Zoekresultaten 22951-23000 van de 48274 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 055-2017

    Klacht tegen huisarts inzake onverantwoorde verhoging antidepressieva, onvoldoende voorlichting hierover, weigering een verklaring te vertrekken en bejegening. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2016/191

    Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg onder andere dat hij een omstreden operatietechniek - PLIF operatie - bij haar heeft toegepast, met als gevolg dat na deze operatie een complicatie is opgetreden met voor klaagster ernstige gevolgen. Voorts wordt de orthopedisch chirurg verweten dat hij de binnen de vakgroep geldende protocollen en afspraken niet heeft nageleefd. De klacht heeft bovendien betrekking op de informatieverstrekking en de zorgverlening na de operatie. Deels gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/165

    Klaagster verwijt verweerster, psychiater, (onder meer) dat zij haar niet heeft doorverwezen voor behandeling, onprofessioneel heeft gereageerd, haar beroepsgeheim heeft geschonden en haar verantwoordelijkheden voortvloeiende uit haar hoofdbehandelaarschap niet voldoende heeft waargenomen. Verweerster heeft klaagster in de steek gelaten bij de problematiek met betrekking tot positieve overdrachtsgevoelens terwijl klaagster in behandeling was bij een SPV. Verweerster voert verweer. Deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-172

    Gegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft erkend dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door zonder toestemming van klaagster medisch inhoudelijke informatie te delen met de school van de minderjarige dochter van klaagster. Zij heeft ter zitting inzicht getoond in de onjuistheid van haar handelen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 004/2017

    Klacht tegen (leidinggevende) psychiater. Klager heeft na opname op een gesloten afdeling een verzorgende in haar hals en been gestoken. Klager verwijt verweerder dat bij de plaatsing van klager op de groep een onjuiste risicotaxatie is gemaakt en dat geen overdracht van informatie heeft plaatsgevonden tussen het personeel. Deze klachten zijn volgens klager mede terug te voeren op organisatorisch falen. Klacht (kennelijk) ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/189T

    Klager verwijt verweerder dat hij telefonisch niet bereikbaar was terwijl verweerder de dienstdoende tandarts was voor spoedgevallen. Het zoontje van klager heeft daardoor pas veel later tandheelkundige hulp gekregen. Gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-113

    Ongegronde klacht tegen een radioloog. Klaagster heeft gesteld dat zij niet heeft ingestemd met het plaatsen van de stent via de linkerpols. De radioloog erkent dat klaagster niet expliciet met de werkwijze heeft ingestemd, maar klaagster heeft wel volledig meegewerkt aan de behandeling. Hoewel het beter was geweest als de radioloog na zijn uitleg pas aan de ingreep was begonnen na uitdrukkelijke instemming van klaagster, acht het College het niet verwijtbaar dat hij in de gegeven omstandigheden is afgegaan op stilzwijgende instemming, bestaande uit de medewerking na de uitleg. Van de complicaties kan de radioloog geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 005/2017

    Klacht tegen (leidinggevende) psychiater. Klager heeft na opname op een gesloten afdeling een verzorgende in haar hals en been gestoken. Klager verwijt verweerder dat bij de plaatsing van klager op de groep een onjuiste risicotaxatie is gemaakt en dat geen overdracht van informatie heeft plaatsgevonden tussen het personeel. Deze klachten zijn volgens klager mede terug te voeren op organisatorisch falen. Klacht (kennelijk) ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-120b

    Gegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog is als hoofdbehandelaar verantwoordelijk voor de behandeling van klager. De gz-psycholoog heeft haar beroepsgeheim geschonden door zonder toestemming van klager onjuiste informatie te delen met, en een melding te doen aan, de Raad voor de Kinderbescherming. De melding voldoet niet aan de vereisten van de Meldcode GGZ. Zij heeft voorts onvoldoende ondernomen om de melding in een later stadium te corrigeren of nuanceren. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 038-2017

    geen schending informatieplicht: behandelplan voldoende besproken, kostenbegroting helder; zorgvuldige klachtenafhandeling

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1789a

    Huisarts wordt onvoldoende adequaat medisch handelen verweten waardoor patiënte vroegtijdig op 93-jarige leeftijd is overleden. Geen aanleiding voor het doen van nader onderzoek naar de hoestklachten. Verwijzing naar het ziekenhuis niet noodzakelijk. Zorgverlening aan hoogbejaarden met een complexe zorgsituatie. Nut en noodzaak van medisch ingrijpen afgezet tegen de belasting en nadelige gevolgen voor patiënte. Patiënte was voldoende in staat haar wil te bepalen. Het onderzoek was naar behoren. Later acute aanzienlijke verslechtering. Het niet zonder meer en ongeacht de omstandigheden meegaan in reanimatiewens. Betrokken arts. Ongegrond. Publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:255 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-151/DH/DH

    verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:256 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170132

    Naar het oordeel van het hof is er geen sprake geweest van excessief declareren en was de kwaliteit van dienstverlening niet onder de maat. Volgt ongegrondverklaring van de klacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:274 Raad van Discipline Amsterdam 17-578/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. De omstandigheid dat verweerder de arbeidsrechtelijke zaak tegen klager heeft behandeld, terwijl die arbeidsrechtelijke zaak voortvloeide uit het onderzoek wat door zijn kantoorgenoot is geleid, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat zou mogelijk anders zijn geweest als verweerder zelf betrokken was geweest bij het onderzoek dat heeft geleid tot het rapport, en in dat kader vertrouwelijke gegevens van klager had ontvangen, maar daarvan is niet gebleken. Dat verweerder betrokken is geweest bij het onderzoek dat heeft geleid tot het rapport, almede bij het opstellen en de publicatie daarvan, kan de raad niet vaststellen. Dat klager in het kader van onderzoek dat heeft geleid tot het rapport niet is gehoord kan verweerder derhalve niet tuchtrechtelijk worden verweten. Door namens zijn cliënte het standpunt in te nemen dat klager zou hebben gehandeld in strijd met het concurrentiebeding dat was opgenomen in zijn arbeidsovereenkomst, en dat klager vertrouwelijke informatie zou hebben gedeeld, heeft verweerder de grenzen van de vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen niet overschreden. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:250 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170218

    Bekrachtiging van de uitspraak van de raad.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1789b

    Verwijt aan huisarts dat zij sturend is geweest in het niet kiezen voor een ziekenhuisopname, waardoor patiënte mogelijk vroegtijdig op 93-jarige leeftijd is overleden, dat zij klagers niet goed heeft geïnformeerd over de mogelijke fatale effecten van toediening morfine, niet verteld heeft dat zij patiënte verdacht van een stil hartinfarct en geen kennis had van zorgdossier en reanimatieverklaring. Ernstig zieke patiënte in terminale situatie. Zorgverlening aan hoogbejaarden met een complexe zorgsituatie. Nut en noodzaak van medisch ingrijpen afgezet tegen de belasting en nadelige gevolgen voor patiënte. Het niet insturen van patiënte, zonder perspectief op herstel, maar kiezen voor comfort care getuigt van betrokkenheid en professionaliteit. Wens klagers versus eigen verantwoordelijkheid van verweerster. Toediening morfine is normaal medisch handelen. Verschillende lezingen over communicatie. Het niet kennis nemen van het zorgdossier is niet gebleken. Ongegrond. Publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:256 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-771/DH/DH

    voorzittersbeslissing; klacht van advocaat tegen advocaat wederpartij over communicatie over datum kort geding kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:257 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170133

    Verweerder heeft klager niet als advocaat bijgestaan, maar verweerder is enkel bij de afwikkeling van de financiële verplichtingen van klager betrokken geweest in zijn hoedanigheid van bestuurder van advocatenkantoor H. Naar het oordeel van het hof heeft verweerder niet op een zodanige wijze gehandeld dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:275 Raad van Discipline Amsterdam 17-776/A/A

    Zie ook 17-777/A/A/D. Verweerder heeft, door klager voorafgaand aan de publicatie van het rapport niet te horen, zich onvoldoende gedragen naar het uitgangspunt dat bij het doen van onderzoek waarbij personen betrokken zijn hoor- en wederhoor moet worden toegepast. Door akkoord te gaan met openbaarmaking van het rapport 28/4, waarin klager door verweerder bovendien herleidbaar was aangeduid, heeft verweerder de belangen van klager nodeloos en op ontoelaatbare wijze geschaad. Klacht deels gegrond, de raad legt de maatregel van berisping op voor de onderhavige zaak en het heden grotendeels gegrond verklaarde dekenbezwaar (17-777/A/A/D).

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:251 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170203

    Bekrachtiging van de beslissing van de raad. Hierbij merkt het hof op dat de omstandigheid dat verweerder aan klager heeft medegedeeld dat zijn dochter niet in dezelfde sectie zat als de advocaat van de wederpartij, terwijl op de website van het kantoor dat wel zo stond vermeld, een ongelukkige gang van zaken is geweest. Het hof heeft echter geen enkele aanleiding te veronderstellen dat verweerder dit zo tegen beter weten in aan klager heeft gezegd; de website is kennelijk daarna ook aangepast. Ook hieruit valt in elk geval in redelijkheid geen schijn van belangenverstrengeling af te leiden.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17125

    Huisarts wordt verweten dat hij alleen verhoging van medicatie heeft voorgeschreven zonder de oorzaak van de klachten te achterhalen. S ignificant gewichtsverlies en progressieve rugpijn, met alarmsignalen waaronder afname van spierkracht en mobiliteit, niet met elkaar in verband gebracht. Patiënt niet bevraagd over en/of onderzocht op gewichtsverlies. Nagelaten om radiologieverslag met patiënt te bespreken en hem lichamelijk te onderzoeken. Zonder patiënt te spreken of te zien, de medicatie opgehoogd. Onvoldoende zorg verleend. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:258 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170275

    Art. 13-beklag De stukken zoals ter kennis gebracht aan het hof leiden niet tot andere gevolgtrekkingen dan in de bestreden beslissingen van de deken weergegeven. De argumenten die klager in zijn verzoek en ter zitting naar voren heeft gebracht dan wel heeft laten brengen, doen niet af aan de overwegingen van de deken, dat en op grond waarvan een kort geding tegen (het bestuur van) Woningbouwvereniging Stadgenoot geen redelijke kans van slagen heeft. Volgt ongegrondverklaring van de klacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:276 Raad van Discipline Amsterdam 17-777/A/A/D

    Dekenbezwaar. Zie ook 17-776/A/A. Verweerder heeft zich onvoldoende gedragen naar het uitgangspunt dat bij het doen van feitenonderzoek voor een cliënt, waarover niet uitsluitend intern zal worden gerapporteerd, ten aanzien van de personen die onderwerp van dat onderzoek zijn het beginsel van hoor en wederhoor als leidraad dient te worden aangehouden. Ook heeft hij er onvoldoende zorg voor gedragen dat in het uit het daaruit voortvloeiende openbaar te maken rapport die informatie staat die de ‘externe lezer’ nodig heeft om de inhoud te kunnen interpreteren. Voorts is verweerder ten onrechte akkoord gegaan met de openbaarmaking van het rapport en heeft verweerder het rapport uit eigen beweging aan het OM verschaft. Bezwaar grotendeels gegrond, de raad legt de maatregel van berisping op voor de onderhavige zaak en de heden deels gegrond verklaarde klacht (17-776/A/A/).

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:252 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170222

    Naar het oordeel van het hof is, anders dan de raad oordeelde, klachtonderdeel a gegrond. Verweerster heeft immers de geldigheidsduur van de beschikking voorlopige voorzieningen laten verlopen zonder te zorgen voor een deugdelijke voorziening voor de voortgezette betaling van de kinderalimentatie. Dat de advocaat van de man rond het expireren van de beschikking telefonisch heeft gezegd dat de man wel zou blijven doorbetalen, acht het hof onvoldoende. De gegrondbevinding van klachtonderdeel a leidt naar het oordeel van het hof niet tot oplegging van een hogere maatregel dan de door de raad opgelegde waarschuwing, nu klachtonderdeel a in feite voortvloeit uit het reeds door de raad gegrond bevonden klachtonderdeel f. Het hof ziet in dit geval bij uitzondering geen aanleiding tot het opleggen van een proceskostenveroordeling in hoger beroep, nu verweerster de beslissing in hoger beroep niet zelf heeft uitgelokt en de beslissing in hoger beroep, zoals ook overwogen in r.o. 5.4, materieel vrijwel gelijk is aan de beslissing in eerste aanleg.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:259 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170131

    Uit de in de uitspraak geschetste feiten uit 2004, 2005 en 2009 moet naar het oordeel van het hof worden afgeleid dat H - een ondernemer die voorzien was van verschillende adviseurs - er al vanaf de bespreking op 6 januari 2004 mee bekend was dat het zelf verkrijgen van schadevergoeding en het vergoed krijgen van al zijn, klagers, schade en gemaakte kosten in de op naam van zijn vader tegen A aanhangige schadestaatprocedure, zeer problematisch was. Het hof concludeert dat de periode van drie jaar als bedoeld in artikel 46g aanhef en lid 1 sub a, ruimschoots was verstreken toen klager op 25 augustus 2015 een klacht tegen verweerder indiende bij de deken. Het beroep van klager op artikel 46g lid 2 Advocatenwet slaagt niet, zodat klager niet in zijn klachten kan worden ontvangen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:265 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-220/DH/RO

    Gegronde klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft e-mailberichten pas tweeëneenhalve maand later doorgestuurd naar klager. Ook heeft hij op een essentieel punt geen overleg gevoerd met klager. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:253 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170255

    Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft klager meegedeeld inmiddels zelf een advocaat te hebben gevonden die hem bijstaat in de procedure tot heropening van de vereffening van Z, zowel wanneer hem een toevoeging zal worden afgegeven als wanneer hij de rechtsbijstand zelf moet betalen. Dit betekent dat zich niet de situatie voordoet dat klager geen advocaat bereid vindt hem rechtshulp te verlenen (art. 13 lid 1). Dat brengt met zich dat het belang van klager bij de aanwijzing van een advocaat is vervallen. Volgt ongegrondverklaring van het beklag.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17109a

    Mond-, kaak- en aangezichtschirurg. Klacht: operatie aan onderkaak niet goed uitgevoerd (1) en vooraf niet goed geïnformeerd (2). College: Operatie correct uitgevoerd. 1: ongegrond. 2: gegrond. Verschil van mening over gegeven informatie. D ossier geeft onvoldoende duidelijkheid . College kan niet vaststellen dat verweerder informatie heeft gegeven. Dit komt voor risico van verweerder. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:247 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170259

    Art. 13-beklag Naar het oordeel van het hof hebben de procedures die klager wenst aan te vangen geen redelijke kans van slagen. Volgt ongegrondverklaring van het beklag.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:260 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170149

    De omstandigheden dat klagers een (indirect) belang hadden bij de totstandkoming van de door verweerder opgestelde contracten, dat R en klagers samenvallende belangen en doelstellingen hadden bij de totstandkoming van de overeenkomsten (namelijk de redding van het bedrijf), dat R en klager sub b amicaal met elkaar omgingen en dat klager sub b zich door verweerder vertegenwoordigd voelde, zijn, ook in samenhang beschouwd, onvoldoende voor het aannemen van een cliënt/opdrachtgever-relatie. Dat geldt ook voor het feit dat klager het door zijn investering in R B.V. mogelijk had gemaakt dat verweerder door R B.V. werd betaald. De enkele omstandigheid dat verweerder in 2014 contracten tussen klagers heeft opgesteld - contracten zonder bijzondere inhoud en qua inhoud voortvloeiende uit de contracten uit 2013 - acht het hof in het onderhavige geval onvoldoende om daaruit de gevolgtrekking te maken dat in de procedure tussen R en klager sub a sprake is van een ongeoorloofde belangenverstrengeling. Volgt bekrachtiging van de uitspraak van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:253 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-363/DH/RO

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:266 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-438/DH/RO

    Klacht tegen voormalig deken. Verweerder heeft erkend dat hij - bij wijze van kwinkslag - tegen klager heeft gezegd dat klager zijn geld beter op de kermis zou kunnen besteden dan aan het griffierecht. Hoewel de raad dit een ietwat onhandige opmerking vindt, is de opmerking niet van dien aard dat verweerder daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Ook overigens is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:254 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170291

    Art- 5-beklag Het hof heeft nadere inlichtingen nodig alvorens te kunnen beslissen op het klaagschrift van klager. Volgt aanhouding van de verdere behandeling, zodat klager de door het hof verzochte gegevens kan verstrekken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:248 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170260

    Art. 13-beklag De deken heeft met juistheid overwogen dat voor twee van de drie procedures geen rechtsbijstand door een advocaat is voorgeschreven en dat een procedure tegen de rechtbank in verband met de beslissing van de kantonrechter van 30 augustus 1996 kansloos moet worden geacht. Voorts overwoog de deken met juistheid dat een procedure tegen D niet bij de rechtbank Noord-Holland kan worden gevoerd, zodat de deken Noord-Holland niet bevoegd is daarvoor een advocaat aan te wijzen. Het hof is van oordeel dat dit gegronde redenen zijn om de verzoeken van klager af te wijzen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:261 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170198

    Klachtonderdeel a ziet op het aan verweerder sub 1 gemaakte verwijt dat hij ondanks veelvuldige verzoeken geweigerd heeft gespecificeerde urenverantwoording(en) van zijn werkzaamheden te verschaffen. In hoger beroep brengt verweerder sub 1 alsnog de nodige stukken in het geding maar deze stukken kunnen het hof onvoldoende overtuigen dat door hem een adequaat gespecificeerde urenverantwoording van zijn werkzaamheden is gegeven. Zo vermelden de overgelegde facturen geen uurtarief. Slechts één factuur is voorzien van een urenspecificatie. De nauwgezetheid en zorgvuldigheid in financiële aangelegenheden zijn door verweerder sub 1 onvoldoende in acht genomen, zodat klager hierover terecht heeft geklaagd. Klachtonderdeel n ziet op het verweerder sub 3 gemaakte verwijt dat hij ten onrechte er niet voor heeft gezorgd dat klager in aanmerking kwam voor gefinancierde rechtshulp. Vaststaat dat klager in ieder geval per mail van 15 oktober 2012 (dat was het moment dat klager verweerder sub 3 opdracht heeft gegeven conservatoir beslag te leggen) de mogelijkheid om voor een toevoeging in aanmerking te komen bij verweerder sub 3 onder de aandacht heeft gebracht. Het had op de weg van verweerder sub 3 gelegen om toen te onderzoeken wat de situatie van klager op dat moment was, wat hij heeft nagelaten. Daarbij was het feit dat enige maanden daarvoor een toevoeging is ingetrokken op grond van een resultaatsbeoordeling voortvloeiende uit eerder verleende rechtsbijstand een onvoldoende relevant gegeven om af te zien van onderzoek naar de mogelijkheid om op toevoegingsbasis rechtsbijstand te verlenen. Het had op de weg van verweerder sub 3 gelegen om naar aanleiding van het verzoek van klager hierover duidelijkheid te verkrijgen en had niet kunnen volstaan met wachten en pas later - ter zitting heeft verweerder sub 3 verklaard dat dit eerst op 20 maart 2013 is gebeurd - een toevoeging voor klager aan te vragen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:254 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-320/DH/DH

    verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:255 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170231

    Bekrachtiging van de uitspraak van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:249 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170214

    De grieven van klager tegen de beslissing van de raad worden verworpen. Het hof voegt daaraan nog toe dat klager duidelijk een andere visie heeft op de situatie van zijn broer dan verweerder, die als advocaat van de broer overeenkomstig zijn taak als advocaat, het standpunt van de broer verwoordt. Het is voorstelbaar dat dat voor klager onaangenaam kan zijn, maar dat brengt niet mee dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die zijn vervat in de beslissing van de raad, waarmee het hof zich verenigt. De beslissing van de raad wordt derhalve bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 174/2017

    Klacht tegen neuroloog over onder meer het missen van een diagnose, onvoldoende onderzoek, onjuiste terugkoppeling naar huisarts en onjuiste statusvoering. Het college oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat sprake is van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:243 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170184

    De klacht dat verweerder zonder klaagsters toestemming of medeweten met haar minderjarige dochter heeft gesproken, is in hoger beroep alsnog niet-ontvankelijk. De klacht is buiten de termijn van drie jaar als bedoeld in artikel 46g lid 1 Advocatenwet ingediend. Klaagster is er niet in geslaagd om aan te tonen dat zij binnen die termijn van het gesprek heeft vernomen. Het hof overweegt ten overvloede dat ware de klacht wel ontvankelijk geweest, dat deze ongegrond zou zijn verklaard, aangzien in de gegeven context begrijpelijk is dat geen toestemming van de moeder is gevraagd of haar daarvan voorafgaand mededeling is gedaan, nu de dochter kennelijk voldoende in staat was tot een redelijke waardering van haar belangen en zij een gesprek met verweerder wilde in verband met vragen die zij had rond de gebeurtenissen/problemen tussen haar en haar moeder.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/206

    klaagster verwijt verweerder schending van zijn beroepsgeheim. Verweerder heeft zonder toestemming van klaagster haar medisch dossier gegeven aan de advocaat van haar ex-werkgever. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2017:25 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/63

    Overdracht appartementsrecht in serviceflat, waar discussie bestaat over (verplicht) lidmaatschap van dienstenvereniging (VvD). Op nota van afrekening staat post “servicekosten” vermeld. Klaagster verwijt KN dat hij de omschrijving van deze post niet vervangt door “Bijdrage VvE en stookkosten”. Omdat niet deze nota maar de akte van levering, waarin melding is gemaakt van de bestaande problematiek rond VvD, bepalend is voor de beoordeling van de verschuldigdheid van kosten aan VvD, heeft KN in gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de nota niet aan te passen

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:77 Accountantskamer Zwolle 17/674 Wtra AK

    De geestelijke gesteldheid van een cliënt dient voor een accountant een punt van aandacht en oplettendheid te zijn. Gelet op de leeftijd en de medische situatie van cliënt had er sprake kunnen zijn van handelingsonbekwaamheid en had het voor de hand gelegen dat betrokkenen deze situatie met een collega had besproken en de uitkomsten daarvan had vastgelegd. Klaagsters, dochters van cliënt, op wie in dezen de bewijslast rust, hebben echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de cliënt daadwerkelijk, en op voor betrokkene kenbare wijze, handelingsonbekwaam was. Klaagsters hebben aangevoerd dat er van de bankrekening van cliënt meer dan € 100.000 aan betalingen zijn gedaan ten behoeve van luxegoederen, bestemd voor de partner van cliënt, en meer dan € 100.000 aan contante opnames. Betrokkene heeft gesteld dat het voeren van de administratie en het controleren daarvan niet tot haar takenpakket hoorde. Hiermee is de klacht, mede gelet op het uitgangspunt van handelingsbekwaamheid van cliënt, voldoende weersproken. Het verwijt dat betrokkene niet heeft opgetreden tegen de opname van een legaat van € 200.000 ten gunste van de partner in het testament van cliënt treft geen doel. Het gewenste legaat was reeds besproken met de voorganger van betrokkene en betrokkene heeft slechts de wensen van cliënt aan de notaris doorgegeven. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 116/2017

    Klacht tegen reumatoloog waarnaar klager in september 2015 door zijn huisarts is verwezen in verband met een verdenking van reumatoïde artritis. Klager is behandeld met Depomedrol. Ook is een behandeling met Methotrexaat voorgesteld. In verband daarmee is op 17 december 2015 een thoraxfoto van klager gemaakt. Klager is niet gestart met Methotrexaat. Het behandelcontact is in het najaar van 2016 afgesloten. Op 10 april 2017 heeft klager een hartinfarct gehad. Het college oordeelt dat verweerder in redelijkheid uit kon gaan van de werkdiagnose artritis psoriatica. Hij heeft daarbij geen aanleiding hoeven zijn voor onderzoek naar eventuele hartproblemen. Verweerder heeft ook in redelijkheid Methotrexaat aan klager kunnen voorschrijven, nu hij voorafgaand aan het gebruik van dit middel een thoraxfoto heeft laten maken en daaruit geen contra-indicaties voor dit middel naar voren zijn gekomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:244 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170199

    De klacht dat verweerster verwijtbaar heeft gehandeld door een brief uit klaagsters naam te hebben verstuurd die zij weigerde uit eigen naam te versturen, en zij klaagster pas na verzending van die brief heeft gewezen op de mogelijke consequenties daarvan, is in hoger beroep alsnog ongegrond. Verweerster en klaagster waren het oneens over de toon en stijl van de aan de advocaat van de wederpartij te verzenden reactie. Klaagster was het oneens met de door verweerster voorgestane benadering en was ervan overtuigd dat gekozen moest worden voor de scherpe bewoordingen. Zij heeft ermee ingestemd dat haar eigen relaas aan de advocaat van de wederpartij werd gestuurd in plaats van een brief met een rustiger toonzetting. Het komt het hof niet aannemelijk voor dat klaagster zelf de risico's niet kon overzien.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2017:26 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/55

    Bij testament van moeder is N als executeur benoemd. Over haar uitvaart heeft moeder bij testament bepaald dat zij haar erfgenamen de last oplegt haar crematie te regelen, haar as op een bepaalde plaats te doen uitstrooien en dat zij wenst dat er geen dienst wordt gehouden. N heeft erfgenamen pas na de crematie van moeder over haar overlijden geïnformeerd; zij is van mening dat het testament anders moet worden uitgelegd dan uit de bewoordingen daarvan blijkt. Naar oordeel van kamer is het echter niet aan de executeur, die zich in beginsel dient te houden aan de bewoordingen van het testament, noch aan de tuchtrechter, om te oordelen over de vraag of de wil van moeder al dan niet juist in het testament is weergegeven. Beoordeling van deze vraag is voorbehouden aan de civiele rechter. Opmerking verdient daarbij dat daden of verklaringen van een erflater buiten de uiterste wil slechts dan voor uitlegging van een uiterste wilsbeschikking kunnen worden gebruikt, indien die wilsbeschikking zonder die daden of verklaringen geen duidelijke zin heeft (artikel 4:46 lid 2 Burgerlijk Wetboek). De passage met betrekking tot de uitvaart is niet voor meerdere uitleg vatbaar en daaruit volgt duidelijk dat de erfgenamen zo spoedig mogelijk van het overlijden van moeder op de hoogte zouden moeten worden gesteld, opdat zij uitvoering zouden kunnen geven aan de last om de crematie regelen. Nu vast staat dat de erfgenamen pas ná de crematie over het overlijden van moeder zijn geïnformeerd, is de kamer van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Berisping. Overige klachtonderdelen m.b.t. beschrijving (in)boedel, niet aantreffen van (afscheids)brieven en onderzoek naar pinopname ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:78 Accountantskamer Zwolle 17/473 Wtra AK

    Betrokkene heeft verklaard dat hij reeds op 3 mei 2013 een vermoeden had van Ponzifraude (hoge rendementen worden uitbetaald door middel van even daarvoor ter belegging aangeboden gelden). Betrokkene heeft terzake wel vragen gesteld en antwoord gekregen, maar die antwoorden zijn niet onderbouwd met nadere stukken. Pas op 2 november 2014 heeft betrokkene de samenstelopdracht teruggegeven. Het had op de weg van betrokkene gelegen, met inachtneming van het bepaalde onder 14 en/of 16a van NVCOS 4410, om bij de leiding van de entiteit eerder verder en met voldoende diepgang door te vragen naar aanvullende informatie en/of te handelen overeenkomstig hetgeen is voorgeschreven in NVCOS 240 en/of NVCOS 250. Betrokkene heeft onvoldoende en met onvoldoende voortvarendheid onderzoek gedaan alvorens de opdracht terug te geven. Dit levert een schending op van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Ingevolge artikel 16 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) dient iedere ongebruikelijke transactie te worden gemeld. Dat er sprake was van een ongebruikelijke transactie wordt bevestigd door betrokkenes brief van 3 mei 2013 die door betrokkene nu juist verzonden is om duidelijkheid te krijgen over die geconstateerde ongebruikelijke transacties. Betrokkene heeft derhalve ten onrechte deze transacties niet gemeld bij de FIU-NL. Klacht in zoverre gegrond. Maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:245 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170178

    Klacht tegen eigen advocaat. De klacht dat verweerder niet heeft gereageerd op de ingezonden klacht over zijn werkwijze, is ook in hoger beroep gegrond. De brief van klager moet worden aangemerkt als een klachtbrief. Uit artikel 6.28 Voda volgt dat binnen een maand dient te worden gereageerd op een klacht. Door dit niet te doen en e-mails van klager te blokkeren heeft verweerder onzorgvuldig gehandeld. Waarschuwing in plaats van door de raad opgelegde berisping. Proceskosten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:246 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170182

    Verzoek van advocaat om herziening van de beslissing van het hof van 26 juni 2017, waarin de tegen hem ingediende klacht alsnog gegrond is verklaard en de maatregel van een schorsing van drie maanden is opgelegd (170002). Beroep op schending van fundamentele rechtsbeginselen, meer in het bijzonder op schending van het recht op een eerlijk proces nu de voorzitter van de kamer die de beslissing heeft gewezen vooringenomen jegens hem is geweest, hetgeen blijkt uit een interview van de voorzitter in het in februari 2017 verschenen advocatenblad. Het verzoek wordt toegewezen, nu waarschijnlijk is dat de wijze waarop de voorzitter zich heeft uitgelaten in het interview is ingegeven door de feiten zoals weergegeven in de beslissing van de raad van discipline van 3 oktober 2016 waarvan het hoger beroep door de voorzitter is behandeld eind december 2016. De voorzitter heeft met zijn woorden in het interview bij verzoeker op zijn minst de indruk gewekt dat hij jegens hem zijn mening op voorhand klaar had en dus vooringenomen was. Het hoger beroep zal door een andere kamer opnieuw behandeld en beoordeeld worden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:198 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 152/2017

    Klacht over door verweerder gegeven rapportage met betrekking tot een aanvraag om voorrang huisvesting op medische gronden ten behoeve van klager. Klacht (kennelijk) ongegrond.