Zoekresultaten 41901-41950 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVTC:2011:YF0378 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2010/89

    Beklaagde zou hebben geweigerd om om diergeneeskundige zorg te verlenen aan moederpoes en kitten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2011:YF0379 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2010/114

    Beklaagde stelt als diagnose auto-immuunziekte en candida infectie. Onduidelijk is welke symptomen of onderzoeksgegevens tot die diagnoses hebben geleid. Beklaagde is te lichtvaardig overgegaan tot het voorschrijven van medicatie voor de behandeling van deze aandoeningen. Gegrond met berisping

  • ECLI:NL:TDIVTC:2011:YF0380 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2010/74

    Klachtambtenaarzaak: Beklaagde doodt koe met jachtgeweer omdat het dier onbenaderbaar en agressief is. Hierna wordt dier naar slachthuis vervoerd. De situatie kan niet worden geschaard onder het begrip ‘ongeval’ in de zin van de Verordening (EG) nr. 853/2004, ook al laat de Voedsel en Waren Autoriteit in een toelichting op de verordening wat ruimte voor een dergelijke uitleg. In casu stond het rund in een afgeschermde ruimte in de stal en was het dier niet uitgebroken. Er dreigde dus geen onmiddellijk gevaar voor mens of dier. In zoverre gegrond met berisping. Verwijt dat beklaagde valselijk het formulier voor speciale noodslachting heeft ingevuld acht het college ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKBRE:2012:YC0907 Kamer van toezicht Breda Kl 1/2012

    Ofschoon geconstateerd kan worden, dat behalve de notaris, niemand bij de gewraakte e-mailinstelling enig belang had, en dit naar het oordeel van de kamer op zich genomen een sterke aanwijzing oplevert voor de aanname dat de notaris daarin op enigerlei manier de hand heeft gehad, acht de kamer geen noodzaak aanwezig voor een onderzoek door een deskundige en/of voor het horen van getuigen, toegespitst op de vraag wie de betreffende instelling heeft geplaatst en in wiens opdracht. Nog afgezien of een dergelijk onderzoek tot enig bruikbaar resultaat zal leiden, brengt de enkele omstandigheid, dat onbetwist vaststaat dat de notaris lange tijd, in elk geval vanaf eind oktober 2010, door de gewraakte e-mailinstelling e-mailberichten bestemd voor klaagsters en hun kantoor heeft ontvangen en daarvan geen enkel gewag heeft gemaakt, het ernstige vermoeden met zich dat die e-mailinstelling heimelijk en met betrokkenheid van de notaris is geplaatst.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA2386 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 87 - 2011

    Het vragen van arrest zonder overleg met de cliënt, valt een advocaat tuchtrechtelijk aan te rekenen. Dit geldt temeer indien de advocaat ervan op de hoogte is dat zijn cliënte een mondelinge behandeling van zijn zaak wenst. Tijdens een pleidooi bestaat ook de mogelijkheid dat het gerechtshof overgaat tot het stellen van vragen. Dit is de cliënt eveneens ontnomen. Klacht gegrond; berisping

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA2387 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 46 - 2011

    Niet gebleken dat advocaat zijn cliënt had verzekerd dat zijn kosten door de rechtsbijstandsverzekeraar zouden worden vergoed om dat het een nieuwe zaak betrof. In geval van ontstentenis, ook in geval van ingrijpende persoonlijke familieomstandigheden, dient een advocaat voor adequate vervanging zorg te dragen. Persoonlijke omstandigheden aan de zijde van de advocaat kunnen een cliënt niet worden tegengeworpen Klacht gedeeltelijk gegrond; enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA2388 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 63 - 2011

    Nalaten om cliënt vooraf een afschrift van het verweerschrift en pleitnota te doen toekomen valt een advocaat tuchtrechtelijk aan te rekenen. .Het is de taak van een advocaat zijn clienten te adviseren over de kans op succes in een procedure. Dit geldt temeer in een procedure waarin faillissementsaanvragen worden behandeld. Klacht gegrond; berisping

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA2389 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 68 - 2011

    Een advocaat schakelt een medisch adviseur in om zich te laten voorzien van een advies over een medisch rapport; voor zover het medisch advies van de medisch adviseur en de opvatting van de cliënt tegenstrijdig zijn, is het aan de advocaat daarin standpunt te bepalen en aan zijn cliënt mogelijke verdere stappen voor te houden. Hoewel van de advocaat een actievere rol in het proces had mogen worden verwacht, geen sprake van een dusdanig nodeloos lang ophouden van de zaak, dat hiervan een tuchtrechtelijk verwijt te maken valt. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TDIVTC:2011:YF0375 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2010/73

    Klachtambtenaarzaak: Dierverloskundige wordt verweten dat hij heeft geadviseerd een koe na een mislukte partus naar het slachthuis te laten vervoeren. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1751 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.064

    Klaagster klaagt over haar behandeling bij de tandarts in de periode 2004 - 2008. De klacht luidt als volgt: 1. niet tijdig doorsturen naar een deskundige behandelaar; 2. het ontbreken of niet stellen van een juiste diagnose; 3. geen behandelplan; 4. continue ontstekingen tijdens de behandelperiode; 5 t/m 8 : betreffen de gevolgen die klaagster stelt te ondervinden van deze tandheelkundige behandeling. Het RTG wijst de klacht als ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1764 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.070

    De oogarts wordt verweten dat de staaroperatie aan klaagsters rechteroog heeft plaatsgevonden zonder haar toestemming, omdat hij, in tegenstelling tot hetgeen was afgesproken, de staaroperatie aan het rechteroog niet zelf heeft uitgevoerd, maar deze door een vrouwelijke collega is verricht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn voor klaagsters stelling en heeft de klacht afgewezen. Bevestiging van de beslissing in hoger beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1758 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.244

    Patiënt was bekend met een peritoneum metastase en is overleden. De klacht houdt in dat de chirurg jegens patiënt en diens naasten is tekortgeschoten in de zorg die zij van hem mochten verwachten door gebrekkige communicatie, het achterhouden van informatie en door te laat een kijkoperatie te verrichten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het eerste klachtonderdeel gegrond verklaard, zonder oplegging van een maatregel en heeft de klacht voor het overige afgewezen. Tegen deze beslissing heeft de echtgenote van patiënt beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege heeft met toepassing van artikel 74 lid 4 Wet BIG de zaak in volle omvang beoordeeld en het eerste klachtonderdeel alsnog ongegrond verklaard met verwerping van het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1772 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 253/2010

    Raadkamerbeslissing. klacht tegen huisarts. Klacht: onjuiste diagnose en onvoldoende zorg. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1766 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 106/2010

    Klacht tegen uroloog. Klager verwijt uroloog en zijn drie collega's onzorgvuldig handelen. Klager, geboren in 1938, is door vier urologen in de periode van december 2007 tot en met december 2009 behandeld vanwege een prostaatcarcinoom. Uit de voorgeschiedenis van klager is bekend dat hij in 1981 een bekkenfractuur heeft gehad met als gevolg een symphysiolyse en urethraletsel. Klager is vanwege incontinentieproblemen en bloedplassen ongeveer 11 keer opgenomen nadat hij aan een buikaneurysma was geopereerd. De klachten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1752 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.066

    De patiëntgegevens van klaagster zijn ingevoerd in het managementprogramma van de tandarts met het doel om het programma te testen. De tandarts had een maatschappraktijk met de partner van klaagster. Nadat de maatschap was ontbonden wilde klaagster haar gegevens uit het systeem verwijderd hebben op de voet van art 7:455 BW. De klacht luidt dat de tandarts in strijd met voornoemd artikel weigert hieraan mee te werken. Het RTG verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1765 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.224

    Klacht tegen psycholoog. Klaagster verwijt psycholoog dat hij de diagnose bipolaire stemmingsstoornis heeft gemist, waardoor zij onvoldoende nazorg heeft gekregen en op straat terecht is gekomen. Regionaal College wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster. Voorop staat dat het in het algemeen op de weg van de psycholoog ligt zich ervan te vergewissen dat, indien een patiënt na ontslag hulp behoeft van instanties zoals maatschappelijk werk, de overdracht van de patiënt aan deze instanties heeft plaatsgevonden. In dit geval lijkt de overdracht niet goed verlopen, maar is niet vast te stellen dat dit aan de psycholoog te wijten is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1759 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.121

    De klacht luidt dat de chirurg, hoofdbehandelaar en supervisor, onzorgvuldig is geweest ten aanzien van de behandeling van patiënte die met een appendicitis werd opgenomen en niet lang daarna aan de gevolgen daarvan is overleden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de chirurg geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden en heeft de klacht afgewezen. Bevestiging van de beslissing in hoger beroep.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1773 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 254/2010

    Raadkamerbeslissing. klacht tegen huisarts. Klacht: praktijk niet goed ingericht en geen goede instructies personeel. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1767 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 084/2010

    Klacht tegen uroloog. Klager verwijt uroloog en zijn drie collega's onzorgvuldig handelen. Klager, geboren in 1938, is door vier urologen in de periode van december 2007 tot en met december 2009 behandeld vanwege een prostaatcarcinoom. Uit de voorgeschiedenis van klager is bekend dat hij in 1981 een bekkenfractuur heeft gehad met als gevolg een symphysiolyse en urethraletsel. Klager is vanwege incontinentieproblemen en bloedplassen ongeveer 11 keer opgenomen nadat hij aan een buikaneurysma was geopereerd. De klachten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1753 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.090

    Klager is veroordeeld tot een gevangenisstraf met oplegging van TBS met dwangverpleging. Klager opgenomen in de Oostvaarderskliniek (Utrecht) van waaruit hij is overgeplaatst naar Amsterdam. Klager heeft geen medewerking verleend aan de onderzoeken. Bij briefrapport mede ondertekend door de gz-psycholoog, is namens de Oostvaarderskliniek verzocht om klager te herselecteren. Klager verwijt de gz-psycholoog dat het verzoek tot herselectie niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond en zonder verder onderzoek in raadkamer afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1768 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 107/2010

    Klacht tegen uroloog. Klager verwijt uroloog en zijn drie collega's onzorgvuldig handelen. Klager, geboren in 1938, is door vier urologen in de periode van december 2007 tot en met december 2009 behandeld vanwege een prostaatcarcinoom. Uit de voorgeschiedenis van klager is bekend dat hij in 1981 een bekkenfractuur heeft gehad met als gevolg een symphysiolyse en urethraletsel. Klager is vanwege incontinentieproblemen en bloedplassen ongeveer 11 keer opgenomen nadat hij aan een buikaneurysma was geopereerd. De klachten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1760 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.124

    De klacht luidt dat de arts, werkzaam als arts-assistent chirurgie en zaalarts, onzorgvuldig is geweest ten aanzien van de behandeling van patiënte die met een appendicitis werd opgenomen en niet lang daarna aan de gevolgen daarvan is overleden. In het bijzonder wordt de arts verweten dat zijn beslissing om patiënte te ontslaan, onzorgvuldig was en dat hij is tekortgeschoten in de communicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de arts geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden en heeft de klacht afgewezen. Bevestiging van de beslissing in hoger beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1754 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.126

    Klager verwijt de psychiater dat zij feiten als waanidee heft afgedaan en een verkeerde diagnose heft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat het verwijt niet is komen vast te staan en heeft de klacht als ongegrond afgewezen. De behandeling in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1762 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.145

    .

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1769 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 105/2010

    Klacht tegen uroloog. Klager verwijt uroloog en zijn drie collega's onzorgvuldig handelen. Klager, geboren in 1938, is door vier urologen in de periode van december 2007 tot en met december 2009 behandeld vanwege een prostaatcarcinoom. Uit de voorgeschiedenis van klager is bekend dat hij in 1981 een bekkenfractuur heeft gehad met als gevolg een symphysiolyse en urethraletsel. Klager is vanwege incontinentieproblemen en bloedplassen ongeveer 11 keer opgenomen nadat hij aan een buikaneurysma was geopereerd. De klachten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1761 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.134

    Zes klagers dienen een klacht in bij het RTG tegen een 5-tal artsen (van de afdeling cardiologie) over de wijze waarop hun moeder behandeld is nadat zij in een ander ziekenhuis een aortaklepvervanging en een bypass operatie had ondergaan. Het RTG wijst de klacht af. Drie van de zes klagers gaan in beroep. Het CTG oordeelt dat de verleende medische zorg in het algemeen accuraat is geweest, maar dat de communicatie met de familie beter had gekund. Doch dit leidt niet tot een tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1755 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.132

    Zes klagers dienen een klacht in bij het RTG tegen een 5-tal artsen (van de afdeling cardiologie) over de wijze waarop hun moeder behandeld is nadat zij in een ander ziekenhuis een aortaklepvervanging en een bypass operatie had ondergaan. Het RTG wijst de klacht af. Drie van de zes klagers gaan in beroep. Het CTG oordeelt dat de verleende medische zorg in het algemeen accuraat is geweest, maar dat de communicatie met de familie beter had gekund. Doch dit leidt niet tot een tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2011:YF0374 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2010/71

    Klachtambtenaarzaak: Beklaagde heeft diergeneeskundige verklaring uitgeschreven waarin hij een koe, na een mislukte partus terzake een zeven maanden oud kalf, ten onrechte geschikt heeft verklaard voor vervoer naar slachthuis. Gegrond met waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1756 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.133

    Zes klagers dienen een klacht in bij het RTG tegen een 5-tal artsen (van de afdeling cardiologie) over de wijze waarop hun moeder behandeld is nadat zij in een ander ziekenhuis een aortaklepvervanging en een bypass operatie had ondergaan. Het RTG wijst de klacht af. Drie van de zes klagers gaan in beroep. Het CTG oordeelt dat de verleende medische zorg in het algemeen accuraat is geweest, maar dat de communicatie met de familie beter had gekund. Doch dit leidt niet tot een tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1770 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 173/2011

    Raadkamerbeslissing. Klacht van TBS’er tegen behandelcoöordinator (arts). Klacht: onjuiste diagnose met betrekking tot verrichten van arbeid. Klacht kennelijk ongegrond .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1763 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.046

    Klaagster bezoekt de spoeddienst van de tandarts. In het kader van een endodontische behandeling spoelt mondhygiëniste het wortelkanaal. Daarbij wordt spoelmiddel hypochloriet doorgeperst. Klaagster verwijt de tandarts in eerste aanleg dat hij niet heeft kenbaar gemaakt dat degene die spoelde mondhygiëniste was, dat het wortelkanaal op ondeskundige en onzorgvuldige wijze is gespoeld en de mondhygiëniste is doorgegaan met spoelen terwijl duidelijk was dat het niet goed ging. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het eerste klachtonderdeel ongegrond en de klacht voor het overige gegrond en waarschuwt de tandarts. In het beroep van de tandarts oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat ook het tweede en derde klachtonderdeel ongegrond zijn. Het spoelen van het wortelkanaal is geen aan een tandarts voorbehouden behandeling als bedoeld in de Wet BIG. De mondhygiëniste mocht in de praktijk gelden als voldoende ervaren en bekwaam om de spoeling zelfstandig uit te voeren. Over tekortkomingen van de mondhygiëniste tijdens het spoelen kan de tandarts geen verwijt worden gemaakt. Toen de mondhygiëniste zijn hulp en advies inriep heeft de tandarts vervolgens voldoende adequaat ingegrepen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1757 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.136

    Zes klagers dienen een klacht in bij het RTG tegen een 5-tal artsen (van de afdeling cardiologie) over de wijze waarop hun moeder behandeld is nadat zij in een ander ziekenhuis een aortaklepvervanging en een bypass operatie had ondergaan. Het RTG wijst de klacht af. Drie van de zes klagers gaan in beroep. Het CTG oordeelt dat de verleende medische zorg in het algemeen accuraat is geweest, maar dat de communicatie met de familie beter had gekund. Doch dit leidt niet tot een tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1771 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 252/2010

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen huisarts in opleiding. Klacht: weigeren actie te ondernemen bij noodgeval. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1745 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.144

    Klager is TBS-gedetineerd. In het kader van een beoordeling TBS-verlenging heeft de rechtbank besloten dat klager ter observatie opgenomen diende te worden in het Pieter Baan Centrum (PBC) voor een multidisciplinaire rapportage gericht op diagnostiek en een inschatting van het delictgevaar. De aangeklaagde gz-psycholoog is vast gerechtelijk deskundige bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie PBC. De gz-psycholoog heeft in deze hoedanigheid over klager gerapporteerd. De klacht houdt in dat de gz-psycholoog zich in de multidisciplinaire PBC rapportage onvoldoende deskundig en onafhankelijk heeft opgesteld en de gezinspathologie van klager onjuist heeft geduid. Volgens klager is sprake van onjuiste diagnostiek. Het RTG heeft de klacht in al haar onderdelen als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2381 Raad van Discipline Arnhem 11-103

    Klacht advocaat tegen een andere advocaat. Verweerder zou lang van tevoren geplande zittingen (een comparitie en een pleidooi) ontijdig hebben afgezegd, waardoor klaagster onnodig tijd heeft besteed aan de dossiers en haar cliënten wel met kosten geconfronteerd werden. Verweerder zou zonder overleg met klaagster contact hebben gehad met rechterlijke instanties. Verweerder heeft, zo heeft verweerder erkend, klaagster ten onrechte geen afschrift toegestuurd van een fax die hij aan de rechtbank heeft gestuurd. Deze zaak gaat over welwillendheid tussen advocaten. Enkel het klachtonderdeel van het verzuim een afschrift van een fax aan de rechtbank toe te sturen, is gegrond verklaard. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Bij het opleggen van een maatregel heeft de raad rekening gehouden met de houding die verweerder ter zitting heeft aangenomen (nogal onverschillig en op tamelijk badinerende wijze uitgelaten).

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1746 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.149

    Klager is TBS-gedetineerd. De aangeklaagde gz-psycholoog is verbonden aan de TBS-kliniek waar klager heeft verbleven en heeft in haar hoedanigheid van hoofd behandeling een verlengingsadvies TBS voor akkoord getekend. In dit rapport wordt opgemerkt dat vanwege het uitblijven van significante behandelresultaten het recidive risico onaanvaardbaar hoog was op korte en middellange termijn en wordt geadviseerd de TBS met twee jaar te verlengen. De klacht houdt in dat de gz-psycholoog een verlengingsadvies TBS heeft ondertekend dat niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat zij hiermee de rechtbank onjuist heeft geïnformeerd met als gevolg dat de rechtbank de termijn van TBS met twee jaren heeft verlengd. Voorts heeft klager aangevoerd dat hij de werkwijze van de gz-psycholoog als zeer onprofessioneel en haar opstelling als partijdig heeft ervaren. Het RTG heeft de klacht in al haar onderdelen als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2376 Raad van Discipline Arnhem 11-51

    Verweerder treft een tuchtrechtelijk verwijt met betrekking tot uitlatingen van een medewerkster van zijn kantoor, tevens echtgenote van verweerder, ten overstaan van klaagster. Overig onbetamelijk gedrag onvoldoende komen vast te staan.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2382 Raad van Discipline Arnhem 11-17

    Klacht betreft ondermeer het verwijt dat de advocaat van klagers klagers gebrekkig en onvoldoende deskundig heeft geïnformeerd over de betalingen die vlak voor een faillissement zijn gedaan, hetgeen ertoe heeft geleid dat klagers meenden er goed aan te doen deze betalingen te verrichten om een doorstart mogelijk te maken. De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van schuldeisersbenadeling en heeft klagers veroordeeld een aanzienlijk bedrag aan de curator te vergoeden. Met verweerder is de raad het eens dat er de jaren voorafgaande aan het faillissement in literatuur en lagere rechtspraak over selectieve betaling van crediteuren, dat wil zeggen betaling van crediteuren in een bepaalde volgorde, verschillende visies ontwikkeld waren; dat het gebruikelijk is dat curatoren de grenzen van nieuwe ontwikkelingen in lagere rechtspraak en literatuur opzoeken als dat in het belang van de crediteuren is en dat van een redelijk bekwame vakgenoot niet verwacht kan worden dat hij voor uit loopt op ontwikkelingen die nog geen vaste jurisprudentie zijn. Anderzijds dient – aldus de raad - bij een gemiddeld bekwame vakgenoot bekend te zijn dat de betalingen onmiddellijk voorafgaande aan een faillissement – zeker indien deze plaatsvinden na de indiening van het faillissementsrekest - grote aandacht van de curator hebben en aan een rechtmatigheidtoets en toetsing aan de pauliana jurisprudentie onderworpen zullen worden en dat er op het terrein van de bestuurdersaansprakelijkheid de nodige ontwikkelingen gaande waren, die de mogelijkheid van directe betaling voorafgaande aan een faillissement verder inperkten. Klacht gegrond. Gezien de zeer ernstige gevolgen voor klagers is een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1747 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.152

    Klager is TBS-gedetineerd. De aangeklaagde psychiater is werkzaam in de TBS-kliniek waar klager heeft verbleven. De psychiater heeft een briefrapport met betrekking tot klager mede voor akkoord getekend. In dit rapport is verzocht klager te herselecteren. Klager heeft geweigerd aan de onderzoeken zijn medewerking te verlenen. De klacht houdt in dat de psychiater zich van onjuiste en ondeugdelijke methodiek heeft bediend bij voormelde aanvraag om herselectie. Klager spreekt verder van onethisch handelen. De psychiater heeft in de klacht tevens gelezen het verwijt dat zij in het kader van de herselectie de rechtbank verkeerd heeft geïnformeerd. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond zonder verder onderzoek in raadkamer afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2377 Raad van Discipline Arnhem 11-48

    Verweerder handelde klachtwaardig door klagers in het ongewisse te laten over de datum van een comparitie, het niet verrichten van bepaalde proceshandelingen, en het niet tijdig aanbrengen van een appeldagvaarding. Verweerder heeft zich op juiste gronden en tijdig aan een aantal zaken onttrokken. Verweerder had de kort geding rechter niet in de gewraakte zin mogen informeren over de financiële situatie van klagers.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2383 Raad van Discipline Arnhem 11-80

    Verweerder heeft niet voortvarend gehandeld doordat hij zijn toezegging om een aantal boekjes bij het gerechtshof te deponeren, niet tijdig is nagekomen. Maatregel opgelegd: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1748 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.255

    Klager verwijt de psychiater dat hij op onzorgvuldige wijze de diagnose waanstoornis heeft gesteld en ten onrechte voorbij is gegaan aan door vorige behandelaars gestelde diagnose. Voorts verwijt de klager dat de psychiater hem nimmer heeft gezien of gesproken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat uit het medisch dossier blijkt dat klager gedrag heeft vertoond dat het vermoeden van een waanstoornis rechtvaardigde. Het verwijt dat de psychiater klager nimmer heeft gezien of gesproken is feitelijk onjuist. De psychiater heeft niet verwijtbaar gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat klager ondanks het verzoek daartoe heeft nagelaten aanvullende gronden van zijn hoger beroep in te dienen. Nu klager niet ter zitting is verschenen en ook overigens niet in de gelegenheid is geweest toe te lichten waarom hij zijn beroepsgronden niet heeft aangevuld, kan klager niet op die grond niet-ontvankelijk worden verklaard. De behandeling in hoger beroep heeft het Centraal College echter niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2378 Raad van Discipline Arnhem 11-90

    Verzet tegen voorzittersbeslissing afgewezen. Verweten handelen of nalaten vloeit voort uit het optreden van andere advocaten in de periode dat verweerder klager niet bijstond. Ook overigens niet van klachtwaardig handelen of nalaten gebleken. Klager heeft de adviezen het voorlopig deskundigenbericht niet voort te zetten, genegeerd.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2384 Raad van Discipline Arnhem 11-85

    Verweerder is de advocaat van klaagsters wederpartij. Verweerder heeft zich gewend tot de rechtbank, zonder overleg met klaagsters advocaat, nadat de zaak reeds voor uitspraak stond. Verweerder heeft de klacht erkend. Klacht gegrond. Maatregel opgelegd: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1749 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.266

    Klager (zelf tandarts) verwijt adviserend tandarts hem in e mail (klachtonderdeel A) en brieven (klachtonderdelen B en C) te hebben neergezet als tandarts die vak niet verstaat en/of fraudeert. RTG heeft klager in klacht niet-ontvankelijk verklaard. CTG deelt oordeel RTG dat klager niet tuchtrechtelijk aansprakelijk is ogv eerste tuchtnorm (art. 47 lid 1 onder A. Wet BIG) . Klachtonderdelen B. en C. vallen evenmin onder de tweede tuchtnorm (art. 47 lid 1 sub b). Klachtonderdeel A. valt wel onder bereik tweede tuchtnorm. Klager in zoverre ontvankelijk. Klachtonderdeel A. wordt gegrond verklaard. Te maken verwijt zo ernstig dat berisping wordt opgelegd. In zoverre beroep geslaagd.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2379 Raad van Discipline Arnhem 11-50

    Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. Verweerder heeft zich voldoende ingespannen bij de behartiging van de belangen van klager. De ouders van klager zijn kennelijk niet-ontvankelijk nu zij geen zelfstandig belang hebben bij de klacht.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2385 Raad van Discipline Arnhem 11-88

    Verzetzaak. Verzet ongegrond. Klager verwijt verweerder, de deken, dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de klacht. De deken heeft vrijheid hoe hij een klacht onderzoekt. Verzet bevat geen nieuwe gronden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1743 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.141

    Klager is TBS-gedetineerd. De aangeklaagde gz-psycholoog is als hoofd behandeling verbonden aan de TBS-kliniek waar klager heeft verbleven. Klager weigert mee te werken aan de onderzoeken. De gz-psycholoog heeft het verplegings- en behandelingsplan met betrekking tot klager voor akkoord getekend. In dit rapport is vermeld dat het niet is gelukt om tot een basis voor behandeling te komen en dat klager aangeboden is voor herselectie. De klacht houdt in dat de gz-psycholoog een verplegings- en behandelingsplan heeft opgesteld dat niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat de gz-psycholoog voorts onvoldoende onderzoek heeft gedaan. Het RTG heeft de klacht in al haar onderdelen als kennelijk ongegrond zonder verder onderzoek in raadkamer afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1750 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.010

    De tandarts heeft bij klaagster implantaten geplaatst en een brugconstructie aangebracht. Klaagster verwijt verweerder: 1. onvoldoende onderzoek, controle en voorbereiding alvorens over te gaan tot het plaatsen van de implantaten; 2.onvoldoende informatie over de risico’s en alternatieven van de ingreep en onvoldoende informed consent; 3. foute indicatiestelling en onvolkomenheden in de uitvoering van de behandeling, die onzorgvuldig en onvakkundig was; 4.onvoldoende nazorg; 5. onvoldoende informatie over de benodigde gebitshygiëne; 6. onterecht in rekening gebrachte behandelingen (ter zitting ingetrokken). Het RTG verklaart de klachten deels gegrond en deels ongegrond en legt de tandarts de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het RTG en verklaart de klacht alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1744 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.143

    Klager is TBS-gedetineerd. Klager weigert zijn medewerking aan onderzoeken. De aangeklaagde psychiater is verbonden aan de TBS-kliniek waar klager heeft verbleven. De psychiater heeft een rapport met betrekking tot klager mede voor akkoord getekend. In dit rapport is verzocht klager te herselecteren. De klacht houdt in dat de psychiater zich van onjuiste en ondeugdelijke methodiek heeft bediend bij de aanvraag om herselectie. Klager spreekt verder van onethisch handelen en verwijt de psychiater verder dat zij als directeur verantwoordelijk is voor de onzorgvuldige behandeling en geen verantwoording neemt. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond en zonder verder onderzoek in raadkamer afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft klager voor zover hij de klacht in hoger beroep heeft uitgebreid niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep en heeft voor het overige het beroep van klager verworpen.