Zoekresultaten 18451-18500 van de 48142 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:95 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-112/DB/OB

    Niet gebleken dat verweerder tijdens schikkingsonderhandelingen bewust onjuist heeft verklaard en klaagsters bewust heeft misleid. Verweerder heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij noch B Holding B.V., noch klagers sub 3 op de hoogte heeft gebracht van het verleden van de heer H maar wel werkzaamheden is gaan verrichten voor B Holding B.V.. Verweerder heeft onvoldoende distantie t.o.v. de heer H betracht en had nimmer mede uit naam van de heer M.B. een overeenkomst tot overdracht van aandelen mogen presenteren, zonder dat de opdracht daartoe en de inhoud van de overeenkomst met hem (en zijn echtgenote) was geverifieerd en besproken. Deels gegrond, deels ongegrond. Voorwaardelijke schorsing van twee weken

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:127 Raad van Discipline Amsterdam 19-280/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Niet gebleken is dat verweerder klager onder dreiging heeft gedwongen een schikkingsvoorstel te doen. Het stond verweerder vrij om zijn werkzaamheden te staken. Er is geen reële kans dat de belangen van klager worden geschaad in verband met de inhoud van het verweer. De klacht is op deze onderdelen kennelijk ongegrond. De klacht is voorts deels niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/093

    Klaagster verwijt een tandarts op oneigelijke gronden het voorstel tot een herbehandeling van een wortelkanaalbehandeling te hebben gedaan en haar onjuiste declaraties te hebben gestuurd. Naar het oordeel van het college kon verweerster in redelijkheid komen tot het behandelvoorstel en heeft het geen aanwijzing dat de tandarts klaagster wilde oplichten. Klacht is kennelijk ongegrond. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:96 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-1051/DB/DH

    De voorzitter heeft terecht geoordeeld dat indien een declaratie onbetaald wordt gelaten, het de advocaat vrij staat om ter incasso van zijn vordering rechtsmaatregelen te nemen en dat een oordeel over verweerders vordering is voorbehouden aan de civiele rechter. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:122 Raad van Discipline Amsterdam 19-144/A/LI

    Klacht ongegrond. De dagvaarding is op de juiste wijze betekend. Verweerder was niet gehouden de curator te kennen in de door hem geëntameerde procedure. Verzoek tot schadevergoeding afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 009/2019

    Klacht tegen huisarts. Het is niet verwijtbaar dat de huisarts klaagster niet eerder heeft verwezen vanwege haar voorgeschiedenis van afwijkende uitstrijkjes. Deze hebben geen relatie met de later vastgestelde cervixcarcinoom. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.413

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is met (destijds) haar buurvrouw verwikkeld in een rechtszaak over een handgemeen dat tussen hen heeft plaatsgevonden. De buurvrouw van klaagster heeft aangifte van mishandeling gedaan tegen klaagster wat heeft geleid tot een strafrechtelijk onderzoek. De buurvrouw van klaagster is patiënte van de aangeklaagde huisarts. De huisarts heeft aan patiënte een verwijsbrief verstrekt en op verzoek van de advocaat van haar patiënte een brief opgesteld. Deze stukken zijn vervolgens als processtukken ingebracht in het strafrechtelijk onderzoek tegen klaagster ter zake van de vermeende mishandeling. Klaagster verwijt de huisarts aldus medisch onzorgvuldig te hebben gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet ontvankelijk verklaard vanwege het enkel hebben van een afgeleid (financieel) belang. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster wel ontvankelijk nu het verstrekken van medische informatie door de huisarts in voorkomende gevallen consequenties kan hebben voor het persoonlijk welzijn van een derde, zoals klaagster die heeft gesteld dat de afgegeven verklaringen als (belastende) processtukken zijn ingebracht in een strafrechtelijk onderzoek tegen haar. Het Centraal Tuchtcollege doet de zaak vervolgens zelf af en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/061

    Klager dient een klacht in tegen huisarts, o.a. inhoudende dat hij een onjuiste verklaring over klager heeft afgegeven en zijn beroepsgeheim heeft geschonden. Verweerder voert verweer. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:31 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/347902 KL RK 19-4 C/05/347903 KL RK 19-5

    1. De notaris was ten tijde van de inschrijving van de koopovereenkomst in de openbare registers niet gehouden te controleren – gezien de minderjarigheid van de erfgename – of hiervoor de toestemming van de kantonrechter was verleend. 2. Er is sprake van een situatie als genoemd in de aanbeveling van de KNB voor (quasi) Baarns beslag situaties. De kandidaat-notaris heeft conform de aanbeveling gehandeld. 3. De kandidaat-notaris had geen aanleiding om te twijfelen aan de koopsom voor het woonhuis. 4. De kandidaat-notaris mocht op grond van de door de wettelijk vertegenwoordiger – ten tijde van de minderjarigheid van de erfgename – verleende volmacht niet overgaan tot het passeren van de akte van levering. De erfgename was ten tijde van het passeren van de akte meerderjarig. Dit klachtonderdeel is gegrond verklaard. 5. De kandidaat-notaris heeft niet getracht op slinkse wijze onder de beslaglegging die op het woonhuis lag, uit te komen. 6. De kandidaat-notaris maakt geen deel uit van een criminele organisatie. De kamer acht een dergelijke vergelijking ongepast.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:32 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/307373 KL RK 16-93

    Op grond van het vorenstaande overweegt de kamer dat uit de onderzoeken van klager voldoende is komen vast te staan dat de notaris van 2013 tot en met 2017 een negatieve liquiditeits- en negatieve solvabiliteitspositie – zowel zakelijk als privé - heeft laten ontstaan. Dit leidt tot de conclusie dat de notaris heeft gehandeld in strijd met artikel 23 Wna jo artikel 2 Administratieverordening en artikel 3 van het Reglement Verslagstaten 2010. De notaris dient er te allen tijde voor te zorgen dat het kantoor een positieve liquiditeits- en solvabiliteitspositie heeft. De kamer is het – in tegenstelling tot de notaris – dan ook eens met klager dat zij – gezien de herhaalde onderzoeken waaruit iedere keer negatieve financiële posities bleken – de klacht tegen de notaris terecht heeft ingediend. De klacht is dan ook gegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.414

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is met (destijds) haar buurvrouw verwikkeld in een rechtszaak over een handgemeen dat tussen hen heeft plaatsgevonden. De buurvrouw van klaagster heeft aangifte van mishandeling gedaan tegen klaagster wat heeft geleid tot een strafrechtelijk onderzoek. De buurvrouw van klaagster is patiënte van de aangeklaagde anesthesioloog. De anesthesioloog heeft de huisarts een brief gestuurd, heeft op verzoek van de advocaat van patiënte een brief opgesteld en heeft een brief aan Slachtofferhulp gestuurd. Deze stukken zijn vervolgens als processtukken ingebracht in het strafrechtelijk onderzoek tegen klaagster ter zake van de vermeende mishandeling. Klaagster verwijt de anesthesioloog dat hij als behandelend arts van de buurvrouw een verklaring met zijn oordeel heeft gegeven ten behoeve van een rechtszaak en dat hij ongenuanceerd een uitspraak over klaagster heeft gedaan zonder haar te kennen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet ontvankelijk verklaard vanwege het enkel hebben van een afgeleid (financieel) belang. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster wel ontvankelijk nu het afgeven van schriftelijke verklaringen door de anesthesioloog over zijn eigen patiënte in voorkomende gevallen directe consequenties kan hebben voor het persoonlijk welzijn van een derde, zoals in het geval van klaagster, die heeft gesteld dat de afgegeven verklaringen als (belastende) processtukken zijn ingebracht in een strafrechtelijk onderzoek tegen haar. Het Centraal Tuchtcollege, doet de zaak zelf af en verklaart de klacht deels gegrond met oplegging van de maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/251GZP

    Klager verblijft in een penitentiaire inrichting. Hij verwijt de GZ-psycholoog en psychiater corrupt gedrag. Klager stelt dat zij een slechte rapportage over hem schrijven ondanks zijn goede gedrag, omdat hij zijn mond open doet over Justitie en de corruptie. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.224

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster heeft als klacht dat de AIOS gynaecologie klaagster met een middel tegen bloeden heeft weggestuurd en (in afwachting van het in een ander ziekenhuis op te vragen medisch dossier) pas een afspraak heeft gemaakt voor een maand later. Dit terwijl klaagster had aangegeven dat zij een grote tumor in haar buik had en door voedstelgebrek zodanig was verzwakt dat zij was gaan bloeden. Het medisch dossier had, aldus klaagster, ook met spoed opgevraagd kunnen worden. Verweerster is volgens klaagster mede verantwoordelijk voor dit handelen van de AIOS. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de AIOS niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, dat de gynaecoloog als supervisor ook geen tuchtrechtelijk verwijt te maken valt en dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Korte geanonimiseerde samenvatting van de zaak, zoals steeds per zaak te vinden is op de site www.tuchtrecht.nl

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:33 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/347221 KL RK 18-184

    De kamer stelt vast dat de notaris in zijn verweer de klachten niet heeft weersproken en voorts expliciet heeft afgezien van een beroep op de ontvankelijkheid van het BFT in verband met voornoemde brief van 16 oktober 2018 (zie hiervoor onder 2.9). Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij het verhaal van de contactpersoon uit Polen aannemelijk vond en dat hij het niet zo verdacht vond dat de communicatie via een en hetzelfde e-mailadres verliep, reden waarom hij ook geen melding bij het FIU-NL heeft gedaan. Voorts heeft de notaris verklaard dat hij wel vaker aandelentransacties voor € 1,- heeft begeleid. Daar waren dan hele goede redenen voor volgens de notaris. Met de kennis achteraf ziet de notaris in dat hij zijn functie als poortwachter niet goed heeft ingeschat, dat hij de risico’s niet gezien heeft en dat hij het bij nader inzien met betrekking tot beide aandelenoverdrachten derhalve niet goed heeft gedaan. Ook naar het oordeel van de kamer heeft de notaris, gelet op de bevindingen van klager, gehandeld in strijd met het bepaalde in de artikelen 17 en 21 lid 2 Wna en verder ook in strijd met het bepaalde in de artikelen 8 en 16 lid 1 Wwft. Gelet op het voorgaande zal de kamer de klacht gegrond verklaren. De kamer benadrukt in dit verband dat de verwijten die klager de notaris maakt, volledig worden onderschreven. Ten onrechte heeft de notaris nagelaten de koopprijs en beweegredenen van partijen met betrekking tot beide aandelentransacties nader te onderzoeken en in zijn dossier vast te leggen. In beide gevallen waren voldoende redenen aanwezig voor de notaris om zijn werkzaamheden op te schorten dan wel te weigeren. De toelichting van de notaris dat hij specifiek naar een onderbouwing van de koopprijs had gevraagd, maar dat hij deze onderbouwing nooit heeft ontvangen, doet daar ook niet aan af. De notaris dient immers zijn diensten te weigeren bij gerede twijfel aan de goede bedoelingen van partijen en dient zich door nader onderzoek te overtuigen van het geoorloofde karakter van de bedoelingen. Daarnaast heeft de notaris nagelaten een verscherpt cliëntenonderzoek uit te voeren bij partijen en heeft hij ook geen melding van beide ongebruikelijke transacties bij de daarvoor bevoegde instantie de FIU-NL gedaan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.310

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Verweerder was samen met zijn echtgenote bestuurder van de woon/zorgvoorziening waar de moeder van klaagster verbleef. De stelling van verweerder dat er in het onderhavige geval geen sprake was van handelen dat valt onder handelen dat kan worden getoetst aan de tweede tuchtnorm volgt het Regionaal Tuchtcollege niet: klaagster wordt in haar klacht ontvangen. Het verwijt van klaagster dat – kort gezegd – de zorgverlening onder de maat was acht het Regionaal Tuchtcollege gegrond. Het college legt daartoe aan verweerder de maatregel van berisping op. Zowel klaagster als verweerder gaan tegen deze beslissing in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beide beroepen, bepaalt dat de maatregel van berisping gehandhaafd blijft en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/252

    Klager verblijft in een penitentiaire inrichting. Hij verwijt de GZ-psycholoog en psychiater corrupt gedrag. Klager stelt dat zij een slechte rapportage over hem schrijven ondanks zijn goede gedrag, omdat hij zijn mond open doet over Justitie en de corruptie. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.225

    Klacht tegen AIOS gynaecologie. Klaagster verwijt de AIOS gynaecologie dat zij – ondanks de klachten van klaagster – haar met een middel tegen het bloeden heeft weggestuurd en een afspraak heeft gemaakt voor pas een maand later. De AIOS gynaecologie had een echo kunnen laten maken. Verder verwijt klaagster de AIOS gynaecologie dat zij de verklaring van klaagster dat zij uitgehongerd was doordat ze geen inkomen en voedsel had niet goed heeft opgenomen in het verslag. Het Regionaal Tuchtcollege acht alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/543

    Klager dient een klacht in tegen zijn (voormalig) huisarts, onder andere inhoudende dat zij een diagnose heeft gesteld die niet voldoet aan de medische professionaliteit en niet voldoende doortastend heeft opgetreden. Het college is van oordeel dat de huisarts zowel de anamnese als het lichamelijk onderzoek voldoende zorgvuldig heeft verricht en dat de door haar vergaarde gegevens haar (werk-) diagnose konden dragen. Klacht kennelijk ongegrond. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.320

    Diverse klacht tegen gynaecoloog. In de kern verwijt klaagster de gynaecoloog dat hij zonder informed consent een keizersnede heeft uitgevoerd. Regionaal Tuchtcollege wijst de klachten af. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Er was wel sprake van informed consent. Ook de overige klachtonderdelen (incorrecte verslaglegging, lasterlijk schrijven over klaagster) slagen niet.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen GP2018/20

    Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog. Verweerster was de behandelcoördinator van klager die verblijft in een TBS-kliniek. Klager verwijt verweerster samengevat onheuse bejegening, onjuiste behandeling en onzorgvuldigheid in haar handelen. Het college is van oordeel dat op basis van de stukken niet is gebleken dat de verwijten terecht zijn. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/033

    Klager verwijt de psychiater o.a. dat hij verkeerde medicatie heeft voorgeschreven en medicatie op klager heeft getest en dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld. Psychiater heeft verweer gevoerd. Klacht is kennelijk ongegrond. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.348

    Klaagster is in het kader van een echtscheidingsprocedure in contact gekomen met jeugdbescherming. Op verzoek van jeugdbescherming is een psychodiagnostisch onderzoek ingesteld naar klaagster en drie van haar kinderen. Van dit onderzoek is een rapport opgesteld. De gz-psycholoog is bij het onderzoek en het rapport betrokken geweest. Klaagster verwijt de gz-psycholoog 1. dat bij het onderzoek een vragenlijst is gebruikt met onhandige en verwarrende vragen die de kans op een onjuiste diagnose vergroten en 2. dat zij klaagster bij het invullen van de vragenlijsten adviezen heeft gegeven, waardoor mogelijk een onjuiste diagnose is gesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen GP2018/21

    Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog. Verweerster was de behandelcoördinator van klager die verblijft in een TBS-kliniek. Klager verwijt verweerster samengevat onheuse bejegening, het delen van vertrouwelijke informatie met anderen en onzorgvuldigheid in haar handelen. Het college is van oordeel dat op basis van de stukken niet is gebleken dat de verwijten terecht zijn. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.453

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster heeft na de bevalling aanhoudende pijnklachten ter hoogte van de episiotomie en heeft daarvoor diverse consulten bij een (laatstejaars) arts-assistent gynaecologie. Uiteindelijk is de gynaecoloog in consult gevraagd voor een second opinion in verband met de klachten van de episiotomie. Voorafgaand aan dat consult is een echo gemaakt, waarop een placentarest in de baarmoeder zichtbaar was. Deze echo is niet door de gynaecoloog aangevraagd. Klacht tegen de gynaecoloog houdt in de kern in dat zij de echo niet heeft geraadpleegd en niet heeft geconstateerd dat sprake was van een placentarest, waardoor klaagster verkeerde nazorg heeft gekregen. Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. De gynaecoloog heeft uitsluitend het verloskundig dossier geraadpleegd. Echo bevond zich in het (destijds) niet corresponderende gynaecologisch dossier. De gynaecoloog had naar aanleiding van de reden voor de second opinion, de geuite klachten en de bevindingen tijdens het onderzoek geen reden om het gynaecologisch dossier te raadplegen of om zich te richten op iets anders dan de klacht waarvoor zij in consult was gevraagd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-135/DB/OB

    Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat verweerder zowel de heer H als B Holding BV heeft bijgestaan en heeft verzuimd zijn cliënte B Holding BV op de hoogte te brengen van de strafrechtelijke veroordeling van de heer H; doordat hij ten behoeve van de heer H verrichte werkzaamheden aan B Holding BV in rekening heeft gebracht en daarmee werkzaamheden heeft gefactureerd aan een ander dan zijn cliënt en doordat hij geen opdrachtbevestiging aan B Holding BV heeft doen toekomen en B Holding BV niet heeft geïnformeerd over de financiële consequenties van zijn werkzaamheden. Gegrond. Voorwaardelijke schorsing van een week.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:30 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/347895 KL RK 19-3

    De kamer is van oordeel dat de notaris in de gegeven omstandigheden voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de boordeling van de vraag of de wijzigingen van de testamenten overeenstemden met de wil van erflater. Klacht is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18153

    Werkgever verwijt bedrijfsarts kort weergegeven dat zij onzorgvuldig en in strijd met de Wet verbetering poortwachter heeft gehandeld, waardoor werkneemster niet heeft meegewerkt aan re-integratie en dat zij werkgever tijdens de verzuimbegeleiding genegeerd heeft. Ontvankelijkheid werkgever. Geen aanknopingspunten dat werkneemster door de bedrijfsarts ten onrechte is beoordeeld als arbeidsongeschikt vanwege ziekte of gebrek. Gekozen formulering in laatste advies is ongelukkig, omdat “gedeeltelijk ziek uit dienst gaan” volgens wet- en regelgeving niet mogelijk is en voor verwarring heeft gezorgd. Formulering hield kennelijk verband met werkneemsters wens en het gaat te ver om de bedrijfsarts op grond hiervan verantwoordelijk te houden voor werkneemsters gedragingen wat betreft al dan niet meewerken aan re-integratie. Onvoldoende gewicht voor een tuchtrechtelijk verwijt. Werkgever heeft steeds terugkoppelingen ontvangen en de bedrijfsarts was bij het verstrekken van informatie gebonden aan de richtlijnen zoals de ‘KNMG-code Gegevensverkeer’ en de ‘Leidraad bedrijfsarts en privacy’. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.487

    Klacht tegen kaakchirurg. Klager is door zijn tandarts doorverwezen naar de polikliniek voor kaakchirurgie voor het verwijderen van alle kiezen. Een kaakchirurg heeft één kies verwijderd. Circa 1,5 jaar later maakt klager een nieuwe afspraak die wordt ingeboekt als consultafspraak. Tijdens dat consult heeft verweerster klager onderzocht, een foto gemaakt, een behandelvoorstel gedaan en klager verzocht de volgende keer een nieuwe verwijsbrief van zijn tandarts mee te nemen. Klager is hierop boos weggelopen. Klager verwijt verweerster dat zij hem zonder behandeling naar huis heeft gestuurd en voorts dat zij een ernstig gebrek aan empathie heeft. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18183

    Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij naar aanleiding van een prikincident nalatig heeft gehandeld, een onjuiste risicobeoordeling heeft gemaakt en niet bevoegd was een risicobeoordeling te maken. College: bedrijfsarts (in opleiding) was bevoegd een risicobeoordeling te maken en mocht afgaan op de risicoanalyse van het bedrijf. Hij diende wel de door het bedrijf verstrekte informatie kritisch te bezien. Zeker gelet op de door klager vervolgens aan de bedrijfsarts verstrekte informatie, namelijk dat het device verstopt zat en niet in de autoclaaf was geweest, diende de bedrijfsarts daarover bij de afdeling SHE navraag te doen en nader onderzoek dan wel nadere toelichting te verlangen. De bedrijfsarts heeft in dat opzicht onvoldoende alert gereageerd. Voor hem had duidelijk moeten zijn dat de risicoanalyse op dit punt niet volledig was. Verwijt over een onjuiste c.q. onvolledige risicobeoordeling is gegrond. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.189

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager werkt als zelfstandige en lijdt aan een chronische aandoening. Klager heeft een geschil met zijn arbeidsongeschiktheidsverzekeraar over de mate van arbeidsgeschiktheid. Volgens de verzekeraar zou klager een halve dag zijn eigen beroep kunnen uitoefenen en een halve dag een ader beroep. Klager is het daarmee oneens. Verweerder is onafhankelijk verzekeringsarts en heeft op verzoek van de advocaat van klager een medisch advies (met addendum) uitgebracht met als conclusie dat hij zich kan vinden in het voorstel van de verzekeraar. Klager is niet tevreden met het opgestelde advies op basis van enkel de stukken en weigert betaling. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij 1) een opdracht voor een medisch advies heeft geaccepteerd waarvan hij kennelijk wist dat hij daar niet aan kon voldoen of niet aan wilde voldoen, 2) In het addendum een niet onderbouwd standpunt heeft ingenomen op basis van vooroordelen en zich daarmee onnodig kwetsend ten opzichte van klager heeft opgesteld, 3) In het addendum een niet consistent advies heeft afgegeven, 4) kwakzalverij bedrijft en 5) colludeert met de verzekeraar. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.218

    Klaagster is de gescheiden moeder van een dochter van 10 jaar en een zoon van 8 jaar. Verweerster, gz-psycholoog, heeft op verzoek van Jeugdzorg en na verwijzing van de huisarts de kinderen in het kader van de Basis GGZ in behandeling genomen. De kinderen zijn onder toezicht gesteld en er zijn twee gezinsvoogden betrokken. Beide ouders hebben het gezag over de kinderen. Klaagster verwijt verweerster dat zij: a. geen verantwoording wil afleggen over de besteding van het budget en de wanverhouding tussen de bestede directe en indirecte tijd; b. een mogelijk niet passende interventie heeft gedaan bij de zoon van klaagster door op internet geesten met hem te zoeken en hier achteraf over te liegen; c. bij herhaling zonder toestemming informatie heeft uitgewisseld met derden en aldus haar beroepsgeheim heeft geschonden; d. ten onrechte de conclusie heeft getrokken dat klaagster niet instemde met het behandelplan van haar zoon, niet bereid was verantwoording af te leggen over het behandelplan en zich dwingend, dominant en schofferend naar klaagster heeft geuit; e. zich ten onrechte en buiten klaagster om tegenover de vader heeft uitgelaten over de omgang; f. de in vertrouwen vertelde noodkreet van de dochter van klaagster ten onrechte heeft opgeblazen en daardoor onnodig leed heeft veroorzaakt; g. ten onrechte heeft gesteld dat de dochter van klaagster suïcidaal zou zijn en de behandeling van haar dochter in paniek heeft afgebroken om financiële redenen; h. met klaagster heeft gecorrespondeerd met een onaanvaardbare dwingende, dominante en schofferende toonzetting; i. zich partijdig heeft opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a. en d. gegrond verklaard, heeft de gz-psycholoog de maatregel van waarschuwing opgelegd en heeft de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze uitspraak en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/074

    De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder klager ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om het concept-rapport eerst te lezen. Daarmee is aan klager het inzage-, blokkerings- en correctierecht onthouden. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.456

    Klaagster werkte als verpleegkundig specialist en heeft zich ziek gemeld vanwege beperkingen op persoonlijk en sociaal functioneren. De klacht is gericht tegen een arts maatschappij en gezondheid, werkzaam voor de Arbo-dienst van de werkgever. Hij heeft aan de werkgever van klaagster geschreven dat, gelet op de verstoorde arbeidsverhoudingen en lopende juridische procedures, het vanuit medische optiek niet mogelijk is om voor de komende 26 weken een prognose te geven over de arbeids(on)geschiktheid voor de eigen functie. Klaagster verwijt de arts dat hij een onjuiste verklaring heeft afgelegd over haar medische situatie, klaagster niet heeft ingekopieerd in een terugkoppelingsmail aan P&O en haar onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-332

    Ongegronde klacht tegen een radioloog. Duidelijk is dat de beklaagde niet de radioloog kan zijn geweest die telefonisch contact heeft gehad met de co-assistent van de SEH, nu het om een mannelijke radioloog ging. Voor het handelen van die radioloog kan de beklaagde niet verantwoordelijk worden gehouden. Beklaagde heeft de door haar geconstateerde bloeding op de CT-scan op goede gronden niet als een kritische bevinding beschouwd. Het College kan in de overwegingen van beklaagde geen onjuistheden vaststellen en kan daarom ook niet concluderen dat beklaagde tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-199

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Niet gebleken en onvoldoende onderbouwd dat de psychiater een onjuiste diagnose heeft gesteld. Zij is bij het opstellen van de geneeskundige verklaring met het oog op de rechterlijke machtiging niet betrokken geweest. Ook niet gebleken dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-326

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. De radioloog is niet betrokken geweest bij de behandeling van patiënt en was op de bewuste dag niet aanwezig in het ziekenhuis. Zij kan dus ook niet degene zijn geweest die de verslaglegging heeft gedaan of eerder op de dag als dienstdoend radioloog telefonisch contact heeft gehad met de betrokken co-assistent van de SEH. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-028

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. Onder de door de neuroloog aangevoerde omstandigheden mocht hij besluiten om de behandeling van klaagster te beëindigen en geen nieuwe behandelingsovereenkomst met haar aan te gaan. De aangevoerde omstandigheden vallen onder ‘organisatorische redenen’ zoals bedoeld in de KNMG-richtlijn Niet aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-296b

    Gegronde klacht tegen een neuroloog. Door het verstrekken van de informatiebrief heeft de neuroloog het medisch beroepsgeheim geschonden. Zij had voorafgaand aan het verstrekken van de brief moeten informeren en klager toestemming moeten vragen voor het versturen van de brief. De brief bevat een geneeskundige verklaring. Zij heeft voorts de brief voor een collega ondertekend en laten verzenden, zonder hierover overleg te voeren met de collega. Klacht gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-334

    Klaagster niet-ontvankelijk in de klacht tegen een psychiater. De klacht dat de maatschap geen adequate klachtenregeling heeft en niet is aangesloten bij een geschilleninstantie valt niet onder de eerste of tweede tuchtnorm. Er bestond geen individuele behandelrelatie en hoewel de psychiater in zijn rol als manager of vennoot van de maatschap verantwoordelijkheid kan dragen voor het voldoen aan deze wettelijke verplichtingen, betreft dit geen handelen dat verband houdt met de uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Klaagster niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/084

    Een GGZ-instelling dient als (oud-)werkgever een klacht in tegen een voormalig werknemer. De oud-werknemer wordt verweten als verpleegkundige zich grensoverschrijdend te hebben gedragen jegens een patiënte van de GGZ-instelling. Gegrond, doorhaling en bij wijze van voorlopige voorziening schorsing van inschrijving in het BIG

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:110 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-176/DH/DH

    voorzittersbeslissing. klacht tegen advocaat van de wederpartij over onzorgvuldig toezicht op de naleving van een schikking kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:123 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-481/DH/DH

    Verzetbeslissing. Anders dan de voorzitter is de raad van oordeel dat verweerder in zijn hoedanigheid van deken weliswaar geen inhoudelijke bemoeienis met de klachtbehandeling heeft gehad, maar dat hij niettemin als deken verantwoordelijk blijft voor de bewaking van de voortgang van de klachtbehandeling. Klagers derhalve ontvankelijk in hun klacht. De raad is verder van oordeel dat het verzet gegrond en de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:104 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-1020/DH/RO

    Het stond verweerder, na de contacten die hij in de eerste helft van juni 2017 met klager had, niet vrij om vervolgens de voormalige partner van klager bij te staan en in die hoedanigheid tegen klager op te treden, ook al heeft tussen verweerder en klager geen formele advocaat-cliënt-relatie bestaan. Klacht gegrond. Berisping vanwege omvang en ernst gegronde klacht, en in aanmerking nemende dat verweerder geen enkel inzicht heeft getoond in de onjuistheid van zijn handelen. Anderzijds heeft de raad ook oog voor het feit dat verweerder niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:117 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-021/DH/RO/D

    Raadbeslissing. Verweerder heeft meegewerkt aan een constructie met de kennelijke bedoeling om stukken te creëren voor de IND, waarvan hij in zijn hoedanigheid van (vreemdelingen)advocaat wist dat die vereist waren voor een positieve beslissing. Daarmee heeft hij een van de kernwaarden van de advocatuur – integriteit – geschonden. De aard en de ernst van zijn tuchtrechtelijk verwijtbare gedragingen van verweerder rechtvaardigen op zich de maatregel van (voorwaardelijke) schorsing. Verweerder is echter niet eerder tuchtrechtelijk veroordeeld, staat nog aan het begin van zijn carrière en heeft ter zitting blijk ervan gegeven de ernst van zijn handelen in te zien en spijt betuigd. De raad volstaat in dit specifieke geval met een berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:130 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-246/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en niet gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor die overschrijding verschoonbaar zou zijn.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:111 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-175/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over, onder veel meer, een toevoeging die met terugwerkende kracht is ingetrokken op grond van de resultaatsbeoordeling door de Raad voor Rechtsbijstand, kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:124 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18/359/DH/RO

    Raadbeslissing. De klacht van klaagster dat verweerster haar belangen zwaar heeft verwaarloosd, haar willens en wetens op het verkeerde been gezet en de rechtbank in haar leugens heeft betrokken, is gegrond verklaard. Niet alleen is de aanpak van verweerster onjuist is geweest, maar met haar handelen heeft verweerster voorts aangetoond onvoldoende deskundig te zijn als bedoeld in artikel 10a, lid 1 onder c Advocatenwet. De door verweerster gegeven verklaring voor haar handelen wordt niet onderbouwd noch gestaafd met enig bewijs. De onderhavige klacht staat niet op zichzelf. Een andere klachtzaak tegen verweerster met nummer 17-970/DH/RO – die grote overeenkomsten vertoont met onderhavige klachtzaak – verklaart de raad grotendeels gegrond. Gelet op de ernst en het repeterende karakter van de aan verweerster gemaakte verwijten en de ambivalente houding van verweerster over haar eigen aandeel daarin, heeft de raad niet de overtuiging dat, voor zover verweerster al oprecht spijt heeft van haar gedragingen, zij in staat is haar handelen dusdanig aan te passen dat situaties als hier aan de orde voor de toekomst worden voorkomen. Schrapping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:105 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-941/DH/RO

    Verweerder heeft zich, nadat een datum voor de beschikking was bepaald, per fax tot de rechtbank heeft gewend, hetgeen hem niet vrij stond. Temeer niet nu hij met zijn fax heeft getracht aanvullend bewijs in het geding te brengen. Het is immers in zijn algemeenheid niet toegestaan om na te pleiten. Indien verweerder van mening was dat het noodzakelijk was dat de rechtbank kennis zou nemen van stukken, dan had het op zijn weg gelegen ter zitting toestemming te vragen deze nog na te zenden. Dat heeft hij nagelaten. Dit klachtonderdeel is naar het oordeel van de raad gegrond. Overige klachtonderdelen ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:118 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-1038/DH/ZWB

    Raadbeslissing. De klacht dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat zij zich in strijd met gedragsregel 25 rechtstreeks tot de assurantietussenpersoon van klaagster heeft gewend, terwijl zij wist dat klaagster werd bijgestaan door een advocaat (haar huidige gemachtigde), ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2019:12 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-74

    Ingevolge de Wet op het notarisambt (Wna) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) heeft klaagster als toezichthouder op 28 november 2016 een onderzoek ingesteld naar het handelen van de notaris.