Zoekresultaten 17651-17700 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:25 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/51

    Dierenarts wordt verweten verwijtbaar te hebben gehandeld ten aanzien van de invulling en afgifte van een dierenpaspoort. Gegrond. Mede gelet op eerder opgelegde tuchtrechtelijke maatregelen, volgt geldboete van € 500,= waarvan de helft voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:26 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/77

    Dierenarts wordt verweten dat hij bij de keuring van een paard een OCD-fragment ter hoogte van het kogelgewricht rechtsvoor, alsook artrose en een oogaandoening niet heeft opgemerkt c.q. niet heeft gemeld en het paard ten onrechte klinisch en röntgenologisch geschikt heeft bevonden voor de (dressuur)sport, zonder enige bemerking in het keuringsrapport. Deels gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:27 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/16

    Vijf bij dezelfde kliniek werkzame dierenartsen wordt verweten dat zij veterinair nalatig hebben gehandeld doordat met betrekking tot de kreupelheidsklachten van een hond een onjuiste (waarschijnlijkheids)diagnose is gesteld en tot een onjuiste behandeling is geadviseerd. Ten aanzien van twee van de vijf dierenartsen gegrond. Volgt berisping en waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2019:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/58

    Klacht van BFT in verband met schending informatieplicht, niet helder offreren, onvolledige urenadministratie, onzorgvuldig handelen bij de beoordeling van wilsbekwaamheid, onvoldoende dossiervorming en onvoldoende voortvarend handelen. Klacht gegrond. Mede in verband met het tuchtrechtelijk verleden van de notaris legt de kamer een geldboete op van € 7.500,- met openbaarmaking van de opgelegde maatregel en veroordeling in de proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-049

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Het rapport voldoet aan de criteria. Er zijn geen aanknopingspunten dat beklaagde haar status als BIG-geregistreerde verzekeringsarts zou gebruiken voor een commerciële positie als arbeidsdeskundige en dat haar doel zou zijn geweest om de uitkomst voor de verzekeraar gunstiger te maken. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-065

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts is erg onzorgvuldig met het euthanasieverzoek van patiënt omgegaan, door eerst toe te zeggen dat hij bereid was de euthanasie op korte termijn te verlenen en hier vervolgens een aantal dagen later telefonisch op terug te komen. Door de concreet uitgesproken wens van de patiënt en de onvoorwaardelijke toezegging van de huisarts was het euthanasieproces zoals genoemd in ‘Stappenplan euthanasie’ duidelijk in gang gezet. Een overdracht van het euthanasieverzoek aan de verpleeghuisarts is niet aan de orde geweest. De kennelijke overbelasting van de huisarts in aanmerking genomen, is een lichte maatregel gepast. Klacht gegrond verklaard, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 334/2018

    Klacht over achterwege laten immobilisatie door ambulanceverpleegkundige na een ongecontroleerde val van een oudere man op een badkamervloer. Door ambulanceverpleegkundige gedane onderzoek naar eventuele neurologische afwijkingen was gelet op de omstandigheden van dit geval onvoldoende. Dit heeft geleid tot het ten onrechte terzijde stellen van 10.9 LPA. De in 10.9 LPA beschreven twijfel over de aanwezigheid van wervelkolomletsel was immers nog niet weggenomen. Ook heeft dit achterwege laten van immobilisatie. Klacht (deels) gegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-079a

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts had in verband met de omstandigheden, mede gelet op de NHG-standaard Acute Diarree, de vochtinname van het tweejarige zoontje van klagers beter moeten monitoren en met dat doel een duidelijker vangnetadvies moeten geven. De controle van de capillaire refill en de aanwezigheid van tranen was daarmee van belang. Daarmee is niet gezegd dat het overlijden van het zoontje zou zijn voorkomen, het is niet aan het College om een oorzakelijk verband vast te stellen. De op te leggen maatregel is duidelijk gemotiveerd, gelet op de huidige situatie van de huisarts, maar ook de beroepsgroep in het algemeen en vanuit het standpunt van de nabestaanden. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-079b

    Ongegronde klacht tegen een (forensisch) arts. Naar het oordeel van het College kon de arts op basis van de hem ter beschikking staande gegevens in redelijkheid tot de conclusie komen dat het tweejarige zoontje van klagers een natuurlijke dood is gestorven. Er waren voor hem geen duidelijke aanknopingspunten dat het zoontje die middag naar aanleiding van het consult bij de huisarts niet de juiste zorg zou hebben gehad. De arts hoefde het overlijden niet te melden als calamiteit bij de IGJ. Het College acht het verder ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat beklaagde, gelet op de gewenste spoed, niet voldoende uitleg heeft gegeven over de mogelijkheden om het lichaam te vervoeren. Klacht is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2019:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/20

    Klagers verwijten de oud-notaris dat hij onzorgvuldig, onnauwkeurig en ondeskundig heeft gehandeld, met als gevolg dat hij in 2005 een onjuiste akte vaststelling van visrechten heeft gepasseerd en een onjuist proces-verbaal van verbeteringen heeft opgemaakt, welke akte en welk proces-verbaal inbreuk maken op de rechten van klagers. De kamer is van oordeel dat de oud-notaris de vermeende oud vaderlandse visrechten van een derde op eenzijdige wijze heeft vastgesteld en dat het door de oud-notaris verrichte onderzoek de noodzakelijke verificatie mist. Verder oordeelt de kamer dat de oud-notaris in de uitoefening van zijn ambt, bij en voorafgaand aan het passeren en inschrijven van de akte van 5 juli 2005, zich onvoldoende zorgvuldig en nauwkeurig van de relevante omstandigheden en feiten heeft vergewist ten aanzien van het bestaan en de omvang van de door een derde gestelde oud vaderlandse visrechten op de nu aan een aantal klagers in eigendom toebehorende percelen. Bovendien concludeert de kamer dat de oud-notaris de akte vaststelling van visrechten niet op de voet van artikel 45 lid 2 Wna had mogen verbeteren omdat geen sprake is van een kennelijke fout. Ook hier geldt dat de oud-notaris de kadastrale aanduidingen niet in de akte had mogen opnemen zonder de belanghebbende eigenaren daarover te hebben geraadpleegd. Daarmee is een eerder gebrekkig onderzoek op dezelfde wijze voortgezet en verergerd. De klacht van klagers wordt voor een belangrijk deel gegrond verklaard. Aangezien sprake is van het schenden van kernwaarden in het notariaat als onderzoeksplicht en zorgplicht, ziet de kamer aanleiding om een maatregel op te leggen. Gelet op de aard en de ernst van de onzorgvuldigheid enerzijds en het feit dat de oud-notaris al in 2007 is gedefungeerd en ook geen notariële werkzaamheden meer verricht als kandidaat-notaris anderzijds, wordt aan de oud-notaris een geldboete van € 1.000,- opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-009

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een kinderarts. Er zijn geen aanwijzingen dat beklaagde tekort is geschoten in zijn zorg voor de zoon van klaagster. De wijze van communicatie en de bejegening komt niet vast te staan. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-102

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Het rapport voldoet aan de criteria. Een verzekeringsarts is bij de beoordeling van de belastbaarheid voor arbeid niet gebonden aan opvattingen daarover van de behandelend arts en psycholoog, omdat een verklaring omtrent belastbaarheid voor arbeid in het algemeen buiten de deskundigheid en verantwoordelijkheid van deze behandelaren ligt en een ander doel dient dan de behandeling. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:196 Raad van Discipline Amsterdam 19-576/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2019:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/8

    De door klaagster ingediende vier klachtonderdelen zien alle in de kern op de akte huwelijkse voorwaarden, die de notaris op 22 juli 2013 heeft verleden. De kamer is van oordeel dat op deze klachtonderdelen de vervaltermijn van artikel 99 lid 21 Wna van toepassing is. Vaststaat dat klaagster op 22 juli 2013 de akte huwelijkse voorwaarden op het kantoor van de notaris heeft ondertekend. In beginsel mag op grond van de slotbepalingen van deze akte worden aangenomen dat klaagster met de inhoud van de akte en de gevolgen van de huwelijkse voorwaarden bekend was toen zij de akte tekende. Daar komt bij dat vaststaat dat de notaris op 22 juli 2013 een brief aan klaagster en [X] heeft gezonden. Uit die brief volgt dat er een afschrift van de huwelijkse voorwaarden en afschriften van de testamenten van klaagster en [X] zijn bijgevoegd. Zelfs indien ervan wordt uitgegaan dat bij genoemde brief niet een afschrift van de huwelijkse voorwaarden was gevoegd, zoals klaagster stelt, dan had het op haar weg gelegen om de notaris daarvan op de hoogte te brengen en te vragen om haar alsnog een afschrift van de huwelijkse voorwaarden toe te zenden. De omstandigheid dat klaagster dat niet heeft gedaan, komt voor haar eigen rekening en risico. Op grond van het vorenstaande is de kamer van oordeel dat eerder genoemde vervaltermijn in ieder geval is gaan lopen kort na 22 juli 2013, de dag waarop de akte huwelijkse voorwaarden door klaagster is getekend en de notaris de akte per post aan klaagster en [X] heeft toegezonden. Voor klaagster bestond in ieder geval vanaf dat tijdstip de mogelijkheid om kennis te nemen van de feiten ter zake waarvan zij de notaris verwijten maakt. De klacht is op 28 december 2018 ingediend, dus ruim na het verstrijken van de vervaltermijn van drie jaren. De kamer verklaart klaagster daarom niet-ontvankelijk in haar klacht en komt daarmee niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de door klaagster aan het adres van de notaris gemaakte verwijten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 050/2019

    Klacht tegen huisarts. Beklaagde wordt verweten dat hij de klachten van patiënt niet serieus heeft genomen en dat het door hem aangehouden patiëntendossier niet klopt. Beklaagde heeft de klachten van patiënt wel serieus genomen en heeft niet onzorgvuldig gehandeld jegens klager. Beklaagde heeft patiënt tot tweemaal toe dringend geadviseerd om naar de SEH te gaan en patiënt heeft hieraan tot twee keer toe om hem moverende redenen geen gevolg gegeven. Klaagster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt waarom het journaal niet correct en/of onvolledig zou zijn. De anamnese, onderzoek, adviezen en het overleg met de specialisten zijn duidelijk aangegeven. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:149 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-568 DB/OB

    Bij vervulling van de taak van vereffenaar vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:150 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-567 DB/OB

    Bij vervulling van de taak van de vereffenaar vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 347/2018

    Klacht tegen bedrijfsarts. Beklaagde wordt verweten dat hij de informatie van de medisch specialisten niet heeft afgewacht, de klachten niet serieus heeft genomen, niet geluisterd heeft en klager onder druk heeft gezet/gepusht om weer aan het werk te gaan. Tevens heeft hij de FML’s onjuist ingevuld waardoor hij de bevindingen van de arbeidsdeskundige heeft beïnvloed. Beklaagde heeft zorgvuldig gehandeld. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:251 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.139

    Klacht tegen psychiater. In 2016 is klager aangehouden op zijn scooter wegens rijden onder invloed van alcohol. Vanwege het hoge ademalcoholgehalte heeft een onderzoek plaatsgevonden door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). De psychiater die klager toen heeft onderzocht heeft geconcludeerd dat sprake is van alcoholmisbruik in ruime zin. Een jaar later heeft klager zich opnieuw laten onderzoeken in het kader van een “Eigen verklaringsprocedure”. Klager werd toen onderzocht door een psycholoog met de psychiater als superviserend psychiater. De psychiater concludeerde ook tot alcoholmisbruik in ruime zin. Volgens klager heeft de psychiater een verkeerde waarde gehecht aan de verhoogde CDT-waarde die bij klager is geconstateerd en voldoet de rapportage van de psychiater niet aan de daaraan te stellen eisen. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/204

    De klacht betreft het verwijt dat verweerder (cardioloog) te lang heeft gewacht met het starten van de behandeling; het heeft negen maanden geduurd voordat klager werd gecatheteriseerd en gedotterd vanaf het moment dat hij met klachten – die wezen op vernauwde kransslagaders - bij verweerder kwam. Verweerder heeft verweer gevoerd. Het college is van oordeel dat verweerder zorgvuldig en deskundig heeft gehandeld; er was niet eerder aanleiding voor een MRI-scan en de hartkatheterisatie (CAG) heeft tijdig plaatsgevonden. Het college heeft de klacht (kennelijk) ongegrond verklaard. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/175

    Nabestaanden van overleden patient, verwijten huisarts de diagnose TBC te hebben gemist, waardoor volgens hen patient te laat de juiste zorg heeft ontvangen. De huisarts voert verweer. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:248 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.430

    Klacht tegen arts. Klager heeft in het kader van de WMO bij de gemeente een aanvraag ingediend voor een ‘gesloten buitenwagen’. Deze aanvraag is afgewezen en klager heeft tegen deze beslissing bezwaar gemaakt. Verweerster heeft in het kader van dit bezwaar een medisch heronderzoek verricht en geconcludeerd dat er geen medische noodzaak is voor een gesloten buitenwagen. Klager verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij een onjuist rapport heeft uitgebracht, dat zij niet bevoegd noch voldoende deskundig was om dit rapport uit te brengen en dat zij niet onafhankelijk was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/170

    Klager verwijt de cardioloog dat hij te lang heeft gewacht met een controle consult, toen bleek dat de ejactie fractie (EF) nog maar 35% was, en voorts dat het ontslag van klager uit het ziekenhuis (medisch) onverantwoord was. De cardioloog heeft verweer gevoerd. Het college heeft de klacht (kennelijk) ongegrond verklaard. Het college is van oordeel dat verweerder redelijkerwijs in overleg met klager mocht besluiten om vooralsnog een conservatief beleid te voeren en op het moment van ontslag was de medische toestand van klager stabiel. Niet gebleken is dat het ontslag van klager de operatiedatum heeft vertraagd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:249 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.438

    Klacht tegen verzekeringsarts. Verweerder, werkzaam bij het UWV, heeft in een procedure een advies afgegeven over de (duur van de) arbeidsongeschiktheid van klager als bedrijfsarts in de periode van 1989 tot 1993. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij een ondeugdelijk rapport heeft geschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:250 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.087

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door te concluderen dat klager volledig arbeidsgeschikt kan worden geacht terwijl uit door hem overgelegde testresultaten bleek dat hij een zware burn-out had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht gegrond, legt aan de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing op en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-234

    Klachten tegen een psychiater, lid van de Raad van Bestuur van een GGZ-instelling. De afstand tussen de bestuurlijke positie van beklaagde en het verweten handelen of nalaten is dermate groot dat reeds daarom beklaagde daarvoor niet tuchtrechtelijk aansprakelijk kan worden gehouden. Klachten zijn kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-212

    Klacht tegen psychiater over met name een onjuiste behandeling. Niet is gebleken dat beklaagde niets heeft gedaan met de PTSS zorgvraag of heeft belemmerd dat klager bij een andere organisatie zijn zorgvraag kon indienen. Voor wat betreft de meer praktische begeleiding van klager is voorts voldoende inspanning verricht. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-217

    Klacht tegen gz-psycholoog, psychotherapeut over ten onrechte (onjuiste) informatie delen met de huisarts, de afhandeling van een WMO-aanvraag en het niet ingrijpen tijdens traumatiserende behandelingen door een ander. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-205

    Veelheid van klachten tegen een klinisch psycholoog, psychotherapeut over met name een verkeerde diagnose en onjuiste behandeling met ernstige negatieve gevolgen voor klager. Klachten zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-213

    Klacht tegen psychiater over met name een onjuiste behandeling. Beklaagde heeft zijn beslissing om geen medicatie voor te schrijven gemotiveerd uiteengezet. Niet vast te stellen dat sprake zou zijn geweest van een disproportioneel aantal afspraken om tot een behandelplan en diagnose te komen. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-207

    Klachten tegen psychotherapeut waaronder met name verkeerde diagnose en onjuiste behandeling. Er staat niet vast dat sprake is van een onjuiste diagnose zodat het College ook niet kan vaststellen dat de behandeling voor autisme verkeerd is geweest. Klachten zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-218

    Klacht tegen een psychiater over de weigering om met klager te spreken over het verloop van zijn behandeling. Beklaagde was achterwacht voor de baliedienst en heeft op grond van de informatie van de voorwacht geen acuut psychiatrisch toestandsbeeld vastgesteld op basis waarvan hij had moeten handelen. Klager had al een afspraak met zijn hoofdbehandelaar met wie hij zijn klachten zou kunnen bespreken. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/223

    Klaagster verwijt verweerder, tandarts, dat hij haar onbeleefd heeft behandeld en haar privacy heeft geschonden. De klacht is kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-208

    Klacht tegen gz-psycholoog over het uitvoeren van een second opinion in plaats van traumabehandeling overeenkomstig verwijzing. Het is gebruikelijk dat een instelling waarnaar wordt verwezen zelf toetst of de diagnose en indicatievraag passend zijn bij het behandelaanbod van de instelling. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-221

    Klacht tegen een arts (in opleiding tot psychiater) bij de crisisdienst dat zij de behandelaar heeft geadviseerd over een justitieel traject waarmee zij klagers sociaal maatschappelijke positie heeft ondermijnd. Na de informatie en zorgen van de behandelaar te hebben vernomen heeft beklaagde haar achterwacht, een psychiater, geconsulteerd en vervolgens de behandelaar geadviseerd. Deze werkwijze is zorgvuldig geweest. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/100

    Klager verwijt de tandarts van de spoeddienst dat hij - op grond van slechts één röntgenfoto - de verkeerde kies heeft getrokken; zo bleek bij thuiskomst niet de gebroken kies te zijn getrokken die pijn veroorzaakte, maar een andere kies met cariës. Klager is van mening dat deze kies met cariës behandeld had moeten worden. Ook verwijt klager de dienstdoende tandarts dat hij heeft gezegd dat het gebit van klager een puinhoop is. De tandarts heeft verweer gevoerd. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-209

    Klacht tegen klinisch psycholoog over het uitvoeren van een second opinion in plaats van traumabehandeling overeenkomstig verwijzing. Het is gebruikelijk dat een instelling waarnaar wordt verwezen zelf toetst of de diagnose en indicatievraag passend zijn bij het behandelaanbod van de instelling. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-232

    Klachten tegen een psychiater, geneesheer-directeur waaronder met name dat klager lange tijd verkeerd of niet is behandeld door een groot aantal wisselende behandelaren door onderbezetting en een hoog personeelsverloop en dat het personeel langdurig heeft gedisfunctioneerd. Beklaagde is niet eindverantwoordelijk voor de afdeling waar klager is behandel en is slechts betrokken geraakt in het kader van de klachtafwikkeling door de Klachtencommissie. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-214

    Klacht tegen een gz-psycholoog dat zij ten onrechte in het dossier heeft aangetekend dat klager tegenover de baliemedewerkster over geweld zou hebben gesproken. Beklaagde heeft op voldoende zorgvuldige wijze de informatie die zij heeft vernomen vanuit het perspectief van de baliemedewerkster en de beveiliger, maar ook vanuit dat van klager beschreven. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-233

    Klachten tegen een psychiater, bestuurder van een zorgbedrijf met name over het feit dat hij zich onvoldoende bewust is geweest en zeker van heeft gemaakt dat zowel de interne protocollen, werkwijzen e.d. in overeenstemming waren met de wet- en regelgeving alsook het interne kwaliteitsstatuut. Klachten zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-206

    Klacht tegen psychiater, directeur zorg dat deze onvoldoende op verantwoorde wijze de instelling heeft gemanaged. Hiertoe is in detail een veelheid aan klachten geformuleerd, waaronder met name dat klager lange tijd verkeerd of niet is behandeld door een groot aantal wisselende behandelaren door onderbezetting en een hoog personeelsverloop. Geen aanwijzing van onzorgvuldig handelen of onvoldoende verantwoord managen van de instelling. Klachten zijn deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-216

    Klacht tegen gz-psycholoog, psychotherapeut, manager zorg over het geen herinnering hebben aan een patiëntenbespreking, (het toestaan) van onjuist declareren door medewerkers en het afslaan van een zorgvraag door deze medewerkers en tot slot over het in het kader van de klachtbehandeling klager uitnodigen voor een persoonlijk gesprek in plaats van een telefoongesprek. Twee klachtonderdelen zijn kennelijk niet-ontvankelijk, een klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/263

    Volgens klager heeft aangeklaagde tegen hem als (voormalig) onderzochte gelogen en/of in een tuchtrechtelijke procedure opzettelijk in strijd met de waarheid een verklaring afgelegd. niet ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:193 Raad van Discipline Amsterdam 19-562/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. De klacht is kennelijk ongegrond. De klacht gaat in feite over een civielrechtelijk geschil. Het is niet aan de tuchtrechter om daarover te oordelen. Niet is gebleken dat verweerster de grenzen van de aan haar toekomende vrijheid heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:187 Raad van Discipline Amsterdam 19-543/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:194 Raad van Discipline Amsterdam 19-569/A/NH

    Klacht over de eigen advocaat. Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht vanwege het verstrijken van de driejaarstermijn.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:188 Raad van Discipline Amsterdam 19-557/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder mocht afgaan op de informatie die hij van zijn cliënte kreeg. Hetgeen verweerder in het verzoekschrift tot echtscheiding heeft geschreven is niet onnodig grievend. Verweerder heeft betwist dat hij heeft gezegd dat hij klager een lesje gaat leren of zich laatdunkend over de advocaat van klager heeft uitgelaten. De voorzitter kan dit dan ook niet vaststellen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:195 Raad van Discipline Amsterdam 19-574/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. De klacht is kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerder zonder toestemming van klager zijn telefoonnummer aan een derde heeft verstrekt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:189 Raad van Discipline Amsterdam 19-558/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerder in hoedanigheid van curator. Zoals verweerder terecht heeft aangevoerd staat het hem als curator vrij indien nodig de actio pauliana in te roepen en personen aansprakelijk te stellen. Hoewel klager dit kennelijk ervaart als druk, is geen sprake van onaanvaardbare druk.

  • ECLI:NL:TSCTS:2019:7 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2019-07 (2018.V9 Coral Patula)

    Op donderdag 9 februari 2017 omstreeks 07:15 uur vond te Yeosu (Korea) OPL Anchorage een aanvaring plaats tussen de Nederlandse gastanker Coral Patula en het onder de vlag van Belize varende zeeschip Trueborn. Beide schepen liepen (substantiële) schade op.