Zoekresultaten 22551-22600 van de 48269 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:206 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-105

    Klacht tegen eigen advocaat. Dat verweerster onvoldoende deskundig en bekwaam rechtsbijstand heeft verleend aan klaagster, is niet komen vast te staan. Klacht onvoldoende feitelijk onderbouwd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:207 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-148

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de akte van berusting van haar cliënte (in een echtscheidingsprocedure tegen klager) vlak voor de inschrijving daarvan bij de gemeente om te ruilen voor een akte met een voorbehoud. Klacht niet-ontvankelijk voor zover deze zich richt op het gebruiken van de echtscheidingsbeschikking door verweerster in een andere procedure tegen klager.  

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:208 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-196

    Verweerder heeft als advocaat van de wederpartij de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden jegens klaagster. Klaagster is ontvankelijk in haar klacht over vermeende onbevoegdheid van verweerder om via een tussenpersoon voor 20 personen op te treden. Verweerder heeft niet gehandeld in strijd met gedragsregel 35 en art. 7.1 en 7.2 van de Verordening op de Advocatuur. Verweerder heeft zich genoegzaam ervan overtuigd dat de opdracht van de tussenpersoon om een beslagrekest in te dienen tegen klaagster met instemming van de 20 cliënten is gegeven. Beperkte werkzaamheden en duidelijke afspraken gemaakt met tussenpersoon. Dat verweerder in strijd met het reglement in kort geding jegens klaagster heeft gehandeld wordt door de raad als een niet tuchtrechtelijk verwijtbare omissie beschouwd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:202 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1153

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Niet is komen vast te taan dat verweerder klager heeft beschuldigd van diefstal van paarden en dat hij zich daardoor onnodig grievend jegens klager heeft uitgelaten. Evenmin kan worden vastgesteld dat verweerder de vermeende beschuldigingen heeft gepubliceerd dan wel heeft laten publiceren in de media zonder de juistheid van de stellingen van zijn cliënt te verifiëren, zoals klager heeft gesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:209 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-177

    Het letselschade adviesbureau van klager (niet-advocaat) heeft het dossier van een cliënt op verzoek overgedragen aan verweerster. Onverplicht heeft verweerster na haar kennisname van de nog openstaande factuur terzake buitengerechtelijke kosten van klager geprobeerd om die kosten in de schikkingsonderhandelingen met de verzekeraar mee te nemen. Dat dat niet is gelukt, kan verweerster tuchtrechtelijk niet worden verweten. Beroep op gedragsrechtelijke normen faalt nu klager geen advocaat is. Overige verwijten falen wegens geheimhoudingsplicht van verweerster jegens haar cliënt. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:203 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-431

    Dekenbezwaar wegens tekort aan opleidingspunten. Onjuistheid van handelen wordt erkend, maar is, volgens verweerster, te wijten aan zwaarwegende persoonlijke omstandigheden. De raad oordeelt de klacht gegrond, maar houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verweerster, terwijl verweerster bovendien haar goede wil heeft getoond door in de periode van januari 2017 tot oktober 2017 reeds 30 opleidingspunten te behalen. Dekenbezwaar gegrond zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17193

    Huisarts wordt verweten dat het medisch dossier van klager als gevolg van waterschade beschadigd is geraakt en zonder toestemming van of na communicatie met klager is vernietigd waardoor klager geen inzicht meer in heeft zijn medische gegevens van voor 2002. Partijen zijn niet ter zitting verschenen. Daardoor geen nadere informatie van partijen. Het college kan niet vaststellen dat het dossier van klager een van de verloren gegane dossiers betreft. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 268/2017

    Klacht tegen arts over een medisch advies, aangevraagd door de gemeente over een WMO aanvraag. De arts heeft niet met de vereiste zorgvuldigheid gehandeld door zijn advies op aandringen van de gemeente aan te passen, zonder klaagster daarin te kennen en haar op enigerlei wijze daarbij te betrekken. De klacht daarover is gegrond. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/326468 KLRK 17-140

    De broer van klager is overleden. De broer had één dochter. Die dochter is een dag na haar vader overleden. De broer had geen testament opgemaakt. De notaris heeft een verklaring van erfrecht opgemaakt waarin staat dat de moeder van de dochter van de broer gerechtigd is tot de nalatenschap van de broer. Klager is van mening dat de notaris een onjuiste verklaring van erfrecht heeft afgegeven. Klager stelt dat zijn vader en moeder de erfgenamen van de broer zijn. De Belastingdienst zou dezelfde mening zijn toegedaan. Klager is van mening dat er sprake is van fraude. De kamer heeft klager niet ontvankelijk verklaard in zijn klacht en daartoe het volgende overwogen. Omdat de broer geen testament had, is het wettelijk erfrecht van toepassing. Klager is op grond van het wettelijk erfrecht geen erfgenaam van de broer en evenmin van de dochter van de broer. Klager is dus geen direct belanghebbende. Ook de vader en moeder van klager zijn geen wettelijk erfgenaam van de broer noch van de dochter van de broer. Klager kan dus ook niet als indirect belanghebbende worden aangemerkt.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/325152 KL RK 17-112

    Klager heeft zijn lidmaatschapsrecht in een vereniging verkocht. De akte van levering is ten overstaan van de notaris gepasseerd. Voor de overdracht was de toestemming van de vereniging vereist. De vereniging heeft de inhouding van een waarborgsom als voorwaarde gesteld. Klager stelt dat de notaris zich onbeschoft heeft gedragen. In het licht van deze onheuse bejegening heeft klager een aantal punten aangevoerd, waarvan hij vindt dat de notaris kwalitatief slecht werk heeft geleverd. Voorts is klager van mening dat er geen grondslag is voor de waarborgsom en dat de notaris door het inhouden van de waarborgsom medeplichtig is aan het plegen van een onrechtmatige daad. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard en daartoe het volgende overwogen. Uit hetgeen over en weer door partijen is aangevoerd, blijkt dat partijen de overdracht elk heel anders hebben ervaren. Dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld is niet komen vast te staan. Wel overweegt de kamer dat de notaris, bijvoorbeeld door het geven van een nadere toelichting, meer begrip voor zijn handelwijze kunnen kweken bij klager, waardoor klager de communicatie anders zou hebben ervaren. Ten aanzien van de inhouding van de waarborgsom heeft de kamer als volgt overwogen. Nu op grond van de statuten voor de overdracht de toestemming van de vereniging was vereist en de vereniging de bevoegdheid had om voorwaarden aan de overdracht te verbinden, heeft de notaris met het inhouden van de waarborgsom niet klachtwaardig gehandeld

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 187/2017

    Klaagster verwijt verweerster (gezondheidszorgpsycholoog) door gezinsvoogden gestelde vragen partijdig en in strijd met de waarheid te hebben beantwoord, waarbij zij ongefundeerde aannames als onderzochte feiten heeft gepresenteerd en feiten heeft verdraaid. Klacht op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 272/2017

    Klacht tegen GZ-psycholoog over opstellen van een verklaring ten behoeve van zijn cliënte, de ex-partner van klager. De cliënte heeft deze verklaring in een rechtszaak met klager over de verblijfplaats van hun kind gebruikt. Klager is in die verklaring zonder hoor en wederhoor (valselijk) beschuldigd van huiselijk geweld, manipulatie en agressie. Klacht gegrond: maatregel van berisping is opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 138/2017

    Betrokken arts deels te afwachtend. Waarschuwing. Zorg voor patient en beleid goed afgestemd met patient en familie. Tijdig bloedonderzoek bekeken en goed gelet op klinisch beeld. Echter de discrepantie tussen dit beeld, de sterk oplopende CRP (van 73 in februari 2016 naar 252 in mei van dat jaar), het verhoogde aantal leucocyten en het toxische bloedbeeld, ook aan mogelijke andere oorzaken dan de al lang bestaande wonden aan het been moeten denken. Nader onderzoek of overleg met het ziekenhuis was geïndiceerd. Dit klemt te meer nu door het gebruik van naproxen de gezondheidstoestand van patiënt beter kon lijken dan deze in werkelijkheid was. Daarnaast had verweerster naar het oordeel van het college patiënt beter moeten vervolgen dan zij heeft gedaan. Zij had er alert op moeten zijn dat het snel beter met patiënt had moeten gaan na aanvang van de kuur. Ook al kan niet zonder meer worden geoordeeld dat verweerster patiënt eerder had moeten verwijzen naar het ziekenhuis, waarbij verweerster ook nog terecht heeft laten meewegen dat patiënt zelf niet naar het ziekenhuis wilde, dan nog had zij moeten inzien dat het gelet op het toxische bloedbeeld van de 11e mei riskant was om zonder nauwgezet toezicht de effecten van een ongerichte kuur te blijven afwachten. Zij had voor het weekend de verdere opties moeten bezien en bespreken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 232/2047 en 279/2017

    Klacht kort voor de behandeling ter zitting ingetrokken. Het college acht geen redenen van algemeen belang aanwezig op grond waarvan de behandeling van de klacht toch dient te worden voortgezet. Behandeling van de klacht wordt gestaakt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 228/2017

    Klacht tegen fysiotherapeut kennelijk ongegrond. Niet aannemelijk dat verwijzing huisarts bij verweerder bekend was. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld, er was geen reden voor een indicatie ‘chronisch’. Afspraak in praktijk om overname door collega te bespreken kan tuchtrechtelijke toets doorstaan.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17141

    Klaagster verwijt huisarts onder meer dat hij diagnose borderline zou hebben gesteld en niet met haar besproken, schending privacy door informatie te delen met familie en het overhandigen van een onvolledig dossier. Deze klachten zijn ongegrond. Onvolledig dossier is van onvoldoende gewicht hiervan tuchtrechtelijk verwijt te maken. Overige klachten niet feitelijk onderbouwd danwel verjaard en daardoor ook ongegrond c.q. niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 246/2017

    De kern van de, vele onderdelen tellende, klacht van klaagster voor zover deze verweerster aangaat is dat zij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar een te strak lip- en/of tongriempje bij haar zoontje waardoor hij nooit goed heeft kunnen drinken en zich niet goed heeft kunnen ontwikkelen, veel van de stress van klaagster heeft meegekregen, slecht praat, zijn IQ te laag wordt ingeschat en hij wordt gepest vanwege zijn uiterlijk. Op basis van het dossier kan het college echter niet tot dat oordeel komen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17189

    huisarts van gezin, schrijft in kader door moeder gestarte gezagsprocedure tot verkrijgen eenhoofdig gezag over 11 jarige zoon, op verzoek van vader een brief over het handelen, nemen van verantwoordelijkheid door klaagster en deelt medisch informatie over zoon. Evident dat informatie bedoeld was gezagsverzoek van klaagster ter discussie te stellen en derden te informeren. Verweerder schendt zijn beroepsgeheim. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 153/2017

    De kern van de, vele onderdelen tellende, klacht van klaagster voor zover deze verweerster aangaat is dat zij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar andere, lichamelijke oorzaken voor klaagsters toestand en te lichtvaardig een psychische oorzaak heeft aangenomen. Op basis van het dossier kan het college echter niet tot dat oordeel komen. Klacht kennelijk ongrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:37 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.249

    Klacht tegen een internist. Klaagster verwijt de internist schuld aan de dood van haar vader.. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege komt op grond van de stukken en hetgeen door partijen over en weer ter terechtzitting in beroep nog naar voren is gebracht tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege. Daarmee onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de internist met betrekking tot de klacht geen verwijt zoals bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet BIG kan worden gemaakt. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:195 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 16-507

    Beslag op uitkering is niet opgeheven nadat de vordering was voldaan. Klaagster moest tweemaal rappelleren. Teveel geinde bedragen zijn aan uitkeringsinstantie terugbetaald en niet aan klaagster terwijl dit in het onderhavige geval voor de hand liggend zou zijn geweest.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:196 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 16-747

    klager heeft driemaal gevraagd om toezending van een vonnis. Werd van kastje naar muur gestuurd. klacht is gegrond, geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:197 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 16-1322

    Beslag op uitkering van debiteur van klager is ten onrechte niet opgenomen in het digitaal beslagregister. Klager heeft daardoor schade geleden. klacht gegrond, geen ruimte voor vaststelling schadevergoeding.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:198 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 17-801

    klacht KBVG tegen gerechtsdeurwaarder: gegrond. Er is gehandeld in strijd met artikel 19 Gerechtsdeurwaarderswet. De gerechtsdeurwaarder heeft geen kantoor gehouden in haar vestigingsplaats en was daardoor niet bereikbaar voor klanten. De gerechtsdeurwaarder heeft de KBVG niet geïnformeerd dat zij haar werkzaamheden had beëindigd. Oplegging zwaarste maatregel (ontzetting uit het ambt voor een jaar) gerechtvaardigd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:20 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1037/DH/RO/W

    Wrakingsverzoek gegrond. De beslissing op het aanhoudingsverzoek is genomen vóór aanvang van de zitting, terwijl verzoeker had toegezegd zijn verzoek voor de zitting te onderbouwen. De afwijzing van het aanhoudingsverzoek is bovendien onvoldoende gemoviteerd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.373

    Klaagster verwijt de aangeklaagde huisarts dat hij haar onheus heeft bejegend. De huisarts stelde zich weinig professioneel en respectloos op en weigerde klaagster te onderzoeken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond. Het Centraal Tuchtcollege heeft de arts eind 2013 een laatste kans gegund en hem een voorwaardelijke schorsing opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Thans is er weer sprake van een klacht met gelijksoortige verwijten. Het college legt de maatregel op van schorsing van zijn inschrijving in het BIG-register voor de duur van zes maanden. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover de arts heeft geweigerd klaagster te onderzoeken en betreffende de opgelegde maatregel, verklaart dit klachtonderdeel alsnog ongegrond , legt de arts de maatregel van berisping op en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.169

    Klaagster is vanaf begin 2015 in behandeling bij het FACT team van de GGZ. De aangeklaagde gz-psycholoog is verbonden aan het FACT team en is van mei 2015 tot juni 2016 bij de behandeling van klaagster betrokken geweest. In juni 2016 heeft klaagster zich, naar aanleiding van de gemaakte afspraken, ernstig verbaal, agressief en dreigend jegens de gz-psycholoog geuit. De behandelrelatie is toen geëindigd. De klacht houdt in dat de gz-psycholoog: 1. klaagster geen traumabehandeling heeft gegeven; 2. haar beroepsgeheim heeft geschonden; 3.wil dat klaagster een lijdensweg heeft; 4. samen met een andere cliënt van klaagster heeft gestolen; en 5. heeft geweigerd om mee te werken aan de procedure bij de levenseindekliniek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:201 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1180

    Dekenklacht. Deken verwijt verweerder de door hem aan een voormalig advocaat van zijn cliënt gedane ondubbelzinnige betalingstoezegging, om gelden vanaf zijn derdengeldrekening aan de voormalig advocaat te betalen, niet is nagekomen. Van een ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke betalingstoezegging door verweerder jegens de voormalig advocaat is de raad niet gebleken. Voor zover de berichten van verweerder wel als een onvoorwaardelijke toezegging kunnen worden opgevat, dan geldt dat de hoogte van de declaratie(s) van de voormalig advocaat niet als onbetwist vaststond. De raad oordeelt de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:36 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.174

    Klaagsters in eerste aanleg, moeder en dochter, zijn betrokken geweest bij een verkeersongeval. De aangeklaagde gz-psycholoog, is eigenaar van het pand waarin een trauma centrum met andere gz-psychologen is gevestigd. Met een van die andere psychologen is klaagster (moeder) een behandelrelatie aangegaan. Klaagster 1 (moeder) heeft deze gz-psycholoog ( gz-psycholoog S.) beschuldigd van verkrachting. Het Centraal Tuchtcollege heeft bedoelde S. een maatregel van een onvoorwaardelijke schorsing van een jaar opgelegd, onder meer wegens grensoverschrijdend gedrag. Klaagster 1 heeft vervolgens aan verschillende instanties e-mails gestuurd waaruit afgeleid zou kunnen worden dat de schorsing mede betrekking had op de hier aangeklaagde gz-psycholoog. In reactie hierop heeft deze gz-psycholoog klaagster 1 gevraagd dit recht te zetten en gezegd bij gebreke daarvan de nodige stappen te zullen nemen in verband met laster en smaad (reputatie schade). Klaagster 1 verwijt de gz-psycholoog dat hij: 1. geen behoorlijke intake heeft verricht; 2. klaagster onjuist heeft doorverwezen; 3. geen dossier heeft bijgehouden; 4. geen volledige openheid van zaken heeft gegeven over het grensoverschrijdend gedrag van S; 5. klaagster heeft geïntimideerd met de bedoeling het grensoverschrijdend gedrag van S. stil te houden; 6. niet beschikt over een klacht- of geschillenregeling. Klaagster 2 (dochter) verwijt de gz-psycholoog dat hij: 7. geen behoorlijke intake heeft verricht; en 8. geen dossier heeft bijgehouden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster 1 (moeder) niet-ontvankelijk m.b.t. de klachtonderdelen 1,2,3 en 6 en verklaart klachtonderdeel 4 en 5 ongegrond. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster 2 (dochter) niet ontvankelijk met betrekking tot klachtonderdelen 7 en 8. Alleen klaagster 1 (moeder) komt in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:21 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-247/DH/DH

    Verweerder heeft klager ten onrechte niet geïnformeerd over de mogelijkheid, de termijn en de goede en kwade kansen van het instellen van cassatie. Dit is tuchtrechtelijk verwijtbaar en rechtvaardigt oplegging van de maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/318vp

    Klagers verwijten verweerster dat het door haar opgestelde rapport niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Verweerster heeft een rapport gemaakt in opdracht van de gemeente. Volgens klagers heeft zij haar medisch beroepsgeheim geschonden. Verweerster voert verweer. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:17 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-721/DH/DH

    Dekenbezwaar gegrond, schrapping. Het verwijt dat verweerster kan worden gemaakt komt er in de kern op neer dat zij zich al lange tijd stelselmatig niet laat controleren door de deken binnen de door hem gestelde kaders. Verweerster heeft zich door de inadequate wijze van informatieverstrekking aan de deken niet gedragen zoals het een behoorlijk handelend advocaat betaamt. Haar houding ten aanzien van het advocatentuchtrecht in zijn algemeenheid en de deken en het dekentoezicht in het bijzonder getuigt naar het oordeel van de raad van laksheid, achteloosheid en onverschilligheid. De raad maakt verweerster daarvan een ernstig tuchtrechtelijk verwijt. Het tuchtrechtelijk verleden van verweerster in aanmerking genomen acht de raad de maatregel van schrapping van het tableau gerechtvaardigd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:18 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-1189/DH/DH

    Verzet ongegrond. Klacht ingediend na ommekomst van de vervaltermijnen van artikel 46g leden 1 en 2 van de Advocatenwet. Klacht bij voorzittersbeslissing terecht niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:19 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-409/DH/RO

    Verzet ongegrond. De klacht betreft onwelwillend gedrag bij de overname van een dossier (gedragsregel 22 lid 1) en onjuiste uitlatingen binnen de klachtprocedure. Voor het eerst in verzet, en aldus te laat, heeft klaagster als aanvullende klacht opgeworpen dat verweerder haar beroep op het retentierecht (gedragsregel 22 lid 2) heeft genegeerd. De klacht dat verweerder zich in de klachtprocedure heeft bediend van onjuistheden heeft klaagster ook in verzet onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 206 en 251-2017

    Klacht tegen drie kaakchirurgen over onvoldoende nazorg en niet-afgeven dossier. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 208 en 252/2017

    Klacht tegen drie kaakchirurgen over onvoldoende nazorg en niet-afgeven dossier. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1112

    Tussenbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Heropening onderzoek inz klachtonderdeel a. Opdracht aan partijen om nadere stukken in te brengen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1770

    Oogarts wordt verweten dat hij bij toediening van intravitreale injectie niet hygiënisch heeft gehandeld, waardoor klager een ooginfectie heeft opgelopen, meerdere malen geopereerd moest worden en niet volledig meer kan zien. Richtlijn“Leeftijdsgebonden Maculadegeneratie”. Verweerder heeft voldaan aan de vereisten voor hygiënisch werken. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:23 Raad van Discipline Amsterdam 17-1027/A/A

    Voorzittersbeslissing. Gelet op het gemotiveerde verweer van verweerster heeft klager zijn stelling, dat verweerster zich onvoldoende heeft ingespannen bij de behandeling van zijn strafzaak, niet of onvoldoende onderbouwd. Duidelijk is dat partijen het niet eens waren over de te voeren strategie. Zoals verweerster terecht stelt betekent dit echter niet dat zij zich onvoldoende voor klager heeft ingespannen. Ook overigens blijkt dit niet uit het dossier. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:200 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 16-470

    Verweerder heeft onnodig lang gedaan over het vaststellen van de beslagvrije voet. Er is minder geld terugbetaald dan waarover verweerder beschikte. Klacht is gegrond. Het verweer dat de administratie niet op de orde was bij de GGN maakt dat niet anders.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:40 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.132

    Klacht tegen een tandarts. Klagers verwijten de tandarts dat zij een schriftelijke verklaring (die is opgesteld door de tandarts met wie klaagster een conflict heeft) heeft ondertekend, die in een procedure tussen klaagster en deze tandarts is overgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard in hun klacht. De behandeling van de zaak in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.469

    Klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft allereerst aangevoerd dat het Regionaal Tuchtcollege zich op basis van onjuiste en ondeugdelijke gronden bevoegd heeft geacht kennis te nemen van de klacht. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege zich terecht bevoegd heeft geacht om kennis te nemen van de door klager ingediende klacht. De oorspronkelijke klacht bestond uit zes klachtonderdelen. Deze onderdelen zijn in de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege weergegeven onder 3. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel 5, de klachtonderdelen 1 en 6 geheel gegrond verklaard, de klachtonderdelen 2 en 3 deels gegrond verklaard en de klacht voor het overige als ongegrond afgewezen. Voor het gegrond verklaarde deel van de klacht is de tandarts de maatregel van berisping opgelegd. De tweede en derde beroepsgrond van de tandarts zijn gericht tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor zover de klachtonderdelen 1 tot en met 3 (deels) gegrond zijn verklaard en aan hem de maatregel van berisping is opgelegd. Deze klachtonderdelen betreffen het (ontbreken van) informed consent, het (onvoldoende) onderzoek naar het tandenknarsen en het (niet) lege artis handelen bij de plaatsing van de keramische inlays. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege zijn er (voldoende) aanwijzingen dat de tandarts wel met klager heeft gesproken over de inhoud en de gevolgen van de behandeling en de eventuele risico’s en dat niet geconcludeerd kan worden dat geen sprake was van informed consent. Het Centraal Tuchtcollege is met het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat de enkele omstandigheid dat klager tandenknarst geen contra-indicatie is voor het aanbrengen van inlays van keramiek. Wat betreft de plaatsing van de inlays kan het Centraal Tuchtcollege op basis van de bekende gegevens niet vaststellen dat deze inlays te hoog zijn gelegd. Deze klachtonderdelen zullen als (geheel) ongegrond worden afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, voor zover voor zover de klachtonderdelen 1 tot en met 3 (deels) gegrond zijn verklaard en aan de tandarts de maatregel van berisping is opgelegd en opnieuw rechtdoende, wijst de klachtonderdelen 1 tot en met 3 als ongegrond af en legt de tandarts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:201 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 16-1110

    Beslissing op verzet: ogg Beslagvrije voet

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:41 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.434

    Klacht tegen een tandarts. Klagers verwijten de tandarts 1) dat hij zich in diverse opzichten jegens hen schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag in het kader van het arbeidsconflict 2) dat de tandarts de behandelrelatie met hen niet had mogen beëindigen door hen onaangekondigd en zonder begeleidende brief de patiëntendossiers toe te sturen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard in het eerste klachtonderdeel en het tweede klachtonderdeel als ongegrond afgewezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klagers ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld ter zitting te worden gehoord over het eerste klachtonderdeel. De beslissing in eerste aanleg kan daarom niet worden gehandhaafd. Met toepassing van artikel 73, vijfde lid, van de Wet BIG heeft het Centraal Tuchtcollege de zaak zelf afgedaan. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verklaart klagers in het oorspronkelijke klachtonderdeel 1 niet-ontvankelijk en wijst het oorspronkelijke klachtonderdeel 2 als ongegrond af.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:35 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.131

    Klacht tegen een tandarts. Klagers verwijten de tandarts dat diens assistente, over de periode dat zij met klaagster heeft samengewerkt bij haar vorige werkgever (2003 tot en met 2008), een schriftelijke verklaring heeft opgesteld, die in een procedure tussen klaagster en haar werkgever is overgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard in hun klacht. De behandeling van de zaak in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:202 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 17-267

    Verzet ongegrond. Klacht van opdrachtgever. Verweerder heeft emailbericht van klager wel degelijk ontvangen. Is echter verschoonbare fout.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:203 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 17-774

    verzet ongegrond niet gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder beslag heeft willen leggen op privégoederen ipv op de VOF

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:204 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 17-775

    Verzet ongegrond Beslagvrije voet: gerechtsdeurwaarder is passief bij vaststellen BVV: elk jaar huurverhoging en zorgpremie.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2017:43 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/104

    Dierenarts wordt verweten dat zij een hond een niet voor de eigen diersoort geregistreerd antibioticum (Ampi-dry 5000 5gr/30ml) in een te hoge dosering heeft toegediend, met als gevolg dat de conditie van de hond sterk achteruit ging en moest worden besloten tot euthanasie. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:7 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170287

    Verzet tegen beslissing voorzitter dat hoger beroep tegen beslissing raad, waarin het dekenbezwaar gegrond is verklaard en verweerder de maatregel van schrapping is opgelegd, kennelijk niet-ontvankelijk is. Het verzet slaagt. In het beroepschrift van verweerder, waarbij hij beroep instelde tegen de beslissingen van de raad op het dekenbezwaar en de klacht, zijn enkele bezwaren te lezen die betrekking hebben op het dekenbezwaar. De aangevoerde gronden zijn uiterst beperkt en betreffen lang niet alle overwegingen van de beslissing op het dekenbezwaar, maar niet gezegd kan worden dat tegen die beslissing geen gronden zijn aangevoerd. De behandeling van het hoger beroep zal worden voortgezet.