Zoekresultaten 18601-18650 van de 48142 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.256 en C2018.257

    De vader van een meerderjarige wilsbekwame dochter (bekend met onder meer: tentamen suïcide, anorexia nervosa, borderline en persoonlijkheidsstoornis) heeft een klacht ingediend tegen de aangeklaagde psycholoog/psychotherapeut met name gebaseerd op whatsapp berichten gewisseld tussen de gz-psycholoog/ psychotherapeut en zijn dochter. De klacht is aanvankelijk niet in behandeling genomen omdat de dochter de klacht niet ondersteunde. Vervolgens is de klacht namens de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege doorgestuurd naar de IGJ. De klacht is vervolgens ter verdere behandeling doorgezonden aan een ander Regionaal Tuchtcollege. De behandeling heeft zich aanvankelijk beperkt tot de ontvankelijkheidvraag, waarbij het Regionaal Tuchtcollege de IGJ niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar klacht. Nadat het Centraal Tuchtcollege bij beslissing van 16 januari 2018 heeft geoordeeld dat de IGJ kon worden ontvangen in haar klacht is de zaak terugverwezen naar het Regionaal Tuchtcollege voor een inhoudelijke behandeling. De IGJ verwijt de gz-psycholoog/psychotherapeut dat hij: 1. de grenzen van zijn professionele bekwaamheid heeft overschreden; 2. in onvoldoende mate actief deskundige hulp of consultatie en/of intercollegiale toetsing in deze zeer complexe casus heeft ingeroepen; 3. de (whatsapp) contacten met patiënte in onvoldoende mate heeft begrensd; 4. zich in die contacten onvoldoende professioneel heeft opgesteld door het vertrouwen in een collega en het netwerk te ondermijnen en irreële verwachtingen te wekken; 5. in onvoldoende mate het cliëntdossier heeft bijgehouden wat betreft de whatsapp contacten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de aangeklaagde psychotherapeut /klinisch psycholoog de bevoegdheid ontzegd om, in het register ingeschreven staand als gz-psycholoog en psychotherapeut, op solistische wijze patiënten te behandelen en heeft bepaald dat deze beslissing onmiddellijk van kracht wordt. Het Centraal Tuchtcollege komt met betrekking tot het professioneel handelen van de gz-psycholoog/psychotherapeut tot een vergelijkbaar oordeel als het Regionaal Tuchtcollege. Mede vanwege onduidelijkheid bij zowel de gz-psycholoog/psychotherapeut als de IGJ over de precieze strekking van de in eerste aanleg opgelegde maatregel, komt het Centraal Tuchtcollege tot een voorwaardelijke schorsing van drie maanden, met de bijzondere voorwaarde dat de gz-psycholoog/psychotherapeut gedurende de proeftijd in supervisie gaat.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.432

    Klacht tegen huisarts. De huisarts is werkzaam in een huisartspraktijk en heeft in 2017 het patiëntenbestand van zijn voorganger overgenomen, waaronder klager. Na een conflict over door de huisarts gevoerd beleid ter zake van Methadon-verstrekking heeft klager een tuchtklacht tegen de huisarts ingediend die is afgewezen, waarna klager zich naar een andere huisarts binnen dezelfde huisartsenpraktijk wenste over te schrijven. Overschrijving was volgens de assistente van de gewenste nieuwe huisarts niet mogelijk omdat klager daarvoor in een verkeerd postcodegebied woonachtig was. Klager heeft na het conflict op enig moment een consult gehad met de huisarts en wil daarvan de dossiergegevens. Klagers klacht houdt in dat de huisarts weigert mee te werken aan het overschrijven naar een andere huisarts en weigert klager data te verstrekken uit het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht op beide onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft deze beslissing in beroep bevestigd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.321

    Klacht tegen arts. Klaagster heeft zowel voor als na haar bevalling lichamelijke klachten ondervonden aan rug en bekken waardoor klaagster haar werkzaamheden niet meer kon uitvoeren. Verweerster is geregistreerd basisarts in opleiding tot bedrijfsarts en heeft klaagster sociaal medisch begeleid. Verweerster was werkzaam onder supervisie van een geregistreerd bedrijfsarts. De klacht houdt in dat verweerster 1) aan klaagster niet kenbaar heeft gemaakt dat zij nog in opleiding was en zich tegelijkertijd heeft voorgedaan als bedrijfsarts, althans die indruk heeft gewekt, 2) onzorgvuldig is omgegaan met het dossier van klaagster en 3) het belang van de werkgever van klaagster voorop heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard en de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.397

    Klacht tegen bedrijfsarts. Verweerder heeft klaagster gedurende een lange periode gezien in het kader van verzuimbegeleiding. Klaagster verwijt verweerder schending van zijn beroepsgeheim begin 2017 en in de samenvatting door verweerder in oktober 2017 voor het UWV. Verweerder heeft volgens klaagster niet adequaat gereageerd op klaagsters klachten en verkeerde adviezen gegeven over de in te schakelen jobcoach. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.398

    Klacht tegen arts. Verweerder heeft klaagster gedurende enige tijd begeleid in het kader van verzuimbegeleiding. Klaagster verwijt verweerster: - dat zij het advies van de arbo-arts van 3 mei 2017 heeft genegeerd, althans niet heeft gerespecteerd; - dat zij haar klacht heeft genegeerd die betrekking had op het niet juist overdragen van het medisch dossier aan verweerster; - dat zij zonder instemming van klaagster medische gegevens heeft verworven en gedeeld; - dat zij in strijd heeft gehandeld met het “Fair Play"-beginsel en het beroepsgeheim. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.400

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster heeft zich ziekgemeld bij haar werkgever. De bedrijfsarts heeft klaagster een deel van haar verzuimperiode begeleid. De klacht houdt in dat de bedrijfsarts de richtlijnen niet heeft gevolgd, is voorbijgegaan aan het op schrift stellen van een juiste diagnose en daarbij medische informatie van een behandelaar uit het dossier heeft gelaten en (feitelijk) als een verlengstuk van de werkgever heeft gefungeerd, niet heeft gereageerd op het verzoek van zijn collega om het medisch dossier van klaagster over te dragen ten behoeve van haar WIA aanvraag, klaagster niet op het recht van het vragen van een second opinion heeft gewezen, klaagster ‘non-medische’ adviezen heeft gegeven (zoals mediation), heeft geweigerd medische informatie bij zijn voorganger op te vragen en niet heeft gereageerd op het verzoek van klaagster om haar een gecorrigeerd en aangevuld medisch dossier te verstrekken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van beroepsgronden in het (aanvullend) beroepschrift.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.168

    Klacht tegen (waarnemend) directeur instelling X. Klager is in instelling X onderzocht. Daarvan zijn Pro Justitia rapportages opgemaakt waarvan klager een afschrift heeft ontvangen. Klager is al lange tijd bezig om van bepaalde onderliggende rapportages een afschrift te krijgen. Klager heeft hiertoe meerdere verzoeken gedaan, ook rechtstreeks aan de betreffende onderzoekers. Verweerder heeft de verzoeken van klager als (waarnemend) directeur van X in behandeling genomen. Nadat verweerder de verzoeken aanvankelijk heeft afgewezen, heeft hij alsnog een aantal stukken aan klager verstrekt. Klager verwijt verweerder dat: (a) hij heeft verzuimd hem op de hoogte te stellen van het vertrek van een psychiater bij de instelling aan wie klager herhaaldelijk een schriftelijk verzoek heeft gericht tot het verstrekken van (een deel van) het medisch dossier en dat dit verzoek ten onrechte niet is doorgezonden naar deze psychiater; (b) hij de uitoefening van zijn patiëntenrechten (onnodig) heeft gefrustreerd door niet te voldoen aan zijn verzoek tot verstrekking van informatie; (c) hij weigert kenbaar te maken welke klachtenregeling hij bezit en bij welke geschilleninstantie hij is aangesloten in de zin van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz); (d) hij hem (ongevraagd) onjuist informeert omtrent een zeer belangrijk en maatschappelijk relevante kwestie welke direct zijn weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg; (e) hij in strijd met de wet en gemaakte afspraken zijn bezwaarschrift niet (onverwijld) heeft doorgestuurd naar de rechtbank; (f) hij zonder zijn toestemming en buiten zijn weten om medische gegevens (vermeende conceptrapportages) van hem aan het tuchtcollege c.q. een derde heeft verstrekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a tot en met e ongegrond verklaard, klachtonderdeel f gegrond verklaard en verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege komt eveneens tot ongegrondverklaring van de klachtonderdelen a tot en met d, zij het (ten dele) op andere gronden dan het Regionaal Tuchtcollege. Het incidenteel beroep tegen de gegrondverklaring van onderdeel f slaagt. De maatregel van waarschuwing komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.198

    Klacht tegen gz-psycholoog. De gz-psycholoog is werkzaam binnen een organisatie die onder meer jeugd- en opvoedhulp aanbiedt. De gz-psycholoog werkt als gedragsdeskundige in een team dat crisishulp verzorgt aan gezinnen. Klager verwijt de gz-psycholoog dat zij 1. de informatie van de organisatie ten behoeve van de raad voor de kinderbescherming voor akkoord aan de raad heeft doorgestuurd zonder deze informatie vooraf ter inzage en correctie aan klager aan te bieden, althans zonder de mogelijkheid van hoor en wederhoor, 2. over onvoldoende dossierkennis beschikte, 3. de rechtbank willens en wetens heeft voorgelogen, 4. klager aan het lijntje heeft gehouden, 5. de rechtsgang doelbewust heeft gefrustreerd, 6. heeft geweigerd expliciete fouten in de bronverslagen te corrigeren en 7. heeft geweigerd de dossiers van de kinderen aan klager af te geven. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 gegrond, legt aan de gz-psycholoog de maatregel van waarschuwing op en wijst de klacht voor het overige af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt zowel het principaal beroep van klager als het incidenteel beroep van de gz-psycholoog.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.204

    Klager is onderzocht in het Pieter Baan Centrum en daarvan zijn Pro Justitia rapportages opgemaakt waarvan klager afschrift heeft ontvangen. Klager verwijt de aangeklaagde gz-psycholoog dat hij heeft geweigerd of verzuimd hem kenbaar te maken uit wiens behandeldossier(s) de aan klager per brief van 25 januari 2018 (bedoeld wordt 5 januari) verstrekte vermeende conceptrapportages afkomstig zijn. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht omdat klager het handelen van de gz-psycholoog bij de behandeling van een eerdere klacht aan de orde had kunnen stellen. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat het tuchtrecht voor de gezondheidszorg geen (wettelijke) bepaling kent op grond waarvan een klager gehouden is zijn klachten tegen een zorgverlener alle tegelijk en in één tuchtprocedure aanhangig te maken en verklaart klager ontvankelijk in zijn klacht. De zaak wordt terugverwezen naar het Regionaal Tuchtcollege teneinde de zaak opnieuw in behandeling te nemen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:91 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-099/DB/LI

    Hoewel een uitspraak van de tuchtrechter in een civiele procedure van belang kan zijn betekent dit niet dat geen enkele actie kan worden ondernomen alvorens door de tuchtrechtelijk onherroepelijk is beslist. Een tuchtrechtelijke beoordeling over het handelen dan wel nalaten van een advocaat betreft een andere beoordeling dan de civielrechtelijke beoordeling over de aansprakelijkheid van een advocaat. Advocaat heeft, gelet op de lange duur waarover de rechtsbijstand zich heeft uitgestrekt, onvoldoende met zijn cliënt gecommuniceerd over de aanpak van de zaak en de door hem benodigde bewijsstukken en voorts, mede gelet op de geringe complexiteit van de zaak, de zaak met onvoldoende voortvarendheid behandeld. De omstandigheid dat de zaak waarvoor klager zich tot verweerder had gewend een aansprakelijkheidskwestie betrof tegen een advocaat die in een vijftal zaken onvoldoende rechtsbijstand aan klager had verleend, waarvoor door de hoogste tuchtrechter aan deze advocaat een (gedeeltelijk voorwaardelijke) schorsing is opgelegd, maakt het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder des te ernstiger. Nu klager opnieuw werd geconfronteerd met een advocaat die zijn zaak niet, althans onvoldoende, voortvarend aanpakte en niet, althans onvoldoende, met hem communiceerde in de advocatuur, is het vertrouwen in de advocatuur door het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder geschaad. Klacht gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-998/DB/LI

    Advocaat heeft cliënte onvoldoende geïnformeerd over de risico’s en de kansen (bij voortzetting van de procedure) in hoger beroep. Klacht gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:89 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-309 DB/LI

    Advocaat heeft in hoedanigheid van deken gehandeld conform het bepaalde in artikel 46e lid 3 Advocatenwet. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:90 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-1008/DB/ZWB

    Voorzitter heeft op goede gronden geoordeeld dat een gedeelte van de klacht niet-ontvankelijk is omdat deze is ingediend meer dan drie jaar nadat het verweten handelen heeft plaatsgevonden en tevens dat niet is gebleken en tevens dat niet gebleken is dat klager cliënt was van de beklaagde advocaat. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:74 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-074

    Het dekenbezwaar behelst dat verweerster in 2017 en 2018 onvoldoende opleidingspunten heeft behaald. Zij heeft de mogelijkheid om dit te herstellen door het indienen van een opleidingsplan voor 2019 niet gebruikt. Bovendien heeft zij verzuimd de deken de door hem in de aan verweerster gezonden brieven gevraagde inlichtingen te verstrekken. Hierdoor frustreert verweerster de toezichthoudende rol van de deken. Ook heeft verweerster gehandeld in strijd met artikel 6.5 van de VODA. Bij een kantoorbezoek door de deken is gebleken dat de jaarrapporten 2016 en 2017 niet gereed zijn. De raad schrapt verweerster van het tableau.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:96 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-171/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een stichting, de voorzitter van de stichting en de voormalig penningmeester tegen de advocaat van de wederpartij. Voor de klacht namens de stichting ontbreekt een machtiging, kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht ziet op een handeling die plaatsvond toen de penningmeester al was gedefungeerd, kennelijk niet ontvankelijk. De klacht van de voorzitter is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:97 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-172/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een gedraging van verweerder in een eerdere klachtprocedure kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:91 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-642/DH/DH

    Zaak hangt samen met 18-637/DH/DH. Verweerders hebben een ondubbelzinnig en duidelijk kenbaar gemaakte mededeling van de rechtsbijstandsverzekeraar over werkzaamheden waarvoor geen dekking wordt verleend genegeerd. Zij hebben werkzaamheden waarvoor geen dekking bestond in rekening gebracht en hebben vervolgens pas na herhaald aandringen inzage gegeven in het dossier. Bij die gelegenheid heeft de rechtsbijstandsverzekeraar vastgesteld dat niet gedekte werkzaamheden zijn gedeclareerd. Verweerders hebben daarnaast, in strijd met de duidelijke en voor hen kenbare voorwaarden van de rechtsbijstandsverzekeraar proceskosten geïncasseerd, zonder de rechtsbijstandsverzekeraar daarvan in kennis te stellen. Met dit alles hebben verweerders gehandeld zoals dat een behoorlijk handelend advocaat niet betaamt. Waarschuwing, verweerder is niet bekend met tuchtrechtelijke antecedenten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:98 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-187/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klagers zijn in hun klacht kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem-beginsel. De klacht behelst in de kern een betwisting van het door verweerster gevoerde verweer in een eerder tussen partijen gevoerde klachtzaak.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:92 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-637/DH/DH

    Zaak hangt samen met 18-642/DH/DH. Verweerders hebben een ondubbelzinnig en duidelijk kenbaar gemaakte mededeling van de rechtsbijstandsverzekeraar over werkzaamheden waarvoor geen dekking wordt verleend genegeerd. Zij hebben werkzaamheden waarvoor geen dekking bestond in rekening gebracht en hebben vervolgens pas na herhaald aandringen inzage gegeven in het dossier. Bij die gelegenheid heeft de rechtsbijstandsverzekeraar vastgesteld dat niet gedekte werkzaamheden zijn gedeclareerd. Verweerders hebben daarnaast, in strijd met de duidelijke en voor hen kenbare voorwaarden van de rechtsbijstandsverzekeraar proceskosten geïncasseerd, zonder de rechtsbijstandsverzekeraar daarvan in kennis te stellen. Met dit alles hebben verweerders gehandeld zoals dat een behoorlijk handelend advocaat niet betaamt. Berisping, gelet op de ernst van het verwijt in combinatie met de tuchtrechtelijke antecedenten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:99 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-190/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van een derde partij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:93 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-006/DH/DH

    Verweerder heeft zich in een geschil met de rechtsbijstandsverzekeraar intimiderend, onwelwillend en escalerend opgesteld. Daarnaast heeft hij binnen de klachtprocedure onjuiste informatie verstrekt met het doel klagers in een kwaad daglicht te stellen. Dit alles is niet zoals het een behoorlijk advocaat betaamt en de raad acht de maatregel van berisping passend.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:12 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/34

    Betreft klacht tegen een alternatief werkend dierenarts, die wordt verweten veterinair tekort te zijn geschoten met betrekking tot het onderzoek en de behandeling van twee katten. Van een in het Diergeneeskunderegister ingeschreven dierenarts mag worden verwacht te voldoen aan de minimum vereisten en veterinaire maatstaven zoals die in de reguliere diergeneeskunde gelden en de alternatieve zorg mag naar het oordeel van het college slechts complementair zijn. Gegrond. Mede gelet op eerdere veroordelingen volgt onvoorwaardelijke geldboete van € 500 en een voorwaardelijke schorsing van 6 maanden, met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:94 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-428/DH/RO

    Klacht deels gegrond. Het stond verweerder in de gegeven omstandigheden niet zonder meer vrij om een onbetaalde factuur van klager ter incasso uit handen te geven. Klager had enkele dagen daarvoor van het kantoor van verweerder het voorstel kreeg om middels een overleg tot een oplossing voor het declaratiegeschil te komen. Daar komt bij dat verweerder c.q. zijn kantoor niet eerder (inhoudelijk) had gereageerd op onder meer de klachtbrief van klager. Klachtonderdeel dat verweerder bureaukosten dubbel zou hebben gefactureerd acht de raad ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:13 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/57

    Klachtambtenaarzaken over de toepassing van derde keuze antibiotica bij gezelschapsdieren. Redelijke termijn: Het college volgt de uitspraak van het Veterinair beroepscollege VB17/01, uit november 2017, waarin het Veterinair beroepscollege heeft bepaald dat er niet meer dan twee jaar verstreken mag zijn tussen het moment waarop een beklaagde dierenarts ‘gegronde redenen had om aan te nemen dat tegen hem een tuchtklacht zou worden ingediend’ en het moment van indiening van de klacht, waarbij door het beroepscollege in die betreffende beroepsuitspraak aan het overschrijden van die termijn de sanctie van niet-ontvankelijkheid is verbonden. Het tuchtcollege in eerste aanleg oordeelt conform die uitgezette lijn en voor wat betreft de onderhavige zaken dat die redelijke termijn is overschreden. Klachten niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:95 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-072/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over informatieverstrekking en communicatie kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:116 Raad van Discipline Amsterdam 19-121/A/A/D

    19-121/A/A/D: Deels gegrond dekenbezwaar. De vrijheid van meningsuiting, die ook voor advocaten geldt, brengt mee dat een advocaat geen spreekverbod kan worden opgelegd. In een noodsituatie zou dit anders kunnen zijn, maar daarvan is volgens de raad geen sprake. De raad begrijpt dat de deken wil voorkomen dat advocaten elkaar over en weer beschuldigen in de media, maar het middel dat de deken daarvoor heeft gebruikt schiet zijn doel voorbij. Wat verweerder wel te verwijten valt is dat hij bij Jinek uitspraken heeft gedaan over een gesprek dat hij en zijn kantoorgenoot mr. B met de deken hebben gevoerd. In dat gesprek heeft de deken tegen verweerder en mr. B gezegd hoe mr. A het gesprek met mr. B, waarin mr. B volgens H zou hebben gedreigd, destijds heeft ervaren. Verweerder had dit niet mogen doen. De uitspraken gaan over hetgeen mr. A aan de deken heeft verklaard in het kader van het onderzoek naar mogelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van mr. B en verweerder wist dat de deken ook aan mr. A had gevraagd zich niet over de kwestie uit te laten. De uitspraken van verweerder, die erop neerkomen dat de verklaring van mr. A mr. B zeker zal vrijpleiten, zijn bovendien niet juist. De raad legt verweerder hiervoor een waarschuwing op. Dat verweerder bij Jinek heeft willen aantonen dat er voor de deken geen goede reden was om een onderzoek naar mr. B in te stellen, is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:115 Raad van Discipline Amsterdam 19-235/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht vanwege het verstrijken van de driejaarstermijn.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-924 DB/LI

    Verweerster heeft in voldoende mate geverifieerd of zijdens de vrouw sprake was van een consistente wens tot echtscheiding en is niet op lichtvaardige wijze overgegaan tot het in opdracht van haar cliënte opstarten van de echtscheidingsprocedure. Van een polariserende aanpak, onnodige procedures en het bewust verkondigen van onwaarheden is niet gebleken. Klacht ongegrond. Voor zover klager klaagt over de met verweersters dienstverlening samenhangende kosten komt hem geen klachtrecht toe en is de klacht niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/063

    Klager verwijt verweerder dat hij klager onjuist heeft behandeld. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:80 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/638144 / DW RK 17/1093

    Klager stelt dat het vonnis nooit aan hem is betekend. De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat de halve maand huur ten onrechte niet is meegenomen in het bankbeslag. Klager heeft herhaaldelijk verzocht om een overzicht en heeft meermalen aangegeven dat de berekening niet klopt. Er nog vanaf gezien dat een medewerker van de gerechtsdeurwaarder klager van verkeerde informatie is blijven voorzien, acht de kamer de manier van corresponderen en met name ook de daarin gebruikte toonzetting door de medewerker ongepast en daardoor tuchtrechtelijk laakbaar. Dat de vordering is opgelopen kan niet aan de gerechtsdeurwaarder worden verweten. Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-728/DB/LI

    De voorzitter heeft terecht geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerster de belangen van klager nodeloos heeft geschaad. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/471

    De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerster niet de juiste zorg aan klager heeft verleend. Ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:37 Accountantskamer Zwolle 18/978 Wtra AK

    Surinaamse zaak. Betrokkene spreekt met de minister van volksgezondheid af dat hij naast zijn salaris als directeur van het ziekenhuis, waarvan de hoogte wettelijk vast lag, een vaste maandelijkse vergoeding mocht declareren voor consultancywerkzaamheden, die hij niet extra verrichtte. Deze handelwijze, die er op duidt dat betrokkene voor zijn directeurschap in strijd met de geldende salarisvoorschriften de facto een (hoger) salaris ontving en accepteerde, levert naar het oordeel van de Accountantskamer strijd op met het fundamentele beginsel van integriteit dat vergt dat een accountant eerlijk en oprecht optreedt. In zoverre is de klacht gegrond. Indien een klager een gemotiveerde en gesubstantieerde klacht verwoordt, die niet op voorhand onaannemelijk is, mag van een accountant in beginsel worden gevergd dat hij medewerking verleent aan voormeld onderzoek door de tuchtrechter, ook indien dat inhoudt bespreking van informatie die als vertrouwelijk in voormelde zin kan worden aangemerkt en/of overlegging van bescheiden van de opdrachtgever van de accountant vergt. Deze gehoudenheid gaat echter niet zover dat de in een tuchtprocedure aangesproken accountant zonder meer alle gegevens dient te openbaren en/of alle bescheiden dient in te brengen die in verband kunnen worden gebracht met de klacht. Hoever deze gehoudenheid strekt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, daaronder begrepen de belangen die met de klacht en met de vertrouwelijkheid zijn gemoeid. Daarbij geldt dat het aan de accountant die zich op zijn beroepsgeheim beroept, is om voldoende feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken die dat beroep kunnen dragen. In casu zijn deze klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd om van betrokkene te vergen dat hij een vertrouwelijk rapport, waarop de klacht van klaagster betrekking heeft maar die niet zijn opdrachtgever is, in het geding brengt.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-752/DB/LI

    Verweerster heeft klager eerder bijgestaan in een kwestie ter zake een loonvordering. Verweerster mocht optreden tegen klager in een alimentatiekwestie, omdat dit een andere zaak betrof, zij niet beschikte over voor de alimentatiekwestie relevante informatie en van redelijke bezwaren zijdens klager geen sprake was. Dat verweerster onnodig is gaan procederen is niet gebleken, noch dat zij bewust onwaarheden heeft verkondigd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/472

    De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder niet de juiste zorg aan klager heeft verleend. Ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:38 Accountantskamer Zwolle 18/1759 Wtra AK

    Accountant verzorgt administratie, doet belastingaangiften en stelt jaarrekening vof op. Klacht over fouten in boekhouding en bij opstellen jaarrekening niet aannemelijk gemaakt. Te laat indienen bezwaarschriften tegen besluiten van de belastingdienst is niet aan betrokkene te wijten, omdat een van de vennoten niet tijdig heeft gereageerd op verzoek betrokkene besluiten aan haar te doen toekomen. Betrokkene heeft op enig moment klaagster laten weten dat zij de financiële stukken van klaagster pas wilde retourneren wanneer klaagster de openstaande facturen zou voldoen. Nadat de opvolgende accountant betrokkene erop had gewezen dat zij geen retentierecht had met betrekking tot de boekhouding van klaagster, is klaagster in de gelegenheid gesteld de stukken te komen ophalen. Dit verzuim is van te gering tuchtrechtelijk verwijt om deze klacht gegrond verklaren. Aannemelijk is dat betrokkene vrij snel heeft ingezien dat zij niet hoorde te weigeren financiële stukken af te geven. Bovendien is niet gesteld dat klaagster enig nadeel heeft ondervonden van de aanvankelijke weigering.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:76 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/637839 / DW RK 17/1069

    De gerechtsdeurwaarder heeft getracht om betaling van de openstaande vordering langs minnelijke weg met klaagster op te lossen, hetgeen niet is gelukt. Dat de opdrachtgever rechtsmaatregelen ten laste van klaagster wenste te nemen is een omstandigheid die niet aan de gerechtsdeurwaarder kan worden toegerekend.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-857 DB/LI

    De raad is van oordeel dat de voorzitter terecht heeft vastgesteld dat de klacht betrekking heeft op het optreden van verweerder in diens hoedanigheid van curator en dat de voorzitter het juiste criterium heeft gehanteerd bij de beoordeling van het optreden van verweerder. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/430

    Klager verwijt verweerster dat hij onjuist is geadviseerd en onheus is bejegend. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18159

    Klacht tegen een neuroloog omdat hij ten onrechte (mede) heeft besloten tot epilepsie chirurgie, recent neuropsychologisch onderzoek (NPO) ontbrak, er geen rekening is gehouden met auto ongeluk en onvoldoende geïnformeerd over operatie en mogelijke gevolgen. Doel van de operatie, aanvalsvrij worden, is niet bereikt. Alle klachtonderdelen afgewezen. NPO geen voorwaarde voor beslissing tot chirurgisch traject. Niet gebleken dat tekort is geschoten in informatievoorziening. Geen onrealistische verwachtingen gewekt.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:39 Accountantskamer Zwolle 19/213 Wtra AK

    Vaktechnische/tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van de accountant voor een onder zijn leiding werkzame medewerker ter zake werkzaamheden die tot het accountantsberoep behoren en waarbij de medewerker het contact met de cliënt onderhoudt. Invloed art. 14 VGBA. Niet waarschuwen cliënt waar dat wel nodig en mogelijk is. Klacht gegrond; waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:77 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/656526 / DW RK 18/569

    Beslissing op verzet. De onderhavige klacht gaat over hetzelfde feitencomplex als eerdere klachten. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/244

    Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft overschreden door een medisch rapport te verstrekken aan derden. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1896

    Klacht tegen neuroloog omdat hij nalatig zou hebben gehandeld. Arts heeft klaagster niet meer opgeroepen voor de ingreep op 3 april 2017, heeft onvoldoende sturing gegeven aan de pre chirurgische werkgroep aangezien gebruik is gemaakt van neuropsychologisch onderzoek (NPO) uit 2004 en niet geïnformeerd over bijwerkingen na de operatie. Alle klachtonderdelen afgewezen. Arts heeft voldaan aan de zorg die hij diende te betrachten, daarvoor was niet nodig klaagster vaker te zien. Kennelijke verschrijving bij datum NPO. Geen toerekenbare twijfel over informatie voorziening. Vanaf medio 2014 tot datum operatie langdurig traject met reeks van onderzoeken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-798/DB/ZWB

    De voorzitter het juiste criterium heeft gehanteerd bij de beoordeling van het optreden van verweerder. De voorzitter heeft voorts terecht geoordeeld dat klachtonderdeel 2 is ingediend na het verstrijken van de in artikel 46 g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet bedoelde verjaringstermijn, zodat dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk is.. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:78 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/656037 / DW RK 18/552

    Beslissing op verzet. Klager voert aan dat sprake is van belangenverstrengeling. Klager is in de problemen gekomen nadat de gerechtsdeurwaarder beslag op de bankrekening van zijn echtgenote heeft gelegd. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:40 Accountantskamer Zwolle 19/3 Wtra AK

    De Accountantskamer is tot de conclusie gekomen dat betrokkene een verklaring heeft ondertekend voor bekendheid met de verrichte betalingen en bedoelingen, zonder dat hij de juistheid van de inhoud van die verklaring voldoende heeft geverifieerd, terwijl hij wist dat tussen klager en zijn echtgenote een geschil bestond en hij had moeten begrijpen dat er een reële kans bestond dat die verklaring in een juridische procedure tussen hen zou worden gebruikt. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene door onder deze omstandigheden de verklaring te ondertekenen, heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, professionaliteit, integriteit en objectiviteit. Oplegging van de maatregel van (tijdelijke) doorhaling zou onder deze omstandigheden passend zijn, maar nu betrokkene zich inmiddels heeft laten uitschrijven als accountant-administratieconsulent, is volstaan met oplegging van de maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-858/DB/LI

    De voorzitter heeft terecht geoordeeld dat klaagster onvoldoende heeft onderbouwd dat en waarom verweerder aanleiding had om te twijfelen aan de juistheid van de door zijn cliënt verstrekte informatie en nader onderzoek had moeten doen. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:79 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/650795 / DW RK 18/373

    Beslissing op verzet. Klagers beklagen zich er over dat de gerechtsdeurwaarder hen bewust de dagvaarding heeft onthouden. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:83 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-781/DH/RO

    Klacht onder de kwaliteit en voortvarendheid van de dienstverlening ongegrond.