Zoekresultaten 21301-21350 van de 48172 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329268 KL RK 17-184

    Klager verwijt de notaris dat hij de nalatenschap van moeder onvoldoende voortvarend afhandelt. Klager ontvangt geen reactie van de notaris en wordt doorlopend geconfronteerd met vertragingen en tegenwerkingen. Verder houdt de notaris, volgens klager ten onrechte, een bedrag in depot op zijn derdengeldenrekening totdat de nalatenschap van moeder is afgewikkeld. Voorts verwijt klager de notaris dat hij de reguliere mogelijkheden tot het indienen van klachten frustreert. Dit druist in tegen het rechtsgevoel van klager. Klager voelt zich verre van integer en met minachting door de notaris behandeld. De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd en de kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 060/2018

    Klacht tegen plastisch chirurg kennelijk ongegrond. Verweerder ontkent hetgeen klaagster aan haar klachten ten grondslag legt. Dossier geeft ook geen steun.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:138 Raad van Discipline Amsterdam 18-341/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Het is niet de taak van de tuchtrechter om een oordeel te geven over het geschil tussen partijen over de vraag welke rechtbank bevoegd is. Voorts is het op zichzelf niet tuchtrechtelijk laakbaar om in twee landen tegelijk te procederen. Daarbij kan niet worden gezegd dat het standpunt dat verweerder namens zijn cliënte heeft ingenomen, luidende dat de Nederlandse rechter bevoegd is, evident in strijd is met hetgeen een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De stelling van klager dat hij niet – althans niet tijdig – is geïnformeerd over het ingediende echtscheidingsverzoek mist feitelijke grondslag. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:19 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/326650/KL RK 17-142

    De kamer is verder van oordeel dat de notaris klaagster niet onnodig op kosten heeft gejaagd door zijn advies om de nalatenschap te verwerpen. Gelet op de tekst van het testament in samenhang met de feitelijke situatie is twijfel mogelijk over de vraag of klaagster erfgenaam van erflater is. Nu klaagster heeft aangegeven geen erfgenaam te willen zijn en het saldo van de nalatenschap negatief is, acht de kamer het een juist advies van de notaris om de nalatenschap zekerheidshalve te verwerpen. De keuze van klaagster om hierover aan een andere notaris advies te vragen, dient voor haar rekening te komen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:135 Raad van Discipline Amsterdam 18-322/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerster in haar hoedanigheid van mediator in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Uit de door verweerster gegeven toelichting blijkt dat de mediation op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en dat beide partijen de gelegenheid hebben gehad om hun standpunten naar voren te brengen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.500

    Het beraad in raadkamer na de behandeling in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg. Dit betekent dat het beroep zal worden verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.353

    Klacht tegen een internist. Klaagster verwijt de internist dat 1) hij een verkeerde behandeling heeft toegepast, namelijk een radioactieve slok 2) hij haar niet op tijd naar een oogarts heeft doorgestuurd toen zij visus klachten kreeg 3) hij deze fout heeft gemaakt als gevolg van persoonlijke omstandigheden, namelijk een burn-out 4) het medisch dossier niet compleet is en fouten bevat zoals consulten om 07.00 uur in de ochtend en een dossierstuk van een andere patiënt. De internist heeft haar bij een andere naam genoemd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klacht in al zijn onderdelen afgewezen. Het beraad in raadkamer na de behandeling in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:118 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180004

    Het verzet tegen de beslissing van de voorzitter slaagt nu de ondertekening van de griffier ontbreekt. Het beroep van klager tegen de beslissing van de raad wordt afgewezen, nu geen rechtsmiddel openstaat (artikel 46h lid 7 Aw) en het beroep op doorbreking van dit verbod niet slaagt.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17213

    Psychiater wordt kort gezegd verweten dat zijn onderzoek en rapportage in het kader van een CBR-keuring ondeugdelijk zijn. De psychiater heeft op onjuiste wijze toepassing gegeven aan de DSM-IV-TR criteria. Blijkens de DSM-IV-TR criteria is pas sprake van voortdurend gebruik van alcohol zoals bij vraag vier bedoeld, wanneer sprake is van een patroon zoals gebleken in de laatste twaalf maanden voorafgaand aan de laatste aanhouding. Dit betekent dat de psychiater, om te kunnen concluderen tot voortdurend gebruik van alcohol, met een onderbouwing moest komen die betrekking had op de periode december 2015 tot december 2016. De vermelde onderbouwing heeft echter betrekking op 2011 en 2012. De psychiater kon niet in redelijkheid tot de diagnose ‘Alcoholmisbruik volgens DSM-IV-TR criteria komen. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:136 Raad van Discipline Amsterdam 18-321/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over privégedragingen van een advocaat kennelijk ongegrond. Onvoldoende aanknopingspunten met de praktijkuitoefening.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.022

    De tandarts kan tuchtrechtelijk worden verweten dat hij bij de aanvang van de nooddienst zijn telefonische bereikbaarheid niet heeft gecontroleerd. Dit zou anders liggen indien de telefonische bereikbaarheid bij de aanvang van de dienst voor spoedeisende hulp in orde blijkt te zijn maar in de loop van de dienst op een voor de tandarts niet kenbare wijze wordt verbroken bijvoorbeeld door een technische storing. Daarvan is in het onderhavige geval niet gebleken. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.369

    Klacht tegen huisarts. Klager verbleef ingevolge een TBS-maatregel in een kliniek. Verweerder was als huisarts bij de zorg voor klager betrokken. De oorspronkelijke klacht bestond uit zes onderdelen en is door het Regionaal Tuchtcollege als kennelijk ongegrond afgewezen. In beroep verwijt klager verweerder dat hij verkeerde diagnoses wat betreft schimmels en allergieën heeft gesteld, geen althans verkeerde medicatie heeft voorgeschreven en geen althans onvoldoende zorg heeft verleend bij overbelastingsklachten door sport en na een bedrijfsongeval. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:20 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/328895/KL RK 17-175

    De kamer stelt vast dat enkele in de kavellijst vermelde opbrengsten van geveilde schilderijen, soms aanzienlijk, afwijken van de in de brief van [Y] Gerechtsdeurwaarders van 21 september 2016 vermelde opbrengsten. De kamer kan echter niet vaststellen waarin de oorzaak van deze verschillen in vermelde opbrengst is gelegen. De kamer dient in een tuchtprocedure te beoordelen of een notaris zijn handelen dan wel nalaten tuchtrechtelijk verweten kan worden. Hoewel de geconstateerde verschillen zeker vragen oproepen, kan aan het feit dat er verschillen zijn niet de conclusie worden verbonden dat de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:119 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180113

    Verzoek om aanwijzing van een advocaat voor het voeren van een hoger beroep procedure. Beklag artikel 13 Aw. Ongegrond. De deken heeft gelet op de adviezen van drie advocaten op goede gronden het verzoek afgewezen. Het is niet gebleken dat de procedure die klager zou willen voeren een redelijke kans van slagen heeft. Klager heeft onvoldoende onderbouwd op grond waarvan de adviezen als onjuist zouden moeten worden beschouwd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:124 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-002/DH/DH/D

    Dekenbezwaar. Zie ook 17-772/DH/DH. Verweerder heeft op twee momenten twee onwaarachtige facturen opgesteld die het primaire doel hadden om de zus van zijn cliënt te benadelen, dan wel heeft verweerder in een van deze twee gevallen onnodig kosten gemaakt. De handelwijze van verweerder is niet integer en dus in strijd met de kernwaarden van de advocatuur en schaadt daardoor het aanzien van de advocatuur. Maatregel van schorsing voor de duur van twee weken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.370

    Klacht tegen psychiater. Klager verbleef ingevolge een TBS-maatregel in een kliniek. Verweerder was als psychiater bij de zorg voor klager betrokken. Klager verwijt verweerder dat hij geen eerlijke diagnoses over de psychische toestand van klager heeft gesteld, verkeerde medicatie heeft voorgeschreven, geen althans onvoldoende zorg heeft verleend bij overbelastingsklachten door sport en na een bedrijfsongeval en onvoldoende aandacht heeft gegeven aan het seksueel misbruik in klagers verleden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:125 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-212/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:120 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170291

    Beklag ex artikel 5 Aw. Eindbeslissing. Klager heeft, met uitzondering van een punt, aan geen enkel van de verzoeken van het hof om nadere gegevens voldaan. Er is geen beschrijving van de wijze waarop zijn relatie met het letselschadebureau zou worden ingericht, geen arbeidsovereenkomst met enige patroon, geen beschrijving van de voorgenomen stage met instemmende verklaring van de raad, met een tijdstap voor de toetsen van de beroepsopleiding en er is geen concreet begeleidingsplan overgelegd. Deze vaststellingen, gevoegd bij de overwegingen van het hof in de tussenbeslissing van 15 decem ber 2017 dat het verwaarloosd hebben van de opleiding en het uiterst trage betaalgedrag van klager leveren een gegronde vrees op dat klager ook in de toekomst niet aan zijn verplichtingen als advocaat zal voldoen, brengen het hof tot de conclusie dat het totaalbeeld van de situatie van klager in redelijkheid in voldoende mate een gegronde vrees oplevert dat klager zich als advocaat zal gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.371

    Klacht tegen psychiater. Klager verbleef ingevolge een TBS-maatregel in een kliniek. Verweerder was als psychiater bij de zorg voor klager betrokken. Klager verwijt verweerder dat hij geen eerlijke diagnoses over de psychische toestand van klager heeft gesteld, verkeerde medicatie heeft voorgeschreven, geen althans onvoldoende zorg heeft verleend bij overbelastingsklachten door sport en na een bedrijfsongeval en onvoldoende aandacht heeft gegeven aan het seksueel misbruik in klagers verleden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:126 Raad van Discipline Amsterdam 17-1060/A/NH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.398

    In beroep aan de orde de klacht dat de tandarts niet de voorgeschreven vulmaterialen bij klaagster heeft gebruikt dan wel vooraf getest heeft, terwijl de samples bij klaagsters medische informatie zaten. Het beraad in raadkamer na de behandeling in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg. Het beroep is verworpen.

  • Met betrekking tot de echtscheidingsclausule onder K van het testament stelt de kamer vast dat dit een standaardbepaling in een testament betreft. De oud-notaris heeft ter zitting verklaard dat hij hierover niet expliciet met erflater heeft gesproken, omdat het destijds een gelukkig huwelijk betrof. Gezien de situatie ten tijde van het opmaken en passeren van het testament, heeft de oud-notaris naar het oordeel van de kamer niet onzorgvuldig gehandeld door deze standaardbepaling op te nemen in het testament en daaraan bij de bespreking geen bijzondere aandacht te besteden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:127 Raad van Discipline Amsterdam 18-179/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. Hoewel sprake is van een familierechtelijke kwestie, had verweerder als partijdig belangenbehartiger de taak om het standpunt van zijn cliënte voor het voetlicht te brengen. Daarbij geldt dat het duidelijk is dat het standpunt van de cliënte van verweerder luidt dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. De raad kan zich voorstellen dat dit standpunt door klager als grievend is ervaren. Echter: niet gesteld of gebleken is dat verweerder met de door hem gebruikte bewoordingen verder is gegaan dan het standpunt van zijn cliënte overbrengen. In zoverre was zijn woordkeuze niet onnodig grievend. Ook kan niet gezegd worden dat verweerder wist of had moeten weten dat dit standpunt feitelijk onjuist was. Dat de strafzaak tegen klager is geseponeerd en klager niet strafrechtelijk is veroordeeld kan daaraan niet afdoen. De raad oordeelt de gewraakte uitlatingen dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat verweerder onbehoorlijk en schadelijk gedrag heeft laten zien wordt betwist en is de raad overigens ook niet gebleken. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:116 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180009

    Klacht tegen eigen advocaat dat hij de belangen van klagers niet naar behoren heeft behartigd en kosten in rekening heeft gebracht voor griffierechten die niet verschuldigd bleken te zijn, is ook in hoger beroep gegrond. Berisping. Klagers verzoeken tot betaling van de eigen bijdrage op de toevoeging als schade en vergoeding van de werkelijke reiskosten worden afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.436

    Klaagster viel uit voor haar werk. In het kader van verzuimbegeleiding heeft zij contact gehad met verweerster, bedrijfsarts. Klaagster verwijt verweerster dat: 1. zij doorlopend de vertrouwensband van klaagster met haar behandelaars heeft proberen te beschadigen; 2. zij geen oog heeft gehad voor klaagsters medische aandoeningen; 3. zij te laat of geen medische informatie bij klaagsters behandelaars heeft opgevraagd; 4. zij onjuiste informatie heeft verstrekt aan derden over klaagsters vertrouwenspersoon; 5. zij klaagster de spreekuurverslagen niet heeft gegeven; 6. er door haar onvolledige advisering onnodig onduidelijkheden zijn ontstaan omtrent klaagsters herstel en revalidatie; 7. klaagsters relatie met haar werkgever door haar toedoen verstoord is geraakt; 8. zij zich niet houdt aan de STECR-richtlijnen; 9. zij klaagsters privacy heeft geschonden door klaagsters naam in een mail te noemen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 3,5,6 en 8 gegrond verklaard en heeft de maatregel van berisping opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdelen 3, 6 en 8 alsnog ongegrond en legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/325148/KL RK 17-111

    De notaris heeft ter zitting verklaard dat [B] de bijzondere voorwaarde in de onderhandse akte wenste. [B] wilde de akte pas naderhand ondertekenen, omdat ingevolge de bijzondere voorwaarde mevrouw [A] eerst een deel van de geldlening moest aflossen. Dit was de reden dat [B] niet bij de ondertekening aanwezig was en pas later de akte heeft ondertekend. De notaris heeft hieraan toegevoegd dat hij heeft geborgd dat het bedrag daadwerkelijk door mevrouw [A] werd betaald door die betaling via zijn kwaliteitsrekening te laten plaatsvinden en dat hij daarna de akte heeft doorgezonden naar [B]. De kamer acht de door de notaris geschetste gang van zaken niet ongebruikelijk en zeker niet illegaal. De notaris heeft terecht de regie gehouden over de betaling door mevrouw [A], waarna hij de akte ter ondertekening naar [B] heeft doorgestuurd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:128 Raad van Discipline Amsterdam 18-107/A/A

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er door hem werkzaamheden zijn verricht ten behoeve van de procedure in hoger beroep, zodat niet gezegd kan worden dat verweerder ten onrechte de eigen bijdrage in rekening heeft gebracht. Dat verweerder ook overigens zijn werk voor klaagster niet goed heeft gedaan is niet gebleken. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:117 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170336

    Klacht dat de advocaat inbreuk heeft gemaakt op de privacy van klager doordat zij (herhaald) getracht heeft informatie te verkrijgen van de behandelaar van klager over zijn medische behandeling. De raad heeft de klacht gegrond verklaard. Het appel van de landelijk deken en de advocaat slaagt. De advocaat mag (ook) aan een geheimhouder elke vraag gericht op informatie stellen. Hierbij zijn wel grenzen te stellen aan de wijze waarop de vraagstelling geschiedt. Ongeoorloofde middelen zijn uit deze boze. Het is vervolgens aan de geheimhouder om een afweging te maken of aan dit informatieverzoek kan en zal worden voldaan. In casu heeft de advocaat geen gebruik gemaakt van ongeoorloofde middelen. Het stond de advocaat vrij om de behandelaarvan klager te verzoeken om informatie. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat er geen sprake van is dat de advocaat de behandelaar in de positie heeft gebracht haar beroepsgeheim te schenden en aldus een strafbaar feit te plegen. Klacht ongegrond. Vernietiging.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17236

    Gynaecoloog. Eerder elders diagnose velamenteuze navelstrenginsertie en vasa praevia gesteld. Klacht: gynaecoloog heeft op onjuiste gronden diagnose vasa praevia verworpen. College: toetst alleen persoonlijk handelen gynaecoloog. Richtlijn “Bloedverlies in de tweede helft van de zwangerschap” van belang. Gynaecoloog wist tijdens onderzoek dat elders vasa praevia was vastgesteld. Diagnose door haar collega niet bevestigd. Herhaling onderzoek op juiste moment. Gynaecoloog heeft op juiste en deugdelijke gronden diagnose vasa praevia verworpen. Vermelding in dossier “geen vasa praevia” is kort en bondig, maar voldoende, want die informatie die voor opvolgende behandelaars van belang is. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:123 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-772/DH/DH

    Verweerder heeft onwaarachtige facturen opgesteld met het primaire doel om klaagster te benadelen. De raad is van oordeel dat verweerder daarmee niet heeft gehandeld zoals dat een behoorlijk advocaat betaamt. Verweerder heeft in het bijzonder de kernwaarde integriteit geschonden. Omdat aan verweerder in het dekenbezwaar (18-002/DH/DH) waaraan dezelfde feiten ten grondslag liggen als aan deze klachtzaak een maatregel zal worden opgelegd, zal in deze klachtzaak aan verweerder geen maatregel worden opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17216

    Psychiater wordt verweten dat hij a) een verkeerde diagnose heeft gesteld, b) in een bepaald geval geen diagnostiek heeft verricht, wat in strijd is met de richtlijn Psychiatrische diagnostiek, c) klager niet heeft doorverwezen naar een neuroloog en d0 klager onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijke bijwerkingen van SSRI’s. Klachtonderdeel c) gegrond. Gezien de diagnose cavernomatose, waarvan epilepsie een belangrijke uiting is, en de door klager meermalen gemelde dissociaties die volgens klager een ander soort dissociaties betrof dan eerder ervaren, had de psychiater op een kortere termijn moeten doorverwijzen naar de neuroloog. Overige klachtonderdelen ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1803

    Chirurg wordt verweten dat hij bij het plaatsen van een nieuwe shunt in de bovenarm een zenuw heeft geraakt in de linkerarm/-hand van klager. Niet gebleken dat de uitgevoerde operatie onzorgvuldig is uitgevoerd , wel dat er zich een tengevolge van de operatie een complicatie heeft voorgedaan . Niet geoordeeld kan echter worden dat de chirurg tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:141 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-463

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:142 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-211

    Voorzittersbeslissing: klacht tegen advocaat wedepartij kennelijk ongegrond. Verweerster had gegronde redenen om de rechtbank te verzoeken om assistentie van de parketpolitie bij de zitting. Niet gebleken dat het verzoek van verweerster op onwaarheden over klager heeft berust.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:231 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-393

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Ondanks instructie niet starten van een gerechtelijke procedure is, gelet op eigen verantwoordelijkheid advocaat, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar nu dit tijdig en op zorgvuldige wijze aan cliënt kenbaar is gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:232 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-849

    Voorzittersbeslissing: de voorzitter is van oordeel dat verweerster niet is tekortgeschoten bij de behartiging van de belangen van klager in zijn bezwaar- en beroepsprocedure bij een gemeente. Niet gebleken dat verweerster meerdere en tegenstrijdige belangen zou hebben behartigd. Haar weigering om een brief van klager vanwege de grove toonzetting bij beroepschrift te voegen heeft verweerster weloverwogen gedaan, met voldoende toelichting aan klager van de reden. Na vertrouwenscrisis diende verweerster zich daarna aan de zaak van klager te onttrekken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:138 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-393

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:126 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-257/DH/DH

    De klacht ziet op de kwaliteit en voortvarendheid van de dienstverlening. Klaagster verwijt verweerder verder dat hij zijn werkzaamheden in de ene zaak heeft opgeschort, omdat de eigen bijdrage in de andere zaak niet was voldaan. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:127 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-488/DH/RO

    Verzet ongegrond. De klacht tegen de deken ziet op de vraag of de deken voldoende toezicht heeft gehouden op, samengevat, de disfunctionerende advocaten die klagers bijstonden in diverse procedures.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:90 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-897/DB/OB

    Advocaat heeft tijdens een zitting in kort geding het standpunt van haar cliënte ten aanzien van twee versies van een huurovereenkomst verwoord. Dat cliënte nadien aan een kantoorgenote van die advocaat een andere uitleg heeft gegeven kan de advocaat tuchtrechtelijk niet worden verweten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:140 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-860

    Klacht tegen eigen advocaat ongegrond. Niet gebleken dat verweerder niets heeft gedaan en niet heeft gereageerd op berichten en terugbelverzoeken van klaagster. Ook is niet komen vast te staan dat verweerder de zaak zonder overleg met klaagster aan een collega heeft overgedragen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:128 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-279/DH/ZWB

    De klacht ziet erop dat verweerder de rechtbank heeft gevraagd om klager als gemachtigde van de wederpartij te weigeren. Het stond verweerder vrij dit te doen, de klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/316

    Klaagster stelt dat oogarts onzorgvuldig heeft gehandeld door haar na een gecompliceerd verlopen staaroperatie onvoldoende te monitoren, o.a. door geen OCT te laten maken. Klacht ongegrond. Verweerster heeft klaagster goed in de gaten gehouden middels regelmatige controles, waarbij telkens geen tekenen van macula oedeem werden geconstateerd. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:135 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-686

    De twee advocaat-klagers zijn deels niet-ontvankelijk in hun klachten jegens verweerder wegens het ontbreken van een eigen belang daarbij. De raad is van oordeel dat niet is gebleken van (bewust) spreken van onwaarheid door verweerder in zijn beslagrekest, dagvaarding of tijdens een zitting of dat verweerder daarbij de grenzen van de vrijheid die hem daarbij toekomt als partijdige belangenbehartiger van zijn cliënten heeft overschreden. Gelet op de onduidelijkheid bij klagers over de opheffing van het derdenbeslag onder een bank, brengt de voor een advocaat vereiste welwillendheid met zich dat in dergelijke gevallen op een daartoe strekkend verzoek van de (advocaat van de) beslagdebiteur de advocaat binnen een redelijke termijn de opheffing alsnog schriftelijk bevestigt aan de derde-beslagene. Dat heeft verweerder niet tijdig gedaan, waarmee hij de belangen van klagers heeft geschaad. Onnodig grievende uitlatingen jegens klagers niet gebleken. Voorwaardelijke schorsing voor drie maanden, mede vanwege bekendheid van de raad met acht gelijktijdig lopende klachtzaken jegens deze verweerder met hetzelfde patroon, waarvan 7 eveneens op 11 juni 2018 (grotendeels) gegrond zijn geoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:129 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-248

    Verweerder heeft naar het oordeel van de raad in strijd gehandeld met de kernwaarde geheimhouding ex artikel 10a lid 1 sub d Advocatenwet door een abusievelijk ontvangen vertrouwelijke e-mail van de advocaat van de wederpartij met zijn cliënt, ondanks verzoeken om die e-mail te vernietigen, toch te gebruiken in een kortgedingprocedure tegen die wederpartij. Van onnodige grievende uitlatingen jegens klagers is de raad niet gebleken. De raad is voorts niet gebleken dat verweerder een rol heeft gehad in de verplaatsing van de vrachtwagen van klagers door de gerechtelijk aangewezen bewaarder naar een andere plaats. Ook overigens ziet de raad niet in op grond waarvan verweerder als beslagleggend advocaat verantwoordelijk zou zijn voor de wijze van uitvoering van een op zijn verzoek gelegd beslag, bij gebreke van onderbouwing daarvan. Voorwaardelijke schorsing voor drie maanden, mede vanwege bekendheid van de raad met acht gelijktijdig lopende klachtzaken jegens deze verweerder met hetzelfde patroon, waarvan 7 eveneens op 11 juni 2018 (grotendeels) gegrond zijn geoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-828/DB/ZWB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:136 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-687

    Verweerder heeft in strijd met de mededeling in zijn dagvaarding, dat op de eerst dienende dag bij akte de producties door hem zullen worden overgelegd, die producties niet gelijktijdig aan klaagsters gestuurd en daarmee in strijd gehandeld met gedragsregel 15 lid 1 (oud). De raad oordeelt voorts dat de directe gevolgen van deze niet tijdige toezending voor de voorbereiding en de behandeling van de kantonzaak door klaagster sub 2 en voor de beoordeling van klaagsters of wellicht beter een regeling in der minne diende te worden getroffen na kennisname van die producties, geen zelfstandige schending van andere gedragsregels opleveren. Voorwaardelijke schorsing voor drie maanden, mede vanwege bekendheid van de raad met acht gelijktijdig lopende klachtzaken jegens deze verweerder met hetzelfde patroon, waarvan 7 eveneens op 11 juni 2018 (grotendeels) gegrond zijn geoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-508/DB/OB 17-509/DB/OB 17-510/DB/OB

    De voorzitter heeft terecht geoordeeld dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn klachten waarop reeds eerder onherroepelijk door de tuchtrechter is beslist. Advocaat in hoedanigheid van vereffenaar heeft door het niet beantwoorden van een vijftal brieven het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad, nu de kantonrechter hem had bericht dat hij het niet in belang van de vereffening achtte om door beantwoording van de brieven kosten te maken. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:130 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-594

    Verweerder heeft als advocaat van de wederpartij van klagers in strijd gehandeld met gedragsregel 15 lid 1 (oud) door processtukken in twee (gevoegd behandelde) zaken niet gelijktijdig naar de kantonrechter en de advocaat van de wederpartij te (laten) sturen. Een advocaat is immers verantwoordelijk voor zijn medewerkers. Dat verweerder over die gelijktijdige verzending van de stukken de kantonrechter bewust onjuist heeft geïnformeerd tijdens de comparitie - en aldus in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 30 - is de raad niet gebleken. Daarnaast mocht verweerder als partijdige belangenbehartiger namens zijn cliënten de stellingen en feiten aanvoeren zoals hij dat heeft gedaan, zonder daarbij de belangen van klagers te schaden. Voorwaardelijke schorsing voor drie maanden, mede vanwege bekendheid van de raad met acht gelijktijdig lopende klachtzaken jegens deze verweerder met hetzelfde patroon, waarvan 7 eveneens op 11 juni 2018 (grotendeels) gegrond zijn geoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:137 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-688

    Twee advocaten klagen over de handelwijze van verweerder, waarbij klaagster niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar klachten wegens ontbreken van een eigen belang daarbij. Wat betreft klager is de raad van oordeel dat verweerder jegens hem in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 15 lid 1 (oud) door niet gelijktijdig verschillende stukken aan de rechter als ook aan klager toe te sturen, alsmede heeft verweerder in strijd gehandeld met gedragsregel 12 (oud) door confraternele correspondentie, zonder toestemming van klager, in het geding te (laten) brengen. De gestelde persoonlijke omstandigheden aan de zijde van verweerder kunnen geen rechtvaardiging zijn dat hij onvoldoende toezicht heeft kunnen houden of zijn medewerkers de hun opgedragen taken tijdens zijn afwezigheid op juiste wijze hebben verricht. Verweerder had in die omstandigheden de noodzakelijke maatregelen tot vervanging moeten nemen als verantwoordelijk advocaat. Van spreken van onwaarheid door verweerder, waardoor de rechter is misleid, is de raad niet gebleken. Voorwaardelijke schorsing voor drie maanden, mede vanwege bekendheid van de raad met acht gelijktijdig lopende klachtzaken jegens deze verweerder met hetzelfde patroon, waarvan 7 eveneens op 11 juni 2018 (grotendeels) gegrond zijn geoordeeld.