Niet aannemelijk dat verweerder toevoegingen heeft aangevraagd en verkregen, zonder dat klager weet op welke zaken die toevoegingen betrekking hadden. Klacht gegrond. Onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van twee maanden.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0533 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW2010.740

    E-court stelt zich blijkens haar algemene voorwaarden ten doel om deskundige, betaalbare en snelle rechtspraak te bieden aan een ieder op de grondslag van art. 7:900 e.v. Burgerlijk Wetboek (BW). E-court heeft in haar algemene voorwaarden opgenomen dat een gedaagde partij voor een incasoprocedure bij exploot wordt opgeroepen. E-court stelt kortgezegd dat het uitbrengen een exploot op grond van de wet is voorbehouden aan een gerechtsdeurwaarder waardoor het een ambtshandeling betreft. Voor ambtshandelingen geldt de ministerieplicht. E-court heeft een gerechtsdeurwaarder verzocht een oproep bij exploot uit te brengen maar deze weigert dat te doen onder verwijzing naar de door een door zijn Beroepsorganisatie ingenomen standpunt. De Kamer heeft overwogen dat de ambtshandelingen van de gerechtsdeurwaarder niet in de Gerechtsdeurwaarderswet zijn omschreven, maar her en der staan verspreid in bijzondere wetgeving. Omdat elke ambtshandeling op een wettelijk voorschrift berust, is er sprake van een gesloten stelsel. De gerechtsdeurwaarder ontleent zijn bevoegdheid tot het verrichten van ambtshandelingen dus rechtstreeks aan de wet. Het oproepen van partijen die een procedure voor E-court willen voeren berust niet op een wettelijk voorschrift maar op een afspraak tussen partijen. Het doen van een dergelijke oproep bij exploot berust dan ook niet op een bij de wet aan de gerechtsdeurwaarder opgedragen bevoegdheid. Naar het oordeel van de Kamer geldt voor het oproepen bij exploot in een procedure voor E-court dan ook geen ministerieplicht. Dit laat overigens onverlet dat het een gerechtsdeurwaarder naar het voorlopig oordeel van de Kamer vrijstaat om – ook zonder dat daarvoor ministerieplicht bestaat – een oproeping bij exploot uit te brengen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1346 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M92-2010

    De advocaat is dominus litis bij de behandeling van een zaak. Hij dient het juiste midden te vinden tussen de selectie en de verwerking van de door zijn cliënt aangeleverde informatie en commentaren. Van een advocaat mag verwacht worden dat hij daarbij de benodigde voortvarendheid in acht neemt. Niet aannemelijk geworden dat de civielrechtelijke kwestie dermate ingewikkeld was dat het ter zake gedeclareerde bedrag ad € 18.000,- gerechtvaardigd was. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij zijn cliënt tijdig informeert over de gedeclareerde uren en dat hij het gestelde maximum budget bewaakt. Gegrond. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1347 Raad van Discipline Arnhem 10-127

    Klager is het niet eens met facturen van verweerder. Verweerder schrijft klager in verband daarmee aan en deelt hem mede dat hij overweegt de op de Antillen gevestigde vennootschap van klager in Nederland te dagvaarden en dat de fiscus wellicht benieuwd zal zijn naar zijn argumenten. De raad is van oordeel dat verweerder aldus de grens van het toelaatbare heeft overschreden en legt verweerder een enkele waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1340 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H78-2010

    Verweerder mocht, alvorens klager te dagvaarden, geen genoegen nemen met het bericht van de gemeente dat klager naar Duitsland was vertrokken zonder opgave van een nieuw adres in Duitsland. Verweerder had moeten trachten de nieuwe adresgegevens van klager te verkrijgen. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1348 Raad van Discipline Arnhem 10-185

    Klagers verwijten verweerder sub 2 dat hij hun faillissement heeft aangevraagd zonder voorafgaand overleg met de deken en zonder dat de vordering in rechte was vastgesteld (gedragsregel 27 lid 7). Omdat gedaagden geen cliënt van verweerder sub 1 zijn geweest is deze gedragsregel niet van toepassing. Tevens verwijten klagers verweerder sub 1 dat hij ten onrechte betaling van klagers vordert. Niet valt in te zien waarom het verweerder sub 1 niet was toegestaan om met klager sub 1 af te spreken dat hij, althans zijn B.V., de declaraties die betrekking hebben op hetgeen verweerder sub 1 voor X heeft gedaan zal betalen. Beide onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1334 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M83-2010

    Niet gebleken dat verweerder bij de behandeling van de zaak onjuist heeft gehandeld. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij, indien zijn cliënt zich tot een cassatieadvocaat wendt, tijdig en zorgvuldig reageert op het verzoek van zijn cliënt tot toezending van het dossier. Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:RBAMS:2010:YB0532 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW2010.740incident

    Een verzoek tot voeging van de KBvG in de zaak E-court. Het verzoek wordt afgewezen omdat de wet niet in voeging voorziet. Uitspraak in de hoofdzaak 8 februari 2011.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1341 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H79-2010

    Gelet op het uitgebreid gemotiveerd verweerschrift niet gebleken dat de belangen van klager niet zouden zijn behartigd. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1335 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch B76-2010

    Indien een toevoeging is verstrekt is het een advocaat niet toegestaan een vergoeding te bedingen anders dan de eigen bijdrage en verschotten volgens de daarvoor geldende regels. Ook met goedvinden van de cliënt mag de advocaat niet van deze regel afwijken (gedragsregel 24 lid 2), ook niet indien de mogelijkheid bestaat dat de verleende toevoeging later wordt ingetrokken. Geen maatregel omdat van goede bedoelingen van de advocaat is gebleken. Het staat een advocaat vrij al dan niet nieuwe zaken van een cliënt in behandeling te nemen. Indien in rekening gebrachte verschotten onbetaald blijven, staat het een advocaat vrij ter zake een procedure ex artikel 38 WRB aanhangig te maken. Gedeeltelijk gegrond. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0581 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/955

    Nalatenschap. Klager voert aan dat de notaris de legitieme portie onjuist heeft berekend. Voorts voert klager aan dat de notaris klachtwaardig heeft gehandeld door het in opdracht van de erflater instellen van bewind over de legitieme portie van klager, die is onterfd. De Kamer is van oordeel dat de notaris op beide onderdelen niet klachtwaardig heeft gehandeld in de zin van de Wna.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1342 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H28-2010

    Niet gebleken van enig onbehoorlijk handelen van verweerster, gericht op het aftroggelen van een zaak van klager. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1336 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M93-2010

    Het staat een advocaat niet vrij om zonder overleg met de advocaat van de wederpartij confraternele correspondentie in het geding te brengen. Tijdsdruk is geen reden om van het gestelde in gedragsregel 12 af te wijken. Gegrond. Waarschuwing.