Zoekresultaten 17751-17800 van de 48147 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:148 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190101

    Voorzittersbeslissing. Klager is niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, omdat hij de beroepstermijn heeft overschreden. De voorzitter heeft begrip voor zijn persoonlijke situatie maar ziet hierin geen grond voor verschoning van de termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:129 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180230

    Bekrachtiging beslissing van de raad. Klacht tegen advocaat tegenpartij in arbeidszaak ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:249 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170262H

    Herzieningsverzoek. Verzoeker heeft aan zijn herzieningsverzoek ten grondslag gelegd dat het hof een fundamenteel rechtsbeginsel heeft geschonden. Ter onderbouwing heeft verzoeker aangevoerd dat de uitspraak van de raad, die door het hof is bekrachtigd, is gebaseerd op aannames die zijn gedaan op basis van vervalste e-mailberichten. Het indienen van de klacht is volgens verzoeker destijds ingegeven doordat klaagster de declaratie niet wilde betalen. Het hof overweegt dat de argumenten die verzoeker ten grondslag heeft gelegd aan zijn verzoek om herziening door hem reeds zijn aangevoerd in de voorgaande procedures en door het hof zijn betrokken in zijn oordeelsvorming. Het betreft derhalve een herhaling van zetten. Ook in het kader van deze procedure is het hof niet gebleken dat er tuchtrecht is gesproken op grond van vervalste bewijsmiddelen. Verzoeker heeft dan ook geen deugdelijke grond naar voren gebracht waaruit het hof zou kunnen dan wel moeten afleiden dat geen sprake is geweest van een eerlijk proces. Het hof concludeert derhalve dat het verzoek om herziening dient te worden verworpen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:142 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180266

    Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder zou klaagster geen opdrachtbevestiging hebben gestuurd; klaagster niet hebben geadviseerd over de slagingskansen en risico’s van de procedures, klaagster ook overigens niet op een juiste wijze hebben geadviseerd en bijgestaan en voor klaagster een verweer hebben gevoerd dat niet zou voldoen aan de redelijkerwijs daaraan te stellen eisen. Het hof overweegt dat voor klaagster een belangrijk punt was of zij, behalve met een fors hogere huur, ook geconfronteerd zou worden met een groot bedrag aan inmiddels opgelopen huurachterstand. Een advocaat dient zijn cliënt op de hoogte brengen van belangrijke feiten en informatie en waar nodig ter voorkoming van misverstand of onzekerheid, deze schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. In het dossier ontbreekt echter een brief van verweerder waarin hij een en ander duidelijk aan klaagster uiteen zet. Ook is door verweerder niet kenbaar rekening gehouden met en geïnformeerd over het maandelijks oplopen van deze achterstand. Het bewijsrisico dat niet komt vast te staan of voldoende is geadviseerd, ligt bij verweerder, nu het volgens verweerder wel gegeven advies niet schriftelijk is vastgelegd. Het is daarmee niet gezegd dat de procedure voor klaagster anders zou zijn verlopen of afgelopen, maar haar klacht dat verweerder haar onvoldoende het risico van een grote nabetaling onder de aandacht heeft gebracht, acht het hof anders dan de raad gegrond. Voor het overige bekrachtigt het hof de beslissing van de raad. Oplegging waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:136 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180307

    Klacht over advocaat wederpartij. Niet is komen vast te staan dat verweerster mededelingen heeft gedaan waarvan zij de onjuistheid kende of redelijkerwijs kon kennen. Verweerster had tegenover klaagster, haar wederpartij, geen geheimhoudingsplicht. Verweerster was gerechtigd om haar cliënt in te lichten over haar gesprekken met klaagster. Klacht terecht ongegrond verklaard: bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:149 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190056

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder zou feitelijke informatie aan het gerechtshof hebben verstrekt waarvan hij wist, althans behoorde te weten, dat deze onjuist is, door na te laten aan het gerechtshof mede te delen dat het door klaagster verworpen aanbod een voorwaardelijk voorstel was. Hiermee zou verweerder het gerechtshof doelbewust met een onjuiste mededeling op het verkeerde been hebben gezet. Met de raad is het hof van oordeel dat de gewraakte passage van verweerder in de memorie van antwoord, waarmee gesuggereerd wordt dat klaagster haar rechten heeft verwerkt ter zake van haar vordering, als onvolledig en daardoor tevens misleidend moet worden aangemerkt. Verweerder en zijn kantoorgenoot hebben bovendien volhard in deze handelwijze door, nadat zij door de gemachtigde van klaagster waren gewezen op het onvolledige en misleidende karakter van de gewraakte passage, geen poging meer hebben ondernemen om het door hen in de memorie van antwoord geschetste beeld te nuanceren richting het gerechtshof. Hoewel het gerechtshof niet is toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering van klaagster ex artikel 843a Rv, valt niet uit te sluiten dat de gewraakte passage is meegenomen in de beeldvorming. Bekrachtiging beslissing van de raad, bekrachtiging maatregel. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:130 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180044

    Klacht tegen advocaat wederpartij in verband met handelwijze bij ontslag op staande voet. Raad heeft klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en aan verweerder een waarschuwing opgelegd. Verweerder heeft beroep ingesteld tegen de opgelegde maatregel. Hof oordeelt dat verweerder ervan op de hoogte moet zijn geweest dat klaagster werd bijgestaan door een (advocaat)gemachtigde. Hij heeft dit echter niet vermeld in verzoekschrift tot vernietiging van het ontslag en heeft zijn correspondentie aan de rechtbank niet telkens per gelijke post aan de gemachtigde van klaagster toegestuurd. Verweerder heeft zich allerminst welwillend opgesteld ten opzichte van de gemachtigde. Nu de informatie die hij in de tuchtrechtprocedure heeft verstrekt inconsistent is en het hof als ongeloofwaardig voorkomt, rekent het hof verweerder zijn handelwijze en opstelling ernstig aan. Berisping. Vernietiging beslissing raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft, voor het overige bekrachtiging. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:143 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180226

    Klacht tegen advocaat wederpartij niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g Advocatenwet. Klager wist in 2015 dat het in 2014 gesloten echtscheidingsconvenant voor hem nadelige gevolgen had en had binnen de termijn van drie jaar na het afsluiten van het convenant kunnen en moeten klagen. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:137 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180144

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder zou de belangen van klager hebben geschonden door de kortgedingdagvaarding openbaar te laten betekenen, terwijl hij beschikte over het e-mailadres van klager en hij de dagvaarding ook naar het adres van de vriendin van klager had kunnen sturen. Het hof kan de redenering van verweerder volgen dat hij ervoor heeft gekozen om de kortgedingdagvaarding openbaar te laten betekenen, nu hij een sommatiebrief heeft verstuurd naar een hem bekend e-mailadres van klager en hij hierop geen reactie meer heeft gekregen. Verder stond klager op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding niet ingeschreven in de Basisadministratie Personen. Het hof is niettemin met de raad van oordeel dat het beter was geweest indien verweerder de dagvaarding daarnaast naar het verweerder bekende e-mailadres van klager had gestuurd. Het enkele feit dat verweerder dit niet heeft gedaan, is echter onvoldoende om hem daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Bekrachtiging beslissing van de raad (klacht ongegrond).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/117

    Klager verwijt de gz-psycholoog dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden, doordat zij ondanks de vermelding in de brief van klager 'vertrouwelijk' toch contact heeft opgenomen met zijn dochter en haar moeder. Verweerster heeft primair aangevoerd dat klager niet kan worden ontvangen in zijn klacht en subsidiair heeft zij aangevoerd dat de klacht niet gegrond is. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-901

    Klager heeft mede tot taak een behoorlijke rechtspleging en een eerlijk strafproces te bevorderen. Het verwijt aan verweerder is dat hij een behoorlijke rechtspleging heeft gefrustreerd door niet aanwezig te zijn bij een tweetal verhoren van zijn cliënt, verdachte in een strafzaak. Daardoor kon de rechtbank niet beschikken over een inhoudelijke reactie van de cliënt van verweerder. De raad is van oordeel dat niet gebleken is dat verweerder toezeggingen heeft gedaan aan de politie over zijn aanwezigheid bij de verhoren. Voorts heeft verweerder gesteld dat hij in overleg met zijn cliënte heeft gehandeld die vanaf het begin heeft aangegeven zich op zijn zwijgrecht te beroepen. De raad is niet gebleken dat dit standpunt onjuist is. Ook tegenover zijn cliënt heeft verweerder niet verwijtbaar gehandeld. De al dan niet aanwezigheid van verweerder bij de verhoren is een zaak tussen verweerder en zijn cliënt, terwijl niet is komen vast te staat dat de cliënt bezwaar had tegen de afwezigheid van verweerder bij de verhoren. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:136 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-449

    Klacht over eigen advocaat. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens onverschoonbare overschrijding van de termijn van drie jaar, waardoor klacht is verjaard. Deels ongegrond omdat niet gebleken is van excessief declareren door verweerster. Verweerster heeft specificaties overgelegd en uiteengezet welke acties zij heeft ondernomen en welke procedures zijn gevoerd. Verder is niet gebleken dat verweerster werkzaamheden heeft verricht zonder de instemming van klaagster. Voor zover dit betreft het opvragen van uittreksels bij de KvK of uit het G.B.A. is geen expliciete toestemming vereist. Dat ligt besloten in de opdracht aan verweerster en de noodzakelijke vertrouwensband.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:149 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-772

    Identieke klacht van klagers tegen advocaat wederpartij. Klaagster sub 1 heeft als advocaat van klager sub 2 geen eigen belang bij de klacht en is dus niet-ontvankelijk. Klager sub 2 verwijt verweerster dat zij in de tweede dagvaarding belangrijke feiten heeft verzwegen en dat zij in de tweede dagvaarding niet heeft genoemd dat er al eerder over dezelfde vordering door haar was geprocedeerd. Door cruciale feiten in de tweede dagvaarding weg te laten en vooral door het verzwijgen van de eerder gevoerde procedure heeft verweerster bewust getracht de rechtbank te misleiden. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:130 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-389

    Klacht van cliënt jegens zijn advocaat over traag behandelen van de zaak en onvoldoende stappen ondernemen om de verjaring te stuiten. Klachten gegrond. Het kan voorkomen dat door onverwachte omstandigheden gelegen buiten de invloedsfeer van de advocaat, beloften voor wat betreft het verrichten van werkzaamheden niet kunnen worden waargemaakt waardoor zaken langer blijven liggen. Hier is echter sprake van een structureel patroon van het op de lange baan schuiven van de behandeling. Ook als de cliënt zelf advocaat is behoorde het tot de verantwoordelijkheid van de advocaat om te verifiëren hoe het met (de tijdigheid van) de aansprakelijkheidstelling zat en deze kwestie vervolgens in zijn belangenbehartiging te betrekken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:146 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-573 DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder feiten heeft geponeerd waarvan hij de onwaarheid kende. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:150 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-878

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster verwijt verweerster inbreuk te hebben gemaakt op haar privacy en onzorgvuldig te hebben gehandeld door een verkeerd postadres en een verkeerd mailadres te gebruiken en door rauwelijks te dagvaarden. Het gebruik van een verkeerd postadres is weliswaar slordig maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.. Voor wat betreft het gebruik van een onjuist mailadres geldt hetzelfde. Van rauwelijks dagvaarden is geen sprake omdat in de eerste brief van verweerster het indienen van een verzoekschrift al als mogelijkheid wordt genoemd en omdat dat in het arbeidsrecht het ineens dagvaarden niet ongebruikelijk is in verband met het risico van een daaraan voorafgaande ziekmelding door de werknemer en het ontslagverbod dat daaruit volgt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:131 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-896

    De advocaat maakte tijdens de verhuizing van zijn kantoor voor het verzenden van verzoekschriften en dergelijke gebruik van een bedrijf dat in onderaanneming fax-services verleent. Er waren bij dat bedrijf problemen bij de verzending van faxen als gevolg waarvan een bezwaarschrift niet (tijdig) door het UWV is ontvangen. Het bedrijf heeft de problemen aan de advocaat gemeld maar die heeft aan deze melding onvoldoende aandacht besteed. Advocaat heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar jegens zijn cliënt gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:234 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.386

    Klacht tegen internist. Klager is in Duitsland geopereerd in verband met een longtumor. Preoperatief werd uit de bronchiaalsekreet Mycobacterium kansasii gekweekt. De kweek was uitsluitend positief voor deze bacterie soort. Klager zag af van de geadviseerde medicamenteuze nabehandeling. Bij brief van 11 juni 2013 werd klager door zijn huisarts verwezen naar verweerder. In de verwijsbrief werd, onder toezending van informatie, gevraagd om het ziektebeeld van klager te beoordelen. Klager verwijt verweerder kort gezegd dat hij a) het dossier van klager niet goed heeft bijgehouden, b) tegen de huisarts van klager over hem heeft gelogen en hem heeft belasterd, c) alles wat wees op een schimmelinfectie heeft genegeerd evenals de klachten van het urogenitale systeem, d) geen juiste diagnose heeft gesteld op zorgvuldige wijze. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:151 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-245

    Na overeenstemming over beëindiging van de arbeidsovereenkomst met vergoeding is de werkgever, de cliënt van verweerster, kort daarna van mening veranderd, althans heeft verweerster teruggefloten, door niet meer met een vergoeding in te willen stemmen. Gebleken is dat verweerster meteen daarna in een overleg met de vervanger van de advocaat van klager dit heeft uitgelegd. Dat heeft geresulteerd in een door klager ondertekende vaststellingsovereenkomst tot beëindiging zonder toekenning van enige vergoeding aan hem. Niet valt in te zien wat verweerster in deze situatie meer of anders had moeten doen dan hetgeen zij heeft gedaan. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:132 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-247

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. Klacht voor het overige ongegrond. Verweerder heeft geen tuchtrechtelijk relevante grens overschreden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:235 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.481

    Klacht tegen internist. Klager heeft in juli 2017 verzocht zijn gegevens te verwijderen uit het systeem van het ziekenhuis. Klagers medisch dossier is daarop vernietigd. In juni 2018 ontdekte klager dat er – buiten het medische dossier dat geheel leeg was – nog persoonsgegevens van hem bekend waren bij het ziekenhuis. In juli 2018 heeft klager zich hierover beklaagd tegenover de Raad van Bestuur van het ziekenhuis, waarvan de internist deel uitmaakt. Klager verwijt de internist dat zijn persoonsgegevens niet uit het systeem zijn verwijderd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat hetgeen de internist wordt verweten geen handelen of nalaten betreft dat wordt bestreken door de eerste of tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:148 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-179 DB/HvD

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:152 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-156

    Klager heeft als advocaat zijn zus bijgestaan in een tegen verweerders cliënte aangespannen kort geding. Klager verwijt verweerder dat hij nadat klager vonnis gevraagd had, zich middels diverse berichten tot de voorzieningenrechter heeft gewend. Hij is daarbij inhoudelijk ingegaan op de zaak zonder daarvoor toestemming van klager te hebben gekregen. Dat is in strijd met Gedragsregel 15 lid 2. Bovendien heeft verweerder meegewerkt aan fraude door zijn cliënte. Verweerder heeft een formulier zonder meer doorgezonden waarin zij wijzigingen had aangebracht en heeft getracht dit door klagers cliënte te laten ondertekenen. Met verweerder is de raad van oordeel dat uit het proces-verbaal van de zitting van het kort geding blijkt dat het onderzoek ter zitting nog niet was gesloten. Dat geeft aan dat klager voorbarig was met het vragen van vonnis en dat verweerder hier terecht bezwaar tegen maakte. De gestelde fraude is niet onderbouwd. De raad beoordeelt de klachten dan ook als ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:133 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-345

    Verzet gegrond; behandeling van de zaak wordt voortgezet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:236 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.041

    Klacht tegen uroloog. Klager is sinds 1996 patiënt van verweerder, uroloog. Klager lijdt aan plasklachten. Gedurende de eerste jaren van de behandeling is een grotendeels conservatief beleid gevoerd. Later is bij klager een operatie uitgevoerd waarbij een urostoma werd aangelegd volgens de methode Bricker. Klager is niet tevreden over de behandeling. Klager verwijt verweerder 1) dat hij klager voorafgaand aan de operatie onvoldoende en niet adequaat heeft voorgelicht over de risico’s van de operatie, 2) dat hij heeft nagelaten klager eerst een minder bezwarende therapie of operatie aan te bieden, 3) dat hij klager niet eerst nog heeft doorverwezen naar een neuro-urologisch centrum zodat in elk geval meer zekerheid over de juistheid van de indicatie zou kunnen worden verkregen, 4) dat hij niet zorgvuldig heeft gehandeld omdat niet uitgesloten kan worden dat door de operatie de lekkage is ontstaan, 5) dat hij onvoldoende ervaren was om de operatie uit te voeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep tegen klachtonderdeel één verworpen en klager voor het overige niet ontvankelijk geacht in zijn beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:146 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-667

    Verweerder heeft zonder voorafgaand overleg met advocaat-klager en zonder advies van de deken in strijd met Gedragsregel 12 (oud) confraternele correspondentie in een procedure gebracht. Dat hun onderlinge cliënten met de inhoud ervan al bekend waren, doet daar niet aan af. Daarnaast heeft verweerder in strijd met Gedragsregels 17 en 31 zich, slechts op basis van vermoedens, onnodig grievend over klager uitgelaten door hem in correspondentie te beschuldigen van liegen, valsheid in geschrifte, belastingfraude en witwassen. Berisping

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:127 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-424

    Klager (bestuurder en aandeelhouder van klaagster, een B.V.) is niet-ontvankelijk in zijn klacht wegens het ontbreken van een eigen, rechtstreeks belang. De klacht van klaagster is in alle onderdelen ongegrond. Verweerster was niet verplicht om klaagster van de dagvaarding – in een procedure waarin klaagster geen partij was – op de hoogte te stellen. Er bestond voor verweerster ook geen verplichting om klaagster (al dan niet per deurwaardersexploot) in kennis te stellen van de procedure tussen B.V. X en notaris Y.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:153 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-471

    Verweerster heeft in de gegeven omstandigheden met de nodige voortvarendheid de belangen van klager naar behoren behartigd in zijn complexe echtscheidingsgeschil. Dat verweerster hem daarbij verkeerd, onvolledig of tegenstrijdig heeft geadviseerd, kan niet worden vastgesteld. Verweerster heeft aan klager de risico’s van een procedure tegenover die van onderhandelen en schikken voorgehouden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:134 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-345

    Beslissing na gegrond verzet. Betreft handelen van de advocaat van de wederpartij. De voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast bij de beoordeling van de klacht en de raad zal thans van dezelfde maatstaf uitgaan. Geklaagd wordt over onnodig grievende uitlatingen door verweerster, als advocaat van de wederpartij, in een brief aan het gerechtshof waarin om een spoedige behandeling van de zaak van verweersters cliënt wordt gevraagd. De raad oordeelt dat verweerster in haar brief aan het hof het standpunt van haar cliënt heeft verwoord en dat standpunt met argumenten heeft onderbouwd, die klaagster als onnodig grievend heeft ervaren. Het is begrijpelijk dat klaagster het niet eens was met het standpunt van de wederpartij, maar dat betekent niet dat de uitlatingen van verweerster onnodig grievend zijn. Verweerster moest het hof overtuigen dat een spoedige behandeling van de zaak in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënt noodzakelijk was. Waar verweerster het standpunt van haar cliënt over ouderafwijzing heeft verwoord, heeft zij een literatuurlijst overgelegd en verwezen naar de bronnen (deskundigen) waarop zij haar standpunt heeft gebaseerd. Niet gebleken is dat verweerster op basis van onjuiste feiten diverse procedures is gestart. In de geschetste omstandigheden mocht verweerster voorts een mail cc. naar klaagster sturen omdat zij niet zeker wist of klaagster nog werd bijgestaan door haar advocaat, aan wie de mail was gericht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:237 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.061

    Klacht tegen arts. Klager heeft de gemeente verzocht om voorzieningen in het kader van de WMO en verweerster heeft hierover op verzoek van de gemeente een rapportage opgesteld. Klager verwijt verweerster dat zij een onjuiste rapportage heeft opgesteld en voorts dat zij heeft nagelaten klager in staat te stellen gebruik te maken van het blokkeringsrecht. Dit laatste klachtonderdeel is door het Regionaal Tuchtcollege gegrond verklaard. Aan verweerster is ter zake de maatregel van waarschuwing opgelegd en het Regionaal Tuchtcollege heeft publicatie van de beslissing gelast. Klager heeft beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van het eerste klachtonderdeel. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt dit beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:147 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-255

    Klaagster heeft diverse klachten over verweerster. Verweerster zou klaagsters belangen onvoldoende hebben behartigd in procedures betreffende onder meer het gezag over haar kinderen. Zo heeft verweerster een appelrekest niet aan klaagster heeft voorgelegd alvorens het in te dienen. Ook werd verweerster niet goed voorbereid op de zittingen. Verweerster heeft een rapport van een psycholoog niet netjes bij het hof heeft ingediend. Het rapport was niet gedateerd, de pagina’s waren niet genummerd en er ontbrak een conclusie. Klaagster heeft een groot deel van de klachtonderdelen niet of onvoldoende onderbouwd naar het oordeel van de raad. Bovendien heeft verweerster de klachten voldoende gemotiveerd heeft betwist aan de hand van stukken. De raad verklaart de klachten daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:128 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-666

    Verweerder is tekortgeschoten in de zorg jegens klager omdat hij eerder de memorie van grieven in concept had kunnen maken om die tijdig voor de uiterste roldatum met klager te bespreken. Door dit zo laat te maken als hij heeft gedaan, heeft verweerder een onnodig risico genomen. Daar komt nog bij dat ook niet is gebleken dat verweerder aan klager heeft uitgelegd dat en waarom hij diens suggesties op de concept-memorie niet heeft verwerkt in het uiteindelijk op 4 april 2017, kennelijk zonder medeweten van klager, ingediende stuk. Ook na ontvangst van de memorie van antwoord van de wederpartij is verweerder op vergelijkbare wijze slordig en laat geweest in zijn belangenbehartiging van klager. Klacht in zoverre gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-790

    Betreft klacht over het optreden van een kantoorgenote van verweerder, van wie verweerder de patroon is, tegen klager, een voormalige cliënt van verweerder. Klager vormde samen met zijn zus, de cliënte van de stagiaire, een v.o.f. Klager is in het verleden voor deze v.o.f. opgetreden. Klager en zijn zus zijn vervolgens in een geschil verwikkeld met betrekking tot de v.o.f., waarin de stagiaire van verweerder de zus heeft bijgestaan. De raad heeft geoordeeld dat de zaak waarin de stagiaire de zus heeft bijgestaan niets te maken heeft met de zaken waarin verweerder voor de v.o.f. is opgetreden. Evenmin is er sprake van vertrouwelijke of zaaksgebonden informatie waarover verweerder beschikte en die gebruikt kon worden tegen klager. Ook overigens is niet gebleken van redelijke bezwaren tegen het optreden van de stagiaire tegen klager. Van medeplichtigheid aan het verduisteren van gelden is niet gebleken. De stagiaire heeft, met medeweten van verweerder, haar cliënte geadviseerd de gelden van de rekening van de v.of. “veilig te stellen” in verband met verplichtingen van de v.o.f. Dat kan niet als medeplichtigheid aan verduistering worden beschouwd. Klacht is in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:135 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-634

    Klacht over eigen advocaat betreffende de kwaliteit van de dienstverlening. Een advocaat behoort de cliënt te informeren over alle aspecten die bij de berekening van de alimentatie een rol spelen. Voor zover er posten zijn waarover verschillend kan worden geoordeeld, dient de advocaat dat te bespreken evenals de verschillende resultaten die dat met zich meebrengt. Indien in het kader van een schikking met een lager bedrag wordt ingestemd dan op grond van de berekeningen te verwachten zou zijn, dient de cliënt zich daarvan bewust te zijn en mee in te stemmen. Dat is in dit geval onvoldoende gebeurd. Voorts is een advocaat gehouden met betrekking tot de financiële aangelegenheden van de cliënt door te vragen, als daar aanleiding voor is. In dit geval was er een groot verschil tussen de koopsom van de echtelijke woning en de hypothecaire lening. Gebleken is dat de cliënt zelf financiële middelen had aangewend voor de aankoop van de woning. Het feit dat de cliënt dat bij het eerste gesprek niet zelf had gemeld, ontslaat de advocaat niet van de verplichting zelf door te vragen, nu daar aanleiding voor was in verband met het verschil. Het feit dat een nadien opgemaakte nieuwe concept berekening fouten bevatte en niet compleet was, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerster bleek niet over alle relevante actuele informatie te beschikken. Het concept diende enkel als bespreekmodel, dat nog aanpassingen behoefde. Verder mocht verweerster haar opdracht neerleggen toen bleek dat de noodzakelijke vertrouwensband niet langer aanwezig was. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:148 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-645

    Klager verwijt verweerder dat hij in strijd met de daarvoor geldende regels in een arbeidsprocedure het volledige medische dossier van het UWV betreffende klager heeft overgelegd en daarmee ook zijn cliënt, de werkgever van klager, inzage heeft gegeven in dat dossier. Daarmee heeft verweerder zijn beroepsgeheim geschonden. Verweerder heeft zijn fout erkend. De raad oordeelt dat de klacht gegrond is en dat verweerder door het overleggen van de medische gegevens de bevoorrechte positie van advocaten, die kennis kunnen nemen van de medische gegevens van het UWV bovendien in gevaar heeft gebracht. Zij legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:129 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-694

    De raad is van oordeel dat verweerder weliswaar tweemaal aan de late kant op berichten van klager heeft gereageerd, maar heeft dat waar nodig rechtgezet. Verweerder heeft klager op basis van de hem op dat moment bekende relevante stukken op voldoende wijze kennelijk voorlopig geadviseerd. Niet valt in te zien dat het verweerder tuchtrechtelijk kan worden verweten dat hij tijdens het haalbaarheidsonderzoek heeft ontdekt dat hij nog bepaalde andere stukken nodig had om dat onderzoek verder af te kunnen ronden. Daaruit kan eerder een zorgvuldige werkwijze van verweerder worden afgeleid. Dat klager het niet eens was met de voorlopige bevindingen van verweerder, is onvoldoende om daarvan een verwijt aan verweerder te maken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:147 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-215/DB/LI

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:180 Raad van Discipline Amsterdam 19-510/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een getuige tegen advocaat van procespartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:181 Raad van Discipline Amsterdam 19-091/A/A/D 19-410/A/A

    Gegronde klacht + dekenbezwaar. Verweerder heeft in strijd gehandeld met artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en professionaliteit door contante betalingen voor zijn werkzaamheden te verlangen zonder dat daarvoor een (afdoende) rechtvaardiging bestond en zonder daarvoor een kwitantie af te geven, door de met klaagster gemaakte afspraken over de te verrichten werkzaamheden niet na te komen, door geen urenverantwoording aan klaagster af te leggen en door, nadat klaagster de overeenkomst van opdracht had beëindigd, niet of nauwelijks meer te reageren op haar berichten en het door haar betaalde bedrag niet aan haar terug te betalen. Verweerder heeft voorts niet gereageerd op herhaalde verzoeken van de deken om inlichtingen te verschaffen en is tot twee keer toe niet verschenen op de zitting van de raad om uitleg te geven. Door het handelen en/of nalaten van verweerder zijn de belangen van klaagster ernstig geschaad en wordt een adequaat en efficiënt klachtonderzoek onmogelijk gemaakt. De raad rekent verweerder een en ander zwaar aan. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding verweerder voor de gegrond verklaarde klacht een voorwaardelijke boete op te leggen van € 7.500. Verweerder is deze boete verschuldigd indien hij niet uiterlijk vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan klaagster een bedrag van € 5.000 (zijnde het door klaagster aan verweerder betaalde bedrag) heeft voldaan. Daarnaast ziet de raad aanleiding verweerder een onvoorwaardelijke maatregel op te leggen. Gelet op de ernst van de aan verweerder gemaakte verwijten en zijn lange antecedentenlijst, is de raad van oordeel dat niet met minder kan worden volstaan dan een schrapping van het tableau.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:182 Raad van Discipline Amsterdam 19-407/A/A

    Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:183 Raad van Discipline Amsterdam 19-166/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/249

    Klacht tegen een neuroloog. In het kader van een beoordeling van de aanspraak op een arbeidsongeschiktheidsverzekering is klacht - op initief van verweerder - onderzocht door een neuropsychologisch onderzoeksburea. Volgens klager heeft verweerder, neuroloog, ten onrechte de conclusie van de neuropsycholoog naast zich neergelegd en zijn eigen bevindingen aan de verzekeraar doorgegeven en het onderzoeksbureau zijn visie op (het gebrek aan) kwaliteit van het verrichte onderzoek gegeven. Verweerder voert verweer. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:184 Raad van Discipline Amsterdam 19-310/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:178 Raad van Discipline Amsterdam 19-508/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat over verweerder in hoedanigheid van deken kennelijk ongegrond. Verweerder betwist dat hij van mening is veranderd over hetgeen hij klager in zijn dekenbezwaar verwijt. De voorzitter kan dit dan ook niet vaststellen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:179 Raad van Discipline Amsterdam 19-509/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond. Niet gebleken van schending van Gedragsregel 9. Verweerder is voorts niet opgetreden als advocaat van klager, maar uitsluitend van twee van klager te onderscheiden rechtspersonen. Klager kan zich niet beklagen over een gebrek aan onafhankelijkheid van verweerder ten opzichte van een van zijn cliënten. Dat verweerders onafhankelijkheid ten opzichte van klager als wederpartij in het gedrang is gekomen, heeft klager onvoldoende concreet onderbouwd. Voorts geen schending van Gedragsregel 5 en ook geen sprake van onnodig grievende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:126 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180210D

    Dekenbezwaar. Volgens de deken heeft verweerder in twee dossiers tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door, getoetst aan de professionele standaard die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden kan worden verwacht, niet aan de zorgvuldigheidsnorm te voldoen, door geen voorschotdeclaratie en/of einddeclaratie op te stellen, door geen deugdelijke specificaties te verschaffen en door niet te onderzoeken of zijn cliënt in aanmerking zou kunnen komen voor gefinancierde rechtshulp. Verweerder zou tevens een advocaat onwaardige passages hebben opgenomen in een appelschrift. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd alsook het onderzoek ter zitting geven het hof geen aanleiding om tot een andere beoordeling dan de raad te komen. Ten aanzien van de op te leggen maatregel overweegt het hof dat het tuchtrechtelijk verleden van verweerder zwaar in zijn nadeel moet wegen, nu hij zich ook binnen de afgelopen vijf jaren regelmatig heeft moeten verantwoorden voor de tuchtrechter. De opgelegde maatregelen hebben kennelijk weinig indruk op hem gemaakt, gezien de wijze waarop hij zich daarna nog bij herhaling als advocaat heeft (mis)gedragen. Het hof houdt bij de bepaling van de maatregel geen rekening met de mededeling van verweerder dat hij met ingang van 1 november 2019 zijn werkzaamheden als advocaat zal staken. Bekrachtiging beslissing van de raad, bekrachtiging schorsing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:127 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180211

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou tekort zijn geschoten in zijn dienstverlening als advocaat tijdens een echtscheidingsprocedure. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder de rechtbank niet heeft voorzien van de juiste informatie, klager onvoldoende heeft geïnformeerd en zich bovendien niet tijdig aan de zaak heeft onttrokken. Verweerder heeft verder in strijd met de van toepassing zijnde bepalingen een bedrag in contanten van € 2.000,-- aangenomen. Zijn stelling dat hij hiervoor bijzondere redenen had in verband met een faillissement van klagers werkmaatschappij en een dreigende beslaglegging onder klagers holding, maken dat niet anders. Ten aanzien van de op te leggen maatregel overweegt het hof dat het tuchtrechtelijk verleden van verweerder zwaar in zijn nadeel moet wegen, nu hij zich ook binnen de afgelopen vijf jaren regelmatig heeft moeten verantwoorden voor de tuchtrechter. De opgelegde maatregelen hebben kennelijk weinig indruk op hem gemaakt, gezien de wijze waarop hij zich daarna nog bij herhaling als advocaat heeft (mis)gedragen. Het hof houdt bij de bepaling van de maatregel geen rekening met de mededeling van verweerder dat hij met ingang van 1 november 2019 zijn werkzaamheden als advocaat zal staken. Bekrachtiging van de beslissing van de raad, bekrachtiging schorsing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:61 Accountantskamer Zwolle 18/1816 Wtra AK

    De Accountantskamer acht aannemelijk dat betrokkene onjuiste documenten aan de bank heeft verstrekt om daarmee een financiering van ruim drie miljoen euro te verkrijgen. Betrokkene heeft aldus niet eerlijk en oprecht gehandeld en het accountantsberoep ernstig in diskrediet gebracht, wat een (ernstige) schending van de fundamentele beginselen van professionaliteit en van integriteit, als bedoeld in artikel 2 onder a en b van de VGBA, oplevert. Maatregel: doorhaling van de inschrijving van betrokkene in de registers, waarbij de termijn waarbinnen betrokkene niet opnieuw in de registers kan worden ingeschreven is bepaald op tien jaar. Meegewogen is dat aan betrokkene eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:62 Accountantskamer Zwolle 18/2140 Wtra AK

    Betrokkene stelde de jaarrekeningen samen van een besloten vennootschap en haar twee aandeelhouders. Klager is dga van een van deze aandeelhouders. Tussen de beide aandeelhouders is een conflict ontstaan. De klacht ziet op het handelen van de accountant rond dit conflict. Aan de accountant wordt onder meer verweten dat hij een mailwisseling met klager over het schenden van gedragsregels door betrokkene heeft doorgezonden aan de advocaat van de andere (indirect) aandeelhouder. De Accountantskamer overweegt dat betrokkene in het ontstane conflict tussen klager en de andere aandeelhouder terecht een bedreiging heeft gezien voor het zich houden aan het fundamentele beginsel van objectiviteit, omdat hij voor beide partijen werkzaam was en partijen een tegengesteld belang hadden. Het zonder overleg doorsturen van de met klager gewisselde e-mails aan de advocaat van de ander aandeelhouder kan echter niet als een toereikende maatregel worden gekwalificeerd. Door aldus te handelen heeft betrokkene zich immers niet gehouden aan het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid. de klacht is gegrond. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:63 Accountantskamer Zwolle 19/659 Wtra AK

    Betrokkene heeft namens klager een tweede verzoek tot toepassing van de inkeerregeling voor zwartspaarders ingediend. Betrokkene is met klager naast een vergoeding gebaseerd op de bestede uren een succes fee overeengekomen. Betrokkene heeft niet onderkend dat deze afspraak een bedreiging kan zijn voor het zich houden de fundamentele beginselen, in het bijzonder de objectiviteit. Daarnaast heeft betrokkene vóór het overeenkomen van de succes fee geen reële inschatting gemaakt van de kansen op succes. Ook heeft betrokkene niet eerlijk en oprecht gehandeld en misbruik gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen door klager bij het aangaan van de succes fee een zeer negatief scenario voor te houden, zonder dat daarvoor op dat moment aanknopingspunten waren. Betrokkene heeft bovendien, hoewel hij twijfelde aan de door klager verstrekte informatie, de ernst van een mogelijke inbreuk op zijn integriteit niet onderkend. Klacht gegrond. Maatregel: tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand.