Zoekresultaten 23351-23400 van de 48285 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2017:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 279/2016
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 03-11-2017
- ECLI:NL:TGZRZWO:2017:170
Klager is boos over zijn behandeling gedurende een opname in het ziekenhuis aan het einde waarvan hij is gevraagd het ziekenhuis te verlaten. Hij is daarna nog jaren onder behandeling van verweerder gebleven op de polikliniek. Onvoldoende gesteld of gebleken dat verweerder een verwijt kan worden gemaakt van een gebrek aan medische of lichamelijke zorg waaronder gebrek aan medicatiebewaking, gebrek aan informatieverstrekking, onvolledigheid of afwezigheid van dossiers, onjuiste declaraties dan wel onterecht contact met de huisarts. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:300 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.082
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 03-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:300
Klager is gediagnosticeerd met een chronische schizofrene stoornis, waarvoor hij onder meer medicamenteus (soms gedwongen) wordt behandeld. Klager verwijt de psychiater dat zij een onjuiste diagnose heeft overgenomen van haar voorganger en zelf geen diagnose heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Zij heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:200 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170206
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:200
Art. 13 Advocatenwet-beklag Het hof is van oordeel dat de deken op goede gronden het verzoek van klager heeft afgewezen. Er is immers sprake van een verzoek om aanwijzing van een advocaat voor een procedure waarover inmiddels door twee advocaten uitvoerig gemotiveerd negatief is geadviseerd vanwege het gebrek aan slagingskansen. Beide advocaten waren niet bereid de procedure voor klager te voeren. Klager heeft niet duidelijk kunnen maken dat deze adviezen onjuist zijn. De onvoldoende kans van slagen levert een gegronde reden op als bedoeld in art. 13 lid 2 Advocatenwet. Volgt ongegrondverklaring van het beklag.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:206 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-639/DH/DH
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 25-10-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:206
voorzittersbeslissing; klacht tegen advocaat wederpartij in familiezaak over onder meer gebruik van vertrouwelijke gegevens
-
ECLI:NL:TGZREIN:2017:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1712
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 03-11-2017
- ECLI:NL:TGZREIN:2017:116
Arts. Klacht: meerdere onjuiste en tegenstrijdige adviezen gegeven, geweigerd adviezen te herzien en geen contact opgenomen met behandelende orthopeden (1), geen antwoord gegeven op vragen over adviezen (2). College: 1 ongegrond; verweerder mocht tot advies komen. 2 gegrond; verweerder had vragen over advies moeten beantwoorden. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:207 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170089
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:207
Verweerder legt zich in hoger beroep neer bij de feitelijke vaststelling van de raad dat hij Gedragsregel 36 lid 1 heeft overtreden door klaagster niet mee te delen dat zijn collega deelnam aan een telefoongesprek van hem met klaagster en onderkent dat hij tekortgeschoten is in het niet-doen van deze mededeling. Zijn grief richt zich uitsluitend tegen de door de raad opgelegde maatregel. Deze grief slaagt. Het hof is er voldoende van overtuigd dat de schending van de hiervoor genoemde gedragsregel berust op een onbedoeld gemaakte fout. Verweerder heeft (ook nog eens ter zitting) hiervoor aan klaagster excuus aangeboden. Niet is gesteld of gebleken dat als gevolg van deze fout klaagster enige schade heeft geleden en verweerder heeft aangegeven inmiddels zijn handelwijze met betrekking tot het opnemen van de telefoon zodanig te hebben gewijzigd dat dergelijke fouten niet meer kunnen worden gemaakt. Tegen deze achtergrond moet de verweten gedraging bestempeld worden als een slordigheid die geen zakelijke terechtwijzing in de vorm van een maatregel rechtvaardigt. Volgt gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2017:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 280/2016
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 03-11-2017
- ECLI:NL:TGZRZWO:2017:171
Klager is boos over zijn behandeling gedurende een opname in het ziekenhuis aan het einde waarvan verweerder, als hoofd van de afdeling, klager heeft verzocht het ziekenhuis te verlaten. Klager is daarna nog jaren lang als patiënt op de polikliniek onder behandeling gebleven. Klacht tegen verweerder ontvankelijk op grond van de zogenoemde tweede tuchtnorm nu hij zich rechtstreeks in de discussie over klagers behandeling heeft gemengd en de hem verweten handeling op zijn deskundigengebied lag. Zijn handelen had derhalve voldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg. Klacht als ongegrond afgewezen nu onvoldoende is gesteld dan wel is gebleken dat verweerder een verwijt valt te maken op het punt van de aan klager verstrekte zorg, informatieverstrekking en dossiervoering en niet gebleken is dat klager onterecht of op onheuse wijze is gevraagd te vertrekken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:301 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.073
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 03-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:301
Klager is gediagnosticeerd met een chronische schizofrene stoornis, waarvoor hij onder meer medicamenteus (soms gedwongen) wordt behandeld. Klager verwijt de verpleegkundige dat hij hem arrogant en vervelend noemt, zonder dit te onderbouwen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Zij heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:201 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170287
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:201
Op grond van artikel 56 lid 3 van de Advocatenwet dient het hoger beroepschrift voorzien te zijn van gronden. In het beroepschrift staat in de eerste alinea vermeld dat het beroep betrekking heeft op de beslissingen van de raad d.d. 21 september 2017, kenmerken 17-540 en 17-541, maar in het kenmerk van het beroepschrift wordt alleen gerefereerd aan een hoger beroep in de zaak met nummer 17-540, wordt in de tweede alinea melding gemaakt van één beslissing waartegen beroep wordt ingesteld en wordt als “productie 1: bestreden beslissing d.d. 21-9-2017” alleen een kopie van de uitspraak in de zaak met nummer 17-540 overgelegd. Voorts wordt in het lichaam van het beroepschrift noch elders in de gedingstukken uiteengezet op welke gronden de beslissing van de raad in de zaak met nummer 17-541 onjuist zou zijn en een andere beslissing moet volgen. Dit alles afwegend is de voorzitter van oordeel dat de door verweerder aangevoerde beroepsgronden enkel betrekking hebben op de beslissing in de zaak met nummer 17-540 en niet op de beslissing in de zaak met nummer 17-541, zodat het beroep in de zaak 17-541 kennelijk niet-ontvankelijk is en dient te worden afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:207 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-638/DH/DH
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:207
voorzittersbeslissing; klacht tegen advocaat wederpartij in huurgeschil, onder meer omdat verweerder bij de raad voor rechtsbijstand bezwaar heeft ingediend tegen een aan klager verleende toevoeging
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:208 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170235
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:208
Artikel 13 Advocatenwet-beklag Het hof is van oordeel dat de deken op goede gronden het verzoek van klager heeft afgewezen. De door klager overgelegde stukken bieden geen enkel aanknopingspunt voor aansprakelijkheid van de tandarts. Weliswaar beroept klager zich op een verklaring van een andere tandarts, maar die verklaring is niet overgelegd. De door klager gewenste procedure moet dus als kansloos worden beoordeeld. Volgt ongegrondverklaring van het beklag.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2017:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 281/2016
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 03-11-2017
- ECLI:NL:TGZRZWO:2017:172
Klager is boos over zijn behandeling gedurende een opname in het ziekenhuis aan het einde waarvan men hem heeft verzocht te vertrekken. Klager is daarna nog jaren onder behandeling gebleven op de polikliniek van het ziekenhuis. Verweerder was de supervisor gedurende de opname door een arts assistent op de afdeling reumatologie. Klacht als ongegrond afgewezen nu onvoldoende is gesteld of gebleken dat verweerder een verwijt valt te maken op het punt van de aan klager verstrekte zorg en of informatieverstrekking en of dossiervoering en voorts niet gebleken is dat klager onterecht of op onheuse wijze is gevraagd te vertrekken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:302 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.071
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 03-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:302
Klager is gediagnosticeerd met een chronische schizofrene stoornis, waarvoor hij onder meer medicamenteus (soms gedwongen) wordt behandeld. Klager verwijt de verpleegkundige dat hij klager niet serieus heeft genomen in zijn angstklachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen, omdat zij van oordeel is dat op geen enkele manier is gebleken dat de verpleegkundige de klachten van klager niet serieus heeft genomen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:202 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170249
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:202
Art. 13 Advocatenwet-beklag Klager beroept zich op de derde grond van artikel 13 lid 1, slotzin Advocatenwet. Aan deze aanwijzingsverplichting ligt ten grondslag het geval dat de Raad voor Rechtsbijstand zelf geen advocaat heeft aangewezen. Dit geval doet zich hier niet voor. Volgens klager is mr. O aangewezen als advocaat. Voor de deken bestaat dan geen aanwijzingsbevoegdheid meer. Naar het oordeel van het hof doet de slottekst van lid 1 niet af aan het bepaalde in lid 2: de deken kan het verzoek steeds wegens gegronde redenen afwijzen. In dit geval had de deken een gegronde reden om het verzoek af te wijzen. Volgt ongegrondverklaring van het beklag.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:209 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170223
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:209
Art. 13 Advocatenwet-beklag Het hof is van oordeel dat de deken op goede gronden het verzoek van klager heeft afgewezen. De deken heeft immers een advocaat aangewezen om klager bij te staan. Klager heeft geen enkele steekhoudende grond aangevoerd waarom hij van de diensten van deze advocaat geen gebruik zou kunnen maken. Bovendien werpt klager bij voorbaat en eveneens ongegrond bezwaren op tegen alle advocaten in Noord-Nederland. Deze beide omstandigheden leveren gegronde redenen op om het verzoek van klager af te wijzen. Volgt ongegrondverklaring van het beklag.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2017:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 282/2016
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 03-11-2017
- ECLI:NL:TGZRZWO:2017:173
Klager is boos over zijn behandeling gedurende een opname in het ziekenhuis aan het einde waarvan men hem heeft verzocht te vertrekken. Klager is daarna nog jaren onder behandeling gebleven op de polikliniek van het ziekenhuis. Verweerster was arts assistent ten tijde van de opname op de afdeling reumatologie. Klacht als ongegrond afgewezen nu onvoldoende is gesteld of gebleken dat verweerster een verwijt valt te maken op het punt van de aan klager verstrekte zorg en of informatieverstrekking en of dossiervoering en voorts niet gebleken is dat klager onterecht of op onheuse wijze is gevraagd te vertrekken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:197 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170200
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:197
Nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken is de beslissing van de raad onherroepelijk geworden en dient het hof op grond van artikel 56 lid 5 Advocatenwet de ingangsdatum van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde schorsing te bepalen. Daarbij is van belang dat verweerder van 26 juni 2017 tot en met 9 september 2017 geschorst is geweest ingevolge de beslissingen van de raad van 12 juni 2017 met nummers 17-133/DB/ZBW en 17-272/DB/ZWB en dat hij aansluitend op grond van de beslissing van de raad van 4 september 2017 (zaaknr. 17-590/DB/L/d) ex artikel 60ab lid 1 Advocatenwet voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk is geschorst sedert 10 september 2017. Ook deze laatste beslissing is inmiddels onherroepelijk geworden. Het hof bepaalt de volgorde van de door de raad bij de onderhavige beslissing en bij beslissingen met nummers 17-019/DB/ZWB en 17-060/DB/ZWB van gelijke datum opgelegde onvoorwaardelijke schorsingen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:303 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.072
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 03-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:303
Klager is gediagnosticeerd met een chronische schizofrene stoornis, waarvoor hij onder meer medicamenteus (soms gedwongen) wordt behandeld. Klager verwijt de verpleegkundige dat hij bij klager de indruk heeft gewekt dat hij bij het zetten van een depot met opzet een luchtbel bij klager wilde inspuiten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen, omdat zij van oordeel is dat niet als vaststaand kan worden aangenomen dat de verpleegkundige klager bewust onjuist heeft geïnjecteerd. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:203 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170236
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:203
Art. 13 Advocatenwet-beklag Voor zover het beklag zich richt tegen enig handelen van de orde van ‘Den Haag’ (kennelijk doelt klager op de deken), is klager niet-ontvankelijk. Klachten kunnen niet worden ingediend bij het Hof van Discipline. Voor zover het beklag zich richt tegen de beslissing van de deken is het hof van oordeel dat de stukken zoals ter kennis gebracht aan het hof niet leiden tot andere gevolgtrekkingen dan in de bestreden beslissing van de deken weergegeven. De argumenten die klager in zijn verzoek en in de verdere correspondentie heeft vermeld, leveren onvoldoende grond op voor aanwijzing van een advocaat. Volgt bekrachtiging van de beslissing van de deken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2017:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 147/2017
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 03-11-2017
- ECLI:NL:TGZRZWO:2017:174
Klacht tegen tandarts over verrichting in de dienst. Wortelkanaalbehandeling kon in dit geval als spoedeisend in de dienst worden beschouwd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:298 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.179
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 03-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:298
Klager is gediagnosticeerd als lijdend aan een schizoaffectieve stoornis en cluster B-(persoonlijkheids)problematiek met gevaar voor manisch-psychotische ontregeling door medicatieontrouw. De psychiater is sinds 2009 de behandelaar van klager. Klager verwijt de psychiater dat hij hallucinaties bij klager zou hebben veroorzaakt en dat er sprake zou zijn van homoterreur. Daarnaast merkt klager op dat een diagnose niet van belang is, alsmede dat de psychiater klager vanuit een orgastisch oogpunt bekijkt, problemen die klager aankaart negeert en hem een vrouwelijke therapeut weigert. Het Regionaal Tuchtcollege is – samengevat – van oordeel dat niet is gebleken dat de gedragingen die klager de psychiater verwijt zich hebben voorgedaan. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:198 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170201
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:198
Nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken is de beslissing van de raad onherroepelijk geworden en dient het hof op grond van artikel 56 lid 5 Advocatenwet de ingangsdatum van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde schorsing te bepalen. Daarbij is van belang dat verweerder van 26 juni 2017 tot en met 9 september 2017 geschorst is geweest ingevolge de beslissingen van de raad van 12 juni 2017 met nummers 17-133/DB/ZBW en 17-272/DB/ZWB en dat hij aansluitend op grond van de beslissing van de raad van 4 september 2017 (zaaknr. 17-590/DB/L/d) ex artikel 60ab lid 1 Advocatenwet voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk is geschorst sedert 10 september 2017. Ook deze laatste beslissing is inmiddels onherroepelijk geworden. Het hof bepaalt tevens de volgorde van de door de raad bij de onderhavige beslissing en bij beslissingen met nummers 17-019/DB/ZWB en 17-132/DB/ZWB/D van gelijke datum opgelegde onvoorwaardelijke schorsingen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:204 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170047
- Datum publicatie: 03-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:204
Bekrachtiging van de uitspraak van de raad.
-
ECLI:NL:TNORARL:2017:51 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/323758 KL RK 17-100 en C/05/323787 KL RK 17-101
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 18-10-2017
- ECLI:NL:TNORARL:2017:51
De kandidaat-notaris heeft met de brief en het toezenden daarvan aan de andere erfgenamen onvoldoende acht geslagen op de nadrukkelijke wens van klaagster om dit alleen mondeling bij moeder aan de orde te stellen. Het gestelde dat het volgens de kandidaat-notaris om zaken gaat die de nalatenschap betreffen maakt dit niet anders. Het was aan de kandidaat-notaris geweest om dit eerst met klaagster te bepreken. Klaagster had op dat moment haar verzoek nog kunnen intrekken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:286 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.470
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:286
Klaagster is de moeder van vier kinderen. De jongste twee kinderen hadden hun hoofdverblijf bij klaagster. Klaagster is gescheiden. Er is een anonieme melding bij het AMK (Veilig Thuis) gedaan van een vermoeden van kindermishandeling t.a.v. de kinderen destijds zestien en zeventien jaar oud. Er volgde een tweede door de vader van de kinderen gedane AMK melding van vermoeden van kindermishandeling. De rechtbank sprak een voorlopige ondertoezichtstelling met machtiging tot uithuisplaatsing uit en de kinderen zijn uit huis geplaatst en ondergebracht op een geheim adres. Verweerster, arts, heeft namens het AMK nader (dossier)onderzoek gedaan en heeft onder meer gekeken of er aanwijzingen waren voor PCF (Pediatric Condition Falsification) en FDP (Factitious Disorder by Proxi). Klaagster verwijt verweerster: I. Dat de vraagstelling van het rapport onjuist en suggestief is. Er is volgens haar sprake van een z.g. confirmation bias in die zin dat verweerster er reeds bij voorbaat van overtuigd is dat de in de vraagstelling genoemde vermoedens op waarheid berusten. II. Met betrekking tot de inhoud van het rapport luidt de klacht dat de arts: 1. meningen tot feiten verheft; 2. selectief is in de weergegeven informatie doordat zij uit het aanwezige materiaal slechts de teksten die de kenmerken van PCF en/of FDP bevestigen selecteert en de teksten die het tegendeel laten zien weglaat en negeert; 3. verkeerd, niet of onvolledig citeert waardoor foute conclusies getrokken worden, en een suggestieve wijze van schrijven hanteert; 4. niet de waarheid schrijft; 5. veel in twijfel trekt en krom maakt wat recht is; 6. in haar onderzoek vooringenomen en niet onafhankelijk is; 7. onzorgvuldig en inconsistent is in de uitvoering van haar onderzoek. RTG Amsterdam verklaart I, II.2, II.3, II.4 en II.7 deels gegrond, legt de arts de maatregel van waarschuwing op, wijst de klacht voor het overige af en bepaalt de publicatie. Klaagster is van die beslissing in beroep gekomen. De arts heeft in de beslissing berust. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:293 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.236
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:293
Kaagster verwijt de aangeklaagde huisarts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door de klachten van buikpijn en obstipatie niet serieus te nemen, door onvoldoende aanvullend onderzoek te hebben gedaan, door haar klachten als psychisch te duiden en door het missen van de diagnose ovariumcarcinoom. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:287 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.061
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:287
Klager is in beeld bij een centrum voor verslavingszorg in verband met de medicatie die hij behoeft in verband met zijn chronische pijnklachten. Verweerster is in de periode van februari 2015 tot 1 maart 2016 bij dit centrum werkzaam geweest en droeg zorg voor de wekelijkse medicatieverstrekking. Klager verwijt de verpleegkundige dat geen psychiatrisch onderzoek heeft plaatsgevonden, dat geen juiste medicatie is verstrekt en dat hij geen kopie van zijn dossier heeft ontvangen. De verpleegkundige heeft hem niet goed behandeld en hem in het dossier zwart gemaakt, aldus klager. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Zij heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:294 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.299
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:294
De klacht tegen de huisarts betreft de behandeling van de (inmiddels overleden) echtgenoot van klaagster door de huisarts. Klaagster verwijt hem dat hij: 1.niet adequaat heeft gereageerd op de plotselinge bloeding van de urineweg dan wel buik van de echtgenoot van klaagster in de eerste ziektedagen; 2. na de eerste ziekenhuisopname geen enkel contact heeft gezocht met klaagster of haar echtgenoot. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover daarbij het onder a genoemde klachtonderdeel ongegrond is verklaard, verklaart dit klachtonderdeel alsnog gegrond, legt de arts de maatregel van waarschuwing op, verklaart klaagster niet-ontvankelijk voor zover zij in beroep nieuwe klachtonderdelen aan de orde heeft gesteld, verwerpt het beroep voor het overige en gelast de publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:288 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.062
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:288
Klager is in behandeling bij een centrum voor verslavingszorg in verband met de medicatie die hij behoeft vanwege zijn chronische pijnklachten. De arts is als Eerste Geneeskundige betrokken om te bemiddelen tussen de hoofdbehandelaar en klager, omdat het behandelproces stagneerde als gevolg van onenigheid tussen hen beiden. De arts heeft klager sedert augustus 2015 drie maal gezien en drie maal telefonisch gesproken. Klager verwijt de arts dat hij klager niet heeft onderzocht en als eerste geneeskundige en daarmee verantwoordelijke voor de hoofdbehandelaar niet zorgvuldig heeft gehandeld en dat hij op klagers verzoek niet het juiste dossier aan hem heeft overhandigd. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Zij heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:295 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.150
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:295
Klacht tegen huisarts. De 32 jarige klager is bekend met diabetes mellitus type II en vertoont op dat punt zorgmijdend gedrag. Op enig moment meldt hij zich met klachten van een vlek aan één oog bij verweerder. Verweerder stelt klager gerust, adviseert het aan te kijken en bij visusklachten en lichtflitsen retour te komen. Klager verwijt verweerder dat deze hem niet meteen naar een oogarts heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klager slaagt; het Centraal Tuchtcollege acht de klacht gegrond en legt aan de huisarts een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:289 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.063
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:289
Klager is in behandeling bij een centrum voor verslavingszorg in verband met de medicatie die hij behoeft vanwege zijn chronische pijnklachten. Verweerder is zijn hoofdbehandelaar sinds augustus 2015. Klager verwijt de arts – verkort weergegeven – dat hij klager niet heeft onderzocht en niet de juiste medicatie heeft gegeven en dat hij op klagers verzoek niet het juiste dossier aan hem heeft overhandigd. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Zij heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:296 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.151
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:296
Klacht tegen huisarts. Bij klager is op enig moment diabetes mellitus type II geconstateerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat deze hem na deze diagnose niet meteen en periodiek naar een oogarts heeft verwezen. Klager stelt dat de verwijzing in ieder geval in 2008 had moeten plaatsvinden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klager wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:290 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.145
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:290
Klacht tegen huisarts. Klager, destijds 24 jaar, lag met griep op bed en zijn moeder heeft de hap gebeld in verband met pijnklachten en tinteling in de linkerarm, rond de mond en in de tong. Een collega van verweerder (C2017.144), huisarts op de hap, bezoekt klager in de ochtend en verweerder, eveneens als huisarts werkzaam op de hap, ziet klager op consult later op dezelfde dag. De volgende dag is klager door zijn eigen huisarts verwezen voor een ECG en is hij opgenomen. Diagnose is uiteindelijk een peri-myocarditis. Klager verwijt verweerder dat hij niet de juiste diagnose heeft gesteld en voorts dat hij niet een diagnose heeft gesteld die spoed vereiste waardoor zich bij klager een pericarditis heeft kunnen ontwikkelen. Verweerder had, zo stelt klager, nader onderzoek moeten verrichten naar aanleiding van de klachten. Het RTG Zwolle wees de klacht af. Het CTG verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:297 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.135
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:297
Klacht tegen kinderarts. Klagers zijn de ouders van de minderjarige zoon bij wie de diagnose Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is gesteld. Verweerster was een dag per week als kinderarts werkzaam bij een instelling voor medisch orthopedagogische dagbehandeling die door de zoon van klagers destijds werd bezocht. Op enig moment heeft verweerster een melding bij het Centrum Veilig Thuis gedaan. Na onderzoek heeft het Centrum Veilig Thuis geconcludeerd dat er geen kindermishandeling is aangetoond. De klacht houdt in: 1) De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is niet gevolgd. 2) De onderdelen 2 t/m 6 kunnen worden samengevat als klacht over de wijze van communicatie met en bejegening van klagers door verweerster. Het RTG heeft de klacht afgewezen. Het CTG verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:291 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.144
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:291
Klacht tegen huisarts. Klager, destijds 24 jaar, lag met griep op bed en zijn moeder heeft de hap gebeld in verband met pijnklachten en tinteling in de linkerarm, rond de mond en in de tong. Verweerder, huisarts op de hap, bezoekt klager in de ochtend en een collegahuisarts (C2017.145), ook werkzaam op de hap, ziet klager op consult later op dezelfde dag. De volgende dag is klager door zijn eigen huisarts verwezen voor een ECG en is hij opgenomen. Diagnose is uiteindelijk een peri-myocarditis. Klager verwijt verweerder dat hij niet de juiste diagnose heeft gesteld en voorts dat hij niet een diagnose heeft gesteld die spoed vereiste waardoor zich bij klager een pericarditis heeft kunnen ontwikkelen. Verweerder had, zo stelt klager, nader onderzoek moeten verrichten naar aanleiding van de klachten. Het RTG Zwolle wees de klacht af. Het CTG verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TNORARL:2017:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/322280 KL RK 17-77
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 18-10-2017
- ECLI:NL:TNORARL:2017:44
De notaris heeft ten onrechte nagelaten het nodige te onderzoeken en vast te leggen met betrekking tot koper, verkoper en de gevolmachtigde. De toelichting van de notaris ter zitting dat verkoper hem bekend was brengt daar geen wijziging in. Daarnaast heeft klager terecht gewezen op de poortwachtersrol die de notaris heeft. De hoogte van de koopsom van € 1,= alleen al had moeten leiden tot een volstrekt andere houding en werkwijze.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:292 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.161
- Datum publicatie: 02-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:292
Klacht tegen huisarts. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster bij wie onlangs de ziekte van Parkinson was geconstateerd, alsmede op de bejegening van diens echtgenote. Patiënt meldde zich met benauwdheidsklachten bij verweerder op het spreekuur en verweerder heeft na onderzoek antibiotica voorgeschreven en, twee tot drie weken later, een longfunctieonderzoek bij de poh geadviseerd. Dit onderzoek mislukte, waarna verweerder het voorgestelde beleid van de praktijkondersteuner, medicatie en controle na een maand, heeft geaccordeerd. Korte tijd later is patiënt overleden. Klaagster verwijt de huisarts dat hij bij beide consulten onzorgvuldig heeft gehandeld en onvoldoende toezicht heeft gehouden op de praktijkondersteuner. Voorts klaagt klaagster over de bejegening en het niet op haar verzoek verstrekken van het obductieverslag. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht op deze punten (deels) gegrond en legt aan verweerder de maatregel van berisping op. Het beroep van verweerder slaagt deels. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld en voldoende toezicht had op de ervaren praktijkondersteuner. Op het punt van de bejegening acht ook het Centraal Tuchtcollege de klacht deels gegrond. Aan verweerder wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2017:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1798
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 01-11-2017
- ECLI:NL:TGZREIN:2017:114
Neuroloog was niet op de hoogte van verhoogde bezinking en heeft nierfunctiestoornissen niet besproken, waardoor de familie onvoldoende is geïnformeerd en patiënt ten onrechte is ontslagen naar revalidatiecentrum. Verantwoordelijkheid als hoofdbehandelaar. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2017:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1777
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 01-11-2017
- ECLI:NL:TGZREIN:2017:115
Medisch adviseur wordt verweten dat hij op intimiderende wijze een medische keuring heeft uitgevoerd in een openbare ruimte, dat hij in verband met het verkrijgen van informatie uit de curatieve sector machtigingen heeft opgesteld die niet voldoen aan de eisen van KNMG, dat ten onrechte een afwijzend advies aan de opdrachtgever is gegeven waarbij klager geen gelegenheid heeft gehad gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht. Eigen verantwoordelijkheid verweerder voor keuze onderzoekslocatie. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Verschillende lezingen over de gebeurtenissen. Zelfstandige beoordeling op basis van eigen onderzoek en informatie uit de curatieve sector. Machtigingen, in samenhang met begeleidende brief, voldoen aan de eisen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:183 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-357/DB/LI
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:183
Advocaat heeft cliënt tijdig bericht dat het door de rechtsbijstandsverzekeraar beschikbaar gestelde maximum was bereikt en zijn uurtarief voor zijn verdere werkzaamheden vermeld. Kosten zijn onder meer door de grote omvang door de cliënt aangeleverde stukken hoog opgelopen. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:283 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.089 en c2017.090
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:283
Klacht van IGZ tegen gz-psycholoog tevens psychotherapeut. De klacht houdt in dat verweerder ten opzichte van zijn cliënte de grenzen van de professionele relatie niet in acht heeft genomen door een persoonlijke relatie met haar aan te gaan en dat hij geen verantwoorde zorg aan cliënte heeft geboden door zelfstandig een specialistische behandeling uit te voeren waarvoor hij zichzelf zonder supervisie niet bekwaam achtte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachtonderdelen gegrond verklaard, aan verweerder een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden opgelegd met een proeftijd van twee jaar en publicatie van de beslissing gelast. Het principaal beroep van verweerder richt zich niet tegen de gegrondverklaring door het Regionaal Tuchtcollege van de klacht noch tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel, maar ziet veeleer op de verbetering van gronden. IGZ heeft in incidenteel beroep verzocht om de voorwaarden van de in eerste aanleg opgelegde schorsing te verduidelijken zodat de inspectie toezicht kan uitoefenen op de naleving van die voorwaarden. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt de gegrondverklaring van de beide klachtonderdelen onder verbetering van gronden en handhaaft de oplegging van de voorwaardelijke schorsing onder aanpassing van de voorwaarden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:284 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.091
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:284
Herzieningsverzoek van doorgehaalde huisarts. De arts is bij beslissing van 31 maart 2015 doorgehaald op grond van een combinatie van verwijten: grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van een patiente, onjuist declaratiegedrag, slechte dossiervoering, het opstellen van een valse medische verklaring; tezamen met een aantal eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen leidde dit alles tot het oordeel van het Centraal Tuchtcollege dat de arts niet over een juiste beroepshouding beschikt en dat hij heeft gehandeld in strijd met zowel de eerste als de tweede tuchtnorm. De arts heeft na de strafrechtelijke behandeling van de gebeurtenissen ten aanzien van (onder andere) de klaagster herziening van het tuchtrechtelijk oordeel gevraagd. Van een aantal feiten is hij tuchtrechtelijk vrijgesproken, maar is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf terzake van poging tot ontucht ten opzichte van een patient die zich aan zijn hulp en zorg heeft toevertrouwd. De arts beroept zich op een document dat niet vervalst zou zijn om zich een alibi ten tijde van het gewraakte grensoverschrijdende gedrag te verschaffen en blijft de ontuchtige handelingen betwisten. Het Centraal Tuchtcollege wijst het herzieningsverzoek af. De tuchtrechtelijke toetsing heeft een ander kader dan de strafrechtelijke; het bewuste document is niet de enige grond voor twijfel aan het alibi en er was sprake van een combinatie van diverse verwijten, waarop de doorhaling in 2015 was gebaseerd.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:180 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-506/DB/ZWB
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:180
Voldoende aannemelijk dat aan advocaat opdracht is verstrekt om zich in hoger beroep te stellen en de dagvaarding te (doen) aanbrengen. Klager heeft, toen bleek dat de rechtsbijstandsverzekeraar ook na het positieve advies van de advocaat definitief geen dekking gaf, nagelaten de opdracht voor de verder behandeling in hoger beroep te bevestigen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:285 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.180
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:285
Klacht tegen een huisarts van een Penitentiaire Inrichting. Klager verwijt de huisarts dat hij laakbaar heeft gehandeld door de verkeerde medicatie toe te dienen, als gevolg waarvan klager in coma heeft gelegen en zijn leven in gevaar is geweest. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat moet worden vastgesteld dat de huisarts aan verweerder geen verkeerd medicijn heet toegediend of heeft voorgeschreven en heeft daarom de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2017:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17112
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 01-11-2017
- ECLI:NL:TGZREIN:2017:113
Verwijt aan specialist ouderengeneeskunde dat hij zonder toestemming van de mentor en op onjuiste wijze een psychiatrisch onderzoek bij patiënte heeft verricht en een uitspraak over de wilsbekwaamheid van patiënte heeft gedaan. Toestemming wettelijk vertegenwoordiger. Verweerder was bekend met setting in verpleeghuizen en met familieproblemen en heeft nagelaten te onderzoeken of er een mentor was benoemd. Desondanks heeft hij onderzoek gedaan. Rapportage ver beneden de maat. Deels gegrond. Berisping en publicatie.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:33 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/628222 / NT RK 17/42 (Th)
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 19-11-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:33
De kamer rekent de notaris niet alleen het laten ontstaan van een negatieve bewaringspositie zwaar aan, maar ook dat hij het tekort niet terstond heeft aangevuld en kennelijk heeft laten afhangen van een betaling van een declaratie. Voorts blijkt uit het verweer van de notaris dat ook in de maanden juli, augustus en oktober telkens aan het eind van de maand sprake is geweest van een negatieve bewaringspositie, waarvan de notaris naar eigen zeggen steeds niet op de hoogte is geweest. In zoverre kan niet gezegd worden dat sprake is van een incident. Op zichzelf beschouwd zou dit het opleggen van de maatregel van ontzetting uit het ambt kunnen rechtvaardigen. De kamer is evenwel van oordeel dat het opleggen van deze maatregel aan de notaris in het onderhavige geval te ver voert. De kamer acht namelijk aannemelijk dat bedoelde maandelijkse negatieve bewaringsposities vooral veroorzaakt zijn door een onhandige timing in de betalingen. Voorts staat vast dat de negatieve bewaringsposities niet het gevolg zijn van overboekingen te eigen bate en evenmin van excessieve uitgaven. Ook neemt de kamer in ogenschouw de over het algemeen relatief geringe omvang en korte duur van de tekorten en de serieuze maatregelen die de notaris heeft genomen om herhaling te voorkomen, zoals wekelijkse monitoring van de bewaringspositie, controle bij elke kantooruitgave en een stringenter incassobeleid. Het hiervoor overwogene in aanmerking genomen, acht de kamer het passend en geboden dat de notaris wordt opgelegd de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee maanden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:181 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-102/DB/LI
- Datum publicatie: 01-11-2017
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:181
Een advocaat dient een opvolgend advocaat te informeren over de stand van een zaak. Dit geldt eveneens ten aanzien van een tweede opvolgende advocaat in een later stadium, indien deze informatie nodig heeft die de betreffende advocaat niet aan de eerste opvolgende advocaat had verstrekt. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-128b
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:152
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft bij haar beoordeling ten onrechte geen acht geslagen op wat onder andere de dochter van klaagster heeft gezegd. De huisarts had hieruit kunnen afleiden dat de woordvindstoornissen al vier weken speelden. De huisarts heeft de subtiele signalen die ook gerelateerd kunnen worden aan neurologische problemen, niet opgepikt. Zij had gezien de voormelde signalen van klaagster in de differentiaal diagnose een mogelijke TIA moeten overwegen. Er waren voldoende signalen voor een niet-pluisgevoel. Dat de huisarts niet direct een duidelijke diagnose had, valt haar niet te verwijten, maar er had wel verwacht mogen worden een ander beleid te volgen, namelijk verwijzing naar neuroloog op korte termijn. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2017:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 166/2016
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZRZWO:2017:169
Klacht tegen lid van Raad van Bestuur. Wel ontvankelijk maar ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-082
- Datum publicatie: 31-10-2017
- Datum uitspraak: 31-10-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:153
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt voorop dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid binnen detentie van een heel andere orde is dan de beoordeling van arbeidsongeschiktheid buiten detentie. De huisarts in een PI is in staat en ook bevoegd om te oordelen over de geschiktheid om arbeid in detentie te verrichten. De huisarts heeft klager op zorgvuldige wijze arbeidsgeschikt verklaard. Wat betreft de doorverwijzing naar een handenspecialist, is de vertraging niet aan de huisarts te wijten. Klacht afgewezen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 467
- Pagina: 468
- Pagina: 469
- ...
- Pagina: 966
- Volgende pagina zoekresultaten