Zoekresultaten 18351-18400 van de 48142 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2019:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/134
- Datum publicatie: 09-07-2019
- Datum uitspraak: 09-07-2019
- ECLI:NL:TGZRGRO:2019:36
Klacht tegen een neuroloog. Verweerder heeft klager meermalen gezien als behandelend arts nadat klager een CVA had gehad. Klager stelt dat er onjuiste diagnoses zijn gesteld en dat zijn medische klachten niet serieus zijn genomen dan wel verkeerd zijn behandeld. De klacht is in al zijn onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:134 Raad van Discipline Amsterdam 19-018/A/A
- Datum publicatie: 09-07-2019
- Datum uitspraak: 04-07-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:134
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2019:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/141
- Datum publicatie: 09-07-2019
- Datum uitspraak: 09-07-2019
- ECLI:NL:TGZRGRO:2019:43
Klacht tegen revalidatiearts. Als revalidatiearts was verweerster als consulent bij de behandeling van klager betrokken. Verweerster heeft klager meermaals gezien als revalidatiearts. Klager stelt dat verweerster geen kennis heeft genomen van zijn medische voorgeschiedenis, dat uit is gegaan van een onjuiste diagnose, dat zijn klachten niet serieus zijn genomen en dat verweerster hem in zijn verzoeken niet serieus heeft genomen. De klacht is in al zijn onderdelen ongegrond en wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2019:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/135
- Datum publicatie: 09-07-2019
- Datum uitspraak: 09-07-2019
- ECLI:NL:TGZRGRO:2019:37
Klacht tegen een neuroloog. Verweerder heeft klager meermalen gezien als behandelend arts nadat klager een CVA had gehad. Klager stelt dat er onjuiste diagnoses zijn gesteld en dat zijn medische klachten niet serieus zijn genomen dan wel verkeerd zijn behandeld. De klacht is in al zijn onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:135 Raad van Discipline Amsterdam 18-1031/A/A, 18-1032/A/A
- Datum publicatie: 09-07-2019
- Datum uitspraak: 04-07-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:135
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:48 Accountantskamer Zwolle 14/3085 Wtra AK
- Datum publicatie: 08-07-2019
- Datum uitspraak: 08-07-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:48
Betrokkene heeft niet voldoende en geschikte controle-informatie verkregen ter onderbouwing van zijn verklaringen met name ten aanzien van de post “Nog te verrekenen inzake geleverde elektra en gas” en ten aanzien van de werking van de administratieve organisatie. Daarnaast heeft betrokkene de controle met een onvoldoende professioneel-kritische instelling uitgevoerd en afgerond. De Accountantskamer rekent betrokkene in dat kader aan dat hij duidelijke signalen van een gebrek aan integriteit van het bestuur niet nader onderzocht heeft, behoudens door zich te verstaan met dat bestuur. Onbegrijpelijk is het dat betrokkene, nadat het boetebesluit van de NMA in december 2011 bekend was geworden, vanwege het daaruit af te leiden gebrek aan integriteit van het bestuur geen, althans onvoldoende aanvullende controlemaatregelen heeft ingezet om met een verscherpte professioneel-kritische blik te beoordelen welke gevolgen hij daaraan zou moeten verbinden. Dit geldt in nog sterkere mate voor de controle van de jaarrekening van de moedermaatschappij omdat betrokkene toen ook op de hoogte was van de weigering van de aandeelhouders om de jaarrekening van de dochter vast te stellen en het bestuur decharge te verlenen, een onderzoek door Deloitte naar de jaarrekening van de dochter en een aanhangig gemaakte enqueteprocedure. In het voordeel van betrokkene wordt meegewogen dat hij uitzonderlijk lang op de beslissing van de Accountantskamer heeft moeten wachten, en dat hij zich vrijwillig als extern accountant uit het AFM-register heeft doen uitschrijven. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:49 Accountantskamer Zwolle 18/2053 Wtra AK
- Datum publicatie: 08-07-2019
- Datum uitspraak: 08-07-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:49
De Accountantskamer wijst het verzoek tot benoeming van een deskundige (art. 37 Wtra) af. Een rapportage van een deskundige is niet noodzakelijk om tot een oordeel te komen over de voorliggende klacht. In het tuchtrecht gaat het bovendien om het belang van een goede beroepsuitoefening door accountants. Het actief beëindigen van een conflict tussen partijen dient als zodanig geen tuchtrechtelijk doel en gaat dan ook de bevoegdheid van de Accountantskamer te buiten. Ook gaat het algemeen stelling nemen in een maatschappelijk debat het bestek van de tuchtrechtprocedure te buiten. Aan betrokkene is een opdracht gegeven om een juridische fusie te onderzoeken en daarover te rapporteren (art. 2:328 BW). Betrokkene heeft de opdracht geaccepteerd in de wetenschap dat hij geen ervaring had met complexe vraagstukken waarvan hier sprake was en heeft bij de opdrachtaanvaarding meerdere formele regels niet nageleefd. Verder is hij zich onvoldoende bewust geweest van mogelijke bedreigingen van het zich houden aan de fundamentele beginselen als gevolg van het ontstane en steeds hoger oplopende familieconflict. Bij de uitvoering van de opdracht is betrokkene teveel afgegaan op de informatieverstrekking door derden in plaats van zelf onderzoek te doen. Verder heeft betrokkene onvoldoende werkzaamheden verricht en op onzorgvuldige wijze gerapporteerd. Gelet op de grote financiële - en andere - belangen van de bij de herstructurering betrokken partijen wordt dit betrokkene aangerekend. Met de hiervoor omschreven gedragingen heeft betrokkene gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en met het conceptueel raamwerk als bedoeld in artikel 21 VGBA. Maatregel: tijdelijke doorhaling van één maand. Daarbij is meegewogen dat betrokkene op de zitting te kennen heeft gegeven dat hij heeft besloten niet langer assurance-opdrachten te zullen aanvaarden en verder dat aan hem niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:50 Accountantskamer Zwolle 18/738 Wtra AK
- Datum publicatie: 08-07-2019
- Datum uitspraak: 08-07-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:50
Betrokkene is door de strafrechter veroordeeld vanwege (kort gezegd) het valselijk opmaken van goedkeurende controleverklaringen. Hij is tegen het vonnis van de strafrechter in hoger beroep gegaan. Tuchtrecht en strafrecht kunnen naast elkaar worden ingezet, omdat het gaat om verschillende normschendingen en het tucht- en het strafrecht verschillende doelen dienen. Er is daarom geen grond voor aanhouding van de tuchtprocedure totdat in de strafzaak onherroepelijk is beslist. Dat betrokkene zich niet vrij voelt om in de tuchtprocedure inhoudelijk verweer te voeren, leidt niet tot een ander oordeel. De omstandigheid dat klager (het OM) bij de onderhavige strafprocedure mogelijk ook een belang heeft dat niet samenvalt met de doelstelling van de tuchtrechtspraak, betekent op zichzelf en zonder meer nog niet dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Voldoende aannemelijk is geworden dat betrokkene onvoldoende en ongeschikte controle-informatie heeft verkregen bij de controle van een aantal posten in de jaarrekeningen (waaronder de bezoldiging van de bestuurder). Daardoor heeft hij geen deugdelijke grondslag verkregen voor de afgegeven controleverklaringen. De door klager aangevoerde omstandigheden (onder meer een omvangrijke en structurele geldstroom zonder dat daar facturen of schriftelijke contractuele verplichtingen tegenover stonden; een lening aan de bestuurder en een lening aan een andere entiteit waarvoor geen zekerheden zijn gesteld en waarop, hoewel dat wel was afgesproken, nooit is afgelost) vormen subjectieve indicatoren, waarin betrokkene aanwijzingen had moeten zien voor ongebruikelijke transacties zoals bedoeld in de Wwft. Voldoende aannemelijk is dat betrokkene een aandeel heeft gehad in het achteraf aanvullen van notulen van een vergadering van de Raad van Toezicht van de entiteit, zonder dat hij zich ervan vergewist heeft dat de onderwerpen die hij aandraagt, daadwerkelijk zijn besproken en dat daarover beslissingen zijn genomen. Daardoor heeft betrokkene meegewerkt aan het tot stand komen van onjuiste of onvolledige gegevens. Definitieve doorhaling voor drie jaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/028 en 2019/172
- Datum publicatie: 08-07-2019
- Datum uitspraak: 08-07-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:130
19/028: Klager verwijt verweerder dat hij in zijn eindrapportage (psychiatrische expertise) niet is ingegaan op 1) geformuleerde correcties naar aanleiding van de conceptrapportage en 2) ingeleverde reacties van behandelaren. Klager meent dat de rapportage van verweerder op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen, nu hij niet heeft gehandeld conform de geldende richtlijnen 19/172: Klager verwijt verweerder dat hij contact heeft gehad met de aansprakelijke verzekeraar in de letselschadezaak en dat hij zaken verzint om klager bij deze verzekeraar onderuit te halen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:109 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-051/DB/ZWB
- Datum publicatie: 05-07-2019
- Datum uitspraak: 01-07-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:109
Advocaat heeft klaagster niet geïnformeerd over de mogelijke rechtsingangen en de financiële consequenties daarvan. Advocaat heeft onvoldoende overleg gevoerd over de aanpak van de zaak en heeft niet gereageerd op de reactie van klaagster op de conceptdagvaarding. Ook toen heeft de advocaat nagelaten duidelijkheid te scheppen en aan klaagster kenbaar te maken welke keuze hij voorstond en welke redenen daaraan ten grondslag lagen. Advocaat behoort een vonnis met de cliënt te bespreken en de cliënt te adviseren over de kansen in hoger beroep. Gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:108 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/650402 / DW RK 18/351
- Datum publicatie: 05-07-2019
- Datum uitspraak: 29-03-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:108
Beslissing op verzet. De gronden van het verzet zijn niet aangeleverd en is derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:110 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-049/DB/ZWB
- Datum publicatie: 05-07-2019
- Datum uitspraak: 01-07-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:110
Advocaat heeft door klagers niet te wijzen op de termijn waarbinnen stukken ingediend dienden te worden en vervolgens de klagers overgelegde stukken te laat in te dienen, zonder klagers op het risico daarvan te wijzen, niet gehandeld zoals van een behoorlijk advocaat verwacht mag worden. Advocaat heeft bij akte een stuk van de cliënt van 11 pagina’s integraal ingediend en daarmee gehandeld in strijd met het procesreglement en in de wet vastgelegde regelgeving, zodat de rechter dit stuk buiten beschouwing heeft gelaten. Van een behoorlijk handelend advocaat mag worden verwacht dat hij een voor zijn cliënt negatief uitgevallen gerechtelijke uitspraak met zijn cliënt bespreekt, alsmede de juridische (on)mogelijkheden daarna, en vervolgens met een op de zaak betrekking hebbend advies komt. Advocaat heeft aansprakelijkstelling niet direct doorgeleid aan zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. Gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/287x
- Datum publicatie: 05-07-2019
- Datum uitspraak: 05-07-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:127
Klager dient opnieuw een klacht in tegen een bedrijfsarts, waarin hij haar o.a. verwijt haar privacy geschonden te hebben door bij het opvragen van medische informatie bij een specialist niet alleen zijn BSN-nummer te hebben doorgegeven, maar ook zijn adresgegevens en dat zij een verkeerde CAS-code heeft gebruikt en bij haar werkzaamheden is uitgegaan van onjuiste richtlijnen. Verweerster voert verweer. Naar het oordeel van het college is klager ten aanzien van enkele klachten niet ontvankelijk en wijst de overige klachten als kennelijk ongegrond af.
-
ECLI:NL:TSCTS:2019:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2019-03 (2018.V13-Thamesborg)
- Datum publicatie: 05-07-2019
- Datum uitspraak: 05-07-2019
- ECLI:NL:TSCTS:2019:3
Op vrijdag 16 maart 2018 voer het geladen en onder Nederlandse vlag varende schip Thamesborg in ijs konvooi in de Baltische Zee. Het konvooi bestond uit de Zweedse ijsbreker “Ymer”, het onder Cyprus vlag varende vrachtschip “Mario L” en daarachter als laatste de Thamesborg. Rond 15:00 LT werd het ijs dikker en, na een eerste vaartvermindering van de Mario L, kwam dit schip vast te zitten in het ijs. Ondanks pogingen vanaf de Thamesborg om tijdig te stoppen en/of uit te wijken, vond er een aanvaring plaats tussen de Thamesborg en de Mario L. De aanvaring gebeurde met weinig vaart, maar toch verloor de Mario L haar “free fall lifeboat” en liep de Thamesborg boven de waterlijn een klein scheurtje op. Niemand raakte gewond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/531
- Datum publicatie: 05-07-2019
- Datum uitspraak: 05-07-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:121
Klaagster dient een klacht in tegen de behandelaar van haar ex-partner, een psychotherapeut, met onder andere het verwijt dat hij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling heeft genegeerd en de meldcode niet zou hebben toegepast, haar ex-partner een onjuist behandeladvies zou hebben gegeven en ten onrechte haar privacy zou hebben geschonden. Klaagster is in het merendeel van haar klachten, die zien op de behandeling van haar ex-partner door verweerder, niet ontvankelijk omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 lid 1 sub a Wet BIG. Ten aanzien van de klachten die zien op klaagster zelf oordeelt het college dat zij wel kan worden ontvangen in haar klachten, maar wijst die af als kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 292/2018
- Datum publicatie: 04-07-2019
- Datum uitspraak: 04-07-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:96
Raadkamerbeslissing. Het verwijt dat verweerder (cardioloog) zijn patiënte bewust heeft laten uitdrogen, treft geen doel. De door verweerder gegeven behandeling acht het college passend en adequaat, waarbij door verweerder ook op juiste wijze is gereageerd op de geconstateerde intravasale ondervulling bij patiënte. Ook is niet gebleken dat verweerder de patiënte tijdens de opname in het ziekenhuis morfine heeft toegediend of dat was begonnen met palliatieve sedatie. Klacht is kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.391
- Datum publicatie: 04-07-2019
- Datum uitspraak: 04-07-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:182
Klacht tegen arts, werkzaam als bedrijfsarts bij een Arbo-dienst. Klaagster verwijt de arts dat zijn handelwijze bij de beoordeling van haar geschiktheid tot het verrichten van arbeid onjuist is geweest. Zij stelt onder meer dat de arts zich niet aan afspraken heeft gehouden, het consultatieverslag wel naar de werkgever heeft gezonden, maar niet naar klaagster, hij willens en wetens informatie van andere artsen buiten beschouwing heeft gelaten, met zijn advisering klaagster heeft benadeeld, zonder toestemming medische informatie naar de werkgever heeft gezonden en zich ten onrechte uitgeeft voor bedrijfsarts. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt de arts een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de arts hiertegen en legt met eenparigheid van stemmen aan de arts een zwaardere maatregel, te weten een berisping, op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.392
- Datum publicatie: 04-07-2019
- Datum uitspraak: 04-07-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:183
Klacht tegen bedrijfsarts, werkzaam bij een Arbo-dienst. De bedrijfsarts was de supervisor van de arts, niet zijnde een bedrijfsarts, die klaagster op zijn spreekuur heeft gezien. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onder meer dat hij de conclusie van de arts omtrent klaagsters arbeidsongeschiktheid heeft onderschreven zonder zich te vergewissen van de juistheid van deze conclusie. Het Regionaal Tuchtcollege komt tot het oordeel dat de bedrijfsarts de arts onvoldoende heeft gesuperviseerd, verklaart dit klachtonderdeel gegrond en legt de bedrijfsarts een berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep tegen dat oordeel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.500
- Datum publicatie: 04-07-2019
- Datum uitspraak: 04-07-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:184
De aangeklaagde psychiater heeft van de rechtbank – op verzoek van klager – de opdracht gekregen een voorlopig deskundigenbericht op te stellen in het kader van een civiel geding tussen klager en zijn vroegere psychiater. De aangeklaagde psychiater heeft klager onderzocht en het procesdossier bestudeerd. Vervolgens heeft hij een conceptrapport opgesteld. Uiteindelijk heeft hij de opdracht aan de rechtbank teruggegeven. De klacht houdt in dat de psychiater: 1. ten aanzien van het opstellen van het rapport onzorgvuldig heeft gehandeld; 2. tijdens het onderzoekgesprek in zijn bejegening niet binnen de professionele grenzen is gebleven, door klager onder meer uit te lachen, te beledigen en te discrimineren, en ook ten aanzien van de manier waarop klager werd ontvangen en de inrichting van de praktijkruimte van verweerder. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk ten aanzien van het 1e klachtonderdeel en wijst de klacht voor het overige (2e klachtonderdeel) af. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing voor wat betreft het eerste klachtonderdeel, verklaart klager alsnog ontvankelijk, verklaart het eerste klachtonderdeel ongegrond en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:132 Raad van Discipline Amsterdam 19-310/A/NH
- Datum publicatie: 04-07-2019
- Datum uitspraak: 01-07-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:132
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Klager heeft onder meer onvoldoende onderbouwd dat verweerster hem niet althans onvoldoende heeft geïnformeerd. Ook heeft hij onvoldoende onderbouwd dat verweerster niet heeft gepleit en alleen maar aan haar eigen beloning heeft gedacht.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2019:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 657327/NT 18-58
- Datum publicatie: 04-07-2019
- Datum uitspraak: 25-06-2019
- ECLI:NL:TNORAMS:2019:10
Klagers verwijten de notaris (onder meer) dat zij de executieveiling onzorgvuldig heeft voorbereid en bij het opstellen van de veilingvoorwaarden geen rekening heeft gehouden met de belangen van klagers. De kamer is van oordeel dat de notaris haar oren heeft laten hangen naar de wensen en opvattingen van de hypotheekhouder en dat zij zich in haar opstelling onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de mogelijkheid dat die hypotheekhouder zich door andere aspiraties dan maximalisatie van de verkoopopbrengst heeft laten leiden. Een veilingnotaris treedt op als regisseur in de executieprocedure en dient zich op grond van artikel 17 lid 1 Wna onpartijdig op te stellen jegens alle bij de executie betrokkenen, zoals in dit geval ook klagers. Dat heeft de notaris in onvoldoende mate gedaan. De kamer is van oordeel dat de notaris door haar hiervoor geschetste handelwijze niet heeft gehandeld zoals een zorgvuldig notaris betaamt en de belangen van klagers ernstig heeft veronachtzaamd. Daarmee heeft de notaris het vertrouwen in het notariaat schade toegebracht. Gelet op de ernst van de klachten acht de kamer de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van drie weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.460
- Datum publicatie: 04-07-2019
- Datum uitspraak: 02-07-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:179
Klager verwijt verweerder, bedrijfsarts, dat hij 1) niet bemiddelde in het conflict tussen klager en zijn werkgever, terwijl voor verweerder wel helder was wat het probleem was, 2) de benadering van klagers leidinggevenden en de beleidskeuze niet als een belemmerende factor wilde benoemen in de FML, maar het te vervatten onder “betrokkene kan geen conflicten hanteren”, 3) in het deskundigenoordeel van UWV expliciet heeft laten opnemen dat klager dat klager bij het derde consult na vijf minuten is opgestapt zonder melding te maken van de rest van het proces, waardoor verweerder bewust heeft gepoogd een onjuist beeld van klager op te roepen dat klager niet meewerkt aan zijn re-integratie, hetgeen schade heeft veroorzaakt aan klagers reputatie en gezondheid, en 4) aan de arbeidsdeskundige heeft aangegeven dat bij klagers inzetbaarheid en plaatsing geen rekening behoeft te worden gehouden met klagers cognitief niveau. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 3 gegrond verklaard, de arts ter zake daarvan de maatregel van waarschuwing opgelegd, en de klacht voor het overige afgewezen, respectievelijk bepaald dat de behandeling van klachtonderdeel 1 wordt gestaakt. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege wijst af het verzoek van klager tot aanhouding van de behandeling van de zaak teneinde een getuige te doen oproepen, en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2019:11 Kamer voor het notariaat Amsterdam 656549/NT 18-52
- Datum publicatie: 04-07-2019
- Datum uitspraak: 25-06-2019
- ECLI:NL:TNORAMS:2019:11
Het niet tijdig passeren van de splitsings- en leveringsakte is niet toe te rekenen aan de notaris; de vertraging is door toedoen van klager c.s. zelf ontstaan. De zorgplicht van een notaris gaat niet zo ver dat hij een voorbehoud in een overeenkomst moet opnemen waar dat niet tussen partijen is overeengekomen, zeker niet waar dat voorbehoud niet nodig blijkt te zijn en de nadien bij klager ontstane twijfel over de noodzaak van een vergunning (onder meer) is terug te voeren op onjuiste veronderstellingen van klager zelf. Klacht ongegrond. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht over de declaratie van de notaris.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.462
- Datum publicatie: 04-07-2019
- Datum uitspraak: 02-07-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:180
Klager is in 2017 uitgevallen voor zijn werk omdat hij overspannen was. Gedurende zijn re-integratietraject is klager verschillende keren door verweerder – tot 2014 in het BIG-register geregistreerd als bedrijfsarts, nadien als arts – op het spreekuur gezien. Verweerder heeft van de spreekuurcontacten met klager rapportages gemaakt en deze aanvankelijk telkens per mail tegelijkertijd aan de werkgever van klager en aan klager zelf gezonden. De klacht houdt in dat verweerder zonder toestemming van klager medische informatie over klager aan diens werkgever heeft doorgegeven. Daarnaast klaagt klager over het feit dat verweerder ten tijde van de spreekuurcontacten niet als bedrijfsarts stond ingeschreven in het BIG-register, terwijl hij zich wel als bedrijfsarts voordeed. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachtonderdelen gegrond verklaard en de arts ter zake daarvan de maatregel van berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door de arts ingestelde beroep tegen die beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 291/2018
- Datum publicatie: 04-07-2019
- Datum uitspraak: 04-07-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:95
Raadkamerbeslissing. Het verwijt dat verweerster (cardioloog) haar patiënte, die aan hartfalen leed, bewust heeft laten uitdrogen, treft geen doel. Tijdens de behandeling door verweerster vertoonde de patiënte geen tekenen van uitdroging. Ook is niet gebleken dat verweerster de patiënte tijdens de opname in het ziekenhuis morfine heeft toegediend of dat was begonnen met palliatieve sedatie. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.349
- Datum publicatie: 04-07-2019
- Datum uitspraak: 04-07-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:181
Klacht tegen tandarts. Verweerster heeft in een periode van ca. 2,5 maand bij klaagster kronen verwijderd, elementen geëxtraheerd, wortelkanaalbehandelingen uitgevoerd, kronen en bruggen geplaatst. De laatste brug is door een collega van verweerster geplaatst omdat verweerster toen niet meer in de praktijk werkzaam was. Klaagster maakt verweerster met betrekking tot deze behandelingen een vijftal verwijten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:100 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-1039 DB/ZWB
- Datum publicatie: 03-07-2019
- Datum uitspraak: 17-06-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:100
Van een polariserende aanpak, onnodige procedures en het bewust verkondigen van onwaarheden is niet gebleken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:107 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-136/DB/OB
- Datum publicatie: 03-07-2019
- Datum uitspraak: 01-07-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:107
Advocaat heeft een bindend adviesclausule in de overeenkomst tussen zijn cliënt en diens wederpartij over het hoofd gezien en in strijd daarmee een procedure bij de rechtbank aanhangig gemaakt, welke procedure tot niet ontvankelijkheid heeft geleid, ten gevolge waarvan klaagster schade heeft geleden. Van een redelijk handelend advocaat mag worden verwacht dat deze een verkeerd gekozen rechtsingang en de gevolgen daarvan direct na de constatering daarvan met zijn cliënt bespreekt. Advocaat heeft hiermee gewacht tot hierover een klacht werd ingediend en heeft bovendien zijn cliënt niet naar een onafhankelijk advocaat verwezen voor een oordeel over de door hem gemaakte beroepsfout. Klacht gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:101 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-048/DB/ZWB
- Datum publicatie: 03-07-2019
- Datum uitspraak: 01-07-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:101
Advocaat heeft klaagster niet bericht dat het verzoek om uitstel van de zitting wegens zijn verhindering was afgewezen en heeft zich zonder overleg met klaagster door zijn kantoorgenote laten vervangen. Van de advocaat had, toen het hem niet lukte klaagster telefonisch te bereiken, mogen worden verwacht dat hij klaagster op een andere wijze had geïnformeerd. Advocaat heeft klaagster, toen bleek dat klaagster ter zitting niet was verschenen, niet op de hoogte gesteld, dat de zitting zonder haar had plaatsgevonden, noch haar over het verloop van de zitting geïnformeerd Gegrond, berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:108 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-133/DB/LI
- Datum publicatie: 03-07-2019
- Datum uitspraak: 01-07-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:108
Weliswaar mag van een advocaat verwacht worden dat hij het standpunt van zijn cliënt verwoordt, maar het is de taak van de advocaat om te beoordelen met welke aanpak van de zaak het belang van zijn cliënt het beste is ingediend. Het is begrijpelijk dat verweerster naar haar mening nodeloos grievende uitlatingen jegens derden niet in haar conclusie van antwoord heeft willen opnemen. Klager is in de PI drie maal door een juridisch medewerker van het kantoor van de advocaat bezocht. Niet gebleken dat klager hiertegen bezwaren heeft geuit. Geen sprake van onvoldoende communicatie door de advocaat. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-234/DB/LI
- Datum publicatie: 03-07-2019
- Datum uitspraak: 24-06-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:102
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:103 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-084/DB/ZWB
- Datum publicatie: 03-07-2019
- Datum uitspraak: 01-07-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:103
Advocaat heeft, door ervan uit te gaan dat de zaak duidelijk was voor klaagster en dat het op de weg van klaagster lag om zich tot haar te wenden indien zij een voorbereidend gesprek wenste, niet gehandeld zoals van een behoorlijk handelend advocaat verwacht mocht worden. De stelling van de advocaat dat, als zij niet naar de zitting was gegaan, klaagster helemaal geen procesvertegenwoordiging had gehad, is onder de omstandigheden van het geval ongepast. Gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:104 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-052/DB/ZWB
- Datum publicatie: 03-07-2019
- Datum uitspraak: 01-07-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:104
Advocaat heeft in de dagvaarding wel juridische gronden aangevoerd en verwezen naar de bijgevoegde producties. Niet ongebruikelijk dat in een kort geding procedure later ingediende producties ter zitting worden toegelicht. Advocaat heeft zich in overleg met de cliënt doen vervangen door een kantoorgenoot. Het is weliswaar onzorgvuldig dat de advocaat heeft verzuimd bij de rechtbank ingediende stukken aan de wederpartij toe te zenden, maar nu niet aannemelijk is gemaakt dat deze stukken essentieel waren en ook anderszins niet is gebleken dat klagers in hun belangen zijn geschaad niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Begrijpelijk dat advocaat wegens het bevoegdheidsrisico heeft gekozen voor de hoofdregel en de zaak heeft aangebracht bij de rechtbank van de vestigingsplaats van de wederpartij. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:105 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-137/DB/OB
- Datum publicatie: 03-07-2019
- Datum uitspraak: 01-07-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:105
Advocaat had cliënt uitdrukkelijk en schriftelijk moeten wijzen op de verschillende uitkomsten van toedeling van de woning of verkoop daarvan voor het al dan niet intrekken van de toevoeging. Ook indien een toevoeging is verstrekt mag van de advocaat worden verlangd dat hij de cliënt eigener beweging periodiek schriftelijk een urenspecificatie en kostenopgave verstrekt. Klacht gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/347
- Datum publicatie: 03-07-2019
- Datum uitspraak: 03-07-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:120
De klacht betreft de behandeling van de vader van klager (patiënt). Klager verwijt de hoofdbehandelaar van patiënt (longarts) dat zij patiënt in 2017 ten onrechte een negatief reisadvies heeft gegeven. Voorts verwijt klager haar dat patiënt tijdens zijn laatste opname niet de juiste antibiotica heeft gekregen, dat op een verkeerde manier slijm is uitgezogen en dat ten onrechte de zuurstoftoediening is opgehoogd. Klager meent dat zijn vader als gevolg van deze laatste handelingen is overleden. De longarts heeft aangevoerd dat zij tijdens die opname niet bij de behandeling van patiënt betrokken is geweest. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-134 DB/LLI
- Datum publicatie: 03-07-2019
- Datum uitspraak: 01-07-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:106
Advocaat heeft de financiële afspraken met zijn cliënt niet schriftelijk vastgelegd in een opdrachtbevestiging en zijn cliënt niet gewezen op de risico’s van een niet onderbouwde vordering in reconventie, waaronder de mogelijke consequenties ten aanzien van een proceskostenveroordeling. Advocaat heeft ten onrechte niet de afweging gemaakt dat het vorderen van opheffing van beslag in reconventie een efficiëntere wijze van aanpak zou zijn geweest, aangezien deze aanpak bij toewijzing een executoriale titel met zich zou hebben meegebracht . Bovendien was de kostenveroordeling in reconventie bij toewijzing van de vordering tot opheffing van beslag mogelijk anders uitgevallen. Klacht gegrond, berisping.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2019:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2019/03
- Datum publicatie: 02-07-2019
- Datum uitspraak: 02-07-2019
- ECLI:NL:TGZRGRO:2019:31
Klacht tegen verpleegkundig specialist. Klager, verblijvende in een TBS-kliniek, verwijt verweerder samengevat dat hij onjuiste diagnostiek heeft verricht, vasthoudt aan onjuiste diagnostiek van eerdere behandelaars en ten onrechte heeft gesteld dat klager niet wilde meewerken aan onderzoek naar de aanwezigheid van PTSS. Het laatste verwijt is feitelijk onjuist en de overige zijn niet onderbouwd. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-343
- Datum publicatie: 02-07-2019
- Datum uitspraak: 02-07-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:103
Ongegronde klacht tegen een psychiater. Gelet op het foutief aanmerken van de gemachtigde als klager in de kop van de beslissing, is de beslissing op de klacht door het CTG vernietigd en terugverwezen naar het RTG. Het is evident dat een fout is gemaakt in de vermelding van de naam van de klager en dat de feiten en de beoordeling wel betrekking hebben op klager. De in hoger beroep overgelegde nadere stukken leiden bij het RTG niet tot nieuwe inzichten. Het RTG handhaaft dus de ongegrondverklaring/afwijzing van de klacht en de motivering daarvan, met correctie van de naam van klager in de kop van de uitspraak en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:38 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/345635 / KL RK 18-171
- Datum publicatie: 02-07-2019
- Datum uitspraak: 23-05-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:38
De kamer stelt vast dat de notaris de onder 2.1 en 2.2 van onderhavige beslissing geschetste constructie juridisch correct heeft geduid. Nadat zij de statuten van de Woonvereniging en de overige notariële stukken had geraadpleegd en had bemerkt dat het bestuur van de Woonvereniging niet over een ledenregister beschikte, voorts de administrateur - de inmiddels failliet verklaarde [E] - de inning van de door de leden verschuldigde gelden niet op orde had, en ten slotte de vereiste goedkeuring van de leden - noodzakelijk voor de verkoop en levering van het appartementsrecht - ontbrak, heeft zij nogmaals overleg gevoerd met het bestuur van de Woonvereniging, de Bank, de makelaar en de verkoper en koper en vervolgens de voor de verkoop en levering van het appartementsrecht vereiste maatregelen heeft getroffen. Dat de notaris dan op 4 april 2018 om de ontbrekende gegevens heeft verzocht kan haar niet worden verweten, gelet op de hiervoor geschetste onvoorziene omstandigheden, die immers in de risicosfeer van de verkopende partij en niet bij de notaris lagen. Vervolgens heeft de notaris ervoor gezorgd dat de achterstallige bedragen - zoals deze ook zijn vermeld op de tweede gecorrigeerde eindafrekening - alsnog door de leden werden voldaan, dat de hypothecaire lening kon worden afgelost zodat royement door de Bank aan de Woonvereniging kon worden verleend en dat goedkeuring door de leden van de Woonvereniging aan de verkoop en levering van het appartementsrecht werd gegeven. Dat daaruit een latere transportdatum voortvloeide dan in eerste instantie in de koopovereenkomst was overeengekomen, en dat de kopende partij, [G], er voor koos om verkoper vervolgens in gebreke te stellen terwijl hij wel op de hoogte was van het uitgestelde transport, kan de notaris uiteraard evenmin worden verweten.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-043
- Datum publicatie: 02-07-2019
- Datum uitspraak: 02-07-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:104
Ongegronde klacht tegen een psychiater. Niet is gebleken dat de psychiater onvoldoende toezicht heeft gehouden op de behandeling van de dochter van klagers door geen maandelijkse bloedcontroles uit te voeren, zoals door de voorgaande behandelend psychiater is gedaan. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-026
- Datum publicatie: 02-07-2019
- Datum uitspraak: 02-07-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:105
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft door het afgegeven van twee verklaringen in strijd gehandeld met de KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens. De ene verklaring geeft een oordeel over de omgangsregeling waardoor deze evident een ander doel dan de behandeling of begeleiding van de dochter van klager dient. Van de andere verklaring is niet duidelijk voor wie die is bestemd. Met deze verklaring kan bij minder nauwkeurige lezing een andere indruk worden gewekt. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/245
- Datum publicatie: 02-07-2019
- Datum uitspraak: 02-07-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:119
Klager is door verweerder (plastisch chirurg) geopereerd. Klager verwijt verweerder onder andere een onzorgvuldige operatie en ondeskundig handelen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-308
- Datum publicatie: 02-07-2019
- Datum uitspraak: 02-07-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:102
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. De triagiste die telefonisch contact had met klaagster stond onder verantwoording van de huisarts. Klaagster meldde klachten en signalen die pasten bij cardiale problematiek. Het contact is vervolgens verbroken. Alvorens de afdoening door de triagiste te autoriseren, had de huisarts bij klaagster moeten verifiëren, of in ieder geval contact behoren op te nemen over haar toestand om zo nodig alsnog noodzakelijke maatregelen te nemen. Hoewel het voorval inmiddels meer dan tien jaar geleden is, gaat het College gelet op de ongepaste uitlatingen en het gebrek aan zelfinzicht van beklaagde over tot een berisping.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2019:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 19-03
- Datum publicatie: 01-07-2019
- Datum uitspraak: 19-06-2019
- ECLI:NL:TNORDHA:2019:14
Klaagster heeft nooit opdracht gegeven.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2019:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-85
- Datum publicatie: 01-07-2019
- Datum uitspraak: 19-06-2019
- ECLI:NL:TNORDHA:2019:15
Klaagster heeft altijd in de veronderstelling verkeerd dat, conform de geldleningsovereenkomst de rente over het door klaagster geleende bedrag moest worden voldaan in jaarlijkse termijnen bij achterafbetaling en voor het eerst op 31 december 2026. Er is nooit een aanleiding geweest om aan deze datum te twijfelen. Op 17 december 2018 heeft de notaris een proces-verbaal van verbetering gepasseerd, wegens het constateren van een kennelijke misslag. De datum van eerste rentebetaling diende 31 december 2016 te zijn.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2019:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 19-17
- Datum publicatie: 01-07-2019
- Datum uitspraak: 19-06-2019
- ECLI:NL:TNORDHA:2019:16
Verzet is gegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:47 Accountantskamer Zwolle 18/1300 Wtra AK
- Datum publicatie: 01-07-2019
- Datum uitspraak: 01-07-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:47
Klachten over een door betrokkene vervaardigd partij-deskundigenrapport bedoeld ter ondersteuning en advisering van partijen die in een civiele procedure door een curator worden aangesproken, en waarin de curator zich mede heeft beroepen op een door hem ingebracht partij-deskundigenrapport. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2019:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-56
- Datum publicatie: 01-07-2019
- Datum uitspraak: 19-06-2019
- ECLI:NL:TNORDHA:2019:17
Klaagster verwijt de notaris het volgende: 1. de notaris heeft in haar begeleiding van de vereffenaars hen er niet van weerhouden de regels te schenden ; 2. de notaris heeft geweigerd klaagster (en ook haar moeder) te horen en heeft een éénzijdig gesprek gevoerd met de adviseur van de vereffenaars, die bevriend is met hun advocaat ; 3. de notaris heeft geen budget, maar zij heeft ook niet de wil om klaagster te horen ; 4. op 28 september 2017 was er in de woning van een familievriend een bijeenkomst belegd. Wat zou de bedoeling zijn van deze genoemde bijeenkomst als er al op 19 en 20 juli 2017 overeenstemming bereikt was; 5. de notaris heeft geweigerd de rol van regievoerend boedelnotaris op zich te nemen, toen bleek dat de vereffenaars steeds verder regelschendend optraden. De notaris heeft dit toegelaten ; 6. pas na bemiddeling van de bestuursvoorzitter van het kantoor van de notaris kreeg klaagster de notaris op 28 november 2017 te spreken. In dat gesprek heeft de notaris erkend dat de situatie uit de hand was gelopen en dat de vereffenaars slechts een “aandenken” hadden bedongen. Pas na dat gesprek voelt klaagster zich gehoord door de notaris.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:110 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-212
- Datum publicatie: 28-06-2019
- Datum uitspraak: 26-06-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:110
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij in echtscheidingskwestie. Niet is komen vast te staan dat verweerster de belangen van klager op een ongeoorloofde manier heeft geschaad, zoals klager heeft gesteld. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:111 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-124
- Datum publicatie: 28-06-2019
- Datum uitspraak: 24-06-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:111
Voorzittersbeslissing. Klagers, waaronder enkele vennootschappen, hebben meerdere curatoren, onder wie verweerder, beklaagd die betrokken zijn geweest bij vele aan hen gelieerde faillissementen. Deze curatoren hebben advocaten en adviseurs van klagers een gezamenlijke brief gestuurd vanwege het vermoeden dat klagers vermogen onttrokken aan de failliete boedels om daarmee deze advocaten en adviseurs te betalen. Volgens klagers is deze brief intimiderend en bedoeld om klagers de toegang tot de rechter af te snijden. De voorzitter oordeelt de vennootschappen kennelijk niet-ontvankelijk in hun klacht. De klacht wordt voor het overige kennelijk ongegrond geoordeeld nu onvoldoende aannemelijk is dat verweerder als curator met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 367
- Pagina: 368
- Pagina: 369
- ...
- Pagina: 963
- Volgende pagina zoekresultaten