Zoekresultaten 43001-43050 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1332 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.275
- Datum publicatie: 23-08-2011
- Datum uitspraak: 05-07-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1332
Hangt samen met 2010/271, 2010/272, 2010/273 en 2010/274. Klacht over behandeling zoon van klaagster, die drie dagen na de geboorte op de afdeling high care is overleden aan de gevolgen van een harttamponade, bij wie een navelvene-katheter was ingebracht. Klacht tegen neonatoloog ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1326 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.270
- Datum publicatie: 23-08-2011
- Datum uitspraak: 05-07-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1326
Klacht tegen tandarts over behandeling gegrond, omdat de gebitten van klagers een groot aantal jaren ernstig zijn verwaarloosd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft doorhaling in het BIG-register bevolen. In hoger beroep is een berisping opgelegd, gelet op het feit dat geen sprake is van recidive, dat er niet eerder klachten zijn ingediend, dat de tandarts zijn praktijk heeft neergelegd en dat de tandarts ter zitting heeft verklaard de ernst van de verwijtbaarheid in te zien.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1479 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/137
- Datum publicatie: 23-08-2011
- Datum uitspraak: 23-08-2011
- ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1479
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1333 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.276
- Datum publicatie: 23-08-2011
- Datum uitspraak: 05-07-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1333
De aangeklaagde uroloog heeft een laparoscopische clipping van een varicocele uitgevoerd bij klager. Klager verwijt verweerder dat de operatie die bij hem is uitgevoerd niet afgesproken en niet medisch noodzakelijk was. Tevens verwijt klager verweerder dat hij sinds de operatie last heeft van psychische/lichamelijke klachten. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1327 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.318
- Datum publicatie: 23-08-2011
- Datum uitspraak: 05-07-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1327
Klacht tegen huisarts. Klager verwijt huisarts hem ten onrechte geen medische hulp te hebben verleend. Het Regionaal Tuchtcollege acht het verweer van de arts dat het tussen klager en de arts ging over de vraag of klager zich als patiënt in de praktijk van de arts kon laten inschrijven en niet over de behandeling van een brandwond aannemelijk en acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1315 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.196
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1315
De burgemeester heeft op 16 maart 2007 de inbewaringstelling gelast van klaagster in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank heeft de inbewaringstelling voortgezet. Nadat er op 18 maart 2007 een incident heeft plaatst gehad, is klaagster in de separeer geplaatst. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij tijdens haar verblijf in de separeer niet naar behoren is verzorgd en begeleid. Het RTG wijst de klacht als ongegrond af nu de verweten gang van zaken tijdens de separeer onvoldoende feitelijk is komen vast te staan. Het CTG bekrachtigt de uitspraak van het RTG onder verbetering van de gronden. In hoger beroep is komen vast te staan dat de verpleegkundige niet betrokken is geweest bij de plaatsing in de separeer. De verpleegkundige was wel betrokken bij het verblijf in de separeer. De daarbij gehanteerde veiligheidsmaatregelen zijn als adequaat aan te merken. Het CTG merkt voorts op dat de betrokken instelling de verkeerde namen heeft doorgegeven van de betrokken verpleegkundigen waardoor de rechtsgang voor klaagster is bemoeilijkt. Ten overvloede wijst het CTG er op dat klaagster pas een kopie heeft ontvangen van haar medisch dossier ná tussenkomst van het CTG.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1309 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.166
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1309
Klaagster is de dochter van de op 90-jarige leeftijd overleden patiënte. De huisarts was niet de eigen huisarts van patiënte, maar als huisarts verbonden aan de huisartsenpost. Klaagster heeft met verweerster contact gehad toen het levenseinde van patiënte naderde. De klacht houdt in dat verweerster: 1.in medisch technisch opzicht niet adequaat heeft gehandeld door geen lichamelijk onderzoek te doen, niet zelf zorg te dragen voor tijdige en juiste aflevering van de voorgeschreven medicatie en onvoldoende toepassing te geven aan palliatief handelen.2. onvoldoende zorg en aandacht heeft besteed aan een stervende patiënt en haar familie.3.het mentorschap van klaagster heeft miskend en onvoldoende overleg heeft gevoerd met klaagster en haar zus over de situatie waarin hun moeder verkeerde en over de te nemen maatregelen. Het RTG heeft alle klachtonderdelen als kennelijk ongegrond en zonder verder onderzoek in raadkamer afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1916 Raad van Discipline Arnhem 11-52
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 06-06-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1916
Klacht dat verweerster werkzaamheden heeft opgeschort in afwachting van beslissing op toevoegingsaanvraag is feitelijk onjuist. Bezwaar dat verweerster onvoldoende zorgvuldig is geweest bij opstellen memorie van grieven is niet gespecificeerd laat staan onderbouwd. Concept destijds op voorhand aan klaagster toegezonden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1322 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.287
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 05-07-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1322
Klacht tegen assistente van de apotheker is ongegrond. Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat assistente terecht heeft geweigerd het medicijn aan klager af te geven nu hij niet een recept had. Onder de omstandigheid dat klager de weekendartsen niet onnodig wilde lastig vallen, was de assistente niet gehouden om de dienstdoende apotheker te consulteren. Behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot een andere beslissing. Beroep afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1316 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.197
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1316
De burgemeester heeft op 16 maart 2007 de inbewaringstelling gelast van klaagster in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank heeft de inbewaringstelling voortgezet. Nadat er op 18 maart 2007 een incident heeft plaatst gehad, is klaagster in de separeer geplaatst. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij tijdens het verblijf in de separeer niet naar behoren is verzorgd en begeleid. Het RTG wijst de klacht als ongegrond af nu de verpleegkundige niet betrokken is geweest bij de begeleiding van klaagster in de separeer. De verpleegkundige heeft in haar hoedanigheid van coördinerend verpleegkundige niet in strijd gehandeld met de zorg die zij behoorde te betrachten jegens klaagster. Het CTG bevestigt de uitspraak van het RTG.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1310 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.167
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1310
De aangeklaagde arts is als verzekeringsarts werkzaam bij het UWV, heeft een beoordeling einde wachttijd in het kader van de WIA uitgevoerd met betrekking tot klager. De arts heeft klager twee maal op spreekuur gezien, waarna hij een verzekeringsgeneeskundige rapportage heeft uitgebracht en een medisch onderzoeksverslag opgesteld. De conclusie was dat er duurzaam benutbare mogelijkheden waren conform de beschouwing en de functionele mogelijkheden lijst. Na arbeidskundige beoordeling is klager < 35% arbeidsongeschikt bevonden en is hem daarom een WIA-uitkering geweigerd. Klager verwijt verweerder: dat hij officiële documenten vervalst, dat hij klager heeft beledigd/niet met respect heeft behandeld, dat hij het leven van klager heeft bedreigd, dat hij collectieve middelen verspilt en dat hij spanning bij klager heeft veroorzaakt. Het RTG heeft de klacht in zijn geheel als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1917 Raad van Discipline Arnhem 10-118
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 06-06-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1917
Verzet tegen voorzittersbeslissing is niet tijdig ingesteld. Termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1317 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.198
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1317
De burgemeester heeft op 16 maart 2007 de inbewaringstelling gelast van klaagster in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank heeft de inbewaringstelling voortgezet. Nadat er op 18 maart 2007 een incident heeft plaatst gehad, is klaagster in de separeer geplaatst. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij tijdens haar verblijf in de separeer niet naar behoren is verzorgd en begeleid. Het RTG wijst de klacht als ongegrond af nu de betrokkenheid van de verpleegkundige tijdens de separeer niet is komen vast te staan. Het CTG bekrachtigt de uitspraak van het RTG onder verbetering van de gronden. In hoger beroep is komen vast te staan dat de verpleegkundige géén dienst had op 18 maart 2007 en derhalve niet betrokken is geweest bij de plaatsing in de separeer. De verpleegkundige was echter wél betrokken bij het verblijf in de separeer. De daarbij gehanteerde veiligheidsmaatregelen zijn als adequaat aan te merken. Het CTG merkt voorts op dat de betrokken instelling de verkeerde namen heeft doorgegeven van de betrokken verpleegkundigen waardoor de rechtsgang voor klaagster is bemoeilijkt. Ten overvloede wijst het CTG er op dat klaagster pas een kopie heeft ontvangen van haar medisch dossier ná tussenkomst van het CTG.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1311 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.170
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1311
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1918 Raad van Discipline Arnhem 10-165
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 06-06-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1918
Verzetzaak. Klacht wegens het niet opsturen van het procesdossier aan de cassatieadvocaat nadat de behandelend advocaat de werkzaamheden voor klager al enige tijd had beëindigd. Beslissing dat de klacht als kennelijk niet gegrond moet worden beschouwd, wordt in verzet bekrachtigd. Het had op de weg van klager of de cassatieadvocaat gelegen om verweerder een herinnering te sturen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1318 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.285
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1318
Volgens klager heeft zijn huisarts in strijd met zijn geheimhoudingsverplichting aan een derde informatie verstrekt over klager. De arts heeft dit ontkend. Voorts verwijt klager de arts dat deze hem ten onrechte heeft laten arresteren, waarna wederrechtelijke vrijheidsbeneming en een valse aangifte van de arts is gevolgd. Het RTG heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1912 Raad van Discipline Arnhem 10-80
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 20-06-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1912
De klacht (in januari 2010 bij de deken aan de orde gesteld): in een zaak (die speelde in 2001) optredend voor de verzekeraar van aansprakelijk gestelde advocaten a. onjuiste informatie verstrekken en geen advies vragen aan deskundige medici, b. voor die verzekeraar de zaak niet naar behoren uitvoeren maar in de doofpot stoppen en c. optreden voor een verzekeraar die tevens de zijne was en waarin een kantoorgenoot was betrokken. Het tijdsverloop, dat zonder een deugdelijke verklaring bleef, leidt tot kennelijke niet-ontvankelijkheid.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1312 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.181
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1312
De zoon van klaagster is in een pleeggezin geplaatst dat is ingeschreven in de praktijk van de huisarts. Begin 2007 brengt klaagster (de biologische moeder) een bezoek aan de arts i.v.m. verkoudheidsklachten van haar zoon, sindsdien heeft zij meerdere malen contact gehad met de arts m.b.t. deze klachten. In november 2008 verwijst de arts de zoon op verzoek van klaagster naar de KNO-arts. Klaagster verwijt de arts tekortschieten in de medische zorg. Hij heeft de zoon van klaagster wel verschillende malen gezien maar geen behandeling uitgevoerd terwijl dat volgens klaagster dringend nodig was. Het RTG wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1319 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.348
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1319
Klager en moeder zijn verwikkeld in een strijd om de zorg voor hun minderjarige gehandicapte dochter. De RvdK is gevraagd advies uit te brengen aan de kinderrechter. Klager heeft aan de huisarts, gevraagd of deze een advies had gegeven aan de moeder dat haar dochter niet een gesprek met de kinderrechter moet aangaan. Klager verwijt de huisarts: 1. dat hij zich ten onrechte heeft beroepen op zijn beroepsgeheim waardoor klager niet geïnformeerd is over het advies dat de huisarts 2. dat hij een leugenachtige verklaring heeft afgegeven aan de raadsonderzoeker van de RvdK en 3. dat hij klager niet heeft geïnformeerd over en om toestemming heeft gevraagd voor de sterilisatie van zijn dochter. Het RTG acht alle drie de klachtonderdelen gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. De huisarts komt in beroep van de klachtonderdelen 1 en 2. Het Centraal Tuchtcollege vernietigd de beslissing van het RTG alleen met betrekking tot klachtonderdeel 2 en acht dit klachtonderdeel ongegrond, verwerpt het beroep van de arts voor het overige en bevestigt de opgelegde maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1313 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.182
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1313
De aangeklaagde KNO-arts heeft klaagsters zoon eenmalig gezien wegens verkoudheidsklachten, dan wel keelklachten. Klaagster verwijt de arts dat : 1) hij zich niet voldoende op de hoogte heeft gesteld van de gezagsbevoegdheid t.a.v. zoon van klaagster en hem zonder haar toestemming heeft behandeld. 2) hij de diagnose heeft gegeven op een computeruitdraai, waardoor volgens klaagster onzekerheid over de herkomst en betrouwbaarheid van de diagnose is ontstaan. 3) hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en geen nadere uitleg van het ziektebeeld te heeft gegeven. Het RTG heeft de klacht in al haar onderdelen zonder nader onderzoek als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1914 Raad van Discipline Arnhem 11-18
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 06-06-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1914
Klacht: Onevenredig veel tijd in rekening gebracht, meer dan aanvankelijk begroot, alimentatie onjuist berekend, niet tijdig herziening van alimentatie verzocht met als gevolg dat LBIO beslag legde. Alle verwijten ongegrond. Voorschotdeclaratie conform opdracht. Het stond verweerder niet vrij om op voorstel klager no cure no pay in te gaan. Er is niet één juiste berekeningsmethode voor alimentatie, verschillende benaderingen mogelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1320 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.246
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 05-07-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1320
Klacht tegen apotheker is ongegrond. Niet is gebleken dat de behandelend oncoloog het medicijn heeft voorgeschreven voor het gebruik voor een ononderbroken duur van vijf weken. Apotheker valt geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1314 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.192
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1314
Klacht van profvoetballer tegen aan club verbonden sportarts over toezending van toelichtende brief aan bestuur in verband met blessure over kwalificatie ‘geschikt’, ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1915 Raad van Discipline Arnhem 11-32
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 20-06-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1915
Verweerder trad op voor zowel klagers als diens nieuwe werkgever in procedures tegen voormalig werkgever klager over schending concurrentiebeding. Klager verwijt verweerder dat deze een aantal producties niet heeft ingebracht met als gevolg dat klagers onschuld niet kon worden aangetoond, alsmede dat hij niet op tijd aan de wederpartij heeft laten weten dat klager kon instemmen met het tot dusver bereikte schikkingsvoorstel maar in het belang van zijn nieuwe werkgever is blijven dooronderhandelen. Dientengevolge heeft klager zich genoodzaakt gezien een andere advocaat in de arm te nemen. Klachten ongegrond. Verweerder kon voor beiden gaan optreden; niet gebleken van latere belangentegenstelling. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom hij meende door te moeten en kunnen onderhandelen. Risico afketsen overeenstemming niet aannemelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1321 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.286
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 05-07-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1321
Handelen van apothekersassistente valt onder haar eigen bevoegdheid en kan apotheker niet worden verweten. Klacht dat apotheker schending van het beroepsgeheim bij collega apothekers heeft uitgelokt is gegrond. Niet gebleken noch gesteld dat er een medische noodzaak was om de gegevens aan collega apothekers te verstrekken. Om die reden legt het Centraal Tuchtcollege de maatregel van waarschuwing op. De overige klachten worden afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1297 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.132
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1297
Klagers (echtpaar) verwijten de huisarts nalatigheid bij de behandeling van klaagster. Volgens klagers hebben zij diverse malen bij de huisarts aangegeven dat de klachten van klaagster voortkomen uit gebrek aan vitamine B 12. De huisarts nam dit niet serieus en verwees klaagster door naar een psychiater. Klagers stellen dat door een neuroloog een zodanig vitamine B12 gebrek is vastgesteld dat klaagster onherstelbare schade aan haar zenuwstelsel heeft opgelopen. Het RTG heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1303 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.254
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1303
De klachten betreffende de behandeling door de huisarts in de laatste levensdagen van de 95-jarige vader van klaagster bij wie volgens de behandelend cardioloog sprake was van ernstig hartfalen waaraan de vader naar verwachting op korte termijn zou overlijden. De klachten dat de huisarts de vader niet heeft doorverwezen naar een zenuwarts en dat niet alle familieleden door de huisarts zijn gehoord over de behandeling, zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1298 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.151
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1298
Klacht tegen huisarts betreffende de behandeling van de twee zonen van klager en de opstelling van de huisarts in dat kader. Klager is gescheiden van de moeder van de kinderen en tussen beide ouders bestaan verschillen van inzicht. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. In hoger beroep is onder meer het verwijt aan de orde dat de arts een van de zonen drie maal heeft behandeld in de periode dat hij niet diens huisarts was en klager, die toen naast de moeder het gezag had over de kinderen, de huisarts uitdrukkelijk had verzocht de zoon niet langer te behandelen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat een arts voor de behandeling van een minderjarige in beginsel toestemming nodig heeft van de beide (gezagdragende) ouders. Als een kind wordt begeleid door één van de ouders, mag de arts er in beginsel van uitgaan dat de toestemming van de andere ouder aanwezig is, behoudens aanwijzingen van het tegendeel. In een situatie waarin er geen huisarts is waar beide ouders mee instemmen mag de huisarts, indien en voor zover de behandeling van het kind niet betreft ingrijpende, niet-noodzakelijke of ongebruikelijke behandelingen, het belang van het kind mag laten prevaleren door het kind wel te onderzoeken en te behandelen. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1304 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.261
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1304
Klacht tegen arts-assistent. Klager is van mening dat de behandeling in het ziekenhuis van dien aard is geweest dat zijn vader daardoor is overleden, althans dat het risico van overlijden door de wijze van behandeling respectievelijk door het nalaten adequaat te handelen, fors werd vergroot, hetgeen (onder anderen) de arts-assistent valt aan te rekenen. Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1299 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.208
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1299
Klaagster, moeder van een minderjarige dochter, beklaagt zich over verweerster, die als oogarts werkzaam is een ziekenhuis. Vader -gescheiden van klaagster- is als oogarts ook verbonden aan dit ziekenhuis waar dochter voor een verminderde visus en (toen) kleine scheelzienshoek is gezien door een orthoptiste en een andere oogarts dan verweerster. Bij het eerste consult waren klaagster en vader aanwezig, bij een tweede consult alleen de vader. Verweerster heeft de dochter bij deze consulten niet gezien. Advies was om een bril te dragen en eventueel later occlusiebeleid toe te passen. De betrokkenheid van verweerster bestond eruit dat zij als verantwoordelijke voor kinderoogheelkunde en scheelzien, steeds op de hoogte is gesteld door de orthoptiste van haar bevindingen. Verweerster heeft achteraf aan de huisarts verslag gedaan van de onderzoeksbevindingen. De brief is ondertekend door de orthoptiste en door verweerster, als blijk van instemming en het dragen van verantwoordelijkheid. Bij een second opinion in een ander ziekenhuis, is het advies voor een bril en daadwerkelijk over gaan tot occlusie herhaald. Klaagster kan zich niet vinden in het geadviseerde beleid en stelt –kort weergegeven- dat zij niet is gekend in het te volgen beleid, dat verweerster de dochter niet zelf heeft onderzocht, dat verweerster de indruk wekte hoofdbehandelaar te zijn, dat verweerster informatie heeft weggelaten Het RTG wijst de klacht af wegens kennelijke ongegrondheid in al haar onderdelen. In hoger beroep wordt deze uitspraak bevestigd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1305 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.262
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1305
Klacht tegen arts. Klager is van mening dat de behandeling in het ziekenhuis van dien aard is geweest dat zijn vader daardoor is overleden, althans dat het risico van overlijden door de wijze van behandeling respectievelijk door het nalaten adequaat te handelen, fors werd vergroot, hetgeen (onder anderen) de arts valt aan te rekenen. Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1293 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2009.138
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1293
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1306 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.263
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1306
Klacht tegen internist. Klager is van mening dat de behandeling in het ziekenhuis van dien aard is geweest dat zijn vader daardoor is overleden, althans dat het risico van overlijden door de wijze van behandeling respectievelijk door het nalaten adequaat te handelen, fors werd vergroot, hetgeen (onder anderen) de internist valt aan te rekenen. Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1294 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2009.182
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1294
De verpleegkundige is vervangend behandelcoördinator in een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Klager dient de klacht in als biologische vader van zijn twee zoons die beiden in het centrum verbleven in verband met een onderzoek naar klager en zijn kinderen. Klager voert een groot aantal klachten aan die erop neerkomen dat de verpleegkundige geen professionele hulpverleningverantwoordelijkheid heeft. Het RTG oordeelt de klacht als kennelijk ongegrond cq van onvoldoende gewicht en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1300 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.210
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1300
Klager heeft bij zijn huisarts aangegeven dat hij bang is besmet te zijn door bloed in door hem genuttigd voedsel. De arts laat zijn bloed onderzoeken. De volgende dag deelt klager de huisarts mee dat hij toch geen bloedonderzoek wil. De huisarts heeft kennis genomen van de uitslag van het bloedonderzoek (geen afwijkingen). Klager verwijt de huisarts dat hij hem geen preventieve medicatie heeft voorgeschreven en dat de huisarts heeft kennisgenomen van de laboratoriumuitslagen. Het RTG wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1307 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.264
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1307
Klacht tegen arts. Klager is van mening dat de behandeling in het ziekenhuis van dien aard is geweest dat zijn vader daardoor is overleden, althans dat het risico van overlijden door de wijze van behandeling respectievelijk door het nalaten adequaat te handelen, fors werd vergroot, hetgeen (onder anderen) de arts valt aan te rekenen. Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1295 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2009.183
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1295
In een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie, waar de arts als psychiater en 1e geneeskundige werkzaam is, is een onderzoek gestart naar klager en zijn kinderen. De voorlopige conclusie is geweest dat klagers kinderen niet behandeld konden worden zolang er geen sprake was van een min of meer stabiele gezinssituatie. Klager heeft een zeer groot aantal klachten over de gang van zaken, zowel met betrekking tot hemzelf als met betrekking tot zijn kinderen. Het RTG oordeelt de klacht als kennelijk ongegrond en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1301 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.228
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1301
Klaagster is in het kader van een procedure tot inbewaringstelling (IBS) na een melding van de politie en inschakeling van de GGZ-crisisdienst vanuit haar woning meegenomen naar een GGZ-instelling. Klaagster kreeg (herhaaldelijk) medicatie toegediend. De aangeklaagde huisarts heeft met klaagster bemoeienis gehad in het voortraject van de IBS. Volgens klaagster heeft de huisarts onjuiste informatie aan de GGZ-crisisdienst verstrekt en zo aan haar IBS bijgedragen. Ook heeft de huisarts volgens klaagster nagelaten te melden dat klaagster in slechte gezondheid verkeerde en niet tegen medicijnen kan. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond in raadkamer afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1308 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.324
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1308
Klager verwijt huisarts dat hij onjuiste diagnose heeft gesteld bij pijnklachten aan de rechterschouder. Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Klager stelt in hoger beroep dat het Regionaal College is uitgegaan van onjuiste dan wel onvolledige feiten wat betreft de toedracht van het letsel en de mededelingen die hij daarover aan de huisarts heeft gedaan. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1296 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.038
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1296
De verpleegkundige is vervangend behandelcoördinator in een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Klager dient de klacht in als biologische vader van zijn twee zoons die beiden in het centrum verbleven in verband met een onderzoek naar klager en zijn kinderen. Klager voert een groot aantal klachten aan die erop neerkomen dat de verpleegkundige geen professionele hulpverleningverantwoordelijkheid heeft. Het RTG oordeelt de klacht als kennelijk ongegrond cq van onvoldoende gewicht en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1302 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.229
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1302
Klaagster is in het kader van een procedure tot inbewaringstelling (IBS) na een melding van de politie en inschakeling van de GGZ-crisisdienst vanuit haar woning meegenomen naar een GGZ-instelling. De aangeklaagde huisarts heeft klaagster een jaar eerder gezien. Klaagster heeft toen gesproken over haar mishandeling door familieleden en over Winti. De aangeklaagde huisarts werkt samen met een andere huisarts (zaak 2010/228) die met klaagster bemoeienis heeft gehad in het voortraject van de IBS. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat zij geen Wintideskundige heeft ingeschakeld en dat zij onjuiste informatie aan de GGZ-crisisdienst verstrekt en zo aan haar IBS heeft bijgedragen. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond in raadkamer afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1290 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.265
- Datum publicatie: 18-08-2011
- Datum uitspraak: 26-04-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1290
"Klacht tegen tandarts ongegrond. Klaagster heeft haar klachten niet onderbouwd. De door de tandarts weergegeven diagnose is door klaagster niet althans onvoldoende onderbouwd. Beroep moet worden afgewezen."
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1292 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.299
- Datum publicatie: 18-08-2011
- Datum uitspraak: 26-04-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1292
Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat deze haar ten onrechte niet heeft verwezen naar een vaatchirurg en dat deze in de verwijsbrief aan de cardioloog onder meer heeft geschreven dat klaagster lijdt aan een bipolaire stoornis. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1287 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.239
- Datum publicatie: 18-08-2011
- Datum uitspraak: 26-04-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1287
Klacht tegen huisarts. Klager verwijt huisarts onder meer dat deze na een incident op de praktijk klager en zijn gezin spoorslags heeft uitgeschreven uit de praktijk en dat deze ten onrechte de reden van uitschrijving in het dossier heeft opgenomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zoverre gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het principale beroep omdat niet valt in te zien dat de aan de orde zijnde handelwijze van de huisarts de enige manier was waarop hij de veiligheid van zijn medewerkers kon garanderen. Ook het incidentele beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1285 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 10164
- Datum publicatie: 17-08-2011
- Datum uitspraak: 16-08-2011
- ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1285
Klaagster verwijt de arts dat hij een rapport over haar heeft geschreven vol feitelijke onjuistheden, zonder klaagster te hebben ontmoet of onderzocht, op basis van verouderde informatie van haar ex-man, waarin verweerder ten onrechte haar bekwaamheid om haar kinderen op te voeden ter discussie stelt. Gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid, te weten van het schrijven van rapportages en/of adviezen, waaronder ook risicotaxaties, voor de duur van een half jaar.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1284 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 10129
- Datum publicatie: 16-08-2011
- Datum uitspraak: 16-08-2011
- ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1284
Klager verwijt de huisarts dat hij klager onbeschoft, lomp en totaal respectloos heeft bejegend en dat hij zeer onzorgvuldig is omgegaan met de medische gegevens van klager. Gedeeltelijk gegrond zonder oplegging van maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG1281 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen T2011-01
- Datum publicatie: 16-08-2011
- Datum uitspraak: 15-08-2011
- ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG1281
Klager verwijt tandarts dat hij direct na afloop van behandeling moest betalen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1910 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch B 113 - 2010
- Datum publicatie: 16-08-2011
- Datum uitspraak: 04-07-2011
- ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1910
Het staat een advocaat vrij om zijn cliënt, na bestudering van het dossier, het starten van een procedure te ontraden. Een advocaat is niet verplicht een in zijn ogen kansloze procedure te starten. Gegeven advies behoorde tot de beleidsvrijheid van een advocaat. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1911 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 222 - 2010
- Datum publicatie: 16-08-2011
- Datum uitspraak: 04-07-2011
- ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1911
Een termijn van 6 jaar is geen redelijke termijn waarbinnen de klacht in ingediend. Klager was ermee bekend dat verweerder zijn cliënte heeft bijgestaan tijdens de onderhandelingen die hebben geleid tot het treffen van de schikking met de fiscus. De raad volgt klager niet in zijn stelling dat hij pas in 2009 na bestudering van correspondentie hiervan op de hoogte was. Klacht niet ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG1278 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen GP2010-01
- Datum publicatie: 16-08-2011
- Datum uitspraak: 15-08-2011
- ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG1278
Klacht over schending geheimhoudingsplicht van gezondheidszorgpsychologe. Klager niet-ontvankelijk.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 860
- Pagina: 861
- Pagina: 862
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten