Zoekresultaten 43501-43550 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG1164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen T2010/09, T2011/06, T2011/07, T2011/08

    -

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG1161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 011/2010

    Verpleeghuisarts heeft niet zodanige alarmerende signalen gekregen met betrekking tot het ziek zijn van patiënte met diarree, gepaard gaande met bloedverlies dat geconcludeerd moet worden dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG1165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2010/65

    Klaagster verwijt verweerder dat haar zoon tijdens de keizersnede door haar blaas is geboren, waardoor haar blaas onherstelbaar is beschadigd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG1162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 012/2010

    Patiënte bekend met sterk wisselende INR-waardes en gebruik van Sintrom. Uitslag bepaling INR-waarde pas na een week, als gevolg van verzending van uitslagen ‘niet verhoogde INR-waardes’ door het laboratorium per post, bij verpleeghuisarts bekend. Vervolgens doseerbeleid aangepast en nieuwe bepaling gepland voorde week erop. Het was beter geweest als en de uitslagen, ook bij niet verhoogde INR-waardes sneller bij de verpleeghuisarts bekend zouden zijn, zodat doseerbeleid sneller kan worden aangepast en het was beter geweest indien de verpleeghuisarts ook sneller een controlebepaling had laten uitvoeren. Evenwel gelet op het totale behandelbeleid geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2011:YC0629 Kamer van toezicht Amsterdam 454087/NT 10-13 Pee

    Tekortschieten in zorg- en informatieplicht

  • ECLI:NL:TDIVTC:2011:YF0332 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2010/28

    Beklaagde zou sterilisatie bij kat niet goed hebben uitgevoerd. Het enkele feit dat er restovarium is achtergebleven hoeft nog niet direct te betekenen dat er tuchtrechtelijk verwijtbaar is gehandeld. Doorslaggevend acht het college of beklaagde adequaat heeft gereageerd toen dat de kat opnieuw krols leek te zijn. Er vanuit gaande dat door beklaagde is voorgesteld een progesteronbepaling te verrichten, wordt de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0623 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/983

    Klager verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opmaken van het testament van de zuster van klager. De Kamer oordeelt dat dit niet is komen vast te staan. Voorts verwijt klager de notaris dat hij op geen enkele wijze met hem gecommuniceerd heeft. De Kamer acht dit klachtonderdeel gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0130 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3011

    Voor de pluimveesector is een Actieplan Salmonella en Campylobacter opgesteld om besmettingen van pluimvee terug te dringen. Dit om de consument een betere bescherming te bieden tegen mogelijke gezondheidsproblemen. De actieplancontroles zijn van belang voor de monitoring van bedrijven die niet aan een erkend kwaliteitssysteem deelnemen. Door een jaarlijkse controle komt in beeld of aan alle hygiënevoorschriften is voldaan. Op het bedrijf van betrokkene is deze controle in de jaren 2009 en 2010 achterwege gebleven, ondanks twee waarschuwingsbrieven van het PPE. Het feit dat betrokkene mogelijk vaker ten onrechte waarschuwingsbrieven ontvangt die niet op zijn bedrijf van toepassing zijn, neemt de verwijtbaarheid niet weg. Het Tuchtgerecht neemt wel in aanmerking dat betrokkene na het telefonisch bericht van de controleur van het CBD in 2011 alsnog een onderzoek heeft laten uitvoeren. Dit kan echter niet in de plaats komen van het onderzoek in 2009 en 2010 en houdt het belang van het tijdig en jaarlijks uitvoeren van het onderzoek dus in stand. Geldboete, rekening houdend met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van kleine omvang en deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/025V

    Zowel klagers als de Inspectie voor de Gezondheidszorg hebben zelfstandig een klacht tegen de gynaecoloog en de verloskundige ingediend. Beide klachten, die gezamenlijk worden behandeld, houden –kort samengevat- in dat de gynaecoloog en de verloskundige tijdens de bevalling van klaagster zijn tekortgeschoten in de zorg die zij van hen mocht verwachten. Bij klaagster is een uterusruptuur opgetreden als gevolg waarvan de dochter van klagers is overleden. De gynaecoloog is berispt en de verloskundige gewaarschuwd.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0621 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/981

    Het BFT verwijt de notaris dat hij enige tijd een negatieve bewaringspositie heeft gehad. Voorts belemmert de notaris het financiële toezicht door niet tijdig de kwartaal- en maandcijfers aan te leveren. De Kamer acht de klacht gegrond en legt de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee dagen op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-079

    Klaagster verwijt de arts dat deze de geheimhoudingsplicht heeft geschonden en niet heeft gereageerd op een schriftelijk bericht van klaagster. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0131 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2911

    Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de terechtzitting verschenen. Vast is komen te staan dat in 2009 niet is voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van een hygiënogram na reiniging en ontsmetting van de stal, voor de opzet van een nieuw koppel pluimvee. Voor de pluimveesector is een Actieplan Salmonella en Campylobacter opgesteld om besmettingen van pluimvee terug te dringen. Dit om de consument een betere bescherming te bieden tegen mogelijke gezondheidsproblemen. Om het met dit plan beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat iedereen zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen. Betrokkene voert aan in 2008 twee keer een hygiënogram te hebben uitgevoerd, waarvan één in december. Achteraf blijkt er in 2009 geen hygiënogram te zijn gennomen zijn terwijl betrokkene meende dat dit wel was gebeurd. Met een planning heel laat in het jaar, loopt de ondernemer het risico dat het onderzoek erbij inschiet. Dat betrokkene in 2008 twee hygiënogrammen heeft laten uitvoeren, doet niet af aan het feit dat in 2009 het verplichte onderzoek is nagelaten; wel vormt dit voor het Tuchtgerecht aanleiding een aanzienlijk deel van de geldboete voorwaardelijk op te leggen.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0622 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/982

    De notaris heeft in de periode 2008-2009 geen enkele opleidingspunt in het kader van de permanente educatie behaald. De Kamer legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0125 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2311

    Betreft het nalaten van swabonderzoek door een HOSOWO-instantie na de reiniging en ontsmetting van een stal waarin een Salmonellabesmetting was geconstateerd. Betrokkene heeft zijn stal zelf verbouwd. Daarbij is, ondanks de inspanningen, tijdens een hevige vorstperiode de vloerverwarming kapotgevroren. Het Tuchtgerecht begrijpt dat daardoor een stressvolle situatie is ontstaan. Evenwel behoren de gevolgen ervan tot het ondernemersrisico en zij nemen de verwijtbaarheid voor het nagelaten swabonderzoek bij betrokkene niet weg. Gelet op de omstandigheden van het geval legt het Tuchtgerecht een aanzienlijk deel van de geldboete voorwaardelijk op. Voorts legt het Tuchtgerecht een deel van de geldboete voorwaardelijk op, omdat betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is tevens rekening gehouden met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van grote omvang.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 10162

    Onvolledige en onjuiste voorlichting door arts met betrekking tot de aan klager gegeven chelatietherapie, welke geen reguliere maar een alternatieve behandelmethode is en waarvan het effect nimmer wetenschappelijk is bewezen. Arts is in een aantal opzichten ernstig tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klager waardoor deze onnodig een levensgevaarlijk risico heeft gelopen. Er is onvoldoende contact met de huisarts van klager geweest. Schorsing voor een jaar waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-158

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar onvoldoende heeft onderzocht, geen kweek heeft afgenomen en klaagster te laat heeft doorverwezen naar de specialist. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/270

    Klaagster verwijt de huisarts, kort samengevat, dat hij inadequaat heeft gereageerd op haar rugklachten en haar niet heeft verwezen voor nader onderzoek. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-102

    Klaagster verwijt de arts grensoverschrijdend gedrag, het houden van een chaotisch en slecht leesbaar dossier en het nalaten van doorverwijzing van klaagster naar de specialist. 2 van de 3 klachtonderdelen gegrond. Schorsing voor zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/024

    Zowel klagers als de Inspectie voor de Gezondheidszorg hebben zelfstandig een klacht tegen de gynaecoloog en de verloskundige ingediend. Beide klachten, die gezamenlijk worden behandeld, houden –kort samengevat- in dat de gynaecoloog en de verloskundige tijdens de bevalling van klaagster zijn tekortgeschoten in de zorg die zij van hen mocht verwachten. Bij klaagster is een uterusruptuur opgetreden als gevolg waarvan de dochter van klagers is overleden. De gynaecoloog is berispt en de verloskundige gewaarschuwd.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0121 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2811

    Betreft het het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in de stal. Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de terechtzitting verschenen. De verordening stelt minimumeisen aan de huisvesting van vleeskuikenouderdieren, opdat het welzijn van de dieren is gewaarborgd. Daarmee komt de sector tegemoet aan maatschappelijke en politieke opvattingen over de minimale standaard voor pluimvee in de reproductiesector. De minimumeisen met betrekking tot de huisvesting zijn opgesteld conform de normen die door de Dierenbescherming en de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) in hun gezamenlijke brief van 28 september 2000 aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zijn geadviseerd. Artikel 4 aanhef en onder a. van de verordening schrijft voor dat per dier 1300 cm2 beschikbaar moet zijn. In dit geval blijkt dat gemiddeld per vleeskuikenouderdier 1.241 cm2 beschikbaar was in de stallen 1, 2 en 3. Dit betekent concreet dat de minimum-oppervlaktegrens is overschreden met 59 cm2 per dier. De pluimveehouder hield dus teveel dieren op de beschikbare ruimte in de stal. Er waren ongeveer 21.511 dieren opgezet. Dat is een overschrijding van de norm met 4,5%. Door te veel dieren te bestellen met het oog op mogelijke uitval in de eerste weken na de opzet neemt betrokkene het risico dat bij een geringe uitval de welzijnsnormen zullen worden overschreden. Dat risico komt voor zijn rekening. Met de overtreding van deze welzijnsnorm heeft betrokkene mogelijk economisch voordeel gehad. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Boete deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0128 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3411

    Pluimveehouders in Nederland moeten op regelmatige basis bloedonderzoek laten uitvoeren op de eventuele aanwezigheid van antistoffen tegen aviaire influenza (AI). Nalaten van dit onderzoek ondermijnt het noodzakelijke inzicht in de gezondheidssituatie van de Nederlandse pluimveestapel en creëert daarmee een potentieel risico voor de Nederlandse pluimveesector. Het nalaten van monitoring is een zeer ernstige overtreding. Betrokkene erkent dat in het tweede en het derde kwartaal van 2010 niet is voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen AI. De gestelde oorzaak, de drukte rond het zelf verbouwen van een stal, neemt de verwijtbaarheid voor het nalaten van de essentiële werkzaamheden, zoals bloedonderzoek, op een pluimveehouderij niet weg. Het Tuchtgerecht heeft niet de indruk dat het bedrijf van betrokkene voor het overige onzorgvuldig zou worden uitgeoefend. Het lijkt om twee incidenten te gaan. Geldboete, rekening houdend met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van gemiddelde omvang en deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0619 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/978

    De notaris was naar het oordeel van de Kamer onvoldoende duidelijk over de persoon van zijn opdrachtgever. Voorts heeft de notaris onvoldoende zorgvuldig gehandeld bij het aanvragen van onderbewindstelling/mentorschap van moeder van klaagsters. Slechts één van de kinderen, die de notaris reeds kende, was daarbij betrokken. Klaagsters zijn niet op het aanvraagformulier vermeld. De notaris was bekend met de gecompliceerde familiverhoudingen. Er was geen medische verklaring beschikbaar. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/190

    Zowel klagers als de Inspectie voor de Gezondheidszorg hebben zelfstandig een klacht tegen de gynaecoloog en de verloskundige ingediend. Beide klachten, die gezamenlijk worden behandeld, houden –kort samengevat- in dat de gynaecoloog en de verloskundige tijdens de bevalling van klaagster zijn tekortgeschoten in de zorg die zij van hen mocht verwachten. Bij klaagster is een uterusruptuur opgetreden als gevolg waarvan de dochter van klagers is overleden. De gynaecoloog is berispt en de verloskundige gewaarschuwd.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0122 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2611

    Betreft het het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in de stal. Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de terechtzitting verschenen. De verordening stelt minimumeisen aan de huisvesting van vleeskuikenouderdieren, opdat het welzijn van de dieren is gewaarborgd. Daarmee komt de sector tegemoet aan maatschappelijke en politieke opvattingen over de minimale standaard voor pluimvee in de reproductiesector. De minimumeisen met betrekking tot de huisvesting zijn opgesteld conform de normen die door de Dierenbescherming en de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) in hun gezamenlijke brief van 28 september 2000 aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zijn geadviseerd. Artikel 4 aanhef en onder a. van de verordening schrijft voor dat per dier 1300 cm2 beschikbaar moet zijn. In dit geval blijkt dat gemiddeld per vleeskuikenouderdier 1.265 cm2 beschikbaar was. Dit betekent concreet dat de minimum-oppervlaktegrens is overschreden met 35 cm2 per dier. De pluimveehouder hield dus teveel dieren op de beschikbare ruimte in de stal. Er waren ongeveer 11.000 dieren opgezet. Dat is een overschrijding van de norm met 2,8%. Met de overtreding van deze welzijnsnorm heeft betrokkene mogelijk economisch voordeel gehad. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Boete deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0129 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3211

    Pluimveehouders in Nederland moeten op regelmatige basis bloedonderzoek laten uitvoeren op de eventuele aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza (AI). Nalaten van dit onderzoek ondermijnt het noodzakelijke inzicht in de gezondheidssituatie van de Nederlandse pluimveestapel en creëert daarmee een potentieel risico voor de Nederlandse pluimveesector. Het nalaten van monitoring is een zeer ernstige overtreding. Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de terechtzitting verschenen. Vast is komen te staan dat in het derde kwartaal van 2010 niet is voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen AI. Betrokkene heeft direct na de waarschuwingsbrief van het PPE d.d. 1 december 2010 alsnog een bloedonderzoek AI laten uitvoeren. Dat doet niet af aan de verwijtbaarheid, maar betrokkene heeft daarmee naar het oordeel van het Tuchtgerecht naar de omstandigheden adequaat gehandeld. Het lijkt om een incident te gaan. Geldboete, rekening houdend met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van relatief kleine omvang en deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/191v

    Zowel klagers als de Inspectie voor de Gezondheidszorg hebben zelfstandig een klacht tegen de gynaecoloog en de verloskundige ingediend. Beide klachten, die gezamenlijk worden behandeld, houden –kort samengevat- in dat de gynaecoloog en de verloskundige tijdens de bevalling van klaagster zijn tekortgeschoten in de zorg die zij van hen mocht verwachten. Bij klaagster is een uterusruptuur opgetreden als gevolg waarvan de dochter van klagers is overleden. De gynaecoloog is berispt en de verloskundige gewaarschuwd.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0620 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/972

    De notaris diende zich ervan te vergewissen dat klager zich realiseerde welke verplichtingen hij aanging bij de koop van een woning. De notaris had klager naar het oordeel van de Kamer daarom dienen te wijzen op de (mogelijke) verschuldigdheid van ruilverkavelingsrente, welke (mogelijke) verschuldigdheid bij de notaris bekend was. Die plicht rustte, anders dan door d enotaris aangevoerd, niet louter op de verkoper of diens makelaar. De notaris heeft niet afdoende gereageerd op de klacht van klager nadat deze was aangeslagen voor de rente. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1682 Raad van Discipline Amsterdam 10-397A

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een echtscheidingszaak. Klager verwijt verweerder onzorgvuldig jegens hem te hebben gehandeld door een e-mail met bedreigende inhoud jegens klager te sturen. Vrijheid van handelen advocaat wederpartij, tuchtrechtelijke grenzen niet overschreden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1689 Raad van Discipline Amsterdam 10-364A

    Ongegronde klacht tegen advocaat wederpartij. Vergezochte en onnodige verdachtmakingen aan advocaat wederpartij zijn in strijd met confraternele welwillendheid, maar niet tuchtrechtelijk laakbaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1733 Raad van Discipline Amsterdam 10-346A

    Verschaffen van, volgens klager, onjuiste informatie aan het hof. Ruime vrijheid belangenbehartiging bij verdediging cliënt. klacht in al zijn onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0173 Accountantskamer Zwolle 11/704 Wtra AK

    Na wijziging per 1 januari 2011 van deVerordening op de Raad van Toezicht Beroepsuitoefening AA’s is het Bestuur van de NOvAA niet langer bevoegd om een klacht in te dienen. Die bevoegdheid komt nu toe aan de Voorzitter van de NOvAA. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1683 Raad van Discipline Amsterdam 10-393U

    Klacht tegen de eigen advocaat over de wijze van belangenbehartiging en kwaliteit van dienstverlening. De raad oordeelt dat de advocaat voldoende overleg heeft gepleegd met de cliënt over de strategie en vooraf concept brieven ter goedkeuring heeft voorgelegd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1695 Raad van Discipline Arnhem 10-136

    Klacht luidt dat advocaat zaak te traag heeft behandeld en een andere zaak niet in behandeling heeft willen nemen. Verzet ongegrond. Advocaat heeft transparant met cliënte gecorrespondeerd en is helder geweest over wat cliënte van hem kon verwachten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1734 Raad van Discipline Amsterdam 10-276A

    Overschrijding vrijheid van belangenbehartiging van cliënt door uitbrengen exploot aan klager, terwijl de opdracht tot tenuitvoerlegging volgens klager niet door dochter van klager is gegeven. klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1690 Raad van Discipline Amsterdam 10-361A

    Klacht tegen advocaat wederpartij in langdurig (huur)geschil. Gedurende dit geschil heeft klager in andere kwestie bijstand gevraagd van kantoorgenoot van verweerster, terwijl hij wist van doorlopende bijstand aan zijn wederpartij. In die situatie kan klager zich niet beroepen op belangenverstrengeling. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1684 Raad van Discipline Amsterdam 11-033Alk

    Klacht tegen de eigen advocaat, verzetzaak. Een eerdere klacht van klaagster over het laten verlopen van een vervaltermijn door verweerder is gegrond verklaard. Klaagster stelt nu dat verweerder, voordat zij hem aansprakelijk stelde,ten onrechte een rooskleuriger inschatting gaf over haar zaak dan daarna. De raad heeft dit feitelijk niet kunnen vaststellen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1696 Raad van Discipline Arnhem 10-70

    Verzet ongegrond. De lezing van de feiten van beide partijen verschilt in belangrijke mate, zodat de raad niet kan vaststellen hoe de feitelijke gang van zaken is geweest en dat daarmee de verweten gedraging niet is komen vast te staan. Om die reden kan eveneens geen oordeel worden gegeven over de vraag of sprake is geweest van oncollegiaal gedrag aan de ene of de andere zijde.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1735 Raad van Discipline Amsterdam 10-428A

    Het enkele feit dat de zaak thans nog niet is opgelost, terwijl de wederpartij eerder wel een aanbod tot schikking heeft gedaan, brengt nog niet mee dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1691 Raad van Discipline Amsterdam 10-208A

    Verweerster heeft het dossier van klaagster (zij het beperkt) waargenomen bij afwezigheid van haar kantoorgenoot. Verweerster is nadien opgetreden voor de wederpartij van klaagster. Klaagster verwijt verweerster belangenverstrengeling. Klacht gegrond, maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1685 Raad van Discipline Amsterdam 10-394U

    Klacht tegen de eigen advocaat omdat de advocaat alle zaken voor de cliënt heeft neergelegd vanwege het feit dat klaagster een klacht had ingediend tegen de kantoorgenoot van verweerder. Volgens de raad is dit niet onbegrijpelijk en heeft verweerder bij het neerleggen van de zaken van klaagster de juiste maatstaf aangelegd. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1697 Raad van Discipline Arnhem 10-175

    Door verweerder sub II is een zaak op betalende basis in behandeling genomen, terwijl de cliënt voor een toevoeging in aanmerking had willen komen. Er is afgezien van het aanvragen van een toevoeging zonder dat dit met de cliënt is gecommuniceerd. Het is niet ter beoordeling van de raad of verweerder sub I en/of de Advocaten B.V. aansprakelijk is/zijn voor eventuele door klaagster als gevolg van het niet aanvragen van een toevoeging geleden schade. Dit oordeel is voorbehouden aan de civiele rechter.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1736 Raad van Discipline Amsterdam 10-236H

    Aanschrijven bestaande klanten kantoor klager en wekken suggestie dat klanten niet goed door kantoor van klager worden bijgestaan. Tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door in brief aan oud cliënten suggestie te wekken dat zij door kantoor van klager niet goed worden bijgestaan. klacht gegrond, enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1692 Raad van Discipline Amsterdam 10-282A

    Klager verwijt verweerder onjuiste advisering over de verjaring van een strafbaar feit en dat verweerder de afspraken over de overeengekomen vergoeding van de werkzaamheden door verweerder niet zou zijn nagekomen. Beide klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1686 Raad van Discipline Amsterdam 11-064A

    Dekenbezwaar tegen een advocaat die bij herhaling niet reageert op brieven van de deken. De deken wilde bemiddelen tussen verweerder en een andere advocaat over een financiële kwestie. Maar verweerder reageert niet. Verweerder verschijnt ook niet ter zitting en de raad acht het bezwaar gegrond. Maatregel berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1737 Raad van Discipline Amsterdam 10-350A

    Intimiderende opstelling advocaat wederpartij? Ruime vrijheid belangenbehartiging bij verdediging cliënt. Onterecht rechtstreeks contact opnemen met de wederpartij zelf. klacht deels gegrond, deels ongegrond. Enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1693 Raad van Discipline Amsterdam 10-241H

    Klager (de wederpartij van verweerder) verwijt verweerder dat hij niet meewerkt aan mediation, steeds van standpunt wisselt en geen medewerking wil verlenen aan een schikking. Het verzet houdt in dat plv. voorzitter de beslissing ondeugdelijk heeft gemotiveerd en geen rekening heeft gehouden met door klager aangedragen bewijsmiddelen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1687 Raad van Discipline Amsterdam 10-255A

    Gegronde klacht tegen advocaat die de cliënt van een toegevoegde advocaat bezoekt in de P.I. zonder voorafgaand overleg of toestemming van die advocaat. Verwijzing naar LJN YA0134. Berisping.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0171 Accountantskamer Zwolle 11/646 Wtra AK

    Nadere maatregel van tijdelijke doorhaling nu eerder opgelegde boete niet is betaald (zie voorgaande zaak onder nr. 09/1159 Wtra AK; LJN: YH0088).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1694 Raad van Discipline Amsterdam 10-316A

    Klagers verwijten verweerder dat hij ten onrechte beslag heeft gelegd onder klagers ten aanzien van openstaande declaraties van verweerder voor andere vennootschappen. Klacht deels niet ontvankelijk, deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1688 Raad van Discipline Amsterdam 10-392Alk

    Verzetzaak. Klacht over advocaat wederpartij is in eerdere procedures beoordeeld en ongegrond danwel niet-ontvankelijk verklaard. Ne bis in idem. Verzet ongegrond.