Zoekresultaten 18701-18750 van de 48227 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:97 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-172/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een gedraging van verweerder in een eerdere klachtprocedure kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:91 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-642/DH/DH

    Zaak hangt samen met 18-637/DH/DH. Verweerders hebben een ondubbelzinnig en duidelijk kenbaar gemaakte mededeling van de rechtsbijstandsverzekeraar over werkzaamheden waarvoor geen dekking wordt verleend genegeerd. Zij hebben werkzaamheden waarvoor geen dekking bestond in rekening gebracht en hebben vervolgens pas na herhaald aandringen inzage gegeven in het dossier. Bij die gelegenheid heeft de rechtsbijstandsverzekeraar vastgesteld dat niet gedekte werkzaamheden zijn gedeclareerd. Verweerders hebben daarnaast, in strijd met de duidelijke en voor hen kenbare voorwaarden van de rechtsbijstandsverzekeraar proceskosten geïncasseerd, zonder de rechtsbijstandsverzekeraar daarvan in kennis te stellen. Met dit alles hebben verweerders gehandeld zoals dat een behoorlijk handelend advocaat niet betaamt. Waarschuwing, verweerder is niet bekend met tuchtrechtelijke antecedenten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:98 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-187/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klagers zijn in hun klacht kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem-beginsel. De klacht behelst in de kern een betwisting van het door verweerster gevoerde verweer in een eerder tussen partijen gevoerde klachtzaak.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:92 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-637/DH/DH

    Zaak hangt samen met 18-642/DH/DH. Verweerders hebben een ondubbelzinnig en duidelijk kenbaar gemaakte mededeling van de rechtsbijstandsverzekeraar over werkzaamheden waarvoor geen dekking wordt verleend genegeerd. Zij hebben werkzaamheden waarvoor geen dekking bestond in rekening gebracht en hebben vervolgens pas na herhaald aandringen inzage gegeven in het dossier. Bij die gelegenheid heeft de rechtsbijstandsverzekeraar vastgesteld dat niet gedekte werkzaamheden zijn gedeclareerd. Verweerders hebben daarnaast, in strijd met de duidelijke en voor hen kenbare voorwaarden van de rechtsbijstandsverzekeraar proceskosten geïncasseerd, zonder de rechtsbijstandsverzekeraar daarvan in kennis te stellen. Met dit alles hebben verweerders gehandeld zoals dat een behoorlijk handelend advocaat niet betaamt. Berisping, gelet op de ernst van het verwijt in combinatie met de tuchtrechtelijke antecedenten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:99 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-190/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van een derde partij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:93 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-006/DH/DH

    Verweerder heeft zich in een geschil met de rechtsbijstandsverzekeraar intimiderend, onwelwillend en escalerend opgesteld. Daarnaast heeft hij binnen de klachtprocedure onjuiste informatie verstrekt met het doel klagers in een kwaad daglicht te stellen. Dit alles is niet zoals het een behoorlijk advocaat betaamt en de raad acht de maatregel van berisping passend.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:12 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/34

    Betreft klacht tegen een alternatief werkend dierenarts, die wordt verweten veterinair tekort te zijn geschoten met betrekking tot het onderzoek en de behandeling van twee katten. Van een in het Diergeneeskunderegister ingeschreven dierenarts mag worden verwacht te voldoen aan de minimum vereisten en veterinaire maatstaven zoals die in de reguliere diergeneeskunde gelden en de alternatieve zorg mag naar het oordeel van het college slechts complementair zijn. Gegrond. Mede gelet op eerdere veroordelingen volgt onvoorwaardelijke geldboete van € 500 en een voorwaardelijke schorsing van 6 maanden, met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:94 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-428/DH/RO

    Klacht deels gegrond. Het stond verweerder in de gegeven omstandigheden niet zonder meer vrij om een onbetaalde factuur van klager ter incasso uit handen te geven. Klager had enkele dagen daarvoor van het kantoor van verweerder het voorstel kreeg om middels een overleg tot een oplossing voor het declaratiegeschil te komen. Daar komt bij dat verweerder c.q. zijn kantoor niet eerder (inhoudelijk) had gereageerd op onder meer de klachtbrief van klager. Klachtonderdeel dat verweerder bureaukosten dubbel zou hebben gefactureerd acht de raad ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:13 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/57

    Klachtambtenaarzaken over de toepassing van derde keuze antibiotica bij gezelschapsdieren. Redelijke termijn: Het college volgt de uitspraak van het Veterinair beroepscollege VB17/01, uit november 2017, waarin het Veterinair beroepscollege heeft bepaald dat er niet meer dan twee jaar verstreken mag zijn tussen het moment waarop een beklaagde dierenarts ‘gegronde redenen had om aan te nemen dat tegen hem een tuchtklacht zou worden ingediend’ en het moment van indiening van de klacht, waarbij door het beroepscollege in die betreffende beroepsuitspraak aan het overschrijden van die termijn de sanctie van niet-ontvankelijkheid is verbonden. Het tuchtcollege in eerste aanleg oordeelt conform die uitgezette lijn en voor wat betreft de onderhavige zaken dat die redelijke termijn is overschreden. Klachten niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:95 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-072/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over informatieverstrekking en communicatie kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:116 Raad van Discipline Amsterdam 19-121/A/A/D

    19-121/A/A/D: Deels gegrond dekenbezwaar. De vrijheid van meningsuiting, die ook voor advocaten geldt, brengt mee dat een advocaat geen spreekverbod kan worden opgelegd. In een noodsituatie zou dit anders kunnen zijn, maar daarvan is volgens de raad geen sprake. De raad begrijpt dat de deken wil voorkomen dat advocaten elkaar over en weer beschuldigen in de media, maar het middel dat de deken daarvoor heeft gebruikt schiet zijn doel voorbij. Wat verweerder wel te verwijten valt is dat hij bij Jinek uitspraken heeft gedaan over een gesprek dat hij en zijn kantoorgenoot mr. B met de deken hebben gevoerd. In dat gesprek heeft de deken tegen verweerder en mr. B gezegd hoe mr. A het gesprek met mr. B, waarin mr. B volgens H zou hebben gedreigd, destijds heeft ervaren. Verweerder had dit niet mogen doen. De uitspraken gaan over hetgeen mr. A aan de deken heeft verklaard in het kader van het onderzoek naar mogelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van mr. B en verweerder wist dat de deken ook aan mr. A had gevraagd zich niet over de kwestie uit te laten. De uitspraken van verweerder, die erop neerkomen dat de verklaring van mr. A mr. B zeker zal vrijpleiten, zijn bovendien niet juist. De raad legt verweerder hiervoor een waarschuwing op. Dat verweerder bij Jinek heeft willen aantonen dat er voor de deken geen goede reden was om een onderzoek naar mr. B in te stellen, is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:115 Raad van Discipline Amsterdam 19-235/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht vanwege het verstrijken van de driejaarstermijn.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-924 DB/LI

    Verweerster heeft in voldoende mate geverifieerd of zijdens de vrouw sprake was van een consistente wens tot echtscheiding en is niet op lichtvaardige wijze overgegaan tot het in opdracht van haar cliënte opstarten van de echtscheidingsprocedure. Van een polariserende aanpak, onnodige procedures en het bewust verkondigen van onwaarheden is niet gebleken. Klacht ongegrond. Voor zover klager klaagt over de met verweersters dienstverlening samenhangende kosten komt hem geen klachtrecht toe en is de klacht niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/063

    Klager verwijt verweerder dat hij klager onjuist heeft behandeld. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:80 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/638144 / DW RK 17/1093

    Klager stelt dat het vonnis nooit aan hem is betekend. De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat de halve maand huur ten onrechte niet is meegenomen in het bankbeslag. Klager heeft herhaaldelijk verzocht om een overzicht en heeft meermalen aangegeven dat de berekening niet klopt. Er nog vanaf gezien dat een medewerker van de gerechtsdeurwaarder klager van verkeerde informatie is blijven voorzien, acht de kamer de manier van corresponderen en met name ook de daarin gebruikte toonzetting door de medewerker ongepast en daardoor tuchtrechtelijk laakbaar. Dat de vordering is opgelopen kan niet aan de gerechtsdeurwaarder worden verweten. Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-728/DB/LI

    De voorzitter heeft terecht geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerster de belangen van klager nodeloos heeft geschaad. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/471

    De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerster niet de juiste zorg aan klager heeft verleend. Ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:37 Accountantskamer Zwolle 18/978 Wtra AK

    Surinaamse zaak. Betrokkene spreekt met de minister van volksgezondheid af dat hij naast zijn salaris als directeur van het ziekenhuis, waarvan de hoogte wettelijk vast lag, een vaste maandelijkse vergoeding mocht declareren voor consultancywerkzaamheden, die hij niet extra verrichtte. Deze handelwijze, die er op duidt dat betrokkene voor zijn directeurschap in strijd met de geldende salarisvoorschriften de facto een (hoger) salaris ontving en accepteerde, levert naar het oordeel van de Accountantskamer strijd op met het fundamentele beginsel van integriteit dat vergt dat een accountant eerlijk en oprecht optreedt. In zoverre is de klacht gegrond. Indien een klager een gemotiveerde en gesubstantieerde klacht verwoordt, die niet op voorhand onaannemelijk is, mag van een accountant in beginsel worden gevergd dat hij medewerking verleent aan voormeld onderzoek door de tuchtrechter, ook indien dat inhoudt bespreking van informatie die als vertrouwelijk in voormelde zin kan worden aangemerkt en/of overlegging van bescheiden van de opdrachtgever van de accountant vergt. Deze gehoudenheid gaat echter niet zover dat de in een tuchtprocedure aangesproken accountant zonder meer alle gegevens dient te openbaren en/of alle bescheiden dient in te brengen die in verband kunnen worden gebracht met de klacht. Hoever deze gehoudenheid strekt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, daaronder begrepen de belangen die met de klacht en met de vertrouwelijkheid zijn gemoeid. Daarbij geldt dat het aan de accountant die zich op zijn beroepsgeheim beroept, is om voldoende feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken die dat beroep kunnen dragen. In casu zijn deze klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd om van betrokkene te vergen dat hij een vertrouwelijk rapport, waarop de klacht van klaagster betrekking heeft maar die niet zijn opdrachtgever is, in het geding brengt.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-752/DB/LI

    Verweerster heeft klager eerder bijgestaan in een kwestie ter zake een loonvordering. Verweerster mocht optreden tegen klager in een alimentatiekwestie, omdat dit een andere zaak betrof, zij niet beschikte over voor de alimentatiekwestie relevante informatie en van redelijke bezwaren zijdens klager geen sprake was. Dat verweerster onnodig is gaan procederen is niet gebleken, noch dat zij bewust onwaarheden heeft verkondigd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/472

    De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder niet de juiste zorg aan klager heeft verleend. Ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:38 Accountantskamer Zwolle 18/1759 Wtra AK

    Accountant verzorgt administratie, doet belastingaangiften en stelt jaarrekening vof op. Klacht over fouten in boekhouding en bij opstellen jaarrekening niet aannemelijk gemaakt. Te laat indienen bezwaarschriften tegen besluiten van de belastingdienst is niet aan betrokkene te wijten, omdat een van de vennoten niet tijdig heeft gereageerd op verzoek betrokkene besluiten aan haar te doen toekomen. Betrokkene heeft op enig moment klaagster laten weten dat zij de financiële stukken van klaagster pas wilde retourneren wanneer klaagster de openstaande facturen zou voldoen. Nadat de opvolgende accountant betrokkene erop had gewezen dat zij geen retentierecht had met betrekking tot de boekhouding van klaagster, is klaagster in de gelegenheid gesteld de stukken te komen ophalen. Dit verzuim is van te gering tuchtrechtelijk verwijt om deze klacht gegrond verklaren. Aannemelijk is dat betrokkene vrij snel heeft ingezien dat zij niet hoorde te weigeren financiële stukken af te geven. Bovendien is niet gesteld dat klaagster enig nadeel heeft ondervonden van de aanvankelijke weigering.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:76 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/637839 / DW RK 17/1069

    De gerechtsdeurwaarder heeft getracht om betaling van de openstaande vordering langs minnelijke weg met klaagster op te lossen, hetgeen niet is gelukt. Dat de opdrachtgever rechtsmaatregelen ten laste van klaagster wenste te nemen is een omstandigheid die niet aan de gerechtsdeurwaarder kan worden toegerekend.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-857 DB/LI

    De raad is van oordeel dat de voorzitter terecht heeft vastgesteld dat de klacht betrekking heeft op het optreden van verweerder in diens hoedanigheid van curator en dat de voorzitter het juiste criterium heeft gehanteerd bij de beoordeling van het optreden van verweerder. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/430

    Klager verwijt verweerster dat hij onjuist is geadviseerd en onheus is bejegend. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18159

    Klacht tegen een neuroloog omdat hij ten onrechte (mede) heeft besloten tot epilepsie chirurgie, recent neuropsychologisch onderzoek (NPO) ontbrak, er geen rekening is gehouden met auto ongeluk en onvoldoende geïnformeerd over operatie en mogelijke gevolgen. Doel van de operatie, aanvalsvrij worden, is niet bereikt. Alle klachtonderdelen afgewezen. NPO geen voorwaarde voor beslissing tot chirurgisch traject. Niet gebleken dat tekort is geschoten in informatievoorziening. Geen onrealistische verwachtingen gewekt.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:39 Accountantskamer Zwolle 19/213 Wtra AK

    Vaktechnische/tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van de accountant voor een onder zijn leiding werkzame medewerker ter zake werkzaamheden die tot het accountantsberoep behoren en waarbij de medewerker het contact met de cliënt onderhoudt. Invloed art. 14 VGBA. Niet waarschuwen cliënt waar dat wel nodig en mogelijk is. Klacht gegrond; waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:77 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/656526 / DW RK 18/569

    Beslissing op verzet. De onderhavige klacht gaat over hetzelfde feitencomplex als eerdere klachten. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/244

    Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft overschreden door een medisch rapport te verstrekken aan derden. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1896

    Klacht tegen neuroloog omdat hij nalatig zou hebben gehandeld. Arts heeft klaagster niet meer opgeroepen voor de ingreep op 3 april 2017, heeft onvoldoende sturing gegeven aan de pre chirurgische werkgroep aangezien gebruik is gemaakt van neuropsychologisch onderzoek (NPO) uit 2004 en niet geïnformeerd over bijwerkingen na de operatie. Alle klachtonderdelen afgewezen. Arts heeft voldaan aan de zorg die hij diende te betrachten, daarvoor was niet nodig klaagster vaker te zien. Kennelijke verschrijving bij datum NPO. Geen toerekenbare twijfel over informatie voorziening. Vanaf medio 2014 tot datum operatie langdurig traject met reeks van onderzoeken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-798/DB/ZWB

    De voorzitter het juiste criterium heeft gehanteerd bij de beoordeling van het optreden van verweerder. De voorzitter heeft voorts terecht geoordeeld dat klachtonderdeel 2 is ingediend na het verstrijken van de in artikel 46 g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet bedoelde verjaringstermijn, zodat dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk is.. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:78 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/656037 / DW RK 18/552

    Beslissing op verzet. Klager voert aan dat sprake is van belangenverstrengeling. Klager is in de problemen gekomen nadat de gerechtsdeurwaarder beslag op de bankrekening van zijn echtgenote heeft gelegd. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:40 Accountantskamer Zwolle 19/3 Wtra AK

    De Accountantskamer is tot de conclusie gekomen dat betrokkene een verklaring heeft ondertekend voor bekendheid met de verrichte betalingen en bedoelingen, zonder dat hij de juistheid van de inhoud van die verklaring voldoende heeft geverifieerd, terwijl hij wist dat tussen klager en zijn echtgenote een geschil bestond en hij had moeten begrijpen dat er een reële kans bestond dat die verklaring in een juridische procedure tussen hen zou worden gebruikt. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene door onder deze omstandigheden de verklaring te ondertekenen, heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, professionaliteit, integriteit en objectiviteit. Oplegging van de maatregel van (tijdelijke) doorhaling zou onder deze omstandigheden passend zijn, maar nu betrokkene zich inmiddels heeft laten uitschrijven als accountant-administratieconsulent, is volstaan met oplegging van de maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-858/DB/LI

    De voorzitter heeft terecht geoordeeld dat klaagster onvoldoende heeft onderbouwd dat en waarom verweerder aanleiding had om te twijfelen aan de juistheid van de door zijn cliënt verstrekte informatie en nader onderzoek had moeten doen. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:79 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/650795 / DW RK 18/373

    Beslissing op verzet. Klagers beklagen zich er over dat de gerechtsdeurwaarder hen bewust de dagvaarding heeft onthouden. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:83 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-781/DH/RO

    Klacht onder de kwaliteit en voortvarendheid van de dienstverlening ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-240

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Hoewel de bedrijfsarts het telefonisch contact tussen hem en de psychologe niet heeft opgenomen in het medisch dossier, wat wel de voorkeur had verdiend, is het College van oordeel dat deze omissie in de gegeven omstandigheden niet van dien aard is dat dit een tuchtmaatregel rechtvaardigt. Ook achteraf bezien is er geen sprake van een verzuimspreekuur en conform de Wet Verbetering Poortwachter is een verplichte schriftelijke terugkoppeling dan niet vereist. Overige klachtonderdelen ook ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2019/01

    Klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster is enkele jaren geleden gedwongen opgenomen geweest. Verweerster was bij haar behandeling tijdens deze opname betrokken. Klaagster vindt dat ze tijdens de opname onheus is bejegend door verweerster. Het college is van oordeel dat – voor zover de verwijten al te relateren zijn aan verweerster – niet is komen vast te staan dat zij klaagster onheus heeft bejegend. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:90 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-765/DH/RO

    Klaagster klaagt namens haar zoon die psychiatrische problemen heeft. Verweerder heeft een kwestie betreffende de terugvordering van het PGB van de zoon onvoldoende adequaat en voortvarend behandeld en heeft daarmee de belangen van de zoon geschaad. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:84 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-523/DH/RO

    Tussenbeslissing. Bij de eerdere tussenbeslissing 7 januari 2019 is aan de deken te Den Haag opgedragen om nader onderzoek te doen. Omdat na de tussenbeslissing van 7 januari 2019 is gebleken van bezwaren ten aanzien van de inzet van de (huidige) Haagse deken in deze zaak, heeft de raad beslist de zaak voor het onderzoek te verwijzen naar de deken Noord-Holland.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-018

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Het college is samenvattend van oordeel dat het rapport van de verzekeringsarts voldoet aan de criteria die het Centraal Tuchtcollege daaraan stelt. Het is het college niet gebleken dat de verzekeringsarts ondeskundig is op het gebied van neuralgische amyotrofie binnen de kaders van zijn werk als verzekeringsgeneeskundige. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:19 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334607 KL RK 18-28

    Uit vaste jurisprudentie volgt dat voor het begin van de vervaltermijn bepalend is het moment waarop een klager redelijkerwijze kennis heeft kunnen nemen van de gebeurtenis of akte waarover hij of zij klaagt, niet het moment waarop klager tot de conclusie komt dat er sprake is van klachtwaardig handelen of nalaten.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/180

    Klacht tegen kinderarts. Verweerster zou tegen klaagster, de moeder van een patiënte van verweerster, hebben gezegd dat klaagster en haar echtgenoot patiënte te veel medicatie zouden geven. Verweerster heeft dit verwijt, dat onvoldoende onderbouwd is en geen steun vindt in het medisch dossier, gemotiveerd bestreden. De beschrijving van de gang van zaken van verweerster wordt voorts wel gesteund door het medisch dossier. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:85 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-1016/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen collega-advocaat is kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-194

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. De verzekeringsarts heeft betwist dat zij altijd te laat was met haar spreekuur, zodat dit niets is komen vast te staan. Overigens is het niet tuchtrechtelijke verwijtbaar wanneer dit wel eens gebeurt. De verzekeringsarts heeft in redelijkheid kunnen menen dat zij op basis van haar eigen onderzoek, mede gelet op de behandelinformatie die klaagster zelf had verstrekt, geen verdere informatie nodig had voor haar conclusie en advies. Onder de gegeven omstandigheden kan verweerster niet worden verweten dat zijn geen informatie bij behandelaars/derden heeft opgevraagd, toen klaagster hierom verzocht. Overige klachtonderdelen ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:79 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-831/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. In schriftelijk cassatieadvies heeft verweerder klager niet gewezen op de mogelijkheid van de HR om een zaak met toepassing van artikel 81 RO af te doen. Hoewel dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is, is het wel aanbevelenswaardig om die afdoeningsmogelijkheid van de HR te vermelden om misverstanden (achteraf) te voorkomen. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/345491 KL RK 18-170

    Klager verwijt de notaris het volgende: 1. de notaris heeft aan klager een verkeerde voorstelling van zaken gegeven omtrent haar werkzaamheden, 2. een onder de verantwoordelijkheid van de notaris werkzame medewerker heeft een fout gemaakt, 3. de notaris heeft de verkeerde (vormvrije) versie van de aangifte schenkbelasting naar de Belastingdienst gezonden, 4. de notaris heeft onvoldoende inzicht gegeven in de aard dan wel de opbouw van bepaalde kosten, 5. de notaris heeft ten onrechte geen toepassing gegeven aan de klachtenregeling van haar kantoor, 6. de notaris mocht de opdracht van de stiefmoeder van klager niet aannemen gezien haar vriendschappelijke band met de stiefmoeder en 7. de notaris heeft een stilzwijgende afspraak met klager geschonden. Klachtonderdeel 6 is niet-ontvankelijk, de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:86 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-1017/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:80 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-845/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Geschil rondom een nalatenschap waarin verweerder op enig moment heeft opgetreden voor de broer van klager in een geschil tegen klager en thans optreedt voor de zussen van klager in, opnieuw, een geschil tegen klager. Klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:87 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-1040/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen verweerster in haar hoedanigheid van voormalig wrn deken is niet ontvankelijk verklaard voor zover dit betreft de periode voor 22 maart 2015. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:81 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-707/DH/RO

    Verweerder heeft te laat hoger beroep ingesteld en dat beroep is niet-ontvankelijk verklaard. Verder is verweerder onzorgvuldig omgegaan met een door klager ontvangen voorschot dat hem voor de behandeling van de zaak in hoger beroep was betaald. Verweerder heeft met dit alles de belangen van klager veronachtzaamd. onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van vier weken passend.