Zoekresultaten 20151-20200 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:193 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-717/DB/OB

    Niet gebleken dat verweerster haar opdracht niet uitvoerde, noch dat zij zich jegens klager als aanvaller heeft gedragen, noch dat zij excessief heeft gedeclareerd. Inhoud brief van verweerster aan Geschillencommissie niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het stond verweerster vrij zich tegen de klager geformuleerde klacht te verweren en hem te wijzen op de mogelijke gevolgen van diens aantijgingen aan het adres van verweerster. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17253g

    Klaagster, echtgenote van overleden patiënt, verwijt de verpleegkundige dat hij de totaalklachten van patiënt had moeten beoordelen, het universitair medisch centrum had moeten consulteren, dan wel had moeten zorgdragen voor een doorverwijzing van patiënt naar dit universitair medisch centrum voor nader onderzoek. Het college is van oordeel dat de uitslagen van de door verweerder uitgevoerde onderzoeken geen reden gaven voor ongerustheid of het consulteren van een arts. Verweerder heeft naar het oordeel van het college gehandeld zoals van een redelijk handelend verpleegkundige mag worden verwacht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:187 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-946/DB/ZWB

    Het staat een partij vrij een geschil aan een rechter voor te leggen. Hiervan valt de advocaat van die partij tuchtrechteljik geen verwijt te maken. Zo ook niet van het op korte termjn afzeggen van een gepland viergesprek. Kennelijk onggrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:267 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-218/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:241 Raad van Discipline Amsterdam 18-454/A/A

    Gedeeltelijk gegrond verzet. De voorzitter heeft klachtonderdeel b) te beperkt beoordeeld, zodat het verzet hiertegen gegrond is. De klacht is evenwel ongegrond. Verweerder heeft met zijn uitlatingen het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17253c

    Klaagster, echtgenote van overleden patiënt, verwijt de verpleegkundige dat zij niet de juiste zorg heeft verleend tijdens haar nachtdienst door niet de juiste stappen te nemen die noodzakelijk waren gelet op het verslechterende gezondheidsbeeld van de patiënt. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang heeft beoordeeld en heeft kunnen komen tot de conclusie dat er geen reden was om contact op te nemen met een arts of met het ziekenhuis. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:188 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-728/DB/LI

    Het is niet aan de tuchtrechter om een oordeel uit te spreken over het geschil wat partijen verdeeld hield. Niet gebleken dat de advocaat een onpleitbaar standpunt heeft ingenomen, noch dat hij de rechter heeft misleid of zich nodeloos grievend jegens klager heeft uitgelaten. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:268 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-942/DH/RO

    Verzoek artikel 60b Aw toegewezen. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is de raad genoegzaam gebleken dat verweerder thans niet in staat is zijn praktijk behoorlijk uit te oefenen. Verweerder heeft dat ook niet weersproken. Vast is komen te staan dat verweerder niet, althans onvoldoende reageert op verzoeken van de deken, zich niet aan toezeggingen tot het informeren van de deken houdt en niet of nauwelijks bereikbaar is voor de deken. Ook is gebleken dat de financiële situatie van het kantoor van verweerder zorgwekkend is, en aan een goede praktijkuitoefening in de weg staat. Daarnaast is sprake van privéomstandigheden die ervoor zorgen dat verweerder zijn praktijk op dit moment niet de aandacht kan geven die deze verdient en heeft verweerder erkend verslaafd te zijn aan het gebruik van cocaïne waartoe hij behandeling nodig heeft.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:262 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-220/DH/DH

    Klacht ingediend na de vervaltermijn van drie jaren en aldus niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/64

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde, werkzaam op een revalidatieafdeling van een verpleeghuis. De arts heeft de patiënt die na een CVA vanuit een ziekenhuis was opgenomen op de revalidatieafdeling onvoldoende gevolgd. Hij mocht niet alleen vertrouwen op verzorgenden die informatie doorgeven aan verpleegkundigen, maar had zelf de patiënt goed moeten volgen. Na ruim twee weken op deze afdeling te hebben verbleven, is de patiënt met urosepsis en uitgedroogd opgenomen in het ziekenhuis. Het college oordeelt dat verweerder een eigen verantwoordelijkheid als arts had en deze ook had moeten nemen. Hij kan zich niet verschuilen achter de wijze waarop de zorg in het verpleeghuis geregeld is. Klacht gegrond. Het college legt de maatregel van berisping op en bepaalt dat de beslissing ter publicatie zal worden aangeboden.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:198 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-121

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster is ontvankelijk in de klacht. Het door klaagster gestelde verbod op het delen van informatie over de klacht is naar het oordeel van het College niet zodanig belemmerend voor de verdediging van de psychiater dat niet meer gesproken kan worden van een eerlijk proces. Naar het oordeel van het College valt de psychiater niet te verwijten dat haar brief aan Veilig Thuis door de ex-echtgenoot van klaagster is ingebracht in een rechtszaak. Dat klaagster het omtrent de diagnose van haar ex-echtgenoot niet eens is met het professionele oordeel van de psychiater, maakt niet dat de psychiater ten onrechte haar bevindingen omtrent de al dan niet door haar gestelde diagnoses met Veilig Thuis heeft gedeeld. De psychiater mocht naar aanleiding van wat haar eigen patiënt haar had verteld over relationele spanningen, in combinatie met het feit dat zij eerdere gesprekken met beide partners had gehad, verklaren zoals zij heeft gedaan in haar brief aan Veilig Thuis. Dat klaagster de rectificatie niet heeft ontvangen kan niet tot een tuchtrechtelijk verwijt leiden. Overige klachtonderdelen ook ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:199 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-148a

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Het College is van oordeel dat verweerder tijdens het consult voldoende en adequaat onderzoek heeft gedaan en op basis van dit onderzoek op dat moment tot zijn beleid heeft kunnen komen. Het inplannen van een controle door de verpleegkundige en een consult de volgende dag bij de huisarts was passend. Daarnaast heeft de huisarts gezorgd voor een vangnet door klager te vertellen dat hij contact op moest nemen met de (dienstdoende) arts als de klachten zouden verergeren. Dat achteraf blijkt dat klager op dat moment erg bang was, kan de huisarts niet aangerekend worden, nu vaststaat dat klager zijn angst niet heeft geuit tegenover de huisarts. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-155b

    nelijk ongegronde klacht tegen een internist. Het College is van oordeel dat klager ontvankelijk is in zijn klacht omdat de klacht voldoende weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg als bedoeld in artikel 47 lid 1 sub b Wet BIG. Daarnaast is de internist BIG-geregistreerd en in die hoedanigheid onderworpen aan het tuchtrecht. De internist heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij, noch in zijn functie als arts noch in zijn hoedanigheid van sectorhoofd, verantwoordelijkheid draagt dan wel noemenswaardige invloed uitoefent of kan uitoefenen op de organisatorische aspecten waarop de klachtonderdelen b, c (gedeeltelijk), d en e betrekking hebben. Hem kan aldus geen tuchtrechtelijk verwijt ex art. 47 lid 1 sub b Wet BIG worden gemaakt. De overige klachtonderdelen kunnen evenmin slagen, gelet op het feit dat de internist niet als behandelend arts bij klager betrokken is of is geweest. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:246 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1045

    Verzetbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/77

    Klacht tegen een uroloog. Klager stelt dat de uroloog hem onvoldoende heeft voorgelicht over een operatie waarbij een urostoma werd aangelegd volgens de methode Bricker en heeft nagelaten minder bezwarende alternatieven aan te bieden. Ook zou de uroloog de operatie niet zorgvuldig hebben uitgevoerd. Het is niet aannemelijk dat de uroloog onvoldoende voorlichting heeft gegeven, nu hij gedurende meerdere jaren diverse keren met klager de mogelijkheid van deze operatie heeft besproken. Daarvoor heeft klager meerdere minder bezwarende behandelingen ondergaan, maar deze verhielpen zijn klachten niet. Tevens heeft de uroloog klager voor een tweede mening naar een referentie-centrum verwezen. De urinelekkage die ruim een week na de operatie is opgetreden komt met enige regelmaat voor na dit type operatie en wil niet zeggen dat de uroloog de operatie niet goed heeft uitgevoerd. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-149b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Het College is van oordeel dat de psychiater klager op zorgvuldige wijze, voldoende onderbouwd en gerechtvaardigd en met inachtneming van een afrondingstraject heeft overgedragen aan het FACT-wijkteam. De psychiater kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/80

    Klacht tegen huisarts. Bij patiënt is in 2018 uitgezaaide longkanker vastgesteld. Patiënt verwijt verweerster dat zij hem niet eerder heeft doorgestuurd naar de longarts voor een longfoto. Als dat wel was gebeurd, was eerder ontdekt dat patiënt longkanker had en had hij eerder behandeld kunnen worden. Patiënt is tijdens deze procedure overleden als gevolg van zijn ziekte, waarna zijn zus de klacht heeft overnemen. Het college is van oordeel dat, ondanks het tragische beloop, niet gebleken is van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen zijdens verweerster en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:248 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1046

    Verzetzaak. Klaagster niet ontvankelijk in verzet. Aan een gemotiveerd verzetschrift wordt de eis gesteld dat daarin is aangegeven waarom de klager het niet eens is met de inhoud van de beslissing en waarom de klager wenst dat de zaak opnieuw door de volledige raad wordt behandeld. Aan deze eis voldoet de eerste brief van klaagster niet. Daarin is alleen opgenomen dat klaagster behandeling door de volledige raad wenst, hetgeen in het verzetschrift niet is herhaald. Het verzetschrift is buiten de verzettermijn ontvangen. Klaagster heeft derhalve niet tijdig een verzetschrift ingediend. Ter zitting heeft klaagster nog naar voren gebracht dat het verzetschrift pas later is ingediend wegens ziekte van haar echtgenoot/gemachtigde. Dit leidt echter niet tot verschoonbare termijnoverschrijding. Daarbij komt dat de griffier nogmaals en ten overvloede op de termijn waarbinnen klaagster eventueel verzet zou kunnen indienen heeft gewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/90

    Verweerster is werkzaam als arts verslavingszorg. De inmiddels overleden moeder van klaagster (patiënte) was een van de cliënten van de Medische Heroïne Behandelunit (MHBU), alwaar verweerster gedurende acht uur per week werkzaam is. Aan patiënte is door verweerster een sanctie opgelegd in verband met het ongeoorloofd meenemen van folie met mogelijk resten heroïne vanuit de MHBU. De sanctie bestond eruit dat patiënte gedurende twee weken geen heroïne verstrekt kreeg. Ter compensatie kreeg zij methadon verstrekt. Klaagster stelt dat verweerster, onder meer daardoor, tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Daarnaast verwijt zij verweerster nog een aantal andere zaken, waaronder het niet overleggen met de huisarts van patiënte. Het college verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond, omdat niet gebleken is dat de verwijten terecht zijn.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 193/2018

    Klacht tegen chirurg. Zwelling tweede teen. Diagnose hemangioom. Amputatie van de teen. Postoperatief diagnose dystrofie/neuroom gesteld. Klaagster verwijt verweerder -samengevat- onvoldoende onderzoek/onjuiste operatie-indicatie, onzorgvuldige uitvoering van de ingreep en een onjuiste diagnose van de postoperatieve klachten. Verweerder heeft niet onzorgvuldig gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/261GZP

    Klager verblijft in een penitentiaire inrichting. Hij stelt dat verweerder (GZ-psycholoog) heeft geweigerd om kenbaar te maken over welke klachten-en geschillenregeling hij beschikte. Ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:87 Accountantskamer Zwolle 18/716 Wtra AK

    Rapport omtrent indicatieve waarde aandelen. In het rapport wordt voldoende duidelijk gemaakt wat de door betrokkene bepaalde indicatieve waarde inhoudt en wat de aan deze wijze van waarderen klevende beperkingen zijn. Klacht in zoverre ongegrond. De mededeling dat is uitgegaan van informatie afkomstig van het management is onjuist. Betrokkene heeft erkend dat hij alleen heeft gesproken met een voormalige manager van de onderneming. Betrokkene heeft ook verzuimd nader onderzoek te doen naar een vordering van 10 miljoen die deze voormalige manager tegen de vennootschap had ingesteld. Hij had moeten nagaan of deze vordering tot een uitstroom van middelen zou leiden. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/220

    Klager is door de fysiotherapeut naar verweerder (orthopeed) doorverwezen wegens pijn in zijn schouder. Klager verwijt verweerder het stellen van een onjuiste diagnose. Tevens heeft verweerder hem twee injecties in zijn schouder gegeven, die overbodig waren. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:207 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180143

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder mocht na daartoe verkregen verlof conservatoir beslag leggen zoals hij dat heeft gedaan, ook al was dat ten nadele van klager. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder, ook na de bekendheid met de bezwaren van klager tegen hem, als advocaat tegen de vennootschap van klager blijven optreden in de incassozaak tegen klager. Het bepaalde in het vierde lid van Gedragsregel 7, waaruit volgt dat het een advocaat niet is toegestaan om tegen een voormalige cliënt of bestaande cliënt van hem of van een kantoorgenoot van hem op te treden, is in deze kwestie niet van toepassing, omdat hier geen sprake is van dezelfde voormalige of bestaande cliënt van verweerder en zijn kantoorgenoot. Die laatste stond immers klager in privé bij, daar waar verweerder tegen de vennootschap van klager ging optreden. Nu de raad ook anderszins niet is gebleken van bezwaren waarom verweerder niet tegen de vennootschap van klager had mogen optreden, heeft verweerder naar het oordeel van de raad niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich niet aan de incassozaak tegen de vennootschap van klager te onttrekken. Klachten ongegrond. Verkorte bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:201 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180133

    Beslissing van de raad vernietigd. Klacht van advocaat tegen andere advocaat over toevoeging ongegrond. Verweerster heeft voor een andere zaak dan de door klager behandelde zaak een toevoeging verkregen en zij mocht bij het aanvragen van de toevoeging afgaan op de van haar cliënte verkregen informatie. Voor de stelling dat verweerster zich onwelwillend jegens klager heeft opgesteld biedt het dossier geen aanknopingspunten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:202 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180054

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder mocht klaagster rechtstreeks benaderen nu hem niet duidelijk was of zij werd bijgestaan door een advocaat. Dit blijkt niet uit het feit dat verweerder tussen haakjes op het verzoekschrift de advocaat had opgenomen die klaagster drie jaar geleden in een eerder geschil had bijgestaan. Verder is niet gebleken dat verweerder te lang heeft gewacht met het intrekken van de verzoekschriftprocedure. Bekrachtiging beslissing raad voor zover voorgelegd aan het hof (ongegronde onderdelen). Geen proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:203 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180109

    Bekrachtiging uitspraak raad. Klacht over optreden advocaat wederpartij. Grenzen van de verweerster toekomende vrijheid niet overschreden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:85 Accountantskamer Zwolle 17/1881 Wtra AK

    Aan betrokkene was de opdracht verstrekt om de goederenstromen, facturering en geldstromen bij onder meer klaagster 1) te onderzoeken. Tijdens zijn onderzoek had betrokkene aanleiding moeten zien om zijn initiële afweging dat geen sprake was van een persoonsgericht onderzoek, te heroverwegen, nu het handelen van klaagster 1) de facto onderwerp van het onderzoek werd. Het lag dan ook in beginsel op zijn weg om klaagster 1) over dat onderzoek te informeren, haar te benaderen om informatie te verschaffen, om zijn bevindingen met haar te delen en haar in de gelegenheid te stellen een reactie kenbaar te maken. Nu geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die rechtvaardigen dat het horen van klaagster 1) achterwege kon blijven, is niet voldoende dat betrokkene, met verzending van een afschrift van een daarop ziende e-mail aan de advocaat van klaagster 1), de accountant van klaagster 1) heeft geïnformeerd en in de gelegenheid heeft gesteld om een reactie op zijn bevindingen te geven. Het rapport van betrokkene ontbeert dan ook reeds op die grond een deugdelijke grondslag. Betrokkene heeft een jurist en een ‘praktijkdeskundige’ geraadpleegd op het (specialistische) gebied van onder meer het vervoersrecht, maar heeft nagelaten in zijn rapport te vermelden op welke wijze hij hun deskundigheid heeft geverifieerd. Nu hij bij gebreke aan voldoende eigen juridische kennis zelf de (juistheid van de) inhoud van de adviezen van degenen die door hem waren geraadpleegd, niet kon beoordelen, had betrokkene een voorbehoud moeten maken voor zover zijn bevindingen zijn gebaseerd op de van hen verkregen adviezen. Dit geldt te meer, nu de bevindingen van de accountant van klaagster 1), zoals betrokkene ook zelf in zijn rapport heeft geconstateerd, “lijnrecht staan tegenover de rechtsuitleg van” degenen die door hem waren geraadpleegd. Een accountant moet verder voorkomen dat, indien hij een schatting maakt, die schatting een misleidend beeld geeft. Hij moet zich baseren op reële veronderstellingen en voor zover het door hem geschetste beeld is gebaseerd op onzekerheden, deze onzekerheden benoemen. Betrokkene heeft dit niet gedaan. Door geen voorbehouden te maken waar dit wel had gemoeten en conclusies te trekken zonder deze (afdoende) met feiten te onderbouwen, heeft betrokkene het rapport ook in zoverre niet voorzien van een deugdelijke grondslag en aldus gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, zoals neergelegd in artikel 2 onder d. van de VGBA. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:204 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180260

    Voorzittersbeslissing. Appelverbod. Geen doorbreking, nu klager onvoldoende heeft aangevoerd over de schending van fundamentele rechtsbeginselen om zo een doorbreking te rechtvaardigen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:86 Accountantskamer Zwolle 18/921 Wtra AK

    Opdracht tot waarderen aandelen van Holding in opdracht van een van de aandeelhouders. Betrokkene heeft standaard 5500N toegepast maar zich niet gehouden aan de paragrafen 19 en 29 van deze standaard. Rapport behelst inhoudelijk op alle onderdelen waarover is geklaagd tekortkomingen. Die tekortkomingen en de herhaalde mededeling dat zijn opdrachtgever de tegenpartij van klaagster is, duiden erop dat betrokkene zich bij zijn afwegingen ongepast heeft laten beïnvloeden door zijn opdrachtgever. Betrokkene heeft bovendien aan de Holding en niet aan de opdrachtgever gedeclareerd zonder zich bewust te zijn van het gevolg daarvan voor een zuivere btw-afdracht door de Holding. Klacht in alle onderdelen gegrond. Tijdelijke doorhaling voor drie maanden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:205 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180137

    Vernietiging beslissing raad voor zover die de klacht gegrond heeft bevonden en berisping opgelegd. Verweerder mocht uitgaan van wat zijn cliënten hem vertelden nu hij geen aanwijzingen had voor het tegendeel. Hoor en wederhoor door de raad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 152/2018

    Klacht tegen huisarts ongegrond. Verweerder heeft diagnose meningeoom gemist. Hij heeft echter wel zorgvuldig gehandeld. Hij heeft het beleid van de eerder geconsulteerde internist en dermatoloog voortgezet. Tijdens het laatste consult was er geen reden om een andere oorzaak te veronderstellen voor het krachtsverlies in beide benen dan het oedeem in de benen. Verweerder mocht menen dat dit paste bij het proces dat zich al twee jaar voordeed. Uit het medisch dossier blijkt niet van bijzondere omstandigheden die verweerder op het spoor hadden moeten zetten van nader onderzoek naar een ernstige aandoening. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:326 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.554

    Klaagster is door haar huisarts doorverwezen naar de gz-psycholoog in verband met een vermoeden van een stoornis vallende binnen de DSM classificatie en verzoekt begeleiding in het kader van basis GGZ, vermoedelijk langdurig en intensief. Klaagster heeft de gz-psycholoog onder meer verweten dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden, haar ten onrechte niet heeft doorverwezen naar een andere hulpverlener of haar huisarts, grenzeloos en onprofessioneel contact heeft onderhouden en haar zonder doel of uitleg drie vragenlijsten heeft laten invullen om zo een ingang bij haar huisarts te hebben. Het Regionaal Tuchtcollege heeft deze klachtonderdelen (deels) gegrond verklaard en heeft de maatregel van waarschuwing opgelegd. De overige tien klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Het beroep van klaagster tegen de ongegrondverklaring van de overige klachtonderdelen van haar klacht wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:327 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.111

    Klacht tegen bedrijfsarts. Regionaal Tuchtcollege heeft deels gegrond verklaard, zonder oplegging van maatregel. Klaagster komt op tegen ongegrond verklaarde klachtonderdeel en tegen de beslissing om geen maatregel op te leggen. Klaagster is niet-ontvankelijk in het beroep voor zover het zich richt tegen de beslissing om geen maatregel op te leggen en voor het overige wordt het beroep verworpen. Het Centraal Tuchtcollege is evenals het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat niet gebleken is dat de bedrijfsarts bij het aanleveren van informatie ten behoeve van het Deskundigenoordeel UWV bewust informatie heeft achtergehouden.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:46 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340422 / KL RK 18-100

    De kamer stelt vast dat geen punt van geschil tussen klager en mr. [A] is dat mr. [A] ook feitelijk de werkzaamheden van een notarieel medewerker en niet die van een kandidaat-notaris verricht en dienovereenkomstig wordt betaald. Uit het verweer van mr. [A] blijkt dat hij direct na het afronden van zijn studie notarieel recht in de functie van notarieel medewerker op een notariskantoor is aangenomen. Hij is niet de beroepsopleiding gaan volgen en hij heeft zich ook al die tijd niet als kandidaat-notaris geafficheerd. Het is een bewuste keuze van mr. [A] om af te zien van de mogelijkheid om als kandidaat-notaris werkzaam te zijn. Hij vindt een functie als kandidaat-notaris met de bijbehorende verplichting tot permanente educatie vanwege door hem geschetste omstandigheden bovendien te belastend. Als hij onverkort zou worden gehouden aan de verplichting tot permanente educatie, zou dit betekenen dat hij een baan buiten het notariaat zou moeten zoeken om aan deze verplichting te ontkomen. Gelet op deze omstandigheden acht de kamer het in dit geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat mr. [A] de opleidingspunten niet heeft gehaald.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:328 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.157

    Klacht tegen een longarts-intensivist. Klager verwijt de longarts-intensivist in de kern dat hij de medicatie van patiënte bewust heeft veranderd en dat patiënte daardoor de verkeerde medicatie en/of verkeerde dosering van Fragmin en Clopidogrel toegediend heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Gezien de stukken en gehoord de nadere toelichting door de longarts-intensivist ter terechtzitting in beroep is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de afweging om patiënte een combinatie van 2500 IE Fragmin en 75 mg Clopidogrel te geven, weloverwogen en weldoordacht is geweest en alleszins verdedigbaar was in de gegeven complexe omstandigheden waarin patiënte verkeerde. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht als ongegrond heeft afgewezen en dat het beroep moet worden verworpen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:47 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/336730 / KL RK 18-62

    Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris zorgvuldig gehandeld. Uit het op dit punt onweersproken verweer van de notaris blijkt dat zij klagers na overlijden van erflaatster een korte tijd nog de gelegenheid heeft gegeven om de bankrekeningen in te zien en afdrukken te maken van de voor de verantwoording benodigde gegevens. Zoals de notaris terecht heeft opgemerkt, zou het onzorgvuldig geweest zijn als zij te lang had gewacht met het laten blokkeren van de bankrekeningen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:329 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.203

    Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog. Klagers waren weekend- en vakantiepleegouders van een kind, dat onder voogdij stond van de jeugdzorgorganisatie waar de gezondheidszorgpsycholoog werkzaam was als behandelcoördinator. Op een gegeven moment krijgen klagers te horen dat het kind niet meer bij hen zou komen logeren. Klagers verwijten de gezondheidszorgpsycholoog onder meer 1) dat zij hen niet heeft gesproken voorafgaande aan het nemen van beslissingen omtrent het beëindigen van de plaatsing van hun (weekend-)pleegzoon en 2) dat geen onafhankelijk onderzoek is gedaan bij het pleegkind. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart onder meer het onder 1) weergegeven verwijt gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het beroep van klagers wordt verworpen. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege en overweegt ten aanzien van de onafhankelijkheid van het onderzoek aanvullend dat het bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een onafhankelijk onderzoek niet gaat om de onafhankelijkheid van de instelling waar het onderzoek is uitgevoerd, maar om de onafhankelijkheid van de individuele beroepsbeoefenaar die het onderzoek heeft verricht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:324 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.181

    Klacht tegen arts die eigenaar en directeur was van een organisatie met bedrijfsartsen. Deze bedrijfsartsen werden ingeschakeld om de werkgever van klager te adviseren in het kader van besluitvorming over de re-integratie van klager, die zich had ziekgemeld bij zijn werkgever. De arts is bij klager betrokken geraakt nadat klager tegen twee van de bedrijfsartsen in zijn organisatie een klacht had ingediend en de arts klager naar aanleiding daarvan uitnodigde voor een gesprek. Klager verwijt de arts dat hij niet professioneel heeft gehandeld door na te laten zijn verantwoordelijkheid te nemen in het toepassen van de LESA-richtlijnen en alsnog advies te geven aan zijn werkgever voor re-integratie. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat klager ontvankelijk is in zijn klacht. De arts heeft zich met zijn handelen op het terrein begeven waarop hij de deskundigheid bezit waarvoor hij in het BIG-register is ingeschreven en zijn handelen had voldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg. De klacht wordt door het Regionaal Tuchtcollege vervolgens afgewezen, omdat van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de arts geen sprake is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt verklaart klager voor zover hij nieuwe klachtonderdelen naar voren heeft gebracht niet-ontvankelijk. Voor het overige worden zowel het tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege ingestelde principaal als incidenteel beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:325 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.477

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is voor arbeidsongeschiktheid verzekerd bij een schadeverzekeringsmaatschappij. Verweerder is verzekeringsarts is als medisch adviseur verbonden aan die verzekeringsmaatschappij en heeft in het kader van de claim van klager een medisch advies uitgebracht. De klacht van klager houdt in dat verweerder heeft nagelaten 1) aan de eis van voldoende dossiervorming te voldoen door geen, althans geen schriftelijke, medische adviezen op te stellen, 2) desgevraagd op eerste verzoek de medische adviezen aan klager of diens vertegenwoordiger af te geven, 3) zich voldoende toetsbaar op te stellen door het opstellen en verstrekken van medische adviezen en 4) zijn beslissing tot weigering van het verzoek tot het laten verrichten van een expertise door een verzekeringsarts deugdelijk te onderbouwen met een medisch advies. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:243 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-661/DH/HvD

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen klachtfunctionaris over ondeugdelijke afhandeling van de klacht kennelijk ongegrond. Klacht hangt samen met klacht 18-662.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:250 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-766/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van een wederpartij in een geschil rondom een nalatenschap kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:244 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-622/DH/HvD

    Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt verweerder dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan belangverstrengeling en dat hij onvoldoende bereikbaar was. Klachten zijn kennelijk ongegrond. Klacht hangt samen met klacht 18-661.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:257 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-780/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht is niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:244 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-692

    Voorzittersbeslissing. Klacht van klager dat verweerder, als zijn eigen advocaat, een zitting bij het gerechtshof niet met klager heeft voorbesproken, kennelijk ongegrond. Klager is met verweerder meegereden naar de zitting.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:251 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-004/DH/DH

    Klacht over gebrekkige communicatie, onvoldoende kwaliteit van dienstverlening en excessief declareren. De klacht over gebrekkige communicatie slaagt gedeeltelijk, omdat verweerder heeft verzuimd om belangrijke informatie schriftelijk aan klaagster te bevestigen. Aan verweerder wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd. De proceskosten worden gematigd tot € 500.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:245 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-514/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:258 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-799/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht is niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:245 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-572

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden. Hij heeft de voorzieningenrechter in zijn verzoek tot het leggen van beslag niet onvolledig voorgelicht, heeft zich niet onnodig grievend over klaagster uitgelaten en hij behoefde de door zijn cliënt aangedragen feiten niet te verifiëren nu daartoe geen aanleiding was. Ook met het aan zijn cliënt gegeven advies heeft hij de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:239 Raad van Discipline Amsterdam 18-492/A/NH

    Deels gegrond verzet. De raad heeft kennisgenomen van nieuwe feiten die relevant zijn voor de beoordeling voor klachtonderdeel a), dus het verzet tegen klachtonderdeel a) is gegrond. Klachtonderdeel a) is ongegrond, nu niet is gebleken dat verweerster de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid heeft overschreden. Het verzet tegen klachtonderdeel b) is ook gegrond, nu de voorzitter bij de beoordeling hiervan is uitgegaan van een onjuiste veronderstelling. Klachtonderdeel b) is echter ongegrond, nu niet is gebleken dat verweerster haar cliënten heeft geadviseerd een en ander te doen.