Zoekresultaten 39951-40000 van de 48280 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2350 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1212

    Klaagster verwijt verweerder, huisarts, dat hij klaagster in hulpeloze toestand heeft achtergelaten en hij onvoldoende adequaat heeft opgetreden onder meer naar aanleiding van afwijkende laboratoriumuitslagen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA3351 Raad van Discipline Amsterdam 12-029A + 12-030A

    Klacht advocaat wederpartij in echtscheidingszaak. De raad oordeelt dat er geen sprake is van misbruik van vertrouwelijk informatie. Wel hebben verweerders de rechtbank onjuist geïnformeerd en onnodig grievende uitlatingen gedaan. Verweerders mochten gelet op de omstandigheden niet zonder nader onderzoek afgaan op de informatie van hun cliënt. Zij hadden althans op een andere, minder stellige, wijze de rechtbank moeten informeren. Geen schending van de klachttermijn. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA3352 Raad van Discipline Amsterdam 12-132A

    Klacht tegen eigen advocaat. Klaagster verwijt verweerder een toezegging om haar schadeloos te stellen voor de gevolgen van zijn nalatigheid niet te zijn nagekomen. Het tuchtrecht dient niet voor civiele geschillen tussen advocaat en zijn cliënt. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA3353 Raad van Discipline Amsterdam 12-088A

    Klacht advocaat wederpartij wegens het niet nemen van afstand van een mededeling van zijn cliënte. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij de belangen van zijn cliënt behartigt. Er is geen regel waaruit volgt dat een advocaat naar derden toe afstand dient te nemen van de uitlatingen van zijn cliënt. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2349 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1146

    Psychotherapeut wordt verweten dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden, de opdracht heeft verlaten, een onjuiste diagnose heeft gesteld en deze op een onjuiste manier heeft geuit, verbaal grof en kwetsend is geweest en ondeskundig heeft gehandeld. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG2352 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2011/60

    Klacht over het niet stellen van de juiste diagnose door internist en niet proactief geven van informatie. Deze klachten worden ongegrond verklaard. De klacht betreffende het niet bespreken van het niet-reanimatie beleid met de patiënt wordt gegrond bevonden en er volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2345 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 293/2011

    Patiënt met hernia wordt vóór geplande operatie door huisarts verwezen naar ziekenhuis met mogelijk beginnend caudasyndroom. Huisarts en neuroloog overleggen met neurochirurgen van (ander)ziekenhuis waar operatie gepland staat en deze achten opname niet geïndiceerd. Neuroloog heeft niet verwijtbaar gehandeld door niet nog meer te overleggen of aan te dringen ook niet omdat het klinisch beeld nog geen volwaardig caudasyndroom liet zien als bedoeld in de Richtlijn Lumbosacraal Radiculair Syndroom 2008. Met name waren de sensibiliteit in het rijbroekgebied en de anus reflex intact. Verweerder heeft in overeenstemming met het beleid geadviseerd om naar een vervroegde operatie te streven en overigens niet onzorgvuldig gehandeld. Toen het beeld later veranderde en de stuit en de bovenbenen verdoofd waren is verweerder niet op de hoogte gesteld zodat hem hier geen verwijt treft. Dit evenals de andere klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2346 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 297/2011

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen een huisarts dat hij 's nachts niet wilde komen en dat klager gevraagd werd patient zelf naar de SEH te brengen.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0163 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1312

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 1, 4 en 5. De vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van respectievelijk 1.134 cm2 (stal 1), 1.264 cm2 (stal 4) en 1.240 cm2 (stal 5) gehad . Artikel 4, onder a., van de Verordening welzijnsnormen vleeskuikenouderdieren 2003 schrijft voor dat per vleeskuikenouderdier een vloeroppervlakte van ten minste 1.300 cm2 beschikbaar is. Ter zitting is aangevoerd dat op de leeftijd van 24 weken bij het bedrijf van betrokkene 600 hennen zijn weggehaald en naar de slachterij gebracht, waardoor op het bedrijf geen sprake meer is geweest van economisch voordeel. Het Tuchtgerecht constateert dat de onderzoeksnorm 22 weken is en dat er op dat moment geteld wordt. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Daarbij gaat het Tuchtgerecht uit van het totaal aantal dieren dat werd gehouden op het gehele bedrijf afgezet tegen het maximale aantal dieren dat op het bedrijf gehouden mag worden. In deze zaak oordeelt het Tuchtgerecht dat betrokkene mogelijk economisch voordeel heeft behaald, aangezien vast is komen te staan dat de minimum-oppervlaktegrens is overschreden met 6,5% (in stal 1), 2,9% (in stal 4) en 4,8% (in stal 5). Dit betekent concreet dat de pluimveehouder teveel dieren hield op de beschikbare ruimte in de stal, waarbij als geobjectiveerd winstbedrag € 3,- per dier wordt gehanteerd. Het Tuchtgerecht houdt rekening met het feit, dat de ondernemer door ziekte ongeveer 20% verlies heeft gehad op het totale bedrijf. Zodoende zal van de 1.261 dieren die teveel op het bedrijf waren, ook ongeveer 20% verloren zijn gegaan. Ten aanzien van de overtreding van de welzijnsnorm oordeelt het Tuchtgerecht dat, door de overschrijding van de norm, het welzijn van alle dieren in de stallen 1, 4 en 5 is geschaad. Dat is een ernstig feit en het Tuchtgerecht legt hiervoor een geldboete op, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2347 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 295/2011

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen een huisarts.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0164 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1412

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 1. 6.519 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.243 cm2 gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Het verweer van betrokkene dat hij na aftrek van 100 afgevoerde hanen op een leeftijd van 24,5 week zou uitkomen op 1.262 cm2 per dier houdt geen stand. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de onderzoeksnorm 22 weken is en dat op dat moment geteld is, inclusief de hanen. De ondernemer is te allen tijde verantwoordelijk voor de juiste naleving van de regelgeving op zijn bedrijf. Door teveel dieren in de stallen te zetten, ook al is dit naar de mening van betrokkene voor een korte periode, neemt betrokkene het risico dat de welzijnsnormen worden overschreden. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat in deze zaak betrokkene mogelijk economisch voordeel heeft behaald, aangezien vast is komen te staan dat er op het totale bedrijf meer dieren werden gehouden dan de norm toeliet. Ten aanzien van de overtreding van de welzijnsnorm telt het feit dat het welzijn van alle dieren in stal 1 in het geding is gekomen. Dat is een ernstig feit en het Tuchtgerecht legt hiervoor een geldboete op, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2348 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 234/2011

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen een huisarts.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0165 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1512

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 1. 9.825 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.071 cm2 gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Betrokkene heeft aangevoerd dat de regelgeving niet eenduidig is. Voor de mestwetgeving worden de dieren aangemerkt al legouderdieren en voor de welzijnsnormen zijn het vleeskuikenouderdieren. Daarnaast stelt de ondernemer dat een te lage bezetting in de winter voor een te lage temperatuur in de stal zorgt. Het Productschap heeft ter zitting aangevoerd dat regelgeving wellicht niet eenduidig is, omdat regelgeving van verschillende instanties bestaat ten aanzien van verschillende onderwerpen. Wat betreft dierenwelzijn zijn er voor legmoederdieren geen aparte welzijnsnormen en deze vallen onder de normen voor vleeskuikenouderdieren. De normen zijn opgesteld in samenspraak met de NVP, de NOP en de Dierenbescherming. Het Tuchtgerecht merkt op dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de regelgeving op zijn bedrijf. Het is een ondernemersbeslissing om dwergmoederdieren te gaan houden en het is dus ook zijn beslissing om dat op goede wijze te doen, zowel (onder andere) klimaattechnisch als inzake de welzijnsnormen. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat in deze zaak betrokkene mogelijk economisch voordeel heeft behaald, aangezien vast is komen te staan dat er op het bedrijf in totaal 1.733 dieren boven de norm werden gehouden, ten aanzien waarvan een geobjectiveerd winstbedrag wordt gehanteerd van € 3,- per dier. Ten aanzien van de overtreding van de welzijnsnorm telt het feit dat het welzijn van alle dieren in stal 1 in het geding is gekomen. Dat is een ernstig feit en het Tuchtgerecht legt hiervoor een geldboete op, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0166 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1612

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 1 en 2. In totaal 14.638 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.259,9 cm2 per vleeskuikenouderdier in stal 1 en 1.239,6 per vleeskuikenouderdier in stal 2 gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij – door de afnameplicht bij de opfokker – meer dieren heeft gekregen dan hij had besteld. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de regelgeving op zijn bedrijf. Welke afspraken hij maakt met de opfokker komt voor zijn rekening en risico. Door teveel dieren aan te nemen neemt betrokkene het risico dat de welzijnsnormen worden overschreden. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Het Tuchtgerecht oordeelt dat in deze zaak betrokkene mogelijk economisch voordeel heeft behaald, aangezien vast is komen te staan dat er op het bedrijf in totaal 566 dieren boven de norm werden gehouden, ten aanzien waarvan een geobjectiveerd winstbedrag wordt gehanteerd van € 3,- per dier. Ten aanzien van de overtreding van de welzijnsnorm telt het feit dat het welzijn van alle dieren in stal 1 en 2 in het geding is gekomen. Dat is een ernstig feit en het Tuchtgerecht legt hiervoor een geldboete op, deels voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0167 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1712

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in stal 1, 2 en 3. In totaal 36.685 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.227,5 cm2 per vleeskuikenouderdier in stal 1, 1.251,1 cm2 per dier in stal 2 en 1.235,2 per dier in stal 3 gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij – door de afnameplicht bij de opfokker – meer dieren heeft gekregen dan hij had besteld. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de ondernemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de regelgeving op zijn bedrijf. Welke afspraken hij maakt met de opfokker komt voor zijn rekening en risico. Door teveel dieren aan te nemen neemt betrokkene het risico dat de welzijnsnormen worden overschreden. Door de overschrijding van de norm het welzijn van alle dieren – en dus niet alleen van het teveel aan dieren per stal – is geschaad. Alle dieren hebben geleden onder het tekort aan vloeroppervlak. De overtreding wordt aangemerkt als zeer ernstig . Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Vast is komen te staan dat er op het bedrijf in totaal 1.745 dieren boven de norm werden gehouden, ten aanzien waarvan een geobjectiveerd winstbedrag wordt gehanteerd van € 3,- per dier.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2012:YD0168 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1912

    Betreft het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in de stallen 1 en 2. In totaal 9.457 vleeskuikenouderdieren hebben omgerekend per dier een vloeroppervlak van 1.128 cm2 per vleeskuikenouderdier in stal 1 en 1.129 cm2 per dier in stal 2 gehad in plaats van de vereiste 1.300 cm2. Betrokke houdt dwergmoederdieren en heeft aangevoerd dat de regelgeving bij het ministerie van EL&I anders is dan bij het Productschap. Daarnaast stelt hij dat het economisch en klimaattechnisch (te koud in de stallen) niet haalbaar zou zijn zich te houden aan de welzijnsnorm van 1.300 cm2 per dier. De regelgeving betreft verschillende onderwerpen. Betrokkene heeft gerefereerd aan milieunormen van het ministerie van EL&I. Wat betreft dierenwelzijn zijn er voor legmoederdieren geen aparte welzijnsnormen en deze vallen onder de normen voor vleeskuikenouderdieren. De ondernemer te allen tijde verantwoordelijk voor de juiste naleving van de regelgeving op zijn bedrijf. Het is een ondernemersbeslissing om dwergmoederdieren te gaan houden en het is dus ook zijn beslissing om dat op goede wijze te doen, zowel economisch, klimaattechnisch als inzake de welzijnsnormen. Door de overschrijding van de norm het welzijn van alle dieren – en dus niet alleen van het teveel aan dieren per stal – is geschaad. Alle dieren hebben geleden onder het tekort aan vloeroppervlak. De overtreding wordt aangemerkt als zeer ernstig. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Vast is komen te staan dat er op het bedrijf in totaal 1.365 dieren boven de norm werden gehouden, ten aanzien waarvan een geobjectiveerd winstbedrag wordt gehanteerd van € 3,- per dier.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3349 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 24-2012

    Optreden als gemeenschappelijk advocaat in echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek. Verzuim correcte kinderalimentatieberekening op te stellen, verzuim schriftelijk vastleggen van gevolgen van gewenste regeling aangaande de scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap, gebrekkige dossiervoering, waaruit de onzorgvuldige belangenbehartiging jegens klaagster blijkt, schending van de geheimhoudingsplicht jegens klaagster door vertrouwelijke informatie te delen met een kantoorgenoot en te laten gebruiken tegen klaagster in een procedure tot vaststelling van de kinderalimentatie. Klachten gegrond. Schorsing van twee weken

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3350 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 228-2011

    Aan een advocaat komt een grote mate van vrijheid toe om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt, welke vrijheid niet ten gunste van de wederpartij mag worden beknot, tenzij diens belangen nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. Dit laatste is het geval nu verweerders aan de rechtbank een brief van hun cliënte hebben overgelegd waarin ernstige beschuldigingen aan het adres van klager worden geuit, zonder dat daarmede een redelijk doel werd gediend. Verzet gegrond; klacht gegrond, Maatregel: enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2337 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.255

    Patiënte, a terme voor haar bevalling, wordt met ernstige buikpijn opgenomen in het ziekenhuis. Zij bevalt van een gezonde zoon maar blijft last houden van buikpijn en een bolle buik. Artsen besluiten een dag later tot een operatie waarbij een a-vitaal darmpakket wordt aangetroffen. Zij besluiten tot een abstinerend beleid en patiënte overlijdt. De klacht houdt in dat de aangeklaagde chirurg in zijn zorgplicht is tekortgeschoten ten opzichte van patiënte. Hij had: 1. aan moeten dringen op een zorgvuldige overdracht van patiënte; 2. patiënte zelf moeten bezoeken en onderzoeken; 3. zich op de hoogte moeten stellen van de uitslag van de CT-scan. Het RTG oordeelt alle klachtonderdelen gegrond en legt de chirurg een waarschuwing op. De Inspectie komt in beroep tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel en de chirurg dient incidenteel beroep in. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt de Inspectie ontvankelijk in zijn beroep ook nu het alleen is gericht tegen de zwaarte van de aan de arts opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege acht evenals het Regionaal Tuchtcollege alle klachtonderdelen gegrond en legt de zwaardere maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3346 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 119-2012

    Sprake van een financiële situatie die tot zorgen en bedenkingen noopt. Verweerder heeft geen jaarstukken kunnen verstrekken waaruit de financiële situatie van zijn praktijk blijkt en die de zorgen van de raad hieromtrent kunnen wegnemen. Aanwijzingen aanwezig dat verweerder er geen blijk van geeft zijn praktijk behoorlijk te kunnen uitoefenen dat om die reden het verzoek ex artikel 60c Advocatenwet dient te worden toegewezen. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2344 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.359

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2338 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.270

    Klaagster is middels een keizersnede bevallen van een zoon. De aangeklaagde gynaecoloog, heeft daarbij per abuis een incisie in de omslagplooi van de blaas gemaakt. Klaagster verwijt de arts dat haar zoon als gevolg van deze fout door haar blaas is geboren, waardoor haar blaas onherstelbaar is beschadigd. Volgens klaagster ondervindt zij hiervan nog steeds plasproblemen aangezien haar blaas ten gevolge van die fout een veel kleinere omvang heeft waardoor zij vaak naar het toilet moet. Het RTG wijst de klacht als ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3347 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 201-2011

    Verweerder heeft klager gewezen op de diverse mogelijkheden die op dat moment gebruikelijk en te verwachten waren. Verweerder kon daarbij geen rekening houden met situaties die zich nadien hebben voorgedaan. De raad acht het advies van verweerder om nog even af te wachten zolang de commissie nog met de zaak van klager bezig was en niet duidelijk was of klager met een exequatur procedure naar Nederland kon worden overgebracht, begrijpelijk. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2339 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.309

    Klacht tegen anesthesist. Klager verwijt de anesthesist dat zij onvoldoende rekening heeft gehouden met de mogelijke effecten van het gebruik van Inderal. Voorts verwijt klager de anesthesist dat er niet continu is gemonitord tijdens de operatie en dat hij van te voren niet op de hoogte is gesteld van de mogelijke complicaties. De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen. Het Centraal Tuchtcollege voegt hieraan in het kader van het “informed consent” het volgende toe. Een arts moet de patiënt informeren over de normale, voorzienbare risico’s van de behandeling. Hij hoeft niet op alle mogelijke risico’s te wijzen. Welke risico’s moeten worden genoemd zal afhangen van de omstandigheden van het geval. De aard van het risico (blijvend letsel of ongemak van voorbijgaande aard), de kans dat het risico zich verwezenlijkt (het incidentiepercentage) zijn daarbij belangrijke factoren. De informatieplicht zal in omvang toenemen naarmate het gaat om medisch niet of minder noodzakelijke ingrepen. Voorts zal de informatieplicht zwaarder tellen naarmate de behandelmethoden minder conventioneel zijn.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2340 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.310

    Klacht tegen thoraxchirurg. Klager verwijt de thoraxchirurg dat deze – bekend met het gebruik van Inderal – onvoldoende heeft geanticipeerd op de mogelijke effecten van Inderal tijdens de operatie van patiënte. Klager verwijt de thoraxchirurg voorts dat deze de anesthesist onvoldoende heeft geïnformeerd over de effecten van Inderal tijdens de operatie, de anesthesist onvoldoende heeft gewezen op de noodzaak om tijdens de operatie continue te monitoren en dat hij klager van te voren niet op de hoogte heeft gesteld van de mogelijke complicaties. De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen. Het Centraal Tuchtcollege voegt hieraan, zulks met het oog op het specifieke verwijt in hoger beroep dat de thoraxchirurg aan (de vertegenwoordigers) van Chelliva in het kader van het “informed consent” niets gezegd heeft over mogelijk optredende blindheid, het volgende toe. Een arts moet de patiënt informeren over de normale, voorzienbare risico’s van de behandeling. Hij hoeft niet op alle mogelijke risico’s te wijzen. Welke risico’s moeten worden genoemd zal afhangen van de omstandigheden van het geval. De aard van het risico (blijvend letsel of ongemak van voorbijgaande aard), de kans dat het risico zich verwezenlijkt (het incidentiepercentage) zijn daarbij belangrijke factoren. De informatieplicht zal in omvang toenemen naarmate het gaat om medisch niet of minder noodzakelijke ingrepen. Voorts zal de informatieplicht zwaarder tellen naarmate de behandelmethoden minder conventioneel zijn.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2334 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.243

    Klager verwijt de BMA-arts dat zijn advies niet voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid en vakkundigheid, omdat de gestelde feiten en bevindingen de conclusie niet kunnen dragen. Volgens klager heeft de arts a) te onrechte het risico van suïcide niet betrokken bij de beantwoording enkele aan hem gestelde vragen en hij heeft dit risico niet bezien in combinatie met klagers vrees voor een eventuele uitzetting en vervolging het land van herkomst en b) onvoldoende onderzocht of in het land van herkomst behandeling wel effectief kan zijn, gezien de achtergrond van de ( gezondheids)klachten van klager en zijn situatie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachten gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. De arts komt in beroep en zijn grieven treffen doel. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing en verklaart de klachten alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2341 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.317

    Klaagster heeft zich i.v.m. een kinderwens gewend tot een Centrum voor Seksuele Gezondheid die haar i.v.m. cyclusstoornissen hebben verwezen naar een Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde. Daar is zij gezien door de aangeklaagde gynaecoloog. De klacht houdt in dat de arts: 1. klaagster, gelet op haar leeftijd, in een eerder stadium een IUI/IVF behandeling had moeten aanbieden en 2. klaagster onvoldoende heeft begeleid en haar niet correct heeft bejegend tijdens haar behandeling. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond zonder verder onderzoek in raadkamer afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2335 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.244

    Klager verwijt de BMA-arts dat zijn advies niet voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid en vakkundigheid, omdat de gestelde feiten en bevindingen de conclusie niet kunnen dragen. Volgens klager heeft de arts ten onrechte geconcludeerd a) dat hij in staat moet worden geacht om naar het land van herkomst te reizen en b) dat in dat land een behandeling voorhanden is die effectief is. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachten gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. De arts komt in beroep en zijn grieven treffen doel. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing en verklaart de klachten alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2342 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.338

    Klacht tegen psychiater met betrekking tot een door de psychiater opgesteld Pro Justitia rapport. O.a. verwijt dat de rapportage onzorgvuldig tot stand is gekomen, dat de psychiater onzorgvuldig is geweest door de rapportage per e-mail naar klager te zenden en dat de psychiater zich ten onrechte heeft voorgedaan als medewerker van het NIFP. Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Hoger beroep verworpen. Het Centraal Tuchtcollege overweegt onder meer het volgende. Het is in het algemeen onwenselijk dat een rapport van een psychiatrisch onderzoek naar het e-mailadres van het werk van de onderzochte wordt gestuurd. Gelet op de omstandigheden van het geval en het feit dat de psychiater een anonieme versie van het rapport heeft verzonden, is het klachtonderdeel gegrond, maar wordt geen maatregel opgelegd. Het College merkt in het algemeen belang op dat van een psychiater verwacht mag worden dat hij bij aanvang van het onderzoek duidelijke afspraken maakt over de wijze waarop schriftelijk zal worden gecommuniceerd en van welke communicatiemiddelen gebruik kan worden gemaakt. Niet aannemelijk is geworden dat de psychiater zich heeft voorgedaan als medewerker van het NIFP. Bij het gebruik van een toestemmingsformulier is van belang dat de formulering daarvan zodanig is dat voor de toestemmingverlener ondubbelzinnig duidelijk is aan wie en waarvoor toestemming wordt gegeven.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2336 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.250

    Klacht van tbs-gedetineerde tegen psychiater. Verwijt dat dwangmedicatie is toegepast, terwijl tegen klager van tevoren niet is gezegd aan welke vereisten zijn gedrag diende te voldoen. Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Hoger beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3345 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 13-2012

    Door betaling toe te zeggen, zich vervolgens in stilzwijgen te hullen en het te laten aankomen op een procedure omtrent een civielrechtelijk geschil, de indruk gewekt dat toezeggingen niet worden nagekomen en daarmee het vertrouwen in de advocatuur beschaamd. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij zorgvuldig controleert of hij een titel mag gebruiken, zeker nu hij erop is gewezen niet over de daartoe vereiste kwalificaties te beschikken. Door het voeren van een titel waartoe een advocaat niet gerechtigd wordt het vertrouwen in de advocatuur ernstig beschaamd. Klacht gegrond Maatregel : voorwaardelijke schorsing voor de duur van één week; proeftijd van 2 jaar en openbaarmaking ex art 48 lid

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2343 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.400

    Klager heeft in 2002 een auto-ongeluk gehad. Hij verwijt in beroep de arts dat deze hem – toen klager hem enige tijd na dat ongeluk bezocht voor een regulier consult ter zake van diabetes en hypertensie –niet heeft doorverwezen en onvoldoende gegevens in het journaal heeft vermeld. Klacht afgewezen. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2012:YA3322 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6110

    Verwijt inadequate bijstand te hebben verleend. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRLEE:2012:YA3343 Raad van Discipline Leeuwarden 45/11

    De advocaat heeft verzuimd sommatiebrieven aan de wederpartij in kopie aan de cliënt te sturen. Dit berustte op een vergissing en was i.c. niet tuchtrechtelijk verwijtbaar; temeer nu vaststaat dat de cliënt ook nimmer heeft geïnformeerd naar de stand van zaken en wel nota's van de advocaat heeft betaald. Een advocaat dient voortvarend te werk te gaan Het is van het feitencomplex afhankelijk of de termijn zodanig ruim is dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. In de financiële administratie is een vergissing gemaakt waardoor aan de cliënt te veel in rekening is gebracht, maar deze fout is onmiddellijk hersteld zodra de advocaat daarvan kennis droeg. Ook dit is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De klacht is derhalve ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2332 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11166d

    Cardiothoracaal chirurg wordt onvoldoende voorbereiding van de operatie verweten voor wat betreft kennisname van de status en voorgeschiedenis van de patiënt alsmede onjuiste risico-inschatting, gebrek aan verslaglegging en het niet doen van een calamiteitenmelding aan de IGZ. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2326 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 057/2012

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen chirurg over ontstaan lelijk litteken na open buikoperatie. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2012:YA3335 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6357

    Verwijzing naar andere raad omdat verweerster griffier is van de raad.

  • ECLI:NL:TADRLEE:2012:YA3337 Raad van Discipline Leeuwarden 84a/10

    Over de inhoud van mediationsessies mogen geen mededelingen worden gedaan aan de rechter indien de mediation mislukt. Een klacht daaromtrent is gegrond. Er wordt een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2012:YA3329 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6109

    Eén klachtonderdeel niet-ontvankelijk wegens te groot tijdverloop. Klacht onvoldoende welwillend te zijn jegens wederpartij ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2012:YA3323 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6184

    Wrakingsverzoek afgewezen. Voorzitter had voorafgaand aan de zitting laten berichten dat verzoeker tot wraking geen video-opname mocht maken. Geen vooringenomenheid. Wrakingsverzoek tegen griffier niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRLEE:2012:YA3344 Raad van Discipline Leeuwarden 49/11

    Indien de advocaat ter zitting verweer voert, hetgeen door een rechter niet wordt gehonoreerd, kan niet gesteld worden dat de advocaat onvoldoende krachtig bezwaar heeft gemaakt. In appel dient een advocaat er voor te waken dat de juiste grieven worden opgeworpen. In casu was de alimentatie voor een minderjarige op een hoger bedrag vastgesteld dan gevorderd. Tegen de hoogte van de alimentatie had een grief moeten worden opgeworpen. Dit nalaten is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ook dient een advocaat, in geval van twijfel bij zijn cliënt, hem er op te wijzen dat bij alimentatie verrekening niet is toegestaan. De klacht is ten dele gegrond en ten dele ongegrond. Maatregel: berisping.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2333 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11166c

    Cardiothoracaal chirurg wordt gebrek aan verslaglegging verweten alsmede onvoldoende informatie geven aan de patiënt over de risico’s, onvoldoende kennis verwerven van de status van de patiënt, geen overleg voeren met collega’s, gebrek aan daadkracht, onzorgvuldig uitvoeren van de operatie, slechte uitleg geven aan de nabestaanden van de patiënt, het niet verrichten van nader onderzoek en het niet doen van een calamiteitenmelding aan de IGZ. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2327 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 121/2012

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen huisarts door moeder overleden patiënt. Patiënt was meerderjarig en getrouwd. College: nu de moeder weigert de weduwe (in beginsel de eerste klachtgerechtigde) bij de klacht te betrekken, kan het college niet vaststellen of indiening van de klacht overeenstemt met de te veronderstellen wil van de patiënt. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRLEE:2012:YA3338 Raad van Discipline Leeuwarden 84b/10

    Een advocaat mag met betrekking tot de inhoud van door de wederpartij zelf opgestelde stukken vraagtekens plaatsen met betrekking tot de echtheid, als hij optreedt namens zijn cliënt. Een advocaat mag deze twijfels namens zijn cliënt naar voren brengen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2012:YA3330 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6209

    In procedure over omgangsregeling uitte verweerder zich onnodig grievend over klager. Het hof vermindert de opgelegde voorwaardelijke schorsing tot berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2012:YA3324 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6197

    Beklag ex art 13 ongegrond. Deken had gegronde reden het verzoek af te wijzen omdat de vordering geen kans van slagen had.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2328 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 306/2011

    Raadkamerbeslissing. Verweerder is werkzaam als klachtenfunctionaris in het ziekenhuis. Klaagster heeft zich enkele malen wegens verwondingen ten gevolge van automutilatie gewend tot het ziekenhuis. Klaagster verwijt verweerder dat in het ziekenhuis hulp wordt geweigerd terwijl verweerder tegen haar heeft gezegd dat dit niet zou gebeuren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3348 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 12-2012

    Het staat een advocaat niet vrij om een bemiddelingsopdracht te aanvaarden indien een andere vestiging van het kantoor van die advocaat huisadvocaat is van een der partijen. Verweerder heeft toen hij aantrad als bemiddelaar niet op voorhand duidelijk gemaakt, dat zijn kantoor als advocaat optrad voor X en Y en dat hij, indien de bemiddeling niet zou slagen, in een eventuele procedure de belangen van X en Y zou behartigen. Onder deze omstandigheden stond het verweerder niet vrij, na de mislukte bemiddeling, zonder toestemming van klagers, in de door klagers tegen X en Y aanhangig gemaakte procedure de belangen van X en Y te behartigen. Klacht gegrond; enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TAHVD:2012:YA3318 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6349

    Verwijzing naar andere raad omdat verweerder lid is van de raad

  • ECLI:NL:TADRLEE:2012:YA3339 Raad van Discipline Leeuwarden 75/10

    Klachten over het optreden van een advocaat dienen voldoende onderbouwd te worden. Het feit dat een advocaat in verband met mogelijke bewijsproblemen in een procedure aanraadt een zaak in der minne te schikken, betekent niet dat hij de belangen van de cliënt onvoldoende behartigt. De klacht is ongegrond.