Zoekresultaten 21901-21950 van de 47453 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 164/2017 en 165/2017

    Klacht over door verweerder (tandarts) geplaatst frame onder. Verweerder heeft de behandeling ingezet terwijl onvoldoende gegevens voorhanden waren die tot de conclusie leidden dat dee behandeling was geïndiceerd. Frame onder is op grond van een onjuiste indicatie vervaardigd en binnen korte tijd verloren gegaan, terwijl dit met afdoende diagnostiek voorkomen had kunnen worden. Klachtonderdelen die hierop zien gegrond, overige klachtonderdelen ongegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:5 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-072/DB/LI

    Klachten niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking hebben op periode gelegen drie jaar voordat de klacht bij de deken is ingediend. Advocaat heeft stellingen niet als bewezen feiten maar als standpunt van cliënt gepresenteerd. Partijdigheid is een van de kernwaarden van de advocaat. De klacht dat advocaat onjuiste stellingen, waarvan zij de onjuistheid kende, heeft geponeerd is in de vele in het geding gebrachte stukken onvoldoende concreet door klagers onderbouwd. Klacht ged. niet-ontvankelijk, ged. ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:1 Accountantskamer Zwolle 17/667 en 17/668 Wtra AK

    Een tuchtrechtelijke procedure strekt er niet toe om de inhoud of wijze van totstandkoming van een deskundigenbericht, opgesteld in het kader van een civielrechtelijke procedure, opnieuw en integraal te onderzoeken maar om te bezien of betrokkene die taak heeft vervuld met inachtneming van de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels, waaronder de in artikel 2 VGBA vermelde fundamentele beginselen alsook in overeenstemming met het toetsingskader als bedoeld in artikelen 20, 21 en 22 VGBA. In beginsel mag bij het beoordelen van de continuïteit van een onderneming verwacht worden dat de accountant aan de hand van een set van redelijke veronderstellingen een liquiditeitsprognose opstelt, waarin alle voor een (komende) periode te verwachten inkomsten en uitgaven worden begroot. De accountant die als klankbord is betrokken bij een onderzoek door een andere accountant is tuchtrechtelijk aanspreekbaar. Betrokkenen hebben beiden in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 216/2017

    Klacht tegen apotheker kennelijk ongegrond. Verweerder (217) Verweerster (216,218,219) heeft conform het preferentiebeleid en substitutiebeleid gehandeld. Klager is voldoende geïnformeerd met de schriftelijke uitleg.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17221

    Verpleegkundige. Ontucht met minderjarige in privésituatie. College: klaagster ontvankelijk op grond van bestendige jurisprudentie. Zedenmisdrijf met minderjarige raakt beroep van (kinder)verpleegkundige in de kern en is daar onlosmakelijk mee verbonden. Feiten staan vast. Gegrond. Maatregel: verweerder had moeten zien dat het om minderjarige ging, er is een strafrechtelijke veroordeling, neergelegd bij veroordeling, openheid van zaken gegeven, inzicht in zijn handelen, onder behandeling gesteld. Gedeeltelijke ontzegging van de inschrijving; verweerder mag niet meer met minderjarigen werken. Onmiddellijk van kracht.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17187

    Tandarts. Klacht: sturen van chanterende brief; dreigen in rekening brengen kosten als tuchtklacht ongegrond; doel intrekking klacht (1), aangetekend versturen van de brief (2), vermelden naam klager op de website klachtenkompas. College: handelen als directeur. Tweede tuchtnorm. Sturen van brief en trachten klager af te houden van gang naar tuchtrechter heeft weerslag op individuele gezondheidszorg. Toetsbaar opstellen. Tandarts heeft zich niet begeven op het terrein waarop hij de deskundigheid bezit behorende bij zijn inschrijving als tandarts in het BIG-register. Klager niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:25 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.316

    Klager en verweerder zijn beiden huisarts en 2014 werkzaam in een kostenmaatschap in hetzelfde gebouw. Klager verwijt verweerder - kort gezegd - dat hij op onjuiste gronden een melding heeft gedaan bij IGZ en, eveneens op onjuiste gronden, over klager heeft geklaagd tegenover collegae, andere dienstverleners in de zorg en patiënten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klager wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:19 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.253

    Klacht tegen sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. Klager woonde op hetzelfde adres als zijn moeder. Verweerster is als sociaal-psychiatrisch verpleegkundige verbonden aan de afdeling van de GGD die aan klagers moeder bemoeizorg aanbood. In juli 2011 heeft de verpleegkundige een onaangekondigd huisbezoek gebracht aan klager en zijn moeder. Klager verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig jegens klager en zijn moeder heeft gehandeld door: 1) hen niet te informeren over de onaangekondigde huisbezoeken die hebben plaatsgevonden en de privacy te schenden; 2) een medisch dossier van hen te hebben aangelegd zonder rechtsgrond; 3) klager niet te informeren dat er een medisch dossier over hen is aangelegd; 4) dat zij in de verklaring in zijn medisch dossier een onvolledige en onjuiste voorstelling van zaken geeft die niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het RTG Amsterdam verklaart klachtonderdelen 1 (het is inherent aan bemoeizorg dat huisbezoeken onaangekondigd plaatsvinden), 2 en 3 ongegrond, en klachtonderdeel 4 gegrond en legt aan de verpleegkundige de maatregel van waarschuwing op. Zowel het door klager ingestelde beroep als het incidenteel beroep van de verpleegkundige wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:13 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.124

    Klager is in de zorg gekomen bij de voorganger van verweerster, psychiater, in verband met de nazorg na een doorgemaakte paranoïde psychose. Verweerster heeft de poliklinische zorg voor klager overgenomen. Klager heeft op eigen initiatief de anti psychotica gestaakt. Klager verwijt verweerster dat zij zeer vertrouwelijke informatie heeft verstrekt aan de AIVD, hetgeen onder meer tot gevolg heeft gehad dat de AIVD heeft ingebroken in de woning van klager en de toegang tot social media en de e-mails en bestanden van klager heeft tegengehouden of geblokkeerd. Verder verwijt klager verweerster dat zij niet bereid is om de “journaalregels” van 2015 aan klager te verstrekken. Het Regionaal Tuchtcollege Zwolle heeft de klacht in beide onderdelen als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt dit oordeel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.338

    Klacht tegen huisarts. Klagers zijn de ouders van de, inmiddels overleden, patiënte. Patiënte was bekend met een zeer complex beeld met mentale en lichamelijke beperkingen en een pulmonaal beeld. Klagers verwijten verweerder dat hij, zonder hun toestemming, euthanasie heeft gepleegd door patiënte een te hoge dosering medicatie toe te dienen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het beroep van klagers wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:20 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.261

    Klaagster heeft op 22 oktober 2013 aan de psychiater, die destijds haar hoofdbehandelaar was, verteld dat zich binnen haar gezin huiselijk geweld had voorgedaan. Zij verwijt de psychiater dat hij onvoldoende met die mededeling heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard en deze afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de psychiater heeft gehandeld conform hetgeen destijds in de beroepsgroep als norm of standaard was aanvaard, aangezien er geen aanwijzingen waren dat de veiligheid binnen het gezin van klaagster zodanig in gevaar was dat (nader) actief handelen van de psychiater was vereist. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:14 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.184 en C2017.185

    Klacht tegen gz-psycholoog/psychotherapeut. De onderhavige klacht is aanvankelijk ingediend door de vader van de meerderjarige patiënte en door het Regionaal Tuchtcollege niet in behandeling genomen omdat patiënte de klacht niet ondersteunde. IGJ heeft daarop de klacht ingediend en is door het Regionaal Tuchtcollege niet ontvankelijk verklaard omdat de als bewijs aangevoerde whatsappberichten tussen verweerder en patiënte geen onderdeel uit konden maken van het procesdossier. IGJ komt tegen deze niet-ontvankelijkverklaring in beroep, welk beroep door het Centraal Tuchtcollege gegrond wordt verklaard. De zaak wordt terugverwezen naar het Regionaal Tuchtcollege voor een inhoudelijke behandeling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.348

    Klacht tegen huisarts. De klacht heeft betrekking op de overleden echtgenote van klager, hierna patiënte. Patiënte verkeerde al enige tijd in de terminale fase van COPD. Verweerster heeft op enig moment morfine heeft toegediend teneinde de benauwdheidsklachten te verminderen. Kort nadien is patiënte overleden. Klager verwijt verweerster dat zij een langzame vorm van euthanasie heeft toegepast. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het beroep van klager wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:21 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.263

    Klacht tegen sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. Klager woonde op hetzelfde adres als zijn moeder. Verweerder is teamleider van de afdeling van de GGD die aan klagers moeder bemoeizorg aanbood en leidinggevende van de medewerkers van die afdeling. In juli 2011 heeft een medewerker (eveneens aangeklaagd: C2017.253) een onaangekondigd huisbezoek gebracht aan klager en zijn moeder. Klager verwijt verweerder dat hij als teamleider en direct leidinggevende onzorgvuldig jegens klager en zijn moeder heeft gehandeld door: 1) hen niet te informeren over de onaangekondigde huisbezoeken die hebben plaatsgevonden en de privacy te schenden; 2) hen niet te informeren dat er een medisch dossier over hen is aangelegd; 3) het medisch dossier zonder rechtsgrond aan te leggen; 4) dat hij klager onbehoorlijk heeft bejegend door de inhoud van de door zijn medewerkers opgestelde medische verklaring te accorderen terwijl de verklaring niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en verweerder klager nooit heeft gezien; 5) in het bijzijn van een beveiligingsmedewerker over de inhoud van het medisch dossier met klager heeft gesproken; 6) de klacht van klager van 20 juli 2012 niet heeft onderzocht. Het RTG Amsterdam heeft de klacht afgewezen. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.195

    Klacht tegen psychiater. Klaagster verwijt verweerder, psychiater, dat hij: 1. ten onrechte een verklaring van wilsbekwaamheid heeft afgegeven aan haar (inmiddels overleden) echtgenoot, en 2. geen onderzoek naar de wilsbekwaamheid heeft verricht zoals dat van een behoorlijk psychiater mag worden verwacht. De echtgenoot heeft met deze verklaring zijn testament gewijzigd en zijn (aanzienlijke) vermogen nagelaten aan goede doelen. Klaagster is een civiele procedure gestart tegen de twee goede doelen die als enig erfgenamen zijn benoemd in het testament met als inzet de nietigverklaring van het testament wegens wilsonbekwaamheid. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het eerste klachtonderdeel ongegrond verklaard en het tweede klachtonderdeel gegrond verklaard. Aan de psychiater is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt ten aanzien van de vraag of het rapport van de psychiater voldoet aan de daaraan te stellen eisen deels anders dan het Regionaal Tuchtcollege, maar laat de maatregel van waarschuwing in stand.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.264

    Klacht tegen psychiater. Klager woonde op hetzelfde adres als zijn moeder. Verweerder is als eerste geneeskundige verbonden aan een afdeling van GGD die is belast met bemoeizorg. Hij is verantwoordelijk voor BOPZ-dossiers, handelt bij een dreigend conflict van plichten, spreekt medewerkers aan op hun functioneren en controleert of protocollen up to date zijn. Hij is tevens aanspreekpunt voor beleidsvragen en vragen over kwaliteit van zorg. In mei en juli 2011 zijn er onaangekondigd huisbezoeken gebracht aan klager en zijn moeder, onder meer door een medewerker van deze afdeling (eveneens aangeklaagd: C2017.253). Klager verwijt de arts dat hij als eindverantwoordelijk psychiater onzorgvuldig jegens klager en zijn moeder heeft gehandeld door: 1) hen niet te informeren over de huisbezoeken die hebben plaatsgevonden en de privacy te schenden; 2) hen niet te informeren dat er een medisch dossier over hen is aangelegd; 3) de medische dossiers zonder rechtsgrond aan te leggen; 4) dat hij klager onbehoorlijk heeft bejegend door de inhoud van de door zijn medewerker opgestelde medische verklaring te accorderen terwijl de verklaring niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en verweerder klager nooit heeft gezien; 5) de klacht van klager van 20 juli 2012 niet heeft onderzocht en klager niet op de hoogte heeft gesteld van de afhandeling van de klacht. 6) De afgifte van het dossier van de moeder ten onrechte heeft geweigerd. Het RTG Amsterdam wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Binnen de specifieke context van deze situatie waarbij iemand van meet af aan stelt dat hij een machtiging van zijn moeder heeft, maar deze bij herhaling weigert over te leggen, hoefde de arts niet na te gaan of sprake was van veronderstelde toestemming.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.214

    Dat de rapportage van de verzekeringsarts inhoudelijk (sterk) afwijkt van een kort daarvoor opgestelde rapportage, terwijl de verzekeringsarts beschikte over dezelfde medische informatie, maakt niet dat de verzekeringsarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het is aan de verzekeringsarts om een zelfstandig oordeel te vellen als het gaat om het vaststellen van beperkingen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:10 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.092 en c2017.129

    Klacht tegen psychiater. Klaagster is door de psychiater onderzocht op alcoholmisbruik in het kader van de vorderingsprocedure (art. 130 tot 134a Wegenverkeerswet). Klaagsters klacht betreft de inzage, afschrift en vernietiging van het medisch dossier, het verstrekken van onvoldoende en onjuiste informatie aan klaagster, het gebruik maken van een niet bekwame en bevoegde psycholoog en onzorgvuldige rapportage, alsmede onzorgvuldige verzending van de (concept) rapportages. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de psychiater een maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart nog een klachtonderdeel gegrond, maar handhaaft de waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.270

    Klaagster is als bestuurder van een auto door de politie aangehouden met een alcoholpromillage van 1,875. De psychiater heeft in opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen onderzocht of klaagster geschikt is om een rijbewijs te hebben. Zij heeft gerapporteerd dat de psychiatrische diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ moet worden gesteld. Klaagster verwijt de psychiater, voor zover in beroep van belang, dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat zij bij het stellen van de diagnose onzorgvuldig, nalatig en mogelijk ook onrechtmatig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft deze klachtonderdelen (gedeeltelijk) gegrond verklaard en aan de psychiater de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het onderzoek van de psychiater de tuchtrechtelijke toets der kritiek kan doorstaan en dat de psychiater in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt, voor zover aan het oordeel van het Centraal Tuchtcollege onderworpen, vernietigd en de klachtonderdelen worden, in zoverre opnieuw rechtdoende, alsnog ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:17 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.227

    Klacht tegen gz-psycholoog. Verweerster is betrokken bij de behandeling van de meerderjarige dochter van klaagster. Klaagster heeft na een gesprek met verweerster in het kader van systeemtherapie aan verweerster laten weten haar deelname aan de systeemtherapie te staken. Verweerster heeft de dochter van klaagster hierover ingelicht. Klaagster heeft drie klachtonderdelen geformuleerd. In een daarvan verwijt zij verweerster haar beroepsgeheim jegens klaagster te hebben geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft dat klachtonderdeel gegrond verklaard, aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het beroep van verweerster wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:11 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.095

    Klager heeft de gz-psycholoog opdracht gegeven een contra-expertise voor hem te verrichten ten behoeve van de behandeling van zijn strafzaak in beroep. Klager verwijt de gz-psycholoog, voor zover in beroep van belang, dat hij niet binnen de afgesproken termijn van drie maanden het rapport heeft voltooid en dat hij klager niet serieus heeft genomen nadat hij de overeenkomst had opgezegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen gegrond verklaard en de gz-psycholoog gewaarschuwd. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de gz-psycholoog op meerdere punten is tekort geschoten jegens klager, dat hij onvoldoende blijk heeft gegeven van het vermogen te reflecteren op eigen handelen en dat hij gelet op deze omstandigheden in samenhang bezien laakbaar heeft gehandeld. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt, voor zover de gz-psycholoog daarin is gewaarschuwd, vernietigd en de gz-psycholoog wordt, in zoverre doet het Centraal Tuchtcollege opnieuw recht, berispt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:24 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.241

    Klacht tegen chirurg over operatie in verband met carpaal tunnel syndroom en triggerfinger. Na de operatie heeft klaagster klachten die duiden op beschadiging van de nervus ulnaris. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat de klachten over dossiervorming, de manier waarop de operatie is uitgevoerd en informed consent gegrond. Het Centraal Tuchtcollege overweegt hierbij dat aannemelijk is dat de chirurg tijdens de operatie zonder medische noodzaak buiten het operatiegebied is geweest en de nervus ulnaris heeft geraakt, en dat door gebrekkige verslaglegging (te summier operatieverslag) niet vast te stellen is dat de chirurg de operatie (desondanks) correct heeft uitgevoerd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:9 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.453

    Klacht tegen psychiater. De klacht betreft de ex-echtgenote van klager die onder behandeling was bij de psychiater en inmiddels is overleden. Na het overlijden heeft de psychiater op verzoek van de tweede echtgenoot van patiënte een verklaring verstrekt die is gebruikt in een procedure over de zakelijke afwikkeling van de nalatenschap van patiënte. De klacht betreft het schenden van het beroepsgeheim na overlijden van de patiënte en het afgeven van een geneeskundige verklaring waarin een van de kinderen van patiënte wordt genoemd en het niet reageren op verzoeken van klager om uitleg over de door de psychiater verstrekte verklaring. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in de klachtonderdelen 1 en 2 niet-ontvankelijk verklaard en klachtonderdeel 3 afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager ontvankelijk in de klachtonderdelen 1 en 2 en verklaart deze klachtonderdelen gegrond. Klachtonderdeel 3 verklaart het Centraal Tuchtcollege evenals het Regionaal Tuchtcollege ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:18 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.230

    De arts is niet tekortgeschoten in de op hem rustende verplichtingen inzake de overdracht van het medisch dossier van klager. Het medisch dossier is onder verantwoordelijkheid van de arts vanuit het onder zijn verantwoordelijkheid beheerde archief naar een andere arts gegaan zonder dat onbevoegden daar toegang toe hebben gehad. Van een schending van het medisch beroepsgeheim is geen sprake.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:12 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.096

    Klager heeft de psychiater opdracht gegeven een contra-expertise voor hem te verrichten ten behoeve van de behandeling van zijn strafzaak in beroep. Klager verwijt de psychiater, voor zover in beroep van belang, dat hij niet binnen de afgesproken termijn van drie maanden het rapport heeft voltooid en dat hij klager niet serieus heeft genomen nadat hij de overeenkomst had opgezegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen gegrond verklaard en de psychiater gewaarschuwd. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de psychiater op meerdere punten is tekortgeschoten jegens klager, dat hij onvoldoende blijk heeft gegeven van het vermogen te reflecteren op eigen handelen en dat hij gelet op deze omstandigheden in samenhang bezien laakbaar heeft gehandeld. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt, voor zover de psychiater daarin is gewaarschuwd, vernietigd en de psychiater wordt, in zoverre doet het Centraal Tuchtcollege opnieuw recht, berispt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/267

    Klagers zijn familielede van een overleden patiënte. Klagers verwijten verweerder dat hij patiënte heeft geopereerd zonder dat hij voorafgaand met de familie heeft gesproken en geen informed consent gegeven. Ook heeft hij hen niet op de hoogte gehouden van het verloop van de operatie. Klagers voelen zich ook onheus bejegend. Deels gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:6 Raad van Discipline Amsterdam 17-814/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij met betrekking tot grievende uitlatingen deels gegrond. Klacht ongegrond voor zover erover wordt geklaagd dat verweerder feitelijke gegevens heeft verstrekt waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat deze onjuist zijn. Gezien specifieke omstandigheden geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 101/2017

    Klaagster verwijt verweerder (psychotherapeut) dat hij een niet tijdige, onvolledige en niet objectieve second opinion heeft gedaan. Zij verwijt verweerder voorts dat haar hulpvraag werd genegeerd door haar af te kappen en voor acute zorg te verwijzen naar haar huisarts. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:1 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170280

    Dekenbezwaar. Hoger beroep tegen de beslissing van de raad van 28 augustus 2017, waarbij verweerder is geschrapt. Het hoger beroep is op 5 oktober 2017 ontvangen en derhalve na de appeltermijn. Verweerder doet een beroep op verschoonbare termijnoverschrijding nu hij binnen 14 dagen na kennisneming van de beslissing beroep heeft ingesteld. Dat beroep wordt verworpen. Daargelaten of de op 28 augustus 2017 aangetekend aan verweerder verzonden beslissing van de raad hem buiten zijn schuld niet heeft bereikt, staat in elk geval vast dat verweerder op 22 september 2017 nog een aantal dagen voor het aflopen van de beroepstermijn de beslissing per mail heeft ontvangen. Verweerder was dus nog in de gelegenheid om tijdig beroep aan te tekenen. Dat hij naar eigen zeggen van 20 tot 26 september 2017 afwezig is geweest en in die periode zijn e-mail niet heeft gelezen komt voor zijn risico: hij behoorde er als advocaat voor te zorgen dat zijn post tijdens enkele dagen afwezigheid werd gelezen, door hemzelf of een waarnemer. Verweerder is mitsdien niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/125

    Klaagster verwijt verweerder, chirurg, onder meer dat hij zonder deugdelijk vooronderzoek is overgegaan tot operatie, dat hij te vroeg is overgegaan tot operatie in verband met aanhoudende refluxklachten, geen schriftelijk informed consent heeft overlegd en zich buiten zijn vakgebied heeft uitgelaten over mogelijke medische problematiek. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 210/2017

    Klacht tegen psychiater. Het verwijt is dat de psychiater klaagster onvoldoende heeft gehoord, geholpen en dat hij haar onvoldoende zorg heeft verleend. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 111/2017

    Klaagster verwijt de huisarts dat deze haar onvoldoende zorg heeft geboden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-150

    Gegronde klacht tegen een neuroloog. De neuroloog valt tuchtrechtelijk te verwijten dat hij te lange tijd zonder deugdelijke grond afhoudend heeft gereageerd op het verzoek om een second opinion. Ook leefstijl- en bewegingsadviezen kunnen deel uitmaken van de gezondheidstoestand van patiënt en aldus vallen onder het begrip second opinion. De uitkomst van een second opinion hoeft niet altijd een antwoord op een gestelde vraag te zijn, maar kan ook een bevestiging en/of geruststelling zijn. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:2 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170301

    Dekenbezwaar en verzoek 60b Adocatenwet. Het dekenbezwaar houdt in dat verweerder handelt en stelselmatig bljft handelen in strijd met i) artikel 10, 10a en 46 Advocatenwet en ii) artikel 4.4, 4.5, 6.1, 6.5, 6.24 en 6.25 Voda. In hoger beroep betwist verweerder het door de deken in zijn bezwaar gestelde niet. Na de eerdere schorsing heeft verweerder alle gelegenheid gehad om herhaling te vorokomen. Niettemin is verweerder bij voortduring toezeggingen niet nagekomen, heeft hij te weinig opleidingspunten gehaald en is de financiële praktijkvoering uiterst zorgwekkend. Het enkele feit dat verweerder verwacht in 2018 een declaratie te kunnen zenden van omstreeks € 50.000 is onvoldoende voor het vertrouwen dat verweerder zich zal houden aan de regels en verordeningen waaraan advocaten gebonden zijn, te meer nu is gebleken dat verweerder dat ook met intensieve begeleiding van de waarnemend deken in de afgelopen periode niet heeft gedaan. Schrapping. Proceskostenveroordeling. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/268

    Klagers zijn familieleden van een overleden patiënt. Hem wordt verweten klagers onheus te bejegenen. Deels gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:21 Raad van Discipline Amsterdam 17-559/A/A

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft, zonder hieromtrent met klaagster te communiceren, besloten geen cassatieschriftuur in te dienen en de termijn voor het indienen daarvan onbenut laten verstrijken. Klaagster heeft vervolgens van de Hoge Raad moeten vernemen dat er geen cassatieschriftuur was ingediend en dat zij dientengevolge niet-ontvankelijk werd verklaard. Daarmee heeft verweerder het vertrouwen van klaagster geschonden en haar de keuze ontnomen om (al dan niet met de bijstand van een andere advocaat) de cassatieprocedure voort te zetten. Klacht in beide onderdelen gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 102/2017

    Klacht tegen psychiater. Betrokkenheid verweerder is beperkt gebleven tot het twee maal voeren van collegiaal overleg met de psychotherapeut die een second opinion uitvoerde bij klaagster. Klacht deels niet ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:2 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-833/DB/OB

    Een advocaat behoort de inschatting van de slagingskans en het kostenrisico schriftelijk vast te leggen.. De onduidelijkheid over de inhoud van de opdracht, de slagingskans en het kostenrisico komt, nu verweerder een schriftelijke bevestiging daarvan heeft nagelaten, voor risico van de advocaat. Excessief declareren niet gebleken. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 112/2017

    Klaagster verwijt de huisarts dat deze haar onvoldoende zorg heeft geboden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-160a

    Ongegronde klacht tegen een internist. De internist heeft wel voldaan aan het verzoek om een second opinion aan te bieden door een andere internist te raadplegen, die patiënte als dienstdoend arts bij het palliatief team reeds had gezien. Niet is gebleken dat concrete door klager voorgestelde oplossingen door de internist zijn afgewezen. Er is dan ook geen grond voor het oordeel dat de internist met zijn keuze voor het handhaven van abstinerend beleid de zorg van een goed hulpverlener niet in acht heeft genomen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:3 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170342

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep van klagers wordt afgewezen nu de appelmemorie is ontvangen na afloop van de in artikel 56 lid 1 Advocatentermijn neergelegde termijn.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/269

    Klagers zijn familieleden van een overleden patiënte. Klagers verwijten verweerder dat hij zijn taak als hoofdbehandelaar niet heeft opgepakt. Deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 113/2017

    Klaagster verwijt de huisarts dat deze haar onvoldoende zorg heeft geboden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-160b

    Ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft naar aanleiding van de wens van patiënte om verder te leven actie ondernomen. Dit heeft echter niet geleid tot start of hervatting van enige behandeling, omdat deze door de verantwoordelijke arts medisch zinloos werd geacht vanwege de slechte medische toestand van patiënte. Of de arts tegen klager zou hebben gezegd dat het behandelbeleid zou worden gewijzigd, kan niet worden vastgesteld. Overig klachtonderdeel ook ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:4 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-759/DB/OB

    Advocaat heeft in opdrachtbevestiging vastgelegd dat hij een inspanningsverplichting heeft. Niet komen vast te staan dat hij zijn cliënte een slagingskans van bijna 100% heeft voorgehouden. Advocaat handelt tuchtrechtelijk verwijtbaar door gedurende een lange periode geen actie te ondernemen en zijn cliënt in het ongewisse te laten, terwijl hij in de opdrachtbevestiging heeft bevestigd twee procedures voor zijn cliënt te zullen voeren. Advocaat heeft nagelaten om bij aanvang van de zaak zijn cliënt er op te wijzen dat hij naast de kosten die hij conform de vaste prijsafspraak aan zijn advocaat verschuldigd was tevens deurwaarderskosten verschuldigd zou zijn en bovendien het risico liep bij verlies van de procedure in de kosten van de wederpartij te worden veroordeeld. Klacht (gedeeltelijk) gegrond; berisping

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 212/2017

    Klager verwijt verweerster -zakelijk weergegeven- het verzinnen van niet bestaande testen om declaratiemisbruik te kunnen plegen, het chanteren van patiënten en het opgeven van valse verklaringen. Klacht als kennelijk ongegrond. Verwijzing naar eerder door klager ingediende klacht tegen collega huisarts.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:4 Raad van Discipline Amsterdam 17-579/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:224 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-821/DB/OB

    Niet gebleken v. valse aantijgingen onnodig grievende uitlatingen of smaad noch van een zonder rechtsgrond uitgesproken faillissement. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 211/2017

    Klacht tegen klinisch psycholoog. Het verwijt is dat de klinisch psycholoog klaagster onvoldoende heeft gehoord, geholpen en haar onvoldoende zorg heeft verleend. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:5 Raad van Discipline Amsterdam 17-528/A/NH

    Klacht over eigen advocaat. Klager is niet-ontvankelijk in grootste gedeelte van zijn klacht vanwege termijnoverschrijding. Voor het overige is de klacht ongegrond.