Zoekresultaten 22251-22300 van de 48107 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:12 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 120.2017
- Datum publicatie: 05-03-2018
- Datum uitspraak: 23-01-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:12
Beslissing op verzet. Het verzet is te laat ingesteld en wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:228 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 642.2017
- Datum publicatie: 05-03-2018
- Datum uitspraak: 05-12-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:228
Beslissing op verzet. Volgens klager had de gerechtsdeurwaarder niet mogen overgaan tot executie omdat het arrest van het gerechtshof niet juist zou zijn en cassatie tegen dat arrest is ingesteld. Daarnaast zou er genoeg reden zijn voor de gerechtsdeurwaarder om te twijfelen aan de executie van het vonnis. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:13 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 1209.2016
- Datum publicatie: 05-03-2018
- Datum uitspraak: 23-01-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:13
Beslissing op verzet. Het verzet is te laat ingesteld en wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:229 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 1387.2016
- Datum publicatie: 05-03-2018
- Datum uitspraak: 05-12-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:229
Beslissing op verzet. Volgens klager heeft de gerechtsdeurwaarder zijn opdracht niet naar behoren uitgevoerd. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:57 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.219
- Datum publicatie: 02-03-2018
- Datum uitspraak: 15-02-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:57
De behandeling van de zaak in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:58 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.220
- Datum publicatie: 02-03-2018
- Datum uitspraak: 15-02-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:58
De behandeling van de zaak in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 150/2017
- Datum publicatie: 02-03-2018
- Datum uitspraak: 02-03-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:54
Klacht tegen behandelcoördinator over totstandkoming diagnose in behandelingsplan in relatie tot projustitiarapportages en conceptdelictanalyse.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 151/2017
- Datum publicatie: 02-03-2018
- Datum uitspraak: 02-03-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:55
Klacht tegen behandelcoördinator over totstandkoming diagnose in behandelingsplan in relatie tot projustitiarapportages en conceptdelictanalyse.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 326/2017
- Datum publicatie: 02-03-2018
- Datum uitspraak: 02-03-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:56
Klaagster verwijt verweerster (verpleegkundige) dat zij door haar huisbezoeken bij klaagster psychische klachten en verwarring heeft veroorzaakt. Verweerster loog tegen klaagster en dat maakte klaagster ziek. Het college overweegt dat uit het dossier blijkt dat verweerster zich voldoende heeft ingespannen, de verder niet toegelichte verwijten blijken daaruit niet. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 269/2017
- Datum publicatie: 02-03-2018
- Datum uitspraak: 02-03-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:57
Klacht tegen huisarts. Diverse klachtonderdelen over los van elkaar staande zaken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:56 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.218
- Datum publicatie: 02-03-2018
- Datum uitspraak: 15-02-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:56
De behandeling van de zaak in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:8 Accountantskamer Zwolle 17/1313 Wtra AK
- Datum publicatie: 02-03-2018
- Datum uitspraak: 02-03-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:8
Klacht gedeeltelijk te laat ingediend. Voor zover de klacht wel tijdig is ingediend is de klacht na de weerspreking door betrokkene onvoldoende feitelijk onderbouwd en daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/324814 KL RK 17-109 C/05/324815 KL RK 17-110
- Datum publicatie: 01-03-2018
- Datum uitspraak: 06-02-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:4
Klager beklaagt zich over twee testamenten van vader die door de notarissen zijn opgemaakt. Vader zou ten tijde van het opmaken van de testamenten niet meer wilsbekwaam zijn. Verder zouden de notarissen partijdig hebben gehandeld ten voordele van de broer van klager. De kamer heeft de klachten ongegrond verklaard. Tot slot beklaagt klager zich over het optreden van een van de notarissen als executeur-afwikkelingsbewindvoerder. De kamer heeft klager niet-ontvankelijk verklaard met betrekking tot dit klachtonderdeel omdat hij de nalatenschap nog niet heeft aanvaard, en derhalve niet kan worden aangemerkt als belanghebbende.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17143a
- Datum publicatie: 01-03-2018
- Datum uitspraak: 01-03-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:25
Huisarts wordt verweten dat ze klaagster tot twee keer toe te laat heeft doorverwezen naar een specialist, waardoor de ziekte van Cogan pas laat is vastgesteld en klaagster blijvend doof aan één oor is geworden; dat ze een verkeerde diagnose heeft gesteld, namelijk somatisatie en dat er naderhand wijzigingen in het medisch dossier zijn aangebracht. Begrijpelijke verklaring voor de hoestklachten. Niet eerder verwezen omdat de klachten na medicatie verminderden. Bovendien zijn niet bij alle contactmomenten hoestklachten gemeld. Eerste verwijzing toen medicatie tegen de hoestklachten niet meer hielp. Latere verwijzing na twee weken niet ongebruikelijk lang. Niet gebleken dat verwijzing noodzakelijk was. Bij ontbreken van een alternatief, kon de diagnose “somatisatie” worden gesteld. Wijziging in dossier in overeenstemming is met de NHG richtlijn Adequate Dossiervorming met het Elektronisch PatiëntenDossier (ADEPD). Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:11 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1111
- Datum publicatie: 01-03-2018
- Datum uitspraak: 26-02-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:11
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klacht gegrond voor zover verweerster, nadat de zaak voor vonnis is komen te staan, contact heeft gezocht met de kantonrechter zonder toestemming van de wederpartij. Dat verweerster zich in die procedure niet formeel als gemachtigde heeft gesteld, doet daaraan niet af nu de kantonrechter haar kennelijk wel als zodanig heeft beschouwd. Strijd met Gedragsregel 15 lid 2. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:8 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-697 17-698
- Datum publicatie: 01-03-2018
- Datum uitspraak: 19-02-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:8
Ongegrond verzet. Klager heeft in zijn verzetschrift miskent dat de voorzitter een klacht zonder zitting (schriftelijk) mag beoordelen. Van een recht van de klager om hoe dan ook ter zitting te worden uitgenodigd en gehoord is geen sprake. Evenmin is de raad gebleken dat klager niet in de gelegenheid is gesteld om nadere stukken toe te sturen.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17143b
- Datum publicatie: 01-03-2018
- Datum uitspraak: 01-03-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:26
Huisarts wordt verweten dat ze klaagster tot twee keer toe te laat heeft doorverwezen naar een specialist, waardoor de ziekte van Cogan pas laat is vastgesteld en klaagster blijvend doof aan één oor is geworden; dat ze een verkeerde diagnose heeft gesteld, namelijk somatisatie en dat er naderhand wijzigingen in het medisch dossier zijn aangebracht. Begrijpelijke verklaring voor de hoestklachten. Niet eerder verwezen omdat de klachten na medicatie verminderden. Bovendien zijn niet bij alle contactmomenten hoestklachten gemeld. Eerste verwijzing toen medicatie tegen de hoestklachten niet meer hielp. Latere verwijzing na twee weken niet ongebruikelijk lang. Niet gebleken dat verwijzing noodzakelijk was. Bij ontbreken van een alternatief, kon de diagnose “somatisatie” worden gesteld. Wijziging in dossier in overeenstemming is met de NHG richtlijn Adequate Dossiervorming met het Elektronisch PatiëntenDossier (ADEPD). Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:12 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-701
- Datum publicatie: 01-03-2018
- Datum uitspraak: 26-02-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:12
Dekenklacht tegen advocaat die sinds 11 november 2015 is ingeschreven op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten op grond van artikel 16h Advocatenwet. Deze advocaat heeft niet voldaan aan diverse verplichtingen op grond van de Voda en de Roda. Zo heeft hij niet de vereiste opleidingspunten behaald over (een deel van) 2015 tot en met 2017 en heeft hij de puntentekorten, ondanks herhaaldelijk door de deken geboden mogelijkheid, niet ingelopen of zich daartoe bereid getoond. Daarnaast heeft de advocaat in strijd met de in Nederland geldende verplichtingen de hoofdelijke omslag over 2016 en 2017 niet betaald, beschikt hij niet over een kantoorhandboek of over een kantoorklachtenregeling, heeft hij geen geheimhoudersnummers opgegeven en is hij niet adequaat verzekerd voor zijn beroepsaansprakelijkheid. Ook het tweede dekenbezwaar wordt gegrond geoordeeld omdat de advocaat de deken heeft belemmerd in de uitvoering van zijn toezichthoudende taak door op de op verschillende momenten verzochte informatie niet jegens de deken te reageren (gedragsregel 37). Deze advocaat heeft volgens de raad op geen enkele wijze laten zien dat hij bereid is om zich aan de in Nederland voor een advocaat geldende regelgeving te conformeren. De raad constateert dat de gedragingen van de advocaat passen in een structureel patroon van volstrekt onvoldoende besef van verantwoordelijkheid in de wijze waarop hij zijn kantoor in Nederland dient te organiseren. Daarmee hebben zijn gedragingen het vertrouwen in de advocatuur in het algemeen schade toegebracht. Schrapping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:9 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-979
- Datum publicatie: 01-03-2018
- Datum uitspraak: 19-02-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:9
Voorzittersbeslissing. Klacht door (geschrapte) oud-advocaat tegen deken. Niet gebleken dat de deken klager meermalen onheus heeft behandeld, beledigd, gekleineerd en/of uitgelachten of zich op een andere wijze jegens klager onbehoorlijk heeft gedragen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:13 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-988
- Datum publicatie: 01-03-2018
- Datum uitspraak: 26-02-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:13
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Geen schending van de geheimhoudingsplicht van verweerder door een brief voor klager aan diens (voormalig) advocaat te sturen. Klacht ook voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17118
- Datum publicatie: 01-03-2018
- Datum uitspraak: 01-03-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:24
Huisarts wordt ten aanzien van consult over oogklachten onvoldoende onderzoek en onjuiste diagnose verweten alsmede het niet geven van een spoedverwijzing. Na het constateren van een scheur in het netvlies door de oogarts wordt de huisarts tevens tekortschieten in de communicatie, onvoldoende zelfkritiek en empathie en het ontbreken van een vervolggesprek verweten alsmede slecht pratijkmanagement. NHG-standaard Visusklachten niet gevolgd. Geen omstandigheden die noopten tot het afwijken van de standaard. Verweerder heeft “mouches volantes/flitsen/flikkeringen” als symptomen en “glasvochtbloeding” als diagnose in het dossier genoteerd. Spoedverwijzing had in beginsel dienen plaats te vinden. Wijze van communicatie tijdens telefoongesprek kan niet worden vastgesteld. Wel had verweerder zo spoedig mogelijk contact dienen op te nemen met de patiënte over de hem via de echtgenoot van klaagster bereikte informatie en onrust. Geen blijk van persoonlijk verwijtbaar handelen ten aanzien van praktijkmanagement. Deels gegrond. Waarschuwing en publicatie.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:10 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-609
- Datum publicatie: 01-03-2018
- Datum uitspraak: 19-02-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:10
Klacht tegen advocaat wederpartij in echtscheidingsprocedure. In het licht van het tussen partijen gevoerde stevige debat kunnen de door verweerder ingenomen stellingen niet als onnodig grievend worden aangemerkt. Van leugens en/of laster is de raad evenmin gebleken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:7 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/632212 / DW RK 17/706
- Datum publicatie: 28-02-2018
- Datum uitspraak: 16-01-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:7
Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:8 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/627388 / DW RK 17/419
- Datum publicatie: 28-02-2018
- Datum uitspraak: 16-01-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:8
Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:9 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/611052/ DW RK 16/679
- Datum publicatie: 28-02-2018
- Datum uitspraak: 09-02-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:9
Vermelden volledige adresgegevens in exploot bij geheim adres. Afwijking van eerdere rechtspraak. Artikel 45 lid 3 Rv geeft als uitgangspunt vermelding van het adres en een gerechtsdeurwaarder moet daarom gegronde redenen hebben om van dat uitgangspunt af te wijken (ECLI:NL:GHAMS:2017:3097). Het exploot is betekend aan een bewindvoerder in zijn hoedanigheid, de bewindvoerder kantoor houdt kantoor aan huis en alleen de bewindvoerder heeft een afschrift van het exploot ontvangt. De gerechtsdeurwaarder heeft een afweging gemaakt ter zake het geheime adres van klager en had geen gegronde reden om van de wettelijke regels af te wijken. De klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:10 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/616591 / DW RK 16/1091
- Datum publicatie: 28-02-2018
- Datum uitspraak: 09-02-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:10
Beslissing op verzet. Bankbeslag waardoor klager onder de beslagvrije voet kwam te leven. De kamer is het niet met de beslissing van de voorzitter eens. Onder de in de beslissing vermelde feiten en omstandigheden en feiten stelt de kamer vast dat de gerechtsdeurwaarder ten tijde van de beslaglegging in elk geval (voldoende) inzicht had in de inkomsten en uitgaven van de debiteur en dat er geen ruimte was voor een maandelijkse betaling. Indien de ontvangen gegevens omtrent de financiële situatie van klager onvoldoende waren, had het op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen nadere stukken bij klager op te vragen. De kamer benadrukt dat beslaglegging onder een bank ten laste van een debiteur een ingrijpend middel is. Er lag al beslag op het inkomen van klager als gevolg waarvan hij nog slechts een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet overhield waarvan hij de lopende kosten van bestaan moet voldoen. Door de gerechtsdeurwaarder is niet aannemelijk gemaakt dat er een aanleiding was om te veronderstellen dat de bankrekening door andere inkomsten dan de uitkering en toeslagen van klager, aan de hand waarvan de beslagvrije voet is vastgesteld, werd gevoed of dat er nog andere inkomsten zouden zijn. Dat, zoals door de gerechtsdeurwaarder ter zitting is aangevoerd, er soms toch nog geld blijkt te zijn, is daartoe te algemeen gesteld. Onder de hiervoor geschetste omstandigheden had de gerechtsdeurwaarder kunnen weten dat het door hem gelegde bankbeslag geen soelaas zou bieden om tot verhaal van de vordering te komen. Het verzet wordt gegrond verklaard, de beslissing van de voorzitter wordt vernietigd, de klacht wordt gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:11 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/620108 / DW RK 16/1324
- Datum publicatie: 28-02-2018
- Datum uitspraak: 09-02-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:11
Beslissing op verzet. Dwangsomperikelen waarin het laatste (civiele) woord nog niet is gesproken. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:4 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/611419/ DW RK 16/712
- Datum publicatie: 28-02-2018
- Datum uitspraak: 16-01-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:4
Termijn herberekenen beslagvrije voet. Niet reageren op klacht. Een juiste berekening is in hoge mate afhankelijk van informatie die door de schuldenaar moet worden verstrekt. De beslagvrije voet kan eerst op de juiste manier worden berekend op het moment dat de gerechtsdeurwaarder de beschikking heeft over deze informatie. Op grond van de feiten is de ontstane vertraging in de herberekening van de beslagvrije voet grotendeels toe te rekenen aan klager. De gerechtsdeurwaarder heeft niet gereageerd op een klacht ondanks een uitdrukkelijke toezegging daartoe. Klacht deels gegrond, geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:5 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/611416/ DW RK 16/711
- Datum publicatie: 28-02-2018
- Datum uitspraak: 16-01-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:5
Leggen van conservatoir loonbeslag zonder dat er verlof was verleend. Het beslag is ten onrechte gelegd. Het behoort tot de taak van degene die de exploten gaat betekenen te controleren of de exploten wel aan de wettelijke vereisten voldoen. Dat is hier niet (juist) gedaan zodat de klacht gegrond dient te worden verklaard. Maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:222 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/625180 / DW RK 17/251
- Datum publicatie: 28-02-2018
- Datum uitspraak: 15-12-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:222
Beslissing op verzet. Het verzet is te laat ingediend en wordt niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:6 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/624597 / DW RK 17/208
- Datum publicatie: 28-02-2018
- Datum uitspraak: 16-01-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:6
Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-126
- Datum publicatie: 27-02-2018
- Datum uitspraak: 27-02-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:24
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft in een voorlopig advies een voorwaardelijke PIJ-maatregel in overweging genomen. Dit advies is later bijgesteld naar een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Deze aanpassing is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, de gz-psycholoog heeft voldoende inzichtelijk gemaakt op basis waarvan zij tot deze gewijzigde conclusie is gekomen. Wel had zij er beter aan gedaan als zij nog nadrukkelijker aan klager (en zijn familie) had gezegd dat het om een concept-advies ging dat nog kon veranderen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/362
- Datum publicatie: 27-02-2018
- Datum uitspraak: 27-02-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:23
Klagers verwijten de kinderarts dat deze ten onrechte een melding heeft gedaan bij Veilig Thuis met betrekking tot klagers zoontje. Deze melding is, aldus klagers, gebaseerd op onzorgvuldig dossierbeheer. Voorts is het protocol Kindermishandeling niet gevolgd en is door de kinderarts in het kader van het onderzoek naar de kindermishandeling geen optimale zorg toegepast. Bovendien heeft de kinderarts het medisch beroepsgeheim geschonden. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-225
- Datum publicatie: 27-02-2018
- Datum uitspraak: 27-02-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:25
Gegronde klacht tegen een psychotherapeut. De psychotherapeut had klaagster op de hoogte moeten brengen van het intakegesprek met de dochter van klaagster en de daarop aansluitende start van de behandeling. Het is evenmin juist dat is gewacht met het opstarten van de gesprekken met klaagster. Mede gelet op het door de kinderrechter aangegeven doel van de systeemtherapie had het voor de hand gelegen dat er gesprekken met klaagster zouden worden gevoerd. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 257/2017
- Datum publicatie: 27-02-2018
- Datum uitspraak: 27-02-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:53
Klacht tegen psychiater ongegrond. De psychiater heeft bij klager een specialistische rijbewijskeuring verricht in het kader van een Eigen Verklaring (Gezondheidsverklaring). Het door de psychiater in dat kader opgestelde keuringsrapport voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het college is van oordeel dat verweerder ten tijde van de keuring in redelijkheid tot de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin kon komen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/422
- Datum publicatie: 27-02-2018
- Datum uitspraak: 27-02-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:24
Klaagster, de IGJ i.o., verwijt de huisarts dat hij in strijd heeft gehandeld met de zorg die hij in zijn hoedanigheid als (waarnemend) huisarts had behoren te betrachten ten opzichte van de patiënte. De huisarts heeft volgens klaagster onder meer seksueel grensoverschrijdend gehandeld door een niet geïncideerd onderzoek van de mammae en een niet geïndiceerd VT uit te voeren. Gegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:3 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-314
- Datum publicatie: 27-02-2018
- Datum uitspraak: 26-02-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:3
Klacht tussen advocaten. Advocaat verwijt collega ermee te dreigen dat hij standpunten die klaagster innam in een tegen haar aanhangig gemaakte klachtprocedure zal inbrengen in de inhoudelijke procedure waarin de cliënten van klaagster en verweerder de partijen zijn. De vraag kan in het midden blijven of het geoorloofd zou zijn geweest om een brief uit de klachtprocedure in een civiele procedure over te leggen en wat de waarde daarvan zou zijn geweest. Een mededeling gedaan in een klachtprocedure kan niet gelijkgesteld worden met een mededeling die in een civiele procedure namens de cliënt is gedaan. De brief is uiteindelijk niet in het geding gebracht. Om die reden komt de raad aan een beoordeling van de klacht niet toe. Voorts klaagt klager erover dat verweerder rechtstreeks contact heeft opgenomen met de verzekeraar van de cliënte van klaagster met als doel dat klaagster als advocaat van het dossier zou worden gehaald. De raad is van oordeel dat verweerder heeft mogen handelen zoals hij heeft gedaan. De verzekeraar had geen belangenbehartiger in de zaak. Verweerder kon op grond van de wet namens zijn cliënt een rechtstreekse actie jegens de verzekeraar instellen en er is geen regel, en met name artikel 46 van de gedragsregels niet, die een advocaat verbiedt om indien hij meent dat dit in het belang van zijn cliënt is rechtstreeks de verzekeraar van zijn wederpartij te benaderen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:4 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-482
- Datum publicatie: 27-02-2018
- Datum uitspraak: 26-02-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:4
Diverse klachten tegen advocaat wederpartij. Klacht over zich onnodig grievend en/of denigrerend met betrekking tot klager uitlaten gegrond verklaard. Weliswaar heeft de advocaat van de wederpartij een grote mate van vrijheid om zich uit te laten op een wijze die hem in het belang van zijn cliënt goed dunkt maar deze vindt zijn grens waar bij voortduring een aanmatigende toon, althans een onnodig aanmatigende toon, wordt aangeslagen. Een dergelijke correspondentie is, hoewel deze is gevoerd in de context van een hoog opgelopen conflict tussen partijen, niet welwillend, niet constructief en dient geen gerechtvaardigd doel, en is derhalve voor een advocaat niet passend. Klager beklaagt zich er ook over dat verweerder hem rechtstreeks heeft benaderd terwijl hij door een jurist van ARAG rechtsbijstand werd bijgestaan. Ingevolge gedragsregel 18 is het een advocaat niet toegestaan zich rechtstreeks te wenden tot een wederpartij waarvan hij weet dat hij zich door een advocaat laat bijstaan. Deze regel is hier echter niet van toepassing omdat genoemd jurist geen advocaat is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:5 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-173
- Datum publicatie: 27-02-2018
- Datum uitspraak: 26-02-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:5
Klacht betreft het niet tijdig in het geding brengen van producties. Klager verwijt zijn advocaat dat hij pas één dag voor de mondelinge behandeling nog achttien producties heeft overgelegd met als gevolg dat de rechtbank deze producties wegens het late tijdstip van overlegging buiten beschouwing heeft gelaten. Klacht ongegrond. De achttien producties zijn ingebracht naar aanleiding van het verweerschrift van de verzekeraar, dat eerst kort voor de mondelinge behandeling werd ontvangen. Niet, althans onvoldoende, is door klager weersproken, dat een deel van de achttien producties niet eerder dan in de week voorafgaande aan de mondelinge behandeling en een aantal daarvan niet eerder dan twee dagen voor de mondelinge behandeling ter beschikking van verweerder zijn gekomen. Voorts is niet, althans onvoldoende, door klager weersproken dat oorspronkelijk was afgesproken dat de stukken betreffende het arbeidsverleden van klager niet in het geding gebracht zou worden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:6 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-671
- Datum publicatie: 27-02-2018
- Datum uitspraak: 26-02-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:6
Klacht tussen advocaten. Klager verwijt verweerder dat hij in strijd met gedragsregel 12 zonder toestemming van klager en zonder overleg met de deken een confraternele brief in het geding heeft gebracht. De vraag die voorligt is of de brief in kwestie beschouwd moet worden als een brief waarop genoemde gedragsregels van toepassing zijn. Het belang van de gedragsregels 12 en 13 is het waarborgen van de vrijheid van advocaten om in de fase van overleg en onderhandelingen om een minnelijke schikking te bereiken een standpunt in te nemen zonder het risico dat dit standpunt hun later door de rechter zal worden tegengeworpen, mocht een minnelijke schikking niet tot stand komen. De brief in kwestie is ondertekend door klager, die in de procedure procespartij en niet de behandelend advocaat was. De brief bevat een inhoudelijke toelichting van klager op zijn declaraties, die het onderwerp van de procedure waren. Het is dus een partijbrief en geen confraternele brief waardoor reeds hierdoor van een schending van de hiervoor vermelde gedragsregels geen sprake is. Bovendien is het een brief die in het kader van de procedures is gewisseld en waarnaar de kantoorgenoot van klager, die als advocaat optrad, al in zijn processtukken verwijst zodat ook niet valt in te zien in welke zin sprake is van een schending van de bij artikel 12 en 13 betrokken belangen zoals hiervoor beschreven.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-228
- Datum publicatie: 27-02-2018
- Datum uitspraak: 27-02-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:23
Gegronde klacht tegen een (waarnemend) huisarts. Enkele verschijnselen, zoals onder meer de heftige hoofdpijn gedurende vijf dagen, het gevoelde knapje in het achterhoofd, de dronkemansgang en het wazig zien, hadden, in onderlinge samenhang bezien, aanleiding moeten zijn om ofwel klager in te sturen naar het ziekenhuis voor nader onderzoek, ofwel uitdrukkelijker instructies te geven ten behoeve van de arts die klager de volgende dag zou consulteren, of dat nu de eigen huisarts van klager zou zijn of ook weer een waarnemend arts. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:7 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-606
- Datum publicatie: 27-02-2018
- Datum uitspraak: 26-02-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:7
Klacht over niet bespreken van de financiële draagkracht van klaagster en ten onrechte geen toevoeging aan vragen door de eigen advocaat met als gevolg dat klaagster hoge kosten voor de werkzaamheden van verweerster heeft moeten voldoen. Klacht ongegrond. De toepasselijke gedragsregel is ingegeven door het belang dat goed wordt gecommuniceerd over de kosten die de advocaat voor zijn werkzaamheden in rekening brengt en over het systeem van door de overheid gesubsidieerde rechtsbijstand, waaraan een advocaat niet verplicht behoeft deel te nemen. Oorspronkelijk heeft klaagster de voorschotnota en de tussentijdse nota’s van verweerster voldaan en nadat verweerster alsnog voor klaagster een toevoeging had aangevraagd is verweerster nog twee jaar lang voor klaagster blijven optreden. Kennelijk vormden de tot dan toe door verweerster verzonden en grotendeels door klaagster betaalde nota’s daarvoor geen belemmering en had klaagster in die periode niet de behoefte om deze nader aan de orde te stellen c.q. daarover te klagen. Daaruit moet worden afgeleid dat klaagster er ook op dat moment nog van uit ging dat zij de kosten van verweerster uit hetgeen zij uit de boedelscheiding zou ontvangen zou kunnen betalen
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/300
- Datum publicatie: 27-02-2018
- Datum uitspraak: 27-02-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:22
De klacht houdt samengevat in dat de vertrouwensarts in het samenstellen van haar rapportages en berichtgeving over klagers zoontje onzorgvuldig jegens klagers heeft gehandeld. Klagers verwijten verweerster onder andere dat zij in deze rapportage een beeld van klagers schetst (danwel tracht te schetsen) dat overeenkomt met haar uitgangspunt dat er sprake is van PCF bij klagers zoontje. Ongegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:210 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-352
- Datum publicatie: 26-02-2018
- Datum uitspraak: 30-08-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:210
Verweerders staan een aantal vennootschappen bij. Klagers zijn certificaathouders van 2 daaraan gelieerde vennootschappen. De raad stelt vast dat het advocatenkantoor /verweerder met medeweten van de Nederlandse Orde van Advocaten een strategische alliantie heeft gesloten met de fiscale partners van Mazars. De raad ziet niet in in welke zin verweerders binnen dat samenwerkingsverband verweten kan worden dat zij over en weer vertrouwelijke informatie hebben uitgewisseld, temeer daar hun cliënten hen daarvoor toestemming hebben gegeven. Voor zover klagers stellen dat verweerders door hun samenwerking met Mazars ook toegang hebben gehad tot financiële (privé)informatie van één van klagers waarover Mazars beschikte zal die klager zich dienen te wenden tot Mazars; niet tot verweerders. Dat die persoonlijke informatie is uitgewisseld is de raad overigens niet gebleken. De raad begrijpt dat klagers een financieel belang hebben in hun geschil met hun vader en de aan hem gelieerde vennootschappen, maar daarvoor staan andere (juridische) wegen open. Op grond van het vorenstaande is de raad van oordeel dat verweerders met hun handelen in de kwestie van klagers het vertrouwen in de advocatuur niet hebben geschaad en voorts van oordeel dat verweerders daarbij op onafhankelijke en integere wijze zijn opgetreden. Ongegrond. Klagers worden in hun andere klachtonderdeel niet-ontvankelijk verklaard. Klagers hebben geen toereikend (rechtstreeks) belang daarbij omdat zij certificaathouders zijn van 2 vennootschappen en geen aandeelhouders met de daaraan gekoppelde rechten. Het in dit klachtonderdeel gemaakte verwijt betreft klagers niet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:40 Raad van Discipline Amsterdam 18-007/A/A
- Datum publicatie: 26-02-2018
- Datum uitspraak: 19-02-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:40
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de zaak van de echtgenoot van klaagster niet onredelijk laat overgedragen. Dat verweerster vertrouwelijke informatie over klaagster, afkomstig van mr. B, met de huidige advocaat van de echtgenoot van klaagster heeft gedeeld, heeft klaagster onvoldoende feitelijk onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 218/2018
- Datum publicatie: 25-02-2018
- Datum uitspraak: 25-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:36
Klacht tegen UWV-arts in verband met beoordeling na één jaar Ziektewet. Raadkamerbeslissing. Klacht over leugenachtig rapporteren en onvoldoende informatie vragen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:32 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170272
- Datum publicatie: 23-02-2018
- Datum uitspraak: 05-02-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:32
Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening en de hoogte van de declaratie. Het hof deelt het oordeel van de raad dat de door de advocaat voorgestane aanpak van de zaak goed verdedigbaar en niet in strijd met de kwaliteitseisen is. Dat een declaratiemaximum van € 10.000 zou zijn afgesproken, is ook in hoger beroep niet komen vast te staan. Klacht ongegrond. Bekrachtiging.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 015/2018
- Datum publicatie: 23-02-2018
- Datum uitspraak: 23-02-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:52
Klacht over door tandarts afgelegde verklaring. Niet kan worden aangenomen dat aangeklaagde de verklaring heeft geschreven in zijn professionele hoedanigheid. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17149a
- Datum publicatie: 23-02-2018
- Datum uitspraak: 23-02-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:39
Cardioloog. Klacht: Uitsluitend op basis van symptomen gehandeld. Te lang gewacht met gericht optreden (1); eerder aan (peri) myocarditis moeten denken (2), als anders gehandeld, zou moeder van klaagster nog leven en als beter gecommuniceerd had klaagster op andere wijze afscheid kunnen nemen (3); onvoldoende dossiervorming (4), patiënte niet serieus genomen door niet naar haar te luisteren, zoals toen zij vroeg om klaagster en pastoor (5). College: geheel ongegrond. Uit medisch dossier blijkt uitgebreide anamnese en uitgebreid onderzoek. Differentiaaldiagnose op basis van bevindingen bijgesteld. Ingestelde behandeling adequaat. Zorgvuldig gehandeld, juiste onderzoeken verricht en vergaarde gegevens konden conclusie dragen (1 en 2). Het college mag geen oordeel geven over het causaal verband (3). Onvoldoende dossiervorming niet gebleken (4). Cardioloog niet betrokken bij vraag patiënte om pastoor en klaagster (5).
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 135/2017
- Datum publicatie: 23-02-2018
- Datum uitspraak: 23-02-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:47
Klacht tegen gz-psycholoog kennelijk ongegrond. Er is geen rechtsregel die verplicht, en evenmin is voorgeschreven, dat verweerster de stukken per aangetekende post had moeten verzenden. Hoewel het beter ware geweest om kort voor verzending van de stukken nogmaals bij klaagster het adres te verifiëren en wel gebruik te maken van aangetekende verzending, kan het handelen van verweerster de tuchtrechtelijke toets doorstaan. Dat de toenmalige huurbaas de informatie in een andere procedure heeft ingebracht kan niet leiden tot een ander oordeel.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 445
- Pagina: 446
- Pagina: 447
- ...
- Pagina: 963
- Volgende pagina zoekresultaten