Zoekresultaten 18401-18450 van de 48142 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:99 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-266/DB/ZWB

    Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege verstrijken termijn 46g Advocatenwet en deels kennelijk ongegrond omdat grenzen van de aan de advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid niet zijn overschreden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/535

    Aan verweerder, MDL-arts, wordt verweten dat bij een 91-jarige (inmiddels overleden patiënt) een stent in de darmen is geplaatst zonder verdoving en dat hierover vooraf en achteraf is gelogen. Verweerder voert verweer. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.276

    Klacht tegen neuroloog. Klaagster heeft in het kader van psychische klachten aan verweerder een aantal vragen voorgelegd over een behandeling die in het verleden heeft plaatsgevonden. Klaagster verwijt verweerder dat hij de vragen niet op tijd en te weinig uitgebreid heeft beantwoord en hiervoor geen excuses heeft aangeboden. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18179

    Klaagster verwijt verweerster, arts jeugdgezondheidszorg, dat zij onzorgvuldig en onprofessioneel heeft gehandeld jegens klaagster in haar onderzoek en dat verweerster een onterechte en onjuiste melding bij Veilig Thuis heeft gedaan waardoor aan klaagster en haar zoon schade is toegebracht. Het college is van oordeel dat verweerster zorgvuldig heeft gehandeld in haar onderzoek en is tevens van mening dat klaagster de stappen van de KNMG Meldcode Kindermishandeling op juiste en zorgvuldige wijze heeft doorlopen en op juiste gronden tot een melding bij Veilig Thuis kon komen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:112 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-125

    Voorzittersbeslissing. Klagers, waaronder enkele vennootschappen, hebben meerdere curatoren, onder wie verweerder, beklaagd die betrokken zijn geweest bij vele aan klagers gelieerde faillissementen. Deze curatoren hebben advocaten en adviseurs van klagers een gezamenlijke brief gestuurd vanwege het vermoeden dat klagers vermogen onttrokken aan de failliete boedels om daarmee deze advocaten en adviseurs te betalen. Volgens klagers is deze brief intimiderend en bedoeld om klagers de toegang tot de rechter af te snijden. De voorzitter oordeelt de vennootschappen kennelijk niet-ontvankelijk in hun klacht. De klacht wordt voor het overige kennelijk ongegrond geoordeeld nu onvoldoende aannemelijk is dat verweerder als curator met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.461

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is niet in aanmerking gekomen voor de WIA en is tegen die beslissing in bezwaar gegaan, waarbij verweerster als verzekeringsarts klager bij de hoorzitting heeft gezien en beoordeeld. Na het opvragen van aanvullende medische informatie bij een neuroloog en een expertiseverzoek uit te zetten bij een neuropsycholoog, heeft verweerster een medische rapportage opgesteld. Klager verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij 1) een onjuiste, oneerlijke en niet objectieve rapportage heeft opgesteld, en 2) in eerste instantie niet naar de hoorzitting wilde komen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard en afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:113 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-126

    Voorzittersbeslissing. Klagers, waaronder enkele vennootschappen, hebben meerdere curatoren, onder wie verweerder, beklaagd die betrokken zijn geweest bij vele aan hen gelieerde faillissementen. Deze curatoren hebben advocaten en adviseurs van klagers een gezamenlijke brief gestuurd vanwege het vermoeden dat klagers vermogen onttrokken aan de failliete boedels om daarmee deze advocaten en adviseurs te betalen. Volgens klagers is deze brief en ander handelen van verweerder intimiderend en bedoeld om klagers de toegang tot de rechter af te snijden. De voorzitter oordeelt de vennootschappen kennelijk niet-ontvankelijk in hun klacht. De klacht wordt voor het overige kennelijk ongegrond geoordeeld nu onvoldoende aannemelijk is dat verweerder als curator met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:45 Accountantskamer Zwolle 18/2249 Wtra AK

    Voor zover de klacht inhoudt dat de accountant zijn rol als adviseur van klager heeft misbruikt, is de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn. Voor het overige is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:114 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-127

    Voorzittersbeslissing. Klagers, waaronder enkele vennootschappen, hebben verweerder beklaagd vanwege zijn optreden als advocaat van een curator die betrokken is geweest bij aan klagers gelieerde faillissementen. Volgens klagers heeft verweerder tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door een misbruikmelding te doen bij de Raad voor Rechtsbijstand, waarmee gepoogd is klagers de toegang tot de rechter af te snijden. De voorzitter oordeelt de vennootschappen kennelijk niet-ontvankelijk in hun klacht. De klacht wordt voor het overige kennelijk ongegrond geoordeeld nu niet aannemelijk is geworden dat verweerder de grenzen van de hem toekomende ruime vrijheid als advocaat van de wederpartij heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:46 Accountantskamer Zwolle 17/1482 Wtra AK - herstelbeslissing

    Herstelbeslissing

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:115 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-207

    Voorzittersbeslissing. Klacht over optreden advocaat wederpartij in procedure over verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond nu deze - tegenover de gemotiveerde betwisting door verweerder - onvoldoende is onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:116 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-209

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij in een echtscheidings- en aanverwante kortgedingprocedure. De stelling van verweerder in zijn conclusie van antwoord dat klager naar verwachting de ‘gayscene’ gaat opzoeken, is naar het oordeel van de voorzitter niet discriminerend, zoals klager heeft gesteld. De klacht wordt in alle onderdelen kennelijk ongegrond geoordeeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.415

    Klacht tegen psychiater. Klager verblijft sinds het najaar van 2016 in een forensisch psychiatrisch centrum op een afdeling waar verweerster behandelend psychiater is. Ten aanzien van klager zijn in 2016, 2017 en 2018 behandelplannen opgesteld, waarin de classificatie steeds is aangepast. Eerder verblijf klager enige tijd in een penitentiair psychiatrisch centrum, waar ten aanzien van hem een andere diagnose was gesteld. De klacht houdt in dat 1) verweerster een verkeerde diagnose heeft gesteld en deze heeft gecommuniceerd naar de rechtbank, 2) verweerster klager door een verkeerde diagnose onjuist behandelt en laat behandelen, en 3) er sprake is van machtsmisbruik, omdat verweerster medicatie stopzet en andere vormen van chantage toepast en een doofpotbeleid voert. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.497

    Klacht tegen psychiater. Klager verblijft in verband met een TBS-maatregel in een forensisch psychiatrische kliniek, waar verweerder als psychiater werkzaam is. Klager wenste de door hem al jaren gebruikte paroxetine af te bouwen. Verweerder heeft de apotheek een recept gestuurd en in het opmerkingenveld opgetekend dat het om een afbouwschema ging. De apotheek heeft het recept ontvangen en per abuis onjuiste dosering, namelijk opbouwmedicatie, uitgezet. Klager verwijt verweerder dat hij onjuist heeft gehandeld bij de verstrekking van de medicatie paroxetine in juli 2017. Verweerder heeft niet direct adequaat gehandeld nadat klager onjuiste medicatie verstrekt heeft gekregen en het daarna niet goed ging met klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:130 Raad van Discipline Amsterdam 19-329/A/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een voormalig advocaat over verweerster in haar hoedanigheid van lid-advocaat van de raad van discipline Den Haag kennelijk ongegrond. Het tuchtrecht is niet bedoeld om het werk van een (andere) tuchtrechter te beoordelen. Een dergelijke klacht zal om die reden dan ook niet snel gegrond zijn. Dat zou alleen het geval kunnen zijn in zeer in het oog springende gevallen, zoals bij het aannemen van steekpenningen. Daarvan is echter geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:131 Raad van Discipline Amsterdam 19-299/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. De klacht is kennelijk ongegrond. Niet gebleken is dat verweerster ondeugdelijk dan wel frauduleus heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/123

    Klager verwijt de apotheker dat hij in strijd met de Geneesmiddelenwet en in strijd met het advies van de psychiater heeft gehandeld, door meer dan 30 stuks Oxazepam per maand te verstrekken aan klager. De apotheker heeft verweer gevoerd. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:128 Raad van Discipline Amsterdam 19-297/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klaagster, die in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van twee minderjarige kinderen (van 8 en 5) een klacht heeft ingediend over de advocaat van de vader van de kinderen is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.317

    Klacht tegen psychiater. Klager verblijft sinds 2002 in diverse TBS-klinieken. Tijdens zijn verblijf in het verleden in een forensisch psychiatrisch centrum (FPC) heeft klager oogletsel opgelopen, waarvoor hij medisch is behandeld. Verweerder is als psychiater in de functie van directeur behandelzaken werkzaam in het FPC waar klager vervolgens verbleef. Klager verwijt verweerder dat: 1) hem nader oogonderzoek is onthouden, en 2) hem een implantaat tegen hoge bloeddruk is onthouden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:129 Raad van Discipline Amsterdam 19-330/A/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een voormalig advocaat over verweerder in zijn hoedanigheid van lid-advocaat van de raad van discipline Den Haag kennelijk ongegrond. Het tuchtrecht is niet bedoeld om het werk van een (andere) tuchtrechter te beoordelen. Een dergelijke klacht zal om die reden dan ook niet snel gegrond zijn. Dat zou alleen het geval kunnen zijn in zeer in het oog springende gevallen, zoals bij het aannemen van steekpenningen. Daarvan is echter geen sprake.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.099

    Klacht tegen neuroloog. Klaagster verwijt de neuroloog 1. dat zij is tekortgeschoten in de noodzakelijke informatieverstrekking, omdat de neuroloog ervan op de hoogte was dat klaagster lijdt aan een pervasieve ontwikkelingsstoornis, maar dat niet aan klaagster heeft laten weten. Indien klaagster zou hebben geweten dat zij aan die stoornis lijdt dan zou zij zich niet hebben laten opereren, 2. dat de neuroloog geen goede nazorg heeft geleverd; immers klaagster is uit het ziekenhuis ontslagen zonder behandeling door een (neuro)psycholoog, terwijl die behandeling noodzakelijk was in verband met de ernstige emotionele buien van klaagster postoperatief en 3. er ten onrechte geen psychologisch onderzoek heeft plaatsgevonden voorafgaande aan de operatie. Het Centraal Tuchtcollege stelt voorop dat er gedurende een behandeling steeds maar één hoofdbehandelaar is. Gedurende het behandeltraject kan een wisseling van het hoofdbehandelaarschap optreden. De neuroloog is, als hoofdbehandelaar, niet in haar verantwoordelijkheid voor de aan klaagster verstrekte informatie over het mogelijk lijden van klaagster aan een pervasieve ontwikkelingsstoornis tekort geschoten. Daarbij neemt Centraal Tuchtcollege in aanmerking dat het klaagster was die de neuroloog ervan op de hoogte heeft gesteld dat hiernaar na de operatie onderzoek zou worden gedaan, terwijl noch uit de stukken noch uit de behandeling ter zitting voldoende duidelijk is geworden dat op het moment dat dit aan de neuroloog bekend is gemaakt daarbij door klaagster tevens een verband werd gelegd met de besluitvorming over het al dan niet laten plaatsvinden van de operatie. Overigens zou het al dan niet bestaan van de stoornis het medisch oordeel over de beslissing over de operatie niet hebben beïnvloed. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.401

    Klacht tegen gz-psycholoog. In beroep ligt ter beoordeling voor de vragen of de gz-psycholoog op goede gronden heeft afgezien van een NPO ter beoordeling van de geschiktheid van klaagster voor een epilepsie-chirurgische behandeling en of deze beslissing voldoende is gedocumenteerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de gz-psycholoog de maatregel van berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat voor het al dan niet verrichten van een nieuw NPO ten behoeve van de beoordeling van operatief ingrijpen geen richtlijnen bestaan. Met het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat uit de verslaglegging van de gz-psycholoog op geen enkele wijze blijkt of en zo ja, op welke wijze, hij in de tussenliggende periode door klaagster opgelopen hersenletsel in zijn beoordeling het NPO niet te herhalen, heeft betrokken. Evenmin is op grond van het dossier aannemelijk geworden dat is afgezien van het NPO, omdat dit voor klaagster te belastend zou zijn. Hierdoor is voor het Centraal Tuchtcollege niet toetsbaarof de gz-psycholoog op voldoende verdedigbare gronden heeft afgezien van het uitvoeren van een nieuw NPO. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de gz-psycholoog.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/008

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt verweerder (o.a.) dat hij niet onpartijdig heeft gehandeld, geen medewerking heeft verleend aan de door klaagster aangevraagde second opinion en nimmer voor klaagster bereikbaar is geweest. Klacht gegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-001

    Gegronde klacht tegen een chirurg. De chirurg heeft klaagster ten onrechte vooraf niet geïnformeerd over de mogelijke behandelingsoptie van bestraling naast de okselklierdissectie en haar daarvoor desgewenst niet verwezen naar een andere behandelaar. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:44 Accountantskamer Zwolle 17/2371, 17/2372, 17/2373 Wtra AK

    Betrokkenen maken/maakten deel uit van het NBA-bestuur. Hen wordt verweten dat ze –kort samengevat- te zeer de belangen van de OOB-kantoren binnen het bestuur hebben nagestreefd en te weinig oog hebben gehad voor de belangen van de MKB-kantoren. Voor zover een dergelijke klacht al onder het bereik van het tuchtrecht ex art. 42 Wab zou vallen, is de klacht ongegrond. In de klacht wordt niet geconcretiseerd noch onderbouwd voor welke individuele bijdragen van betrokkenen zij persoonlijk verantwoordelijk worden gehouden.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-328a

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Onder de omstandigheden is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de chirurg niet voor de operatie de echtgenoot van klaagster in kennis heeft gesteld dat de operatie door de arts-assistent zou worden verricht. Niet gebleken dat de arts-assistent niet voldoende ervaring en deskundigheid had om de operatie te verrichten. Uit de feitelijke beschrijving in het operatieverslag blijkt dat de Critical View of Safety is bereikt. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-328b

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. De chirurg was destijds arts-assistent. Onvoldoende aanwijzingen dat de chirurg zich niet heeft voorgesteld als de operateur, zoals door haar te doen gebruikelijk. Niet gebleken dat de zij niet voldoende ervaring en deskundigheid had om de operatie te verrichten. Uit de feitelijke beschrijving in het operatieverslag blijkt dat de Critical View of Safety is bereikt. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-002b

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft klager uitgenodigd om bij aanhoudende of toenemende klachten het spreekuur te bezoeken, toen klager belde met de vraag of het PSA-gehalte moest worden onderzocht. Dit is in lijn met de NHG richtlijn ‘Mictieklachten bij mannen’. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-283

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. Niet gebleken dat klaagster voorafgaand aan het geven van de toestemming voor de gastric bypass niet voldoende zou zijn geïnformeerd. Ook komt niet vast te staan dat de chirurg klaagster onder druk heeft gezet om toe te stemmen met de gastric bypass in plaats van de sleeve gastrectomie. Evenmin dat de chirurg zijn verantwoordelijkheid als hoofdbehandelaar niet is blijven nemen. Uit het medisch dossier blijkt van voldoende betrokkenheid bij het lot van klaagster. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-335

    Deels gegronde klacht tegen een cardioloog. De cardioloog had na constatering van de verlengde QT-tijd op het ECG in het kader van intercollegiaal advies moeten zorgen dat de opvolging hiervan geborgd was. Dit had hij kunnen doen door klaagster een afspraak te laten maken of door dat voor haar te doen. De belangen van de familieleden van klaagster in de eerste of tweede graad hadden pas aan de orde kunnen komen indien bij nader onderzoek was gebleken van een genetische afwijking. Ondanks dat de cardioloog onderhavige kwestie na indiening van deze tuchtklacht onder de aandacht bracht bij de Raad van Bestuur, had het wel in de rede gelegen dat de cardioloog zich hierin actiever had getoond, echter levert dit geen tuchtrechtelijk verwijt op. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-002a

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Door overleg te hebben met een uroloog naar aanleiding van de klachten die klager aangaf en dit overleg terug te koppelen naar klager, heeft de huisarts juist gehandeld. Door klager bij het tweede (telefonisch) contact medicatie voor te schrijven en hem te adviseren een afspraak te maken voor het spreekuur, heeft de huisarts conform de NHG richtlijn ‘Mictieklachten bij mannen’ gehandeld. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 272/2018

    Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk. Bijzondere omstandigheden waardoor klaagster geachte wordt niet de veronderstelde wil van de overledene te vertegenwoordigen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/514

    Klaagster verwijt de arts dat hij zich bij het verstrekken van informatie aan de verzekeringsarts niet beperkt heeft tot relevante, feitelijke informatie en zich niet beperkt heeft tot het beantwoorden van de feitelijke vraagstelling. Daarnaast wordt de arts verweten dat de verstrekte informatie onjuistheden bevat. De arts heeft verweer gevoerd. Klacht is kennelijk ongegrond verklaard. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 274/2018

    Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk. Bijzondere omstandigheden waardoor klaagster geachte wordt niet de veronderstelde wil van de overledene te vertegenwoordigen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 287/2018

    Klacht tegen verpleegkundige kennelijk ongegrond. Verweerder heeft gehandeld binnen de grenzen van een redelijk bekwaam beroepsbeoefenaar. De door de instelling en verweerder gestelde voorwaarden en behandelplan zijn in overleg met de reclassering opgesteld. Er is geen sprake geweest van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Het bespreekbaar maken van de eventuele gevolgen van het indienen van een tuchtklacht niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 358/2018

    Klacht tegen verpleegkundige kennelijk ongegrond. Verweerder en de psycholoog vonden het aanleren van probleem oplossende vaardigheden van groot belang voor de behandeling van klager. Klager wenste het opgestelde behandelplan niet te ondertekenen. Klager heeft vervolgens wederom meerdere e-mailberichten gestuurd nu met een aankondiging van een tegen verweerder geformuleerde tuchtklacht. Verweerder heeft, na overleg met de behandelend psycholoog, geen vertrouwen in een succesvolle behandeling. Er is derhalve geen behandelingsovereenkomst tot stand gekomen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 288/2018

    Klacht tegen verpleegkundige kennelijk ongegrond. Verweerder heeft gehandeld binnen de grenzen van een redelijk bekwaam beroepsbeoefenaar. De door de instelling en verweerder gestelde voorwaarden en behandelplan zijn in overleg met de reclassering opgesteld. Er is geen sprake geweest van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Het bespreekbaar maken van de eventuele gevolgen van het indienen van een tuchtklacht niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 197/2018

    Cystenieren gevoerd expectatief beleid conform richtlijn.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 286/2018

    Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Verweerder heeft werkdiagnose gesteld conform eerder gestelde diagnoses in dossier. Nader onderzoek was nodig. Behandelplan is zorgvuldig opgesteld en door klager ondertekend. Niet gebleken is dat er delen uit het medisch dossier van klager zijn verwijderd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 271/2018

    Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk. Bijzondere omstandigheden waardoor klaagster geachte wordt niet de veronderstelde wil van de overledene te vertegenwoordigen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:123 Raad van Discipline Amsterdam 18-996/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:98 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-060 DB/ZWB

    Niet gebleken dat de declaratie te hoog is, noch dat verweerster klager slecht heeft geadviseerd over het verkrijgen van processtukken van de vorige advocaat van klager. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 305/2018

    Verweerder wordt verweten dat hij in 2010 het advies van de psychiater van het AMC en van de arts-assistent psychiater niet heeft opgevolgd en dat hij geen andere anti-psychotica heeft voorgeschreven. Verweerder heeft zich voldoende ingespannen om klager in behandeling te krijgen bij een psychiater. Het is niet aan de huisarts maar aan de psychiater om anti-psychotica, bij een complex psychiatrisch beeld zoals bij klager het geval is, voor te schrijven. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:124 Raad van Discipline Amsterdam 19-034/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 245/2018

    Verweerster wordt verweten ten onrechte niet te hebben doorverwezen naar een andere beroepsbeoefenaar, onvoldoende informatie te hebben gegeven, de verkeerde diagnose te hebben gesteld en dat zij onjuist behandeld heeft. Verweerster heeft zorgvuldig gehandeld. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:125 Raad van Discipline Amsterdam 19-283/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk. Klager was het eens met de inhoud van het concept-verzoekschrift tot echtscheiding. Voor zover hij daar later van is teruggekomen had het op zijn weg gelegen om hiertegen in de civiele procedure verweer te voeren. Dat heeft hij niet gedaan. Voorts verzet geen norm zich ertegen dat een advocaat zijn cliënt deelgenoot maakt van een door de wederpartij ingediende tuchtklacht. Klager heeft geen belang bij de kosten die verweerster bij haar cliënte in rekening brengt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 323/2018

    Klacht tegen neuroloog ongegrond. Het aanvaarden van het hoofdbehandelaarschap van een op de SEH binnen gekomen patiënte was, gelet op het feit dat een neurologische oorzaak voor de toestand van patiënte onwaarschijnlijk was, geen verstandige keuze. Verweerder kan daarvan echter geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Hij heeft naar het oordeel van het college vervolgens alles gedaan wat van hem mocht worden verwacht en hij heeft de deskundigheid van andere specialisten ingeroepen voor zover dat nodig was.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/078

    Klager verwijt verweerder dat hij onvoldoende is geïnformeerd en onjuist is behandeld. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:126 Raad van Discipline Amsterdam 19-282/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. De klacht is kennelijk ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder heeft geïntimideerd en gedreigd en dat daarom klaagster de toegang tot het recht wordt ontnomen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 346-2018

    klager is gezien door een sociaal geneeskundige die werkzaam was voor het bureau waar verweerder de directeur van is. De sociaal geneeskundige heeft een rapport opgesteld en naar de gemeente gestuurd. Klager stelt dat verweerder er verantwoordelijk voor is dat het beroepsgeheim is geschonden doordat er medische gegevens over hem aan de gemeente zijn verstrekt. Het college oordeelt dat de verantwoordelijkheid voor het opstellen en versturen van het rapport bij de sociaal geneeskundige lag en dat niet is gebleken van enig persoonlijk tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder.