Zoekresultaten 18551-18600 van de 48142 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:88 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-349
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:88
De klacht betreft het handelen van verweerster als curator in het faillissement van de broer van klager en haar positie ten opzichte van de nalatenschap van de overleden ouders van de gefailleerde broer, die één van de erfgenamen was. Niet gebleken is dat verweerster klager onjuist of onvolledig heeft geïnformeerd over haar positie en haar bevoegdheden. Het stond verweerster vrij om in het belang van de failliete boedel van de broer de rechtbank te vragen een vereffenaar te benoemen. Verder is niet gebleken van belangenverstrengeling doordat verweerster een kantoorgenote heeft ingeschakeld bij de afwikkeling van de nalatenschap. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-244
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 25-03-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:82
(Van tableau geschrapte) Verweerder had bekend moeten zijn met de wettelijke weigeringsgronden bij een toevoegingsaanvraag en had het risico van afwijzing op voorhand met klaagster moeten bespreken, alsmede de daarbij behorende financiële gevolgen. Door dat niet te doen, althans dat niet met stukken te kunnen onderbouwen, heeft verweerder aan klaagster de mogelijkheid onthouden om bij aanvang van de zaak de daaraan verbonden financiële risico’s goed in te schatten. Daarmee heeft hij in strijd gehandeld met Gedragsregels 8 en 23 (1992). Verweerder heeft excessief gedeclareerd. Voorts heeft hij gehandeld zoals een behoorlijk niet betaamt gezien de toonzetting van zijn correspondentie met klaagster. Tot slot heeft verweerder niet de vereiste behoedzaamheid in acht genomen ex Gedragsregel 27 lid 4 door het dossier niet af te willen geven. Schorsing 4 weken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:144 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-743
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 19-12-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:144
De voorzitter oordeelt klager niet-ontvankelijk in zijn klacht op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet wegens overschrijding van de driejaarstermijn, zonder dat is gebleken van een verschoonbare termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:106 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-063
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 29-04-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:106
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:95 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-488
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 18-03-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:95
Verzet tegen voorzittersbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:76 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-573
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 20-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:76
De raad oordeelt dat de juistheid van het verwijt van klager over de weigering van verweerder tot afgifte van zijn dossier en van bepaalde andere stukken feitelijk niet is komen vast te staan. Met toestemming van klager mocht een door de deken aangewezen onderzoeker, een advocaat, contact hebben met verweerder. Niet gebleken dat verweerder heeft geweigerd aan dat onderzoek mee te werken of heeft getracht om die onderzoeker te beïnvloeden. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:89 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-350
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:89
De klacht betreft het handelen van verweerster als kantoorgenote van de curator in het faillissement van de broer van klager en de positie van de curator ten opzichte van de nalatenschap van de overleden ouders van de gefailleerde broer, die één van de erfgenamen was. Het handelen van verweerster wordt getoetst aan hetzelfde criterium als het handelen van de formele curator. Niet gebleken is dat verweerster onduidelijkheid heeft laten bestaan over de hoedanigheid waarin zij optrad en haar bevoegdheden als kantoorgenote van de curator. Het stond verweerster vrij om namens de curator op te treden in de procedure waarin de curator aan de rechtbank benoeming van een vereffenaar had gevraagd. Verder is niet gebleken van belangenverstrengeling doordat verweerster door de curator is ingeschakeld bij de afwikkeling van de nalatenschap. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:144 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-743
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 19-12-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2019:144
De voorzitter oordeelt klager niet-ontvankelijk in zijn klacht op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet wegens overschrijding van de driejaarstermijn, zonder dat is gebleken van een verschoonbare termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:100 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-961
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 01-04-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:100
Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-232
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 20-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:83
De werkzaamheden van verweerster hebben naar het oordeel van de raad niet voldaan aan de daaraan te stellen kwaliteitseisen. Het – terecht – door verweerster opgestelde advies over de haalbaarheid van het verzoek van klaagster is naar het oordeel van de raad deels gebaseerd op onjuiste aannames waardoor zij aan klaagster een onjuist advies heeft gegeven, althans heeft zij daarover bij klaagster misverstand laten ontstaan. Zij heeft in haar advies immers verwezen naar bepaalde informatie terwijl niet is gebleken dat klaagster die informatie ten tijde van de ondertekening van de koopovereenkomst heeft ontvangen of dat die in de aannemingsovereenkomst van toepassing is verklaard. Door de inhoud van de e-mails van klaagster daarover had verweerster nader onderzoek moeten doen en meer moeten doorvragen over de inhoud van de opdracht. In zoverre is de klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:107 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-154
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 20-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:107
Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat tegen andere advocaat kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder in een brief namens zijn cliënt jegens klager heeft gedreigd met het tuchtrecht. De brief van verweerder getuigt juist van een transparante communicatie.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:96 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-283
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 01-04-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:96
De raad oordeelt dat gedragsregel 7 (oud) niet van toepassing is omdat klaagster nimmer cliënt is geweest van (het kantoor van) verweerder. Dat verweerder als cassatieadvocaat is gaan optreden voor X BV in een procedure tegen klaagster is in de gegeven omstandigheden evenmin onbetamelijk geweest. Naar het oordeel van de raad kan het niet zo zijn dat door ongevraagd informatie toesturen aan een advocaat voor een second opinion, zoals namens klaagster is gedaan, die advocaat in zijn algemeenheid niet meer voor een ander zou mogen optreden. Dat klager namens klaagster verweerder op enig moment in vertrouwen heeft genomen en met hem vertrouwelijke zaaksinformatie heeft gedeeld over de procedure van klaagster tegen X BV en waardoor verweerder ten nadele van klaagster kennisvoorsprong heeft gehad, is door klaagster onvoldoende met concrete feiten onderbouwd. Het stond verweerder in de gegeven omstandigheden naar het oordeel van de raad dan ook vrij om X BV in de cassatieprocedure jegens klaagster bij te staan. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:239 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-610
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 29-11-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:239
Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat-klager over het optreden van de deken jegens hem, waaronder het afleggen van een kantoorbezoek bij klager en het indienen van een dekenbezwaar. De klacht, die uit 23 klachtonderdelen bestaat, is onvoldoende feitelijk onderbouwd. Niet gebleken dat verweerder met zijn optreden jegens klager het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:77 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-553
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 18-03-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:77
De raad oordeelt het verzet ongegrond. De raad deelt niet de opvatting van klaagster dat een beslissing van de voorzitter zonder zitting in strijd is met de wet of internationale regelgeving. Niet is gesteld of gebleken waarop dat standpunt is gebaseerd. Niet valt aldus in te zien dat een afdoening zonder zitting een schending oplevert van een eerlijke behandeling. De raad ziet dan ook geen aanleiding om daarover prejudiciële vragen te stellen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:101 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-1024
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 13-03-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:101
voorzittersbeslissing. Verweerster heeft in een familiegeschil over de invulling van een zorgregeling niet de grenzen van de haar, als advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid overschreden. Het stond haar vrij om tegen klaagster een spoedkortgeding wegens de weigering van klaagster om toestemming voor de vakantie van haar ex-partner te geven, te starten. Dat heeft zij op zorgvuldige en weloverwogen wijze gedaan, zonder daarbij de privacy of enige andere belangen van klaagster onnodig of onevenredig te schaden of klaagster te misleiden. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:90 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-296
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:90
Klacht heeft betrekking op strekking van gedragsregel 12 (oud). In deze klachtzaak ging het niet om correspondentie tussen advocaten van procederende partijen maar om een brief van een andere advocaat die in dit geschil niet voor één van de partijen optrad. Bovendien heeft de brief betrekking op een andere procedure. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:84 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-225
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 11-03-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:84
De raad kan de juistheid van het verwijt dat de advocaat van de wederpartij in zijn huurgeschil heeft gelogen, en bedrog en misleiding heeft gepleegd niet vaststellen. Verweerster heeft als partijdig advocaat binnen de grenzen van de haar toekomende vrijheid gehandeld. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:108 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-196
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 29-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:108
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Voor zo ver verweerder al bevriend zou zijn met zijn cliënt en onderzoek heeft gedaan naar andere lopende procedures tegen klager, is dit niet tuchtrechtelijk laakbaar.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:97 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-609
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 27-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:97
de raad is van oordeel dat verweerder met de door hem in de correspondentie met de advocaat van klager gebruikte woordkeus, waarmee hij klager (en zijn echtgenote) heeft omschreven als “laffe hooligans”, zich onnodig grievend jegens klager (en zijn echtgenote) heeft uitgelaten en daarmee de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. Nu verweerder niet bereid is gebleken om eerder dan op de zitting van de raad aan klager zijn verontschuldigingen aan te bieden, en daarbij ook nog een slag om de arm heeft gehouden, voor de door hem onnodig gebruikte grievende bewoordingen, terwijl juist in burengeschillen van een advocaat de-escalerend optreden mag worden verwacht, legt de raad aan verweerder de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:78 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-499
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 13-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:78
de raad is van oordeel dat geen sprake is geweest van een tegenstrijdig belang in de zin van regel 7 (Gedragsregels 1992). Verweerder mocht, na de daartoe verkregen instemming van klager/ oud-bestuurder van de failliete stichting, telefonisch informatie over de aanstaande onlineveiling van de failliete verschaffen aan een geïnteresseerde koper zoals hij heeft gedaan. De beperkte sponsoring door het kantoor van verweerder aan die mogelijke koper stond hieraan niet in de weg. Overige bijzondere omstandigheden dat verweerder daarbij toch onbetamelijk heeft gehandeld zijn gesteld noch gebleken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:102 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-011
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 01-04-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:102
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat met betrekking tot het door verweerster gedane bewijsaanbod. De raad is van oordeel dat dat op de juiste wijze is gedaan door verweerster. Dat de rechtbank geen bewijsopdracht heeft verstrekt, kan verweerster niet worden verweten. Verweerster heeft echter verzuimd om klager, voorafgaand aan het instellen van hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank, te informeren over zijn kansen in hoger beroep. Ook heeft verweerster klager niet tijdig geïnformeerd dat zijn zaak in hoger beroep was verloren, omdat verweerster geen gronden voor het hoger beroep had aangevoerd. Zij heeft eerst 2 maanden, nadat zij wist dat de zaak verloren was, klager hiervan in kennis gesteld. Verder is gebleken dat verweerster niet goed bereikbaar was voor klager. 3 klachtonderdelen zijn gegrond en 1 ongegrond. Voorwaardelijke schorsing van 4 weken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:91 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-390 18-391 18-392 18-393
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 25-03-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:91
De raad oordeelt de gecombineerd behandelde en beoordeelde vier verzetzaken van klaagster tegen dezelfde verweerster ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:85 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-158
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 18-03-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:85
De raad oordeelt een deel van de klacht van klager over de kwaliteit van de werkzaamheden van verweerder in een familierechtgeschil wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet, nu van verschoonbare termijnoverschrijding niet is gebleken. Naar het oordeel van de raad is hetgeen klager heeft gemeld over de uitlatingen van verweerder, zoals vastgelegd op een geluidsband tijdens het gesprek bij de klachtenfunctionaris, niet onheus maar wel emotioneel geweest. Verweerder heeft dat ook niet uitvoerig betwist. Het is inherent aan het voeren van een dergelijk gesprek dat partijen het niet eens met elkaar zijn, maar verweerder heeft daarbij in de gegeven omstandigheden de grenzen van het betamelijke niet overschreden. Klacht in zoverre ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:109 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-205
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 29-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:109
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Klacht dat verweerder geen redelijk salaris bij zijn cliënt in rekening heeft gebracht kennelijk ongegrond wegens het ontbreken van een persoonlijk belang. Klacht dat verweerder niet heeft ingestemd met een uitstelverzoek kennelijk ongegrond. Dit is niet klachtwaardig.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:98 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-672
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 01-04-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:98
Betreft voortgezette behandeling van ingetrokken klacht. De klacht heeft betrekking op het handelen van de advocaat van klager. Verweerder heeft verzuimd tijdig het griffierecht te betalen waardoor klager kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard in een procedure in beroep. Verder heeft verweerder verzuimd de beslissing van de rechtbank naar klager te sturen. Gebleken is dat de beslissing wel op kantoor van verweerder moet zijn aangekomen, maar dat hij deze niet onder ogen heeft gehad. Eerst bijna 2 jaar nadien, komt klager er zelf achter dat er al uitspraak is gedaan. Verweerder heeft in die periode nimmer bij de rechtbank naar de stand van zaken geïnformeerd, hoewel klager hem met regelmaat daarnaar vroeg. Klacht ten aanzien van 2 onderdelen gegrond. Voorwaardelijke schorsing van 4 weken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:79 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-462
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 11-03-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:79
Verweerster heeft de kwestie van klager, met betrekking tot de aansprakelijkheidsstelling van zijn voormalig advocaat, naar het oordeel van de raad niet behandeld met voldoende zorg als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Of de vordering van klager is verjaard, moet in een civiele procedure worden vastgesteld. Verweerster heeft echter onzekerheid bij klager laten ontstaan over de mogelijke verjaring en niet alsnog zelf gezorgd voor ondubbelzinnige stuitingshandelingen, terwijl dat in de gegeven omstandigheden van haar verwacht mocht worden. Gedragsregel 8 (oud). Daarnaast heeft verweerster onvoldoende voortvarend gehandeld voor klager. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:103 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-012
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 01-04-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:103
Betreft een dekenbezwaar. Verweerster heeft in de zaak 19-011, waarin de deken een tuchtrechtelijk onderzoek deed naar de klacht van een cliënt van verweerster, ondanks herhaald rappel, niet de gevraagde inlichtingen verstrekt aan de deken. De door verweerster aangevoerde zakelijke problemen, zijn geen grond om niet aan het verzoek van de deken te voldoen. Dekenbezwaar gegrond. Berisping, geen kostenveroordeling omdat die al in de hiermee samenhangende zaak 19-011 is opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:92 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-160
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 18-03-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:92
Verzet tegen voorzittersbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:86 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-178
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 22-05-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:86
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat. De voorzitter heeft niet kunnen vaststellen dat verweerder in de letselschadezaken van klaagster beloften heeft gedaan en die niet is nagekomen, zoals verweerster heeft gesteld. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:99 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-825
- Datum publicatie: 12-06-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:99
voorzittersbeslissing. Klaagster is op grond van artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk in haar klachten, terwijl haar beroep op een verschoonbare termijnoverschrijding niet slaagt.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2019:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/5 en SHE/2019/6
- Datum publicatie: 11-06-2019
- Datum uitspraak: 29-04-2019
- ECLI:NL:TNORSHE:2019:10
Wraking. De gewraakte leden hebben eerder een afwijzende beslissing gegeven op een klacht die klager heeft ingediend tegen een andere notaris. Het enkele feit dat een (tucht)rechter eerder een beslissing heeft gegeven op een klacht die een bepaalde partij onwelgevallig is, vormt onvoldoende grond voor de conclusie dat die (tucht)rechter alleen al daarom op voorhand moet worden vermoed niet onpartijdig te zijn ten opzichte van die partij, dan wel zodanig de schijn van partijdigheid tegen zich te hebben dat hij/zij zich daarom over een beslissing in die zaak zou moeten onthouden. Ook de opmerkingen die één van de gewraakte leden op de zitting zou hebben gemaakt, leveren geen grond op voor wraking. Wrakingsverzoek afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:161 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-742
- Datum publicatie: 10-06-2019
- Datum uitspraak: 10-06-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:161
In het kader van een aansprakelijkheidsprocedure is er onder klager beslag gelegd op onroerende zaken. Verweerder heeft nagelaten precies uit te zoeken hoe het beslag moest worden doorgehaald. Dit gebeurde pas toen een kantoorgenoot van verweerder zich ermee bezig hield. Bovendien heeft verweerder ondanks de gemaakte afspraak nota’s voor zijn werkzaamheden aan klager gestuurd. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder zorgvuldig en professioneel gehandeld bij het opheffen van het beslag. De klacht daarover is ongegrond. Ook heeft verweerder in een e-mailbericht voldoende duidelijk gemaakt voor welke werkzaamheden klager wel en voor welke hij niet hoefde te betalen. Ook deze klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:162 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-755
- Datum publicatie: 10-06-2019
- Datum uitspraak: 10-06-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:162
Klager verwijt verweerster dat zij zich meermalen in procedures onnodig grievend over hem heeft uitgelaten door telkens te stellen dat hij een crimineel is en een strafblad zou hebben. Zij heeft hiervoor geen bewijzen aangedragen. Verweerster heeft zich beroepen op het feit dat zij deze informatie van haar cliënte had gekregen. Zij mocht op deze informatie afgaan. De raad hanteert in deze zaak de vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline dat een advocaat in familierechtelijke kwesties er voor moeten waken dat – zeker als er belangen van minderjarige kinderen in het spel zijn – de verhoudingen tussen partijen niet escaleren. Dan mag van een advocaat een zekere terughoudendheid worden verwacht in het doen van uitlatingen die de wederpartij naar redelijke verwachting als kwetsend zal ervaren. Eerder dan in andere geschillen is het in dergelijke geschillen denkbaar dat een advocaat niet alle informatie die hij/zij van zijn/haar cliënt(e) krijgt, gebruikt. De klachten acht de raad gegrond. Er is echter geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:160 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-608
- Datum publicatie: 10-06-2019
- Datum uitspraak: 10-06-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:160
Klaagster, een advocatenkantoor, klaagt over een voormalig medewerker-advocaat. Ten tijde van de beëindiging van het dienstverband heeft verweerder vertrouwelijke gegevens ontvreemd zoals relatiebestanden. Bovendien is toen gebleken dat hij cliënten van het kantoor buiten het kantoor om van dienst was en zich daarvoor rechtstreeks liet betalen. Klaagster is hierdoor financieel benadeeld. De raad heeft bij de beoordeling van de klachten als uitgangspunt genomen dat ook bij het optreden van een advocaat in een andere hoedanigheid het advocatentuchtrecht blijft gelden, met dien verstande dat in het algemeen pas sprake kan zijn van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten indien de advocaat zich bij de vervulling van die andere hoedanigheid zodanig gedraagt dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur wordt beschaamd. In dat licht is de klacht over de dienstverlening aan cliënten en de betaling daarvoor buiten het kantoor om, een gegronde klacht. De overige klachten raken alleen de onderlinge verhouding tussen klaagster en verweerder en zijn daarom niet gegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:117 Raad van Discipline Amsterdam 19-138/A/A/D
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 03-06-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:117
Gegrond dekenbezwaar. Verweerder heeft de kernwaarde integriteit geschonden door zonder grondslag gelden over te boeken van zijn derdengeldenrekening naar zijn kantoorrekening en door een bedrag van € 5.000 op zijn derdengeldenrekening niet onverwijld door te betalen aan de rechthebbende. In de gegeven omstandigheden ziet de raad aanleiding te volstaan met een voorwaardelijke schorsing van vier weken.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:42 Accountantskamer Zwolle 18/1236 Wtra AK
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 07-06-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:42
Betrokkene is advocaat en accountant. Klager en zijn zus zijn elk voor 50% houder van de aandelen in klaagster. Betrokkene treedt op als raadsman van de zus van klager en vertegenwoordigt haar in verschillende gerechtelijke procedures tussen haar en klager over het testament van hun vader die onder meer betrekking hebben op de waardering van het aandelenpakket in klaagster. Verder heeft betrokkene de zus bijgestaan in de klachtprocedure tegen de accountant die op verzoek van klager een rapport heeft uitgebracht over de waardering van het aandelenpakket. Klagers verwijten betrokkene dat hij op oneigenlijke wijze financiële en andere informatie over klaagster in handen heeft gekregen en deze in verschillende procedures gebruikt. Daarnaast wordt aan betrokkene verweten dat zijn werkwijze als raadsman van de zus een vlotte en harmonieuze uitvoering van de laatste wil van vader verhindert en tot verstoring van de familieverhoudingen leidt. Het eerste klachtonderdeel is ongegrond nu het verwijt niet aannemelijk is gemaakt. Het tweede klachtonderdeel heeft betrekking op het handelen of nalaten van een accountant/advocaat in de vorm van stellingen die hij als advocaat, en derhalve als behartiger van uitsluitend de belangen van zijn cliënte, namens zijn cliënte naar voren heeft gebracht in een procedure. De Accountantskamer heeft daarom aangesloten bij haar jurisprudentie inzake het door een accountant in zijn eigen zakelijke betrekkingen innemen van civielrechtelijke standpunten. Het klachtonderdeel is ongegrond, nu niet aannemelijk is gemaakt dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het bewust innemen van onjuiste of misleidende standpunten en (daarmee) de voortgang in de gesprekken tussen klager en diens zus (bewust) heeft vertraagd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:118 Raad van Discipline Amsterdam 19-019/A/A
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 03-06-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:118
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:81 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/654082 DW RK 18/490
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 23-04-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:81
Beslissing op verzet Executiegeschil, tuchtrechter niet bevoegd. Onbehoorlijk gedrag niet nader gespecificeerd nieuwe klachten kunnen niet in de verzetfase worden behandeld.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:93 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-227/DB/LI
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 17-05-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:93
Niet gebleken dat verweerder klager niet naar behoren heeft bijgestaan, klager ten onrechte een declaratie heeft gestuurd en zich ten onrechte uit de zaak heeft teruggetrokken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:119 Raad van Discipline Amsterdam 19-253/A/A
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 03-06-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:119
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht vanwege het verstrijken van de driejaarstermijn.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2019:100 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-115/DH/RO
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 11-02-2019
- ECLI:NL:TADRSGR:2019:100
Verzetbeslissing. Klager verwijt verweerder (voormalig kantoorgenoot van klager) dat hij heeft samengespannen met de voormalig accountant van klager, om klager nadeel toe te brengen. Mede gelet op de verklaring van de getuige ter zitting is de raad van oordeel dat genoegzaam is gebleken van actieve bemoeienis van verweerder, al dan niet samen met de accountant, om de getuige te overreden het kantoor van klager te verlaten en een samenwerking met hen aan te gaan. Daar komt bij dat verweerder en de accountant aan getuige eerder de financiële gegevens van kantoorgenoten hadden getoond. Dit alles met de kennelijke bedoeling om wrijving teweeg te brengen tussen klager en de getuige. Gelet op het vorenstaande is de raad van oordeel dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en in elk geval heeft getracht om op oneigenlijke gronden de getuige te bewegen om met verweerder en de accountant samen te werken. Verzet deels en klacht deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:82 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/655670
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 23-04-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:82
beslissing op verzet. Voldoende aanleiding om aan te nemen dat inventaris en handelsvoorraad op het betreffende adres aan de onderrneming toebehoorden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:94 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-096 DB/ZWB
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 03-06-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:94
Het is de verantwoordelijkheid van een advocaat om sturing te geven aan de aanpak van een zaak. De keuze om de vele mails van klager tijdens een gesprek te bespreken is vanuit het oogpunt van efficiency en kostenbeheersing begrijpelijk is. Ook overigens is niet gebleken dat de advocaat onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en tekort is geschoten en de behartiging van de belangen van zijn cliënt. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:120 Raad van Discipline Amsterdam 19-256/A/A
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 03-06-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:120
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk. Het is niet aan de tuchtrechter om te oordelen over de vraag of de door verweerder in de herzieningsprocedure bij het hof aangevoerde feiten zijn aan te merken als een novum. Voorts geen sprake van onnodig grievende uitlatingen en ook niet gebleken dat verweerder feiten heeft geponeerd die niet juist zijn. De wederpartij kan zich niet beroepen op Regel 7 van de Gedragsregels 1992 (thans Gedragsregel 15).
-
ECLI:NL:TSCTS:2019:1 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2019-01 (2018.V10-Jan Senior ARM7
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 07-06-2019
- ECLI:NL:TSCTS:2019:1
In de nacht van maandag 28 op dinsdag 29 augustus 2017 waren inspecteurs van de NVWA voornemens om een visserij-inspectie uit te voeren aan boord van het onder Nederlandse vlag varende zeevissersvaartuig ‘Jan Senior’, visserijnummer ARM 7. Betrokkene was schipper, tevens wachtdoend officier op dit schip (hierna: de ARM 7), dat toen in territoriale wateren van Frankrijk voer. Hem wordt onder meer verweten dat hij zich, althans de ARM 7, aan deze inspectie heeft willen onttrekken en daarbij een gevaarlijke situatie heeft laten ontstaan. Dat laatste door de netten boven/binnen te halen en door te varen terwijl een RHIB (Rigid Hull Inflatable Boat), waarmee de inspecteurs aan boord van de ARM 7 werden/zouden worden gebracht, zich langszij van de ARM 7 bevond, waardoor de RHIB met haar schroef in de netten verstrikt raakte, daardoor een draaiende beweging maakte en, met toen nog de twee bemanningsleden en één van de inspecteurs aan boord, deels onder water, achterstevoren door de ARM 7 werd meegetrokken. Het handelen en nalaten van betrokkene is naar het oordeel van de inspecteur in strijd met het bepaalde in artikel 4 lid 4, in verbinding met artikel 55a, van de Wet zeevarenden (eisen van goed zeemanschap).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:121 Raad van Discipline Amsterdam 19-265/A/A
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 03-06-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:121
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond. Onder meer is niet gebleken dat verweerder feiten heeft geponeerd die onjuist zijn.
-
ECLI:NL:TSCTS:2019:2 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2019-02 (2018.V11-Jan Senior ARM7)
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 07-06-2019
- ECLI:NL:TSCTS:2019:2
In de nacht van maandag 28 op dinsdag 29 augustus 2017 waren inspecteurs van de NVWA voornemens om een visserij-inspectie uit te voeren aan boord van het onder Nederlandse vlag varende zeevissersvaartuig ‘Jan Senior’, visserijnummer ARM 7. J. S. was schipper, tevens wachtdoend officier op dit schip (hierna: de ARM 7), dat toen in territoriale wateren van Frankrijk voer. Hem is onder meer verweten dat hij zich, althans de ARM 7, aan deze inspectie heeft willen onttrekken en daarbij een gevaarlijke situatie heeft laten ontstaan. Dat laatste door de netten boven/binnen te halen en door te varen terwijl een RHIB (Rigid Hull Inflatable Boat), waarmee de inspecteurs aan boord van de ARM 7 werden/zouden worden gebracht, zich langszij van de ARM 7 bevond, waardoor de RHIB met zijn schroef in de netten verstrikt raakte, daardoor een draaiende beweging maakte en, met toen nog de twee bemanningsleden en één van de inspecteurs aan boord, deels onder water, achterstevoren door de ARM 7 werd meegetrokken. Het verwijt aan betrokkene P. G., die een officiersrang had en machinist was, is dat hij niet heeft ingegrepen teneinde de gevaarlijke situatie te voorkomen dan wel daar een einde aan te maken, door de schipper erop aan te spreken dat deze moest stoppen met diens gevaarlijke actie. Het nalaten van betrokkene is naar het oordeel van de inspecteur in strijd met het bepaalde in artikel 4 lid 4, in verbinding met artikel 55a, van de Wet zeevarenden (eisen van goed zeemanschap).
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/537
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 07-06-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:97
Klager heeft een klacht ingediend tegen een arts, werkzaam bij FMMU, die de aanvraag van klager voor een kilometervergoeding in hoger beroep beoordeeld. Volgens klager voldoet de rapportage van de arts niet aan professionele standaard en heeft de arts zonder feitelijke grondslag en zonder externe toetsing een oordeel geveld met voor klager negatieve gevolgen. De arts voert verweer. Ongegrond
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:41 Accountantskamer Zwolle 17/1482 Wtra AK
- Datum publicatie: 07-06-2019
- Datum uitspraak: 07-06-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:41
Klacht curatoren (ingediend op 10 juli 2017) over het ten onrechte afgeven op 15 juli 2011 van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening over 2010 van een vastgoedconcern (gefailleerd op 23 november 2012) en over het vergaren van (onvoldoende/geschikte) controle-informatie bij de controle van het bestuursverslag en een groot aantal posten op de balans. Bij indienen klacht is de termijn van zes jaar in artikel 22 Wtra (oud) niet overschreden en ook niet de termijn van drie jaar. Of de termijn van zes jaar is overschreden is onderwerp van ambtshalve toetsing door de Accountantskamer, gezien de aard van de regel, die beschouwd moet worden als een bepaling van openbare orde. Bekendheid van klagers (als curatoren) met (posten in) de jaarrekening, het bestuursverslag, de goedkeurende controleverklaring en de administraties van de failliete vennootschappen houdt niet in dat klagers ook kennis droegen van alle gegevens die door betrokkene in aanmerking zijn genomen bij de controle en van de afwegingen en de beoordeling die betrokkene aan de hand van die gegevens heeft gemaakt, laat staan dat klagers daaraan enig vermoeden van tekortschieten bij die controle en bij het vastleggen van die gegevens en afwegingen in het controledossier konden ontlenen. Klacht in (vrijwel) alle onderdelen gegrond. Niet alle gegevens waarvan betrokkene in het verweerschrift stelt dat hij die in aanmerking heeft genomen bij zijn beoordeling van de aanvaardbaarheid van (de verwerking en de schatting van) posten op de jaarrekening, zijn (voldoende duidelijk) opgenomen in het controledossier. Betrokkene heeft naar voren gebracht dat de “interpretatie” van de Standaarden sinds 2010 stringenter is geworden en dat destijds nog niet was vereist dat elke overweging in het controledossier werd vastgelegd. De Accountantskamer kan betrokkene hierin niet volgen. Er is geen enkele reden om het verplichtend karakter van de voorschriften van de NVCOS te laten afhangen van het tijdsgewricht waarin het handelen of nalaten waarover wordt geklaagd, heeft plaatsgevonden. Tijdelijke doorhaling voor een termijn van drie maanden, mede gelet op de lange duur van de klachtprocedure.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.297
- Datum publicatie: 06-06-2019
- Datum uitspraak: 06-06-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:156
Klacht van broer tegen zijn zuster, die verpleegkundige is. Tussen klager en verweerster heeft nimmer een behandelrelatie bestaan. Verweerster heeft naar aanleiding van een politieonderzoek naar de wapens en de wapenvergunning van klager tezamen met diverse andere familieleden van klager in een brief aan de politie een verklaring over klager afgelegd. Klager verwijt verweerster - kort weergegeven - schending van het medisch beroepsgeheim, smaad/laster en valsheid in geschrifte. Het Regionaal Tuchtcollege acht klager ontvankelijk in zijn klacht, maar wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege is echter van oordeel dat bij het handelen van verweerster de familierelatie centraal heeft gestaan en dat dit handelen niet valt onder art. 47 van de Wet BIG. Tweede tuchtnorm niet van toepassing. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt vernietigd en klager wordt alsnog niet‑ontvankelijk verklaard in zijn klacht.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 371
- Pagina: 372
- Pagina: 373
- ...
- Pagina: 963
- Volgende pagina zoekresultaten