Zoekresultaten 2851-2900 van de 48471 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8280

    Klager, verblijvende in een forensische psychiatrisch centrum, klaagt tegen een psychiater omdat hij het oneens is met de combinatie van medicatie die hem onder dwang wordt toegediend.Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Er was geen aanleiding om de dwangbehandeling te heroverwegen

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:185 Hof van Discipline 's Gravenhage 250225

    Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Klager heeft bij de deken verzocht om aanwijzing van een advocaat voor een aansprakelijkheidsprocedure. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat de door klager gewenste procedure geen redelijke kans van slagen heeft. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen sprake was van handelen of nalaten van mr. [X] dat schade voor klager heeft veroorzaakt. Van belang is dat mr. [X] in een uitgebreid advies duidelijk heeft aangegeven waarom cassatie naar zijn mening geen redelijke kans van slagen had. Terecht heeft de deken erop gewezen dat na het -negatieve- cassatieadvies de rechtsbijstand waarvoor de toevoeging was verleend, is geëindigd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8146

    Klaagster verwijt de huisarts het niet dan wel te laat, en deels onleesbaar, verstrekken van het medisch dossier van de overleden moeder van klaagster (hierna: patiënte), ondanks het daarover vermelde in haar levenstestament. Klaagster vindt verder dat het dossier niet volledig is en verwijt de huisarts dat door de huisarts niet is gereageerd op het verzoek wijzigingen in het medisch dossier van moeder aan te brengen. De huisarts erkent dat zij het dossier te laat heeft verstrekt en niet heeft gereageerd op het wijzigingsverzoek van klaagster. De huisarts betwist dat het dossier onvolledig is. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legt de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:186 Hof van Discipline 's Gravenhage 250317

    Klacht over de deken wordt niet verwezen. De deken diende alleen onderzoek te doen naar de klacht over een deken van een ander arrondissement en niet naar de onderliggende klacht. Klager klaagt er dan ook ten onrechte over dat de deken weigert onafhankelijk onderzoek te doen naar zijn onderliggende klacht. Misbruik van klachtrecht, omdat klager over de deken soortgelijke klachten indient als eerder over de andere deken, die betrekking hebben op het onderzoek naar de onderliggende klacht. Daarnaast is het klachtrecht niet bedoeld om te klagen over een dekenvisie of standpunt. De klacht dient dan te worden doorgestuurd naar de raad van discipline voor verdere beoordeling en afdoening.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8148

    Klaagster verwijt de huisarts dat in het medisch dossier van klaagsters overleden moeder door de huisarts gemaakte foto’s zouden ontbreken, dan wel zijn verwijderd. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:98 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758722 / DW RK 24/375 MK/WdJ

    De vordering betreft het tanken zonder te betalen. Het had op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen om de concrete en voor de gerechtsdeurwaarder (deels) toetsbare bezwaren van klager direct voor te leggen aan de opdrachtgever. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:99 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759826 / DW RK 24/399 MK/WdJ

    Dagvaarding op oud adres betekend, met als gevolg dat er verstekvonnis is gewezen. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7321

    Klager klaagt erover dat een apotheker van een online-apotheek zonder uitleg met hem of overleg met een arts heeft vervangen door een ander medicijn en over het niet of onvoldoende verstrekken van zijn medisch dossier. Het college oordeelde dat de klacht kennelijk ongegrond is. De apotheker is namelijk niet de eindverantwoordelijke voor de communicatie over de medicijnverstrekking (dat is de gevestigd apotheker), en de patiënt had geen huisarts waarmee overleg mogelijk was. Het college overweegt daarbij wel dat een apotheker een client over een merkwissel dient te informeren. De apotheek heeft het medicatieoverzicht toegestuurd. Dat volstond. Een recept maakt geen deel uit van het medisch dossier van de apotheek. Klager heeft daarbij niet duidelijk gemaakt dat hij ook het originele recept wilde, dat bleek pas later, na het indienen van de klacht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:135 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-958/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen (voormalig) advocaat over schending van de geheimhoudingsplicht. De raad komt tot de conclusie dat niet is gebleken dat klager tegen het delen van informatie met de media en R desgevraagd geen bezwaren had. Daarmee is niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van gedragsregel 3 lid 3. Verweerder heeft vertrouwelijke informatie gedeeld, terwijl niet is gebleken dat het delen van die vertrouwelijke informatie van zwaarwegend belang was voor klagers zaak. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij in strijd heeft gehandeld met de kernwaarde vertrouwelijkheid in de zin van artikel 10a lid 1 aanhef en sub e Advocatenwet jo. artikel 11a van de Advocatenwet en de op hem rustende geheimhoudingsplicht zoals vastgelegd in gedragsregel 3. Voorwaardelijke schorsing van twee weken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:183 Hof van Discipline 's Gravenhage 250237

    Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Klaagster wenst aanwijzing van een advocaat om cassatieberoep in te stellen tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 juli 2025. Op de dag voordat de cassatietermijn verstreek, op 8 juli 2025, heeft klaagster aan de deken om aanwijzing van een advocaat verzocht. Dit verzoek is afgewezen omdat de termijn om een advocaat aan te wijzen te kort was. De termijn om cassatie in te stellen zou verstrijken op 9 juli 2025 en de deken kon geen advocaat vinden die dezelfde dag een rechtsmiddel zou kunnen aanwenden. Dit betekent dat klaagsters doel – een rechtsmiddel instellen – niet meer kon worden bereikt, zodat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos was geworden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:136 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-347/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de eigen voormalig advocaat. Niet gebleken van excessief declareren. Het verwijt dat verweersters werkzaamheden feitelijk niets hebben opgeleverd, mist voorts feitelijke grondslag. De raad acht voorstelbaar dat klager teleurgesteld is over het feit dat de in de arbeidszaak aan hem toegewezen vergoedingen volledig moeten worden aangewend voor de voldoening van de advocaatkosten, maar dit is een rechtstreeks gevolg van de tussen klager en verweerster gemaakte tariefafspraak. Die tariefafspraak is niet ontoelaatbaar. De klacht dat verweerster zich als toehoorder tijdens de mondelinge behandeling in de tussen klager en zijn (voormalig) werkgever aanhangige appelprocedure ongepast heeft gedragen door gedurende de gehele zitting te lachen is ongegrond omdat deze feitelijke grondslag mist. Verweerster kan niet tuchtrechtelijk worden verweten dat zij klager van 21 - 23 september 2022 persoonlijk heeft benaderd omdat zij toen niet wist dat klager door een advocaat werd bijgestaanm. Van het feit dat verweerster de deurwaarder heeft verzocht om aan klager een dagvaarding te betekenen kan haar naar het oordeel van de raad evenmin een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt, nu de wet voorschrijft dat een civiele (dagvaardings-)procedure aanhangig wordt gemaakt door een bij deurwaardersexploit betekende dagvaarding. De klacht dat verweerster klager op 15 juli 2024 wederom via Whatsapp, per post en per e-mail heeft benaderd, waarbij zij de e-mail “en passant” cc naar klagers advocaat heeft verstuurd, is wel gegrond. Anders dan verweerster heeft betoogd is gedragsregel 25 hier van toepassing, omdat de incassoprocedure, waarin verweerster blijkens het voorblad van het vonnis zichzelf en haar kantoor als advocaat heeft vertegenwoordigd, zo nauw samenhangt met verweersters beroepsuitoefening dat het advocatentuchtrecht in volle omvang van toepassing is. Het stond verweerster niet vrij om klager rechtstreeks aan te schrijven, nu zij had kunnen volstaan met verzending van een brief of e-mail aan klagers advocaat. Naar het oordeel van de raad valt, bij gebreke van een nadere onderbouwing, die niet is gegeven, namelijk niet in te zien dat het beoogde rechtsgevolg niet zou kunnen worden bereikt door de brief of e-mail enkel aan klagers advocaat te zenden. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met gedragsregel 25 te handelen. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:100 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758724 / DW RK 24/376 MK/WdJ

    Klaagster is veroordeeld tot het betalen van een hoofdsom ad € 0,47, proceskosten ad € 224,15. Er kan de gerechtsdeurwaarder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt door de titel te executeren. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:95 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755039 / DW RK 24/280 MK/WdJ

    Er is niet op alle e-mailberichten van klaagster gereageerd. In dit geval heeft klaagster het, gelet op de hoeveelheid berichten die zij aan de gerechtsdeurwaarders heeft gestuurd, over zichzelf afgeroepen dat niet op al haar berichten is gereageerd. Dit klachtonderdeel is gegrond, zonder oplegging van een maatregel. Klacht is voor het overige ongegrond; niet gebleken is dat de privacy van klaagster is geschonden, voor het overige is de klacht niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:96 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/753120 / DW RK 24/241 MK/WdJ

    De gerechtsdeurwaarder heeft ten onrechte de netto bijtelling van de leaseauto van klager in de berekening van de beslagvrije voet betrokken. Verder is niet (tijdig) op e-mailberichten van klager gereageerd. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in proceskosten.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:97 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/750414 / DW RK 24/186 MK/WdJ

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld bij het opmaken van de akte van constatering. Ook is niet gebleken dat de gerechtsdeurwaarder bewust een gesloten filiaal is binnengetreden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:133 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-559/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het verwijt dat verweerder zich in een documentaire lasterlijk en smadelijk over klager heeft uitgelaten en onwaarheden heeft verkondigd is op grond van artikel 46g Advocatenwet niet-ontvankelijk. De klacht dat verweerder zich intimiderend en dreigend jegens klager heeft gedragen is kennelijk ongegrond. De klacht dat verweerders brief aan klager verkeerd was geadresseerd mist feitelijke grondslag en is dus eveneens kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:213 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-897/AL/MN

    De voorzitter heeft op een onderdeel van de klacht geen beslissing genomen. Verzet gegrond. Klachtonderdeel gegrond. De rest van de klacht is ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:134 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-556/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat in hoedanigheid van deken in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Het feit dat ten gevolge van de onder verweersters verantwoordelijkheid gemaakte administratieve fout aanzienlijke vertraging is ontstaan in de behandeling van klagers klacht is naar het oordeel van de voorzitter niet zodanig ernstig dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:214 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-542/AL/MN

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij. Alhoewel het naar het oordeel van de voorzitter wel de voorkeur had verdiend om de term ‘bewerken’ te gebruiken in plaats van ‘manipuleren’ in het verweerschrift omdat dat een neutralere term is, maakt dat nog niet dat verweerster daardoor tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerster heeft voldoende toegelicht waarom zij die term heeft gebruikt en in welke context dat is gebeurd. Daar komt bij dat verweerster klager niet heeft beschuldigd van het manipuleren van stukken maar zich dat heeft afgevraagd. Dat mocht zij zo doen. Klager had bovendien de gelegenheid om daarop in de procedure bij het tuchtcollege te reageren. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:129 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-406/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond. De klachten dat verweerster in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 4 lid 1 doordat zij (1) heimelijk geluidsopnames heeft gemaakt van gesprekken tussen haar cliënten en (verschillende medewerkers van) klaagster, terwijl daarvoor geen toestemming was gegeven en zelfs uitdrukkelijk was aangegeven dat het maken van geluidsopnames niet gewenst was en (2) de geluidsopnames vervolgens heeft ingediend bij de rechtbank zijn ongegrond. Nu verweerster uitdrukkelijk heeft weersproken dat zij geluidsopnames heeft gemaakt en de overgelegde stukken ook geen aanknopingspunten bevatten voor de feitelijke juistheid van het verwijt dat verweerster de geluidsopnames heeft gemaakt, kan de raad niet vaststellen dat het verweten handelen feitelijk heeft plaatsgevonden. Wel staat vast dat verweerster de geluidsopnames in het geding heeft gebracht. Daarmee heeft verweerster echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, nu genoegzaam is gebleken dat in dit geval met het overleggen van de geluidsopnames een redelijk doel werd gediend, terwijl niet is gebleken dat de belangen van verweerster onnodig of op een ontoelaatbare manier zijn geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:130 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-146/DB/LI

    De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:131 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-181/DB/ZWB

    De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:132 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-095/DB/LI

    Verzet. Op grond van artikel 46j lid 4 jo artikel 46h lid 1 Advocatenwet kan binnen 30 dagen na de dag van verzending van het afschrift van de voorzittersbeslissing daartegen verzet worden ingesteld. De beslissing van de voorzitter is gegeven op 26 maart 2025 en op dezelfde dag per aangetekende post aan klager verzonden. Onderaan de beslissing is vermeld dat een verzetschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen na verzending van het afschrift van de beslissing. De termijn van dertig dagen begint op de dag volgend op die van verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het verzetschrift dus ontvangen zijn op de griffie van de raad. Nu het verzetschrift van klager eerst op 29 april 2025 ter griffie van de raad is ontvangen, is het verzet te laat ingesteld. De raad overweegt verder dat, nu niet is gebleken dat de overschrijding van de verzet termijn door klager verschoonbaar is, deze termijnoverschrijding voor rekening van klager behoort te blijven. De conclusie is dan ook dat het door klager ingestelde verzet niet-ontvankelijk is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:168 Raad van Discipline Amsterdam 25-512/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Niet gebleken is van schending van gedragsregels 1, lid 4 en 8. Verder geldt dat verweerder als partijdig advocaat opkomt voor de belangen van zijn cliënte, zodat hij niet gehouden is om buiten zijn cliënte om met klager tot een oplossing te komen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:224 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7797

    Klacht tegen anesthesioloog over eenmalig contact tijdens afwezigheid van behandelend collega (zaaknummer A2024/7796). Klaagster stelt in dat gesprek niet ingestemd te hebben met Pulsed Radio Frequency behandeling, die later heeft plaatsgevonden, maar inhoud dossier wijst op het tegendeel. Onjuistheid in verslag over meegeven folder niet verwijtbaar, omdat klaagster de folder al eerder had ontvangen. Het (aanzienlijk) later toezenden van verslag aan huisarts van klager is onwenselijk, maar niet verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:169 Raad van Discipline Amsterdam 25-516/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van partij-deskundige. Er zijn duidelijke aanknopingspunten tussen het beroep van advocaat en verweerders werkzaamheden als partij-deskundige. Verweerder heeft zijn advies afgegeven op briefpapier van het advocatenkantoor waaraan hij is verbonden met een briefhoofd waarop hij als ‘advocaat/partner’ wordt aangeduid. Bovendien heeft verweerder zijn brief geopend met de opmerking dat hij advocaat is. Gelet hierop is het advocatentuchtrecht volledig van toepassing. Inhoudelijk is niet gebleken dat verweerder gedragsregel 8 heeft geschonden.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:62 Accountantskamer Zwolle 25/2135 Wtra AK

    Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat betrokkene ten tijde van de verweten gedragingen niet als registeraccountant of accountant-administratieconsulent in het NBA-register stond ingeschreven.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:225 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8077

    Klacht tegen anesthesioloog die op de intensive care in de dagen voor het overlijden van de echtgenote van klager bij de behandeling betrokken was. Niet gebleken dat anesthesioloog zich daags voor het overlijden te positief heeft uitgelaten over herstelmogelijkheden. Niet ingegaan op vraag naar euthanasie, omdat dat geen optie was. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:63 Accountantskamer Zwolle 25/2325 Wtra AK

    Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat de klachtonderdelen in de onderhavige procedure zien op klachtonderdelen die reeds onderwerp van geschil zijn geweest in de eerdere procedure bij de Accountantskamer of zodanig onderling zijn verweven met de klachten en feiten die in die eerdere procedure aan de Accountantskamer zijn voorgelegd dat deze klachten, gelet op het ne bis in idem beginsel, niet nogmaals het voorwerp van berechting kunnen vormen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:170 Raad van Discipline Amsterdam 25-496/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van de mededelingen van zijn cliënt en hoefde de juistheid ervan niet te verifiëren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:171 Raad van Discipline Amsterdam 25-494/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk. Niet gebleken is dat verweerder zich schuldig heeft gemaakt aan smaad en laster. Evenmin heeft verweerder verwijtbaar gehandeld door aangifte te doen tegen klager. Dat staat eenieder vrij. Het is vervolgens - uitsluitend - aan het openbaar ministerie om aan de hand van de aangifte verder onderzoek te doen. Voor de tuchtrechter is daarin geen taak weggelegd. De tuchtrechter beperkt zijn oordeel tot de vraag of (evident) gebleken is dat door verweerder valse aangifte is gedaan of dat de aangifte als ongeoorloofd pressiemiddel zonder functioneel verband tussen het doel en het middel is gedaan (RvD Den Haag 5 augustus 2024, ECLI:NL:TADRSGR:2024:137). Daarvan is geen sprake. Voor zover de klacht gaat over de dienstverlening van verweerder aan zijn cliënt, geldt dat klager hierdoor niet rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:165 Raad van Discipline Amsterdam 23-870/A/NH

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Hernieuwde behandeling na terugwijzing door het Hof van Discipline (ECLI:NL:TAHVD:2024:292). Na zijn echtscheiding hebben klager en zijn ex-vrouw verschillende juridische procedures tegen elkaar gevoerd. De vrouw werd daarbij bijgestaan door verweerder. Klager heeft een klacht tegen verweerder ingediend, bestaande uit negen klachtonderdelen. Twee klachtonderdelen worden deels gegrond, deels ongegrond verklaard, twee klachtonderdelen zijn gegrond en vijf klachtonderdelen ongegrond. De (deels) gegronde klachtonderdelen zien op het gebruik van stukken uit mediation zonder overleg met de wederpartij, het willens en wetens onjuist voorlichten van de rechtbank, het in de weg staan van een minnelijke oplossing en het onvoldoende in het oog houden van de belangen van klager en deze op ontoelaatbare wijze schenden. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:185 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-487/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond omdat klager zijn vergaande, complotachtige verwijten niet concretiseert of met stukken onderbouwt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:172 Raad van Discipline Amsterdam 25-497/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:166 Raad van Discipline Amsterdam 25-579/A/DH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening eigen advocaat. Hoewel verweerster de belangen van haar cliënt dient te behartigen, blijft zij daarin wel dominus litis. Dat betekent dat verweerster de vrijheid heeft een zaak te behandelen op een wijze die haar goeddunkt en dat zij niet verplicht is gehoor te geven aan verzoeken van haar cliënten waar zij niet achter staat. Het stond verweerster op grond van gedragsregel 14 lid 2 vrij om, gelet op het verschil van inzicht tussen klager en verweerster over de invulling van verweersters bijstand, haar werkzaamheden voor klager te beëindigen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:186 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-483/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde over door verweerster in een processtuk over hem opgenomen uitlatingen. De gewraakte uitlatingen zijn niet onjuist en kunnen relevant zijn voor het geschil in kwestie. Hoewel begrijpelijk dat de uitlatingen door klager als vervelend zijn ervaren, is geen sprake van (onnodig) grieven.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:167 Raad van Discipline Amsterdam 25-519/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk buiten de vervaltermijn ingediend en daarmee niet-ontvankelijk, gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang en gedeeltelijk kennelijk ongegrond, geen schending gedragsregel 8. Verweerster mocht afgaan op de informatie die zijn van haar cliënten had ontvangen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:223 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7796

    Klachten over Pulsed Radio Frequency behandeling door anesthesioloog kennelijk ongegrond. Er was informed consent en klaagster heeft ook bij Time Out Procedure niet aangegeven dat zij de behandeling niet wilde. Geen aanknopingspunt dat behandeling onzorgvuldig was. Anesthesioloog had er goed aan gedaan nog eens met klaagster te bellen, maar nalaten niet verwijtbaar. Geen tekortkomingen in medisch dossier.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7932

    kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is door de instelling waar hij verbleef ten behoeve van psychodiagnostiek en behandeling verwezen naar de organisatie waar verweerster werkt. Verweerster was de regiebehandelaar. Klager is het met de inhoud en conclusie van het onderzoeksverslag niet eens.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8583

    Klacht over behandeling van inmiddels overleden broer. De broer en klager waren bij dezelfde huisarts ingeschreven. De huisarts heeft aangevoerd dat er twijfel is of klager met de klacht de veronderstelde wil van zijn broer tot uitdrukking laat komen. De voorzitter verklaart klager niet-ontvankelijk en neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat klager in de klacht ook uitgebreid schrijft over zijn persoonlijke conflict met de huisarts en de beëindiging van zijn eigen behandelingsovereenkomst door de huisarts. Verder blijkt niet dat de patiënt op enig moment heeft aangegeven dat hij ontevreden was over de door de huisarts verleende zorg. De feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, leiden tot de slotsom dat er twijfel is dat klager met het voeren van deze tuchtprocedure de wil van de overleden patiënt vertegenwoordigt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7933

    kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater was als psychiater/regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klager. In die periode zijn ook zorgmachtigingen aangevraagd en verkregen. Klager is het daar niet mee eens.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:212 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-514/AL/MN

    Klacht over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder zonder nader onderzoek afgaan op de van zijn cliënt ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat in het verweerschrift heeft verwerkt en tijdens de zitting heeft genoemd. Daarnaast kon en mocht verweerder uitgaan van de juistheid van de (medische) informatie over klaagster en haar dochter aangezien dat volgde uit het verzoekschrift met bijlagen zoals dat namens klaagster is ingediend. Klaagster heeft via haar advocaat tegen de vermeende onjuistheden en feiten verweer kunnen voeren en kon zelf ook relevante stukken indienen. Ook overigens van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:91 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762020 / DW RK 24/448 EdV/WdJ

    Het geheime privéadres van klager is meermalen bekend gemaakt aan cliënten van klager. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd en tevens veroordeling in de proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8164

    Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. De echtgenote van de overleden patiënt verwijt verweerster dat zij zonder adequaat overleg, zorgvuldig patiëntgericht handelen en respect voor de patiënt zijn reanimatiestatus heeft gewijzigd en ten onrechte heeft vermeld dat dit op verzoek van patiënt en familie was. Het college: verweerster kon besluiten dat reanimeren medisch zinloos zou zijn en de behandelbeperking “niet reanimeren” in het dossier vastleggen. Daarvoor is geen overleg met patiënt en/of familie vereist. Partijen verschillen van mening over de wijze van communicatie, zodat niet kan worden vastgesteld dat verweerster op dat punt klachtwaardig heeft gehandeld. Het aanvinken van het hokje “Beleid besproken met … op verzoek van patiënt” is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat het technisch niet mogelijk was om het akkoord met het besluit op een andere manier tot uitdrukking te brengen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:207 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-195/AL/OV

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft het door hem namens klaagster en haar voormalige partner ingediende verzoek ontbinding partnerschap ingetrokken, in plaats van zich te onttrekken aan de procedure, wat de bedoeling van klaagster was. Verweerder heeft op de zitting zijn fout erkend en hij heeft uitgelegd dat hij de zaak abusievelijk heeft ingetrokken nadat hij een formulier verkeerd had geïnterpreteerd. Nadat hij op zijn fout was gewezen, heeft verweerder zijn beroepsaansprakelijheidsverzekeraar op de hoogte gesteld. De verzekeraar heeft de aansprakelijkheid erkend en gaat over tot betaling aan klaagster. Hoewel in beginsel een waarschuwing passend is, zal de raad gelet op de correcte afwikkeling van deze fout door verweerder en de omstandigheid dat hij niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, volstaan met de constatering van het gegrond tuchtrechtelijke verwijt, zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:92 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758258 / DW RK 24/365 EdV/WdJ

    Niet inhoudelijk op brieven van klaagster gereageerd. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:208 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-063/AL/NH

    Raadsbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:93 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/765658 / DW RK 25/68 EdV/WdJ

    Beslissing op verzet ongegrond. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het ten laste van klager uitgevaardigde dwangbevel te executeren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:209 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-465/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Alleen de persoon of de rechtspersoon die door het handelen of nalaten van een advocaat direct in zijn belang wordt of kan worden getroffen, heeft het recht om hierover een klacht in te dienen. Dit staat in de Advocatenwet. Als het in het algemeen belang is dat er een tuchtprocedure komt, dan heeft de deken het recht om te klagen. Uit de stukken in het klachtdossier is niet gebleken dat klaagster de cliënte van verweerder is geweest en ook niet dat zij de wederpartij van een cliënt van verweerder is geweest. Ook verder is niet gebleken dat klaagster een eigen rechtstreeks belang heeft bij deze klacht. Op grond van het vorenstaande zal de voorzitter de klacht dan ook kennelijk niet-ontvankelijk verklaren. Aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht komt de voorzitter dan ook niet toe.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:94 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/768475 / DW RK 25/142 EdV/WdJ

    Beslissing op verzet ongegrond. De klachten van klager zien op een periode van langer dan drie jaar geleden, dan wel zijn in een eerdere klachtprocedure behandeld.