Zoekresultaten 21951-22000 van de 47441 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 233/2017
- Datum publicatie: 12-01-2018
- Datum uitspraak: 12-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:8
klacht tegen (zaal)arts op medium care. Gemiste diagnose, dossierplicht, bejegening. Voor het missen van een postoperatieve ileus past geen verwijt. Verweerster heeft geen dossieraantekening gemaakt van haar onderzoek maar dat valt onder de gegeven omstandigheden (zie beslissing) te billijken. Bejegeningsklacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 080/2017
- Datum publicatie: 12-01-2018
- Datum uitspraak: 12-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:12
klacht tegen arts anesthesioloog/intensivist. Verweerder had op onderdelen beter en/of meer kunnen communiceren dan hij heeft gedaan en zorgvuldiger dossier kunnen laten voeren, maar is met zijn handelen gebleven binnen de redelijke grenzen van de beroepsuitoefening.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1788
- Datum publicatie: 12-01-2018
- Datum uitspraak: 12-01-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:3
Psychiater wordt onder meer verweten dat hij bij herhaling aan waarheidsvinding deed en mededelingen van zijn cliënte, de ex-vrouw van klager, tegenover derden presenteerde als feiten en daaraan conclusies verbond en zich niet heeft onthouden van handelingen en uitspraken buiten deskundigheidsgebied. Deze uitlatingen zijn grievend en beschadigend voor klager en zijn dochter. Drie van de vier klachtonderdelen zijn gegrond. Verweerder mocht de in totaal zeven verklaringen in de periode 2012 tot en met 2017 niet afgeven en heeft zich op onoorbare wijze g emengd in een juridisch conflict . Verklaringen niet beperk t tot feiten, maar hij heeft ook niet onderbouwde meningen en waardeoordelen , soms buiten deskundigheidsgebied, ge geven over zijn patiënte, klager en dochter met negatieve kwalificaties aan klager. In tijdsbestek van vijf jaar zeven verklaringen gegeven en keer op keer niet volgens de KNMG-richtlijn inzake het omgaan met medische gegevens gehandeld. Ter zitting heeft de psychiater zijn handelwijze opnieuw verdedigd. Sterke twijfel of de psychiater voldoende inzicht heeft gekregen in onjuistheid handelen. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 081/2017
- Datum publicatie: 12-01-2018
- Datum uitspraak: 12-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:9
klacht tegen (zaal)arts o medium care afdeling. Klachten over bejegening en niet of onjuist verstrekte informatie. Klachten zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 132/2017
- Datum publicatie: 12-01-2018
- Datum uitspraak: 12-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:13
bedrijfsarts dient voordat hij werkgever een probleemanalyse stuurt de inhoud daarvan met de werknemer te bespreken. klacht: deels gegrond
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:1 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-657/DH/RO
- Datum publicatie: 11-01-2018
- Datum uitspraak: 02-01-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:1
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening onvoldoende feitelijke onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2017/06
- Datum publicatie: 10-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:1
Klacht tegen sociaal psychiatrisch verpleegkundige, ingediend door voormalige werkgever. Verweerder wordt verweten zich herhaaldelijk schuldig te hebben gemaakt aan ernstig grensoverschrijdend gedrag jegens enkele patiënten. Ook zou hij op onacceptabele wijze zijn omgegaan met privacygevoelige informatie. Voorts zou er een patroon van onzorgvuldig handelen zichtbaar zijn in zijn werkwijze. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van één jaar.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:220 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/626839 / DW RK 17/383
- Datum publicatie: 10-01-2018
- Datum uitspraak: 08-09-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:220
Tenuitvoerlegging vonnis. Klager stelt dat hij het verschuldigde bedrag overeenkomstig de gemaakte afspraak in termijnen heeft betaald en niet begrijpt niet waarom nu een hoger bedrag moet worden betaald. Getelde betalingsafspraak niet aannemelijk gemaakt. Niet de volledige in de dagvaarding vermelde kostenposten voldaan. Klager is gedagvaard en bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis veroordeeld. Het hoger te betalen bedrag is daarvan het gevolg. Klacht ongegrond verklaard. Hoger beroep ingesteld.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2017/16
- Datum publicatie: 10-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:2
Klacht tegen sociaalpsychiatrisch verpleegkundige, ingediend door voormalige werkgever. Verweerder wordt verweten dat hij onvoldoende herstelgerichte zorg heeft verleend aan cliënten conform het zorgplan en dat zijn wijze van verslaglegging en registratie niet voldeed aan de daaraan gestelde eisen. Klacht gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17155
- Datum publicatie: 10-01-2018
- Datum uitspraak: 10-01-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:2
Ond anks het zich voordoen van een alarmsymptoom en ondanks afspraken heeft de gynaecoloog geen enkel signaal ontvangen dat het met de moeder en/of het ongeboren kind niet goed zou gaan. De begeleiding van de moeder was in handen gelegd van een klinisch verloskundige. Eindverantwoordelijkheid van de weekgynaecoloog gaat niet zover dat, wanneer andere bij de behandeling van de patiënt betrokken zorgverleners in afwijking van gemaakte afspraken handelen, deze als supervisor hiervoor nog een eigen verantwoordelijkheid draagt. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:221 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/623287 / DW RK 17/108
- Datum publicatie: 10-01-2018
- Datum uitspraak: 04-07-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:221
Beslissing op verzet. De kamer is het niet met de beslissing van de voorzitter eens. Verzet gegrond verklaard. Ten onrechte (tweede) adresverificatie verricht en in rekening gebracht. Klacht gegrond verklaard en maatregel van waarschuwing opgelegd. Hoger beroep ingesteld.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/120
- Datum publicatie: 10-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:3
Klacht tegen huisarts. Verweerster, destijds werkzaam in het weekend op de dokterdienst, heeft klager gezien naar aanleiding van pijn in zijn been. Haar wordt verweten ten onrechte de door de eigen huisarts van klager gestelde diagnose diepe venueze trombose te hebben gevolgd. Hierdoor werd onnodig laat geconstateerd dat deze diagnose niet juist was en klager – in plaats daarvan – een hematoom in zijn been had. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/121
- Datum publicatie: 10-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:4
Klacht tegen huisarts. Verweerster, destijds werkzaam in het weekend op de dokterdienst, heeft telefonisch contact met klager gehad naar aanleiding van pijn in zijn been. Haar wordt verweten ten onrechte de door de eigen huisarts van klager gestelde diagnose diepe venueze trombose te hebben gevolgd. Hierdoor werd onnodig laat geconstateerd dat deze diagnose niet juist was en klager – in plaats daarvan – een hematoom in zijn been had. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:1 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1052
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:1
Dekenbezwaar tegen 4 advocaten van hetzelfde advocatenkantoor, waarvan 2 in hun hoedanigheid van (advocaat)bestuurder, over de gevolgen van het door het kantoor in 2013 opgerichte massaclaimstichting in verband met aardbevingsschade aan onroerende zaken door de gaswinning door de NAM in de provincie Groningen. De deken heeft tijdig zijn dekenklacht tegen verweerders ingediend ex art. 46g aanhef en onder a Advocatenwet. Eveneens is de deken naar het oordeel van de raad ontvankelijk in zijn dekenbezwaar tegen de 2 advocaten in de zin van art. 46f Advocatenwet, nu ook zij via de contactpersoon van de deken (een van de bestuurders) als advocaat/partners op de hoogte moeten zijn geweest van het gestarte dekenonderzoek naar de volgens de deken ontoelaatbare financiële constructie van het advocatenkantoor en zij schriftelijk op de hoogte zijn gebracht van het dekenbezwaar jegens hen. Het (bestuur van het) advocatenkantoor heeft naar het oordeel van de raad het in deze toepasselijke art. 2 lid 1 van de Verordening op de praktijkuitoefening geschonden, alsmede gedragsregel 25 lid 2, door het maken van resultaatafhankelijke vergoeding met de cliënten van het kantoor, tevens deelnemers in een massaclaimstichting. Door de ontoelaatbaar geoordeelde no cure no pay constructie kan door het kantoor meer gewicht worden toegekend aan het (financiële) belang van het kantoor, wat weer kan resulteren in een belangenconflict met de cliënten. Daarnaast oordeelt de raad dat het advocatenkantoor in de overeenkomsten met de cliënten diverse andere gedragsregels heeft geschonden (oa 23 lid 1 en 28 lid 2). De raad is van oordeel dat de 2 advocaat -bestuurders van het kantoor door de inhoud van de verschillende overeenkomsten met zowel de cliënten als met de de stichting en wegens hun door de raad vastgestelde te nauwe betrokkenheid bij de overeenkomst tussen de stichting en de deelnemers zich zodanig hebben gedragen dat zij daarmee het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad en derhalve tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld. Daarnaast is de raad van oordeel dat de door het (bestuur van het) advocatenkantoor toegepaste constructie als een samenstel van 3 overeenkomsten moet worden beschouwd, welke 3 overeenkomsten, in samenhang beschouwd, in strijd met het geldende no cure no pay verbod zijn en potentieel met zich brengen dat het advocatenkantoor daarmee de kernwaarden van onafhankelijkheid ten opzichte van de cliënten en ten opzichte van de stichting, en de kernwaarde van integriteit ex art. 10a Advocatenwet schenden. Ook dat wordt de 2 advocaat-bestuurders tuchtrechtelijk verweten. Naar het oordeel van de raad geldt hetgeen ten aanzien van de 2 advocaat-bestuurders is overwogen in beginsel (indirect) ook voor de 2 advocaten-partners die daarvan financieel meeprofiteren. Daarnaast wordt het de 2 advocaten tuchtrechtelijk verweten dat zij, indirect, aan de verboden financiële constructie hebben meegewerkt door voor de deelnemers van de stichting als advocaat in de schadezaak op te treden. Vanuit hun eigen verantwoordelijkheid hadden zij hun medewerking aan die ontoelaatbare constructie dienen te onthouden door zich terug te trekken als advocaat. Aldus hebben de 2 advocaten niet gehandeld als een behoorlijk advocaat betaamt ex art. 46 Advocatenwet. Dekenbezwaar gegrond jegens de 4 advocaten. Berisping voor ieder. Proceskostenveroordeling voor NovA van € 2.500,-.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:217 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 599.16
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:217
verzet niet ontvankelijk, te laat ingediend
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:4 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.171
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:4
Klacht tegen uroloog. Klager is vanwege pijn in de rug en buik en bloed in de urine in verschillende ziekenhuizen behandeld. De klacht houdt in dat de uroloog in het kader van een second opinion heeft nagelaten relatief eenvoudig onderzoek te doen en (daardoor) een juiste diagnose te stellen. Verder verwijt klager de uroloog dat hij hem onvoldoende heeft voorgelicht over zijn mogelijke aandoening en hij door zijn handelen enige jaren pijn heeft gehad en maatschappelijk niet goed heeft kunnen functioneren. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager in zijn nieuwe klacht niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-185a
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:4
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts had niet kunnen of moeten voorzien dat patiënte diezelfde nacht nog zou komen te overlijden, ook was niet te voorspellen hoe het uiteindelijke stervensproces zou verlopen. Dat de huisarts geen aanleiding of noodzaak zag om alle mogelijke scenario’s met klager te bespreken is dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ook terecht dat de huisarts geen medicatie heeft voorgeschreven omdat er geen indicatie was. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-170
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:12
Deels gegronde klacht (zonder oplegging van een maatregel) tegen een huisarts. Gelet op de door de moeder (klaagster) ondertekende machtiging mocht de huisarts redelijkerwijs ervan uitgaan dat de moeder hem, als wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige dochter, toestemming gaf voor doorbreking van zijn beroepsgeheim aan de Raad voor de Kinderbescherming ten aanzien van zijn patiënte (de minderjarige dochter van klaagster). Daarmee was de huisarts echter niet ontslagen uit de verplichting tot geheimhouding ten aanzien van het gesprek over de problemen van de moeder en vader zelf. Geen toestemming verkregen en geen sprake van rechtmatige doorbreking van het beroepsgeheim op grond van de KNMG Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld. Klacht deels gegrond, maar het College ziet dat de huisarts heeft gehandeld met goede intenties en de geldende wet- en regelgeving biedt de beroepsbeoefenaar weinig duidelijkheid over het te hanteren beoordelingskader wanneer hem door een instantie als de RvdK om informatie betreffende een patiënt wordt gevraagd. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TNORARL:2017:52 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/321696 KL RK 17-67
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2017
- ECLI:NL:TNORARL:2017:52
Bij de afwikkeling van de nalatenschap van de vader van klager, heeft zijn broer een brief overgelegd waarin vader een vordering kwijtscheldt aan de broer. Het origineel van deze brief heeft de broer bij de notaris afgegeven. Klager betwist de handtekening van vader onder de brief en wil deze laten onderzoeken door het NFO. De notaris wil alleen aan dit onderzoek meewerken met toestemming van de broer. Klager verwijt de notaris dat zij weigert om zonder toestemming van de broer mee te werken aan het onderzoek door het NFO naar de handtekening van vader onder de brief. Hierdoor stelt de notaris zich afhankelijk en onkundig op. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Uit hetgeen over en weer door partijen is aangevoerd kan worden vastgesteld dat de brief eigendom is van de broer. De broer heeft immers het origineel van de brief, op verzoek van klager, afgegeven bij de notaris. Dan is het ook aan de broer om te bepalen of de brief mag worden onderzocht door derden. Dat de broer toestemming heeft gegeven voor het onderzoek door het NFO is niet komen vast te staan. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris niet klachtwaardig gehandeld door zich op het standpunt te stellen dat zij zonder de toestemming van de broer niet kan meewerken aan het onderzoek van het NFO.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:2 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-165
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:2
Dekenklacht. Een cliënt heeft verweerder gevraagd om hem bij te staan en te adviseren inzake de door die cliënt in zijn hoedanigheid van aandeelhouder van zijn ondernemingen gepretendeerde schade door aardbevingen als gevolg van de gaswinning door de NAM. De raad oordeelt dat verweerder niet heeft gehandeld als een behoorlijk advocaat betaamt door het maken van een verboden no cure no pay afspraak met de cliënt waardoor hij in strijd heeft gehandeld met art. 7.7 eerste lid Voda en gedragsregel 25 lid 3. Het met de cliënt overeengekomen uurtarief gold naar het oordeel van de raad allleen voor de onderhandelingsfase van verweerder met de NAM en uitdrukkelijk niet voor een eventueel daarna door verweerder te voeren procedure tegen de NAM. Pas na toewijzing van schadevergoeding was de cliënt 10% daarvan als honorarium aan verweerder verschuldigd bij een procedure. Dat verweerder tijdens de onderhandelingsfase een redelijke dekking van zijn kosten heeft gekregen en hij van mening is dat hij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in de gegeven financieel zorgelijke omstandigheden van zijn cliënt de gemaakte prijsafspraak zo mocht maken als hij heeft gedaan en bovendien de procedure niet is doorgegaan, doet aan de ontoelaatbaarheid van de prijsafspraak niet af en maakt het oordeel van de raad niet anders. Dekenbezwaar gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:218 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 16.962
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:218
Verzet ongegrond. Betekening één dag te laat. Pas drie jaar later daarover een klacht ingediend, terwijl klager daar al meer dan drie jaar daarvan op de hoogte was. Geen belang.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:5 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.333
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:5
De behandeling van de zaak in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-185b
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:5
Gegronde klacht (zonder oplegging van een maatregel) tegen een verpleegkundige. Van een verpleegkundige in de functie van verzorger en begeleider bij een stervensproces mag verwacht worden dat er niet alleen aandacht is voor het comfort van de stervende, maar ook dat de nabestaande wordt voorbereid op het overlijden van een dierbare. Gelet hierop mocht meer begeleiding en advisering verwacht worden. Ook was het zinvol om duidelijk te maken dat de instantie behulpzaam zou kunnen zijn bij eventuele inschakeling van een arts. Klacht gegrond, maar niet noodzakelijk om maatregel op te leggen, omdat het voor klager wel duidelijk was dat hij bij verandering van de situatie de gehele dag de instantie mocht bellen. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:219 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 16.377
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:219
Betekening naar Belgisch en Nederlands recht was juist. Dat aan de echtgenote is betekend met wie klager in onmin leefde, maakt dat niet anders aangezien klager ingeschreven stond op dat adres.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:6 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.375
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:6
Klager verwijt de psychiater dat hij een onzinnig en onnodig onderzoek heeft uitgevoerd, bewust zich heeft geprobeerd te onttrekken aan een onafhankelijke klachtenprocedure en dat hij inbreuk heeft gemaakt op de privacy van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-185c
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:6
Gegronde klacht (zonder oplegging van een maatregel) tegen een verpleegkundige/triagiste. Klager ontvankelijk in zijn klacht, omdat het werk van verweerster als triagiste nauw verweven is met haar registratie als verpleegkundige. Hoewel klager in het telefoongesprek met de triagiste zijn hulpvraag anders had moeten formuleren, had verweerster pro-actiever kunnen en moeten optreden tijdens dit gesprek. Zij had gelet op de inhoud van het gesprek de vraag achter de hulpvraag moeten zien. Klacht gegrond, maar niet noodzakelijk om een maatregel op te leggen, omdat het College ervan overtuigd is dat zij in de toekomst meer proactief zal optreden. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:175 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 302.2016
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 20-10-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:175
Voor het eerst maakt de Kamer de oplegging van een berisping openbaar in het register gerechtsdeurwaarders dat wordt bijgehouden door de KBvG door het opnemen van een link in de beslissing naar dit register. De gerechtsdeurwaarders hebben bij de executie van een vonnis waarbij klagers tot ontruiming en tot betaling van huurachterstand zijn veroordeeld, geen gebruik gemaakt van de voor de in deze situatie door de KBvG voorgeschreven bijsluiter. In plaats daarvan hebben de gerechtsdeurwaarders een aanplakbiljet op de voordeur van de (voormalige)woning van klagers geplakt met de mededeling dat ontruiming zou plaatsvinden en dat deze kon worden voorkomen door betaling van het verschuldigde. De Kamer acht dat onder de omstandigheden van het geval tuchtrechtelijk laakbaar.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:7 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.384
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:7
Klacht tegen uroloog. Klager is door de uroloog gezien in verband met verdenking van een recidiverende urineweginfectie. Bij de naar aanleiding daarvan gemaakt echo is een niersteen ontdekt. De uroloog heeft de steen in 2014 operatief vergruisd onder achterlating van een JJ- en spoelkatheter. Een jaar na de operatie is naar aanleiding van klachten wederom een echo gemaakt en een CT-onderzoek verricht, waarop een solide afwijking in de rechternier is geconstateerd. Klager verwijt de uroloog dat hij op het beeldmateriaal in 2014 een tumor in de nier over het hoofd heeft gezien. Het RTG wijst de klacht af. Volgens het Regionaal Tuchtcollege mocht de uroloog afgaan op het verslag van de uroloog, die geen melding maakt van een, in retroperspectief reeds aanwezige, tumor in de rechternier. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft dit oordeel en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-145
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:7
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De (waarnemend) huisarts beschikte tijdens het telefonisch contact met de ambulanceverpleegkundige over voldoende (medische) informatie om de beslissing te kunnen nemen akkoord te gaan met het voorstel om patiënte niet in te sturen naar het ziekenhuis. Er bestond ook geen reden om na dit telefonisch gesprek nog zelf verdere actie te ondernemen. Het advies aan patiënte om zich zo nodig de volgende dag tot haar eigen huisarts te wenden, is correct gegeven. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2017:49 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/324539 KL RK 17-107
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2017
- ECLI:NL:TNORARL:2017:49
Klaagster verwijt de notaris dat hij geen duidelijkheid heeft gegeven over de hoedanigheid waarin hij optrad. De kamer komt tot het oordeel dat er geen sprake is van een verwijtbare gedraging van de notaris. De notaris heeft zijn hoedanigheid kenbaar gemaakt bij klaagster. Bij twijfel had klaagster het boedelregister kunnen raadplegen, dan wel nogmaals navraag kunnen doen bij de notaris. Voorts verwijt klaagster de notaris dat hij de schijn van partijdigheid heeft gewekt. Ook dit punt wordt ongegrond verklaard. Klaagster heeft haar stellingen op geen enkele wijze onderbouwd, terwijl de notaris de stellingen nadrukkelijk betwist.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-074b
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:1
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arts maatschappij en gezondheid. De arts behoefde geen eigen onderzoek te verrichten of aanvullende informatie op te vragen. Evenmin is gebleken dat het gesprek te kort heeft geduurd om in redelijkheid tot een beoordeling te komen. De arts heeft klaagster niet voldoende duidelijk gewezen op het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht en hij mocht niet uit een telefoongesprek met klaagster afleiden dat zij deze rechten prijsgaf zonder dat hij zich ervan vergewiste of klaagster dit begreep. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.389
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:8
Klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster is in 2013 enige malen door de fysiotherapeut behandeld in verband met klachten na een ongeval in een lijnbus. Eind 2013 heeft klaagster een medische volmacht verleend aan de rechtsbijstandsverzekeraar tot het namens klaagster opvragen, inzien en ontvangen van medische informatie over klaagster. De fysiotherapeut heeft in september 2014 op verzoek van de medisch adviseur van de rechtsbijstandsverzekeraar informatie overgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het verwijt van klaagster dat hij het beroepsgeheim heeft geschonden en dat hij het patiëntendossier heeft aangepast gegrond verklaard. De verwijten van klaagster dat de fysiotherapeut onvoldoende dossier heeft gevoerd en dat hij in de tuchtprocedure medische informatie aan het college heeft overgelegd is ongegrond verklaard. Het Regionaal Tuchtcollege legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege acht klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep ten aanzien van de door het Regionaal Tuchtcollege gegrond bevonden klachtonderdelen. Ten aanzien van de ongegrond verklaarde onderdelen onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-157a
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:8
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Niet vast komt te staan dat de (ambulance)verpleegkundige zich bij haar werkdiagnose heeft laten leiden door de eerdere diagnose van de huisarts of SEH-arts. Ook niet dat de verpleegkundige de ECG verkeerd heeft afgelezen. Evenmin dat zij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gezondheidstoestand van patiënte, hoewel het beter ware geweest als zij grondiger had doorgevraagd naar de medische voorgeschiedenis van patiënte, met name de collaps. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:39 Kamer voor het notariaat Amsterdam 640040/NT17-83OJ
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 08-12-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:39
Er is sprake van een klacht van zeer ernstige aard en eveneens kennelijk gevaar voor benadeling van derden op grond waarvan de voorzitter de door het BFT verzochte ordemaatregelen aan de notaris oplegt.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.038
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:2
Klacht tegen verpleegkundige. Klager is vader en gedurende een bepaalde periode de contactpersoon van de patiënt (hierna: de zoon). De zoon is onder behandeling bij een GGZ-instelling en heeft uit zelfbescherming gekozen voor een onder curatelestelling. Klager is niet de curator. Klager verwijt de verpleegkundige - kort weergegeven - een onjuiste en slechte behandeling van de zoon en van hemzelf als contactpersoon. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet ontvankelijk voor zover zijn klacht de behandeling van de zoon betreft. De overige klachten worden als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-159
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:2
Ongegronde klacht tegen een psychiater. In het rapport (een rijbewijskeuring) is op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. De gronden kunnen de conclusie ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ rechtvaardigen. De arts mag, anders dan bij een behandelrelatie, bij een keuring zijn conclusies aan de opdrachtgever verstrekken zonder toestemming van de betrokkene. Niet is gebleken dat de psychiater klager over het blokkeringsrecht onjuist heeft ingelicht. Verzending van de conceptrapportage is niet onzorgvuldig gebeurd. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 640040/NT 17-83Th
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 04-01-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:1
De kamer bekrachtigt de beslissing van de voorzitter van 8 december 2017 (met kenmerk 640040/NT 17-83OJ). De kamer is van oordeel dat de voorzitter onder voornoemde omstandigheden terecht tot zijn beslissing is gekomen dat het hier gaat om een klacht van zeer ernstige aard, en terecht het ernstige vermoeden heeft uitgesproken ten aanzien van de gegrondheid van de klacht. Ook het door de voorzitter uitgesproken ernstig vermoeden van kennelijk gevaar voor de benadeling van derden wordt door de kamer gedeeld. Op 8 december 2017 bedroeg het bewaringstekort volgens het BFT circa € 2.186.000,- negatief.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-131
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:10
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft de klachten van klager wel serieus genomen, hij kon op basis van de aanwezige stukken in het dossier en zijn eigen bevindingen tot de diagnose komen. Bovendien hoefde de bedrijfsarts zijn bevindingen over de consulten niet achteraf te wijzigen nu blijkt dat partijen een geheel andere beleving van het consult hebben gehad. Een urenbeperking was in het geval van klager evenmin aan de orde. Er zijn ook geen aanwijzingen dat de bedrijfsarts onvoldoende zelfstandig tot zijn afweging is gekomen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-157b
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:9
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Niet vast komt te staan dat de (ambulance)verpleegkundige zich bij zijn werkdiagnose heeft laten leiden door de eerdere diagnose van de huisarts of SEH-arts. Ook niet dat de verpleegkundige de ECG verkeerd heeft afgelezen. Evenmin dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gezondheidstoestand van patiënte, hoewel het beter ware geweest als hij grondiger had doorgevraagd naar de medische voorgeschiedenis van patiënte, met name de collaps. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:216 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 16.1210
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:216
verzet niet ontvankelijk, te laat ingediend, opgegeven redenen van klager maken dit niet anders
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:3 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.167
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:3
De echtgenoot van klaagster is sinds augustus 2015 onder behandeling geweest van een gz-psycholoog in verband met een posttraumatische stress stoornis. Eind januari 2016 zijn klaagster en haar echtgenoot feitelijk uit elkaar gegaan. De echtgenoot heeft de gz-psycholoog verzocht en gemachtigd om aan zijn advocaat informatie te verstrekken over de vraag of het verantwoord is als de kinderen in het kader van de omgangsregeling bij de man verblijven. De gz-psycholoog heeft een brief geschreven. De advocaat van de man heeft deze brief ingebracht in een tussen de man en klaagster gevoerde voorlopige voorzieningen procedure in het kader van hun echtscheiding. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat zij deze verklaring heeft afgegeven. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat klaagster (als derde) ontvankelijk is in haar klacht omdat zij de nadelige gevolgen van voornoemde verklaring heeft ondervonden, althans heeft kunnen ondervinden. De gz-psycholoog had de schriftelijke verklaring niet mogen afgeven en de in de verklaring opgenomen waardeoordelen zijn onvoldoende onderbouwd. De gz-psycholoog wordt de maatregel van berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep en gelast de publicatie.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-095a
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:3
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft een vergissing met ernstige gevolgen gemaakt door abusievelijk een recept met een verhoging van Semap van 10 mg per week naar 30 mg per dag uit te schrijven waar zij bedoelde een herhaalrecept uit te schrijven. Het College acht de hierna te noemen maatregel passend, omdat daarin enerzijds tot uitdrukking wordt gebracht dat verweerster die vergissing heeft gemaakt, maar anderzijds dat niet voldoende aannemelijk is geworden dat verweerster het recept heeft uitgeschreven als gevolg van een medische beoordelingsfout. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-134
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:11
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Niet is gebleken dat de huisarts de klachten van klaagster aan het oor niet serieus heeft genomen. Het door de huisarts uitgevoerde onderzoek, het aan klaagster gegeven pijnstillingsadvies alsmede de voorgeschreven medicatie komen het College juist voor. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 092/2017
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:3
Verzamelklacht tegen huisarts. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 094/2017
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:4
Verweerder heeft klager, toen deze pijn kreeg aan zijn recent geopereerde knie, niet gezien maar (door de assistente) telefonisch laten aangeven dat klager het ziekenhuis moest bellen. Verweerder was in de veronderstelling dat klager het snelst geholpen zou zijn als hij rechtstreeks contact zocht met het ziekenhuis. Dat deze begrijpelijke veronderstelling onjuist was, is verweerder niet ter ore gekomen. Verweerder heeft zich niet kunnen (of hoeven) realiseren dat klager een probleem had met het verkrijgen van noodzakelijke zorg. Of de echtgenote van klager in het contact met verweerder dat enkele dagen later heeft plaatsgevonden duidelijk haar zorg heeft voorgelegd over wat zij zou moeten doen als een vergelijkbare situatie zich weer zou voordoen is niet duidelijk geworden. Achteraf is daarom niet vast te stellen dat verweerder op dit punt verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:221 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-823 DB/OB
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 30-11-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:221
Verwijt dat verweerster klager openlijk valselijk heeft beschuldigd van valsheid in geschrifte en dat zij klager heeft bedreigd mist feitelijke grondslag. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 059/2017
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:5
Toestand van patiënt (na MDS RAEB2 en twee jaar na allogene stamceltransplantatie en circa 6 weken na een opname wegens gordelroos) zodanig dat internist (in nauw overleg met LUMC) begrijpelijke en verantwoorde beslissing nam om te starten met aderlaten om het risico op hemochromatose problematiek (langdurige leverschade) in de toekomst aan te pakken. Die kans op schade dient te worden afgewogen tegen de gezondheidsrisico’s die kunnen optreden bij lage bloedwaarden waarvan op een gegeven moment sprake was. Tijdelijk verlaagde waarden (een Hb onder 7/6) kunnen daarbij tot op zekere hoogte worden geaccepteerd. Er is geen ondergrens. Er is niet onverantwoord doorgegaan met aderlaten. Het was eveneens verdedigbaar af te wachten of nog herstel optrad en niet al in juli 2016 een beenmergpunctie te nemen. Het Hb-gehalte steeg daarna niet, maar er was ook geen sprake van een verdere daling. Verweerder hield wel degelijk rekening met een recidief van de ziekte (hij noteerde dat hij geen blasten zag) maar het bloedbeeld bevatte geen aanwijzingen voor een terugkeer van de ziekte, hetgeen ook, gelet op het tijdsverloop, niet waarschijnlijk was. Zelfs het biopt in september 2016 leverde onvoldoende aanwijzingen op. Het is daarom de vraag of bij een eerdere beenmergpunctie, waarop het LUMC evenmin aandrong, al relevante aanwijzingen zouden zijn gevonden. Verweerder heeft tenslotte zijn patiënt, die volwassen en wilsbekwaam was, op voldoende duidelijke wijze geïnformeerd over diens gezondheidstoestand, de voorgestelde behandeling, de mogelijke risico’s daarvan en mogelijke alternatieven (zie artikel 7:448 BW en artikel II.8 van de Gedragsregels voor artsen van de KNMG). Van verweerder mocht worden verwacht dat hij de naasten van patiënt, met name zijn moeder (klaagster), hierin ook zou betrekken, voor zover dit de wens was van patiënt. Bij enkele gesprekken heeft patiënt aangegeven dat hij zijn moeder of familie hier niet bij wilde hebben. Mogelijk had moeder hierdoor een te positief beeld van de ziekte en was zij niet op de hoogte van het afgesproken niet-reanimeren beleid. Verweerder heeft terecht de wens van patiënt gerespecteerd. Niet gebleken is dat verweerder onduidelijkheden over de (mogelijkheden van) behandeling heeft laten ontstaan.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2017:289 Raad van Discipline Amsterdam 17-577/A/A
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 22-12-2017
- ECLI:NL:TADRAMS:2017:289
Ongegronde klacht over eigen advocaat. Letselschadezaak. Dat de kwaliteit van de door verweerster aan klaagster verleende dienstverlening niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet is de raad niet gebleken. Geen strijd met artikel 7.7 Voda. Dat verweerster niet heeft onderzocht of klaagster voor een toevoeging in aanmerking kwam, valt haar niet tuchtrechtelijk te verwijten. Niet kan worden vastgesteld dat verweerster haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Ook overige klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2017:27 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/74
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 04-12-2017
- ECLI:NL:TNORSHE:2017:27
Onbevoegd belastinglid heeft deel uitgemaakt van kamer die over verzet tegen voorzittersbeslissing heeft geoordeeld. Verzoekster vraagt herziening van de voorzittersbeslissing. Nu herziening slechts kan worden gevraagd van de in hoogste instantie gegeven beslissing is verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:222 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-822/DB/OB
- Datum publicatie: 08-01-2018
- Datum uitspraak: 30-11-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:222
Vertrouwen in advocatuur niet geschaad door in zijn hoedanigheid van bewindvoerder faillissementsverzoeken jegens klager in te dienen. Kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 439
- Pagina: 440
- Pagina: 441
- ...
- Pagina: 949
- Volgende pagina zoekresultaten