Zoekresultaten 18651-18700 van de 48142 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-240

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Hoewel de bedrijfsarts het telefonisch contact tussen hem en de psychologe niet heeft opgenomen in het medisch dossier, wat wel de voorkeur had verdiend, is het College van oordeel dat deze omissie in de gegeven omstandigheden niet van dien aard is dat dit een tuchtmaatregel rechtvaardigt. Ook achteraf bezien is er geen sprake van een verzuimspreekuur en conform de Wet Verbetering Poortwachter is een verplichte schriftelijke terugkoppeling dan niet vereist. Overige klachtonderdelen ook ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2019/01

    Klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster is enkele jaren geleden gedwongen opgenomen geweest. Verweerster was bij haar behandeling tijdens deze opname betrokken. Klaagster vindt dat ze tijdens de opname onheus is bejegend door verweerster. Het college is van oordeel dat – voor zover de verwijten al te relateren zijn aan verweerster – niet is komen vast te staan dat zij klaagster onheus heeft bejegend. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:90 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-765/DH/RO

    Klaagster klaagt namens haar zoon die psychiatrische problemen heeft. Verweerder heeft een kwestie betreffende de terugvordering van het PGB van de zoon onvoldoende adequaat en voortvarend behandeld en heeft daarmee de belangen van de zoon geschaad. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:84 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-523/DH/RO

    Tussenbeslissing. Bij de eerdere tussenbeslissing 7 januari 2019 is aan de deken te Den Haag opgedragen om nader onderzoek te doen. Omdat na de tussenbeslissing van 7 januari 2019 is gebleken van bezwaren ten aanzien van de inzet van de (huidige) Haagse deken in deze zaak, heeft de raad beslist de zaak voor het onderzoek te verwijzen naar de deken Noord-Holland.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-018

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Het college is samenvattend van oordeel dat het rapport van de verzekeringsarts voldoet aan de criteria die het Centraal Tuchtcollege daaraan stelt. Het is het college niet gebleken dat de verzekeringsarts ondeskundig is op het gebied van neuralgische amyotrofie binnen de kaders van zijn werk als verzekeringsgeneeskundige. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:19 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334607 KL RK 18-28

    Uit vaste jurisprudentie volgt dat voor het begin van de vervaltermijn bepalend is het moment waarop een klager redelijkerwijze kennis heeft kunnen nemen van de gebeurtenis of akte waarover hij of zij klaagt, niet het moment waarop klager tot de conclusie komt dat er sprake is van klachtwaardig handelen of nalaten.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/180

    Klacht tegen kinderarts. Verweerster zou tegen klaagster, de moeder van een patiënte van verweerster, hebben gezegd dat klaagster en haar echtgenoot patiënte te veel medicatie zouden geven. Verweerster heeft dit verwijt, dat onvoldoende onderbouwd is en geen steun vindt in het medisch dossier, gemotiveerd bestreden. De beschrijving van de gang van zaken van verweerster wordt voorts wel gesteund door het medisch dossier. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:85 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-1016/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen collega-advocaat is kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-194

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. De verzekeringsarts heeft betwist dat zij altijd te laat was met haar spreekuur, zodat dit niets is komen vast te staan. Overigens is het niet tuchtrechtelijke verwijtbaar wanneer dit wel eens gebeurt. De verzekeringsarts heeft in redelijkheid kunnen menen dat zij op basis van haar eigen onderzoek, mede gelet op de behandelinformatie die klaagster zelf had verstrekt, geen verdere informatie nodig had voor haar conclusie en advies. Onder de gegeven omstandigheden kan verweerster niet worden verweten dat zijn geen informatie bij behandelaars/derden heeft opgevraagd, toen klaagster hierom verzocht. Overige klachtonderdelen ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:79 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-831/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. In schriftelijk cassatieadvies heeft verweerder klager niet gewezen op de mogelijkheid van de HR om een zaak met toepassing van artikel 81 RO af te doen. Hoewel dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is, is het wel aanbevelenswaardig om die afdoeningsmogelijkheid van de HR te vermelden om misverstanden (achteraf) te voorkomen. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/345491 KL RK 18-170

    Klager verwijt de notaris het volgende: 1. de notaris heeft aan klager een verkeerde voorstelling van zaken gegeven omtrent haar werkzaamheden, 2. een onder de verantwoordelijkheid van de notaris werkzame medewerker heeft een fout gemaakt, 3. de notaris heeft de verkeerde (vormvrije) versie van de aangifte schenkbelasting naar de Belastingdienst gezonden, 4. de notaris heeft onvoldoende inzicht gegeven in de aard dan wel de opbouw van bepaalde kosten, 5. de notaris heeft ten onrechte geen toepassing gegeven aan de klachtenregeling van haar kantoor, 6. de notaris mocht de opdracht van de stiefmoeder van klager niet aannemen gezien haar vriendschappelijke band met de stiefmoeder en 7. de notaris heeft een stilzwijgende afspraak met klager geschonden. Klachtonderdeel 6 is niet-ontvankelijk, de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:86 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-1017/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:80 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-845/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Geschil rondom een nalatenschap waarin verweerder op enig moment heeft opgetreden voor de broer van klager in een geschil tegen klager en thans optreedt voor de zussen van klager in, opnieuw, een geschil tegen klager. Klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:87 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-1040/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen verweerster in haar hoedanigheid van voormalig wrn deken is niet ontvankelijk verklaard voor zover dit betreft de periode voor 22 maart 2015. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:81 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-707/DH/RO

    Verweerder heeft te laat hoger beroep ingesteld en dat beroep is niet-ontvankelijk verklaard. Verder is verweerder onzorgvuldig omgegaan met een door klager ontvangen voorschot dat hem voor de behandeling van de zaak in hoger beroep was betaald. Verweerder heeft met dit alles de belangen van klager veronachtzaamd. onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van vier weken passend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:88 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-073/DH/RO

    Raadbeslissing. Verzoek ex artikel 60b lid 7 Aw is toegewezen. De raad is van oordeel dat verzoeker de (financiële) problemen in zijn praktijkvoering (grotendeels) heeft opgelost en dat de relatie met zijn aanstaande ex-echtgenote is verbeterd. Nu de deken geen bezwaar heeft tegen de opheffing van de schorsing, hij de praktijkvoering van verzoeker zal volgen en verzoeker zich heeft gecommitteerd aan de voorwaarden van de deken, ziet de raad geen beletsel om het verzoek tot opheffing van de schorsing toe te wijzen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:82 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-762/DH/RO

    Verweerder heeft geen uitvoering gegeven aan de opdracht van klager om schadevergoeding te vragen. Klager is daardoor benadeeld. Mede gelet op het feit dat verweerder niet heeft gereageerd op de klacht en op het tuchtrechtelijk verleden van klager acht de raad de maatregel van schorsing voor de duur van vier weken passend.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-336

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Naar het oordeel van het College heeft de bedrijfsarts de beperkingen van klaagster voldoende erkend en meegenomen in haar advies naar de werkgever. Verweerster heeft op goede gronden geoordeeld dat sprake was van een arbeidsconflict en haar advies daarop aangepast. Het College deelt het standpunt dat overspannenheid geen reden is om niet aan een oplossing van het conflict met de werkgever te werken, ook al had klaagster door haar overspannenheid op dat moment medische beperkingen. Niet gezegd kan worden dat de bedrijfsarts niet onafhankelijk is geweest of alleen in het belang van de werkgever heeft gehandeld. De door de werkgever van klaagster genomen besluiten kunnen verweerster niet aangerekend worden. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:89 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-983/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Het klachtrecht is niet voor eenieder in het leven geroepen maar alleen voor degene die door een handelen of nalaten van een advocaat rechtstreeks in zijn of haar belang is of kan worden getroffen. Hoewel aannemelijk is dat klaagster belang had bij de uitkomst van de procedure tussen de heer B. en Stichting V., is klaagster daarin geen partij geweest. Het voor het bestaan van een klachtrecht vereiste rechtstreekse belang van klaagster bij het handelen van verweerster ontbreekt dan ook.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:274 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-705/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een advocaat tegen een advocaat over de gang van zaken rondom de overname van een strafzaak kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:8 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017 / 100

    Dierenartsen wordt verweten, in hoofdzaak, dat voorafgaande aan een bestralingsbehandeling, veterinair nalatig is gehandeld met betrekking tot het onderzoek van een hond die een hersentumor had. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:77 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-523/DH/RO

    Klager is deurwaarder. Hij verwijt verweerder betrokkenheid bij vervalsing van een proces-verbaal van bevindingen van een dagvaarding. De raad acht zich onvoldoende voorgelicht en verwijst de zaak naar de deken voor nader onderzoek.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18155

    Klager verwijt een verzekeringsarts dat zij op onzorgvuldige wijze een medische expertise heeft opgesteld. Het college oordeelt dat het door verweerster opgestelde rapport niet voldoet aan de eisen. Verweerster heeft klager niet zelf gezien maar alleen telefonisch gesproken en haar conclusie volgt niet logisch uit de bevindingen. Tevens heeft verweerster een aantal e-mails van klager niet beantwoord en houdt het college verweerster verantwoordelijk voor het feit dat de instelling waar verweerster werkzaam is ten onrechte en zonder toestemming van klager een rapport ter beschikking stelde aan een arbeidsdeskundige. Klacht deels gegrond, het college legt een berisping op. Om redenen, aan het algemeen belang ontleend, zal deze beslissing worden gepubliceerd.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:9 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/7

    Klachten tegen een dierenartsassistente en een dierenarts. De assistente wordt verweten bij een kat onbevoegd gebitselementen te hebben geëxtraheerd en de dierenarts wordt verweten dit te hebben toegestaan. Beide klachten gegrond, waarschuwingen. Nadere aanscherping regels: Rolverdeling tussen dierenarts en assistente bij een gebitsbehandeling moet helder zijn en een assistente behoort geen gebitselementen uit de bek van een dier te verwijderen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:10 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/41

    De klacht is gericht tegen een veeverloskundige, die wordt verweten te hebben geweigerd een visite af te leggen, terwijl hem was medegedeeld dat een koe aan het kalven was althans tekenen vertoonde die op een bevalling wezen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18174

    Klager verwijt een verzekeringsarts (onder andere) dat hij met zijn handelen de gezondheid van klager forse schade heeft toegebracht en dat de door verweerder opgestelde rapportage op onzorgvuldige wijze is opgesteld. Deze klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Het klachtonderdeel, dat verweerder heeft nagelaten een gesprek met de huisarts van klager in het medisch dossier vast te leggen, wordt gegrond verklaard. Het college legt geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:4 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/39

    Dierenarts wordt verweten veterinair tekort te zijn geschoten in de zorg voor een hond en haar ongeboren pups, met als gevolg dat de pups zijn overleden. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:11 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/42

    Dierenarts wordt verweten ten aanzien van een hond, die een epileptische aanval had gehad, onvoldoende onderzoek te hebben verricht en ook anderszins veterinair onjuist en/of nalatig te hebben gehandeld. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18177

    Klager verwijt een verzekeringsarts dat hij onterecht een persoonlijkheidsstoornis aannemelijk heeft geacht, dat hij onvoldoende informatie heeft opgevraagd in het kader van een militair geneeskundig onderzoek en dat hij bij de beoordeling is uitgegaan van onjuiste feiten. De klacht is op verzoek van klager behandeld achter gesloten deuren. Het college wijst de klacht af en oordeelt dat het rapport van verweerder voldoet aan de eisen en dat de Lisv-richtlijn ‘Communicatie met behandelaars’ is gevolgd op grond waarvan verweerder niet verplicht was nog aanvullende informatie op te vragen bij een bepaalde behandelaar van klager.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:5 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/40

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een uitgevoerde sectio en hysterectomie bij een hond veterinair onjuist en/of nalatig te hebben gehandeld, ook met betrekking tot de verleende nazorg. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:6 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/46

    De klacht houdt in, samengevat, dat de dierenarts veterinair onjuist heeft gehandeld bij de euthanasie van een hond, met name doordat hij heeft nagelaten de hond voorafgaande aan euthanasie te sederen, waardoor de hond onnodig pijn heeft geleden en de eigenaar de euthanasie van de hond als een traumatisch heeft ervaren. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:7 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/92

    Dierenarts beroept zich in verweer op het feit reeds met pensioen en niet meer als dierenarts werkzaam te zijn. Het college volgt de dierenarts daarin en bepaalt dat de procedure om die reden niet wordt voortgezet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:78 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-639/DH/RO

    Raadbeslissing. Klacht deels gegrond. Waarschuwing. Verweerder heeft ’s nachts een datum voor kort geding aangevraagd bij de rechtbank, terwijl klager hem had medegedeeld dat hij diezelfde dag, zo vroeg mogelijk, zijn verhinderdata zou doorgeven. Onder de gegeven omstandigheden was het handelen van verweerder naar het oordeel van de raad tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat hij gelet op de mededeling van klager op die opgave had behoren te wachten. Verweerder heeft met zijn handelwijze onvoldoende transparantie (in de communicatie) betracht in de richting van klager. Voorts nagelaten om niet gelijktijdig een afschrift heeft gezonden naar klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:272 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-662/DH/HvD

    Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt verweerder dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan belangverstrengeling en dat hij onvoldoende bereikbaar was. Klachten zijn kennelijk ongegrond. Klacht hangt samen met klacht 18-661.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18125

    Klacht na overlijden patiënt die zich meerdere keren tot huisarts had gewend met klachten en signalen die pasten bij cardiale problematiek en die voldeed aan het risicoprofiel. Verweerder had moeten doorverwijzen. Ook het uitblijven van enige vorm van nazorg aan de nabestaanden is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:273 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-221/DH/DH

    Verweerder heeft klaagster niet geïnformeerd over de datum waarop een zitting gepland stond. Verweerder heeft zich zodanig kort voor deze zitting onttrokken aan de zaak, dat klaagster geen redelijke termijn had om een vervanger te zoeken. De belangen die voor klaagster op het spel stonden in aanmerking genomen, heeft verweerder daarmee niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. Berisping

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18138

    Klacht tegen huisarts deels gegrond, waarschuwing. Na een val is aan klager geen wekadvies gegeven en heeft geen vervolgcontrole plaatsgevonden. Het dossier van klager bevatte stukken die niet hem betroffen. Klacht over (blijven) voorschrijven van medicatie die rijvaardigheid beïnvloedt ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:110 Raad van Discipline Amsterdam 19-016/A/NH

    Gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft niet aan de zorgvuldigheidseisen voldaan door herhaaldelijk niet of niet tijdig te reageren op verzoeken van klager en zich niet te houden aan de gemaakte afspraken over de te verrichten werkzaamheden. Voorwaardelijke schorsing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:111 Raad van Discipline Amsterdam 19-032/A/A

    Klacht over de eigen advocaat deels niet-ontvankelijk en deels gegrond. Verweerder heeft in strijd met de instructie van zijn cliënt gehandeld door zonder overleg beslissingen te nemen over de strategie en aanpak van de zaak. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/162

    Klacht tegen neuroloog. Een patiënt die al langer bekend is met nekproblematiek wordt met een wervelfractuur opgenomen in het ziekenhuis na een val van een ladder. Klager wordt ruim een maand nadat hij opgenomen is geweest, verwezen naar de neuroloog, verweerster, omdat hij uitvalsverschijnselen heeft. Verweerster zou volgens klager op de MRI hebben gemist dat een eerder geplaatste cage (een in de nek/rug geplaatst element ter vervanging van een tussenwervel) in zijn nek gebroken is. Hierdoor zou verweerster geen adequaat beleid hebben ingezet en heeft klager nog steeds last van diverse pijnklachten. De klacht vindt geen steun in het medisch dossier. Het college is van oordeel dat niet gebleken is dat verweerster de gebroken cage heeft gemist, noch dat zij een verkeerd behandelbeleid heeft ingezet. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:112 Raad van Discipline Amsterdam 18-955/A/A

    Verzetzaak. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zijn cliënte er een gerechtvaardigd belang bij had om het uittreksel uit het personenregister op te vragen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:271 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-859/DH/RO

    Herzieningsverzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/163

    Klacht tegen orthopeed. Een patiënt die al langer bekend is met nekproblematiek wordt met een wervelfractuur opgenomen in het ziekenhuis na een val van een ladder. Hij verwijt verweerder dat deze op de gemaakte röntgenfoto’s heeft gemist dat een eerder geplaatste cage (een in de nek/rug geplaatst element ter vervanging van een tussenwervel) in zijn nek gebroken is. Hierdoor zou verweerder geen adequaat beleid hebben ingezet en heeft klager nog steeds last van diverse pijnklachten. De klacht vindt geen steun in het medisch dossier. Het college is van oordeel dat niet gebleken is dat verweerder de gebroken cage heeft gemist, noch dat hij een verkeerd behandelbeleid heeft ingezet. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:113 Raad van Discipline Amsterdam 18-875/A/A

    Verzetzaak. Klacht tegen eigen advocaat. Gelet op het gemotiveerde verweer van verweerder kan de raad niet vaststellen dat verweerder zichzelf als advocaat van klaagster bleef presenteren ondanks dat klaagster kenbaar had gemaakt dat zij van zijn diensten geen gebruik wenste te maken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen A2018/04

    Klacht tegen apotheker. Klager is het niet eens met het feit dat hij van verweerder preferente geneesmiddelen verstrekt krijgt in plaats van de merkmiddelen die hij van zijn vorige apotheker kreeg. Verweerder volgt hiermee het preferentiebeleid van klagers zorgverzekeraar. Aangezien bij klager niet gebleken is van een medische noodzaak om de merkmiddelen te gebruiken en de geneesmiddelen ook niet bekend staan om verhoogde risico’s bij omzetting naar een generiek middel, verklaart het college de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-795 DB/OB

    Voorzitter heeft in zijn beslissing een niet limitatieve opsomming gegeven van een aantal voorbeelden ter toelichting op de klacht. Dit betekent niet dat de klacht niet volledig is behandeld door de voorzitter. Klacht had betrekking op een advocaat in diens hoedanigheid van deken. De voorzitter heeft terecht overwogen dat de maatstaf die bij de beoordeling van de klacht in acht moet worden genomen is of de advocaat zich in die hoedanigheid zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Voorzitter heeft terecht overwogen dat dit niet het geval was. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:114 Raad van Discipline Amsterdam 18-869/A/A

    Verzetzaak. Klacht tegen eigen advocaat. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:109 Raad van Discipline Amsterdam 19-219/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Klachten zijn onvoldoende onderbouwd. Niet is gebleken van valse informatie of opzettelijk verzwijgen van informatie. Verweerster is niet buiten de grenzen van de haar toekomende vrijheid getreden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.283

    Klacht tegen huisarts. Klager klaagt mede namens zijn beide zoons en verwijt verweerster met name dat zij heeft geprobeerd klagers enkele malen en zonder vooraankondiging thuis te bezoeken en voorts dat zij de beide zoons belangrijke psychiatrische medicatie heeft onthouden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.305

    Klacht tegen psychiater. Verweerder diende te beoordelen of klager geschikt is om een rijbewijs te hebben. Klager verwijt verweerder met name dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en bij het stellen daarvan onzorgvuldig heeft gehandeld, terwijl het onderzoek en het rapport gebreken vertonen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van verweerder.