Zoekresultaten 21651-21700 van de 48142 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:109 Raad van Discipline Amsterdam 17-929/A/NH
- Datum publicatie: 14-05-2018
- Datum uitspraak: 20-04-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:109
Verzet. Klager niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:95 Raad van Discipline Amsterdam 17-1032/A/A/D
- Datum publicatie: 14-05-2018
- Datum uitspraak: 24-04-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:95
Dekenbezwaar (zie ook 17-1031/A/A). Ten aanzien van de door verweerder verstrekte dienstverlening heeft de raad bij eveneens vandaag genomen beslissing in klachtzaak met zaaknummer 17-1031/A/A geoordeeld dat (kort gezegd) verweerder in de zaak die hij voor de heer M behandelde de echtscheidingsbeschikking niet tijdig heeft ingeschreven, verweerder de heer M niet tijdig en toereikend heeft voorgelicht over de gevolgen van deze nalatigheid, verweerder een brief van de advocaat van de wederpartij van 1 maart 2016 niet aan de heer M heeft doorgestuurd en de heer M daarover niet tijdig heeft geïnformeerd, verweerder onvoldoende controle heeft gehouden op de voortgang van het dossier en verweerder de heer M niet heeft voorgelicht over de eventuele mogelijkheden van cassatie tegen de beschikking van 31 maart 2016. Aldus heeft verweerder, getoetst aan de professionele standaard die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden kan worden verwacht, in de zaak die hij voor de heer M behandeld niet aan de zorgvuldigheidsnorm voldaan. Voorts heeft verweerder de aansprakelijkstelling van de heer M niet tijdig aangemeld bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. Verweerder schiet met te grote regelmaat tekort in de wijze waarop hij de praktijk uitoefent, in het bijzonder ten opzichte van de eigen cliënten in voor deze cliënten belangrijke en gevoelige echtscheidingszaken. De raad acht het opleggen van de maatregel van berisping voor de onderhavige zaak en de heden grotendeels gegrond verklaarde klacht passend en geboden. In beide zaken zal de raad dan ook één en dezelfde maatregel opleggen.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17231
- Datum publicatie: 11-05-2018
- Datum uitspraak: 11-05-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:52
Tandarts. Orthodontie. Klagers verwijten verweerder dat hij bij de behandeling van hun zoon 1) vooraf geen behandelplan maar alleen kostenraming heeft opgesteld, 2) niets heeft overlegd met klagers en 3) een onvolledige en onjuiste behandeling heeft toegepast. College: gegrond. Ingezette behandeling had niet tot correctie van de skelettale discrepantie kunnen leiden, behandeling is onjuist toegepast en verweerder heeft informatieplicht en dossierplicht geschonden. Maatregel: Ingewikkelde casus, vereiste inzicht ontbrak en ontbreekt, onjuiste, niet vakinhoudelijke overwegingen gehanteerd bij afweging toe te passen behandeling, geen inzicht getoond in handelen: onvoldoende vertrouwen dat verweerder in de toekomst het vak orthodontie op bekwame wijze zal uitoefenen. Ontzegging bevoegdheid om het beroep van tandarts uit te oefenen voor zover het orthodontie betreft.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:67 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-800/DB/OB
- Datum publicatie: 09-05-2018
- Datum uitspraak: 07-05-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:67
Klager verwijt verweerder dat deze zijn belangen op nodeloze wijze zou schaden door feitelijke gegevens te verstrekken waarvan hij weet dat deze onjuist zijn. De beweerdelijke onjuiste feitelijke gegevens zijn standpunten in een nog lopende procedure. Deze standpunten zijn niet evident onpleitbaar en kunnen, indien nodig, in de procedure worden betwist. Klacht terecht kennelijk ongegrond verklaard. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:68 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-939/DB/OB
- Datum publicatie: 09-05-2018
- Datum uitspraak: 07-05-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:68
Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door steeds melding te maken van de schorsing van de heer L., zonder daarbij te vermelden dat deze schorsing in hoger beroep ongedaan was gemaakt. Door slechts fragmentarisch te citeren uit een arrest is door verweerder de onjuiste indruk gewekt dat het om een beoordeling van het gerechtshof ging en niet om een standpunt van een van partijen. Daarnaast heeft verweerder onjuist geciteerd uit een pv. Geen sprake van een vergissing. Verweerder had het gerechtshof, toen de zaak voor arrest stond, niet zonder toestemming van klager sub 1 mogen benaderen. Tenslotte heeft verweerder de deken onjuist geïnformeerd. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 640040/NT 17-83 643305/NT 18-8 64095/NT 17-87
- Datum publicatie: 09-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:10
Het feit dat sprake is van een langdurige negatieve bewaringspositie (met een negatieve bewaringspositie van € 2.210.161 op 8 december 2017), van bewuste (voortdurende) onttrekking van derdengelden (zelfs nadat de notaris door de voorzitter bij wijze van ordemaatregel was geschorst), vervalsing van bankafschriften (onder meer om een negatieve bewaringspositie te verhullen) en het ten onrechte (laten) overboeken van gelden aan zichzelf (klachtonderdeel 1) is reeds voldoende om tot het oordeel te komen dat de notaris uitermate laakbaar heeft gehandeld (in strijd met het bepaalde in de artikelen 23, 24, 25 Wna, 2 en 13 Vbg 2011 en 2 Administratieverordening). Waar ieder van de hiervoor genoemde feiten op zich al een ontzetting uit het ambt rechtvaardigt, is deze maatregel des te meer passend en geboden indien acht geslagen wordt op de combinatie van deze feiten, het raffinement waarmee zij gepleegd zijn en hun ernst, omvang en duur.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:107 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1112
- Datum publicatie: 09-05-2018
- Datum uitspraak: 23-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:107
Eindbeslissing na tussenbeslissing en schriftelijke vragen tuchtrechter. Klacht over optreden eigen advocaat in door rechtbank gelast handtekening-onderzoek. Advocaat heeft door klager verschafte stukken niet tijdig doorgezonden naar de door de rechtbank benoemde deskundige, waardoor deze niet meer in het onderzoek zijn betrokken. Ook heeft de advocaat daarover onjuiste verklaringen afgelegd tegenover cliënt en tuchtrechter. Berisping en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:66 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-999/DB/OB
- Datum publicatie: 09-05-2018
- Datum uitspraak: 07-05-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:66
Verweerder heeft onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de behartiging van de belangen van klaagster door haar niet schriftelijk te wijzen op de mogelijkheden (en de daaraan verbonden risico’s) om de arbeidsovereenkomst met een medewerkster te beëindigen. Verweerder had daarnaast klaagster schriftelijk moeten wijzen op de risico’s van het niet verschijnen in een procedure. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 314/2017
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:96
Een van de klachten tegen een kinderarts, neuroloog, KNO-arts en anesthesioloog betreffende de behandeling van een patiënte met het MEGDEL syndroom. Patiënte heeft een ingreep ondergaan wegens drooling. Patiënte is korte tijd later overleden. De klacht betreft de zorgvuldigheid en de informatie. De kinderarts had nader onderzoek moeten doen. Klacht tegen kinderarts gegrond, waarschuwing. De overige verweerders hebben niet onzorgvuldig gehandeld. Die klachten worden afgewezen. Opmerking college: Initiatief voor een gesprek meer actief aan de zijde van verweerders
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/182
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:26
Verweerster is verzekeringsarts en heeft klaagster voor een herbeoordeling in het kader van haar WIA-uitkering op haar spreekuur gezien. Klaagster is het niet eens met de inhoud van de door verweerster opgestelde rapportage. Ook stelt zij onheus bejegend te zijn door verweerster. Het college wijst de klacht af. De rapportage voldoet aan alle eisen die daaraan worden gesteld volgens vaste jurisprudentie. Dat verweerster haar onheus heeft bejegend heeft klaagster niet onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 315/2017
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:97
Een van de klachten tegen een kinderarts, neuroloog, KNO-arts en anesthesioloog betreffende de behandeling van een patiënte met het MEGDEL syndroom. Patiënte heeft een ingreep ondergaan wegens drooling. Patiënte is korte tijd later overleden. De klacht betreft de zorgvuldigheid en de informatie. De kinderarts had nader onderzoek moeten doen. Klacht tegen kinderarts gegrond, waarschuwing. De overige verweerders hebben niet onzorgvuldig gehandeld. Die klachten worden afgewezen. Opmerking college: Initiatief voor een gesprek meer actief aan de zijde van verweerders
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 172/2017
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:100
Klacht tegen neurochirurg deels gegrond; waarschuwing. Verweerder is niet verantwoordelijk dat een CT-scan zonder contrastvloeistof is verricht en niet betrokken geweest bij het plannen en vervroegen van de aangevraagde MRI. Het college is van oordeel dat verweerder had moeten besluiten tot een punctie van het hersenabces en dat hij zijn afwijzing onvoldoende heeft onderbouwd. Verweerder heeft de neuroloog, gelet op de inhoud van hun overleg, niet hoeven weerhouden van het (laten) verrichten van een LP.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/190
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:27
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klaagster is de zuster van een inmiddels overleden patiënt. Patiënt werd in juni 2017 opgenomen nadat hij thuis gevallen was. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat hij terminaal ziek was. Klaagster verwijt verweerder 1) dat hij patiënt geen pijnmedicatie heeft gegeven, waardoor hij onnodig pijn heeft geleden; 2) dat hij lomp met patiënt is omgegaan; 3) dat hij patiënt met een zuurstofgebrek in zijn bloed naar huis heeft laten gaan; 4) dat hij geen antwoord gaf op vragen van klaagster en om alles heen draaide en 5) patiënt niet eerder naar huis liet gaan, terwijl toch al duidelijk was dat hij niet lang meer te leven had. Het college volgt klaagster niet in haar verwijten. Patiënt kreeg indien nodig pijnmedicatie en niet gebleken is dat verweerder lomp met patiënt omgegaan is en/of geen medeleven heeft getoond. Voorts heeft verweerder patiënt wel degelijk zuurstof meegegeven toen hij naar huis ging. Daarnaast geldt dat niet gebleken is dat verweerder op bepaalde vragen geen antwoord heeft gegeven en/of dat hij om alles heen draaide. Ten slotte heeft verweerder goed onderbouwd dat het niet verantwoord was om patiënt naar huis te laten gaan zonder dat er eerst thuiszorg was geregeld. De klacht is ongegrond. Deze klacht hangt samen met procedure G2017/181.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 316/2017
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:98
Een van de klachten tegen een kinderarts, neuroloog, KNO-arts en anesthesioloog betreffende de behandeling van een patiënte met het MEGDEL syndroom. Patiënte heeft een ingreep ondergaan wegens drooling. Patiënte is korte tijd later overleden. De klacht betreft de zorgvuldigheid en de informatie. De kinderarts had nader onderzoek moeten doen. Klacht tegen kinderarts gegrond, waarschuwing. De overige verweerders hebben niet onzorgvuldig gehandeld. Die klachten worden afgewezen. Opmerking college: Initiatief voor een gesprek meer actief aan de zijde van verweerders
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-240
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:64
Ongegronde tegen een plastisch chirurg. Niet gebleken dat de operaties onzorgvuldig zijn uitgevoerd. Door de tweede operatie tot verdere vergroting is een meer symmetrisch resultaat bemoeilijkt, maar niet kan worden geconcludeerd dat hiermee een onaanvaardbaar risico op schade voor klaagster is genomen. Dat PA-onderzoek bij het aantreffen van vocht tijdens een operatie routinematig wordt verricht en dat de patiënt pas wordt geïnformeerd indien de uitslag daartoe aanleiding geeft, wordt niet onjuist geacht. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen g2017/181
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:28
Klacht tegen arts, werkzaam als ANIOS (arts niet in opleiding tot specialist) op de SEH-afdeling van een ziekenhuis. Klaagster is de zuster van een inmiddels overleden patiënt. Patiënt werd in juni 2017 opgenomen op de SEH-afdeling nadat hij thuis gevallen was. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat hij terminaal ziek was. Klaagster verwijt verweerster 1) dat zij patiënt niet meteen naar huis liet gaan maar eerst onderzoek bij hem wilde verrichten, ondanks dat klaagster had aangegeven dat haar broer dat niet wilde; 2) dat zij overal omheen draaide in de gesprekken met klaagster en 3) dat zij niet bij het bemiddelingsgesprek aanwezig was. Het college volgt klaagster niet in haar verwijten. Aanvullend onderzoek was geïndiceerd en het was niet verantwoord om patiënt naar huis te laten gaan zonder dat er eerst thuiszorg was geregeld. Voorts geldt dat het feit dat verweerster niet bij het bemiddelingsgesprek aanwezig was, haar – alles overziend – niet tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. De klacht is ongegrond. Deze klacht hangt samen met procedure G2017/190.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 171/2017
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:99
Klacht tegen neuroloog ongegrond. De beslissing tot een punctie van het hersenabces ligt bij de neurochirurg. Dat de neurochirurg die niet wilde verrichten kan verweerder niet verweten worden. Onder de gegeven omstandigheden, deels in die situatie gebracht door de beslissing van de neurochirurg om geen punctie van het hersenabces te verrichten op dat moment heeft verweerder naar het oordeel van het college, mede gelet op de omvang en de ligging van de abcessen, tot het laten verrichten van een LP kunnen beslissen. Verweerder is niet verantwoordelijk dat een CT-scan zonder contrastvloeistof is verricht. Er is voldoende gestuurd op vervroeging van de aangevraagde MRI.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-293
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:65
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Niet gebleken dat de huisarts tot een onjuiste diagnose is gekomen op een wijze die in strijd is met de zorgvuldigheid die van een beroepsgenoot mag worden verwacht. Geen aanwijzingen dat een afwachtend beleid geen verdedigbare keuze was. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-263a
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:66
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De behandeling is stap voor stap opgebouwd door eerst pijnstilling voor te schrijven en later tijdig door te verwijzen. Zo nodig is de behandeling telkens aangepast. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-223
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:67
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Het gebruik van Azitromycine bij de nierwaarde die klager op dat moment had, is overeenkomstig de richtlijnen. Geen onderbouwing van een oorzakelijk verband tussen inname van Azitromycine en de verslechtering van de nierfunctie. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 313/2017
- Datum publicatie: 08-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:95
Een van de klachten tegen een kinderarts, neuroloog, KNO-arts en anesthesioloog betreffende de behandeling van een patiënte met het MEGDEL syndroom. Patiënte heeft een ingreep ondergaan wegens drooling. Patiënte is korte tijd later overleden. De klacht betreft de zorgvuldigheid en de informatie. De kinderarts had nader onderzoek moeten doen. Klacht tegen kinderarts gegrond, waarschuwing. De overige verweerders hebben niet onzorgvuldig gehandeld. Die klachten worden afgewezen. Opmerking college: Initiatief voor een gesprek meer actief aan de zijde van verweerders
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:105 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-690
- Datum publicatie: 07-05-2018
- Datum uitspraak: 30-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:105
Essentie: Advocaat van de wederpartij van klager. Naar het oordeel van de raad mocht verweerster, gelet op de lange en ernstige voorgeschiedenis tussen partijen na hun scheiding, als partijdige belangenbehartiger haar cliënte adviseren zoals zij heeft gedaan over het staken van de zorgregeling. Niet is gesteld of gebleken dat overleg met klager toen nog tot de mogelijkheden behoorde of dat verweerster haar cliënte anders had kunnen en moeten adviseren, temeer daar haar cliënte zelf had aangegeven geen procedures meer te willen voeren en de spanningen voor haar en de kinderen teveel waren geworden. Vast staat dat de cliënte van verweerster na 19 december 2016 de zorgregeling daadwerkelijk heeft opgeschort totdat klager aan de gestelde voorwaarden had voldaan. Dat klager daardoor zijn kinderen een tijd heeft moeten missen en naar zijn zeggen onder druk de verklaring op 31 december 2016 op papier heeft gezet zoals was verzocht, kan verweerster niet tuchtrechtelijk worden verweten. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster bij de advisering aan haar cliënte in haar belang en dat van de kinderen gehandeld en bij de behartiging van die belangen niet onevenredig de belangen van klager geschaad, zonder dat daarmee een redelijk doel werd gediend. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 222/2017
- Datum publicatie: 07-05-2018
- Datum uitspraak: 07-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:92
Klacht tegen huisarts gegrond. Verweerder heeft onvoldoende onderzoek gedaan en onvoldoende doorgevraagd naar de situatie van een patiënt die hij in verband met ontregelde bloedsuikers zag op de huisartsenpost. Het ingezette beleid is niet passend gelet op hetgeen gebruikelijk is. Tot slot heeft hij ten onrechte geen belinstructies gegeven. Maatregel: berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:106 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-785
- Datum publicatie: 07-05-2018
- Datum uitspraak: 30-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:106
Essentie: advocaat wederpartij. Verweerder mocht na daartoe verkregen verlof conservatoir beslag leggen zoals hij dat heeft gedaan, ook al was dat ten nadele van klager. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder, ook na de bekendheid met de bezwaren van klager tegen hem, als advocaat tegen de vennootschap van klager blijven optreden in de incassozaak tegen klager. Het bepaalde in het vierde lid van Gedragsregel 7, waaruit volgt dat het een advocaat niet is toegestaan om tegen een voormalige cliënt of bestaande cliënt van hem of van een kantoorgenoot van hem op te treden, is in deze kwestie niet van toepassing, omdat hier geen sprake is van dezelfde voormalige of bestaande cliënt van verweerder en zijn kantoorgenoot. Die laatste stond immers klager in privé bij, daar waar verweerder tegen de vennootschap van klager ging optreden. Nu de raad ook anderszins niet is gebleken van bezwaren waarom verweerder niet tegen de vennootschap van klager had mogen optreden, heeft verweerder naar het oordeel van de raad niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich niet aan de incassozaak tegen de vennootschap van klager te onttrekken. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 323/2017
- Datum publicatie: 07-05-2018
- Datum uitspraak: 07-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:93
Klacht tegen huisarts ongegrond. Verweerster heeft de diagnose torsio testis gemist. Zij heeft echter wel zorgvuldig gehandeld. Zij heeft voldoende onderzoek gedaan en dit goed gedocumenteerd. Zij heeft overleg gehad met een uroloog en voldoende nazorg gegeven.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 250/2017
- Datum publicatie: 07-05-2018
- Datum uitspraak: 07-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:94
Klacht tegen huisarts ongegrond. Verweerder heeft voldoende aandacht aan klager besteed en voldoende regie gevoerd op de afbouw van zijn medicijngebruik. Niet gebleken is dat hij klager niet serieus heeft genomen of dat hij over klager besliste in plaats van samen met hem.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/333499 KL RK 18-24
- Datum publicatie: 04-05-2018
- Datum uitspraak: 25-04-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:13
Betreft een voorzittersbeslissing. De notaris verzoekt de voorzitter om de kandidaat-notaris op grond van artikel 29 lid 2 Wna te benoemen tot vaste waarnemer. Op grond van analoge toepassing van artikel 26 onder c Wna is de voorzitter van oordeel dat de kandidaat-notaris, nu hij bij een nog niet onherroepelijk geworden uitspraak is veroordeeld voor een misdrijf, hangende zijn hoger beroep niet mag optreden als waarnemer. De voorzitter wijst het verzoek van de notaris af.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 009/2018
- Datum publicatie: 04-05-2018
- Datum uitspraak: 04-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:91
Klacht tegen huisarts PI. Klacht betreft de behandeling van hoofdletsel van klaagster. Nader onderzoek was gelet op anamnese en onderzoek niet geboden. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:29 Accountantskamer Zwolle 17/2189 Wtra AK
- Datum publicatie: 04-05-2018
- Datum uitspraak: 04-05-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:29
Voor een deel van de (fiscale) werkzaamheden waarop de klacht ziet is betrokkene niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk te houden. De overige klachtonderdelen zijn gemotiveerd weersproken en daarna onvoldoende onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1812
- Datum publicatie: 03-05-2018
- Datum uitspraak: 03-05-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:50
Klager verwijt verweerder, verpleegkundige, onder andere dat hij een conflictsituatie met een cliënte eniet heeft gemeld bij zijn leidinggevende, dat hij een verpleegkundige handeling heeft uitgevoerd zonder opdracht van een arts en cliënte daarbij onvoldoende heeft geïnformeerd. Het college is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt te maken valt, onder meer omdat hij niet op de hoogte was (gebracht) van de door klager ervaren conflictsituatie. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:89 Raad van Discipline Amsterdam 18-234/A/NH
- Datum publicatie: 03-05-2018
- Datum uitspraak: 30-04-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:89
Voorzittersbeslissing. Dat verweerder zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door vertrouwelijke informatie naar buiten te laten komen kan niet worden vastgesteld. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17191
- Datum publicatie: 03-05-2018
- Datum uitspraak: 03-05-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:51
Klager verwijt verweerster, verpleegkundige, dat zij hem niet op de juiste wijze uit bed heeft geholpen. Klager is daardoor ten val gekomen en heeft hierbij zijn bovenbeen gebroken waardoor hij niet kon revalideren van zijn herseninfarct. Het college is van oordeel dat verweerster op de juiste wijze de transfer met klager heeft gemaakt, waarbij klager helaas ten val is gekomen. Dit levert echter geen tuchtrechtelijk verwijt aan het adres van verweerster op. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/012GZp
- Datum publicatie: 03-05-2018
- Datum uitspraak: 03-05-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:49
Verweerster heeft als GZ-psycholoog een rapportage ingediend inzake een procedure omgangsregeling tussen klager en zijn ex-partner. Op basis van de rapportage heeft klager niet langer het gezag over zijn zoontje, en is hem tevens contact met hem ontzegd. Klager verwijt verweerster dat zij zonder onderzoek of eigen waarneming een rapportage heeft opgesteld. Zij had in deze situatie terughoudendheid dienen te betrachten. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:104 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-353
- Datum publicatie: 03-05-2018
- Datum uitspraak: 30-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:104
Klacht tegen eigen echtscheidingsadvocaat deels gegrond. Verweerder heeft verzuimd om stukken van klaagster bij de rechtbank in te dienen waarna het verzoek om partneralimentatie is afgewezen. Dat de persoonlijke omstandigheden van verweerder er mogelijk aan hebben bijgedragen dat de stukken niet (tijdig) zijn ingediend, doet aan de terechtheid van het verwijt niet af. Verder had verweerder klaagster expliciet moeten wijzen op het reële risico van het afwijzen van de gevorderde partneralimentatie door niet een concreet bedrag aan alimentatie te noemen. Dat klaagster geen concreet bedrag wilde noemen zoals verweerder heeft gesteld, doet daaraan niet af. Klacht voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:90 Raad van Discipline Amsterdam 18-235/A/NH
- Datum publicatie: 03-05-2018
- Datum uitspraak: 30-04-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:90
Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop (46g lid 1 sub a Advocatenwet), en voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:91 Raad van Discipline Amsterdam 18-233/A/NH
- Datum publicatie: 03-05-2018
- Datum uitspraak: 30-04-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:91
Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft onweersproken aangevoerd dat hij klager tijdens de behandeling van de zaken reeds een kopie van alle processtukken en correspondentie heeft toegezonden. Dit neemt echter niet weg dat van een advocaat mag worden verwacht dat hij, op verzoek zijn (voormalig) cliënt, de processtukken, een kopie van alle correspondentie en andere stukken en waar nodig de originele stukken aan hem overhandigt. In onderhavig geval heeft verweerder aangeboden dit te doen, onder de voorwaarde dat klager de daarmee gepaard gaande kopieerkosten voor zijn rekening neemt. Naar het oordeel van de voorzitter is dit geen onredelijke voorwaarde en heeft verweerder hiermee dus ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Daarbij geldt dat – zoals verweerder terecht stelt - verweerder er een gerechtvaardigd belang bij heeft om zelf (een kopie van) het dossier te behouden. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:92 Raad van Discipline Amsterdam 18-148/A/A
- Datum publicatie: 03-05-2018
- Datum uitspraak: 06-04-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:92
Voorzittersbeslissing. Klacht over deken. De wijze waarop een deken een verzoek ex artikel 13 Advocatenwet behandelt valt binnen de beleidsvrijheid van de deken. Het staat een deken vrij om een oordeel te geven over de vraag of iemand in aanmerking komt voor de aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet. Indien dit oordeel onjuist wordt geacht, staat daartegen beklag open bij het Hof van Discipline. Het is de voorzitter overigens niet gebleken dat verweerder door zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17153a
- Datum publicatie: 03-05-2018
- Datum uitspraak: 03-05-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:48
Klagers verwijten verweerder, verpleegkundige, dat hij in strijd met professionele standaard gehandeld heeft door onder andere afspraken over opname niet na te komen en klager onheus heeft bejegend. Het college is van oordeel dat er geen sprake is geweest tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17153b
- Datum publicatie: 03-05-2018
- Datum uitspraak: 03-05-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:49
Klagers verwijten verweerster, GZ-psycholoog, dat zij in strijd met haar professionele standaard gehandeld heeft door onder andere afspraken over opname niet na te komen en haar dossierplicht heeft geschonden door geen dossier te voeren. Het college is van oordeel dat verweerster onterecht geen dossier heeft gevoerd en verklaart de klacht deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:88 Raad van Discipline Amsterdam 18-084/A/A
- Datum publicatie: 03-05-2018
- Datum uitspraak: 23-04-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:88
Voorzittersbeslissing. Niet gebleken dat verweerder, althans zijn kantoor, de overdracht van het dossier heeft gefrustreerd door gemaakte afspraken niet na te komen. Klacht voor zover deze ziet op de inzet die verweerder heeft getoond bij de behandeling van de zaken van klager deels kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 47b Advocatenwet, deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet en voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/324194 / KL RK 17-104 C/05/324196 / KL RK 17-105
- Datum publicatie: 03-05-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:12
Vaststaat dat partijen in de akte hebben verklaard dat er door verjaring een erfdienstbaarheid, inhoudende een recht van weg, was ontstaan. Er dient vanuit te worden gegaan dat hetgeen in de akte is opgenomen ook zo is besproken met partijen. Dit betekent dat de kandidaat-notaris op basis van hetgeen door de buren is verteld, heeft aangenomen dat een erfdienstbaarheid was ontstaan, waarna zij als oplossing een persoonlijk recht van weg heeft geadviseerd. Hoewel het mogelijk is dat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan, kon dit naar het oordeel van de kamer niet worden geconstateerd op basis van enkel de in het gesprek aan de orde gekomen gegevens. In zoverre heeft de kandidaat-notaris klagers onjuist geïnformeerd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:103 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1018
- Datum publicatie: 02-05-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:103
Voorzittersbeslissing. Klacht dat verweerders - na het speciale verzoek van klager daartoe na zijn arrestatie - hebben geweigerd rechtsbijstand te verlenen aan klager. Klager is in deze klacht (kennelijk) niet-ontvankelijk wegens verjaring resp. ne bis in idem. Klacht dat verweerders klager hebben doorverwezen naar een ander kantoor die de zaak van klager vervolgens hebben ‘verknald’ is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:97 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-483/DH/DH
- Datum publicatie: 02-05-2018
- Datum uitspraak: 30-04-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:97
Verzet ongegrond. De raad is van oordeel dat de voorzitter de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond heeft verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:98 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-242/DH/RO
- Datum publicatie: 02-05-2018
- Datum uitspraak: 30-04-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:98
Beslissing op verzet. Het verzet is alleen voor wat betreft klachtonderdeel b) gegrond. In dit klachtonderdeel verwijt klager verweerster dat zij de met klager overeengekomen betalingsregeling éénzijdig heeft opgezegd. De voorzitter heeft geoordeeld dat dit klachtonderdeel kennelijk ongegrond is. De raad heeft echter geconstateerd dat niet verweerster, maar een voormalig kantoorgenote de met klager overeengekomen betalingsregeling éénzijdig heeft beëindigd. De voorzitter is in zoverre van een verkeerd feitencomplex uitgegaan. Daarom is het verzet ten aanzien van klachtonderdeel b) gegrond. Nu verweerster echter niet de persoon is geweest die de betalingsregeling heeft beëindigd - en haar daarvan derhalve geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt - is dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:71 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170300
- Datum publicatie: 02-05-2018
- Datum uitspraak: 23-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:71
Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de cliënt van klager in de penitiaire inrichting te bezoeken zonder voorafgaand contact met klager.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:99 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-222/DH/DH
- Datum publicatie: 02-05-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:99
Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft een klacht ingediend over verweerder, die haar ex-echtgenoot bijstaat c.q. heeft bijgestaan in diverse familierechtelijke procedures. De voorzitter acht de wijze waarop verweerder heeft gehandeld en zich over klaagster heeft uitgelaten, niet onnodig grievend of anderszins van dien aard dat hij daarmee de grenzen van de hem als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid heeft overschreden. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:72 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180026
- Datum publicatie: 02-05-2018
- Datum uitspraak: 23-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:72
Verweerder trad op als advocaat van de wederpartij van klagers en heeft één van de aandeelhouders van klaagster sub C een brief gestuurd waarin die aandeelhouder wordt gewezen op het feit dat zijn aandelen wellicht minder waard zijn dan hij dacht en waarop wordt gewezen op langdurige en kostbare procedures. De raad heeft de klacht gegrond verklaard omdat de brief geen enkel doel diende en verweerder daardoor de belangen van de wederpartij onnodig of onevenredig heeft geschaad. De raad heeft een berisping en een geldboete van € 3.000,- opgelegd. Het door verweerder ingestelde hoger beroep richt zich tegen de boete. Het hoger beroep van verweerder slaagt. De aan verweerder verweten gedraging is niet zodanig ernstig dat aan hem een berisping en een boete dient te worden opgelegd. Het moet een advocaat in beginsel vrij staan om tegenover de tuchtrechter een standpunt over het hem verweten handelen in te nemen en dit standpunt kan op zichzelf niet tot een zwaardere maatregel leiden. Vernietiging.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:93 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-966/DH/DH
- Datum publicatie: 02-05-2018
- Datum uitspraak: 30-04-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:93
Klacht over advocaat wederpartij deels niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. Klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:63 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-213/DB/OB
- Datum publicatie: 02-05-2018
- Datum uitspraak: 30-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:63
Advocaat in hoedanigheid van deken. Bemiddelingsverzoek in behandeling genomen en op goede gronden beëindigd. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:73 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180092
- Datum publicatie: 02-05-2018
- Datum uitspraak: 23-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:73
Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klaagster door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 433
- Pagina: 434
- Pagina: 435
- ...
- Pagina: 963
- Volgende pagina zoekresultaten