Zoekresultaten 22001-22050 van de 48142 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:64 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-710
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 12-03-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:64
Verweerder heeft blijkens de klacht van klager tijdens de behandeling van een strafzaak tegen klager achtergrondinformatie over klager niet naar voren gebracht. Hij heeft klager geadviseerd niets te vertellen over zijn nare levensloop. Verweerder erkent dat hij dat gedaan heeft omdat een dergelijk verweer niet paste in het overige – vrijspraak- verweer dat verweerder in overleg met klager voerde. Overigens is bedoelde achtergrondinformatie tijdens de strafzitting wel degelijk aan de orde geweest. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is aannemelijk geworden dat klager instemde met de aanpak van verweerder. De klacht is daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-374
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 15-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:58
Klacht tegen eigen advocaat gegrond. Verweerder heeft nagelaten namens klagers een conclusie van dupliek in te dienen waarna vonnis is gewezen. Verweerder heeft weliswaar gesteld wel een conclusie te hebben geschreven maar deze stelling is met geen enkel bewijsstuk onderbouwd. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:65 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-465
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 26-03-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:65
Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster wilde aanvullend betaald worden na het maken van een fixed fee afspraak omdat de zaak tegenviel. Door zich te onttrekken aan de zaak nadat haar duidelijk was dat klaagster geen andere betalingsafspraak wilde, heeft verweerster ten onrechte het financiële risico op haar cliënt afgewenteld. Daarnaast heeft verweerster, tegen de uitdrukkelijke wens van klaagster in, onvoldoende gecommuniceerd over een conceptprocesstuk. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-392
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 15-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:59
Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door zijn berichten aan de rechtbank niet ook in kopie en per gelijke post aan de gemachtigde van klaagster te richten, nu hem bekend kon zijn dat klaagster zich door een gemachtigde liet bijstaan. Daarnaast heeft verweerder nagelaten om in het verzoekschrift te vermelden dat klaagster werd bijgestaan door een gemachtigde. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:220 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-880
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:220
Wraking. Verzoeker heeft tijdens de behandeling van zijn verzetzaak de behandelende raad verzocht om aangifte wegens meineed te doen tegen een met name genoemd persoon. Dit is door de behandelende raad geweigerd, waarna de raad is gewraakt. Het wrakingsverzoek is eerst buiten behandeling gesteld en na de zitting alsnog door de wrakingskamer schriftelijk afgedaan, zonder zitting (art.4 wrakingsprotocol). Het door verzoeker tegen verweerders aangevoerde bezwaar faalt. De bevoegdheid om aangifte te doen is geregeld in artikel 161 van het Wetboek van Strafvordering. In verband met dit wetsartikel heeft de Hoge Raad bepaald in zijn arrest van 30 maart 1998, NJ 1998, 554, dat het de rechter niet vrijstaat om aangifte te doen naar aanleiding van een mondelinge behandeling op een openbare zitting. Naar het oordeel van de wrakingskamer is dit voor de tuchtrechter niet anders. Overigens bestaat er alleen een bevoegdheid tot het doen van aangifte als men kennis draagt van een strafbaar feit. Of er sprake was van tuchtrechtelijk verwijt, en daarmee mogelijk van een strafbaar feit, diende nu juist door verweerders onderzocht te worden, waarmee aangifte “op voorhand” natuurlijk niet te verenigen is, nog daargelaten het feit dat de tuchtrechter, zoals hiervoor overwogen, daartoe geen bevoegdheid heeft. Wrakingsverzoek afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1046
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 03-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:53
Voorzittersbeslissing: klacht tegen eigen advocaat. Klacht deels niet-ontvankelijk nu daarover al eerder en onherroepelijk door de raad is beslist. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond wegens het ontbreken van een feitelijke grondslag.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:66 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-354
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 03-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:66
Klaagster die langdurig ziek was is in een arbeidsgeschil verwikkeld geraakt met haar werkgever, cliënte van verweerder. De vraag die tuchtrechtelijk ter beoordeling voor lag is of verweerster, ongeacht wat het UWV daarover heeft geschreven, zich er zelf van had moeten vergewissen of zij de door haar ontvangen medische en daarmee privacygevoelige gegevens van klaagster in de bezwaarprocedure bij het UWV wel mocht gebruiken en als producties mocht overleggen bij het verweerschrift in de andere procedure – arbeidsgeschil - tussen partijen bij het gerechtshof. De raad beantwoordt dit bevestigend. Klaagster heeft daarvoor geen toestemming gegeven. Weliswaar heeft verweerster kort daarna de bewuste producties alsnog teruggetrokken, maar tijdens de zitting bij het hof heeft verweerster, zoals blijkt uit haar pleitnota, naar het oordeel van de raad te veel informatie over de medische situatie van klaagster met het hof gedeeld, daarmee haar – door de deken geadviseerde - terugtrekking van de gewraakte bijlagen weer ontkrachtend. Daarnaast wordt verweerster tuchtrechtelijk verweten dat zij in de procedure bij het hof feitelijke onwaarheden heeft geponeerd over de ziekte van klaagster. Het standpunt daarover in deze procedure van verweerster valt niet te rijmen met het door haar in de procedure bij het hof ingenomen standpunt. Klachten in zoverre gegrond. Maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:221 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-415
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 26-03-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:221
Klacht tegen advocaat wederpartij ongegrond. Naar het oordeel van de raad mocht verweerster als partijdig belangenbehartiger de stellingen en feiten namens haar cliënt in de procedure aanvoeren zoals zij dat heeft gedaan. Niet gebleken dat verweerster klaagster (onnodig) heeft beledigd, bewust onwaarheden heeft verkondigd of de procedure heeft willen blokkeren.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-185
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 04-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:60
Wrakingsverzoek tegen twee leden van de raad kennelijk ongegrond. Uit de omstandigheid dat de voorzitter ter zitting niet direct en alleen (zonder de overige leden van de raad) op het verzoek van verzoeker om zijn probleem op te lossen heeft willen beslissen, volgt geen (vrees voor) rechterlijke partijdigheid. Datzelfde geldt voor het feit dat een ander lid van de raad al eerder over een klacht van verzoeker heeft (mede)beslist. Dat deze tuchtrechter stukken aan verzoeker heeft teruggegeven die de voorzitter na de schorsing van de behandeling ter zitting heeft geweigerd is evenmin een grond voor wraking.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-345
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 05-02-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:54
Klager stelt dat de voorzitter zijn klacht ten onrecht kennelijk ongegrond heeft verklaard. De klacht tegen verweerster is wel degelijk gegrond. Verweerster heeft het vertrouwen in de advocatuur geschaad door te liegen onder ede tijdens het getuigenverhoor bij de rechtbank. Omdat niet is komen vast te staan dat verweerster gelogen heeft is de klacht terecht kennelijk ongegrond verklaard en ook het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:67 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-390
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 29-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:67
Betreft een klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft terecht aangenomen dat hij niet op de mogelijkheid van een toevoeging hoefde te wijzen omdat het om een puur zakelijk geschil ging terwijl niet gebleken is dat de uitkomst van de procedure gevolgen had voor het voortbestaan van de onderneming van klager. Bovendien verleende verweerder klager al 25 jaar op betalende basis rechtsbijstand en er was geen reden om aan te nemen dat klager thans voor een toevoeging in aanmerking zou komen. Ten aanzien van de kwaliteit van de werkzaamheden is niet gebleken dat die beneden de maat is geweest en dat verweerder de procedure verkeerd heeft aangepakt. Verweerder is niet tekort geschoten in de voorlichting over de kansen van klager in de procedure. Diverse onderwerpen zijn besproken, zoals volgt uit een e-mail van verweerder die klager heeft ontvangen. Verder is niet gebleken dat verweerder de door klager verstrekte informatie onvoldoende heeft verwerkt. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-418
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 12-03-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:61
Verweerder heeft een “second opinion” gegeven over een geschil van klaagster met een aantal familieleden. Verweerder is van mening dat een procedure tegen deze familieleden over de meeste aspecten van deze zaak weinig kans op succes zal hebben. Over het strafrechtelijke aspect laat hij zich niet uit omdat hij geen deskundige op dat terrein is. Klaagster is het oneens met opvattingen van verweerder. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder niet tuchtrechtelijk onjuist gehandeld door zijn opinie weer te geven zoals hij dat gedaan heeft. De klacht is dus ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-329
- Datum publicatie: 04-04-2018
- Datum uitspraak: 03-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:55
Aan de vraag of verweerder zijn geheimhoudingsplicht jegens zijn voormalig cliënt heeft geschonden, komt de raad niet toe nu de raad niet kan vaststellen of verweerder ter zake tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-116a
- Datum publicatie: 03-04-2018
- Datum uitspraak: 03-04-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:43
Ongegronde klacht tegen een chirurg. Een aantal klachtonderdelen kan de chirurg niet verweten worden, omdat hij desbetreffende periode op vakantie was. Binnen de beroepsgroep is het gebruikelijk om bij een ophoping van vocht in de buik deze eerst proberen te verwijderen door middel van drains. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-116b
- Datum publicatie: 03-04-2018
- Datum uitspraak: 03-04-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:44
Ongegronde klacht tegen een chirurg. Geen medische indicatie om onmiddellijk een echo te maken. Binnen de beroepsgroep is het gebruikelijk om bij een ophoping van vocht in de buik deze eerst proberen te verwijderen door middel van drains. De regie, communicatie en klachtbehandeling binnen het ziekenhuis had beter gekund. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-116c
- Datum publicatie: 03-04-2018
- Datum uitspraak: 03-04-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:45
Ongegronde klacht tegen een chirurg. Geen medische indicatie om onmiddellijk een echo te maken. Binnen de beroepsgroep is het gebruikelijk om bij een ophoping van vocht in de buik deze eerst proberen te verwijderen door middel van drains. De regie, communicatie en klachtbehandeling binnen het ziekenhuis had beter gekund. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-116d
- Datum publicatie: 03-04-2018
- Datum uitspraak: 03-04-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:46
Ongegronde klacht tegen een chirurg. Geen medische indicatie om onmiddellijk een echo te maken. Binnen de beroepsgroep is het gebruikelijk om bij een ophoping van vocht in de buik deze eerst proberen te verwijderen door middel van drains. De regie, communicatie en klachtbehandeling binnen het ziekenhuis had beter gekund. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 050/2017
- Datum publicatie: 30-03-2018
- Datum uitspraak: 30-03-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:71
Klacht tegen fysiotherapeut vanwege het aanschaffen en uitproberen van orthopedisch schoeisel bij een wilsonbekwame patiënte tegen de wil van de curator. Het college oordeelt dat verweerder hiermee niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld nu de beslissing hierover in een multidisciplinair overleg was genomen onder verantwoordelijkheid van de arts verstandelijk gehandicapten. Ook overigens is niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.431
- Datum publicatie: 30-03-2018
- Datum uitspraak: 29-03-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:97
Klaagster is in 2013 thuis bezocht door de aangeklaagde psychiater en een sociaal psychiatrisch verpleegkundige. De psychiater is werkzaam in een team van een instelling voor geestelijke gezondheid dat gericht is op zorgmijders. Aanleiding voor het bezoek was gelegen in klachten omtrent geluidsoverlast en vermoedens van een psychotisch toestandsbeeld bij klaagster. De psychiater heeft geconcludeerd dat sprake was van een paranoïd psychotisch beeld met complottheorieën en (reuk/tactiele) hallucinaties. Klaagster verwijt de psychiater: 1. dat hij haar tijdens het bezoek niet juist heeft ingelicht over zijn functie en haar onder valse voorwendselen heeft overgehaald zich door TOP te laten begeleiden; 2. dat bij de instelling een valselijk medisch dossier is opgemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond zonder nader onderzoek af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.466
- Datum publicatie: 30-03-2018
- Datum uitspraak: 29-03-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:98
Klacht tegen huisarts. Klager verwijt huisarts dat deze niet adequaat heeft gereageerd op neurologische uitvalsverschijnselen. Hierdoor werd klager te laat verwezen naar een neuroloog en werd te laat vastgesteld dat er bij klager sprake was van een CVA. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ten aanzien van het handelen van de huisarts op 3 november 2016 gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege acht klager in zijn beroep ontvankelijk en acht de klacht ook ten aanzien van het handelen van de huisarts na 3 november 2016 gegrond. Geen omstandigheden aanwezig om een andere maatregel op te leggen dan een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:15 Accountantskamer Zwolle 17/1144 Wtra AK
- Datum publicatie: 30-03-2018
- Datum uitspraak: 30-03-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:15
Accountant treedt op voor beide echtelieden en een onderneming van de man. De echtelieden raken in echtscheiding. De accountant heeft onvoldoende het conceptueel raamwerk van art. 21 VGBA nageleefd en zich in strijd met het fundamenteel beginsel van objectiviteit gedragen door zonder overleg met klaagster (de vrouw) zich mede namens haar tot de Belastingdienst te wenden en een standpunt in te nemen. E.e.a. is ook in strijd met het beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:16 Accountantskamer Zwolle 17/1264 Wtra AK
- Datum publicatie: 30-03-2018
- Datum uitspraak: 30-03-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:16
Klacht niet-ontvankelijk want in strijd met het beginsel van concentratie van klachten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 049/2017
- Datum publicatie: 30-03-2018
- Datum uitspraak: 30-03-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:70
Klacht van curator tegen arts verstandelijk gehandicapten. Verweerster heeft voordat zij de orthopedische schoenen voorschreef geen toestemming verzocht van de curator. Die toestemming was naar het oordeel van het college wel vereist. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen veronderstellen dat verweerster zich zou kunnen beroepen op artikel 7:465 lid 4 BW, dat bepaalt dat de hulpverlener zijn verplichtingen jegens de curator niet hoeft na te komen indien deze niet verenigbaar is met de zorg van een goed hulpverlener. Klacht gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/81 en 82
- Datum publicatie: 29-03-2018
- Datum uitspraak: 19-03-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:1
Klacht van BFT tegen notaris (N) en kandidaat-notaris (KN) n.a.v. berichtgeving over Panama Papers. Overdracht van aandelen in Nederlandse B.V. aan partij in Panama in april 2015 in verband met (schijn)transactie van onroerend goed in Ecuador. KN heeft informatie over de beoogde transactie, vervat in e-mailstring en in bijlage bij e-mail, gemist. KN en N (die heeft vertrouwd op de handelwijze van de ervaren KN) hebben verklaard dat zij zeker anders zouden hebben gehandeld als zij ten tijde van de voorgenomen transactie kennis zouden hebben genomen van die informatie en dat deze voor hen destijds zonder meer aanleiding zou hebben gevormd om nader onderzoek te verrichten. N heeft erkend dat het kantoorbeleid destijds niet afdoende was sinds op 1 januari 2013 de reikwijdte van de WWFT voor (kandidaat-) notarissen was uitgebreid. KN en N in gelijke mate verantwoordelijk voor gang van zaken. Van een KN mag een hoge mate van zorgvuldigheid worden verwacht. Kamer acht het verwijtbaar dat cruciale informatie is gemist, als gevolg waarvan de N een akte van aandelenoverdracht heeft gepasseerd zonder dat daaraan voorafgaand voldoende onderzoek is verricht en zonder dat (voldoende) stil is gestaan bij de vraag of uit hoofde van de WWFT een verscherpt cliëntenonderzoek had moeten worden verricht, of melding had moeten worden gemaakt van een ongebruikelijke transactie en of er aanleiding was om diensten te weigeren of op te schorten in afwachting van de uitkomst van nader onderzoek. Gelet op de belangrijke positie van de notaris in het rechtsverkeer, waaronder de rol van “poortwachter”, rekent de kamer het de KN en de N ernstig aan dat zij de relevante informatie hebben gemist. KN en N betreuren hun handelwijze zeer. Gegrond, maatregel van berisping met besluit tot openbaarheid van deze maatregel voor KN en N.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:49 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-875
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 22-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:49
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen (voormalig) deken kennelijk ongegrond. Niet aannemelijk gemaakt dat de deken de klacht van klaagster tegen haar voormalig advocaat onvoldoende heeft onderzocht of gegevens heeft achtergehouden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:40 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/629256/NT 17-48 (B)
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:40
De door klager aangevoerde feiten en omstandigheden brengen niet automatisch met zich dat erflater wilsonbekwaam was tot het opmaken van zijn uiterste wilsbeschikking. Echter de wetenschap van de dementie van erflater, de reden tot wijziging van het testament (die in het eerste gesprek anders bleek te zijn dan de notaris aanvankelijk was medegedeeld), de verklaring van erflater zelf in de aangifte dat hij niet goed meer wist wat er destijds was gebeurd, de omstandigheid dat [D] (overigens niet uit eigen wetenschap) volgens het proces-verbaal van aangifte heeft verklaard wat er gebeurd zou zijn, gecombineerd met het feit dat de instructie tot het testament afkomstig was van [C], de hoge leeftijd van erflater en het feit dat het nieuwe testament ingrijpend afweek van het vorige (dat minder dan een jaar oud was), hadden naar het oordeel van de kamer tot extra zorgvuldigheid van de notaris moeten leiden. Niet alleen had de meegenomen aangifte - waarin de verbalisant woordelijk opmerkt “[erflater] is dementerend, daarom heeft [erflater] zijn schoonzus [D] en buurman [C] meegenomen voor het doen van aangifte”- dan ook een duidelijk signaal voor de notaris moeten zijn, maar ook de mededeling dat notaris [Y] had geweigerd een testament op te stellen zonder een verklaring van een onafhankelijke arts, aangesloten bij de Vereniging van Indicerende en Adviserende artsen (hierna: VIA-arts), had voor extra alertheid bij de notaris moeten zorgen. Onder deze omstandigheden had de notaris naar het oordeel van de kamer gerede twijfel over de wilsbekwaamheid van erflater behoren te hebben en had het voor de hand gelegen dat hij - gelijk het Stappenplan adviseert – zich bij zijn besluitvorming ter zake had laten bijstaan door medewerkers van zijn kantoor en hen als getuigen had laten optreden bij het (eventueel) passeren van het testament. Minst genomen had hij evenwel, alvorens een eigen oordeel over de wilsbekwaamheid van erflater te vormen, informatie moeten inwinnen bij een VIA-arts, of zich anderszins moeten laten voorlichten over de geestesgesteldheid van erflater. De notaris kan tuchtrechtelijk worden verweten dat hij dat heeft nagelaten. De klacht is dan ook gegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:9 Kamer voor het notariaat Amsterdam 637837 /NT 17-73
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 15-03-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:9
Klager heeft ter zitting bevestigd dat hij tegen de notaris heeft verklaard dat de tekening aan de koopovereenkomst leidend is voor het antwoord op de vraag welk perceelsgedeelte klager destijds heeft gekocht. Vast staat voorts dat het perceelsgedeelte ten noord oosten (rechts) van de toen al bestaande sloot dat na de inschrijving van de akte van levering op naam van klager is gesteld ook na de transactie tussen partijen in het bezit van de verkoper is gebleven en door deze is gebruikt. Hieruit volgt dat dit perceelsgedeelte geen deel uitmaakte van de transactie tussen partijen. Nu voorts in de destijds door partijen getekende koopovereenkomst geen oppervlakte van het verkochte is vermeld, en daarin voor de aanduiding van het verkochte wordt verwezen naar de “aangehechte schets”, heeft de notaris met recht tot de conclusie kunnen komen dat de leveringsakte, waarin het verkochte is omschreven als de Noord-Hollandse stolpwoning c.a. “ter grootte van ongeveer negenenveertig are (..), uitmakende een (..) resterend gedeelte van het terrein aldaar, (..) no. 1390”, een kennelijke verschrijving bevat. Het verwijt van klager dat de notaris niet had mogen overgaan tot het opmaken van een proces-verbaal tot verbetering van de leveringsakte, acht de kamer dan ook ongegrond. Weliswaar was het beter geweest als de notaris partijen van tevoren had laten weten voornemens te zijn een proces-verbaal van verbetering op te maken, maar tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat niet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:51 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170269
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 26-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:51
Verweerder is ten aanzien van verschillende aspecten van nauwgezetheid en zorgvuldigheid in financiële aangelegenheden in gebreke gebleven. Hij heeft te lang gedraald met het uitbetalen van bedragen (derdengelden) die hij voor klaagster onder zich hield en heeft hierover ook gebrekkig gecommuniceerd terwijl het gelet op de met de deurwaarder gemaakte afspraak van belang was adequaat en voortvarend te behandelen. Anders dan de raad acht het hof de klacht dat verweerder zonder toestemming van klaagster derdengelden zonder haar toestemming rechtstreeks naar de deurwaarder heeft overgemaakt, ongegrond. Berisping. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:50 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-080
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 15-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:50
Ongegrond verzet. Volgens de voorzitter heeft klaagster zich in eerste instantie akkoord verklaard met het door verweerder gegeven advies. Kennelijk is klaagster daarop later teruggekomen maar dat maakt niet dat het oordeel van de voorzitter op dit punt onjuist is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:52 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170279
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 26-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:52
De gedragingen die de advocaat worden verweten - brandstichting en vernieling van een woning - hebben zich in de prive sfeer voorgedaan. Met de raad is het hof van oordeel dat de verweten gedraging in het licht van zijn beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd moeten worden geacht. De verweten gedragingen raken de integriteit van een advocaat. De verweten gedragingen zijn daarmee vatbaar voor een tuchtrechtelijke toetsing. De raad acht bewezen dat door toedoen van verweerder brand heeft gewoed in de vakantiewoning van klaagster en dat hij ook overigens vernielingen heeft aangebracht in die woning. In zijn beroepschrift heeft verweerder slechts aangegeven dat de raad van onjuiste feiten is uitgegaan, dat de weergave van zijn verklaring door zijn voormalig werkgever onjuist is en dat de politie hem niet heeft staande- noch aangehouden. Verweerder verzuimt echter zijn stellingen nader te onderbouwen danwel te concretiseren. Hij geeft geen verklaring hoe de brand zou kunnen zijn ontstaan en de vernielingen zijn verricht. Klacht gegrond. Onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken. Bekrachtiging.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:51 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-552
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 29-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:51
Klacht van cliënt. Gestelde tekortkomingen zijn niet komen vast te staan. Zo is niet gebleken van een vaste prijsafspraak i.p.v een uurtarief. De schriftelijke bevestiging van een opdracht aan de advocaat hoeft niet te worden ondertekend door de cliënt. Ook is niet gebleken dat de advocaat tekort is geschoten in zijn informatie over de mogelijkheid van rechtshulp op toevoegingsbasis dan wel dat de kwaliteit van zijn werkzaamheden onder de maat is gebleven, terwijl ook overigens niet van enig klachtwaardig handelen van de advocaat is gebleken. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:53 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170220
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 26-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:53
Verzoek tot herziening van de beslissing van het hof, waarin de klacht tegen verzoeker gegrond is verklaard en aan hem de maatregel van een schorsing voor de duur van een maand is opgelegd. Verzoeker beroept zich op schending van eeen fundamenteel rechtsbeginsel. Aan een inhoudelijke beoordeling van de eerste twee gronden voor herziening komt het hof niet toe, omdat de termijn waarbinnen een herzieningsverzoek op deze gronden moet worden ingediend is overschreden. De derde grond, schending van het beginsel van hoor en wederhoor doordat verzoeker niet in de gelegenheid was gesteld tegenbewijs te leveren tegen de meinedige verklaringen van klaagster, haar vader en zus, kan geen herziening rechtvaardigen, nu de conclusie van verzoeker dat meinedige verklaringen zouden zijn afgelegd niet is af te leiden uit de beslissing van de kantonrechter, waarin verzoeker wel tot het leveren van tegenbewijs was toegelaten. Het herzieningsverzoek wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:45 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-608
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 29-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:45
Klacht tegen advocaat wederpartij. Of het door verweerder gelegde beslag onrechtmatig is geweest, is een vraag van civielrechtelijke aard. Niet gebleken is dat verweerder op evident onjuiste gronden beslag heeft gelegd en dwangsommen bij klager heeft geïnd. Verder was verweerder niet verplicht klager onverwijld te melden dat het beslag doel had getroffen of dat het bedrag van de rekening van klager was afgeschreven. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:5 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/632925/NT 17-58
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 06-02-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:5
De kamer is van oordeel dat de notaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat voor hem op geen enkel moment aanleiding heeft bestaan om aan de wilsbekwaamheid van erflater te twijfelen. Klager heeft onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat erflater niet meer in staat was zijn wil in vrijheid te bepalen, laat staat dat dat voor de notaris kenbaar moet zijn geweest. Het enkele feit dat erflater terminaal ziek was en dat hij kort voor zijn (naderende) dood opdracht heeft gegeven voor het opmaken van een (nieuw) testament brengt nog niet met zich dat de notaris het Stappenplan had behoren toe te passen. Tussen het eerste gesprek met erflater en het passeren van het testament is een periode van acht dagen verstreken. Het concept is tijdig - nog op de dag van de eerste bespreking op 22 september 2015 - aan erflater toegezonden, zodat aangenomen kan worden dat erflater dat goed heeft kunnen bekijken. Hoewel erflater volgens de notaris er ten tijde van het passeren van de akte fysiek minder goed aan toe was, betekende dat nog niet dat de notaris aan zijn wilsbekwaamheid behoorde te twijfelen. Hetgeen door klager is aangevoerd leidt ook niet tot het oordeel dat aan de betrouwbaarheid van de verklaring van de notaris moet worden getwijfeld. De kamer acht dit eerste klachtonderdeel dan ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:44 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-808/DB/LI
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 26-03-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:44
Verweerder heeft zich, in strijd met het bepaalde in art 15 lid 2 van de gedragsregels zonder toestemming van de wederpartij en nadat om uitspraak is gevraagd, tot de kantonrechter gewend. Gegrond Waarschuwing. Proceskosten.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:52 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-832
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 29-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:52
Dekenbezwaar betreffende praktijkvoering. Verweerder heeft zich in een procedure betreffende huurachterstand gesteld voor 2 huurders, zonder dat hij daartoe opdracht had. Deze huurders hadden zich, op advies van een stichting die zich bezighoudt met schuldhulpverlening, tot een jurist, die bij verweerder werkte. Om redenen die verweerder heeft uiteengezet, heeft verweerder zich in de procedure voor de huurders gesteld. Nu daartoe een opdracht ontbrak en er ook geen contact was geweest met de huurders, oordeelt de raad deze handelwijze onbehoorlijk. Dekenbezwaar is gegrond. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:46 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-872
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 22-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:46
Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij in langdurig familierechtelijk geschil. In de geschetste omstandigheden mocht verweerster de advocaat van klager op diens (klagers) afwezigheid ter zitting aanspreken. Dat zij daarbij op een onnodig grievende wijze over klager heeft gesproken is door verweerster gemotiveerd betwist en derhalve niet vast komen te staan. Evenmin gebleken dat sprake is van schending van privacy. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:45 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-851/DB/LI
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 26-03-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:45
Gedragsregel 12 geschonden door zonder toestemming van klaagster en zonder overleg met de deken aan de rechtbank confraternele correspondentie te overleggen. Gegrond. Waarschuwing. Proceskosten.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:47 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-878
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 22-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:47
Voorzittersbeslissing: de voorzitter oordeelt de klacht kennelijk ongegrond. Beroep van verweerder op geheimhoudingsplicht jegens zijn cliënt na verkregen advies van deken. Ouders van overleden zoon hebben verweerder inzage verzocht in het strafdossier van zijn cliënt, hun zoon. Verweerder mocht èn moest zich in de gegeven omstandigheden beroepen op zijn geheimhoudingsplicht jegens zijn cliënt, welke verplichting ook na het overlijden van zijn cliënt nog altijd bestaat. Niet gebleken van dermate uitzonderlijke omstandigheden waardoor verweerder zijn geheimhoudingsplicht jegens zijn cliënt mag schenden. Dat klagers als ouders de erfgenamen zijn van hun zoon en daardoor bepaalde rechten hebben verkregen, is onvoldoende om de zwaarwegende geheimhoudingsplicht van verweerder jegens zijn cliënt te doorbreken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:49 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170284
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 26-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:49
De advocaat is niet-ontvankelijk in zijn beroep dat hij in zijn verweerschrift na afloop van de beroepstermijn heeft ingesteld. De advocaat was niet bekend met de verlaging van de leeftijdsgrens van kinderen die aanwezig mogen zijn bij een zitting. Niet betwist wordt dat hij hiermee bekend had kunnen en moeten zijn, zodat dit, anders dan de raad heeft overwogen, tuchtrechtelijk te verwijten valt. De klacht is alsnog gegrond; de grief van klagers slaagt. De overige klachtonderdelen zijn ook in hoger beroep ongegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:48 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-886 17-887
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 22-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:48
Voorzittersbeslissing. Klacht over vermeende belangenverstrengeling ten aanzien van verweerder sub 2 kennelijk niet-ontvankelijk nu hierover eerder is beslist (ne bis in idem). Klacht ten aanzien van (kantoorgenoot) verweerder sub 1 kennelijk ongegrond nu de voorzitter niet heeft kunnen vaststellen dat sprake is geweest van een advocaat-cliëntrelatie met klager. Geen strijd met Gedragsregel 7 lid 4.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 637834 / NT 17-72
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 15-03-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:8
Ten aanzien van het eerste en tweede verwijt van klagers overweegt de kamer het volgende. De notaris heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij er vanuit mocht gaan dat klagers van het beslag op hun woning op de hoogte waren. In de eerste plaats omdat het beslag aan klager sub 1 in persoon is betekend en voorts ook omdat van de beslaglegging uit de kadastrale recherche door de makelaar had moeten blijken. Dat het beslagexploot nooit op de juiste wijze aan klager sub 1 is betekend – zoals klagers ter zitting hebben gesteld, is – ook indien juist – een omstandigheid die de notaris niet kan worden aangerekend. Gelet op het feit dat klagers krachtens de koopovereenkomst verplicht waren om de woning zonder beslag te leveren, behoorde het tot de taak van de notaris om bij de beslaglegger na te gaan onder welke voorwaarden zij bereid was tot doorhaling van het beslag. Alleen al hierom wordt het betoog van klagers dat de notaris hierover eerst met hen in overleg had moeten treden verworpen. Het handelen van de notaris vloeide immers noodzakelijkerwijs voort uit de aan het notariskantoor verstrekte opdracht en er bestaat geen voorschrift op grond waarvan de notaris verplicht zou zijn eerst contact op te nemen met de beslagene (klager sub 1). Een en ander neemt niet weg dat het in dit geval, nu het beslag al in 2009 was gelegd, uit oogpunt van dienstverlening beter was geweest als de notaris zich eerst met klagers zou hebben verstaan, maar dat hij dit niet heeft gedaan is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij begin januari 2017 bericht van de beslaglegger heeft ontvangen over de voorwaarden waaronder het beslag kon worden doorgehaald en dat hij daarna klagers op 11 januari 2017 per e-mail daarover heeft geïnformeerd. De notaris heeft daarmee binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aflosnota van de beslaglegger klagers daarvan in kennis gesteld. De eerste twee klachtonderdelen zullen dan ook ongegrond worden verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:50 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170293
- Datum publicatie: 28-03-2018
- Datum uitspraak: 26-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:50
Klacht tegen de advocaat van klaagsters man. Anders dan de raad acht het hof het klachtonderdeel dat verweerder de zaak van de man heeft aangenomen ondanks het advies van de instelling om dat niet te doen, ongegrond. Niet valt in te zien waarom verweerder de zaak van de man niet zou mogen aannemen. De klachtonderdelen die zien op de wijze waarop verweerder aan de aangenomen zaak uitvoering heeft gegeven, zijn wel gegrond. Beoordeeld dient te worden of verweerder zich op zorgvuldige wijze ervan heeft vergewist dat de man bij het geven van de opdracht aan verweerder en omtrent de inhoud, omvang en voortduren daarvan daadwerkelijk in staat was zijn wil te bepalen. Verweerder heeft zich te zeer verlaten op zijn eigen inschatting van de geestestoestand van de man. Hij heeft alvorens mee te werken aan de herroeping van het testament verzuimd op adequate en verifieerbare wijze onderzoek te doen. Daarmee heeft hij niet voldaan aan de zorgvuldigheidsnorm. Verweerder heeft bij de behartiging van de belangen van de man zonder redelijk doel de belangen van de wederpartij onnodig of onevenredig geschaad. Verweerder heeft, ondanks dat er vele signalen waren te twijfelen aan een toereikende volmacht, lichtzinnig gehandeld en is zelfs na waarschuwing van de behandelend psycholoog doorgegaan met de uitvoering daarvan en daarmee onnodig schade toegebracht aan de naaste omgeving van de man, waaronder klaagster. Schending kernwaarde onafhankelijkheid. Voorwaardelijke schorsing 4 weken. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen vp2017/19
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 27-03-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:13
Klacht tegen verpleegkundige, ingediend door de ex-partner van een overleden patiënte, namens hun minderjarige dochter. Patiënte, destijds terminaal ziek, werd in de laatste maanden van haar leven thuis verzorgd door verweerster. De dochter van klager en patiënte woonde op dat moment bij patiënte en haar toenmalige partner. Volgens klager is tijdens het leven van patiënte een relatie ontstaan tussen verweerster en de toenmalige partner van patiënte. De dochter van klager en patiënte is, hiermee geconfronteerd, ernstig beschadigd geraakt, zo stelt klager. Klager verwijt verweerster grensoverschrijdend gedrag en een schending van de voor haar geldende professionele normen. Verweerster erkent dat zij een relatie heeft met de toenmalige partner van patiënte, maar stelt dat deze relatie pas enige tijd na het overlijden van patiënte is begonnen. Het college kan niet vaststellen dat deze relatie is aangevangen vóór het overlijden van patiënte. Het ontstaan van de relatie ná het overlijden van patiënte, ook wanneer dat een à twee maanden na het overlijden van patiënte was, geeft in deze tot een einde gekomen behandelrelatie geen schending van professionele normen van verweerster. De klacht is daardoor ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-153c
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 27-03-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:37
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De lezingen van partijen over het al dan niet herhaaldelijk indrukken van de hulpknop lopen uiteen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/135
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 27-03-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:14
Klacht tegen arbo-arts die zich bij het opstellen van het rapport niet gehouden heeft aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld. Klacht gegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-153d
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 27-03-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:38
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De lezingen van partijen over het al dan niet herhaaldelijk indrukken van de hulpknop lopen uiteen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:44 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1044
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 21-03-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:44
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen adjunct-secretaris, tevens advocaat, wel ontvankelijk maar kennelijk ongegrond. Als verweerster bij de klachtbehandeling van de klacht van klager al een onjuiste uitvoering heeft gegeven aan de geldende bepalingen, dan is niet zij maar de deken hiervoor verantwoordelijk.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/136
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 27-03-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:15
Klacht tegen verzekeringsarts die als supervisor een rapport van een arts heeft gecontrasigneerd dat niet voldoet aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld. Degene die een rapport contrasigneert is eindverantwoordelijk voor de inhoud van het rapport. Er had getoetst moeten worden aan de huidig geldende normen. Klacht gegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-199
- Datum publicatie: 27-03-2018
- Datum uitspraak: 27-03-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:39
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is niet degene geweest die een rechterlijke machtiging heeft aangevraagd, zodat dit onderdeel van de klacht geen doel treft. Voor het overige lopen de lezingen van partijen uiteen zodat niet kan worden vastgesteld of sprake is van nalatigheid of belangenverstrengeling. Klacht afgewezen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 440
- Pagina: 441
- Pagina: 442
- ...
- Pagina: 963
- Volgende pagina zoekresultaten