Zoekresultaten 24051-24100 van de 48322 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:112 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1036

    Klacht tegen eigen advocaat (deels) gegrond. Verweerster heeft onvoldoende gecommuniceerd en schriftelijk vastgelegd wat betreft het niet aanvragen van een nieuwe voorlopige voorziening (ondanks verzoeken van klaagster daartoe) en het wijzen op de mogelijkheid van hoger beroep tegen de ene beschikking en het niet willen instellen van hoger beroep tegen een andere beschikking. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:119 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-275/DH/RO

    voorzittersbeslissing; klacht tegen de deken over de wijze van behandeling van een klacht tegen een andere advocaat prematuur en kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:125 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-213

    Voorzittersbeslissing: de voorzitter is van oordeel dat verweerder als advocaat van de wederpartij van klagers voldoende zorgvuldig te werk is gegaan. Verweerder mocht afgaan op de weergave van de feiten van zijn cliënt en was niet verplicht om voor verzending van de in zijn ogen noodzakelijk geachte sommatiebrief aan klagers eerst daarnaar gedegen onderzoek te doen en voorts contact met klagers op te nemen. Snel handelen was volgens verweerder nodig om schade voor de cliënt en zijn praktijk te voorkomen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2016/385F

    Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat hij zich tijdens de behandeling onprofessioneel en grensoverschrijdend heeft gedragen onder meer door haar borst op te tillen. Gegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:126 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-176

    Voorzittersbeslissing: Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder de belangen van klaagster behartigd met de zorg die van hem als professioneel advocaat verwacht mocht worden. Verweerder heeft het voor klaagster belangrijke punt wél in de procedure en op deskundige wijze naar voren gebracht, waarbij het hem vrij stond om als verantwoordelijke voor de zaak (‘dominus litis’) daarbij zelf zijn woorden te kiezen. Klachtonderdelen kennelijk ongegrond. mededelingen van de griffier ter informatie:

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:24 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/317156/KL RK 17-28

    Gelet op de rol van de notaris in deze nalatenschap, heeft de notaris klager terecht verwezen naar de voormalig executeurs/afwikkelingsbewindvoerders voor een uitleg over de berekeningen en herstel van eventuele fouten. De voormalig executeurs/afwikkelingsbewindvoerders zijn de enigen die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de aangifte en eventuele fouten hierin zouden kunnen herstellen. Aangezien klager niet de opdrachtgever van de notaris was, is de notaris jegens hem niet gehouden om uitleg te geven over de aan de aangifte ten grondslag liggende berekeningen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:120 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-258/DH/DH

    voorzittersbeslissing, klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2016/294

    Klager verwijt verweerster dat zij een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven over de behandeling van een haartransplantatie.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2016-323

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft naar aanleiding van de rugklachten van klager onvoldoende lichamelijk onderzoek gedaan en hem onvoldoende uitgevraagd. Evenmin heeft het College kunnen vaststellen dat de huisarts een differentiaal diagnose heeft gesteld en een duidelijk beleid had. De huisarts was echter niet verplicht klager naar aanleiding van een brief van de fysiotherapeut zonder consult door te verwijzen naar de neuroloog. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2017:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/57

    Klacht tegen huisarts. Klagers echtgenote verkeerde al enkele jaren in de terminale fase van COPD. Zij kreeg al enige tijd morfine toegediend via een pleister. In 2016 ging de situatie van patiënte zodanig achteruit dat verweerster besloot tot palliatieve sedatie door, naast de morfinepleister, ook morfine subcutaan toe te dienen. Het doel was de benauwdheid hiermee te onderdrukken en het lijden zo te verlichten. Patiënte overleed de volgende dag. Volgens klager heeft verweerster zonder overleg langzame euthanasie toegepast op zijn echtgenote met deze handelwijze. Het college acht hier geen aanknopingspunt voor aanwezig en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:115 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-814

    Verzet ongegrond. Verweerder kan, als voormalig lid van de maatschap, niet tuchtrechtelijk worden aangesproken voor het gewraakte handelen van een ander voormalig lid van de maatschap. Factoren die daarbij meespelen zijn dat verweerder geen bemoeienis met de zaak heeft gehad, hetgeen door de andere advocaat expliciet is erkend, en het gewraakte handelen heeft plaatsgevonden na de ontbinding van de maatschap en de uitschrijving van verweerder als advocaat.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:116 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-511/DH/DH

    De raad schorst verweerster op grond van artikel 60b Advocatenwet met onmiddellijke ingang voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk. Verweerster reageert niet, althans onvoldoende op verzoeken van de deken, houdt zich niet aan haar toezeggingen en is niet of nauwelijks bereikbaar voor de deken, zijn medewerkers en de door haarzelf ingeschakelde coach. Verweerster heeft haar kantoororganisatie op essentiële punten niet op orde. Daarnaast is haar boekhouding niet inzichtelijk en beschikt zij niet over een geheimhoudingsverklaring van haar boekhouder. Zelfs nadat de deken haar een tweede kans heeft geboden – door een eerder ingediend verzoek ex artikel 60b Advocatenwet in te trekken – heeft verweerster haar leven niet gebeterd. Integendeel: zij blijft excuus op excuus stapelen. De raad heeft er daarom geen enkel vertrouwen in dat een uitstel van twee weken voor het opstellen van een plan van aanpak - zoals door verweerster verzocht - tot het gewenste resultaat zou leiden, nu is gebleken dat verweerster stelselmatig en structureel toezeggingen niet nakomt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:122 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-080

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat kennelijk ongegrond. Van een onjuist advies door verweerder, over de door klaagster gestelde dwaling bij mediation, is niet gebleken. De latere regeling van klaagster met de mediator maakt dit niet anders. De beslissing van verweerder om de volgens verweerder onjuiste beschikking van de rechtbank (ten gunste van klaagster) niet te incasseren is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:116 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-813

    Verzet gegrond, voor zover betrekking hebbende op de overweging van de voorzitter dat verweerder niet beschikte over een rekeningnummer van klager. Gebleken is dat verweerder wel over een rekeningnummer van klager beschikte. Klacht alsnog ongegrond, nu verweerder op terechte gronden (nog) niet tot betaling aan klager is overgegaan.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2017:22 Kamer voor het notariaat Amsterdam 625816/NT 17-26 OJ 625819/NT 17-27 OJ

    De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten tijde van het passeren alert is geweest op de mate van wilsbekwaamheid van de echtgenote van klager en dat zij onvoldoende aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Klacht ongegrond. Aangezien de klacht uitsluitend is gericht tegen het passeren van het testament op 12 september 2015 en vast staat dat de notaris hiermee geen bemoeienis heeft gehad, wordt de klacht tegen de notaris niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:123 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-815

    Verzet ongegrond. Verweerster kan, als voormalig lid van de maatschap, niet tuchtrechtelijk worden aangesproken voor het gewraakte handelen van een ander voormalig lid van de maatschap. Factoren die daarbij meespelen zijn dat verweerster geen bemoeienis met de zaak heeft gehad, hetgeen door de andere advocaat expliciet is erkend, en het gewraakte handelen heeft plaatsgevonden na de ontbinding van de maatschap en de uitschrijving van verweerster als advocaat.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:117 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-987

    Klacht tegen advocaat wederpartij ongegrond. Klager is een voormalig officier van justitie. Niet is komen vast te staan dat verweerder een valse aangifte tegen klager heeft gedaan en dat verweerder klager actief in een negatieve publiciteit heeft gebracht, althans dat verweerder daarbij de grenzen van de hem toekomende ruime vrijheid als partijdig belangenbehartiger heeft overschreden. Van misleiding van het hof en het ten onrechte opstarten van een artikel 12 Wetboek van Strafvorderingsprocedure is de raad evenmin gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:118 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-391

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen deken kennelijk ongegrond. Het is niet aan de deken om de Leidraad klachtbehandeling naast de Advocatenwet te leggen om te controleren of de leidraad de Advocatenwet volgt.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:47 Accountantskamer Zwolle 16/1207 Wtra AK

    Klacht over stellingen die betrokkene die ook advocaat is, als advocaat in een procedure namens haar cliënt naar voren heeft gebracht. Die stellingen missen volgens klager feitelijke grondslag. Van andere stellingen had betrokkene de feitelijke juistheid moeten onderzoeken, alvorens ze in te nemen. De klacht is binnen de termijn van drie jaar ingediend. Dat betrokkene dezelfde stellingen eerder heeft ingenomen op tijdstippen die meer dan drie jaar voor het indienen van de klacht zijn gelegen, maakt dit niet anders. Een ander oordeel zou tot gevolg hebben dat een accountant tuchtrechtelijk verwijtbare uitlatingen en stellingen kan herhalen zonder daarop tuchtrechtelijk aangesproken te kunnen worden, omdat hij diezelfde uitlatingen eerder ook heeft gedaan. Beroepsmatig handelen in de zin van artikel 42 Wab omvat mede het handelen van een accountant in zijn hoedanigheid van advocaat. De omstandigheid dat het handelen van een accountant in zijn hoedanigheid van advocaat (mogelijk) ook is onderworpen aan het tuchtrecht voor advocaten is geen reden om die accountant niet ook onderworpen te achten aan het tuchtrecht voor accountants. Gezien de bijzondere positie van de advocaat in zijn rol als behartiger van uitsluitend de belangen van zijn cliënt, zoekt de Accountantskamer aansluiting bij haar jurisprudentie inzake het door een accountant in zijn eigen zakelijke betrekkingen innemen van civielrechtelijke standpunten. Dat betekent dat slechts onder bijzondere omstandigheden door de Accountantskamer geoordeeld zal kunnen worden dat er in het kader van de naleving van de fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit, professionaliteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid plaats is voor een gegrond tuchtrechtelijk verwijt. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een advocaat/accountant ingenomen stelling bewust onjuist of misleidend, en dus te kwader trouw, blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een objectieve, redelijke en goed geïnformeerde derde die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als het accountantsberoep in diskrediet brengend. In deze zaak is niet gebleken van dergelijke bijzondere omstandigheden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:119 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-805

    Verzet ongegrond tegen handelen van de advocaat van de wederpartij in echtscheidingszaak, want geen schending van artt. 6 en 8 EVRM.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1763

    Tandarts. Klacht: zonder schriftelijke toestemming meer medische informatie aan medisch adviseur klager gegeven dan waar hij om had verzocht (1); klager in slecht daglicht gebracht bij andere tandartsen (2); verweerder heeft klager weg naar tuchtcollege willen afsnijden door dreigen kosten tuchtprocedure in rekening te brengen. College: verweerder heeft beroepsgeheim geschonden door aan een derde, zonder toestemming, meer informatie te verstrekken dan waartoe machtiging reikte (gegrond). Overige ongegrond: niet handelen verweerder/feiten staan niet vast. Gedeeltelijk gegrond: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:120 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-854

    Verzet ongegrond. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht jegens verweerster wegens ontbreken van een eigen persoonlijk belang bij de klacht. Beroep op artikel 21 Rv gaat niet op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:114 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-346 17-347

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen verweerster als advocaat wederpartij niet ontvankelijk (ne bis in idem). Van een nieuw feit op basis van het proces-verbaal uit de eerdere klachtbehandeling is niet gebleken. Klacht tegen verweerder (gemachtigde van verweerster bij de eerdere klachtbehandeling) is kennelijk ongegrond wegens het ontbreken van een feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1780

    Tandarts. Klacht: verweerder wil behandeling (implantaten), zonder reden, niet uitvoeren. Contractbreuk. College: wel behandelingsovereenkomst WGBO. Geldigheid begroting verlopen en klager heeft niet voldaan aan voorwaarden behandeling, te weten saneren. Niet verwijtbaar dat verweerder begrote behandeling niet is gestart. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:121 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1099

    Het niet verschijnen van klager ter zitting leidt in deze niet tot niet-ontvankelijkheid. Het betreft het handelen van verweerder die niet de advocaat van klager is, maar van een ander bij wiens (straf)zaak klager als derde betrokken is. Maatstaf. De raad is van oordeel dat niet gebleken is dat verweerder de grenzen van de hem toekomende vrijheid jegens klager, die een getuige was in het strafproces tegen zijn cliënt, heeft overschreden. Verweerder mocht op de strafzitting de persoon van klager, met zijn volledige naam, noemen en om diens verhoor als getuige verzoeken. Verweerder heeft voldoende aangetoond dat hij de gewraakte uitlatingen tijdens de zitting heeft gebaseerd op de door zijn cliënt verstrekte informatie maar ook op diverse (door hem omschreven) aanwijzingen van derden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:160 Raad van Discipline Amsterdam 17-425/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding. Geen aanleiding om termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:45 Accountantskamer Zwolle 16/1699, 16/1700 en 16/1701 Wtra AK

    Werkzaamheden bestaande in het deelnemen aan besprekingen over de (voorgenomen) koop van aandelen en het verstrekken van informatie aan een financier moeten worden beschouwd als het verrichten van transactiegerelatieerde adviesdiensten. Klacht over het niet schriftelijk bevestigen van de opdracht daartoe gegrond verklaard. In de brief aan de financier is vermeld dat de verrichte werkzaamheden met betrekking tot de projectadministratie “diepgaander zijn geweest dan gebruikelijk is bij een jaarrekeningcontrole”, dat geen onzekerheden bekend zijn die nog tot mogelijke verliezen kunnen leiden, en dat dit standpunt is gebaseerd op de verrichte werkzaamheden ten behoeve van de jaarrekeningcontrole in overeenstemming met de NVCOS. Die formuleringen wekken niet de verwachting dat bij de jaarrekening een verklaring van oordeelonthouding zal worden afgegeven vanwege het ontbreken van een deugdelijke projectadministratie. Ook met die brief hebben de accountants gehandeld in strijd met de van hen te verlangen deskundigheid en zorgvuldigheid. Berisping/waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:161 Raad van Discipline Amsterdam 17-426/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder is niet tekortgeschoten in zijn dienstverlening aan klager. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:46 Accountantskamer Zwolle 16/3132 en 16/3133 Wtra AK

    Toetsing door de Nba (krachtens Convenant met de AFM) van de wettelijke controlepraktijk van een accountantsorganisatie met een niet-OOB vergunning. Toepasselijke wetgeving bij een dergelijke toetsing, verricht vóór 29 september 2015. Stelsel van kwaliteitsbeheersing wettelijke controles voldoet niet. Niet gebleken dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing overige professionele diensten niet zou voldoen. Daarin aanleiding om alleen doorhaling als extern accountant in het AFM-register te gelasten en niet ook in het Nba-register. Doorhaling 18 maanden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:159 Raad van Discipline Amsterdam 17-427/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege onvoldoende belang, voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:109 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-486

    Een advocaat dient adequaat te reageren op een verzoek om rechtsbijstand in een bepaalde zaak. In het onderhavige geval moest voor de advocaat duidelijk zijn dat de cliënt enige haast had bij het indienen van een verzoekschrift tot vaststelling van kinderalimentatie. Toen duidelijk werd dat de cliënt ervan uit ging dat het verzoekschrift al bij de rechtbank was ingediend, heeft de advocaat niet meteen gereageerd en ook geen verzoekschrift ingediend maar alleen op enigerlei moment een afspraak gemaakt voor een bespreking die 2 maanden later zou plaatsvinden. Klacht is deels gegrond; waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 034/2017

    Klacht tegen huisarts met betrekking tot het achterwege blijven van een (schriftelijke) bevestiging van de overschrijving naar een andere huisarts. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:113 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-992

    Verweerder heeft confraternele correspondentie in een kortgedingprocedure overgelegd zonder toestemming van de advocaat van de wederpartij (klager) en zonder advies te hebben gevraagd aan de deken. Het argument dat daarvoor geen tijd was omdat verweerder de dagvaarding, waarin de feitelijke gang van zaken volgens verweerder onvoldoende duidelijk was beschreven, slechts 2 dagen voor het kort geding had ontvangen, is onvoldoende reden. Hoewel er niet veel tijd was, had verweerder in ieder geval kunnen proberen in contact te komen met de advocaat van de wederpartij dan wel met de deken, wat hij niet heeft gedaan. Klacht gegrond; waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:110 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-994

    Een advocaat behoort een rechterlijke uitspraak met zijn cliënt te bespreken en hem/haar te adviseren over de kansen en mogelijkheden in hoger beroep. Het feit dat de advocaat heeft laten weten hoger beroep kansloos te vinden is onvoldoende om er van uit te gaan dat de cliënt dan ook geen hoger beroep wenst. Ook het feit dat de cliënt niet expliciet heeft laten weten hoger beroep wenst is voldoende.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/033

    Klager verwijt de (staf)arts dat hij in zijn advies aan de juridisch adviseur onzorgvuldig heeft gehandeld door zonder overleg met hem en/of behandelende sector in korte tijd tot de conclusie te komen dat er geen indicatie was voor nader onderzoek met betrekking tot de vraag of psychische problematiek een rol heeft gespeeld bij het incident (smokkelen van sigaretten) waarvan klager is beschuldigd. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 177/2015

    Klacht tegen psychiater van Bureau Rijbewijs Keuringen. Meerdere aangepaste versies van rapportage verdient niet de schoonheidsprijs maar is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht gegrond voor wat betreft het niet wijzen op blokkeringsrecht. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:109 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 849.2016

    Verzet ongegrond. Geen nieuwe feiten of omstandigheden gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2017:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2017/02

    Verweerder heeft als verpleegkundige nagelaten hulp te bieden aan een patiënt tijdens een ongeval bij een motorrace. Verweerder had zich welbewust afgezonderd van de race na een meningsverschil met de EHBO, maar wist wel van het ongeval af. Klacht gegrond en maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:103 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 40.2017

    Niet is gebleken dat klager voorafgaand aan de vaststelling van de beslagvrije voet in de gelegenheid is gesteld informatie te verschaffen over het inkomen van zijn partner. Bovendien heeft de gerechtsdeurwaarder niet kunnen onderbouwen waarop zijn aanname dat de partner van klager over inkomen zou beschikken gebaseerd is. De Kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte is overgegaan tot het halveren van de beslagvrije voet. Klacht gedeeltelijk gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2016/387T

    Klaagster stelt dat verweerder, tandarts, haar er niet (tijdig) voor heeft gewaarschuwd dat ze aan parodontitis leed. Er is door verweerder hiervoor geen behandeling opgestart en klaagster stelt dat zij als gevolg daarvan elementen is kwijtgeraakt. Verweerder voert verweer. niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 048/2016

    Klacht tegen keuringsarts van Bureau Rjibewijs Keuringen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2017:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2017/04

    Klacht tegen verpleegkundige, omdat hij een affectieve relatie heeft gehad met een patiënte. Klacht gegrond. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:110 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 814.2016

    Verzet ongegrond. Geen nieuwe feiten of omstandigheden gebleken.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:104 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 1399.2016

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet op de brieven van klager gereageerd, maar heeft ze naar de opdrachtgever doorgestuurd. Gelet op de inhoud van de brieven – in het bijzonder de brief van 30 oktober 2012 – had de gerechtsdeurwaarder actie moeten ondernemen toen hij niets van de opdrachtgever had vernomen. De Kamer acht dit onzorgvuldig. Klacht gedeeltelijk gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2016-308

    Ongegronde klacht tegen een arts. Klager ontvankelijk in zijn klacht tegen de arts die werkzaam is bij het CBR. Het rapport van de arts voldoet aan de criteria overeenkomstig vaste jurisprudentie. Het College ziet ook geen redenen waarom verweerder, die niet de behandelend arts van klager was, zich meer zou hebben moeten inspannen om eventuele andere oorzaken voor de verhoogde GGT-waarde bij klager te achterhalen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2016/499

    Verweerder is psychiater van klaagster. Op 13 oktober 2016 ontwikkelde klaagster klachten (misselijk, duizelig, verwardheid) en nam daarvoor contact op met verweerder. Verweerder verwees klaagster naar de huisarts, die haar doorverwijst naar een internist. 20 oktober 2016 zijn de klachten nog steeds niet over, maar klaagster kon nog niet bij de internist terecht. Klaagster zegt daarom haar afspraak bij verweerder af. Vier dagen (24-10) later mailt klaagster naar verweerder, die dan naar haar gezondheid informeert en schrijft dat hij verwacht had dat klaagster direct zou worden doorverwezen. Diezelfde avond wordt klaagster met spoed opgenomen. Diagnose: intoxicatie door verkeerde inname van medicijnen. De fabrikant was naar een hogere dosering per tablet overgegaan. Klaagster verwijt de psychiater dat hij (1) hij de toenemende klachten van klaagster heeft genegeerd, (2)hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen, (3) onheuse bejegening. Deels gegrond

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2017:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/55

    Klacht tegen huisarts. Klager meldde zich in 2016 op een ochtend met lichamelijke klachten bij verweerder. Verweerder constateerde geen afwijkingen en stelde voor de volgende dag een bloedonderzoek te laten verrichten. Later die dag waren de klachten verergerd en werd klager opnieuw door verweerder gezien. Pas toen werd klager ingestuurd onder verdenking van een CVA, wat ook het geval bleek te zijn. Klager verwijt verweerder dat hij klager niet in de ochtend al instuurde voor nader onderzoek. Verweerder bestrijdt gemotiveerd dat er in de ochtend al aanleiding was om klager in te sturen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 110/2017

    Klacht van de IGZ tegen een tandarts met betrekking tot seksueel grensoverschrijdend gedrag. Klacht ondanks ontkenning gegrond geacht. Schorsing van een jaar waarvan 10 maanden voorwaardelijk..

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:105 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 1098.2015

    Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2016-236

    Ongegronde klacht tegen een arts. Niet vast is komen te staan hoe het geëscaleerde gesprek tussen klager en de arts is verlopen. De arts heeft in de aangifte naar aanleiding van het gesprek het verloop van het gesprek zoals zij dit heeft ervaren en de volgens haar gedane dreigementen uitvoerig vermeld. Het College is van oordeel dat de arts daarbij meer informatie heeft gegeven dan nodig was. Gelet op de geringe omvang en de weinig diepgaande aard van de gegeven informatie en de omstandigheden van het geval acht het College dit echter niet zo ernstig dat de arts hiervan een tuchtrechtelijk verwijt gemaakt dient te worden. Overige klachtonderdelen ongegrond. Klacht afgewezen.