Zoekresultaten 20851-20900 van de 47477 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVBC:2016:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 15/02

    Hond. (Over)behandeling met antibiotica.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.404

    Klacht tegen psychiater. Verweerster is door het gerechtshof gevraagd samen met een gz-psycholoog een multidisciplinair onderzoek te doen naar de geestesvermogens van klager ten tijde van een aan hem ten laste gelegd delict. Klager verwijt verweerster kort gezegd dat het onderzoek onzorgvuldig en de diagnose onjuist is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:110 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-157

    Voorzittersbeslissing. In het onderhavige geval gaat het om een privé kwestie van verweerder die, samen met de andere buren van de overleden oom van klager, met klager in een juridisch geschil verwikkeld is geraakt over de aankoop en waardering van een aangrenzend stuk grond van de erflater. Doordat verweerder in deze privé kwestie in correspondentie met derden gebruik heeft gemaakt van het briefpapier van zijn advocatenkantoor en namens zijn kantoor opdrachten aan derden heeft verstrekt, zijn er naar het oordeel van de voorzitter voldoende aanknopingspunten en is sprake van (schijn van) dusdanige verwevenheid met de praktijkuitoefening van verweerder als advocaat om de verweten gedragingen van verweerder privé te toetsen aan het tuchtrecht voor advocaten en dus aan de maatstaven genoemd in artikel 46 Advocatenwet. De juistheid van de verwijten dat klager door de gewraakte handelwijze van verweerder financieel is benadeeld, dat sprake is van fraude en belangenverstrengeling en onheuse aantijgingen of omkoping van een getuige tegenover de gemotiveerde betwisting door verweerder, niet vast te stellen. Klachten kennelijk ongegrond. Voor schadevergoeding geen plaats in tuchtrecht.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2017:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 17/05 VB 17/06

    Kat. Dierenartsen worden diverse verwijten gemaakt die verband houden met de verstrekking van een Seresto teken- en vlooienband voor de kat van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 17/001CMT

    Voordracht IGJ bij het college van Medisch Toezicht met betrekking tot een arts wegens ongeschiktheid het beroep uit te oefenen. Verslaving en andere ongeschiktheid. Arts niet verschenen. Medisch onderzoek niet noodzakelijk. Hoewel de wet daar op dit moment niet in voorziet, spreekt het CMT met onmiddellijke ingang een verbod op herinschrijving uit, omdat de arts voornemens is in het buitenland verder te werken op basis van zijn inmiddels in Nederland verlopen inschrijving als arts.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:90 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170341

    Een advocaat kan niet worden verplicht een (appel)procedure te voeren indien die advocaat geen mogelijkheden ziet deze met succes te voeren. Uit het dossier volgt dat advocaat veelvuldig met klaagster heeft gecommuniceerd. Klacht ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.445

    Ondanks zorgelijke signalen heeft de verpleegkundige nagelaten de verzorgende de opdracht te geven extra controles uit te voeren en heeft de verpleegkundige evenmin ruggenspraak gehouden met de behandelend arts. Door dit na te laten heeft de verpleegkundige tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Beroep gegrond, waarschuwing, omdat verpleegkundige ter terechtzitting geen blijk heeft gegeven van inzicht in haar handelen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:84 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170114

    Klacht over advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerder heeft geprocedeerd namens eisers terwijl hij niet voor alle eisers beschikte over procesvolmachten, wordt in hoger beroep alsnog ongegrond verklaard. Kernwaarde partijdigheid. Verweerder is uitgegaan van de informatie die zijn cliënt over eisers, namens wie hij in rechte zou optreden, aan hem heeft verschaft. Als aan die informatie gebreken kleven in die zin dat artikel 7 lid 1 Voda niet zou zijn nageleefd, is dat in eerste instantie een kwestie die in de relatie advocaat-cliënt speelt en niet een belang van de wederpartij. De wederpartij kan eerst met succes klagen wanneer verweerder onnodig grievend is geweest, feiten heeft geponeerd waarvan hij de onwaarheid kent of redelijkerwijs kan kennen dan wel dat hij bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van de wederpartij niet onnodig of onevenredig heeft geschaad zonder redelijk doel. Daarvan is in dit geval geen sprake. Vernietiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:97 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170108

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad om aan verweerder de maatregel van waarschuwing op te leggen. Klager kan op grond van de wet niet van deze beslissing in hoger beroep komen, zodat hij niet-ontvankelijk is in zijn beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2015:331 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170328

    De beoordeling van de raad sluit volgend het hof niet aan op de klachtonderdelen. Klaagster verwijt verweerder in de kern dat verweerder klaagster niet heeft gewezen op de noodzaak om een deskundige in te schakelen. Verweerder heeft zich volgens klaagster in een procedure begeven, waarvan hij niet alle finesses doorzag en aldus een bepaald component niet heeft meegenomen in hoger beroep. Het hof is van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich in appel te beperken tot hetgeen door de kantonrechter was vastgesteld (aan de subsidiaire vordering kwam de kantonrechter niet toe). Klaagster heeft niet weersproken dat voor haar het onderwerp van de primaire vordering het belangrijkst was. Voorts staat voor het hof genoegzaam vast dat klaagster door verweerder voldoende is gewezen om een deskundige te raadplegen. Het valt verweerder echter te verwijten dat hij zijn cliënte niet de vereiste duidelijkheid heeft verschaft dat een eventuele deskundige opinie gereed moest zijn vóór de memorie van grieven, om een en ander in appel nog aan de orde te kunnen stellen. Dat klaagster heeft ingestemd met de memorie van grieven maakt zulks niet anders. Klacht deels gegrond. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:111 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-151

    Voorzittersbeslissing. Advocaat wederpartij in familierechtelijk geschil heeft binnen de grenzen van de hem toekomende vrijheid gehandeld. Niet valt in te zien in hoeverre verweerder een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt dat zijn cliënte aanvankelijk heeft geweigerd om de akte van verdeling met klager te ondertekenen, waardoor klager zich genoodzaakt heeft gevoeld om een kort geding te starten. Een advocaat kan een cliënt immers niet dwingen om een document te ondertekenen. Verweerder heeft naar het oordeel van de voorzitter ook voldoende toegelicht waarom hij het in de gegeven omstandigheden redelijk vond dat zijn cliënte weigerde om de akte te ondertekenen. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.422

    Klagers hebben bij de gemeente een aantal WMO-voorzieningen aangevraagd. Een collega van de arts heeft gerapporteerd en geen medische noodzaak vastgesteld voor de gevraagde voorzieningen. De verzoeken van klagers zijn door de gemeente afgewezen. Na het grotendeels afgewezen bezwaar van klagers zijn klagers bij de rechtbank in beroep gegaan. Bij afwezigheid van zijn collega, is de arts ter terechtzitting verschenen, om als deskundige vragen over de door zijn collega opgemaakte rapportages te beantwoorden. Naar aanleiding van een tussenuitspraak van de rechtbank heeft de arts aanvullend gerapporteerd. Klagers verwijten de arts dat hij: 1) een medische rapportage heeft opgesteld die een verkeerd beeld gaf met de realiteit, 2) willens en wetens een verkeerde conclusie heeft getrokken uit de in het medisch dossier aanwezige stukken, 3) hierdoor onzorgvuldig en vooringenomen heeft gehandeld, 4) met name zijn eigen onjuiste medische mening heeft laten horen en het beschikbare medisch dossier erg selectief heeft gebruikt, en 5) een onzorgvuldig, onprofessioneel ongenuanceerd en onwetenschappelijk dossier heeft opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klagers hebben tegen deze uitspraak beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege kan zich vinden in de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:91 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180003

    Advocaat heeft klager voldoende geïnformeerd over zijn visie op de aanpak van de zaak en de daarmee samenhangende keuzes. Advocaat heeft een redelijk uurtarief in rekening gebracht en de gedeclareerde uren zijn gewerkt. Het betrof een bewerkelijke zaak. Klacht ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.446

    Het beraad in raadkamer na de behandeling in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:85 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170115

    Klacht over advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerders hebben geprocedeerd namens eisers terwijl zij niet voor alle eisers beschikten over procesvolmachten, wordt in hoger beroep alsnog ongegrond verklaard. Kernwaarde partijdigheid. Verweerders zijn uitgegaan van de informatie die hun cliënt over eisers, namens wie zij in rechte zouden optreden, aan hen heeft verschaft. Als aan die informatie gebreken kleven in die zin dat artikel 7 lid 1 Voda niet zou zijn nageleefd, is dat in eerste instantie een kwestie die in de relatie advocaat-cliënt speelt en niet een belang van de wederpartij. De wederpartij kan eerst met succes klagen wanneer verweerders onnodig grievend zijn geweest, feiten hebben geponeerd waarvan zij de onwaarheid kennen of redelijkerwijs kunnen kennen dan wel dat zij bij de behartiging van de belangen van hun cliënt de belangen van de wederpartij niet onnodig of onevenredig hebben geschaad zonder redelijk doel. Daarvan is in dit geval geen sprake. De rechtbank heeft in de door verweerders aanhangig gemaakte procedures vastgesteld dat verweerder een volmacht van de desbetreffende eisers hebben en voor hen kunnen optreden.Vernietiging.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:112 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-067

    Voorzittersbeslissing over klacht over het onderzoek door een deken naar het klachtonderzoek van een andere deken. De voorzitter is van oordeel dat verweerster binnen haar taak als deken voldoende uitgebreid onderzoek heeft verricht naar de klacht van klager en uitvoerig heeft gemotiveerd waarom zij verwachtte dat de klacht van klager op alle onderdelen ongegrond zou worden bevonden. Anders dan klager kennelijk veronderstelt mag (en mocht) verweerster als deken haar eigen samenvatting geven van de klacht van klager en aldus de essentie van de klacht van klager weergeven. Verweerster heeft haar taak overigens naar behoren verricht. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.469

    Klacht tegen psychiater. Op verzoek van de huisarts van klager heeft verweerster klager eenmalig gezien. Naar aanleiding van dit consult heeft zij een brief met haar bevindingen aan de huisarts geschreven. Klager verwijt verweerster kort gezegd dat zij hem ernstig heeft beschadigd en beledigd door in het verslag een totaal vertekend beeld van klager te geven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:92 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180010

    Geen sprake van het uitoefenen van ongeoorloofde druk door advocaat om klacht in te trekken. Begrijpelijk dat een advocaat tegen wie een klacht is ingediend zich terughoudend opstelt. Advocaat heeft de belangen van klager in de lopende zaken steeds behartigd. Klacht ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.077

    Klager is tandarts en eigenaar van een tandheelkundige en orthodontische praktijk. Van oktober 2007 tot en met december 2010 is in de praktijk van klager een patiënte in behandeling geweest, die zich in 2013 bij de praktijk heeft beklaagd over de verleende orthodontische hulp en de praktijk aansprakelijk heeft gesteld voor de door haar geleden schade. In opdracht van de patiënte is door een onafhankelijk tandheelkundig adviesbureau aan de hand van over de behandeling ontvangen informatie een rapportage opgesteld, waarvan de conclusie is dat de behandeling van de patiënte in de praktijk van klager niet heeft voldaan aan hetgeen van een redelijk handelend en gemiddeld bekwaam zorgverlener mag worden verwacht. Bij brief van 20 augustus 2015 heeft de juridisch adviseur van de patiënte vergoeding van de door de patiënte geleden schade gevorderd, bestaande uit een bedrag van ruim € 10.000,--. Verweerder (hierna: “de tandarts”) is in de periode oktober 2004 tot en met april 2015 in de praktijk van klager werkzaam geweest. De behandeling van de betreffende patiënte heeft tot eind 2009 (grotendeels) plaatsgevonden door de tandarts onder supervisie van de orthodontist en vanaf januari 2010 onder volledige verantwoordelijkheid van de tandarts. Klager verwijt verweerder: 1. dat hij niet de zorg heeft betracht die van een voldoende bekwaam tandarts verwacht mag worden; 2. dat hij niet zijn verantwoordelijkheid heeft genomen in de afhandeling van de klachtzaak die zijn patiënte tegen hem heeft ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 gegrond en 2 ongegrond en legt de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze uitspraak.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:86 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180013

    Verzoek aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Beklag. Klager heeft verzocht om aanwijzing van een advocaat voor het voeren van drie verschillende procedures. Het beklag is ongegrond voor wat betreft het verzoek om aanwijzing van een advocaat voor het voeren van een procedure tegen het UWV, omdat sprake is van een kansloze procedure. Het beklag van klager met betrekking tot zijn verzoek voor het voeren van een procedure tegen een advocaat is prematuur, omdat de deken het verzoek in afwachting nadere informatie heeft aangehouden en een afwijzende beslissing ontbreekt. Klager is niet-ontvankelijk. Klager kan ook niet worden in zijn beklag met betrekking tot zijn verzoek om een advocaat aan te wijzen voor het voeren van een procedure tegen een (andere) advocaat, omdat de deken niet bevoegd is om kennis te nemen van dit verzoek aangezien de desbetreffende advocaat in een ander arrondissement praktijk houdt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.544

    Klager heeft zich ziek gemeld bij zijn werkgever en zijn ziekmelding doorgegeven aan de arts, bedrijfsarts. Klager verwijt de arts dat hij moedwillig de privacy van klager c.q. zijn beroepsgeheim heeft geschonden door de volledige informatie van het spreekuurcontact te verstrekken aan een persoon die geen partij is die dergelijke informatie mag ontvangen. Volgens klager is tijdens het huisbezoek afgesproken dat van de rapportage geen kopie naar die persoon zou gaan. Voorts verwijt klager de arts dat deze zijn zorgplicht niet serieus neemt omdat hij geen onderzoek doet naar en een rapport opstelt over de misstanden binnen het bedrijf waar klager werkzaam is, waardoor een groot aantal werknemers thuis is komen te zitten. En tot slot verwijt klager de arts dat hij tijdens de klachtbehandeling bij de Geschillencommissie Arbodiensten de klachtprocedure (van X) eenzijdig heeft aangepast, zodat de Geschillencommissie de klacht niet verder heeft kunnen behandelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege kan zich vinden in de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege, vult die uitspraak op een enkel punt aan, en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:93 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180028

    Artikel 13-beklag afgewezen. Het hof is van oordeel dat de deken wegens gegronde redenen het verzoek tot aanwijzing van een advocaat van klager heeft afgewezen. Het verzoek van klager ziet op dezelfde kwestie, die heeft geleid tot een eerdere beslissing van het hof van 8 december 2017, gewezen onder nummer 170725. Er is in het voorliggende verzoek geen reden de zaak anders te beoordelen. De stelling van klager dat hij in een andere hoedanigheid het verzoek doet om een bodemprocedure te starten, leidt niet tot een ander oordeel. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.172

    Klacht tegen kaakchirurg. Klaagster heeft een vaste brug linksonder. Zij kreeg ontstekingsklachten en is door haar tandarts verschillende keren verwezen naar de aangeklaagde kaakchirurg. De kaakchirurg heeft onder meer implantaten in de onderkaak van klaagster rechts onder geïmplanteerd. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat hij: 1. klaagster onjuist heeft geïnformeerd; 2.geen behandelplan heeft opgesteld; 3. de behandeling op een bepaalde datum niet op de juiste wijze heeft uitgevoerd met blijvend letsel tot gevolg; 4.onvoldoende nazorg heeft verricht; 5. klaagster niet heeft verwezen naar een meer deskundig persoon; 6. het medisch dossier niet heeft verstrekt; 7. privé informatie heeft verstrekt aan het incassobureau. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart gegrond de klachten t.a.v. het schenden van de bewaarplicht (6), het ontbreken van een deugdelijk behandelplan (2) en het niet voeren van de regie rondom de plaatsing van de implantaten (deels 3), legt de kaakchirurg de maatregel van waarschuwing op en wijst de klacht voor het overige af. Zowel de klaagster als de kaakchirurg komen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het principaal beroep van klaagster en verklaart het incidenteel beroep van de kaakchirurg gegrond. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, alle klachtonderdelen worden ongegrond verklaard en de aan de kaakchirurg opgelegde waarschuwing komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:87 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180005

    Verzoek om aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Beklag. Klager heeft verzocht om aanwijzing van een advocaat voor het voeren van een civiele procedure tegen de Staat. De deken heeft een advocaat aangewezen. Deze advocaat heeft de bijstand beëindigd vanwege het ontbreken van vertrouwen van klager in haar. Daarop heeft klager de deken verzocht zijn beslissing om de advocaat aan te wijzen te herroepen en een nieuw, vervangend besluit te nemen en aan hem een advocaat aan te wijzen. De deken heeft het verzoek afgewezen. Klager is niet-ontvankelijk in zijn beklag tegen de toewijzende beslissing van de deken omdat de Advocatenwet niet voorziet in de mogelijkheid om hier tegen op te komen. Van een verkapte afwijzing is geen sprake. Het beklag tegen de afwijzende beslissing van de deken is ongegrond. Door zijn ondoordachte handelwijze heeft klager zichzelf in de situatie gebracht dat hij geen advocaat heeft. Het beroep van klager op het Unierecht gaat niet op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 275/2017

    Klacht tegen verzekeringsarts met betrekking tot een beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van klaagster in het kader van de Ziektewet. Verweerster was als praktijkopleider bij de zaak betrokken. Niet kan worden aangenomen dat verweerster kan worden verweten dat bij klaagster aanwezige suicidaliteit niet is onderkend of in verband hiermee meer beperkingen had moeten aannemen dan bij de eerdere WIA-beoordeling al waren vastgesteld. Klacht in al zijn onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:108 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-695

    Klacht tegen advocaat wederpartij in echtscheidingsprocedure deels gegrond. Verweerster heeft klager geen redelijke termijn gegund om aan het arrest te voldoen door al na zes dagen na het arrest beslag te (laten) leggen, terwijl klager volgens het arrest binnen één maand na betekening daarvan bij pensioenfondsen informatie diende in te winnen om daarna tot betaling over te gaan. Het beslag is te snel (ontijdig) gelegd en heeft een escalerende werking gehad. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:94 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170297

    Niet is gebleken dat advocaat zich onvoldoende voor zijn cliënt heeft ingespannen. Advocaat heeft zijn cliënte herhaaldelijk voorgehouden dat de verleende toevoeging na verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap kon worden ingetrokken. Toezending van de declaratie bij afwikkeling van de zaak, maar nog voordat de toevoeging definitief is ingetrokken is niet wenselijk, maar onder vermelde omstandigheden niet dusdanig verwijtbaar dat dit de advocaat tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. Klacht ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.175

    Klacht tegen tandarts. Klaagster kwam bij verweerder (tandarts) voor een second opinion omdat bij haar de hoektanden niet waren doorgekomen en zij daar pijnklachten van ondervond. Bij klaagster zijn door verweerder in samenwerking met een kaakchirurg twee tanden getrokken teneinde de hoektanden vrij te leggen en door te laten komen. Hoektand 23 stond na enkele maanden in de juiste positie. Hoektand 13 kwam niet door waarna met verschillende technieken is getracht deze alsnog door te laten komen. Later bleek dat deze ankylotisch was en dat het zeer moeilijk zou zijn om die tand verder te laten doorkomen. Na een woordenwisseling met verweerder is klaagster overgestapt naar een andere orthodontist. De klacht van klaagster houdt in dat verweerder: I. geen duidelijk behandelplan met klaagster heeft besproken of dit niet heeft opgesteld; II. zijn orthodontische team en de bij de behandeling betrokken specialisten onvoldoende heeft gecoördineerd; III. klaagster niet overeenkomstig de professionele standaard heeft behandeld IV. klaagster niet heeft geïnformeerd over de risico’s en de duur van de behandeling en onvoldoende heeft gedaan om haar schade te besparen; V. klaagster onheus heeft bejegend; VI. niet heeft meegewerkt aan klaagsters verzoek om naar een andere orthodontist over te stappen. Het RTG wijst de klacht af. Klaagster komt van klachtonderdelen I t/m IV in beroep. Het CTG verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:88 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180111

    Verzoek om aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Beklag. Klager heeft de deken verzocht om een cassatieadvocaat aan te wijzen om het door klager zelf bij de Hoge Raad ingediende cassatieverzoek te ondertekenen en via het web-portaal van de Hoge Raad in te dienen. De deken heeft het verzoek afgewezen op de grond dat klager twee advocaten bereid heeft gevonden hem bij te staan in de cassatiezaak door hem te adviseren, maar dat hij de uitkomst van de bijstand in de vorm van de verstrekte adviezen niet wenst te aanvaarden. Klager heeft geen, althans onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld, waaruit blijkt dat de adviezen onjuist zijn en dat is de deken ook op andere wijze niet gebleken. Het beklag is ongegrond, aangezien klagers doel (een rechtsmiddel instellen tegen de uitspraak van het gerechtshof) vanwege het verstrijken van de door de Hoge Raad verleende termijn niet meer bereikt kan worden en de deken het verzoek van klager op juiste gronden heeft afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 274/2017

    Klacht tegen arts met betrekking tot een beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van klaagster in het kader van de Ziektewet. Verweerster heeft het spreekuur gedaan en de zaak voorafgaand en na afloop van het spreekuur met haar praktijkopleider doorgenomen. Niet kan worden aangenomen dat verweerster kan worden verweten dat zij bij klaagster aanwezige suicidaliteit niet heeft onderkend of in verband hiermee meer beperkingen had moeten aannemen dan bij de eerdere WIA-beoordeling al waren vastgesteld. Klacht in al zijn onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2015:331 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170328

    De beoordeling van de raad sluit volgend het hof niet aan op de klachtonderdelen. Klaagster verwijt verweerder in de kern dat verweerder klaagster niet heeft gewezen op de noodzaak om een deskundige in te schakelen. Verweerder heeft zich volgens klaagster in een procedure begeven, waarvan hij niet alle finesses doorzag en aldus een bepaald component niet heeft meegenomen in hoger beroep. Het hof is van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich in appel te beperken tot hetgeen door de kantonrechter was vastgesteld (aan de subsidiaire vordering kwam de kantonrechter niet toe). Klaagster heeft niet weersproken dat voor haar het onderwerp van de primaire vordering het belangrijkst was. Voorts staat voor het hof genoegzaam vast dat klaagster door verweerder voldoende is gewezen om een deskundige te raadplegen. Het valt verweerder echter te verwijten dat hij zijn cliënte niet de vereiste duidelijkheid heeft verschaft dat een eventuele deskundige opinie gereed moest zijn vóór de memorie van grieven, om een en ander in appel nog aan de orde te kunnen stellen. Dat klaagster heeft ingestemd met de memorie van grieven maakt zulks niet anders. Klacht deels gegrond. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:109 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-077

    Klacht tegen advocaat wederpartij deels niet-ontvankelijk (verjaard) nu klagers al in 2010 of 2012 het vermoeden hadden dat verweerder wist van de schijnconstructie die klagers financieel heeft benadeeld. Het arrest van het gerechtshof uit 2016 (veroordeling cliënten verweerder wegens onrechtmatige schijnconstructie) doet daaraan niet af. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.350

    Het Centraal Tuchtcollege overweegt in dit kader dat er in gevallen als de onderhavige aan de orde vanuit mag worden gegaan dat de mentor de veronderstelde wil van de patiënt tot uiting brengt, tenzij sprake is van feiten of omstandigheden die in een andere richting wijzen. In onderhavige geval is niet gebleken van dergelijke omstandigheden en heeft de mentor bij brief bericht geen toestemming te verlenen voor het indienen van klachten over de verzorging van hun beider moeder. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:82 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180039

    Verzoek aanwijzing advocaat (art. 13 Advocatenwet). Beklag. Klaagster heeft de deken verzocht een advocaat aan te wijzen om haar belangen te behartigen met betrekking tot de letselschade die is ontstaan na een ongeval. De deken heeft dit verzoek afgewezen, omdat hij een procedure kansloos acht. Het hof acht deze grond ontoereikend, omdat het besluit van de deken op twee gedachten hinkt (enerzijds wordt het verzoek afgewezen omdat niet gevergd kan worden dat de deken een advocaat aanwijst voor een kansloze procedure, anderzijds opent de deken de mogelijkheid een advocaat aan te wijzen die bereid is contact op te nemen met de wederpartij van klaagster om te vernemen of het gedane aanbod nog openstaat), het schriftelijk advies van de door de deken benaderde advocaat voor de beoordeling van de slagingskansen ontbreekt, dit advies niet is gegeven op basis van een compleet dossier en niet concludent is. Het hof kan niet vaststellen dat de procedure die klaagster zou willen voeren geen kans van slagen heeft. Het beklag is gegrond en het hof verwijst de zaak terug naar de deken teneinde opnieuw op het verzoek van klaagster te beslissen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:95 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180107

    Voorzittersbeslissing. Geen doorbreking rechtsmiddelenverbod (46h lid 7 Advocatenwet), nu de brief van klager enkel een betwisting van de inhoudelijke beslissing van de raad bevat en niets is gesteld over een schending van de fundamentele rechtsbeginselen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.272

    K lager werkt als tandarts. Verweerder, ook tandarts, werkt als tandheelkundig adviseur in loondienst bij een zorgverzekeraar. Als tandheelkundig adviseur werkt hij mee aan de formele en materiële controles van tandartspraktijken. Deze controles hebben tot doel de rechtmatigheid van de in rekening gebrachte prestaties en de doelmatigheid van de geleverde zorg na te gaan. Verweerder is betrokken bij een materiële controle van de praktijk van klager. Er is besloten tot een detailcontrole in verband met geconstateerde afwijkingen met betrekking tot de rechtmatigheid en doelmatigheid van de door klager vervaardigde röntgenfoto’s. Klager wilde niet meewerken aan de controle. In dit kader is de zorgverzekeraar overgegaan tot het aanschrijven van de individuele verzekerden (ook minderjarigen) met het verzoek om toestemming te geven tot inzage in hun medisch (tandheelkundig) dossier. Klager verwijt verweerder dat hij ten onrechte meent dat het niet aan hem is om zich als tandheelkundig adviseur uit te laten over de wijze waarop zijn werkgever omgaat met medische machtigingen voor minderjarigen en dat hij, indien er fouten zouden zijn gemaakt bij die machtigingen, hierbuiten zou staan. Het Regionaal Tuchtcollege beantwoordt de door klager ingediende klacht niet inhoudelijk, omdat nader is gebleken dat voor de controle in deze zaak geen machtigingen van de patiënten of hun vertegenwoordigers noodzakelijk waren en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege beantwoordt de klacht wel inhoudelijk en komt tot de conclusie dat de door verweerder gebruikte machtigingen niet voldoen aan de uit de artikelen 7:447 en 7:450 BW voortvloeiende vereisten. Ten aanzien van minderjarigen van 16 en 17 jaar volstaat een handtekening van henzelf en is een handtekening van hun wettelijk vertegenwoordiger(s) niet aan de orde. Voor minderjarigen van 12 tot 16 jaar volgt uit artikel 7:450, tweede lid, BW dat zowel aan de patiënt als aan de wettelijk vertegenwoordiger(s) toestemming dient te worden gevraagd. Ten slotte vloeit uit de rechtspraak van het Centraal Tuchtcollege voort dat de hulpverlener die een machtiging verstuurt of laat versturen dient te bewaken dat zo’n machtiging voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:77 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170318

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De raad heeft de klacht deels ongegrond en deels gegrond verklaard. Verweerder is in zijn beroep niet-ontvankelijk, omdat het beroep is ontvangen ruim na het verstrijken van de beroepstermijn. Het beroep van klaagster faalt en het oordeel van de raad wordt bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:80 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170296

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij en zijn (latere) kantoorgenoot. Klagers hebben hoger beroep ingesteld. Het hof heeft bij de beoordeling van het hoger beroep in ogenschouw genomen dat zware beschuldigingen worden geuit aan verweerders, die betwist worden en in rechte niet zijn vastgesteld. Klachtonderdelen die betrekking hebben op gedragingen in periode waarin de advocaat nog geen advocaat was zijn niet-ontvankelijk. Voor het overige zijn de klachten ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:81 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170320

    Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De enkele uitspraak van een lagere rechter in een andere zaak noopte niet tot het doen van een uitgebreid jurisprudentieonderzoek, laat staan tot het inroepen van de nietigheid van een beding in de samenlevingsovereenkomst. Verweerster heeft evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen eis in reconventie in te stellen en producties zonder toelichting in het geding te brengen. Het behoort tot verweersters vrijheid om de slagingskans van een eis in reconventie in te schatten en in geval van een negatief oordeel daarvan af te zien. Ook in hoger beroep is niet komen vast te staan dat verweerster een ongeoorloofde druk op klager heeft uitgeoefend om akkoord te gaan met de schikking. Klacht ongegrond. Bekrachtiging. Het verzoek van klager tot schadevergoeding en betaling van een voorschot wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:59 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614742 / DW RK 16/967

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet tijdig gereageerd op e-mailberichten. Klacht gegrond, geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:60 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614817 / DW RK 16/977

    Klaagster maakt bezwaar tegen het bankbeslag en de daarbij in rekening gebrachte kosten. De beslagvrije voet bij het gelegde beslag onder de belastingdienst is ten onrechte op nihil gesteld. De gerechtsdeurwaarder heeft onvoldoende voortvarend gehandeld nadat klaagster hem hierop heeft gewezen. De gerechtsdeurwaarder heeft in strijd met artikel 8 van de Verordening Beroeps- en Gedragsregels Gerechtsdeurwaarders gehandeld. Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:61 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614732 / DW RK 16/966

    De gerechtsdeurwaarder heeft het gelegde derdenbeslag niet binnen de wettelijke termijn van acht dagen aan klager betekend. Klacht gegrond met maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-03 "2017.V8-Guardian"

    Op donderdag 29 juni 2017 omstreeks 13.21 uur lokale tijd liep de Guardian met een snelheid van ongeveer 14 knopen op een ondiepte nabij het eiland Storfosna in Noorwegen. Het schip raakte daarbij zodanig beschadigd dat in ieder geval de machinekamer en een deel van de accommodatie vol liepen met water en de pompen aan boord niet in staat waren om dit bij te houden. De bemanning heeft uiteindelijk het schip via het reddingsvlot verlaten. Het schip is niet gezonken en later vervoerd naar Nederland. Niemand raakte gewond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:57 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/621634 / DW RK 17/8

    Verzet. Klaagster heeft bezwaar gemaakt tegen het maken van foto's van haar inboedel tijdens het leggen van beslag. Klaagster stelt dat het betreffende arrest niet executabel is omdat er geen bedrag in het dictum is vermeld. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:4 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-04 "2017.V7-Sea Bronco"

    Op 23 december 2016 vond in de haven van Vlissingen aan boord van het schip Sea Bronco een ernstig ongeval plaats, waarbij de eerste stuurman ernstig hoofdletsel opliep. Op het moment van het ongeval was de Sea Bronco aan het afmeren langszij een andere sleepboot, de Sea Bulldog. Een koplijn was reeds vastgemaakt en een bemanningslid was op het achterdek bezig met de achtertros. Betrokkene, kapitein van de Sea Bronco, was vanuit de achterzijde van de brug bezig om een tros, bevestigd aan de sleepdraad, met de sleepwinch strak te trekken. Deze tros was door het latere slachtoffer om de middenbolder van de Sea Bulldog gelegd. Op het moment dat de tros strak kwam te staan, stopte betrokkene niet op tijd met halen op de winch, waardoor de tros brak. Het slachtoffer werd getroffen door het rondzwiepende eind van de gebroken tros.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:58 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam /13/623991 / DW RK 17/155

    Verzet. De klacht gaat over een periode van meer dan drie jaar geleden. Klaagster kan niet meer worden ontvangen in de klacht. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-244

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Na het vallen van glas op de teen van klaagster, had de huisarts niet kunnen volstaan met de controle of de wond goed verzorgd was. Hij had ook moeten onderzoeken of er functieverlies was van pees of zenuw. Ook had de huisarts geen toestemming om de brief met medische informatie over klaagster ter kennis aan de (al dan niet) partner van klaagster te brengen, temeer omdat klaagster uitdrukkelijk verzocht om een vertrouwelijke afhandeling. Niet is gebleken dat de huisarts de brieven niet beantwoordde, omdat hij zowel telefonisch als persoonlijk contact met klaagster zocht. Eerste twee klachtonderdelen gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/164

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar burn-outklachten niet serieus heeft genomen. Ook verwijt klaagster hem dat hij zich onprofessioneel heeft gedragen door (1) een andere bedrijfsarts te vertellen over de – volgens hem – benutbare mogelijkheden van klaagster en (2) op een behandeltraject aan te dringen bij een specifiek zorgcentrum, waarschijnlijk met een financieel oogmerk. Het college acht geen aanknopingspunten aanwezig voor de juistheid van de stellingen van klaagster. Om die reden wordt de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:96 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180057

    Voorzittersbeslissing. Appellanten worden niet ontvangen in hun hoger beroep tegen een beslissing van de raad, omdat zij als derdepartij geen appel kunnen instellen (vgl. 56 lid 1 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:3 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/32

    De klacht heeft betrekking op een bij een hond uitgevoerde TPO-operatie (Triple Pelvic Osteotomy). Ongegrond.