Zoekresultaten 22801-22850 van de 48269 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-185b
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:5
Gegronde klacht (zonder oplegging van een maatregel) tegen een verpleegkundige. Van een verpleegkundige in de functie van verzorger en begeleider bij een stervensproces mag verwacht worden dat er niet alleen aandacht is voor het comfort van de stervende, maar ook dat de nabestaande wordt voorbereid op het overlijden van een dierbare. Gelet hierop mocht meer begeleiding en advisering verwacht worden. Ook was het zinvol om duidelijk te maken dat de instantie behulpzaam zou kunnen zijn bij eventuele inschakeling van een arts. Klacht gegrond, maar niet noodzakelijk om maatregel op te leggen, omdat het voor klager wel duidelijk was dat hij bij verandering van de situatie de gehele dag de instantie mocht bellen. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:219 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 16.377
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:219
Betekening naar Belgisch en Nederlands recht was juist. Dat aan de echtgenote is betekend met wie klager in onmin leefde, maakt dat niet anders aangezien klager ingeschreven stond op dat adres.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:6 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.375
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:6
Klager verwijt de psychiater dat hij een onzinnig en onnodig onderzoek heeft uitgevoerd, bewust zich heeft geprobeerd te onttrekken aan een onafhankelijke klachtenprocedure en dat hij inbreuk heeft gemaakt op de privacy van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-185c
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:6
Gegronde klacht (zonder oplegging van een maatregel) tegen een verpleegkundige/triagiste. Klager ontvankelijk in zijn klacht, omdat het werk van verweerster als triagiste nauw verweven is met haar registratie als verpleegkundige. Hoewel klager in het telefoongesprek met de triagiste zijn hulpvraag anders had moeten formuleren, had verweerster pro-actiever kunnen en moeten optreden tijdens dit gesprek. Zij had gelet op de inhoud van het gesprek de vraag achter de hulpvraag moeten zien. Klacht gegrond, maar niet noodzakelijk om een maatregel op te leggen, omdat het College ervan overtuigd is dat zij in de toekomst meer proactief zal optreden. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:175 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 302.2016
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 20-10-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:175
Voor het eerst maakt de Kamer de oplegging van een berisping openbaar in het register gerechtsdeurwaarders dat wordt bijgehouden door de KBvG door het opnemen van een link in de beslissing naar dit register. De gerechtsdeurwaarders hebben bij de executie van een vonnis waarbij klagers tot ontruiming en tot betaling van huurachterstand zijn veroordeeld, geen gebruik gemaakt van de voor de in deze situatie door de KBvG voorgeschreven bijsluiter. In plaats daarvan hebben de gerechtsdeurwaarders een aanplakbiljet op de voordeur van de (voormalige)woning van klagers geplakt met de mededeling dat ontruiming zou plaatsvinden en dat deze kon worden voorkomen door betaling van het verschuldigde. De Kamer acht dat onder de omstandigheden van het geval tuchtrechtelijk laakbaar.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:7 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.384
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:7
Klacht tegen uroloog. Klager is door de uroloog gezien in verband met verdenking van een recidiverende urineweginfectie. Bij de naar aanleiding daarvan gemaakt echo is een niersteen ontdekt. De uroloog heeft de steen in 2014 operatief vergruisd onder achterlating van een JJ- en spoelkatheter. Een jaar na de operatie is naar aanleiding van klachten wederom een echo gemaakt en een CT-onderzoek verricht, waarop een solide afwijking in de rechternier is geconstateerd. Klager verwijt de uroloog dat hij op het beeldmateriaal in 2014 een tumor in de nier over het hoofd heeft gezien. Het RTG wijst de klacht af. Volgens het Regionaal Tuchtcollege mocht de uroloog afgaan op het verslag van de uroloog, die geen melding maakt van een, in retroperspectief reeds aanwezige, tumor in de rechternier. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft dit oordeel en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-145
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:7
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De (waarnemend) huisarts beschikte tijdens het telefonisch contact met de ambulanceverpleegkundige over voldoende (medische) informatie om de beslissing te kunnen nemen akkoord te gaan met het voorstel om patiënte niet in te sturen naar het ziekenhuis. Er bestond ook geen reden om na dit telefonisch gesprek nog zelf verdere actie te ondernemen. Het advies aan patiënte om zich zo nodig de volgende dag tot haar eigen huisarts te wenden, is correct gegeven. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2017:49 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/324539 KL RK 17-107
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2017
- ECLI:NL:TNORARL:2017:49
Klaagster verwijt de notaris dat hij geen duidelijkheid heeft gegeven over de hoedanigheid waarin hij optrad. De kamer komt tot het oordeel dat er geen sprake is van een verwijtbare gedraging van de notaris. De notaris heeft zijn hoedanigheid kenbaar gemaakt bij klaagster. Bij twijfel had klaagster het boedelregister kunnen raadplegen, dan wel nogmaals navraag kunnen doen bij de notaris. Voorts verwijt klaagster de notaris dat hij de schijn van partijdigheid heeft gewekt. Ook dit punt wordt ongegrond verklaard. Klaagster heeft haar stellingen op geen enkele wijze onderbouwd, terwijl de notaris de stellingen nadrukkelijk betwist.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-074b
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:1
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arts maatschappij en gezondheid. De arts behoefde geen eigen onderzoek te verrichten of aanvullende informatie op te vragen. Evenmin is gebleken dat het gesprek te kort heeft geduurd om in redelijkheid tot een beoordeling te komen. De arts heeft klaagster niet voldoende duidelijk gewezen op het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht en hij mocht niet uit een telefoongesprek met klaagster afleiden dat zij deze rechten prijsgaf zonder dat hij zich ervan vergewiste of klaagster dit begreep. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.389
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:8
Klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster is in 2013 enige malen door de fysiotherapeut behandeld in verband met klachten na een ongeval in een lijnbus. Eind 2013 heeft klaagster een medische volmacht verleend aan de rechtsbijstandsverzekeraar tot het namens klaagster opvragen, inzien en ontvangen van medische informatie over klaagster. De fysiotherapeut heeft in september 2014 op verzoek van de medisch adviseur van de rechtsbijstandsverzekeraar informatie overgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het verwijt van klaagster dat hij het beroepsgeheim heeft geschonden en dat hij het patiëntendossier heeft aangepast gegrond verklaard. De verwijten van klaagster dat de fysiotherapeut onvoldoende dossier heeft gevoerd en dat hij in de tuchtprocedure medische informatie aan het college heeft overgelegd is ongegrond verklaard. Het Regionaal Tuchtcollege legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege acht klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep ten aanzien van de door het Regionaal Tuchtcollege gegrond bevonden klachtonderdelen. Ten aanzien van de ongegrond verklaarde onderdelen onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-157a
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:8
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Niet vast komt te staan dat de (ambulance)verpleegkundige zich bij haar werkdiagnose heeft laten leiden door de eerdere diagnose van de huisarts of SEH-arts. Ook niet dat de verpleegkundige de ECG verkeerd heeft afgelezen. Evenmin dat zij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gezondheidstoestand van patiënte, hoewel het beter ware geweest als zij grondiger had doorgevraagd naar de medische voorgeschiedenis van patiënte, met name de collaps. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:39 Kamer voor het notariaat Amsterdam 640040/NT17-83OJ
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 08-12-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:39
Er is sprake van een klacht van zeer ernstige aard en eveneens kennelijk gevaar voor benadeling van derden op grond waarvan de voorzitter de door het BFT verzochte ordemaatregelen aan de notaris oplegt.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.038
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:2
Klacht tegen verpleegkundige. Klager is vader en gedurende een bepaalde periode de contactpersoon van de patiënt (hierna: de zoon). De zoon is onder behandeling bij een GGZ-instelling en heeft uit zelfbescherming gekozen voor een onder curatelestelling. Klager is niet de curator. Klager verwijt de verpleegkundige - kort weergegeven - een onjuiste en slechte behandeling van de zoon en van hemzelf als contactpersoon. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet ontvankelijk voor zover zijn klacht de behandeling van de zoon betreft. De overige klachten worden als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-159
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:2
Ongegronde klacht tegen een psychiater. In het rapport (een rijbewijskeuring) is op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. De gronden kunnen de conclusie ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ rechtvaardigen. De arts mag, anders dan bij een behandelrelatie, bij een keuring zijn conclusies aan de opdrachtgever verstrekken zonder toestemming van de betrokkene. Niet is gebleken dat de psychiater klager over het blokkeringsrecht onjuist heeft ingelicht. Verzending van de conceptrapportage is niet onzorgvuldig gebeurd. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 640040/NT 17-83Th
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 04-01-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:1
De kamer bekrachtigt de beslissing van de voorzitter van 8 december 2017 (met kenmerk 640040/NT 17-83OJ). De kamer is van oordeel dat de voorzitter onder voornoemde omstandigheden terecht tot zijn beslissing is gekomen dat het hier gaat om een klacht van zeer ernstige aard, en terecht het ernstige vermoeden heeft uitgesproken ten aanzien van de gegrondheid van de klacht. Ook het door de voorzitter uitgesproken ernstig vermoeden van kennelijk gevaar voor de benadeling van derden wordt door de kamer gedeeld. Op 8 december 2017 bedroeg het bewaringstekort volgens het BFT circa € 2.186.000,- negatief.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-131
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:10
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft de klachten van klager wel serieus genomen, hij kon op basis van de aanwezige stukken in het dossier en zijn eigen bevindingen tot de diagnose komen. Bovendien hoefde de bedrijfsarts zijn bevindingen over de consulten niet achteraf te wijzigen nu blijkt dat partijen een geheel andere beleving van het consult hebben gehad. Een urenbeperking was in het geval van klager evenmin aan de orde. Er zijn ook geen aanwijzingen dat de bedrijfsarts onvoldoende zelfstandig tot zijn afweging is gekomen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-157b
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:9
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Niet vast komt te staan dat de (ambulance)verpleegkundige zich bij zijn werkdiagnose heeft laten leiden door de eerdere diagnose van de huisarts of SEH-arts. Ook niet dat de verpleegkundige de ECG verkeerd heeft afgelezen. Evenmin dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gezondheidstoestand van patiënte, hoewel het beter ware geweest als hij grondiger had doorgevraagd naar de medische voorgeschiedenis van patiënte, met name de collaps. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:216 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 16.1210
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:216
verzet niet ontvankelijk, te laat ingediend, opgegeven redenen van klager maken dit niet anders
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:3 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.167
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:3
De echtgenoot van klaagster is sinds augustus 2015 onder behandeling geweest van een gz-psycholoog in verband met een posttraumatische stress stoornis. Eind januari 2016 zijn klaagster en haar echtgenoot feitelijk uit elkaar gegaan. De echtgenoot heeft de gz-psycholoog verzocht en gemachtigd om aan zijn advocaat informatie te verstrekken over de vraag of het verantwoord is als de kinderen in het kader van de omgangsregeling bij de man verblijven. De gz-psycholoog heeft een brief geschreven. De advocaat van de man heeft deze brief ingebracht in een tussen de man en klaagster gevoerde voorlopige voorzieningen procedure in het kader van hun echtscheiding. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat zij deze verklaring heeft afgegeven. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat klaagster (als derde) ontvankelijk is in haar klacht omdat zij de nadelige gevolgen van voornoemde verklaring heeft ondervonden, althans heeft kunnen ondervinden. De gz-psycholoog had de schriftelijke verklaring niet mogen afgeven en de in de verklaring opgenomen waardeoordelen zijn onvoldoende onderbouwd. De gz-psycholoog wordt de maatregel van berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep en gelast de publicatie.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-095a
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:3
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft een vergissing met ernstige gevolgen gemaakt door abusievelijk een recept met een verhoging van Semap van 10 mg per week naar 30 mg per dag uit te schrijven waar zij bedoelde een herhaalrecept uit te schrijven. Het College acht de hierna te noemen maatregel passend, omdat daarin enerzijds tot uitdrukking wordt gebracht dat verweerster die vergissing heeft gemaakt, maar anderzijds dat niet voldoende aannemelijk is geworden dat verweerster het recept heeft uitgeschreven als gevolg van een medische beoordelingsfout. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-134
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:11
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Niet is gebleken dat de huisarts de klachten van klaagster aan het oor niet serieus heeft genomen. Het door de huisarts uitgevoerde onderzoek, het aan klaagster gegeven pijnstillingsadvies alsmede de voorgeschreven medicatie komen het College juist voor. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 092/2017
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:3
Verzamelklacht tegen huisarts. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 094/2017
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:4
Verweerder heeft klager, toen deze pijn kreeg aan zijn recent geopereerde knie, niet gezien maar (door de assistente) telefonisch laten aangeven dat klager het ziekenhuis moest bellen. Verweerder was in de veronderstelling dat klager het snelst geholpen zou zijn als hij rechtstreeks contact zocht met het ziekenhuis. Dat deze begrijpelijke veronderstelling onjuist was, is verweerder niet ter ore gekomen. Verweerder heeft zich niet kunnen (of hoeven) realiseren dat klager een probleem had met het verkrijgen van noodzakelijke zorg. Of de echtgenote van klager in het contact met verweerder dat enkele dagen later heeft plaatsgevonden duidelijk haar zorg heeft voorgelegd over wat zij zou moeten doen als een vergelijkbare situatie zich weer zou voordoen is niet duidelijk geworden. Achteraf is daarom niet vast te stellen dat verweerder op dit punt verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:221 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-823 DB/OB
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 30-11-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:221
Verwijt dat verweerster klager openlijk valselijk heeft beschuldigd van valsheid in geschrifte en dat zij klager heeft bedreigd mist feitelijke grondslag. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 059/2017
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:5
Toestand van patiënt (na MDS RAEB2 en twee jaar na allogene stamceltransplantatie en circa 6 weken na een opname wegens gordelroos) zodanig dat internist (in nauw overleg met LUMC) begrijpelijke en verantwoorde beslissing nam om te starten met aderlaten om het risico op hemochromatose problematiek (langdurige leverschade) in de toekomst aan te pakken. Die kans op schade dient te worden afgewogen tegen de gezondheidsrisico’s die kunnen optreden bij lage bloedwaarden waarvan op een gegeven moment sprake was. Tijdelijk verlaagde waarden (een Hb onder 7/6) kunnen daarbij tot op zekere hoogte worden geaccepteerd. Er is geen ondergrens. Er is niet onverantwoord doorgegaan met aderlaten. Het was eveneens verdedigbaar af te wachten of nog herstel optrad en niet al in juli 2016 een beenmergpunctie te nemen. Het Hb-gehalte steeg daarna niet, maar er was ook geen sprake van een verdere daling. Verweerder hield wel degelijk rekening met een recidief van de ziekte (hij noteerde dat hij geen blasten zag) maar het bloedbeeld bevatte geen aanwijzingen voor een terugkeer van de ziekte, hetgeen ook, gelet op het tijdsverloop, niet waarschijnlijk was. Zelfs het biopt in september 2016 leverde onvoldoende aanwijzingen op. Het is daarom de vraag of bij een eerdere beenmergpunctie, waarop het LUMC evenmin aandrong, al relevante aanwijzingen zouden zijn gevonden. Verweerder heeft tenslotte zijn patiënt, die volwassen en wilsbekwaam was, op voldoende duidelijke wijze geïnformeerd over diens gezondheidstoestand, de voorgestelde behandeling, de mogelijke risico’s daarvan en mogelijke alternatieven (zie artikel 7:448 BW en artikel II.8 van de Gedragsregels voor artsen van de KNMG). Van verweerder mocht worden verwacht dat hij de naasten van patiënt, met name zijn moeder (klaagster), hierin ook zou betrekken, voor zover dit de wens was van patiënt. Bij enkele gesprekken heeft patiënt aangegeven dat hij zijn moeder of familie hier niet bij wilde hebben. Mogelijk had moeder hierdoor een te positief beeld van de ziekte en was zij niet op de hoogte van het afgesproken niet-reanimeren beleid. Verweerder heeft terecht de wens van patiënt gerespecteerd. Niet gebleken is dat verweerder onduidelijkheden over de (mogelijkheden van) behandeling heeft laten ontstaan.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2017:289 Raad van Discipline Amsterdam 17-577/A/A
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 22-12-2017
- ECLI:NL:TADRAMS:2017:289
Ongegronde klacht over eigen advocaat. Letselschadezaak. Dat de kwaliteit van de door verweerster aan klaagster verleende dienstverlening niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet is de raad niet gebleken. Geen strijd met artikel 7.7 Voda. Dat verweerster niet heeft onderzocht of klaagster voor een toevoeging in aanmerking kwam, valt haar niet tuchtrechtelijk te verwijten. Niet kan worden vastgesteld dat verweerster haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Ook overige klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2017:27 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/74
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 04-12-2017
- ECLI:NL:TNORSHE:2017:27
Onbevoegd belastinglid heeft deel uitgemaakt van kamer die over verzet tegen voorzittersbeslissing heeft geoordeeld. Verzoekster vraagt herziening van de voorzittersbeslissing. Nu herziening slechts kan worden gevraagd van de in hoogste instantie gegeven beslissing is verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:222 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-822/DB/OB
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 30-11-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:222
Vertrouwen in advocatuur niet geschaad door in zijn hoedanigheid van bewindvoerder faillissementsverzoeken jegens klager in te dienen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 090/2017
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:6
Verweerder had belafspraak met patiënt (dalend Hb bij aderlatingen na MDS RAEB2) Dat verweerder het expectatieve beleid handhaafde waartoe in juli 2016 was besloten en geen onderzoek heeft gedaan en met name geen beenmergpunctie heeft laten doen maar patiënt heeft laten terugkomen op een reeds tevoren met zijn behandelaar geplande datum in september, acht het college niet verwijtbaar. Weliswaar was het Hb-gehalte tussen 4 en 22 juli 2016 niet gestegen, maar er was ook geen sprake van een verdere daling. Het bloedbeeld bevatte overigens ook geen aanwijzingen voor een recidief van de ziekte. Daarbij was een terugkeer van de ziekte, gezien het tijdsverloop sinds de met succes uitgevoerde stamceltransplantatie (inmiddels drie jaar eerder), in het algemeen niet waarschijnlijk. Daar komt verder nog bij dat, toen in september 2016 wel een biopt was genomen, dit ook nog onvoldoende aanwijzingen opleverde om te concluderen dat sprake was van een recidief. Het is daarom de vraag of bij een eerdere punctie al relevante aanwijzingen daarvoor waren gevonden, waarbij dan nog wordt daargelaten of een eerdere diagnose tot een andere prognose zou hebben geleid.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:3 Raad van Discipline Amsterdam 17-931/A/A 17-932/A/A
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 02-01-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:3
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaten wederpartij kennelijk ongegrond. Klager heeft onvoldoende onderbouwd dat hetgeen verweerders in hun pleitnota hebben opgenomen onjuist is en al helemaal niet dat verweerders dat wisten. Verweerders hebben voorts terecht aangevoerd dat het niet aan hen is – en zeker niet in een verzetprocedure – om ten faveure van klager zaken aan te vullen dan wel te rectificeren, daargelaten of daartoe reden was.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17117
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:1
Klaagster verwijt huisarts dat hij haar niet serieus heeft genomen, geen onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van klachten aan haar linkerborst en klachtverlies in haar linkerarm en geen diagnose heeft gesteld waardoor geen behandeling heeft plaatsgevonden en later borstkanker werd vastgesteld. Niet kan worden vastgesteld dat tijdens drie consulten is gesproken over de klachten van de borst en linker arm. Onvoldoende aannemelijk dat medisch dossier onjuiste weergave is van hetgeen besproken is. Onderzoek heeft plaatsgevonden met inachtneming van de“NHG-Standaard Borstkanker”. Geen noodzaak voor verwijzing mammografie. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2017:290 Raad van Discipline Amsterdam 17-538/A/A 17-539/A/A
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 22-12-2017
- ECLI:NL:TADRAMS:2017:290
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 091/2017
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:7
Verpleegkundig specialist geeft verklaring aan ambulance personeel mee dat ten aanzien van ernstig zieke patiënt niet re-animeren is afgesproken. Dit beleid was uitgebreid besproken door behandelend arts (hoofdbehandelaar) met patiënt, in bijzijn van een zaalarts en verpleegkundige en genoteerd in de decursus en op het voorblad van het dossier. Verweerster heeft uitvoering gegeven aan het al eerder afgesproken beleid. Van een eigenmachtige beslissing van verweerster is hierbij dus geen sprake geweest. Het meegeven van een dergelijke verklaring was overigens gebruikelijk en tegenwoordig wordt een uitdraai van (het voorblad van ) het dossier meegegeven. Dat de patiënt de verklaring ondertekent, is niet gangbaar en ook niet vereist. Verweerster heeft niet onzorgvuldig gehandeld. Evenmin met betrekking tot de beslissing om de bloedtransfusies niet elders te laten plaatsvinden. Hierbij gaf verweerster eveneens uitvoering aan het door de hoofdbehandelaar uitgevoerde beleid. Niet gebleken dat verweerster rekening had moeten houden met het feit dat patiënt zelf reed. Nog los van het feit dat -zoals uit de verklaring van de hematoloog uit Leiden ook blijkt- moeilijk is vast te stellen op welk moment iemand niet meer in staat is om zelf te rijden met anemie, wist verweerster aanvankelijk niet dat patiënt zelf reed en dat klaagster geen rijbewijs had. Tenslotte was de keuze om de antibiotica niet zonder meer voort te zetten verantwoord. Aangezien de antibiotica aanvankelijk een goede respons gaven, is deze medicatie na de gebruikelijke duur van de kuur gestaakt. Bij voortzetting van de medicatie zou het risico bestaan dat eerder resistentie ontstaat, waarna de antibiotica geen effect meer hebben en bij terugkeer van infectie geen therapie meer resteert.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 127/2017
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:1
Klacht heeft betrekking op het volgens klager ten onrechte verwijderen van de rechter nier. Het college oordeelt dat gegeven de bevindingen (een sterke verdenking op een kwaadaardige tumor) het echt echt nodig was om de niet te verwijderen. De radiologische classificatie van de afwijking in de rechter nier, alsmede de PA-uitslag van het biopt uit de afwijking, rechtvaardigen de nefrectomie.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2017:291 Raad van Discipline Amsterdam 17-752/A/A
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 22-12-2017
- ECLI:NL:TADRAMS:2017:291
Klacht over advocaat wederpartij deels gegrond. Gedragsregel 18 is niet analoog van toepassing p de betrekking tussen een advocaat en een rechtshulpverlener die geen advocaat is. Er bestond dan ook geen algemene verplichting voor verweerster om zich te onthouden van het rechtstreeks benaderen van bestuursleden van de stichting. Verweerster had voorts een redelijk belang om haar laatste e-mail te sturen naar de personen die volgens het handelsregister stonden ingeschreven als bestuurder van de stichting. Verweerster heeft hiermee dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Het valt verweerster wel tuchtrechtelijk te verwijten dat zij klager niet in kennis heeft gesteld van de dagbepaling van het kort geding. De raad ziet echter af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 128/2017
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:2
Klacht heeft betrekking op het volgens klager ten onrechte verwijderen van de rechter nier. Het college oordeelt dat gegeven de bevindingen (een sterke verdenking op een kwaadaardige tumor) het echt echt nodig was om de niet te verwijderen. De radiologische classificatie van de afwijking in de rechter nier, alsmede de PA-uitslag van het biopt uit de afwijking, rechtvaardigen de nefrectomie.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:218 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-852/DB/LI
- Datum publicatie: 05-01-2018
- Datum uitspraak: 20-12-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:218
Beoordeling van een geschil betreffende de nakoming van een overeenkomst is voorbehouden aan de civiele rechter. Niet komen vast te staan dat advocaat onbehoorlijk heeft gedragen. Raad kennelijk onbevoegd en ged. klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/240
- Datum publicatie: 05-01-2018
- Datum uitspraak: 05-01-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:1
Geen informed consent. Klager verwijt verweerder dat hij dat hem voorafgaand aan een stamceltransplantatie niet heeft geïnformeerd over het feit dat de donor een G6PD deficiëntie heeft. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:219 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-817/DB/LI
- Datum publicatie: 05-01-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:219
Een advocaat kan niet worden beknot in zijn vrijheid om in een tuchtrechtelijke procedure zijn eigen verweerte voeren en zeker niet verplicht zijn standpunt op wens van kkager te rectificeren. Klacht kan niet voor een tweede maal aan de tuchtrechter worden voorgelegd. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk, ged. kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:191 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/623993 / DW RK 17/157
- Datum publicatie: 03-01-2018
- Datum uitspraak: 19-12-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:191
Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:185 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/618427 / DW RK 16/1208
- Datum publicatie: 03-01-2018
- Datum uitspraak: 22-12-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:185
Beslissing op verzet. Tenuitvoerlegging van een vonnis, bezwaar tegen de openbare verkoop en de aanplakking van het executiebiljet. Overwegingen met betrekking tot de plaats van de openbare verkoop. Niet ontvankelijk in voor het eerst in verzet aangevoerde klachten. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:210 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/604529 / DW RK 16/280
- Datum publicatie: 03-01-2018
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:210
Niet reageren op verzoeken om informatie. De klacht wordt gegrond verklaard. Gelet op de vaste jurisprudentie inzake dit onderwerp, wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:198 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/609058 / DW RK 553.2016
- Datum publicatie: 03-01-2018
- Datum uitspraak: 28-11-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:198
Beslissing op verzet. In voor het eerst in verzet aangevoerde klacht wordt klager niet-ontvankelijk verklaard. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:204 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/623841 / DW RK 17/146
- Datum publicatie: 03-01-2018
- Datum uitspraak: 28-11-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:204
Betekening dagvaarding. Is de dagvaarding wel of niet betekend? De kamer kan niet als vaststaand aannemen dat de dagvaarding niet aan klaagster is betekend en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:192 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/631627 / DW RK 17/658
- Datum publicatie: 03-01-2018
- Datum uitspraak: 19-12-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:192
Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:186 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/598809 / DW RK 15/1117
- Datum publicatie: 03-01-2018
- Datum uitspraak: 22-12-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:186
Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:211 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/619882 / DW RK 16/1303
- Datum publicatie: 03-01-2018
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:211
Tenuitvoerlegging beschikking. Rechtsgeldige titel? De kamer overweegt dat het door de gerechtsdeurwaarder ingenomen en met argumenten onderbouwde standpunt verdedigbaar is en niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm. Het ligt niet op de weg van de tuchtrechter om verder op de inhoudelijke beoordeling van dit civielrechtelijke geschil in te gaan. De klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:199 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/608647 / DW RK 521.201
- Datum publicatie: 03-01-2018
- Datum uitspraak: 28-11-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:199
Beslissing op verzet. Het verzet is deels gegrond. De voorzitter had klager -voor zover de klacht betrekking had op de betekening van de dagvaarding op het verkeerde adres- niet-ontvankelijk moeten verklaren wegens de overschrijding van de termijn waarbinnen de klacht had moeten worden ingediend. De kamer verklaart klager in die klacht niet-ontvankelijk. Het verzet wordt voor het overige ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:205 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/628542 / DW RK 17/492
- Datum publicatie: 03-01-2018
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:205
Beslissing op verzet. Domiciliekeuze ? De kamer verklaart het verzet deels gegrond. Uit niets blijkt dat klaagster domicilie heeft gekozen op het door de gerechtsdeurwaarder vermelde adres. Uit het enkele feit dat klaagster zich heeft laten vertegenwoordigen door een persoon die over de vordering op klaagster heeft gecommuniceerd en betalingen heeft gedaan, kan niet de conclusie worden getrokken dat klaagster aldaar domicilie heeft gekozen. De redenering van de gerechtsdeurwaarder kan niet worden aanvaard. Dat het hier een aangelegenheid betrof die het kantoor of filiaal van de vertegenwoordiger van klaagster betrof zoals artikel 1:14 BW vereist, is niet gebaseerd op de feitelijke gang van zaken. De klacht wordt gegrond verklaard. Omdat het hier gaat om een ernstig tuchtrechtelijk vergrijp, door de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder is de rechter verkeerd voorgelicht, wordt een schorsing opgelegd voor de duur van twee weken.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:193 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/608325 / DW RK 16/490
- Datum publicatie: 03-01-2018
- Datum uitspraak: 19-12-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:193
De klacht betreft dat er meer is geïncasseerd dan de vordering, dat de bank het teveel geïncasseerde bedrag heeft verrekend met de roodstand, klager geen eindafrekening is verzonden en geen antwoord werd gegeven op e-mails. De klachten worden ongegrond verklaard.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 456
- Pagina: 457
- Pagina: 458
- ...
- Pagina: 966
- Volgende pagina zoekresultaten